De Statenvertaling verdient waardering, géén absolutisme

Wanneer een vertaling heilig wordt verklaard.

1637 is géén Sinaï

Directe aanleiding voor dit artikel is de recente ophef in Reformatorische hoek. Verdeeldheid heet het, met zoveel woorden; straks 4 versies in omloop en wat dan??

In deze kringen wordt de Statenvertaling behandeld alsof deze zelf bijna een heilige status heeft. Alsof 1637 het eindpunt van Gods voorzienigheid in de geschiedenis van de Bijbeltekst zou zijn. Alsof wie een andere vertaling gebruikt zich op glad ijs begeeft. Dat klinkt vroom, maar het is historisch niet vol te houden. De Statenvertaling is een monument van geloof en taal, maar zij rust voor het Nieuwe Testament op de Textus Receptus van Desiderus Erasmus, een teksteditie uit de zestiende eeuw gebaseerd op een beperkt aantal relatief late manuscripten. Wie dat eerlijke historische feit niet wil onder ogen zien, verdedigt uiteindelijk niet de Schrift, maar een traditie.

De Statenvertaling is een monument in de geschiedenis van de kerk in Nederland. Generaties gelovigen hebben door deze vertaling de Schrift leren kennen. Haar taal heeft het geloofsleven gevormd, preken gedragen en het geestelijk vocabulaire van eeuwen bepaald. Daar mag met recht dankbaarheid voor zijn.

Laat dat eerst duidelijk zijn. De Statenvertaling behoort tot de grootste prestaties uit de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme. Zij werd gemaakt door bekwame geleerden, zorgvuldig vertaald uit de grondtalen en met grote eerbied voor het Woord van God.

Daarom is waardering voor deze vertaling volkomen terecht.

Maar waardering is iets anders dan verabsolutering. En juist daarom is het zorgelijk dat de Statenvertaling in sommige kringen niet meer alleen wordt gewaardeerd, maar verabsoluteerd. Wat begon als liefde voor een vertaling, is hier en daar veranderd in een vorm van exclusivisme die historisch en inhoudelijk niet houdbaar is.
En dat probleem beperkt zich allang niet meer tot bepaalde reformatorische kerkverbanden.

De Statenvertaling is geen vierde taal van de openbaring

De Bijbel is door God gegeven in:

  • Hebreeuws

  • Aramees

  • Grieks

Niet in Nederlands.

De Statenvertaling is dus geen geïnspireerde tekst, maar een vertaling van de geïnspireerde tekst. Een zeer zorgvuldige vertaling, maar nog steeds een vertaling.

Wie doet alsof de Statenvertaling zelf een bijzondere, bijna onaantastbare status heeft gekregen, schrijft ongemerkt iets toe aan een vertaling wat alleen aan de Schrift zelf toekomt.

Wanneer een vertaling bijna vereerd wordt, dreigt de geschiedenis van de Bijbeltekst uit beeld te verdwijnen. De Statenvertaling is een monument van geloof en taal, maar rust op de Textus Receptus-traditie van Desiderus Erasmus, niet op de oudste manuscripten die we vandaag kennen. Liefde voor de Statenvertaling is terecht; absolutisme is dat niet.

De exclusiviteitsclaim

In verschillende kringen hoort men tegenwoordig stellige uitspraken zoals:
alleen de Statenvertaling is betrouwbaar
andere vertalingen zijn verdacht of onbetrouwbaar
God heeft Zijn Woord in het bijzonder in de Statenvertaling bewaard.
Dat klinkt vroom en principieel. Maar historisch klopt het eenvoudig niet.
De Statenvertaling is een vertaling uit 1637. Zij is gebaseerd op de tekstuitgaven die destijds beschikbaar waren, en voor het Nieuwe Testament vooral op de Textus Receptus, de Griekse teksttraditie die in de zestiende eeuw door onder anderen Erasmus werd samengesteld.
Dat betekent dat de Statenvertaling niet gebaseerd is op de oudste manuscripten die wij tegenwoordig kennen. Die manuscripten waren in de tijd van de Statenvertalers eenvoudig nog niet ontdekt.
Dat is geen kritiek op de Statenvertalers. Het is simpelweg een historisch feit.

Erasmus was geen onfeilbare teksteditor

De Textus Receptus is ontstaan in een concrete historische situatie. Erasmus had slechts een beperkt aantal relatief late handschriften tot zijn beschikking. In sommige gevallen moest hij zelfs improviseren.
Zo ontbrak in zijn manuscript een deel van het boek Openbaring, waardoor hij het ontbrekende gedeelte vanuit het Latijn weer terug naar het Grieks vertaalde. Dat soort details laten zien dat de Textus Receptus een historisch gegroeide teksteditie is, geen wonderbaarlijk onaantastbare standaardtekst.
Wie dus doet alsof de Statenvertaling rechtstreeks rust op de perfecte en oudste tekst, vertelt een verhaal dat historisch niet klopt.

De Statenvertalers zelf waren nuchter

Het is opvallend dat sommige hedendaagse verdedigers van de Statenvertaling stelliger zijn dan de Statenvertalers zelf ooit waren. De vertalers wisten heel goed dat zij vertaalden. Zij wisten ook dat taal verandert en dat revisie soms nodig kan zijn.
Zij zagen hun werk niet als een onaantastbare eindstap in de geschiedenis van de Bijbelvertaling.
Dat latere generaties hun vertaling soms behandelen alsof zij zelf een soort canonieke status heeft gekregen, zou hen waarschijnlijk verbazen.

Fanatisme, ook buiten de reformatorische gezindte

Opvallend genoeg beperkt dit verschijnsel zich niet tot de traditionele reformatorische kerken.
Ook daarbuiten bestaan bewegingen die een bijna absolute status aan de Statenvertaling toekennen. Op websites zoals sv1637.org wordt de indruk gewekt dat de Statenvertaling de enige betrouwbare Bijbel zou zijn.
Dergelijke claims gaan nog een stap verder dan wat in veel kerkelijke kringen wordt gezegd. Daar wordt soms de suggestie gewekt dat andere vertalingen principieel onbetrouwbaar zijn, of zelfs dat moderne tekstkritiek een bedreiging vormt voor het Woord van God.
Het probleem met dit soort redeneringen is dat zij niet alleen historisch zwak zijn, maar ook geestelijk contraproductief.

Wanneer verdediging omslaat in schade

Wie de Statenvertaling verdedigt met overdreven claims, bereikt uiteindelijk het tegenovergestelde van wat men bedoelt.
Wanneer men beweert dat alleen één specifieke vertaling betrouwbaar is, terwijl aantoonbaar is dat deze vertaling gebaseerd is op een beperkte tekstbasis uit de zestiende eeuw, dan ondermijnt men juist de geloofwaardigheid van het eigen standpunt.
Dan ontstaat de indruk dat men niet werkelijk geïnteresseerd is in de geschiedenis van de tekst, maar vooral in het verdedigen van een traditie.
Dat is niet alleen contraproductief, het kan zelfs schadelijk zijn. Vooral voor jonge mensen die later ontdekken dat de werkelijkheid ingewikkelder ligt dan hun was verteld. Dan kan het vertrouwen in het geheel onder druk komen te staan.

De Bijbel zelf wijst op verstaanbaarheid

De Schrift zelf benadrukt steeds het belang van verstaanbaarheid.

“En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en zij gaven de zin, en deden verstaan in het lezen.”
(Nehemia 8:9 STV)

Dat is een belangrijke correctie. Het doel van de Schrift is niet dat zij bewonderd wordt als een historisch monument, maar dat zij begrepen wordt.
De Statenvertalers zelf hebben dat ook zo bedoeld.

Het echte gezag

Het gezag ligt uiteindelijk niet in een specifieke vertaling, maar in het Woord van God zelf. Dat Woord is gegeven in Hebreeuws, Aramees en Grieks. Vertalingen proberen dat Woord zo betrouwbaar mogelijk weer te geven.
Sommige vertalingen doen dat beter dan andere, maar geen enkele vertaling heeft een exclusief monopolie op Gods stem.

De Statenvertaling verdient respect, waardering en blijvend gebruik. Zij heeft eeuwenlang een centrale rol gespeeld in het geestelijk leven van Nederland.

Maar zodra een vertaling tot een onaantastbare norm wordt verheven, ontstaat een probleem. Dan verschuift het gezag van het Woord van God naar een historische vertaling.
En dat is precies het punt waar liefde voor de Statenvertaling kan omslaan in iets dat zij nooit bedoeld was te zijn: een mythe.

 

 

 

is de statenvertaling de enige juiste bijbel
waar komt de textus receptus vandaan
welke manuscripten gebruikte erasmus
waarom discussie over de statenvertaling
wat is het verschil tussen sv en hsv
zijn moderne bijbelvertalingen betrouwbaar
wat is de oudste bijbeltekst
hoe is de bijbeltekst overgeleverd

Statenvertaling of BasisBijbel? Waarom herken je het vers niet meer?

Statenvertaling of BasisBijbel? Waarom herken je het vers niet meer?

Waarom 2 Thessalonicenzen 3:5 zo verschillend klinkt

Soms hoor je dat de Statenvertaling moeilijk is en dat ‘een eenvoudigere vertaling, zoals de BasisBijbel, duidelijker zou zijn’. Maar wanneer je een concreet vers vergelijkt, kan het gebeuren dat je het nauwelijks nog herkent.

Dat gevoel is bij 2 Thessalonicenzen 3:5 heel begrijpelijk.

Laten we eerst lezen wat er staat:

“En de Heere richte uw harten tot de liefde Gods, en tot de lijdzaamheid van Christus.” (2 Thessalonicenzen 3:5 STV)

”Laat je door de Heer helpen om van Hem te houden en om net zo vast te houden aan het geloof als Christus.” (2 Thessalonicenzen 3:5 Basisbijbel)

Een korte zin. Maar grammaticaal en theologisch rijk.

Wat staat er werkelijk in het Grieks?

De Griekse tekst luidt:

Ho de kurios kateuthunai humōn tas kardias
eis tēn agapēn tou theou
kai eis tēn hupomonēn tou Christou

Letterlijk:

Dat de Heere uw harten richte
tot de liefde van God
en tot de volharding van Christus.

Hier vallen direct drie dingen op.

Paulus bidt
Het werkwoord “kateuthunai” staat in een wensvorm. Dit is geen opdracht aan gelovigen, maar een gebed. Paulus vraagt dat de Heere Zelf iets doet in hun binnenste.

Het gaat om het hart
Niet om gedrag, niet om prestatie, maar om innerlijke gerichtheid.

Er staan twee genitiefconstructies
“de liefde van God”
“de volharding van Christus”

En juist daar zit het spanningsveld.

De openheid van de genitief

In het Grieks kan “van God” twee kanten op betekenen:

de liefde die God heeft
of
de liefde tot God

Beide zijn grammaticaal mogelijk.

Hetzelfde geldt voor “de volharding van Christus”:

de volharding die Christus Zelf heeft
of
de volharding die gericht is op Christus (het volhardend uitzien naar Hem)

De Statenvertaling vertaalt letterlijk en laat die meerlagigheid staan:

“de liefde Gods”
“de lijdzaamheid van Christus”

Zij maakt geen uitlegkundige keuze.

Veel moderne, vereenvoudigde vertalingen doen dat wel. Zij kiezen bijvoorbeeld voor:

“liefde voor God”
“geduldig zijn zoals Christus”

Maar die keuzes staan niet expliciet in de tekst. Ze zijn interpretatief.

Wat verschuift er inhoudelijk?

Wanneer je vertaalt:

“dat jullie leren om van God te houden en geduldig te zijn zoals Jezus”

dan verandert het accent.

De nadruk verschuift:

van Gods werk in het hart
naar menselijke navolging
van gebed
naar morele aansporing

Paulus bidt hier niet dat de Thessalonicenzen hun best doen.
Hij bidt dat de Heere hun hart richt.

Dat is wezenlijk anders.

Waarom herken je het vers niet meer?

Omdat in een parafraserende vertaling:

de grammaticale openheid wordt ingevuld
de dubbelzinnigheid wordt opgelost
de theologische breedte wordt versmald
het gebedskarakter soms minder scherp doorklinkt

Wat in de grondtekst compact en rijk is, wordt dan uitleggerig en eenduidig.

En dat voelt anders, omdat het ook anders ís.

De diepere kracht van het vers

Paulus bidt dat de Heere hun hart richt:

tot Gods liefde
tot Christus’ volharding

Dat kan betekenen:

leven vanuit Gods liefde
rusten in Gods liefde
volharden zoals Christus
volhardend uitzien naar Christus

De kracht zit in de beknoptheid.

De Statenvertaling bewaart die spanning.
Zij vertaalt wat er staat.
Zij legt niet uit wat er volgens de vertaler bedoeld wordt.

Een eerlijke conclusie

Het verschil tussen de Statenvertaling en een eenvoudigere vertaling is niet alleen taalniveau. Het is een verschil in benadering.

De ene vertaalt zo letterlijk mogelijk en laat theologische diepte staan.
De andere probeert begrijpelijk te maken en moet daarbij keuzes maken.

En zodra er gekozen wordt, wordt er ook geïnterpreteerd.

Wie 2 Thessalonicenzen 3:5 zorgvuldig leest, ontdekt dat het geen oproep is tot harder je best doen, maar een gebed om innerlijke leiding door de Heere.

En dat is precies wat in een letterlijke vertaling helder overeind blijft.

 

Geverifieerd door MonsterInsights