Het leven van Christus

Het leven van Christus: meer dan een inspirerend voorbeeld

Veel christenen lezen de Evangeliën alsof zij een verzameling losse lessen zijn. Mooie woorden. Aansprekende verhalen. Een moreel voorbeeld.

Maar het leven van de Here Jezus Christus is geen losse verzameling inspiratie. Het staat midden in Gods heilsplan. Wie dat niet ziet, leest de Evangeliën te klein.

Christus kwam niet in een leeg veld

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.” (Galaten 4:4 STV)

Hij kwam niet om een nieuwe religie te starten.
Hij werd geboren in Israël.
Hij leefde onder de Wet.
Hij sprak tot een verbondsvolk.

Dat bepaalt alles.

Zijn prediking, Zijn wonderen, Zijn discussies met Farizeeën — ze staan in het kader van Israëls geschiedenis en de oudtestamentische beloften.

Het Koninkrijk was geen vaag begrip

“Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.” (Mattheüs 4:17 STV)

Dat Koninkrijk was geen innerlijke gemoedstoestand. Het was verbonden met:

  • de troon van David
  • de beloften aan Abraham
  • het herstel van Israël

De eerste hoorders begrepen dat heel concreet.

Wie het Koninkrijk alleen vergeestelijkt, maakt het kleiner dan de Schrift het doet.

De wonderen waren tekenen

“Indien Ik door den Geest Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.” (Mattheüs 12:28 STV)

Zijn wonderen waren geen spektakel.
Ze bevestigden Zijn identiteit.
Ze lieten zien: hier handelt de Messias.

Blindheid wijkt.
Demonen vluchten.
De dood wijkt.

Dat zijn Koninkrijks-tekenen.

De verwerping veranderde de situatie

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” (Johannes 1:11 STV)

De Evangeliën laten een duidelijke beweging zien:

  • Aanvankelijke verwondering
  • Toenemende weerstand
  • Uiteindelijk verwerping

Het kruis was geen onverwacht ongeluk.
Maar het was wel het gevolg van echte afwijzing.

Dat moment is een breuklijn in de heilsgeschiedenis.

Het kruis centraal

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld.” (Jesaja 53:5 STV)

Hier ligt het hart van alles.

Niet het voorbeeld van Jezus.
Niet alleen Zijn onderwijs.
Maar Zijn offer.

Hier wordt zonde geoordeeld.
Hier wordt schuld gedragen.
Hier wordt verzoening bewerkt.

Zonder kruis geen evangelie.

De opstanding opent een nieuwe fase

“Hij is hier niet; want Hij is opgestaan.” (Mattheüs 28:6 STV)

De opstanding bevestigt:

  • Het offer is aanvaard
  • De dood is overwonnen
  • De geschiedenis is niet vastgelopen

Maar opvallend is de vraag van de discipelen:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten?” (Handelingen 1:6 STV)

Die vraag wordt niet bespot.
Ze wordt niet gecorrigeerd.
Het tijdstip blijft verborgen.

Dat laat zien dat Gods plan groter is dan één moment.

Het leven van Christus is fundament én toekomst

Christus zit nu aan Gods rechterhand.

“Daarom kan Hij ook volkomenlijk zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25 STV)

Zijn aardse leven was:

  • de vervulling van oudtestamentische beloften
  • het keerpunt van Israëls geschiedenis
  • de grondslag voor wereldwijde redding
  • de garantie van toekomstige vervulling

Wie de Evangeliën losmaakt van die grote lijn, verliest diepte.

Geen sentimentaliteit, maar heilswerk

Het leven van Christus is geen religieuze inspiratiebron.
Het is de beslissende ingreep van God in de geschiedenis.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Korinthe 15:22 STV)

Dat is geen poëzie.
Dat is realiteit.

En wie dat ziet, leest de Evangeliën niet meer oppervlakkig.

Misschien is de belangrijkste vraag niet hoe wij het leven van Christus begrijpen,

maar of wij bereid zijn het in zijn volle Bijbelse gewicht te laten staan.

Niet verkleind tot moraal, niet vervluchtigd tot gevoel, maar erkend als Gods beslissende handelen in de geschiedenis.

Wie de Evangeliën goed leest, kan niet neutraal blijven.

Christus is óf de vervulling van Gods beloften — óf Hij is het niet. Maar zelf invullen of half lezen is geen optie.

 

De uitverkiezingsleer en de dubbele uitverkiezing in het licht van de Bijbel

We betreden hier heilige grond. Het gaat over Gods soevereiniteit, over redding, over verantwoordelijkheid, over eeuwigheid. Het is daarom van groot belang dat wij niet beginnen bij een systeem, maar bij de Schrift zelf.

Niet wat Augustinus, Calvijn of Dordt hebben geconcludeerd, maar wat er geschreven staat.

Wat bedoelt men met uitverkiezing?

Met uitverkiezing bedoelt men dat God vóór de grondlegging der wereld mensen heeft uitverkoren tot zaligheid.

De klassieke hoofdtekst luidt:

“Efeze 1:4 — Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde.” (STV)

Let nauwkeurig op wat er staat:

  • De uitverkiezing is in Hem
  • Het doel is heiligheid
  • Het gaat om een positie in Christus

Er staat niet dat mensen los van Christus individueel geselecteerd zijn. De verkiezing is christocentrisch.

Wie in Christus is, deelt in wat God vóór de grondlegging der wereld heeft vastgesteld.

Wat is dubbele uitverkiezing?

Dubbele uitverkiezing leert dat:

  • God sommigen actief heeft uitverkoren tot zaligheid
  • God anderen actief heeft uitverkoren tot verwerping

Met andere woorden: sommigen zouden zijn bestemd om gered te worden, anderen zijn bestemd om verloren te gaan, nog vóór hun bestaan.

Maar leert de Schrift dit werkelijk?

Gods geopenbaarde wil

De Schrift spreekt opvallend helder over Gods verlangen:

“1 Timotheüs 2:4 — Welke wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen.” (STV)

“2 Petrus 3:9 — De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk sommigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.” (STV)

Deze teksten spreken niet over een verborgen wil, maar over Gods geopenbaarde hart.

God wil dat allen behouden worden.

Dát is geen randtekst.

Dát is conform de Schrift.

Het universele aanbod van het Evangelie

Het Evangelie wordt zonder beperking aangeboden:

“Johannes 3:16 — Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” (STV)

“De wereld.”
“Een ieder die gelooft.

Er staat niet: een ieder die uitverkoren is.
De nadruk ligt op geloof.

Even verder:

“Johannes 3:18 — Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.” (STV)

De grond van veroordeling is ongeloof.

Niet een gebrek aan verkiezing.

Romeinen 9: sleuteltekst of misbruikte tekst?

Vaak wordt Romeinen 9 naar voren geschoven als bewijs voor dubbele uitverkiezing.

“Romeinen 9:18 — Zo ontfermt Hij Zich dan diens Hij wil, en verhardt dien Hij wil.” (STV)

Maar wat is de context?

Paulus bespreekt hier Gods heilsweg met Israël en de volkeren. Het gaat over Gods recht om Zijn heilshistorisch plan te ontvouwen zoals Hij wil.

Farao wordt genoemd.

Maar lees zorgvuldig:

“Exodus 8:15 — Maar Farao ziende dat er verademing was, verzwaarde zijn hart…” (STV)

En later:

“Exodus 9:12 — Doch de HEERE verstokte het hart van Farao…” (STV)

Eerst verhardt Farao zichzelf.
Daarna bevestigt God die houding.

Dat is iets anders dan een vooraf vastgestelde verdoemenis zonder verantwoordelijkheid.

Romeinen 9 leert Gods soevereiniteit, maar het ontkent nergens menselijke verantwoordelijkheid.

Verkiezing in relatie tot Israël en de Gemeente

De Schrift spreekt ook over verkiezing op collectief niveau.

“Deuteronomium 7:6 — Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren…” (STV)

Israël is verkoren als volk.

Maar niet elke Israëliet was automatisch behouden. Verkiezing tot een positie in Gods plan is niet hetzelfde als individuele verantwoordelijkheid

Zo ook met de Gemeente: zij is uitverkoren in Christus. Het gaat om positie in Hem.

Gods soevereiniteit en menselijke verantwoordelijkheid

De Schrift houdt beide lijnen vast zonder ze te reduceren.

Aan de ene kant Gods voornemen:

“Romeinen 8:29 — Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn…” (STV)

Aan de andere kant de oproep:

“Handelingen 16:31 — En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.” (STV)

De oproep is werkelijk.
De verantwoordelijkheid is werkelijk.
De keuze wordt werkelijk voorgehouden.

Geen mens kan later zeggen: ik wilde wel, maar God had mij niet uitverkoren.

Wat leert de Schrift níet?

Er staat nergens:

  • Dat God mensen heeft geschapen om hen te verdoemen
  • Dat Christus niet voor de wereld zou zijn gestorven
  • Dat God iemand verhindert om tot geloof te komen
  • Dat iemand verloren gaat omdat hij niet uitverkoren was

De verlorenheid wordt consequent verbonden aan ongeloof.

Maar:

De Schrift leert:

God is soeverein.
God heeft een heilsplan vóór de grondlegging der wereld.
De verkiezing is in Christus.
Het heil is universeel aangeboden.
De mens is verantwoordelijk om te geloven.

Dubbele uitverkiezing zoals systematisch uitgewerkt in latere theologie gaat uit boven wat de Schrift expliciet zegt.

Wij moeten oppassen dat wij geen conclusies trekken die de Schrift zelf niet trekt.

De Bijbelse uitverkiezing is geen koude fatalistische leer.
Deze s verankerd in Christus.

Wie gelooft, ontdekt achteraf dat hij deel heeft aan wat God reeds vóór de grondlegging der wereld heeft voorgenomen.

En wie verloren gaat, gaat verloren vanwege ongeloof.

Dát is de duidelijke lijn van de Schrift.

Laten we daarom het Evangelie vrijmoedig prediken aan allen.
En tegelijk Gods soevereiniteit erkennen zonder haar filosofisch te systematiseren.

Onderzoek zelf als een Bereeër.
Vergelijk Schrift met Schrift.
En blijf dicht bij wat er geschreven staat.

lees ook:

Calvinisme en de Bijbel: de leer getoetst

Schrift en belijdenis?

Verkeerd gebruikte en/of begrepen teksten

Ben ik wel uitverkoren?

Kritiek op het Calvinisme

“Ja maar, die uitverkiezing.” Zolang u Hem niet hebt aangenomen hebt u daar niets mee te maken.

Calvinisme en Islam: predestinatie en uitverkiezing

Romeinen 9 en uitverkiezing

Romeinen 9 en uitverkiezing (2)

 

Bedelingen….

Bedelingen….

Waarom je de Bijbel niet goed kunt verstaan zonder dit onderscheid

Veel verwarring in Bijbelstudie ontstaat niet doordat de Schrift onduidelijk zou zijn, maar doordat men geen rekening houdt met onderscheid. Onderscheid tussen tijden, tussen doelgroepen, tussen beloften, tussen Wet en Genade, en vooral: tussen Israël en de Gemeente.

De Bedelingen_Gods (pdf) ook wel dispensationalisme genoemd – biedt een sleutel om deze verschillen recht te doen en de rijkdom van Gods heilsplan te zien.

Wat wordt bedoeld met een “bedeling”?

Het woord bedeling komt van het Griekse oikonomia, wat letterlijk betekent: huishouding of beheer. Het gaat niet primair om een tijdvak, maar om een door God ingestelde manier waarop Hij Zijn schepping bestuurt, met bepaalde regels, verantwoordelijkheden en openbaring.

Een bedeling is:

  • een door God ingestelde orde,
  • met specifieke verantwoordelijkheden voor de mens,
  • gericht op een bepaalde groep mensen,
  • en met een eigen plaats in de heilsgeschiedenis.

Belangrijk is dat bedelingen elkaar kunnen overlappen. Ze volgen elkaar niet simpelweg lineair op, zoals vaak in populaire schema’s wordt voorgesteld. God kan meerdere lijnen tegelijk laten lopen.

Dispensationalisme versus verbondstheologie

Binnen de protestantse theologie bestaan grofweg twee allesomvattende systemen:

  1. Verbondstheologie
  2. Dispensationalisme

De verbondstheologie beschouwt de Bijbel als één doorgaande, uniforme geschiedenis van verlossing. Israël en de Gemeente worden daarbij in wezen gelijkgesteld. Profetieën over Israël worden vaak geestelijk toegepast op de Kerk, en toekomstverwachtingen worden teruggebracht tot “de jongste dag”.

Het dispensationalisme kiest een andere benadering: lees de Schrift zoals zij geschreven is. Dat betekent:

  • beloften aan Israël blijven beloften aan Israël;
  • de Gemeente is niet het “nieuwe Israël”;
  • profetieën worden niet vergeestelijkt, maar letterlijk genomen;
  • Wet en genade worden niet vermengd.

Volgens deze benadering verdwijnen veel tegenstrijdigheden vanzelf wanneer men erkent dat God in verschillende bedelingen op verschillende manieren werkt.

Israël en de Gemeente: twee onderscheiden lijnen

Een kernpunt in de leer van de bedelingen is het strikte onderscheid tussen Israël en de Gemeente.

Israël

  • is een aards volk;
  • met aardse beloften;
  • heeft een concreet beloofd land: Kanaän;
  • zal in de toekomst hersteld worden als volk.

De Gemeente

  • is een hemels volk;
  • heeft geen aardse landbelofte;
  • is gezegend met alle geestelijke zegeningen in Christus;
  • leeft in een verborgen positie.

De Gemeente vervangt Israël niet en staat er ook niet tijdelijk voor in de plaats. Het zijn twee verschillende huishoudingen binnen één groot heilsplan.

Waarom zeven bedelingen?

De Bijbel laat zien dat Gods weg met een gevallen schepping een duidelijke structuur heeft. Die structuur wordt gekenmerkt door het getal zeven:

  • zeven scheppingsdagen,
  • zeven fasen in de heilsgeschiedenis,
  • zeven bedelingen.

De periode vóór de zondeval (vaak “de bedeling van de onschuld” genoemd) wordt niet meegeteld, omdat de zeven bedelingen juist Gods weg na de val beschrijven: de weg van herstel, via oordeel en genade, naar een nieuwe schepping.

Overzicht van de zeven bedelingen

  1. De bedeling van het geweten

Deze bedeling begint bij de uitdrijving uit de hof van Eden en geldt voor alle mensen.
De norm is het geweten: de innerlijke kennis van goed en kwaad. God heeft Zijn wet in het hart van de mens gelegd. Profetie en geweten functioneren als licht in een gevallen wereld.

Deze bedeling loopt tot het moment waarop er geen stervende mensen meer zijn.

  1. De bedeling van het menselijk bestuur

Na de zondvloed begint God de mensheid te ordenen in volkeren. Overheden worden ingesteld en volkeren krijgen verantwoordelijkheid.
God regeert de wereld indirect, via machten en gezagsstructuren.

Deze bedeling zal in de toekomst worden afgesloten door een oordeel over de volkeren.

  1. De bedeling van de belofte

Met Abraham begint een nieuwe lijn. God geeft onvoorwaardelijke beloften:

  • een volk,
  • een land,
  • een toekomst.

Deze beloften worden niet ingetrokken en zijn nog steeds toekomstig. Abraham ontving ze niet in zijn leven, maar zag ze van verre.

  1. De bedeling van de wet

De wet wordt gegeven aan Israël, niet aan de volken.
De functie van de wet is niet behouden, maar openbaren: zij maakt zonde zichtbaar en toont de noodzaak van verlossing.

Deze bedeling eindigt bij het kruis. Sinds de opstanding van Christus leven gelovigen niet meer onder de wet.

  1. De bedeling van de Genade (of: de verborgenheid)

Dit is de huidige bedeling, toevertrouwd aan de apostel Paulus.
Kenmerken:

  • Genade regeert;
  • Christus is verborgen;
  • het Koninkrijk is verborgen;
  • de Gemeente is verborgen.

Deze bedeling was in eerdere eeuwen niet geopenbaard. Zij vormt geen voortzetting van Israël, maar een geheel nieuwe huishouding.

  1. De bedeling van de volheid der tijden

In deze toekomstige bedeling zal God alles wat in de hemel en op de aarde is, onder één hoofd bijeenbrengen: Christus.
Deze periode omvat:

  • de grote verdrukking,
  • het oordeel over de volkeren,
  • het herstel van Israël.

Het is de afsluiting van de heerschappij van de volkeren.

  1. De bedeling van het Koninkrijk

Dit is het duizendjarig rijk, waarin Christus zichtbaar regeert op aarde.
Kenmerken:

  • vrede;
  • gerechtigheid;
  • vervulling van aardse beloften;
  • Israël in zijn bestemming hersteld.

Na deze bedeling volgt de nieuwe hemel en de nieuwe aarde: de achtste dag, een totaal nieuw begin.

Waarom dit alles ertoe doet

Zonder onderscheid tussen bedelingen:

  • worden teksten op verkeerde mensen toegepast;
  • ontstaat verwarring over Wet en genade;
  • verdwijnt de toekomstverwachting;
  • raken Israël en de Gemeente vermengd.

Met dit onderscheid:

  • blijft de Schrift consistent;
  • krijgt profetie haar plaats;
  • wordt Gods plan zichtbaar in zijn samenhang;
  • krijgt Genade haar volle betekenis.

Samengevat

De leer van de bedelingen is geen kunstmatig systeem dat men de Bijbel oplegt. Zij ontstaat juist door zorgvuldig, eerlijk en consequent lezen van de Schrift.
Niet alles geldt voor iedereen, altijd. God handelt doelgericht, ordelijk en wijs – en Zijn Woord vraagt dat wij die orde respecteren.

Wie dat doet, ontdekt niet een verdeelde Bijbel, maar een rijk, veelkleurig en samenhangend heilsplan, dat uitloopt op één groot doel:
alles onder Christus bijeen te brengen, tot eer van God.

lees ook:

Waarom “verbondstheologie” tekort schiet

De vloek van de wet

Geverifieerd door MonsterInsights