De Bijbelse doop en het beroep op ‘het verbond’

De doop een teken van ‘het verbond’?

Directe aanleiding voor dit artikel is een gesprek tussen een professor en een dominee in het reformatorisch dagblad. Ik heb zelden zulk vaag (hoe goedbedoeld wellicht ook) en buitenbijbels geleuter gelezen over de doop. Als je het kerkelijke kader weglaat, en geen idee hebt van de kerkelijk ‘verbondstheologie’, kom je nooit tot zulke wonderlijke conclusies.

Mijn moeder werd ooit verzocht te vertrekken uit de kerk, omdat ze het verlangen had op grond van de Bijbel en haar geloof gedoopt te worden.

“Dat doen wij hier niet zo”, sprak dominee. Of ze maar wilde vertrekken.

Wanneer de kinderdoop ter sprake komt, wordt vrijwel altijd één argument naar voren gebracht: ‘het verbond’

Men zegt dan dat de kinderen van gelovigen net zoals in het Oude Testament bij ‘het verbond’ horen. Zoals  Jakob (Israël) zijn kinderen besneed, zo zou de kerk haar kinderen moeten dopen. De doop zou dan het nieuwe verbondsteken zijn, in plaats van de besnijdenis.

Op het eerste gezicht klinkt dat aannemelijk. Maar wanneer we de Schrift erop onderzoeken , blijkt dat deze redenering meerdere fundamentele problemen heeft.

De vraag is uiteindelijk niet: wat leert de traditie van de kerk?

De vraag is: wat leert de Schrift?

De Bijbelse volgorde: eerst geloof, daarna doop

In het Nieuwe Testament zien we steeds dezelfde volgorde.

De Heere Jezus zegt:

“Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.” (Mattheüs 28:19 STV)

Eerst worden mensen onderwezen. Zij horen het evangelie. Zij komen tot geloof. Daarna volgt de doop.

Ook Markus bevestigt dat patroon:

“Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.” (Markus 16:16 STV)

Het ongeloof wordt veroordeeld, niet het ontbreken van de doop. Dat laat zien dat de doop niet de oorzaak van redding is, maar het gevolg van geloof.

In het boek Handelingen zien we precies dezelfde praktijk. Op de Pinksterdag roept Petrus het volk op:

“Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.” (Handelingen 2:38 STV)

De volgorde blijft:

bekering → doop.

Bij de Ethiopische kamerling lezen we hetzelfde:

“En terwijl zij over den weg reisden, kwamen zij aan een zeker water; en de kamerling zeide: Zie, daar is water; wat verhindert mij gedoopt te worden?” (Handelingen 8:36 STV)

Filippus antwoordt:

“Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd.” (Handelingen 8:37 STV)

De voorwaarde voor de doop is dus persoonlijk geloof. Dat alleen al maakt duidelijk dat de Bijbelse doop géén kinderdoop kan zijn.

Besnijdenis en doop zijn niet hetzelfde

Het beroep op ‘het verbond’ gaat meestal via een vergelijking met de besnijdenis. Maar de Schrift stelt nergens dat de doop de plaats van de besnijdenis heeft ingenomen.

De besnijdenis was het teken van het verbond dat God met Abraham sloot:

“Dit is Mijn verbond, dat gij houden zult tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde.” (Genesis 17:10 STV)

Dit teken hoorde bij:

het fysieke nageslacht van Abraham
het nationale volk Israël
een verbond dat via geboorte werd doorgegeven.

De doop heeft echter een heel andere betekenis. Paulus verbindt de doop met de dood en opstanding van Christus:

“Wij zijn dan met Hem begraven door den doop in den dood, opdat gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.” (Romeinen 6:4 STV)

De doop is dus geen etnisch verbondsteken, maar een getuigenis van geloof in Christus.

Het Nieuwe Verbond werkt anders

Nog belangrijker is dat het Nieuwe Verbond zelf in wezen anders functioneert dan het Oude.

Jeremia profeteert over dit nieuwe verbond:

“En zij zullen niet meer een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder leren, zeggende: Kent den HEERE; want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE.” (Jeremia 31:34 STV)

In het Oude Verbond zat men door geboorte in het verbond.

In het Nieuwe Verbond kennen alle leden van het verbond de Heere persoonlijk.

Dat maakt het idee van een automatisch verbondslidmaatschap door geboorte onmogelijk.

Johannes de Doper doorbreekt het verbondsdenken

Johannes de Doper ging zelfs rechtstreeks in tegen het idee dat afstamming iemand in Gods volk plaatst.

Hij zei:

“En meent niet bij uzelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.” (Mattheüs 3:9 STV)

Afkomst redt niemand.

Bekering wel.

Dáárom riep Johannes op tot bekering en doop.

De gemeente ontstaat niet door geboorte

Het Nieuwe Testament leert dat iemand alleen door geloof deel krijgt aan het volk van God.

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.” (Johannes 1:12 STV)

Niet geboorte, maar geloof maakt iemand tot een kind van God.

Daarom ontstaat de gemeente niet door natuurlijke afstamming, maar door wedergeboorte.

Wanneer we alle teksten naast elkaar leggen, ontstaat een helder beeld.

Mensen horen het evangelie.
Zij komen tot geloof.
Zij laten zich dopen.

De doop is geen toegang tot het verbond, maar een getuigenis van geloof.

De Bijbelse volgorde blijft daarom:

geloof → doop.

Niet:

geboorte → verbond → doop.

En juist wanneer we de Schrift laten spreken zonder kerkelijke traditie eroverheen te leggen, blijft de doop wat hij in het Nieuwe Testament is:

de bewuste belijdenis van iemand die gelooft in de gekruisigde en opgestane Christus.

De ‘zondagsrust’ en de dag des Heeren

De ‘zondagsrust’ en de dag des Heeren

Bijbels of menselijke traditie?

Het is weer verkiezingstijd, want de gemeenteraadsverkiezingen komen eraan in Nederland. Wat mij dan opvalt is dat de (lokale in dit geval) politieke partijen zich weer dolgraag  willen profileren, en dus ook de zogenaamd Christelijke, en dan met name met items als “de zondagsrust”.

Binnen veel kerken wordt de zondag zonder aarzeling “de dag des Heeren” genoemd en behandeld als een christelijke rustdag. Maar zodra we de Schrift opendoen, blijkt dat deze vanzelfsprekendheid helemaal niet zo vanzelfsprekend is.

De vraag is niet wat eeuwen kerkgeschiedenis hebben gedaan.
De vraag is: wat leert de Bijbel?

De sabbat hoort bij het verbond van de Sinaï

Het vierde gebod luidt:

“Gedenk den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods; dan zult gij geen werk doen…” Exodus 20:8 – (STV)

Dit gebod werd niet aan de Gemeente gegeven. Het werd gegeven aan Israël, bij de Sinaï. En de Schrift zegt expliciet waarom:

“Dat dan de kinderen Israëls den sabbat houden, den sabbat onderhoudende in hun geslachten tot een eeuwig verbond.”  Exodus 31:16 -(STV)

De sabbat was een verbondsteken tussen de HEERE en Israël.

Niet tussen de HEERE en de Gemeente.
Niet tussen de HEERE en de heidenvolken.

Dát staat er. Zwart op wit.

Wie de sabbat zonder onderscheid op de Gemeente toepast, schuift het Sinaïtische, of het Oude verbond onder het Nieuwe.

De zondag is géén verplaatste of vervangen sabbat

De eerste Christenen kwamen samen op de eerste dag van de week:

“En op den eersten dag der week, als de discipelen bijeengekomen waren om brood te breken…”  Handelingen 20;7 – (STV)

Maar waar staat het gebod?
Waar staat het werkverbod?
Waar staat de straf bij overtreding?

Nergens!

Paulus zegt zelfs nadrukkelijk:

“Zo oordele dan niemand u in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten; Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.” Kollossenzen 2:10 – (STV)

En:

“De één acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.” Romeinen 14:5 – (STV)

Dat is geen taal van een opgelegd zondagsgebod.
Dat is de taal van vrijheid onder de Genade.

De dag des HEEREN is géén zondag

In de boeken van de profeten betekent “de dag des HEEREN” een toekomstige periode van oordeel en openbaring.

“Huilt, want de dag des HEEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van den Almachtige.” Jesaja13:6 –  (STV)

“Want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk; wie zal hem verdragen?” Joel 2:11 – (STV)

Ook in het Nieuwe Testament blijft die betekenis staan:

“Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht.” 1 Thessalonicenzen 5:2 – (STV)

Dit gaat over Gods ingrijpen in de wereldgeschiedenis.
Niet over een wekelijkse samenkomst in een kerkgebouw.

Wanneer men de zondag “de dag des Heeren” noemt, gebruikt men een Bijbelse term in een niet-Bijbelse betekenis.

Openbaring wordt vaak verkeerd gelezen

Johannes schrijft:

“Ik was in den Geest op den dag des Heeren…” Openbaring 1;10 – (STV)

De context van Openbaring is vol oordelen, bazuinen en koninklijke heerschappij. Het boek beschrijft juist die toekomstige dag van openbaring.

Het is exegetisch minstens zo logisch, en veel waarschijnlijker , dat Johannes in de Geest werd verplaatst naar die toekomstige dag, dan dat hij simpelweg bedoelde dat het zondag was.

De tekst zegt het niet expliciet.
Maar traditie vult het graag in.

Hoe de zondag een rustdag werd

Historisch groeide de eerste dag van de week uit tot een samenkomstdag vanwege de opstanding. Dat is begrijpelijk.

Maar de verplichte ruststatus kwam later. Kerk en staat hebben die ingevuld. Wat begon als vrijwillige samenkomst werd een wettische norm.

Zo ontstond de gedachte van een “christelijke sabbat”.

Alleen… de Schrift kent die term niet.

De ware rust ligt niet in een dag

Het Nieuwe Testament wijst ons op een diepere werkelijkheid:

“Want die ingegaan is in Zijn rust, die heeft ook zelf van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne.” (STV)

De gelovige rust niet één dag per week.
Hij rust in het volbrachte werk van Christus.

Wie terugkeert naar een wettische dagstructuur, schuift ongemerkt weer richting Sinaï.

Wij leven niet onder Sinaï.
Wij leven onder Golgotha.

Wat nu?

Samenkomen op zondag is goed.
Een dag apart zetten voor rust en bezinning is dat ook, zeker in onze gejeesde maatschappij

Maar het opleggen van een zondagsrust als goddelijk gebod is niet Bijbels gefundeerd.

 

De sabbat was gegeven aan Israël.
De dag des HEEREN wijst naar de toekomst.
De zondag als verplichte rustdag is louter traditie.

En wie Schrift en traditie door elkaar haalt, ondergraaft het onderscheid tussen Wet en Genade.

Dat onderscheid is geen detail.
Dat is cruciaal.

lees ook:

De dag des HEEREN is niet de Zondag, maar wat dan wel?

Reformatorische “Zondagsverdwazing” in het nieuws

Op de site van Israel en de Bijbel: Openbaring en de dag des Heeren

En het Reformatorisch smaldeel fietst met een flinke theologische boog om de hete brij heen:

Digibron, Waarom is zondag bijzonder?

Zondagsrust vanuit ‘christelijk’ oogpunt

Geverifieerd door MonsterInsights