De dag des HEEREN is niet de Zondag

De dag des HEEREN is niet de Zondag, maar wat dan wel?

Er is een hardnekkig misverstand dat al eeuwen meegaat: dat de “dag des HEEREN” in de Bijbel de zondag zou zijn. Maar wie de Schrift zelf laat spreken, ontdekt iets totaal anders. De uitdrukking verwijst niet naar een wekelijkse rustdag, maar naar een ingrijpende, wereldschokkende periode van Gods oordeel.

Dit is geen kwestie van traditie.
Dit is een kwestie van zuivere Bijbeluitleg.

Wat zegt het Oude Testament?

De profeten spreken met ontzag over “de dag des HEEREN”. Het is een dag van:

  • Donkerheid
  • Oordeel
  • Toorn
  • Wereldwijde ontwrichting

Joël 2:1

“Blaast de bazuin te Sion, en roept luid op Mijn heiligen berg; laat alle inwoners des lands beroerd zijn; want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij.”

Jesaja 13:9

“Ziet, de dag des HEEREN komt, gruwelijk, met verbolgenheid en hittigen toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en zijn zondaars daaruit te verdelgen.”

Vraag:
Lijkt dit op een wekelijkse rustdag?

Nergens wordt hier gesproken over kerkgang samenkomst, aanbidding of een rustdag. Het gaat over oordeel. Over gericht. Over een beslissende ingreep van God in de geschiedenis.

Wat zegt het Nieuwe Testament?

Ook het Nieuwe Testament bevestigt dit profetische karakter.

1 Thessalonicenzen 5:2

“Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht.”

2 Petrus 3:10

“Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan.”

Hier gaat het om:

  • Plotselinge komst
  • Kosmische ontbinding
  • Wereldwijd oordeel

Dat is geen Zondag. Dat is eschatologie.

Maar hoe zit het dan met Openbaring 1:10?

Sommigen grijpen dan naar één tekst:

“Ik was in den Geest op den dag des Heeren…”

Hier staat in het Grieks een andere uitdrukking dan in de profetieën over “de dag des HEEREN”.

Bovendien:

  • De zondag wordt in de evangeliën gewoon “de eerste dag der week” genoemd.
  • Nergens leert de Schrift dat de zondag “de dag des HEEREN” heet.
  • Die identificatie komt uit latere kerkelijke traditie.

We moeten Schrift met Schrift vergelijken; niet Schrift met traditie.

Wat ís de dag des HEEREN dan wél?

De dag des HEEREN is:

  • De periode waarin God zichtbaar ingrijpt in de wereld
  • De tijd van grote benauwdheid
  • Het oordeel over de goddeloze wereld
  • De overgang naar het Messiaanse Koninkrijk

Het is de dag waarop de HEERE Zijn recht laat gelden.

Niet wekelijks.
Maar toekomstig.
Niet liturgisch.
Maar profetisch.

Waarom is dit belangrijk?

Als we de dag des HEEREN verwarren met de Zondag:

  • Vervagen we het onderscheid tussen Israël en de Gemeente
  • Maken we profetische teksten symbolisch
  • Verliezen we het zicht op Gods toekomstige handelen

De dag des HEEREN gaat over Gods oordeel over de wereld en Zijn herstel van Israël — niet over een kerkelijke samenkomstdag.

Conclusie

De Zondag is de eerste dag van de week. en tevens geen vervanging van de Sabbat, dat is de zevende dag van de week.
De dag des HEEREN is de dag van Gods ingrijpen.

Wie de Bijbel serieus neemt, kan die twee niet gelijkstellen.

Zorg dat die dag niet als een verrassing komt!

lees ook:

Reformatorische “Zondagsverdwazing” in het nieuws

Op de site van Israel en de Bijbel: Openbaring en de dag des Heeren

En het Reformatorisch smaldeel fietst met een flinke theologische boog om de hete brij heen:

Digibron, Waarom is zondag bijzonder?

https://www.rd.nl/tag/1810-zondagsrust

Het Islamitisch dilemma 2

Het Islamitisch dilemma

Ik heb de afgelopen tijd vaker de volgende bewering gehoord:

De Thora en het Evangelie waren oorspronkelijk van God,
maar zijn later veranderd.

Dat klinkt als een mogelijkheid, totdat je het onderzoekt.

Hier begint wat wel het Islamitisch Dilemma wordt genoemd.

Wat zegt de Koran zelf?

De Koran leert:

  • De Thora is door God geopenbaard (Soera 5:44).
  • Het Evangelie is door God geopenbaard (Soera 5:46).
  • Gods woorden kunnen niet veranderd worden (Soera 6:115; 10:64).
  • De Koran bevestigt eerdere openbaringen (Soera 5:48).

Dus de logische vraag is:

Als Gods woorden niet veranderd kunnen worden,
hoe kunnen de Thora en het Evangelie dan vervalst zijn?

Het dilemma kent 2 opties

Optie 1

De Bijbel is betrouwbaar.

Dan bevestigt de Koran een boek dat leert dat:

  • Jezus is gekruisigd.
  • Jezus is gestorven.
  • Jezus is opgestaan.
  • Jezus de Zoon van God is.

Maar precies dát ontkent de Koran.

Optie 2

De Bijbel is vervalst.

Dan bevestigt de Koran een corrupte openbaring.
En zegt tegelijk dat Gods woorden niet veranderd kunnen worden.

Dat ondermijnt de interne consistentie.

Beide opties zijn problematisch voor de islam.

Waar is het bewijs van vervalsing?

Beschuldigingen zijn geen bewijs.

De vraag is eenvoudig:

  • Waar is het manuscript van het “andere Evangelie”?
  • Waar is de originele Thora met een andere leer?
  • Waar is het historische spoor van een massale herschrijving?

Het bestaat niet.

De feiten over de Thora

De Dode Zee-rollen tonen dat de tekst van het Oude Testament al eeuwen vóór Christus vrijwel identiek was aan latere manuscripten.

Geen andere wet.
Geen andere Messias.
Geen andere God.

Als er vervalsing was, moet die vóór de tijd van Jezus hebben plaatsgevonden.

Maar dan bevestigt de Koran dus een reeds vervalste tekst.

De feiten over het Evangelie

  • Meer dan 5800 Griekse manuscripten.
  • Fragmenten uit de vroege 2e eeuw.
  • Wereldwijd verspreid.

Er is geen enkel vroeg manuscript waarin Jezus niet wordt gekruisigd.

Sterker nog:

Romeinse historicus Tacitus bevestigt de kruisiging onder Pontius Pilatus.

Dus om de kruisiging te ontkennen moet men:

  • Alle vroege christelijke manuscripten,
  • Alle vroege kerkvaders,
  • Alle niet-christelijke historische bronnen,

als collectieve misleiding bestempelen.

Dat is geen historische methode. Dat is een groteske aanname.

Het probleem van het “verloren Injil” (Evangelie)

Sommigen zeggen:

Het oorspronkelijke Injil was één boek dat verdwenen is.

Maar:

  • Geen enkel manuscript.
  • Geen verwijzing in de 1e of 2e eeuw.
  • Geen historisch spoor.

Dat is geen geschiedenis. Dat is hypothese.

De echte vraag

Het draait uiteindelijk om gezag.

Is een openbaring uit de 7e eeuw bevoegd om documenten uit de 1e eeuw te corrigeren, zónder enig historisch bewijs?

Of wegen ooggetuigen zwaarder dan latere claims?

De Bijbel baseert zich op:

  • Ooggetuigen.
  • Vroege verspreiding.
  • Publieke gebeurtenissen.
  • Vroege martelaren die stierven voor hun getuigenis.

De Koran baseert zich op één latere openbaringsclaim.

Dat is het fundamentele verschil.

Dus

Het Islamitisch Dilemma is geen retorische truc.

Het is een serieuze historische en logische spanning.

Als de Bijbel niet veranderd is,
dan spreekt hij duidelijk over de kruisiging en de Godheid van Christus.

Als hij wél veranderd is —
waar is het bewijs?

Tot dat bewijs geleverd wordt, blijft de claim van tekstvervalsing een onbewezen aanname.

En dan blijft de vraag staan:

Wat doet u met Jezus?

lees ook:

Jesus Is God – Isa Is Not – Bijbelse basis

Waarheid of leugen, allah: waarachtig of een bedrieger? – Bijbelse basis

extern:

Het Islamitisch Dilemma en Meer / Islam / Onderwerpen | keigoedcommentaar.nl

Islamic Dilemma — What It Is, Key Verses & Clear Summary

Liefde tot de broeders of religieus fanatisme?

Liefde tot de broeders of religieus fanatisme?

Een Bijbels onderscheid

De Bijbel laat geen ruimte voor vaagheid wanneer het gaat om de houding van gelovigen tegenover elkaar. Toch zien we door de eeuwen heen, en ook vandaag, hoe geloof kan ontaarden in hardheid, veroordeling, dwang en religieus fanatisme. Daarom is de vraag onvermijdelijk: leven wij uit de liefde tot de broeders, of uit een fanatisme dat zich met de Schrift rechtvaardigt?

Broederliefde als bewijs van geestelijk leven

Volgens de Schrift is broederliefde geen bijzaak, maar het bewijs dat iemand werkelijk uit God leeft:

„Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; die den broeder niet liefheeft, blijft in den dood.”
(1 Johannes 3:14, STV)

Johannes trekt dit door:

„Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven in zich blijvende heeft.”
(1 Johannes 3:15, STV)

En nog scherper:

„Indien iemand zegt: Ik heb God lief, en zijn broeder haat, die is een leugenaar.”
(1 Johannes 4:20, STV)

Elke vorm van haat, hardheid of geestelijk geweld staat daarmee haaks op leven uit God.

Christus’ norm voor Zijn volgelingen

De Heere Jezus Zelf maakt liefde tot het herkenningspunt van Zijn volgelingen:

„Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijkerwijs Ik u liefgehad heb.”
(Johannes 13:34, STV)

„Hieraan zullen allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.”
(Johannes 13:35, STV)

Niet strijd, niet dwang, maar liefde onderscheidt het christelijk geloof.

Wanneer ijver ontaardt in fanatisme

Religieus fanatisme beroept zich vaak op ijver voor God. Paulus erkent die ijver, maar ontmaskert tegelijk het gevaar:

„Want ik geef hun getuigenis, dat zij ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Fanatisme ontstaat waar men zonder geestelijk onderscheid handelt en Gods Woord losmaakt van Zijn handelen.

Wet en oordeel verkeerd toegepast

Een belangrijke oorzaak van fanatisme is het toepassen van oudtestamentische oordelen in de tijd van genade. Paulus is daar duidelijk over:

„Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)

Wie vandaag met veroordeling, dreiging of dwang werkt, handelt niet overeenkomstig Gods wil

Gods weg nu: lankmoedigheid

De Schrift verklaart waarom God vandaag geen oordeel voltrekt:

„De Heere vertraagt de belofte niet … maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.”
(2 Petrus 3:9, STV)

Fanatisme wil afdwingen wat God juist uitstelt.

Geen geweld, maar zachtmoedigheid

De houding van de gelovige wordt expliciet beschreven:

„De dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, verdraagzaam.”
(2 Timotheüs 2:24, STV)

„Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan.”
(2 Timotheüs 2:25, STV)

En:

„Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet.”
(Jakobus 1:20, STV)

Oordeel behoort God toe

Fanatisme neemt het oordeel in eigen hand, maar de Schrift verbiedt dit:

„Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.”
(Mattheüs 7:1, STV)

„Mij komt de wrake toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.”
(Romeinen 12:19, STV)

„Daarom zo laat ons elkander niet meer oordelen.”
(Romeinen 14:13, STV)

Geen vleselijke wapenen

Het Koninkrijk van Christus wordt niet verdedigd met geweld:

„Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars strijden.”
(Johannes 18:36, STV)

„Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk.”
(2 Korinthe 10:4, STV)

De gezindheid die fanatisme uitsluit

Paulus beschrijft een gezindheid die religieus fanatisme onmogelijk maakt:

„Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.”
(Filippenzen 2:3, STV)

Waar deze houding ontbreekt, ontstaan trots, hardheid en geestelijke dwang. Met name deze tekst kreeg ik zelf de laatste tijd regelmatig in gedachten….

Liefde boven kennis en gelijk

Zelfs zuivere leer verliest haar waarde zonder liefde:

„De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.”
(1 Korinthe 8:1, STV)

„Al ware het, dat ik al het geloof had … en de liefde niet had, zo ware ik niets.”
(1 Korinthe 13:2, STV)

„Doch nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; maar de meeste van deze is de liefde.”
(1 Korinthe 13:13, STV)

Feitelijk:

Religieus fanatisme:

  • verwart Wet en genade
  • neemt het oordeel vooruit
  • rechtvaardigt hardheid met Bijbelteksten

Bijbels geloof daarentegen:

  • wandelt in liefde
  • spreekt waarheid met zachtmoedigheid
  • acht de ander uitnemender dan zichzelf

„Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid en vrede en blijdschap door den Heiligen Geest.”
(Romeinen 14:17, STV)

Niet messen en bijlen kenmerken Gods werk vandaag,
maar het kruis, en Zijn liefde die daaruit voortvloeit.

Geverifieerd door MonsterInsights