“Krachtige zalving”: is dat eigenlijk wel Bijbels?

Als Bijbelse woorden een andere betekenis krijgen

“Here, geef een krachtige zalving.”

“Laat Uw zalving vanavond sterk aanwezig zijn.”

“Zalf Uw dienstknecht met een bijzondere zalving.”

“Laat de zalving toenemen.”

 

Het klinkt geestelijk. Het klinkt eerbiedig. Het klinkt zelfs Bijbels.

Er is alleen één probleem:

waar vinden we deze manier van spreken eigenlijk in het Nieuwe Testament?

Het woord zalving is zonder enige twijfel Bijbels. Maar daarmee is niet vanzelf iedere betekenis die wij eraan geven Bijbels.

En daar gaat het in veel hedendaagse charismatische en evangelische prediking nogal mis.

Een Bijbels woord wordt genomen, gevuld met een andere betekenis en vervolgens opnieuw aan de Bijbel teruggegeven. Omdat het woord zelf in de Schrift voorkomt, krijgt de nieuwe betekenis automatisch een Bijbels aureool.

Maar een Bijbels woord gebruiken is nog niet hetzelfde als Bijbels spreken
Geladen woordgebruik in de charismatisch evangelische kerk.
‘Krachtige zalving’

 

Zalving in het Oude Testament

In het Oude Testament heeft zalving een duidelijke plaats. Personen werden met olie gezalfd als teken van afzondering en aanstelling voor een bijzondere taak.

Denk aan David:

“Toen nam Samuël den oliehoorn, en zalfde hem in het midden zijner broederen; en de Geest des HEEREN werd vaardig over David, van dien dag af en voortaan.” (1 Sam. 16:13, STV)

Priesters werden gezalfd. Koningen werden gezalfd. Zalving had te maken met Gods aanstelling en afzondering.

Bovendien wijst het uiteindelijk vooruit naar de Gezalfde: de Messias, de Here Jezus Christus.

Daar ligt dus rijke Bijbelse betekenis.

Maar nergens geeft dat ons automatisch het recht om van zalving een soort geestelijke substantie te maken waarvan de ene christen een klein beetje en de andere een enorme hoeveelheid bezit.

 

Het Nieuwe Testament spreekt opvallend anders

Wie wil weten wat zalving voor gelovigen betekent, kan moeilijk om 1 Johannes heen.

Johannes schrijft:

“Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.” (1 Joh. 2:20, STV)

Let op wat er staat.

Niet:

Jullie moeten de zalving zoeken.

Niet:

Jullie moeten bidden om meer zalving.

Niet:

Jullie moeten iemand vinden die een krachtige zalving draagt.

Niet:

Hopelijk valt vanavond de zalving.

Maar:

“Gij hébt de zalving.”

Even verder wordt het nog duidelijker:

“En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u…” (1 Joh. 2:27, STV)

Dat staat opmerkelijk ver af van het moderne jargon.

De zalving moet niet telkens opnieuw “komen”.

Zij is ontvangen.

De zalving hoeft niet door een bijzondere sfeer te worden opgewekt.

Zij blijft.

De aandacht wordt niet gevestigd op een uitzonderlijk gezalfde leider.

Johannes spreekt zijn lezers als gelovigen aan.

Dat verschil is significant

 

Paulus kent evenmin een elite van “krachtig gezalfden”

Paulus schrijft:

“Maar Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft, is God; Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.” (2 Kor. 1:21-22, STV)

Opnieuw dezelfde beweging.

God heeft ons gezalfd.

Paulus maakt er geen geestelijke rangorde van.

Hier staat niet Paulus bovenaan met zalvingsniveau tien, Timotheüs op zeven en de gemiddelde gelovige ergens rond niveau drie.

Het moderne charismatische denken kan echter probleemloos die indruk wekken.

De ene spreker zou “een krachtige zalving” hebben.

Een ander zou “sterk gezalfd” zijn.

Weer iemand anders zou “onder een apostolische zalving” functioneren.

Een aanbiddingsleider kan “een zalving dragen”.

Een samenkomst kan “onder de zalving komen”.

En vervolgens kan die zalving kennelijk nog “toenemen”, “doorbreken”, “vrijkomen” en zelfs op anderen worden “overgedragen”.

Waar staat dit?

Niet: waar kunnen we een tekst vinden waarin het woord zalving voorkomt?

Dat is te gemakkelijk.

De vraag is:

Waar leert het Nieuwe Testament dit concept?

Dat is een heel andere vraag.

 

Zalving wordt een onzichtbare geestelijke brandstof

Hier zit het fundamentele probleem.

In veel hedendaags charismatisch taalgebruik functioneert “zalving” praktisch als een soort geestelijke brandstof

Je kunt er blijkbaar meer of minder van hebben.

Ze kan op iemand rusten.

Ze kan toenemen.

Ze kan een ruimte vullen.

Ze kan op een bediening liggen.

Ze kan worden overgedragen.

Sommige mensen zouden er uitzonderlijk veel van bezitten.

En wanneer een bijeenkomst emotioneel intenser wordt, kan vervolgens worden gezegd:

“De zalving neemt toe.”

Maar wat wordt hier eigenlijk gemeten?

Volume?

Emotie?

Muziek?

Kippenvel?

Mensen die huilen?

Mensen die vallen?

De intensiteit van de spreker?

Een collectieve sfeer?

Zodra een Bijbels toetsbare werkelijkheid wordt vervangen door een subjectief waarneembare “zalving”, ontstaat een levensgroot probleem:

De ervaring begint zichzelf te bewijzen.

Waarom was God krachtig aanwezig?

Omdat we de zalving voelden.

Hoe weten we dat wat we voelden de zalving was?

Omdat God krachtig aanwezig was.

Dat is geen Bijbelse toetsing. Dat is een cirkelredenering.

 

Maar Gods Geest werkt toch met kracht?

Zeker.

En juist daarom moeten we zorgvuldig zijn.

Paulus bidt:

“Opdat Hij u geve, naar den rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in den inwendigen mens;” (Ef. 3:16, STV)

Er is dus niets verkeerds aan bidden om kracht van God.

We mogen bidden om wijsheid.

Om vrijmoedigheid.

Om geestelijk inzicht.

Om kracht om te volharden.

Om liefde.

Om vrucht.

Om een geopende deur voor het Woord.

Paulus bidt daar zelf om.

Maar waarom zouden wij dat allemaal moeten hernoemen tot “een krachtige zalving” wanneer de apostelen dat zelf niet doen?

Daar zit het bezwaar.

Niet dat God niet krachtig werkt.

Niet dat de Heilige Geest niet in gelovigen werkt.

Niet dat wij niet afhankelijk zijn van Hem.

Maar dat wij onze eigen geestelijke categorieën bouwen en die vervolgens met Bijbelse woorden bekleden.

 

De Schrift geeft ons veel concretere gebeden

Wanneer Paulus om gebed vraagt, is zijn taal opvallend nuchter.

“Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene, om te spreken de verborgenheid van Christus…” (Kol. 4:3, STV)

En:

“En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;” (Ef. 6:19, STV)

Dat is opmerkelijk.

Als iemand volgens de moderne maatstaf aanspraak had kunnen maken op een “machtige apostolische zalving”, was het Paulus wel.

Maar wat vraagt Paulus?

Geen dubbele portie.

Geen verse zalving.

Geen activatie.

Geen overdracht.

Geen hogere dimensie.

Geen nieuwe mantel.

Hij vraagt dat God een deur opent en hem vrijmoedigheid geeft om het Woord te spreken.

Misschien is dat minder spectaculair.

Het is wel apostolisch.

 

“Raak Gods gezalfde niet aan”

Hier kan de taal rond zalving zelfs gevaarlijk worden.

Want zodra bepaalde leiders als bijzonder “gezalfd” worden gezien, ontstaat gemakkelijk een geestelijke hiërarchie.

Dan is kritiek op de prediker niet langer gewoon kritiek op zijn uitleg.

Het kan worden voorgesteld als weerstand tegen de zalving.

Een leerstellige toets wordt “kritiek”.

Een kritische vraag wordt “ongeestelijk”.

En in extreme gevallen verschijnt zelfs:

“Raak Gods gezalfde niet aan.”

Een oudtestamentische uitdrukking wordt dan gebruikt als beschermingsschild rond een hedendaagse leider.

Dat is buitengewoon ongezond.

Want het Nieuwe Testament zegt niet dat wij populaire of charismatische leiders moeten beoordelen op de hoeveelheid “zalving” die zij uitstralen.

De toets blijft het Woord.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thess. 5:21, STV)

Een spreker wordt niet onttrokken aan Bijbelse toetsing doordat mensen tijdens zijn bediening iets bijzonders ervaren.

 

De gevaarlijke verschuiving van Christus naar de drager

Er zit bovendien een merkwaardige ironie in dit hele spreken over “gezalfde mensen”.

Wie is bij uitstek de Gezalfde?

Christus

Dat is letterlijk wat Zijn titel betekent.

En toch kan binnen bepaalde charismatische culturen de aandacht langzaam verschuiven van de Gezalfde naar mensen die beweren een bijzondere zalving te dragen.

Dan wil men naar die spreker.

Naar die conferentie.

Naar die bediening.

Daar “stroomt” iets.

Daar “gebeurt” iets.

Daar is “meer”.

Daar rust “een bijzondere zalving”.

En voordat men het beseft, ontstaat een geestelijke beroemdhedencultuur die zich uitstekend laat verkopen als honger naar God.

Maar de vraag die gesteld moet worden is niet:

Hoe sterk was de zalving?

De vraag moet zijn:

Werd Christus verkondigd en werd het Woord recht gesneden?

Dat is veel minder mysterieus of vaag.

En veel moeilijker te manipuleren.

 

Een krachtige zalving klinkt Bijbelser dan het is

Daarom verdient deze uitdrukking stevige kritiek.

Niet omdat ieder mens die haar gebruikt onmiddellijk verkeerde bedoelingen heeft. Veel christenen nemen dit taalgebruik eenvoudig over omdat zij het jarenlang hebben gehoord.

Maar juist daarom moet het onderzocht worden.

“Krachtige zalving” klinkt diep geestelijk.

Toch blijkt het bij nadere beschouwing vaak een containerbegrip waarin allerlei ideeën worden gestopt waarvoor een duidelijke nieuwtestamentische basis ontbreekt.

De Schrift leert dat de gelovige de zalving van de Heilige heeft ontvangen.

De Schrift zegt dat deze zalving blijft.

De Schrift leert dat God de gelovigen gezalfd heeft.

De Schrift leert dat de gelovige door de Heilige Geest verzegeld is.

De Schrift roept ons op om vervuld te worden met de Geest en in afhankelijkheid van Hem te wandelen.

Maar een geestelijke elite die een bijzondere hoeveelheid “zalving” draagt, die kan toenemen, neerdalen, worden aangevoeld of als geestelijke kracht worden overgedragen?

Laat maar eens zien waar de apostelen dat aan de Gemeente leren.

 

Stop met het meten of wegen van de zalving

Misschien moeten we daarom ophouden met vragen:

“Was er veel zalving?”

En opnieuw Bijbelse vragen gaan stellen.

Was de prediking Bijbels?

Stond Christus centraal?

Werd het Evangelie helder verkondigd?

Werd de Schrift recht gesneden?

Werd de Gemeente opgebouwd?

Was er waarheid én liefde?

Was er geestelijke vrucht?

 

Dát zijn vragen waarmee we daadwerkelijk iets kunnen.

Want een spreker kan indrukwekkend zijn en tóch dwaling leren.

Een zaal kan emotioneel geladen zijn en tóch geestelijk ongezond.

Mensen kunnen huilen zonder dat daardoor bewezen is dat God iets bijzonders doet.

En een bijeenkomst kan buitengewoon eenvoudig zijn terwijl het Woord van God diep in harten werkt.

Sfeer is geen zalving. Emotie is geen zalving. Charisma is geen zalving. Podiumkracht is geen zalving. En menselijke indruk is geen maatstaf voor de werking van de Heilige Geest

 

Terug naar de nuchterheid van het Woord

Het antwoord op charismatische overdrijving is niet een dor christendom waarin van Gods kracht niets meer verwacht wordt.

Het antwoord is veel eenvoudiger:

Terug naar wat geschreven staat!

 

Bid om wijsheid.

Bid om vrijmoedigheid.

Bid om kracht in de inwendige mens.

Bid dat het Woord zijn loop heeft.

Bid om geestelijke groei.

Bid om liefde.

Bid om volharding.

Bid dat Christus verheerlijkt wordt.

Daar hebben we genoeg Schriftplaatsen voor.

Maar wanneer iemand bidt om een “krachtige zalving”, mag de vraag gesteld worden:

Wat bedoelt u daar mee?

En daarna:

Waar leert het Nieuwe Testament mij dat ik dát moet zoeken?

Dat zijn geen vragen van iemand die de Heilige Geest wil beperken.

Het zijn vragen van iemand die weigert meer te zeggen dan de Schrift zegt.

En misschien is dát wel exact dé nuchterheid die we vandaag zo hard nodig hebben

Een Bijbels woord maakt een onbijbels concept nog niet Bijbels.

Zie ook:

Wat zegt de Bijbel over “de zalving”? – Bijbelse basis

Wanneer ‘zalving’ gezag wordt – Bijbelse basis

Autoriteit, integriteit en de macht van geladen taal – Bijbelse basis

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan”? – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights