Calvinisme en de Bijbel: de leer getoetst

Calvinisme getoetst

Als in dit e-book over het calvinisme wordt gesproken, dan wordt daarmee het vijfpuntscalvinisme van de Dordtse leerregels bedoeld. Omwille van de duidelijkheid was het nodig om sommige belangrijke gedeelten een enkele maal te herhalen. In de hoofdstukken wordt geregeld verwezen naar andere hoofdstukken of bijlagen. Er zit een opbouw in de hoofdstukken. Het is verstandig om de hoofdstukken in volgorde te lezen. Het boek is afkomstig van www.hetcalvinismeendebijbel.nl, een website die niet beveiligd is met https en er vaak uitligt. Mede daarom hier te downloaden.

Bookcover het Calvinisme en de Bijbel
                 Bookcover “Het Calvinisme en de Bijbel. ” Tik de afbeelding om de pdf te downloaden.

Voorwoord en inleiding

1.Hoe zit het met de onmacht van de mens

2.Over de roeping

3.Hoe zit het met verblinding

4.Hoe zit het met verharding

5.Voor wie is Christus gestorven

6.De bijbel over uitverkiezing

7.Romeinen 9

8.De calvinistische opvatting van uitverkiezing

9.Geloof en bekering

10.Geloof is geen gave

11.De orde des heils

12.Zeker zijn van je behoud

A.Gods bestuur en de eigen wil van de mens

B.Het calvinisme, een overzicht

C.Het nieuwe calvinisme, het calvinistische opleven in Amerika

D.De felle aanvallen van het nieuwe calvinisme op het hart van de evangelische beweging

E.Hoe sommige calvinisten de boodschap van de Dordtse Leerregels proberen te verzachten

F.Soli Deo Gloria?

G.Het genadebegrip in het calvinisme

H.De negatieve gevolgen van het calvinisme, een overzicht

I.Efeziërs 2:8, 9

J.Openbaring 3:20

Het boek is een diepgaande kritiek op het vijfpuntscalvinisme zoals vastgelegd in de Dordtse Leerregels. De auteur richt zich vooral op evangelische christenen en biedt een alternatieve interpretatie van Bijbelse teksten die door calvinisten worden gebruikt om hun leer te onderbouwen. Geelhoed stelt dat calvinistische doctrines zoals de totale verdorvenheid van de mens, onvoorwaardelijke uitverkiezing, beperkte verzoening, onweerstaanbare genade en volharding van de heiligen niet in overeenstemming zijn met de Bijbel.

De auteur begint met het idee van de onmacht van de mens. Hij erkent dat de mens door de zondeval geneigd is tot het kwaad, maar wijst erop dat God ieder mens genade geeft om voor of tegen Hem te kiezen. Hij betwist de calvinistische opvatting dat de mens volledig onmachtig is om te kiezen voor God en benadrukt dat de Bijbel oproept tot bekering en geloof als een vrije keuze.

Over de roeping stelt Geelhoed dat er geen onderscheid is tussen een algemene en een bijzondere roeping, zoals calvinisten beweren. Volgens hem roept God iedereen op tot bekering, en de keuze om hierop in te gaan ligt bij de mens. Hij verwerpt het idee van een onweerstaanbare genade en wijst op Bijbelteksten die laten zien dat mensen de Heilige Geest kunnen weerstaan.

De auteur weerlegt ook de calvinistische opvatting van uitverkiezing, waar Romeinen 9 ten onrechte voor wordt aangevoerd ter verdediging. Hij stelt dat uitverkiezing in de Bijbel vooral te maken heeft met Gods plan en roeping van volkeren en individuen voor specifieke taken, en niet met de redding van individuen zonder dat zij daar invloed op hebben.

Wat betreft de leer van de beperkte verzoening, waarin calvinisten stellen dat Christus alleen voor de uitverkorenen is gestorven, benadrukt Geelhoed dat de Bijbel duidelijk zegt dat Jezus voor de hele wereld is gestorven. Hij noemt teksten zoals Johannes 3:16 en 1 Timotheüs 2:4, die aangeven dat God wil dat alle mensen behouden worden.

Ook de calvinistische opvatting dat geloof een gave van God is, wordt door de auteur verworpen. Hij analyseert Bijbelteksten zoals Efeze 2:8 en concludeert dat het geloof zelf geen gift van God is, maar dat mensen door Gods genade in staat worden gesteld om te geloven.

Verder behandelt het boek het begrip ‘volharding der heiligen’, oftewel de calvinistische overtuiging dat uitverkorenen niet kunnen afvallen. Geelhoed stelt dat de Bijbel waarschuwt voor afval van het geloof en dat christenen worden opgeroepen om te volharden.

De auteur eindigt met een bespreking van de negatieve gevolgen van het calvinisme. Hij stelt dat de leer kan leiden tot fatalisme, geestelijke passiviteit en een onjuiste voorstelling van Gods karakter. Hij wijst op Bijbelteksten die laten zien dat God echt wil dat alle mensen tot bekering komen en dat Hij oprecht roept tot redding.

Doorheen het boek legt Geelhoed systematisch calvinistische argumenten naast Bijbelse teksten en betoogt dat calvinisme niet strookt met de boodschap van de Bijbel. Hij moedigt christenen aan om vast te houden aan de Bijbelse boodschap waarin Gods liefde en rechtvaardigheid centraal staan en waarin de keuzevrijheid van de mens een essentiële rol speelt.

“Geloof” in de Bijbel betekent iets anders dan in ons taalgebruik

In onze moderne samenleving is het woord “geloof” vaak gehuld in de connotatie van twijfel, onzekerheid en een gebrek aan zekerheid.

Echter, wanneer we dit woord onder de loep nemen zoals het wordt gepresenteerd in de Bijbel, ontdekken we een diepgaand verschil in betekenis en toepassing.

Bijbels geloof, zoals beschreven in de Schrift, gaat verder dan simpelweg “niet zeker weten”. Het omvat een diepgaand vertrouwen, een overtuiging die ons hart, onze geest en onze daden doordringt.

Uit het Grieks wordt het woord “pistis” in de Bijbel vaak vertaald als “geloof” , wat niet alleen verwijst naar een innerlijke overtuiging, maar ook naar een daad van vertrouwen en toewijding.

Een van de meest bekende verzen die het concept van Bijbels geloof illustreert, is Hebreeën 11:1: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.” Hier wordt geloof gepresenteerd als een vaste grond, een solide basis waarop we kunnen staan, zelfs als we de volledige realisatie van onze hoop nog niet hebben gezien. Het is een overtuiging die diep geworteld is in de waarheid van God en Zijn beloften.

Een ander aspect van Bijbels geloof is dat het gepaard gaat met actie. Jakobus 2:17 verklaart: “Alzo is ook het geloof, indien het de werken niet heeft, dood zijnde in zichzelven.” Dit benadrukt dat geloof niet slechts een passieve overtuiging is, maar dat het zich manifesteert in daden van gehoorzaamheid en liefde.

In hedendaags Nederlands wordt geloof vaak geassocieerd met twijfel en onzekerheid. Mensen kunnen zeggen “Ik geloof dat het gaat regenen”, wat eigenlijk betekent dat ze er niet helemaal zeker van zijn. Maar Bijbels geloof gaat veel verder dan deze oppervlakkige interpretatie. Het is een diep verankerde overtuiging in de waarheid van Gods woord, die ons inspireert om te leven in overeenstemming met Zijn wil.

Dus, terwijl de moderne betekenis van het woord “geloof” kan worden gekenmerkt door twijfel en onzekerheid, is Bijbels geloof een krachtige en dynamische kracht die ons leven transformeert. Het is een diepgaand vertrouwen in Gods beloften, dat ons leidt tot gehoorzaamheid, hoop en vreugde. Mogen we blijven groeien in dit kostbare geschenk van geloof, geleid door de waarheid van Gods woord en Zijn liefdevolle leiding in ons leven.

He shall come

“What I say unto you I say unto all, Watch.”

“At even, or at midnight, or at the cock-crowing.”

It may be in the evening,

When the work of the day is done,

And you have time to sit in the twilight,

And to watch the sinking sun;

While the long bright day dies slowly

Over the sea,

And the hour grows quiet and holy

With thoughts of Me;

While you hear the village children

Passing along the street,

Among these thronging footsteps

May come the sound of My feet;

Therefore I tell you, watch!

By the light of the evening star,

When the room is growing dusky

As the clouds afar;

Let the door be on the latch

In your home,

For it may be through the gloaming,

I will come.

It may be in the midnight

When ’tis heavy upon the land,

And the black waves lying dumbly

Along the sand;

When the moonless night draws close

And the lights are out in the house,

When the fires burn low and red,

And the watch is ticking loudly

Beside the bed;

Though you sleep tired on your couch,

Still your heart must wake and watch

In the dark room;

For it may be that at midnight

I will come.

It may be at the cock-crow,

When the night is dying slowly

In the sky,

And the sea looks calm and holy,

Waiting for the dawn of the golden sun

Which draweth nigh;

When the mists are on the valleys, shading,

The rivers chill,

And my morning star is fading, fading

Over the hill;

Behold, I say unto you, watch !

Let the door be on the latch

In your home,

In the chill before the dawning,

Between the night and morning,

I may come.

It may be in the morning

When the sun is bright and strong,

And the dew is glittering sharply

Over the little lawn,

When the waves are laughing loudly

Along the shore,

And the little birds are singing sweetly

About the door;

With the long day’s work before you

You are up with the sun,

And the neighbors come to talk a little

Of all that must be done;

But, remember, that I may be the next

To come in at the door,

To call you from your busy work,

For evermore.

As you work, your heart must watch,

For the door is on the latch

In your room,

And it may be in the morning

I will come.

So I am watching quietly

Every day,

Whenever the sun shines brightly

I rise and say,

Surely it is the shining of His face,

And look unto the gate of His high place

Beyond the sea,

For I know He is coming shortly

To summon me;

And when a shadow falls across the window

Of my room,

Where I am working my appointed task,

I lift my head to watch the door and ask

If He is come!

And the Spirit answers softly

In my home,

“Only a few more shadows,

And He will come.”

Geverifieerd door MonsterInsights