Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2)

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2)

Waarom sabbatisme en judaïsering het evangelie ondergraven

Korte samenvatting van mijn vorige blog hierover

Veel Christenen denken dat alle mensen vóór hun bekering “onder de wet” waren en daar door Christus van zijn bevrijd. Dat klinkt logisch, maar het is onbijbels.
De wet van Mozes werd niet aan alle mensen gegeven, maar aan één volk: Israël. Wie dat onderscheid negeert, raakt onvermijdelijk verstrikt in sabbatisme, judaïsering of een ‘werk evangelie’

Dit blog laat zien waarom gelovigen uit de volken nooit onder de wet stonden, waarom zij er dus ook niet van bevrijd hoefden te worden, en waarom het opnieuw opleggen van de wet , op welke manier ook, met welke goed bedoelingen dat ook mag zijn, vandaag geen verdieping is, maar achteruitgang.

 

De wet van Mozes was nooit universeel

De Bijbel laat hier geen ruimte voor twijfel.

“Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend,
Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten.
Alzo heeft Hij geen volk gedaan;
en Zijn rechten, die kennen zij niet.”
(Psalm 147:19–20)

De wet hoorde bij het Sinaïtische verbond. Dat verbond werd gesloten met Israël, niet met “de mensheid”. De volken stonden daar buiten. Wie doet alsof de wet altijd voor iedereen gold, schrijft iets in de Schrift wat er eenvoudig niet staat.

Heidenen stonden niet onder de wet, zegt Paulus

Paulus is opvallend precies:

“Wanneer de heidenen, die de wet niet hebben…”
(Romeinen 2:14)

Niet: die de wet overtreden hebben.
Maar: die de wet niet hebben.

Heidenen droegen geen Sinaï-verantwoordelijkheid. Zij stonden niet onder de verbondsvloek, noch onder de verbondszegen van de wet. Hun probleem was zonde — niet wetsbreuk.

 Daarom, gelijk door één mens (Adam) de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben. (Romeinen 5:12)

“Wij waren onder de wet” — wie is “wij”?

In Galaten 3 lezen we:

“Maar eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld.”
(Galaten 3:23)

Dit wij wordt vaak achteloos toegepast op alle mensen. Maar Paulus spreekt hier als Jood, namens Israël. Alleen Israël stond onder de wet.

Dat blijkt duidelijk uit Galaten 4:

“God heeft Zijn Zoon gezonden, geworden onder de wet,
opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou.”
(Galaten 4:4–5)

Christus kwam onder de wet, omdat Hij Israël kwam verlossen. Als de volken ook onder de wet hadden gestaan, is deze tekst inhoudsloos.

Heidenen werden niet “vrijgemaakt van de wet”

Dit is een belangrijk detail dat vaak wordt gemist.

Heidenen hadden geen wet van Mozes om van bevrijd te worden. Paulus beschrijft hun toestand vóór Christus zo:

“Dat gij te dien tijde waart zonder Christus,
vervreemd van het burgerschap Israëls,
en vreemdelingen van de verbonden der belofte.”
(Efeze 2:12)

Hun probleem was niet: onder de wet zijn.
Hun probleem was: in Adam veroordeeld, buiten Christus zijn.

Daarom spreekt Paulus bij heidenen niet over “losmaking van de wet”, maar over:

  • nabijgebracht worden,
  • mede-erfgenamen worden,
  • ingelijfd worden in Christus.

De wet blijft heilig, maar niet als leefregel voor de gemeente

Dat heidenen nooit onder de wet stonden, betekent niet dat Gods morele wil verdwenen is. Het betekent wel dat de wet van Mozes niet de leefregel van de gemeente is.

Christenen:

  • staan niet onder Mozes,
  • maar zijn ook niet wetteloos,
  • zij staan onder de wet van Christus.

“Niet zonder de wet Gods, maar onder de wet van Christus.”
(1 Korinthe 9:21)

Die wet werkt niet door oplegging, maar door inwoning:

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons,
die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”
(Romeinen 8:4)

Sabbatisme: oude verbondseisen voor nieuwe-verbondsmensen

De sabbat was het uitdrukkelijke teken van het oude verbond:

“Het is een teken tussen Mij en de kinderen Israëls.
(Exodus 31:16–17)

Niet tussen God en de gemeente.
Niet tussen God en de volken.

Wie de sabbat verplicht stelt voor christenen:

  • verwart Israël en de gemeente,
  • negeert Kolossenzen 2:16,
  • en legt een juk op dat Christus niet oplegt.

Dat is geen “diepere gehoorzaamheid”, maar verbondsverwarring.

Judaïsering: klinkt geestelijk, uitwerking funest

De eerste grote crisis in de gemeente ging hierover:
moeten heiden-christenen onder de wet van Mozes gebracht worden?

Petrus noemt dat een verzoeking van God:

“Waarom verzoekt gij God, een juk op den hals der discipelen te leggen,
hetwelk noch onze vaderen noch wij hebben kunnen dragen?”
(Handelingen 15:10)

Dat juk was niet zonde, maar de wet als leefregel.

Paulus is nog scherper:

“Gij zijt van Christus vervreemd,
die door de wet gerechtvaardigd wilt worden;
gij zijt uit de genade gevallen.”
(Galaten 5:4)

Samengevat

Gelovigen uit de volken waren nooit onder de wet van Mozes.
Zij hoefden daar dus ook niet van bevrijd te worden.

De wet werd aan Israël gegeven.
Christus vervulde die wet.
En in Hem leven de gelovigen uit genade, niet uit wet.

Wie dit onderscheid negeert, belandt óf in wetticisme, óf in wetteloosheid.
Wie het vasthoudt, bewaart zowel de heligheid van de wet als de kracht van het evangelie.

Veelgestelde vragen

Maar gelden de Tien Geboden dan niet meer? De inhoud wordt in het Nieuwe Testament herhaald, maar niet als Sinaï-verbondseis. Christenen leven onder de wet van Christus ,onder het nieuwe Verbond, niet onder het oude.

Is de sabbat dan afgeschaft? De sabbat was een teken van het oude verbond met Israël. Het Nieuwe Testament legt de sabbat nergens op aan de gemeente.

Betekent dit dat christenen vrij zijn om te zondigen? Integendeel. Wie door de Geest leeft, vervult juist het recht van de wet (Romeinen 8:4).

Waarom is dit onderscheid zo belangrijk? Omdat het evangelie anders wordt vermengd met wet, en dan krachteloos wordt gemaakt.

 

Prijs de Heere in mijn leven

Prijs de Heere in mijn leven

1 HALLELUJAH. O mijn ziel, prijs den HEERE.
2 Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.
3 Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is.
4 Zijn geest gaat uit, hij keert weder tot zijn aarde; te dienzelven dage vergaan zijn aanslagen.
5 Welgelukzalig is hij die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE zijn God is;
6 Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid;
7 Die den verdrukten recht doet, Die den hongerigen brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los.
8 De HEERE opent de ogen der blinden; de HEERE richt de gebogenen op; de HEERE heeft de rechtvaardigen lief.
9 De HEERE bewaart de vreemdelingen; Hij houdt den wees en de weduwe staande; maar der goddelozen weg keert Hij om.
10 De HEERE zal in eeuwigheid regeren; uw God, o Sion, is van geslacht tot geslacht. Hallelujah.

 

Genezing en ziekte: wat zegt de Bijbel echt?

Genezing en ziekte: wat zegt de Bijbel echt?

Er wordt vandaag veel gesproken over genezing. Met grote woorden, stellige claims en geestelijke zekerheden. Maar hoe harder men roept, hoe stiller de Bijbel wordt. Dat is geen verdieping, maar vervanging. Wat zegt de Bijbel — en wat verzinnen wij erbij? Wie werkelijk leest wat de Schrift zegt, ontdekt iets ongemakkelijks: God geneest niet op commando. En ziekte is geen bewijs van falend geloof.

God wil altijd genezen?

Een vrome onwaarheid. Deze uitspraak klinkt geestelijk, maar is gewoon on-bijbels. De Schrift zegt nergens dat God altijd iedere gelovige geneest. Ja, God kan genezen:

“Ik ben de HEERE, uw Heelmeester.”

(Exodus 15:26)

Maar wie van Gods macht een plicht maakt, tast in feite Zijn soevereiniteit aan.

Paulus bad driemaal om genezing. Het antwoord was geen wonder:

“Mijn genade is u genoeg.”

(2 Korinthe 12:9)

Dat is geen randgeval. Dat is leer.

Als genezing een recht wordt, wordt ziekte automatisch schuld

Zodra genezing als norm wordt gepresenteerd, wordt uitblijvende genezing schuld. Niet altijd uitgesproken — wel altijd gevoeld. te weinig geloof, verkeerde gedachtenen woorden, verborgen zonde Dat is geen pastoraat. Dat is geestelijke druk.

Jakobus zegt niet: onderzoek de zieke.

Hij zegt:

“Is er iemand krank onder ulieden?”

(Jakobus 5:14)

Gebed — geen diagnose.

Zorg — geen beschuldiging.

En vooral: geen garantie.

Jezus genas velen. Maar niet om een formule te lanceren

Jezus genas. Dat staat vast. Maar Hij deed dat niet om een universeel genezingsmodel te introduceren.

Zijn genezingen waren tekenen:

“Zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.”

(Mattheüs 12:28)

Nicodémus begreep dit:

“Niemand kan deze tekenen doen, zo God met hem niet is.”

(Johannes 3:2)

Wie deze tekenen losmaakt van hun doel, bedrijft geen geloof — maar schriftmisbruik.

Gebed is geen techniek

Handoplegging, zalving en gebed zijn Bijbels.

Maar nergens mechanisch.

“De Heere zal hem oprichten.”

(Jakobus 5:15)

Niet de bidder. Niet de methode. Niet het geloof als kracht. God laat Zich niet afdwingen.

Waar ziekte in de Bijbel een beeld van is

De Schrift spreekt niet oppervlakkig over ziekte. Zij gebruikt ziekte als teken, spiegel en prediking.

Ziekte hoort bij de zondeval. Ziekte is geen scheppingsorde, maar scheppingsbreuk.

“Door de zonde de dood.”

(Romeinen 5:12)

“Het ganse schepsel zucht.”

(Romeinen 8:22)

Elke ziekte herinnert aan Genesis 3.,Ziekte als beeld van geestelijke ontwrichting

De profeten spreken over zonde in medische taal:

“Van den voetzool af tot den hoofdschedel toe is er niets geheels aan.”

(Jesaja 1:6)

“Waarom is de breuk… niet geheeld?”

(Jeremia 8:22)

Hier gaat het niet over lichamen, maar over harten.

Is ziekte oordeel?

Soms — maar nooit automatisch

Ja, ziekte kan oordeel zijn:

“Zo zal de HEERE u slaan met krankheden.”

(Deuteronomium 28:59)

Maar Job ontkracht elke simpele rekensom:

“In dit alles zondigde Job niet.”

(Job 2:10)

Wie elke ziekte direct duidt als persoonlijke schuld, spreekt zoals Jobs vrienden — en wordt door God terechtgewezen.

Ziekte ontmaskert zelfredzaamheid. Ziekte breekt de illusie van controle.

“Het uitnemendste daarvan is moeite en verdriet.”

(Psalm 90:10)

Ziekte predikt zonder woorden: gij zijt stof.

Ziekte is niet zinloos

Jezus zegt over de blindgeborene:

“Opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.”

(Johannes 9:3)

Niet elke ziekte is straf.

Maar geen enkele ziekte is betekenisloos.

Volkomen genezing ligt in de toekomst

De Bijbel belooft geen universele genezing nu, maar wel straks:

“Wij verwachten de verlossing onzes lichaams.”

(Romeinen 8:23)

“Noch moeite zal meer zijn.”

(Openbaring 21:4)

Wie alle genezing naar het heden trekt, berooft de toekomst.

Wat je nooit mag zeggen

De Schrift laat hier geen ruimte:

  • ziekte = ongeloof
  • genezing = geloofskracht
  • blijvende ziekte = falen

“Oordeelt niet.”

(Mattheüs 7:1)

Conclusie

Geen genezingsrecht — maar hoop

De Bijbel leert geen maakbaarheid, maar soevereiniteit.

Geen succesgeloof, maar kruisdragen. God geneest soms. God draagt altijd Zwakheid is geen schande

“Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.”

(2 Korinthe 12:9)

De echte vraag is niet:

Waarom geneest God mij niet? De echte vraag is: Is God genoeg — ook als Hij dat niet doet?

Wie daarop leert antwoorden, heeft geen genezingsleer nodig.

Die heeft Christus.

Geverifieerd door MonsterInsights