Galaten 2:16-20 – Geloof in Christus of geloof van Christus? (Statenvertaling vs. NBV/HSV)

Galaten 2:16-20 – Geloof in Christus of geloof van Christus? (Statenvertaling vs. NBV/HSV)

Een vergeten spanning tussen tekst en vertaling

 

Galaten 2:20 is één van de meest geciteerde verzen uit de brief aan de Galaten. Tegelijk is het ook één van de meest ingrijpend vertaalde teksten. Wat in de Griekse grondtekst bewust open blijft, is in moderne vertalingen vaak theologisch dichtgetimmerd.

De vraag die zich opdringt is eenvoudig, maar explosief:

Leeft Paulus door zijn geloof in Christus — of door het geloof van Christus?

Wie de Statenvertaling naast de HSV en NBV legt, ziet dat hier méér gebeurt dan stijlverschil.

De tekst naast elkaar

Statenvertaling (1637)

“… en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.”

Herziene Statenvertaling

“… en wat ik nu leef in het vlees, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.”

NBV21

“… leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgeleverd.”

Het verschil zit in één klein woordje:

  • des (SV)
  • in (HSV / NBV)

Maar dat woordje maakt meteen alle verschil.

Wat staat er in de grondtekst?

De Griekse formulering luidt:

ἐν πίστει ζῶ τῇ τοῦ υἱοῦ τοῦ θεοῦ

Letterlijk:

“Ik leef door geloof — van de Zoon van God.”

Het woord τοῦ (tou) is een genitief: van.

Er staat geen voorzetsel dat „in” zou betekenen.

De grammaticale spanning: objectief of subjectief?

In het Grieks kan een genitief twee kanten op:

Objectieve genitief

geloof in de Zoon van God

De Zoon is het object van het geloof.

Subjectieve genitief

geloof / trouw van de Zoon van God

De Zoon is het subject — het gaat om Zijn geloofsgehoorzaamheid.

Belangrijk: de tekst zelf dwingt niet tot een keuze.

Wat doet de Statenvertaling?

De Statenvertaling:

  • vertaalt letterlijk
  • bewaart de dubbelzinnigheid
  • laat de lezer zelf nadenken

De vertalers wisten uitstekend dat πίστις + genitief meerdere betekenissen kan hebben. Zij hebben dat niet opgelost, maar doorgegeven.

Dat is geen zwakte, maar teksttrouw.

Wat doen HSV en NBV?

Zowel HSV als NBV:

  • kiezen één uitleg
  • voegen het woord “in” toe
  • sluiten de subjectieve lezing uit

Dat is dus geen letterlijke vertaling, maar een vertaalkeus. De meest voor de hand liggende keuze bij deze constructie is “van”‘

De context van Galaten 2:20

Let op wat Paulus direct zegt:

“… Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.”

De nadruk ligt volledig op wat Christus gedaan heeft, niet op Paulus’ geloofsbeleving.

Paulus zegt niet:

“omdat ik zo sterk geloof”

Maar:

“omdat Hij Zichzelf gegeven heeft.”

Dat past naadloos bij:

  • Filippenzen 2:8
  • Romeinen 5:19
  • Galaten 3:13

Allemaal teksten waarin Christus’ gehoorzaamheid centraal staat.

Leerstellig gevolg subtiel maar beslissend

Moderne vertalingen

Ik leef door mijn geloof in Christus

Focus:

  • menselijke respons
  • innerlijke geloofsdaad

Statenvertaling (letterlijk gelezen)

Ik leef door Christus’ geloofsgehoorzaamheid

Focus:

  • objectief heil
  • volbrachte gehoorzaamheid
  • zekerheid buiten mijzelf

Dit raakt direct aan de kern van het evangelie.

Waarom hier moeilijk over doen?

Omdat hier de vraag speelt:

Rust mijn leven in Christus op mijn geloven — of op Zijn trouw?

De Statenvertaling laat Paulus spreken zoals hij schrijft.

De moderne vertalingen laten Paulus spreken zoals wij hem graag verstaan.

Even samenvatten

Galaten 2:20 confronteert ons met een ongemakkelijke waarheid:

Soms is de Bijbel preciezer dan onze vertalingen.

Wie eerlijk leest, moet erkennen:

  • “geloof in” staat er niet
  • “geloof van” staat er wél

De vraag is niet of ‘geloof in Christus’ onwaar is.

De vraag moet zijn:

Durven we Paulus te laten zeggen wat hij schreef?

Aanvulling: Galaten 2:16 – dezelfde kwestie, nog scherper

Wie denkt dat Galaten 2:20 een geïsoleerd geval is, vergist zich. Slechts vier verzen eerder gebruikt Paulus exact dezelfde grammaticale constructie, maar dan zelfs driemaal in één vers.

De tekst naast elkaar

Statenvertaling

“… wetende dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben ook wij in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet.”

HSV / NBV

“… maar door het geloof in Jezus Christus …”

Opnieuw is het verschil klein in woorden, maar groot in betekenis.

De Griekse grondtekst

Paulus schrijft:

διὰ πίστεως Ἰησοῦ Χριστοῦ

Letterlijk:

“door geloof van Jezus Christus”

Er staat opnieuw geen voorzetsel voor “in”. Het is wederom een genitief.

Opvallend detail in Galaten 2:16

Paulus zegt eerst:

“… door het geloof van Jezus Christus”

En daarna:

“… zo hebben ook wij in Christus Jezus geloofd”

Hier maakt Paulus zélf onderscheid tussen:

  • Christus’ geloof / trouw (grond van rechtvaardiging)
  • ons geloven (antwoord daarop)

Dat onderscheid verdwijnt volledig wanneer men beide uitdrukkingen vertaalt als “geloof in”.

Leerstellige scherpte

Als Paulus beide keren hetzelfde had bedoeld, had hij dat eenvoudig kunnen schrijven.

Maar hij doet het niet.

Hij plaatst bewust:

  • πίστις Χριστοῦ → aan de kant van het heil
  • πιστεύειν εἰς Χριστόν → aan de kant van de mens

De Statenvertaling bewaart dit spanningsveld.

Moderne vertalingen vlakken het uit.

Conclusie

Galaten 2:16 en Galaten 2:20 versterken elkaar.

Samen laten zij zien:

  • Paulus’ focus ligt primair op Christus’ gehoorzaamheid
  • ons geloof is antwoord, geen fundament

De vraag wordt daarmee onontkoombaar:

Is rechtvaardiging op grond van mijn geloof — of op grond van Christus’ trouw?

De grondtekst laat die vraag niet wegvertalen.

 

 

Het geloof VAN Jezus Christus

Het geloof VAN Jezus Christus

De oude vertalingen zoals de Statenvertaling vertalen dit gedeelte conform de grondtekst. Helaas laten de nieuwe vertalingen hier allen een steek vallen.

Ik heb het zelf gecheckt, en de vertalingen na de Statenvertaling , inclusief de Herziene, vertalen: het geloof IN Jezus Christus, terwijl de grondtekst duidelijk maakt dat het echt om het geloof VAN Jezus Christus gaat. Waarom dat zo is laat zich raden

Ik geef toe; het is een taaltechnische kwestie, het heeft met naamvallen te maken maar als je het checkt zul je erachter komen dat de Statenvertaling en de King James Version dit correct weergeven . Het is wel een significant verschil door wiens geloof we als kinderen van God gerechtvaardigd worden.

Waarom de Statenvertaling verschilt van de King James Version

Waarom de Statenvertaling verschilt van de King James Version

Kleine tekstverschillen, grote betrouwbaarheid

Wie de Statenvertaling (1637) en de King James Version (1611) naast elkaar legt, ontdekt dat deze klassieke Bijbels soms van elkaar verschillen. Dat roept bij sommige gelovigen vragen of zelfs onrust op: hoe kan Gods Woord betrouwbaar zijn als teksten niet overal exact gelijk zijn? Ik wil kijken hoe het komt dat zulke verschillen niet alleen verklaarbaar zijn, maar juist wijzen op een opmerkelijke, door God bewaarde stabiliteit van de Bijbel.

 

Geen tekstueel absolutisme, wel tekstueel vertrouwen

De Bijbel is door de eeuwen heen overgeleverd via handgeschreven en later gedrukte manuscripten. Daarbij zijn kleine tekstuele variaties ontstaan: een woord meer of minder, een andere woordvolgorde, soms een korte toevoeging of weglating. Wat we echter overal zien, is continuïteit: de boodschap, de leer en het evangelie blijven gelijk.

God heeft nergens beloofd dat wij één volmaakt identieke teksteditie zouden bezitten. Wel mogen we erop vertrouwen dat Zijn Woord betrouwbaar, gezaghebbend en inhoudelijk stabiel is. Dat noemen we geen tekstueel absolutisme, maar tekstueel vertrouwen.

Statenvertaling en King James: zustervertalingen

De Statenvertaling en de King James Version hebben veel met elkaar gemeen:

Beide vertalingen zijn nationale kerkvertalingen uit de zeventiende eeuw. Ze functioneerden eeuwenlang als dé standaardbijbel in hun respectieve taalgebieden en zijn voor het Nieuwe Testament gebaseerd op de Textus Receptus.

Toch blijken de vertalers op verschillende plaatsen andere tekstkritische keuzes te hebben gemaakt. Dat betekent niet dat één van beide onzorgvuldig was. Integendeel: de vertalers waren hoogopgeleide theologen, goed bekend met de beschikbare Griekse handschriften en varianten.

Bewuste keuzes van vertalers

Bijbelvertalers volgen niet slaafs één gedrukte Griekse editie. Zij wegen beschikbare manuscripten en varianten af en maken soms een eigen keuze. Later kunnen onderzoekers die keuzes reconstrueren.

Voor de King James Version is dat gedaan in de bekende Griekse uitgave van Scrivener. Voor de Statenvertaling is inmiddels eveneens nauwkeurig in kaart gebracht waar en hoe de onderliggende Griekse tekst afwijkt van die van de KJV.

Het gaat om honderden kleine verschillen, die vrijwel altijd grammaticaal of stilistisch van aard zijn, inhoudelijk geen betekenisvol effect hebben en theologisch volledig onschadelijk zijn.

Enkele concrete voorbeelden

In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om een extra verduidelijkend woord, een nuanceverschil tussen plaats- of tijdsaanduiding, het wel of niet noemen van een bepaalde groep, of het verschil tussen hoofdtekst en voetnoot. Geen enkel van deze verschillen tast een kernleer van het christelijk geloof aan.

Een bekend voorbeeld is Handelingen 16:7, waar sommige oude handschriften spreken over “de Geest van Jezus”, terwijl andere alleen “de Geest” vermelden. De Statenvertaling noemt deze variant netjes in een voetnoot. Dat laat zien hoe open en zorgvuldig de vertalers met tekst varianten omgingen.

Belangrijk is: eeuwenlang hebben oprechte christenen wereldwijd beide lezingen gebruikt, zonder dat dit hun geloof of zaligheid aangetast heeft

Probleem van ‘één perfecte tekst’

Sommige gelovigen menen dat God één absoluut perfecte Griekse of Hebreeuwse tekst heeft bewaard, vaak gekoppeld aan de King James Version. Dit standpunt roept echter grote problemen op:

  • er bestaan meerdere Textus Receptus-edities die onderling verschillen
  • het standpunt is sterk Engels-gericht
  • het doet geen recht aan niet-Engelstalige christenen

Waarom zou God Zijn Woord alleen volmaakt bewaren voor Engelstaligen en niet voor Nederlanders, Chinezen of Arabieren?

Moderne kritische teksten

Ook moderne kritische edities van het Griekse Nieuwe Testament verschillen niet méér van de Textus Receptus dan TR-edities onderling van elkaar verschillen. Het idee dat deze teksten “radicaal anders” zijn, houdt geen stand bij eerlijk historisch onderzoek.

Gods voorzienige bewaring

Wat we door de geschiedenis heen zien, is dat er weliswaar sprake is van kleine tekstuele variatie, maar tegelijk van een overweldigende inhoudelijke stabiliteit. Overal klinkt hetzelfde evangelie en wordt dezelfde Christus verkondigd.

Christenen over de hele wereld worden gered, groeien in genade en ontwikkelen gezonde leer, ondanks kleine verschillen in tekst en vertaling.

Samenvattend

De strijd over minieme tekstverschillen is onnodig en vaak schadelijk. God heeft Zijn Woord uitzonderlijk goed bewaard, niet door absolute uniformiteit, maar door betrouwbare veelheid.

Dat nodigt uit tot vertrouwen, nederigheid en dankbaarheid — en tot eerbiedig luisteren naar Gods Woord, in welke betrouwbare vertaling dan ook.

zie ook:

De claims van de “checklist vervalste Bijbels” van sv1637.org gecheckt – Bijbelse basis

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis

Waar komt de term “Textus Receptus” vandaan? – Bijbelse basis

Een betrouwbare Bijbel: tekstoverlevering – Bijbelse basis

Wat is ‘King James Onlyism’? – Bijbelse basis

Zijn moderne Bijbels vervalst? – Bijbelse basis

De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring

De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring

Waarom de verabsolutering van de Statenvertaling geen Schriftgetrouwheid is, maar een denkfout

Er bestaat een vorm van vroomheid die zich voordoet als trouw aan Gods Woord, maar die in werkelijkheid wordt gedreven door angst voor correctie. De “Statenvertaling-alleen”denkfout spreekt in hoofdletters over eerbied, en soms met grote woorden en grove beschuldigingen over “corrupte , valse Bijbels” maar sluit tegelijkertijd de ogen voor feiten. Het credo is eenvoudig en onwrikbaar:

De Statenvertaling is norm. Afwijking is gevaar. Onderzoek is verdacht.

Dit denken is niet onschuldig. Het is systematisch, polemisch en misleidend. En het steunt op één fundamentele verwarring die telkens opnieuw wordt verzwegen:

>>>het onderscheid tussen Schriftkritiek en tekstkritiek<<<

De fatale verwarring: Schriftkritiek ≠ tekstkritiek

Het debat rond de Statenvertaling wordt bewust vervuild door twee totaal verschillende zaken op één hoop te gooien.

Tekstkritiek vraagt:

Wat heeft de oorspronkelijke auteur geschreven?

Schriftkritiek vraagt:

Is wat de auteur geschreven heeft wel waar, betrouwbaar of gezaghebbend?

Dat verschil is niet subtiel. Het is principieel.

Tekstkritiek veronderstelt het gezag van de Schrift.  Deze zoekt niet naar afbraak, maar naar herstel. En corrigeert kopiisten, geen profeten. Maar probeert de tekst terug te brengen naar haar oorspronkelijke vorm.

Schriftkritiek daarentegen ondergraaft dat gezag. Hiermee stelt men de inhoud zelf ter discussie.

Wie deze twee gelijkstelt, bedrijft geen theologie, maar retorische manipulatie.

SV-alleen denken leeft van die verwarring

SV-alleen denken kan alleen bestaan zolang tekstkritiek wordt voorgesteld als Schriftkritiek. Daarom wordt elk beroep op oudere handschriften, elke voetnoot, elke tekstvariant onmiddellijk geframed als “aanval op de Bijbel”.

Dat is geen toeval. Dat is strategie.

Zodra men toegeeft dat tekstkritiek iets anders is dan Schriftkritiek, stort het hele SV-alleen bouwwerk in. Want dan blijkt ineens dat moderne tekstuitgaven niet de Schrift aantasten, maar doorgaans trachten haar zo zuiver mogelijk te achterhalen.

Daarom moet het onderscheid vaag blijven. Angst werkt beter dan argumenten.

De Textus Receptus: hulpmiddel, geen norm

De Textus Receptus is geen geïnspireerde tekst, maar een historische reconstructie, samengesteld met de beperkte middelen van de zeventiende eeuw. Dat was toen legitiem. Maar het was nooit bedoeld als eindstation.

Sindsdien zijn er veel oudere handschriften ontdekt. Die negeren is geen geloofsdaad, maar een keuze — een bewuste weigering om te luisteren naar beter en ouder bewijsmateriaal.

Wie zegt:

“Wij houden vast aan de Textus Receptus, ook als oudere handschriften iets anders laten zien”

zegt impliciet:

Het doet er niet toe wat de apostelen geschreven hebben, zolang onze vertrouwde tekst maar intact blijft. Dat is geen eerbied voor de Schrift. Dat is verplaatsing van gezag.

De ironie: SV-alleen denken bedrijft zelf Schriftkritiek

Hier wordt het pijnlijk.

Door vast te houden aan een specifieke editie — ongeacht betere gegevens — verschuift het gezag: niet langer de oorspronkelijke tekst is norm, maar een latere tekstvorm.

De vraag is dan niet meer:
Wat schreef Paulus? maar: Wat staat er in de Statenvertaling?

Dat is precies wat Schriftkritiek doet: het gezag losmaken van de oorspronkelijke openbaring en verankeren in iets anders.

SV-only denken beschuldigt anderen van Schriftkritiek, maar praktiseert haar zelf.

“Weglaten” als angstwoord

Het woord weglaten is het favoriete wapen in dit debat. Het suggereert roof, verminking, verlies. Maar in werkelijkheid gaat het meestal om het herkennen en verwijderen van latere toevoegingen.

Meer woorden betekent niet meer waarheid.
Meer vroom klinkende zinnen betekent niet meer inspiratie.Tekstkritiek vraagt niet:Wat klinkt het mooist? maar: Wat verklaart het ontstaan van de andere varianten? Wie dat weigert te vragen, heeft de waarheid ingeruild voor ‘wat men gewend is’

Een geloof dat voetnoten vreest, is geen sterk geloof

SV-alleen denken doet alsof Gods Woord alleen kan overleven binnen één Nederlandse vertaling uit 1637. Alsof Gods voorzienigheid ophield bij de Statenvertalers.

Dat is geen hoge Schriftopvatting. Dat is Gods woord benauwd inpassen.

Een geloof dat bang is voor handschriften,bang is voor wetenschap, bang ook voor correctie, is geen geloof dat rust in de waarheid, maar een geloof dat zichzelf, koste wat-kost, moet beschermen.

Noem het bij de naam

Tekstkritiek is geen vijand van de Schrift.
Tekstkritiek is een dienaar.

Schriftkritiek is geen synoniem van tekstkritiek.
Dat gelijkstellen is intellectueel oneerlijk.

SV-alleen denken is geen onschuldige voorkeur, maar een systeem dat leeft van verwarring, angst en verabsolutisering van traditie.

Wie werkelijk buigt voor Gods Woord, buigt niet voor één vertaling,niet voor één editie, niet voor één tijdperk

De vraag moet zijn, zonder angst en zonder in een verdedigingsreflex te schieten:

Wat staat er werkelijk geschreven?

Alles minder is geen trouw, maar verhard en blind traditionalisme. Om niet te zeggen overspannen complotdenken.

zie ook:

De claims van de “checklist vervalste Bijbels” van sv1637.org gecheckt – Bijbelse basis

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis

Waar komt de term “Textus Receptus” vandaan? – Bijbelse basis

Een betrouwbare Bijbel: tekstoverlevering – Bijbelse basis

Wat is ‘King James Onlyism’? – Bijbelse basis

Zijn moderne Bijbels vervalst? – Bijbelse basis

Is de King James Version echt de meest betrouwbare Bijbelvertaling?

Is de King James Version echt de meest betrouwbare Bijbelvertaling?

Binnen sommige christelijke kringen leeft sterk de overtuiging dat de King James Version (KJV) (en in het Nederlandse taalgebied Iets vergelijkbaars met de Statenvertaling) de enige goede of meest zuivere Bijbelvertaling zou zijn. Moderne vertalingen zouden al dan niet opzettelijk fouten bevatten, doctrines verzwakken of zelfs het Woord van God aantasten.

Klopt dat beeld wel?

In dit artikel kijken we historisch, tekstueel en leerstellig naar deze claim.

Het gezag van de Schrift staat in nieuwere vertalingen niet ter discussie

Christenen geloven dat de Bijbel door God is geïnspireerd (2 Timotheüs 3:16). Dat gezag rust niet op één specifieke Engelse vertaling, maar op God zelf.

Al vóór Christus werd het Oude Testament vertaald in het Grieks (de Septuagint), en juist díe vertaling wordt in het Nieuwe Testament regelmatig geciteerd. Dit laat zien dat Gods Woord ook in vertaling gezaghebbend is.

Gods Woord is niet gebonden aan één taal of één editie.

De King James Version is niet onveranderlijk. Wat vaak wordt vergeten:
De KJV die vandaag wordt gelezen is niet identiek aan de editie van 1611, ze is meerdere keren herzien, vooral in 1769. De oorspronkelijke vertalers moedigden aan om andere vertalingen te raadplegen wanneer iets onduidelijk was. De KJV-vertalers beschouwden hun werk dus nadrukkelijk niet als foutloos of exclusief.

Beperkingen van de Textus Receptus

De KJV is gebaseerd op de zogeheten Textus Receptus, een Griekse tekst die vooral teruggaat op het werk van Erasmus (16e eeuw).
Hij beschikte over:
slechts enkele manuscripten, die bovendien relatief jong waren. Sindsdien zijn veel oudere en betrouwbaardere manuscripten ontdekt, waaronder Codex Sinaiticus en Codex Vaticanus (4e eeuw). Moderne vertalingen maken gebruik van dit bredere en oudere bewijsmateriaal.
Belangrijk om te weten: Textus Receptus is een latere marketingterm, geen goddelijk kwaliteitsstempel.

Concrete problemen in de KJV

Verouderde en onduidelijke taal. De KJV gebruikt woorden die vandaag een andere betekenis hebben of niet meer worden begrepen:

conversation = levenswandel
let = verhinderen
prevent = voorafgaan

Dit maakt de KJV in voorkomende gevallen moeilijk leesbaar, vooral voor jongeren en nieuwe lezers.

Verwarrende naamvormen

In de KJV veranderen namen zonder uitleg:

Elia → Elias
Jesaja → Esaias
Jona → Jonas
Boaz → Booz

Moderne vertalingen houden namen meestal consequent gelijk, wat het lezen, doorzoeken en vergelijken sterk vereenvoudigt.

Zwakkere formuleringen op leerstellig belangrijke punten

De KJV is  op sommige plaatsen minder duidelijk over:

de godheid van Christus (o.a. Johannes 1:18, Titus 2:13)
de persoonlijkheid van de Heilige Geest (Romeinen 8:26 – “itself”)

Moderne vertalingen zoals de New International Version maken deze punten duidelijker, zonder iets toe te voegen aan de tekst.

KJV-only argumenten getoetst aan de geschiedenis

Soms wordt beweerd dat moderne vertalingen geestelijke achteruitgang veroorzaken. De geschiedenis laat iets anders zien:

Theologische dwalingen en liberalisme ontstonden ook toen de KJV nog dominant was. Geen enkele Bijbelvertaling garandeert geestelijke groei. Zelfs de gemeente van Korinthe kampte met ernstige problemen, hoewel zij de Griekse tekst hadden. Laten we ons realiseren dat geestelijke groei komt door gehoorzaamheid, niet door één specifieke vertaling
(Jakobus 1:22).

Over tekstkritiek

Tekstkritiek is zeker niet hetzelfde als Schriftktitiek, en geen aanval op de Bijbel, maar een wetenschappelijke methode om zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst te komen.

Kenmerken: vergelijking van manuscripten, behoud van varianten in voetnoten en geen aantasting van kernleer. Belangrijk: geen enkele christelijke doctrine staat op het spel door tekstvarianten.

Welke vertaling dan?

klinkt wellicht wat gechargeerd ,maar de vertaling die je gebruikt is waarschijnlijk de beste. want wat heb je aan een Bijbel die je niet gebruikt? Al zijn er natuurlijk boeken die de naam vertaling niet waardig zijn zoals de ‘Bijbel’ van de Jehovah’s getuigen die heet de ‘Nïeuwe Wereldvertaling’  Of in het Engels taalgebied the Message, of the Passion ’translation’ bijvoorbeeld.

Samengevat

De King James Version is een indrukwekkend historisch document, maar niet de norm waaraan alle andere vertalingen moeten worden onderworpen. Wie werkelijk eerbied heeft voor Gods Woord:, leest de Bijbel veel, vergelijkt meerdere vertalingen. En laat zich leiden door waarheid, niet door traditie.

Dit allemaal los gezien van alle persoonlijke voorkeur. De mijne ligt om tal van secundaire redenen bij de Statenvertaling, Ik kan echter niet met geldige, zuivere argumenten hard maken dat die vertaling superieur zou zijn aan alle nieuwere vertalingen. Ik besef me heel goed dat de inzichten hierover behoorlijk uiteenlopen. Ook weet ik dat ik hiermee bepaald niet iedereen tevreden of gerust ga stellen. Ik hoor graag, maar dan liever niet op basis van geleende of gevoelsargumenten , maar op basis van de Schrift zelf, waar ik het fout zou zien .

“Heilig hen door de waarheid; uw woord is de waarheid.”
— Johannes 17:17

Vervalste Bijbels… zijn ‘moderne’ Bijbels vervalst?

Vervalste Bijbels… zijn ‘moderne’ Bijbels vervalst?

De checklist “Vervalste Bijbels” van SV1637.org beweert dat moderne Bijbelvertalingen onbetrouwbaar, aangetast of zelfs vervalst zijn. Volgens deze checklist zou alleen de Statenvertaling een zuivere en door God bewaarde Bijbel zijn. Daarmee wordt impliciet gesteld dat het overgrote deel van de christelijke wereld al decennialang een corrupte Bijbel zou lezen.

Zware beschuldiging

Dat is een buitengewoon zware beschudiging. Wie zulke claims doet, moet met uitzonderlijk sterk bewijs komen. In wat volgt wordt de checklist rechtstreeks geconfronteerd met haar eigen beweringen en worden deze kritisch beoordeeld op basis van tekstkritiek, manuscriptgeschiedenis en logica.

De checklist stelt dat moderne Bijbels Gods Woord weglaten. Zij presenteert lange lijsten van woorden, zinnen en verzen die in sommige moderne vertalingen ontbreken, tussen haken staan of in voetnoten zijn geplaatst. Dit wordt aangeduid als “weglating” en zelfs als vervalsing.

Deze voorstelling van zaken is misleidend. Moderne vertalingen laten geen oorspronkelijke Bijbeltekst weg, maar weigeren om latere toevoegingen als oorspronkelijk te presenteren. Veel van de genoemde passages ontbreken in de oudste Griekse handschriften en duiken pas eeuwen later op in de tekstgeschiedenis. Dat zij in de Statenvertaling staan, bewijst alleen dat zij voorkwamen in de teksttraditie die men in de zeventiende eeuw kende. Het bewijst niet dat zij door de bijbelschrijvers zijn geschreven.

Onjuist

Het is daarom onjuist om deze correcties als “weglating van Gods Woord” te bestempelen. Integendeel, het respecteren van de oudste beschikbare tekst is juist een poging om Gods Woord zo getrouw mogelijk weer te geven.

De checklist beweert verder dat moderne vertalers de leer veranderen. Deze beschuldiging wordt echter nergens concreet onderbouwd. Er wordt geen enkele christelijke kernleer aangewezen die door tekstkritiek zou zijn verdwenen of aangetast. De godheid van Christus en de verzoening door Zijn bloed en de opstanding worden in de Bijbel door talloze teksten gedragen die tekstkritisch onbetwist zijn. De suggestie dat leerstellige manipulatie plaatsvindt, is daarom retoriek zonder inhoud. De leer blijft overeind; alleen het wantrouwen wordt gevoed.

Aanval

Een andere centrale bewering is dat tekstkritiek een aanval op de Bijbel zou zijn. Dit is een fundamenteel misverstand. Tekstkritiek is geen moderne, liberale uitvinding, maar een noodzakelijke discipline die al eeuwenlang wordt toegepast. Zonder tekstkritiek zou niemand kunnen vaststellen welke tekst betrouwbaar is.

Ook de Statenvertalers pasten tekstkritiek toe. Zij vergeleken handschriften, maakten keuzes en corrigeerden elkaar. Het verschil is niet principieel, maar historisch. Zij beschikten over minder en jongere bronnen dan vandaag beschikbaar zijn. Wie tekstkritiek veroordeelt, ondermijnt daarmee ook de historische basis van de Statenvertaling zelf.

De checklist stelt daarnaast dat oudere manuscripten onbetrouwbaar zouden zijn. Dit keert elke historische methode om. Oudere bronnen zijn niet automatisch beter, maar wel principieel waardevoller dan jongere kopieën die door meer overschrijffasen zijn gegaan. Afwijking van een latere tekst bewijst geen vervalsing, maar wijst op een tekstgeschiedenis met groei en verandering.

Claim

Een bijzonder problematische claim is dat alleen de Statenvertaling exclusief door God bewaard zou zijn. Dit is geen bijbelse leer, maar een traditie-dogma. De Statenvertalers zelf hebben deze claim nooit gemaakt. Zij spraken bescheiden over hun arbeid en erkenden dat hun werk verbeterd kon worden wanneer betere bronnen beschikbaar zouden komen.

De Statenvertaling is gebaseerd op de Textus Receptus, een tekstuitgave die is samengesteld uit een beperkt aantal relatief late handschriften. Dat maakt haar historisch verklaarbaar en waardevol, maar niet onaantastbaar. Wie één vertaling verheft tot norm boven alle andere, vervangt Schriftgezag door vertaalgezag.

Onder de oppervlakte van de checklist ligt bovendien een patroon van verdachtmaking. Er wordt gesuggereerd dat moderne bijbels deel uitmaken van een bredere geestelijke misleiding. Soms wordt dit verbonden met oecumene, soms met Rome, soms met wereldwijde religieuze agenda’s. Er wordt echter geen mechanisme uitgelegd, geen historisch proces aangetoond en geen bewijs geleverd. Er is alleen insinuatie. Dat is geen argumentatie, maar complotdenken in vrome verpakking.

Verzwijgen

Wat de checklist structureel verzwijgt, is minstens zo veelzeggend als wat zij noemt. Zij zwijgt over de grote mate van overeenstemming tussen handschriften. Zij zwijgt over het feit dat de meeste tekstvarianten triviaal zijn. Zij zwijgt over de openheid waarmee moderne vertalingen tekstkeuzes verantwoorden in voetnoten en inleidingen. En zij zwijgt over het feit dat geen enkele kernleer van het christelijk geloof afhankelijk is van een betwiste tekstvariant.

Verwarring

De conclusie kan daarom niet anders zijn dan deze. De checklist “Vervalste Bijbels” verdedigt niet de Bijbel, maar een ideologisch standpunt. Zij verwart eerbied met angst, trouw met exclusiviteit en geloof met wantrouwen. Moderne bijbels zijn niet vervalst. Zij zijn het resultaat van eerlijke, controleerbare en historisch verantwoorde omgang met de bijbelse tekst.

De Statenvertaling is een monument van groot belang en verdient respect. Maar zij kan niet dienen als maatstaf waarmee alle andere bijbels als verdacht of vals worden weggezet. Wie werkelijk eerbied heeft voor Gods Woord, heeft geen angstzaaierij, geen verdachtmakingen en geen complottheorieën nodig om haar gezag te beschermen.

De noodzaak van een betrouwbare en begrijpelijke Bijbel

Bijbelvertalingen moeten aan twee essentiële eisen voldoen: betrouwbaarheid en
begrijpelijkheid. De tekst moet trouw blijven aan de oorspronkelijke brontalen
(Hebreeuws, Grieks en Aramees) en tegelijkertijd begrijpelijk zijn voor hedendaagse
lezers. Dit blijft een uitdaging, omdat taal in ontwikkeling is.

Taalontwikkeling

Een belangrijke reden waarom de Bijbel steeds opnieuw vertaald moet worden, is de
evolutie van taal. Een sterk voorbeeld is dat van Abraham Kuyper, die klassiek Grieks sprak
en dacht daarmee een toespraak te kunnen houden in Athene. Maar de aanwezige
Grieken begrepen hem niet, omdat de kloof tussen klassiek Grieks en modern Grieks te
groot is. Ditzelfde principe geldt voor oude Bijbelvertalingen: na verloop van tijd raken ze
verouderd en minder begrijpelijk.
De Bijbel moet in de eigen taal toegankelijk zijn, zodat gelovigen de woorden van God
direct kunnen begrijpen. De Reformatie speelde hierin een cruciale rol. De Katholieke
Kerk hield eeuwenlang vast aan de Latijnse Vulgaat, waardoor veel mensen de Bijbel
niet konden lezen. Reformatoren pleitten voor vertalingen in de volkstaal, zodat
iedereen zelf de Schrift kon bestuderen.

Grieks

Al in de derde eeuw voor Christus werd het Oude Testament in het Grieks vertaald,
bekend als de Septuaginta. Dit gebeurde omdat veel Joden in Alexandrië geen
Hebreeuws meer spraken. Grieks was in die tijd de wereldtaal, net zoals Engels dat nu
is.

De Statenvertaling en eerdere vertalingen

Voor de Reformatie bestonden er al Bijbelvertalingen, zoals de Delftse Bijbel (15e
eeuw). Deze was echter niet vertaald uit de oorspronkelijke talen, maar uit het Latijn. De
reformatoren benadrukten dat vertalingen direct uit de brontalen moesten komen.
Maarten Luther vertaalde de Bijbel in het Duits, en later ontstond de Statenvertaling in
Nederland.
De Statenvertaling was internationaal gezien een late vertaling. Tijdens de Synode van
Dordrecht (1618-1619) werd besloten dat Nederland ook een Bijbelvertaling nodig had
die direct uit de toen beschikbare bronteksten kwam. De Statenvertaling verscheen
uiteindelijk in 1637 en werd dé standaardvertaling voor reformatorische kerken.
Om de vertaling zo betrouwbaar mogelijk te maken, moesten de vertalers:
De oorspronkelijke talen zo nauwkeurig mogelijk vertalen.
Vergelijkingen maken met andere Europese vertalingen (zoals de Franse, Duitse en
Engelse King James Version).
Zoveel mogelijk de stijl en woordvolgorde van de oorspronkelijke tekst behouden.

Problemen bij vertalen: woordbetekenissen en interpretatie

Bij het vertalen gaan er altijd nuances verloren. Sommige woorden hebben meerdere betekenissen.
Het Hebreeuwse woord “eretz” betekent bijvoorbeeld zowel “land” als
“aarde”, afhankelijk van de context. Hierdoor kunnen vertalers soms verschillende
keuzes maken.
Sommige teksten kunnen op meerdere manieren worden gelezen. Bijvoorbeeld:
“De Here deed dagelijks toe tot de gemeente, die zalig worden.”
“De Here deed dagelijks die zalig werden, toe tot de gemeente.”
De plaatsing van de komma verandert hier de betekenis van de zin. Dit laat zien dat
vertalen meer is dan alleen woord voor woord omzetten; interpretatie speelt ook een
rol.

Taalverandering en de noodzaak van modernisering

Sinds de 17e eeuw is de Statenvertaling meerdere keren aangepast om de taal
begrijpelijk te houden. In de 19e eeuw werd bijvoorbeeld “wijf” vervangen door “vrouw”,
omdat “wijf” een scheldwoord werd. Andere woorden die inmiddels verouderd zijn:
“Maagschap” → “familie”
“Betrachten” → “vertellen”
“Vreze des Heren” → “eerbied voor de Heer”
Nederlandse taalverandering gaat sneller dan in Vlaanderen. In België worden woorden
als “wenend” en “bekommerd” nog gebruikt, terwijl ze in Nederland verouderd zijn.
Sommige mensen hebben moeite met aanpassingen in de Bijbeltekst, omdat ze
gewend zijn aan de oude formuleringen. Een oudere generatie zal “Ga uit uw
maagschap” natuurlijker vinden dan “Verlaat uw familiekring”. Maar als te veel woorden
onbegrijpelijk worden, verliest de Bijbel zijn doel.

Het belang van begrijpelijke taal

Een Bijbelvertaling moet niet alleen correct, maar ook leesbaar zijn. Sommige mensen
denken dat de Bijbel moeilijk moet zijn, omdat de boodschap geestelijk is. Maar begrip
van de woorden is iets anders dan het begrijpen van de boodschap. Iemand kan de
Bijbel in het Hebreeuws lezen en toch de kern van het geloof missen.
Erasmus was een briljante taalkundige, maar Luther verweet hem dat hij de diepste
betekenis van de Bijbel niet begreep. Het intellectueel begrijpen van een tekst is dus
niet genoeg; de Bijbel moet het hart raken. Maar dit betekent niet dat de tekst
onbegrijpelijk mag zijn.
Om de Bijbel voor iedereen toegankelijk te houden, moeten vertalingen regelmatig
worden herzien. Een te oude vertaling kan ervoor zorgen dat mensen afhaken omdat ze
de taal niet meer begrijpen. Dit is vergelijkbaar met het verschil tussen oud Engels en
modern Engels – de tekst kan te ver afstaan van het hedendaagse taalgebruik.

Evenwicht tussen trouw en toegankelijkheid

Bijbelvertalingen moeten balanceren tussen trouw aan de brontekst en begrijpelijkheid
voor de lezer. De Statenvertaling is een meesterwerk, maar de taal van de 17e eeuw is
niet meer voor iedereen toegankelijk. Vernieuwingen in de vertaling zijn nodig om de
Bijbel voor nieuwe generaties leesbaar te houden, zonder de kernboodschap te
veranderen.
Elke aanpassing zal weerstand oproepen, maar taal verandert nu eenmaal. Het doel
blijft dat iedereen de woorden van God kan begrijpen en ervaren, in een taal die aansluit
bij het dagelijks leven.

KJV parallel Bible

Among the 5,000+ Greek manuscripts of the New Testament that we still have, there are differences. But unless you read Greek, you cannot know for yourself what these differences are. You have to take someone else’s word for it.

Until now. Using the KJV Parallel Bible, English speakers can see for themselves the differences between the two major textual traditions. This site compares:

  • Scrivener’s Textus Receptus, the Greek text underlying the KJV, and…
  • The Critical Text, the Greek text underlying most modern Bible translations.

Finally, English readers can see for themselves what all the fuss is about in the debate over the KJV and the Greek New Testament. (Link)

 

Wat is ‘King James Onlyism’?

‘King James Onlyism’ onder de loep

‘King James Onlyism’ (KJO) is de overtuiging dat de King James Version (KJV) de enige geldige en gezaghebbende Engelse vertaling van de Bijbel is. De mate waarin aanhangers deze overtuiging aanhangen varieert. Over het algemeen geloven zij dat alle andere vertalingen inferieur, corrupt of zelfs gevaarlijk zijn. Sommige extreme vormen van KJO beschouwen de KJV als volledig geïnspireerd en onfeilbaar. En dan zelfs in de Engelse vertaling, en niet alleen in de originele Hebreeuwse en Griekse teksten.

Verschillende categorieën

KJO-aanhangers kunnen grofweg worden ingedeeld in verschillende categorieën:

  1. Textus Receptus-georiënteerd – Sommigen geloven dat de KJV de beste vertaling is omdat deze gebaseerd is op de Textus Receptus (TR) voor het Nieuwe Testament en de Masoretische tekst voor het Oude Testament.
  2. Engelse superioriteit – Anderen gaan verder en geloven dat de KJV zelf geïnspireerd is en superieur is aan de oorspronkelijke talen.
  3. Radicale KJO – De meest extreme groep beweert dat de KJV de enige echte Bijbel is, en dat andere vertalingen satanisch zijn of ketterij bevorderen.

Kritiek op ‘King James Onlyism’

Critici van King James Onlyism voeren verschillende argumenten aan tegen deze overtuiging:

  1. Tekstkritische kwesties
    • De KJV is gebaseerd op de Textus Receptus, een tekst uit de 16e eeuw die slechts op een beperkt aantal late manuscripten berust.
    • Nieuwere vertalingen, zoals de NIV, ESV en NASB, gebruiken oudere manuscripten. Deze zijn volgens veel tekstcritici betrouwbaarder  (bijvoorbeeld de Codex Sinaiticus en de Codex Vaticanus).
    • KJO-aanhangers verwerpen doorgaans deze oudere manuscripten en beschouwen ze als corrupt.
  2. Taalveranderingen en verstaanbaarheid
    • De KJV gebruikt 17e-eeuws Engels, wat voor moderne lezers moeilijk te begrijpen is.
    • Veel woorden zijn in betekenis veranderd of archaïsch geworden. Misverstanden liggen op de loer.
    • Critici stellen dat een begrijpelijke Bijbelvertaling essentieel is voor effectieve studie en evangelisatie.
  3. Vertaalfouten en invloed van de Septuaginta
    • De KJV bevat vertaalfouten, zoals in Handelingen 12:4, waar “Pascha” verkeerd wordt vertaald als “Easter” in plaats van “Passover”.
    • Sommige teksten in de KJV lijken meer op de Latijnse Vulgaat of de Septuaginta dan op de oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse teksten.
  4. Sektarische neigingen en dogmatiek
    • Sommige extreme KJO-aanhangers behandelen de KJV als een bijna goddelijke tekst. Dat leidt tot een vorm van bijbelverering (bibliolatrie).
    • Dit kan leiden tot verdeeldheid binnen christelijke gemeenschappen. Mensen die andere vertalingen gebruiken worden dan als ketters worden beschouwd.
  5. Het paradoxale gebruik van de KJV
    • Ironisch genoeg gebruikte de KJV zelf verschillende bronnen voor haar vertaling, en de vertalers geloofden niet dat de KJV onfeilbaar zou zijn.
    • De KJV werd in haar tijd bekritiseerd en niet direct breed geaccepteerd.

King James Onlyism is een veelbesproken onderwerp in christelijke kringen. Hoewel velen de literaire schoonheid en historische impact van de KJV erkennen, wijzen critici op de gevaren van het verheffen van één specifieke vertaling tot een absolute standaard.

Belangrijk tegenargument

Het belangrijkste argument tegen KJO is dat de Bijbel oorspronkelijk in Hebreeuws, Aramees en Grieks werd geschreven.  Goede vertalingen in moderne talen zijn noodzakelijk om Gods Woord toegankelijk te houden.

In Nederland: ‘Statenvertaling-alléén’

Ook in Nederland bestaat een beweging met een vergelijkbare overtuiging als ‘King James Onlyism’. Deze is dan gericht op de Statenvertaling (SV). Dit wordt ook wel ‘Statenvertaling-alléén’ genoemd. Aanhangers van deze overtuiging beschouwen de Statenvertaling als de enige betrouwbare en gezaghebbende Nederlandse Bijbelvertaling. Men verwerpt andere Nederlandse vertalingen als onbetrouwbaar of zelfs schadelijk.

Kernpunten van ‘Statenvertaling-alléén’

  1. Geïnspireerde bronteksten
    • Net als bij KJO is een belangrijk argument dat de Statenvertaling gebaseerd is op de Textus Receptus (TR) voor het Nieuwe Testament en de Masoretische Tekst voor het Oude Testament.
    • Aanhangers zien deze teksttradities als de ware en ongeschonden vorm van Gods Woord en verwerpen tekstkritiek.
  2. Vertrouwen in de vertalers van de SV
    • De vertalers van de Statenvertaling (1618-1637) waren vrome, goed opgeleide mannen die de opdracht hadden om een zo letterlijk en getrouw mogelijke vertaling te maken.
    • Men ziet deze vertaling als een bijzondere zegen van God voor Nederlandstalige christenen.
  3. Afwijzing van moderne vertalingen
    • NBG 1951, HSV, NBV en andere vertalingen worden vaak afgewezen omdat zij gebruikmaken van oudere manuscripten die afwijken van de Textus Receptus.
    • Veel Statenvertaling-Only aanhangers geloven dat deze moderne vertalingen “verwaterd” of beïnvloed zijn door liberalisme of vrijzinnige theologie.
    • De Herziene Statenvertaling (HSV) wordt door sommigen als verdacht gezien. De gedachte is, dat men de taal heeft aangepast en deze op bepaalde punten (zoals in Openbaring) afwijkt van de oorspronkelijke SV.
  4. Taal als heilig principe
    • Hoewel het oud-Nederlands van de Statenvertaling voor velen moeilijk te begrijpen is, zien sommigen dat juist als een voordeel.
    • Zij geloven dat het taalgebruik bijdraagt aan eerbied en heiligheid.
    • Critici wijzen erop dat dit de toegankelijkheid van de Bijbel vermindert. Het gebruik van “verklarende woordenlijsten” binnen deze kringen wordt gezien als een indirecte erkenning van het taalprobleem.
  5. Verbondenheid met de gereformeerde traditie
    • Statenvertaling-alléén komt vooral voor in bevindelijk gereformeerde kringen, zoals de Gereformeerde Gemeenten, Oud Gereformeerde Gemeenten en sommige Hersteld Hervormde Gemeenten, maar ook binnen orthodoxe buitenkerkelijke kringen.
    • In deze kringen is de Statenvertaling de enige Bijbel die gebruikt wordt.

Kritiek op Statenvertaling-alléén

Dezelfde argumenten als bij King James Onlyism worden ook hier gebruikt:

  • Tekstkritiek: De Statenvertaling baseert zich op de Textus Receptus. Oudere manuscripten zoals de Codex Sinaiticus en Codex Vaticanus worden als betrouwbaarder beschouwd.
  • Verouderde taal: Veel woorden zijn inmiddels archaïsch of van betekenis veranderd.
  • Geen absolute status: De Statenvertalers zagen hun werk niet als onfeilbaar.
  • De HSV als compromis: Sommigen accepteren de HSV, anderen verwerpen deze als een gevaarlijke aanpassing.

De vraag is dan: Is Gods Woord alleen in een specifieke vertaling bewaard gebleven, of kunnen nieuwe vertalingen ook gezaghebbend zijn?

 

Verkeerd gebruikte en/of begrepen teksten

Het zal mijn bezoekers niet ontgaan zijn dat mijn recente berichten allemaal een link hebben met de leer van Johannes Calvijn en wat daaruit is ontsproten, zoals de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels, die vooral in de rechterflank van de Gereformeerde en Hervormde kerken nog altijd allesbepalend zijn voor de leer en schriftuitleg. In het kader daarvan mocht ik van de website van mijn vrouw https://debijbeloverdenken.nl/ het onderstaande overnemen. Het is een deel van de serie over de Romeinenbrief, die zij daar in zijn geheel bespreekt.

Inleiding op de hoofdstukken 9, 10 en 11

Inleiding

De hoofdstukken 9 tot en met 11 vormen een nieuwe eenheid in de Romeinenbrief. Het zijn de minst begrepen hoofdstukken van de brief. Het is een moeilijk gedeelte, maar als we de woorden van Paulus aandachtig lezen, wordt zijn bedoeling duidelijk. Daarbij is de context van de hele brief belangrijk. Als we deze hoofdstukken verkeerd verstaan, kan dat grote gevolgen hebben voor ons beeld van God. Daarom wil ik in deze inleiding het grote plaatje bekijken. Wat is het onderwerp van dit gedeelte? Hoe sluiten deze hoofdstukken aan op de eerdere hoofdstukken? Kortom: hoe moeten we dit gedeelte begrijpen in het geheel van de Romeinenbrief?

Hoofdstuk 8 sloot Paulus af met de jubelende woorden dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere. Na dit hoogtepunt verandert Paulus van onderwerp en van toon. Drie hoofdstukken lang spreekt hij over zijn volksgenoten, zijn broeders naar het vlees. Hij is diepbedroefd nu de meeste Joden de Messias hebben afgewezen. Hun afwijzing roept ook een brandende vraag op. Blijven de beloften van God aan Israël onvervuld nu blijkt dat de redding vooral naar de heidenen gaat?

 

Opbouw van deze studie

  • Eerst zullen we kijken waarom deze hoofdstukken verkeerd begrepen worden en de gevolgen daarvan;
  • dan laat ik zien hoe we ze kunnen lezen in de context van de hele Romeinenbrief;
  • ik geef een korte terugblik op de hoofdstukken 1 tot en met 8;
  • en daarna een vooruitblik naar de hoofdstukken 9, 10 en 11.

Waarom zo vaak verkeerd begrepen?

Ons leesgedrag

Het misverstaan van deze hoofdstukken is het gevolg van de manier waarop wij meestal de Bijbel lezen. Als we lezen pakken we één hoofdstuk of twee. Dan leggen we de Bijbel weer weg en lezen de volgende dag het volgende hoofdstuk. Wij zijn niet gewend om een Bijbelboek in een ruk door te lezen. Ook een preek is meestal gebaseerd op een tekst of een kort tekstgedeelte. Maar daarmee doen we de Schrift en de bijbelschrijvers tekort. De brief aan de Romeinen is zorgvuldig opgebouwd en alle hoofdstukken hangen met elkaar samen. Het is niet de bedoeling om er zomaar een aantal verzen uit te nemen en die los van de context te verklaren. De hoofdstukken 9, 10 en 11 horen bij het complete verhaal dat Paulus vertelt in deze brief.

Calvinistische leer van de uitverkiezing

Het lezen van deze hoofdstukken zonder de context van de brief, heeft geleid tot de leer van de uitverkiezing. We lezen in Romeinen 9:18 bijvoorbeeld dat God Zich ontfermt over wie Hij wil en verhardt wie Hij wil. En in 9:22 dat er voorwerpen van toorn zijn die Hij voor het verderf heeft gereedgemaakt. Als we nu geen rekening houden met de context en de vragen die Paulus in dit hoofdstuk beantwoordt dan trekken we verkeerde conclusies. Dat gebeurt in de Dordtse Leerregels. Die zijn in 1619 opgesteld en worden nu nog steeds door veel Nederlandse kerken gebruikt.

Dordtse Leerregels

Losse teksten uit Romeinen 9 spelen een belangrijke rol in de Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 1 van deze Leerregels heeft als titel: Van de goddelijke verkiezing en verwerping. Het leert dat God vóór de grondlegging van de wereld sommigen heeft uitverkoren om gered te worden en anderen heeft verworpen. Ik citeer uit Hoofdstuk 1, paragraaf 15:

Sommige mensen zijn niet uitverkoren. Dat wil zeggen: God ging in Zijn eeuwige verkiezing aan hen voorbij. ( bewijstekst: Romeinen 9:22) Dat betreft die mensen van wie God in Zijn volkomen vrij, rechtvaardig, onberispelijk en onveranderlijk welbehagen besloten heeft om hen in de gemeenschappelijke ellende te laten waarin zij zich door eigen schuld hebben gestort.
God besloot om hun het zaligmakend geloof en de genade van de bekering niet te schenken, maar hen op hun zelfgekozen wegen en onder Zijn rechtvaardig oordeel te laten.

Dit standpunt is om meerdere redenen onhoudbaar. Juist in de Romeinenbrief heeft Paulus zo duidelijk uitgelegd dat de zaligheid is voor “ieder die gelooft” (Rom.1:16 en 17). In Romeinen 10:13 zegt hij: Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. Hij zegt niet: Want ieder die God van tevoren heeft uitverkoren zal zalig worden.

Aandachtig lezen van hoofdstuk 9 laat zien dat Paulus hier helemaal niet spreekt over de redding of verwerping van individuele personen. Laten we naar de context kijken.

Context van de brief

De climax van hoofdstuk 8 was de heerlijkheid die voor de gelovigen klaarligt. Dat betekent dat we mede erfgenamen met Christus zullen zijn en met Hem verheerlijkt worden. Paulus had in Romeinen 8:15 gezegd:

Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van zoonstelling [vertaald met aanneming tot kinderen] ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

Zie ook Romeinen 8:23. Die belofte van aanstelling tot zonen en de heerlijkheid die daarbij hoort, waren in het Oude Testament aan Israël beloofd. Vandaar dat Paulus nu bedroefd is. Hoe kan het dat deze beloften over heerlijkheid en zoonstelling vooral bij de gelovigen uit de heidenen terecht is gekomen? Hij opent hoofdstuk 9 daarom met deze woorden:

1 Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet en mijn geweten getuigt mee door de Heilige Geest,
2 dat het een grote bron van droefheid voor mij is, en een voortdurende smart voor mijn hart.
3 Want ik zou zelf wel wensen vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn verwanten wat het vlees betreft.
4 Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de zoonstelling [aanneming tot kinderen] en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften.
5 Tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!

Niet de Israëlieten, het volk waar Paulus deel van uit maakt, zijn de ontvangers geworden van deze beloften maar de gemeente, gelovigen uit de Joden en heidenen. In de komende hoofdstukken gaat Paulus uitleggen waarom dit gebeurd is. En ook dat het niet strijdig is met Gods Woord en Gods beloften. Gods Woord is hiermee niet vervallen.

De nadruk in deze hoofdstukken ligt niet op de redding van individuele personen, maar op het plan van God met Israël en de gemeente. Hoe werkt God zijn plan uit en hoe worden de beloften van God doorgegeven.

Als we de voorgaande hoofdstukken aandachtig hebben gelezen dan zagen we in bijna alle hoofdstukken het onderwerp Jood en heiden naar voren komen (1:162:9-293:1-33:93:29-304:97:1). Zelfs de vraag of God wel trouw is aan Zijn beloften heeft Paulus eerder gesteld in Romeinen 3:3

3 Want wat is het geval? Als sommigen ontrouw zijn geweest, zal hun ontrouw de trouw van God toch niet tenietdoen?
4 Volstrekt niet!

Hier een korte terugblik op de voorgaande hoofdstukken:

Hoofdstuk 1 tot en met 8

  • In hoofdstuk 1:18-32 besprak Paulus de zondigheid van de mensen en de toorn van God.
  • In hoofdstuk 2 heeft hij laten zien dat die toorn over alle mensen komt. Of we nu Jood of heiden zijn, mét of zonder de wet leven, wél of niet besneden zijn.
  • In hoofdstuk 3 kwam hij tot de conclusie dat de gerechtigheid van God, buiten de wet om, is geopenbaard en door Jezus Christus aan de gelovige wordt toegerekend.
  • In hoofdstuk 4 liet hij zien hoe deze rechtvaardiging door geloof al in het Oude Testament is gedemonstreerd in het leven van Abraham.
  • Vanaf hoofdstuk 5 heeft Paulus uitgelegd wat de rechtvaardiging betekent in het praktische leven van de gelovige.
  • In hoofdstuk 6 heeft hij duidelijk gemaakt dat wij mét Christus gestorven zijn en daarom niet langer hoeven te leven onder de macht van de zonde.
  • In hoofdstuk 7 sprak Paulus over de wet. Hoewel die heilig en rechtvaardig en goed is, had de wet ons alleen maar meer in de problemen gebracht.
  • Hoofdstuk 8 gaat over het leven door de Geest en de heerlijkheid die in de toekomst geopenbaard zal worden. De hele schepping ziet hier naar uit.

Hoofdstukken 9 tot en met 11

Dan komen we, na het hoogtepunt van hoofdstuk 8 bij het gedeelte waar een moeilijke vraag beantwoord moet worden. Hoe zit het met de beloften van God aan Israël? Paulus neemt uitgebreid de tijd om deze vraag te bespreken. Hij doet er drie hoofdstukken over en we moeten geen conclusies trekken voordat we het hele gedeelte hebben gelezen. Ik zal de hoofdstukken op mijn blog vers voor vers behandelen. Hier geef ik een voorlopige samenvatting per hoofdstuk.

Hoofdstuk 9

In de beginverzen van dit hoofdstuk zegt Paulus hoe bedroefd hij is omdat zijn volksgenoten het heil niet hebben aangenomen. Terwijl zij toch Israëlieten zijn en de beloften en de verbonden en de wet hadden ontvangen. Toch heeft Gods Woord niet gefaald. Want zegt Paulus:

Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël.

In de vertaling van de NBV21: Gods belofte is niet komen te vervallen. Want niet alle Israëlieten behoren werkelijk tot Israël.

Aan de hand van de geschiedenis van het volk laat Paulus zien dat God altijd een keuze moest maken via welke lijn de belofte vererfd zou worden. Niet Ismaël maar Izak was de zoon van de belofte. Via de lijn van Izak zou uiteindelijk de Messias geboren worden. En in de volgende generatie koos God Jakob en niet Ezau. God is vrij om die keuze te maken zegt Paulus. Maar we moeten ons realiseren dat het niet de keuze is wie er behouden wordt of niet. Het gaat niet om de persoonlijke redding of afwijzing van Jakob en Ezau.

Paulus vervolgt zijn geschiedenisles met Mozes en de uittocht van het volk en eindigt met de tijd van de ballingschap, met citaten uit Hosea en Jesaja.

In Romeinen 9:30-32 komt hij tot een voorlopige conclusie over Israël als volk. Ze hebben de rechtvaardigheid niet gekregen. Ze zochten die namelijk door de wet te houden en niet door geloof. En we hebben in de voorgaande hoofdstukken van deze Romeinenbrief geleerd dat gerechtigheid van God geopenbaard wordt “uit geloof, tot geloof”. De rechtvaardige zal uit het geloof leven (Romeinen 1:17). De tekortkomingen van de wet heeft Paulus in hoofdstuk 7 aangetoond.

Hoofdstuk 10

In dit hoofdstuk onderzoekt Paulus de volgende vraag: Hoe komt het dat Israël misgegrepen heeft als het om de gerechtigheid gaat, terwijl de heidenen dit wel hebben gekregen? Hij werkt dan verder uit wat hij in Romeinen 9:32 heeft gezegd. Zij hebben niet met geloof gereageerd op het evangelie terwijl de heidenen dit wel aangenomen hebben. Het evangelie is aan hen verkondigd (Romeinen 10:14-18) maar ze hebben er niet met geloof op gereageerd (Romeinen 10:21).

Paulus onderbouwt dit met teksten uit het Oude Testament. Hij zet de gerechtigheid die uit de wet is, die in Leviticus 18:5 wordt beschreven, tegenover de gerechtigheid uit het geloof. En hij laat, met een citaat uit Jesaja 28:16, zien dat de gerechtigheid uit geloof al in het Oude Testament werd aangekondigd:

Romeinen 10:11
Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

Hoofdstuk 11

In hoofdstuk 11 tenslotte stelt Paulus de vraag of God Israël compleet heeft verworpen. Het antwoord is: Nee, er is altijd een overblijfsel geweest van gelovige Israëlieten. Dat was zo in de tijd van Elia en het is ook nu zo (Romeinen 11:2-5).

Paulus brengt het evangelie aan de heidenen en hoopt zijn volksgenoten jaloers te maken zodat ook enigen uit hen behouden worden. Want iedere Israëliet die tot geloof komt, wordt toegevoegd aan het volk dat God nu verzamelt: de gemeente. God zal hen opnieuw enten op de olijfboom waarvan ze afgebroken waren.
En Paulus voorziet een toekomst waarin God Zich over het hele volk opnieuw zal ontfermen (Romeinen 11:32).

Tot slot

Dit zijn de grote lijnen van deze hoofdstukken. Ze geven antwoord op de vraag of God wel trouw is aan Zijn beloften: Ja dat is Hij. En op de vraag of Israël geheel verworpen is: Nee, er is nu een gelovig overblijfsel en God zal Zich in de toekomst opnieuw over hen ontfermen.

Dit is de volgende studie: Droefheid over het ongeloof van Israël: Rom.9:1-5.

Alle studies over de Romeinenbrief die inmiddels online staan: Blog Romeinenbrief

Lees ook: Hoe calvinistisch bent u? 

Schrift en belijdenis?

Schrift en belijdenis?

Belijdenisgeschriften 

In het boek “Schrift en belijdenis?” onderzoekt Harold Grevers de gereformeerde belijdenisgeschriften en vergelijkt deze met de Bijbel. Hij stelt de vraag of het gerechtvaardigd is om naast de Bijbel een belijdenis te hebben en of de gereformeerde belijdenisgeschriften volledig in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Geschiedenis

Grevers geeft eerst een korte geschiedenis van de Reformatie en het ontstaan van de gereformeerde belijdenisgeschriften. Hij bespreekt de drie sola’s van de Reformatie: alleen door het geloof, alleen door Gods genade en alleen door de Schrift. Hij bespreekt ook de opkomst van de wederdopers en hun invloed op de totstandkoming van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Niet in overeenstemming

Vervolgens bespreekt Grevers de drie belijdenisgeschriften: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus. Hij onderzoekt verschillende artikelen uit deze geschriften en vergelijkt ze met de Bijbel. Hij concludeert dat er meerdere punten zijn waar de belijdenisgeschriften niet in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Grevers bespreekt ook de rol van de kerkenraad en de sacramenten in de gereformeerde traditie. Hij stelt dat de kerkenraad niet in overeenstemming is met de Bijbelse structuur van de gemeente en dat de sacramenten geen genademiddelen zijn.

De uitverkiezing

Ten slotte bespreekt Grevers de leer van de uitverkiezing en verwerping. Hij concludeert dat deze leer niet in overeenstemming is met de Bijbel en dat de Bijbel leert dat God alle mensen wil redden.

De Bijbel alleen

Grevers besluit zijn boek met een oproep om terug te keren naar de Bijbel en de belijdenisgeschriften kritisch te onderzoeken. Hij benadrukt dat de Bijbel het enige onfeilbare richtsnoer is voor het christelijk geloof.

Lees: Schrift en belijdenis? (pdf)

De Saambinder brengt een ander evangelie, wat geen evangelie is

Soms word je ongewild kil en genadeloos geconfronteerd met religieus bij- of misschien wel on- geloof. Zo wees mijn vrouw me op het volgende artikel wat te lezen was in ‘De Saambinder’ van j.l. 28-11-2024 op bladzijde 4 en 5. De Saambinder is het weekblad van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.

“Alsof de Heere alle mensen wil zaligmaken…”

Dikke planken

Ds. zaagt meteen ferme planken van dik hout en zegt:

(…..) de deur lijkt zo wijd open te staan dat het enige wat gedaan moet worden is geloven en komen, alsof de Heere alle mensen wil zalig maken. Jongeren voelen aan dat dit niet klopt, maar weten niet goed hoe een antwoord te geven.

De Schrift zegt:

1 Timotheus 2:

3 Want dat is goed en aangenaam voor God onzen Zaligmaker,
4 Welke wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen.

Over dat ‘aanvoelen dat het niet klopt’:

Spreuken 3:

5 Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.
6 Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.

Alles wat wij denken en voelen, inclusief een eventueel ‘onderbuikgevoel’, hóe moeilijk en ingewikkeld dat ook moge lijken, zou ondergeschikt horen te zijn aan wat de Schrift, wat immers Gods geinspireerde Woord is, zegt.

“Maar”, zo is de redenering van ds, “we kunnen niet de Schrift zomaar ter hand nemen en onbevangen tot ons laten komen; we dienen daarbij eigenlijk wél de kanttekeningen als leidraad te nemen.”

De Schrift verstaan

Daar ga je meteen al scheef, met je Sola Scriptura , één van de vijf Sola’s van de Reformatie. Want wat ds. verzuimt ons te vertellen, is dat de kanttekeningen niet door de Bijbelschrijver, maar door het vertaalcommittee van de Statenvertaling zijn toegevoegd, en daarmee niet in de grondtekst van de Schrift zijn opgenomen.

Ds. heeft vrij veel woorden nodig om ons dan te vertellen dat het NIET de Schrift alleen is, die ons de weg tot het Heil leert, maar dat wij de Gereformeerde bril van de Statenvertalers (die van ‘de kanttekenaars’ dus) daarbij op dienen te zetten, omdat wij anders Gods Woord niet recht zouden kunnen verstaan.

De kanttekeningen, de plank misgeslagen

Een paar voorbeelden waar de kanttekeningen de plank misslaan, en dan druk ik het voorzichtig uit:

Johannes 3:16: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.”

De kanttekening benadrukt hier dat “de wereld” niet ieder mens individueel betekent, maar ‘de wereld van de uitverkorenen uit alle volken’. Dus niet de hele mensheid, maar een specifieke groep binnen de mensheid.

1 Timotheüs 2:6 Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;

De kanttekening hier legt “allen” uit als “allen zonder onderscheid van Joden of Grieken, van aanzienlijken of onaanzienlijken”, maar benadrukt dat het gaat om diegenen die tot geloof komen.

1 Johannes 2:2: “En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”

Ook hier legt de kanttekening “de gehele wereld” uit als ‘de uitverkorenen uit alle volken’, en niet als ieder mens zonder uitzondering.

De kanttekeningen benadrukken dus consequent dat Christus’ offer -slechts en uitsluitend- bedoeld is voor de ‘uitverkorenen’, degenen die tot geloof komen. Dit is in lijn met de gereformeerde leer van de “beperkte verzoening”, die stelt dat Christus uitsluitend gestorven is voor de uitverkorenen, niet voor degenen die God volgens Calvijn, niet volgens de Schrift, zou hebben voorbestemd voor de hel…..

Waarschuwing

Een waarschuwing -mét een paar kanttekeningen- is hier op zijn plaats:

De kanttekeningen zijn mensenwerk. Hoewel de vertalers ongetwijfeld geleerd waren, waren ze zeker niet onfeilbaar. Hun interpretaties zijn gekleurd door hun eigen tijd en theologische opvattingen.

Niet alle kanttekeningen zijn even zwaarwegend. Sommige gaan over details van de taal of de tekst, terwijl andere, voor hen destijds cruciale theologische punten aansnijden. Het is belangrijk om dat onderscheid te zien.

Vergelijk altijd de kanttekeningen met de Bijbeltekst zelf. Laat de kanttekeningen je helpen de Bijbel beter te begrijpen, maar laat ze nooit de Bijbeltekst overrulen. De Bijbeltekst is immers van Godswege ingegeven, (2 Tim.3:16) de kanttekeningen blijven daarentegen feilbaar mensenwerk.

En je mag, je moet zelfs, wel ‘zomaar komen’. Weten hoe? KLIK HIER

Leestip: Schrift en belijdenis? (pdf)

Geverifieerd door MonsterInsights