De mythe rond Israël: wat het dominante narratief weglaat

De mythe rond Israël: wat het dominante narratief weglaat

YouTube player

In het publieke debat over Israël overheerst vaak één vast verhaal: dat de Joden na de Holocaust een stuk land kregen dat eigenlijk van anderen was, en dat het huidige conflict daar zijn oorsprong vindt. Volgens Melanie Phillips is dit narratief echter historisch en juridisch onjuist. In een uitvoerig interview zet zij uiteen waarom dit beeld volgens haar niet klopt.

Israël als historisch nationaal thuisland

Phillips benadrukt dat het Joodse volk het enige volk is dat ooit een onafhankelijke nationale staat heeft gehad in het land Israël, eeuwen vóór de opkomst van de islam. De Joden vormden daar een volk met eigen wetten, bestuur en verdediging. Volgens haar maakt dit Israël uniek: andere beschavingen hebben het gebied wel bezet, maar geen duurzame nationale soevereiniteit gevestigd zoals de Joden dat deden.

Belangrijk daarbij is dat de Joden het land nooit volledig hebben verlaten. Door de eeuwen heen bleef er een Joodse aanwezigheid bestaan, zelfs onder Romeinse, islamitische en Ottomaanse overheersing. Vanaf het midden van de negentiende eeuw was er volgens Phillips zelfs weer een Joodse meerderheid in Jeruzalem.

Het Mandaat en internationaal recht

Na de Eerste Wereldoorlog werd het Midden-Oosten heringericht. De voorloper van de Verenigde Naties, de Volkenbond, kende Groot-Brittannië het Mandaat over Palestina toe. Dit Mandaat bevatte volgens Phillips een bindende internationale verplichting: het mogelijk maken van de terugkeer van het Joodse volk naar zijn nationale thuisland.

Een groot deel van dit Mandaatgebied werd al snel afgesplitst en toegewezen aan Arabisch bestuur (Transjordanië, het huidige Jordanië). Wat overbleef was het gebied van het huidige Israël, de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Deze Mandaatverplichtingen zijn volgens Phillips nooit formeel ingetrokken en werden overgenomen door de Verenigde Naties.

Afwijzing en conflict

Volgens Phillips hebben Joodse leiders herhaaldelijk ingestemd met voorstellen voor territoriale deling en een tweestatenoplossing. Arabische leiders zouden deze voorstellen telkens hebben afgewezen, gevolgd door geweld en oorlog. De Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog ziet zij in dat licht als een defensieve strijd om overleving.

Zij stelt bovendien dat het Arabische verzet niet primair nationaal, maar grotendeels religieus gemotiveerd was, en dat dit al vroeg gepaard ging met geweld tegen Joodse gemeenschappen.

De Palestijnse identiteit

Een controversieel punt in haar betoog is de stelling dat er vóór de jaren zestig geen afzonderlijke Palestijnse nationale identiteit bestond. De Arabische bevolking in het gebied zag zichzelf volgens haar vooral als onderdeel van Syrië of als lokale Arabische stammen. De term “Palestijn” werd in het Mandaat juist veelal gebruikt voor Joden.

Media, moraal en dubbele standaarden

Phillips verbindt het historische debat met haar persoonlijke ervaring als journaliste. Zij beschrijft hoe Israël structureel strenger en emotioneler wordt beoordeeld dan andere landen, zelfs wanneer die grootschaliger geweld gebruiken. Dit verschil in behandeling ziet zij als een morele dubbele standaard, die volgens haar uiteindelijk samenhangt met antisemitisme.

Emotie boven waarheid

Tot slot stelt Phillips dat in het huidige debat feiten steeds vaker worden vervangen door gevoelens. Begrippen als “genocide” worden volgens haar gebruikt los van hun oorspronkelijke betekenis. Waarheid wordt ondergeschikt gemaakt aan emotionele beleving, met grote gevolgen voor hoe Israël wereldwijd wordt waargenomen.

Samengevat

De kern van Phillips’ betoog is dat het Israëlisch-Palestijnse conflict niet begrepen kan worden zolang het dominante narratief onkritisch wordt overgenomen. Volgens haar draait het conflict uiteindelijk om de weigering om Joodse nationale legitimiteit te erkennen — historisch, juridisch en moreel.

Reformatorische “Zondagsverdwazing” in het nieuws

Opmerkelijk refo nieuws over “zondagsrust”

Of, zoals het hier binnenkwam:

“Zondagsverdwazing”

Omdat ik door omstandIgheden wat gemankeerd ben, en toch soms reclamevrij nieuws wil lezen, heb ik een tijdelijk abonnement op het Reformatorisch Dagblad.

Je kan je natuurlijk afvragen “Waarom dan die krant?”

Wel, dat heeft de reden dat ik totaal niet geïnteresseerd ben in bijvoorbeeld het laatste nieuws over de zoveelste borstvergroting van één of andere actrice. En bij gelegenheid staan er best goede items in het ErDee.

In de app van het ErDee las ik een typisch  refo bericht. In de rubriek economie staat er bij zondagsrust een bezorgd klinkend item met als titel “Wat te doen als je op zondag geen pakket wilt ontvangen? Vanwege het slechte weer is er een achterstand gekomen bij de pakketdiensten, die begrijpelijkerwijs graag hun achterstand weg willen werken.

Maar het Reformatorisch Dagblad geeft bij monde van de voorzitter van de Vereniging Zondagsrust de lezer het advies “om pakketjes en lectuur te weigeren aan de deur als dat op zondag bezorgd wordt” Een tekenend voorbeeld hoe eigengereide religie springlevend is anno 2026. 

Het artikel zegt dan:

Maar wat moet je doen als je principiële bezwaren hebt tegen het ontvangen van een pakket op zondag? Wegduiken als er een bezorger aanbelt en de deur niet opendoen? Hem of haar botweg wegsturen? Of toch maar aannemen dat pakketje?

deursticker zonagsrust

De Vereniging Zondagsrust adviseert bovenstaande sticker op of bij de deur te plakken met de tekst: ”Wij wensen geen lectuur/pakket, in welke vorm dan ook, op zondag te ontvangen! Dank u.” Deze sticker is gratis te bestellen bij de vereniging en werkt afdoende, zegt medewerker A. Kloppenburg. „Ik hoor daar nooit klachten over.”

En als er dan toch een pakketbezorger op zondag aanbelt? Kloppenburg: „Ik zou wel de deur opendoen, maar zeggen dat we op zondag geen pakketjes aannemen. En de bezorger vragen de volgende dag terug te komen.”

De Bijbel zwijgt trouwens categorisch over zondagsrust, je zult het tevergeefs zoeken.

Als er al over een rustdag gesproken wordt, gaat het over de shabbat , de zevende dag en niet de eerste dag (zondag) en dat was ten tijde van het oude Verbond voor het verbondsvolk Israël.

Vandaar kwam ineens de titel van dit artikel in mijn gedachten. En ik dacht aan deze tekst uit Romeinen 14

Romeinen 14:5
De een acht wel den enen dag boven den anderen dag, maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.

Geverifieerd door MonsterInsights