Hebreeën 12: niet terug naar Sinaï, maar zien op Jezus

Hebreeën 12: geen vriendelijk stukje geestelijke coaching

Hebreeën 12 is geen vriendelijk stukje geestelijke coaching voor mensen die wat meer motivatie nodig hebben. Het is een ernstige en indringende waarschuwing aan gelovigen die dreigen te verflauwen, terug te vallen en hun hemelse roeping in te ruilen voor zichtbare religie.

De Hebreeën stonden onder druk. Zij hadden tegenstand en lijden ervaren. Daardoor werden zij verleid om terug te keren naar het oude, tastbare godsdienstige bestel. Terug naar de zekerheid van regels, rituelen, priesters, offers en zichtbare heiligdommen. Terug naar datgene wat vertrouwd, aards en menselijk controleerbaar was.

Maar Hebreeën 12 roept niet op om een comfortabeler geloof te zoeken. Het hoofdstuk wijst de gelovige weg van zichzelf, van menselijke godsdienst en van zichtbare zekerheden:

“Laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan die ons voorgesteld is; ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus.” (Hebreeën 12:1-2, STV)

Dat is de kern van Hebreeën 12. Niet zien op onszelf. Niet zien op religieuze leiders. Niet zien op omstandigheden. Niet zien op onze geestelijke prestaties.

Zie(n) op Jezus.

 

De wolk der getuigen wijst ons op Gods trouw

Hebreeën 12 is het directe vervolg op Hebreeën 11. Daar worden Abel, Henoch, Noach, Abraham, Mozes en vele anderen genoemd. Zij vormen de grote wolk der getuigen.

Dat betekent niet in de eerste plaats dat zij vanuit de hemel als toeschouwers naar onze levens kijken. Zij zijn getuigen doordat hun levens getuigen van Gods trouw.

Zij hebben geloofd zonder alles tijdens hun aardse leven te ontvangen. Zij hebben vertrouwd zonder de volledige vervulling van Gods beloften te zien. Hun levens verklaren dat God betrouwbaar is, ook wanneer de omstandigheden het tegendeel lijken te zeggen.

Daarom volgt de oproep:

“Laat ons afleggen allen last en de zonde die ons lichtelijk omringt.” (Hebreeën 12:1, STV)

Niet iedere last is op zichzelf zondig. Sommige dingen zijn misschien geoorloofd, maar belemmeren ons wel. Zij nemen onze aandacht gevangen, voeden onze bezorgdheid of binden ons aan aardse zekerheid.

Daarnaast is er de zonde die ons gemakkelijk omringt. Zij fluistert dat volhouden geen zin heeft. Dat Gods beloften te lang op zich laten wachten. Dat wij beter kunnen leven bij wat wij zien, voelen en onmiddellijk kunnen grijpen.

Het geloof zegt echter niet dat de omstandigheden onwerkelijk zijn. Het geloof ziet door de omstandigheden heen op Hem Die getrouw is.

 

Het christenleven leven draait niet om onze prestaties

De loopbaan van het geloof is geen geestelijke wedstrijd waarin wij zouden moeten bewijzen dat wij sterker, heiliger of meer toegewijd zouden zijn dan anderen.

De Schrift zegt:

“Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus.” (Hebreeën 12:2, STV)

Hij is de Leidsman omdat Hij de weg geopend heeft. Hij is de Voleinder omdat Hij het geloof tot zijn bestemming brengt.

Veel hedendaagse prediking legt de last juist opnieuw op de gelovige. Jij moet doorbreken. Jij moet je bestemming grijpen. Jij moet het Koninkrijk zichtbaar maken. Jij moet een hoger geestelijk niveau bereiken. Jij moet meer geloof produceren. Jij moet jezelf onder het juiste leiderschap plaatsen.

Hebreeën 12 zegt niet: zie hoe ver u inmiddels gekomen bent.

Het zegt: zie op Jezus.

De vraag is niet hoeveel geestelijke kracht wij kunnen opbrengen. De vraag is of ons oog gericht blijft op Hem Die het kruis heeft verdragen, de schande heeft veracht en nu gezeten is aan de rechterhand van God.

Wanneer Christus slechts als beginpunt van het geloof wordt voorgesteld en daarna plaats moet maken voor onze prestaties, is het Evangelie al snel ingeruild voor religieuze zelfwerkzaamheid.

Christus is niet alleen Degene door Wie wij begonnen zijn. Hij is ook de Voleinder.

 

Christus verdroeg het kruis en verachtte de schande

De Heere Jezus zag door het lijden heen op de vreugde die Hem was voorgesteld:

“Dewelke voor de vreugde die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van den troon Gods.” (Hebreeën 12:2, STV)

Het kruis was geen overwinning omdat het lijden slechts schijn zou zijn geweest. Christus heeft werkelijk geleden. Hij heeft het kruis verdragen. Hij heeft de schande niet ontkend, maar veracht.

De schande kreeg niet het laatste woord. Het lijden was werkelijk, maar de heerlijkheid die volgde was groter.

Daarom staat er:

“Want aanmerkt Dezen, Die zodanig een tegenspreken van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet verflauwt en bezwijkt in uw zielen.” (Hebreeën 12:3, STV)

Wie alleen op zichzelf ziet, zal uiteindelijk verflauwen. Wie voortdurend zijn eigen geloof meet, zijn eigen geestelijke toestand beoordeelt en zijn eigen tekortkomingen onderzoekt zonder op Christus te zien, zal bezwijken in zijn ziel.

Zelfonderzoek heeft zijn plaats, maar het is geen redder. Onze zekerheid ligt niet in de vaststelling dat wij voldoende geloof, voldoende vrucht of voldoende geestelijke groei kunnen aantonen.

Onze zekerheid ligt in Christus.

De oplossing voor geestelijke moedeloosheid is daarom niet eindeloos in onszelf graven. De oplossing is Christus aanmerken. Overdenken wat Hij heeft verdragen. Zien waar Hij nu is: niet meer aan het kruis, maar aan de rechterhand van God.

 

Kastijding is géén betaling voor onze zonden

Hebreeën 12 spreekt vervolgens over kastijding. Dat woord is vaak hard en onbarmhartig gebruikt.

Sommige predikers wekken de indruk dat iedere ziekte, tegenslag of moeilijkheid een rechtstreekse straf van God is voor een bepaalde verborgen zonde. Daarmee worden gewonde gelovigen nog verder verwond.

Hebreeën 12 leert niet dat wij bij ieder lijden onmiddellijk moeten zoeken naar een concrete overtreding waarvoor God ons zou straffen. De zonden van de gelovige zijn geoordeeld in het offer van Christus.

God rekent niet alsnog met de gelovige af alsof het bloed van Christus onvoldoende was.

Kastijding betekent in Hebreeën 12 vooral vaderlijke opvoeding, vorming en correctie:

“Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon dien Hij aanneemt.” (Hebreeën 12:6, STV)

God kastijdt ons niet om ons tot zonen te maken. Hij behandelt ons zo omdat Hij ons als zonen heeft aangenomen.

Dat onderscheid is van levensbelang.

De gelovige ontvangt zijn positie niet als beloning voor een goede wandel. Zijn wandel wordt gevormd omdat hij in Christus een positie ontvangen heeft.

Gods opvoeding is dus geen teken dat Hij ons heeft verstoten. Zij bewijst juist dat Hij ons niet aan onszelf overlaat. Hij behandelt ons niet als vreemdelingen, maar als kinderen.

 

De positie van de gelovige staat vast in Christus

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de positie van de gelovige en zijn praktische toestand.

De positie van de gelovige is volmaakt omdat zij rust op het volbrachte werk van Christus. De praktische wandel is nog onvolmaakt en heeft vorming, correctie en groei nodig.

God geeft niet eerst een onzekere proefpositie om af te wachten of wij goed genoeg zullen presteren. Hij neemt de gelovige aan in Christus en vormt hem vervolgens in overeenstemming met die ontvangen positie.

De kastijding van God heeft daarom niet tot doel onze positie in Christus onzeker te maken. Zij heeft tot doel onze levenswandel in overeenstemming te brengen met wie wij in Christus geworden zijn.

Onze positie is niet het resultaat van een volmaakt karakter. Ons karakter behoort de vrucht te worden van de volmaakte positie die wij in Christus ontvangen hebben.

Dat maakt de opvoeding niet aangenaam:

“En alle kastijding, als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn.” (Hebreeën 12:11, STV)

De Schrift doet niet alsof lijden prettig is. Zij noemt droefheid gewoon droefheid.

Bijbels geloof is geen toneelstuk van voortdurende overwinning waarin verdriet, zwakheid, verwarring en teleurstelling niet mogen bestaan. Maar de droefheid hoeft niet het laatste woord te hebben:

“Doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen die door dezelve geoefend zijn.” (Hebreeën 12:11, STV)

Niet ieder mens die lijdt, wordt automatisch geestelijk rijper. De vrucht ontstaat bij degenen die door de omstandigheden geoefend worden. Zij leren hun vertrouwen niet meer te stellen op zichzelf, hun gezondheid, hun positie of hun eigen plannen, maar op God.

 

Wat kreupel is, moet genezen worden

Na het onderwijs over kastijding volgt een herderlijke vermaning:

“Daarom, richt wederop de trage handen en de slappe knieën.” (Hebreeën 12:12, STV)

Dat is niet alleen een oproep om onszelf te herpakken. Het is ook een opdracht om naar elkaar om te zien.

De Gemeente behoort geen plaats te zijn waar vermoeide mensen nog een extra last op de schouders krijgen. Zij is geen bedrijf waarin alleen sterke, zichtbare, succesvolle en productieve mensen meetellen.

Waar Christus centraal staat, worden trage handen opgericht en slappe knieën versterkt.

Daarom staat er:

“En maakt rechte paden voor uw voeten, opdat hetgeen kreupel is, niet verdraaid worde, maar dat het veelmeer genezen worde.” (Hebreeën 12:13, STV)

Wat kreupel is, moet niet worden vertrapt. Het moet genezen worden.

Dit is een scherpe aanklacht tegen religieuze systemen waarin zwakheid wordt gezien als geestelijk falen. Tegen leiders die mensen onder druk zetten om meer te presteren, meer te geven, meer te dienen en meer geloof te tonen, terwijl hun innerlijk langzaam breekt.

Ook het misbruik van woorden als toewijding, gehoorzaamheid, gezag en onderwerping kan zwakke mensen verder beschadigen.

Christus is niet gekomen om het gekrookte riet te breken. Wie namens Hem optreedt, behoort dat evenmin te doen.

Herderlijke zorg bestaat niet uit het ontkennen van zwakheid. Zij bestaat uit het wijzen van de zwakke op Christus en het dragen van elkanders lasten.

 

Heiligmaking is geen zelfverbeteringsproject

Hebreeën 12 roept op om vrede en heiligmaking na te jagen:

“Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal.” (Hebreeën 12:14, STV)

Deze tekst leert niet dat wij door voldoende heiligmaking alsnog onze behoudenis moeten verdienen. Heiligmaking is geen ladder waarlangs wij onszelf naar God opwerken.

Heiligmaking is afzondering tot God. Zij vloeit voort uit de genade die wij ontvangen hebben.

De gelovige wordt niet heilig door zijn eigen inspanning tot grond van zijn aanvaarding te maken. Hij is in Christus tot God gebracht en wordt vervolgens opgeroepen overeenkomstig die positie te wandelen.

Genade is daarom niet hetzelfde als vrijblijvendheid. Wie door God is vrijgemaakt, wordt niet vrijgemaakt om opnieuw voor zichzelf te leven.

Genade verlost ons niet alleen van de schuld van de zonde. Zij onderwijst ons ook om de goddeloosheid te verzaken.

 

Bitterheid verontreinigt meer dan één mens

Het hoofdstuk waarschuwt indringend voor de wortel van bitterheid:

“Toeziende dat niet iemand verachtere van de genade Gods; dat niet enige wortel der bitterheid, opwaarts spruitende, beroerte make, en door dezelve velen ontreinigd worden.” (Hebreeën 12:15, STV)

Bitterheid begint vaak verborgen. Zij groeit onder de oppervlakte. Zij kan gevoed worden door werkelijk onrecht, teleurstelling, vernedering, geestelijk misbruik en onverwerkte boosheid.

Die pijn mag niet worden ontkend. De Schrift roept ons nergens op om kwaad goed te noemen of misbruik te bedekken met een valse oproep tot vergeving.

Onrecht moet benoemd worden. Zonde moet in het licht komen. Geestelijke leiders zijn niet boven correctie verheven.

Maar de gelovige mag zijn hart niet aan bitterheid uitleveren.

Bitterheid blijft zelden beperkt tot degene die gekwetst werd. Zij spruit op, veroorzaakt beroering en verontreinigt velen. Zij verandert pijn in een bron waaruit steeds opnieuw wantrouwen, boosheid en verdeeldheid voortkomen.

De genade van God leert ons niet om onrecht te ontkennen. Zij leert ons om het uiteindelijke oordeel aan God over te laten en te voorkomen dat het kwaad dat ons is aangedaan, ook ons eigen hart gaat regeren.

 

Ezau koos het onmiddellijke boven de erfenis

Ezau wordt in Hebreeën 12 als waarschuwing genoemd:

“Gelijk Ezau, die om één spijze het recht van zijn eerstgeboorte weggaf.” (Hebreeën 12:16, STV)

Ezau ruilde het blijvende in voor het onmiddellijke. Het eerstgeboorterecht had betrekking op erfenis, positie en toekomst. Maar op dat moment zag hij alleen zijn honger.

Dat is de verleiding die telkens terugkeert.

Wij kunnen geestelijke rijkdom inruilen voor onmiddellijke bevrediging. Waarheid voor acceptatie. De hemelse roeping voor aardse invloed. Christus voor religieuze ervaring. Bijbelse eenvoud voor indrukwekkende geestelijke systemen.

Ook kerken kunnen zich gedragen als Ezau.

Zij verkopen waarheid voor maatschappelijke relevantie. Zij ruilen genade in voor controle. Zij verruilen de hemelse roeping voor politieke of culturele macht.

Zij spreken over het Koninkrijk, maar bedoelen menselijke invloed.

Zij spreken over ‘apostolisch gezag’, maar bouwen een hiërarchie.

Zij spreken over eenheid, maar verdragen geen toetsing.

Zij spreken over zalving, maar dulden geen tegenspraak.

Zij spreken over geestelijke vaders, maar maken volwassen gelovigen afhankelijk van menselijke leiders.

Hebreeën 12 waarschuwt: geef de erfenis niet prijs voor één maaltijd.

 

Niet gekomen tot Sinaï

Het hoogtepunt van Hebreeën 12 ligt in de tegenstelling tussen Sinaï en Sion:

“Want gij zijt niet gekomen tot den tastelijken berg, en het brandende vuur, en donkerheid, en duisternis, en onweder.” (Hebreeën 12:18, STV)

Sinaï spreekt van wet, afstand, vrees en oordeel. De berg kon worden aangeraakt, maar mocht niet worden aangeraakt. Het volk stond op afstand. Zelfs Mozes was bevreesd en bevende.

De wet brengt de mens niet vrijmoedig bij God. Zij openbaart juist hoe onmogelijk het is voor de zondaar om op grond van eigen gerechtigheid voor God te bestaan.

Toch keren veel christenen in de praktijk terug naar Sinaï. Niet door letterlijk naar die berg te reizen, maar door opnieuw een godsdienstig systeem van voorwaarden te bouwen.

God zal u zegenen wanneer u genoeg doet.

God zal u aannemen wanneer uw toewijding groot genoeg is.

God zal u genezen wanneer uw geloof sterk genoeg is.

God zal u gebruiken wanneer u zich aan de juiste leider onderwerpt.

God zal u bevrijden wanneer u de juiste geestelijke techniek toepast.

Dat is geen Evangelie van genade. Dat is Sinaï, gecamoufleerd met christelijke terminologie.

Wetticisme bestaat niet alleen uit het opleggen van oudtestamentische voorschriften. Het ontstaat overal waar de zekerheid, aanvaarding en zegen van de gelovige opnieuw afhankelijk worden gemaakt van menselijke prestaties.

 

Gij zijt gekomen tot Sion

Tegenover Sinaï staat Sion:

“Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem.” (Hebreeën 12:22, STV)

Niet: gij zult misschien ooit komen wanneer u voldoende volhardt.

Er staat: gij zijt gekomen.

Dit beschrijft de positie van de gelovige in Christus. Hij behoort niet langer bij het aardse systeem van afstand en veroordeling, maar bij het hemelse Jeruzalem.

Hij is gekomen:

“Tot de algemene vergadering en de gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn.” (Hebreeën 12:23, STV)

De Gemeente heeft een hemelse positie, een hemelse roeping en een hemelse erfenis. Zij is geen organisatie die geroepen is om de wereld over te nemen. Zij is het lichaam van Christus, verbonden met haar hemelse Hoofd.

Dit ontneemt de gelovige niet zijn verantwoordelijkheid op aarde. Het bepaalt juist hoe hij hier behoort te leven: als vreemdeling, getuige en dienaar.

Niet als machthebber die door menselijke strategie het Koninkrijk moet oprichten.

De Gemeente is niet geroepen om Sinaï te herstellen, de wereld te beheersen of een religieus machtsblok te bouwen. Zij is geroepen om Christus te verkondigen, de waarheid vast te houden en te wandelen in overeenstemming met haar hemelse roeping.

 

Het bloed van Christus spreekt betere dingen

De gelovige is gekomen:

“Tot den Middelaar des Nieuwen Testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel.” (Hebreeën 12:24, STV)

Het bloed van Abel riep om recht en vergelding. Het bloed van Christus spreekt van verzoening, reiniging en rechtvaardiging.

Abels bloed getuigde tegen de schuldige. Het bloed van Christus getuigt vóór degene die gelooft.

Daarom is iedere leer die de zekerheid van de gelovige opnieuw afhankelijk maakt van menselijke prestaties een aantasting van de betekenis van het bloed van Christus.

Iedere geestelijke leider die mensen door angst, dreiging en manipulatie aan zich bindt, voert hen in de praktijk terug naar Sinaï.

Iedere prediking die meer spreekt over onze offers dan over Zijn Offer, is uit evenwicht.

Iedere leer die beweert dat wij nog een aanvullende zalving, bemiddeling, impartatie of geestelijke bedekking nodig hebben om werkelijk aanvaard en bruikbaar te zijn, doet tekort aan de volheid die de gelovige in Christus ontvangen heeft.

Het bloed van Christus spreekt betere dingen.

De vraag is : luisteren wij ook?

 

Verwerp Hem Die spreekt niet

Genade is geen vrijblijvendheid. Juist omdat God vanuit de hemel spreekt door Zijn Zoon, is de verantwoordelijkheid groot:

“Ziet toe dat gij Dien Die spreekt, niet verwerpt.” (Hebreeën 12:25, STV)

De Hebreeën dreigden Christus niet noodzakelijk openlijk te vervloeken. Zij dreigden terug te keren naar een godsdienst waarin Hij in de praktijk niet langer voldoende was.

Dat gevaar bestaat nog steeds.

Christus wordt zelden openlijk uit de kerk verwijderd. Veel vaker wordt Hij bedolven onder programma’s, methoden, visies, leiderschapsmodellen, ervaringen en menselijk bedachte terminologie.

Zijn Naam wordt nog genoemd, maar Zijn volbrachte werk is niet langer genoeg.

Er moet een nieuwe zalving bij.

Een nieuwe doorbraak.

Een apostolische orde.

Een profetisch woord.

Een geestelijke vader.

Een strategie om het Koninkrijk zichtbaar te maken.

Hebreeën 12 snijdt door deze religieuze rook heen.

Wij hebben geen nieuwe middelaar nodig.

Wij zijn gekomen tot Jezus, de Middelaar van het Nieuwe Verbond.

 

Wij bouwen het Koninkrijk niet, wij ontvangen het

Hebreeën 12 eindigt met het onbeweeglijke Koninkrijk:

“Daarom, alzo wij een onbeweeglijk Koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vasthouden, door dewelke wij welbehaaglijk God mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid.” (Hebreeën 12:28, STV)

Let op het woord ontvangen.

Wij bouwen het Koninkrijk niet. Wij vestigen het niet door menselijke invloed. Wij maken het niet zichtbaar door politieke macht, culturele dominantie of apostolische strategieën.

Wij ontvangen het.

Het Koninkrijk is onbeweeglijk omdat het niet rust op kerkelijke organisaties, maatschappelijke bewegingen of geestelijke beroemdheden. Het rust op Christus.

Hij is opgewekt. Hij is verhoogd. Hij is gezeten aan de rechterhand van God. Zijn Koninkrijk zal op Gods tijd volledig openbaar worden.

Wie beweert dat de Gemeente het Koninkrijk op aarde moet realiseren, legt een opdracht op die Hebreeën 12 niet geeft.

Het hoofdstuk zegt niet: bouw het Koninkrijk.

Het zegt: ontvang het Koninkrijk, houd de genade vast en dien God.

Niet triomfantelijk alsof wij de wereld al moeten beheersen.

Niet zelfverzekerd alsof het succes van Gods plan van onze strategie afhankelijk is.

Maar:

“Met eerbied en godvruchtigheid.” (Hebreeën 12:28, STV)

 

Onze God is een verterend vuur

De slotwoorden van Hebreeën 12 zijn zeer serieus:

“Want onze God is een verterend vuur.” (Hebreeën 12:29, STV)

De God van Sion is niet minder heilig dan de God van Sinaï.

Genade betekent niet dat God de zonde onbelangrijk vindt. Genade betekent dat het oordeel over de zonde volledig gedragen is door Christus.

Daarom is oppervlakkigheid misplaatst. Daarom kunnen wij niet met de waarheid spelen. Daarom mogen wij de genade niet veranderen in een vrijbrief voor zonde, hoogmoed of religieuze zelfverheffing.

Dezelfde God Die ons in Christus nabijgebracht heeft, is een verterend vuur.

Dat moet de gelovige niet terugdrijven in slaafse angst. Het behoort hem te brengen tot eerbied, ootmoed en dankbaarheid.

Wie werkelijk begrijpt wat genade gekost heeft, gaat niet lichtvaardig met de zonde om.

 

Blijf zien op Jezus

Misschien zijn uw handen moe geworden. Misschien zijn uw knieën slap. Misschien hebt u geleden onder harde religie, manipulatief leiderschap of prediking die u voortdurend het gevoel gaf dat u tekortschiet.

Hebreeën 12 zegt niet dat u uzelf moet redden.

Het zegt: zie op Jezus.

Misschien voelt de weg zwaar. Misschien begrijpt u Gods handelen niet. Misschien lijkt de vreugde ver weg.

Zie op Jezus.

Hij heeft het kruis verdragen. Hij heeft de schande veracht. Hij is gezeten aan de rechterhand van God.

Keer niet terug naar Sinaï. Zoek geen zekerheid in religieuze systemen, menselijke leiders, geestelijke ervaringen of uw eigen prestaties.

U bent gekomen tot Sion. Tot het hemelse Jeruzalem. Tot de Middelaar van het Nieuwe Verbond. Tot het bloed dat betere dingen spreekt.

Leg daarom de lasten af. Houd de genade vast. Richt de slappe knieën op. Maak rechte paden. Bewaar uw hart voor bitterheid.

En loop de loopbaan die u is voorgesteld:

“Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus.” (Hebreeën 12:2, STV)

Wat doet Christus vandaag

De levende Hogepriester Die Zijn gemeente reinigt

 

Wat doet Christus vandaag?

Die vraag is belangrijker dan veel christenen beseffen. Want het Evangelie eindigt niet bij het kruis. Christus is gestorven, ja. Maar wat meer is, Hij is ook opgewekt. Hij is verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van God. Hij leeft. En omdat Hij leeft, werkt Hij vandaag aan Zijn gemeente.

Veel christenen weten goed te zeggen wat Christus heeft gedaan. Hij stierf voor onze zonden. Hij gaf Zijn bloed. Hij droeg het oordeel. Dat is het fundament.

Zonder dat fundament is er geen Evangelie.

Maar het kruis is niet het eindpunt.

Christus hangt niet meer aan het kruis. Hij ligt niet meer in het graf. Hij is de levende Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Hij bidt voor de Zijnen, reinigt Zijn gemeente door het Woord, heiligt haar en maakt gelovigen bekwaam om de levende God te dienen.

Dat is niet zomaar een bonus aanvulling op het Evangelie. Dat is de ademruimte van Genade.

het tegenwoordige werk van Christus
wat doet Christus vandaag?

Het kruis is het fundament, niet het eindpunt

Het kruis van Christus laat zien dat de oude mens voor God geen toekomst heeft. Het kruis is niet Gods poging om de oude mens wat op te knappen. Het kruis is Gods oordeel over de oude mens.

Paulus schrijft:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” — 2 Korinthe 5:14 (STV)

Dat is helder. Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven.

Daarmee wordt het christelijk leven geen verbeterproject van het vlees. Het is niet: probeer van je oude mens een vrome, religieuze en acceptabele versie te maken. Het is niet: poets jezelf op totdat God tevreden met je kan zijn.

Nee. De oude mens wordt niet geheiligd. De oude mens wordt afgelegd.

“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.” — Efeze 4:22 (STV)

Daar gaat het vaak mis. Veel prediking draait om de mens. Wat wij moeten doen. Hoe wij ons leven moeten verbeteren. Hoe wij geestelijk sterker moeten worden. Hoe wij onze oude natuur onder controle moeten krijgen.

Maar de Bijbel zegt niet dat de oude mens verbeterd moet worden. De Bijbel zegt dat hij afgelegd moet worden.

Het evangelie is niet: God helpt u om uw oude leven wat netter te maken.
Het evangelie is: God heeft u in Christus nieuw leven gegeven.

 

Christus leeft om voor ons te bidden

Wat doet Christus vandaag?

De Hebreeënbrief geeft een helder antwoord:

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” — Hebreeën 7:25 (STV)

Let op dat ene woord: leeft.

Christus leeft om voor de Zijnen te bidden. Hij is niet passief. Hij is niet afwezig. Hij is niet slechts een Persoon uit het verleden over Wie wij herinneringen ophalen. Hij is de levende Heere in de hemel.

Hij is Hogepriester.
Hij vertegenwoordigt Zijn volk bij God.
Hij bidt voor hen.
Hij reinigt hen.
Hij bewaart hen.
Hij maakt hen bekwaam om God te dienen.

Zijn priesterschap rust niet op sterfelijkheid, maar op onvergankelijk leven:

“Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.” — Hebreeën 7:16 (STV)

Dát geeft rust. Onze zaligheid hangt niet aan onze wisselende gevoelens, onze geestelijke prestaties of onze mate van zelfbeheersing.

Zij rust op Christus. En Hij leeft.

Christus als Hogepriester van het Nieuwe Verbond

Het tegenwoordige werk van Christus wordt vooral zichtbaar in Zijn priesterschap. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Niet naar de ordening van Aäron, maar naar de ordening van Melchizedek. Niet op grond van een tijdelijk en sterfelijk priesterschap, maar naar de kracht van onvergankelijk leven.

Dat betekent dat Christus’ werk niet ophield bij Zijn sterven. Zijn dood was noodzakelijk. Zijn bloed is de grond. Maar Zijn opstanding, verhoging en voortdurende priesterlijke dienst horen wezenlijk bij het evangelie.

Romeinen 8 zegt het zo:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” — Romeinen 8:33-34 (STV)

“Ja, wat meer is.”

Daar zit veel in. Christus is gestorven. Maar wat meer is: Hij is ook opgewekt. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt voor ons.

Wie alleen spreekt over het kruis, maar nauwelijks over de opgestane en verhoogde Christus, mist een wezenlijk deel van het christelijk leven. De gelovige leeft niet uit herinnering alleen. Hij leeft uit gemeenschap met de levende Christus.

 

Christus reinigt Zijn gemeente door het Woord

Een van de rijkste beschrijvingen van Christus’ huidige werk staat in Efeze 5:

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” — Efeze 5:25-26 (STV)

Hier staat niet dat de gemeente zichzelf reinigt om Christus waardig te worden. Hier staat dat Christus de gemeente reinigt.

Dat is een wereld van verschil.

Religie zegt: maak uzelf schoon, dan mag u komen.
Genade zegt: kom tot Christus, Hij reinigt.

Religie zegt: zorg dat u gereed bent.
Genade zegt: Christus maakt gereed.

Religie zegt: werk aan uzelf.
Genade zegt: stel u onder het Woord waardoor Christus Zijn werk doet.

Christus reinigt Zijn gemeente “door het Woord”. Niet door geestelijke druk. Niet door menselijke manipulatie. Niet door voortdurende beschuldiging. Niet door een religieuze zweep over het geweten.

Hij reinigt door Zijn Woord.

Daarom is het zo belangrijk waar wij naar luisteren, wat wij horen, welke prediking wij toelaten en waar onze aandacht naartoe gaat. Het Woord van God richt het hart op Christus. Mensgerichte prediking werpt de mens terug op zichzelf. En wie steeds naar zichzelf kijkt, vindt geen rust.

 

De voetwassing als beeld van Christus’ tegenwoordige werk

Johannes 13 geeft een indringend beeld. De discipelen zijn met de Heere aan tafel. Dan staat Hij op, legt Zijn klederen af, omgordt Zich met een linnen doek en begint hun voeten te wassen.

Petrus wil dat eerst niet. Maar de Heere zegt:

“Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij.” — Johannes 13:8 (STV)

Daarna wil Petrus helemaal gewassen worden. Dan antwoordt de Heere:

“Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” — Johannes 13:10 (STV)

Dat is een belangrijk onderscheid.

Wie van Christus is, is geheel rein. De gelovige staat in Christus voor God. Maar zolang hij door deze wereld wandelt, krijgt hij vuile voeten. Hij leeft nog in een wereld van zonde, leugen, verwarring, verzoeking en dood.

Daarom wast Christus de voeten.

Niet omdat het fundament telkens opnieuw gelegd moet worden. Niet omdat de gelovige steeds opnieuw van nul af aan moet beginnen. Maar omdat Christus Zijn Woord toepast op onze wandel, ons denken, ons hart en ons geweten.

Hij reinigt Zijn gemeente door het Woord.

 

Het geweten gereinigd om God te dienen

Christus is niet bezig om de buitenkant van de oude mens religieus op te poetsen. Hij reinigt dieper. Hij reinigt het geweten.

Hebreeën 9 zegt:

“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” — Hebreeën 9:14 (STV)

Dat is bevrijdend.

Veel gelovigen hoeven niet steeds opnieuw te horen dat zij tekortschieten. Dat weten zij al. Zij kennen hun zwakheid. Zij kennen hun falen. Zij weten hoe snel zij afdwalen, struikelen of innerlijk verward raken.

Maar de Bijbel werpt hen niet eindeloos terug op hun tekort. De Bijbel richt hen op Christus.

Het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken. Waarom? Niet zodat wij geestelijk in een hoekje blijven zitten met ons hoofd omlaag. Maar “om den levenden God te dienen”.

Een gereinigd geweten maakt vrijmoedig. Niet oppervlakkig. Niet wetteloos. Niet onverschillig. Maar vrijmoedig in Christus.

 

Niet zelfverbetering, maar leven uit Genade

Het christelijk leven is geen cursus zelfverbetering met een Bijbeltekst erboven.

Natuurlijk verandert Gods genade een mens. Natuurlijk leert de gelovige anders wandelen. Natuurlijk zijn goede werken belangrijk. Maar de volgorde is alles.

Titus 2 zegt:

“Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” — Titus 2:14 (STV)

Christus reinigt Zichzelf een eigen volk. En dat volk wordt ijverig in goede werken.

Goede werken zijn dus niet de wortel van onze aanvaarding. Ze zijn de vrucht van Christus’ werk.

Onder wet werk je om aanvaard te worden.
Onder genade dien je omdat je aanvaard bent in Christus.

Onder wet kijk je steeds naar jezelf.
Onder genade zie je op Christus.

Onder wet blijft het geweten onrustig.
Onder genade wordt het geweten gereinigd om God te dienen.

Dat is geen goedkoop gemak. Leven uit genade is juist vernederend voor het vlees. Want genade zegt dat de mens zichzelf niet kan redden, niet kan reinigen en niet kan opwerken tot God.

De mens komt met lege handen. Niet als een geslaagde heilige. Niet als een opgepoetst geestelijk project. Niet als iemand die eindelijk alles onder controle heeft.

Hij komt tot Christus.

En Christus reinigt.

 

God verzamelt nu een volk voor Zijn Naam

Wat doet God in deze tegenwoordige tijd?

Het Nieuwe Testament geeft daar een duidelijke lijn in. God verzamelt een volk voor Zijn Naam.

In Handelingen 15 lezen we:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna wordt gesproken over het herstel van de vervallen hut van David. Die volgorde is belangrijk. Eerst verzamelt God een volk uit de heidenen. Daarna komt het herstel van Israël en het Davidische koningshuis.

Dat betekent dat Gods huidige werk niet in de eerste plaats bestaat uit wereldverbetering, politieke macht, cultureel herstel of het oprichten van een zichtbaar koninkrijk op aarde. Zijn huidige werk is gericht op de gemeente.

De gemeente is een hemels volk. Zij is verbonden met Christus in de hemel. Zij deelt in Zijn positie, Zijn leven, Zijn toekomst en Zijn erfenis.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” — Efeze 2:6 (STV)

De gelovige leeft nog op aarde, maar zijn positie is in Christus.

Daarom is het zo schadelijk wanneer christenen hun roeping verwarren met wereldverbetering. Natuurlijk doen wij goed waar wij kunnen. Natuurlijk zorgen wij voor onze naaste. Natuurlijk dragen wij verantwoordelijkheid in het gewone leven.

Maar de gemeente is geen religieuze actiegroep voor het oplappen van deze tegenwoordige eeuw. Zij is een volk dat door Christus uit deze eeuw getrokken wordt.

 

Uit de tegenwoordige boze wereld getrokken

Galaten 1 zegt:

“Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader.” — Galaten 1:4 (STV)

Dat staat haaks op christelijk activisme.

Wij willen vaak juist iets bereiken ín deze wereld. Erkenning. Invloed. Positie. Herstel van christelijke normen. Een steviger christelijk geluid. Een cultuur die weer naar ons luistert.

Maar Christus heeft Zich gegeven om ons te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld.

Dat betekent niet dat wij onverschillig worden. Het betekent dat wij nuchter worden. Deze wereld wordt niet uiteindelijk hersteld door menselijke inzet. God maakt een nieuwe schepping. En vandaag verzamelt Hij een volk dat bij Christus hoort.

 

Waarom mensgerichte prediking schromelijk tekortschiet

Veel prediking klinkt praktisch, maar is in wezen mensgericht. Ze draait om onze problemen, onze gevoelens, onze keuzes, onze relaties, onze groei, onze houding, onze prestaties en onze geestelijke temperatuur.

Natuurlijk raakt het Woord van God ons leven. Maar wanneer Christus uit het centrum verdwijnt, blijft er vooral religieuze psychologie over. Dan wordt de Bijbel een kapstok voor menselijke thema’s. Dan is de mens het onderwerp en Christus hooguit de helper.

Bijbelse prediking begint anders.

opent het Woord.
toont Christus.
verkondigt Zijn werk.
plaatst de gelovige in Hem.
bevrijdt het geweten door Genade.
roept op tot dienst vanuit rust, niet vanuit kramp.

Waar de mens centraal staat, groeit onrust.
Waar Christus centraal staat, komt geloofsadem.

 

Leven vanuit Christus’ tegenwoordige werk

De vraag is dus niet allereerst: hoe krijg ik mijn leven onder controle?

De betere vraag is: leef ik uit Christus’ tegenwoordige werk?

Stel ik mij onder Zijn Woord?
Laat ik Hem mijn geweten reinigen?
Rust ik in Zijn priesterschap?
Geloof ik dat Hij voor mij bidt?
Zie ik mijzelf in Christus, of blijf ik gevangen in mijzelf?

De gelovige hoeft niet te leven onder de voortdurende dreiging van beschuldiging. Romeinen 8 zegt immers dat God rechtvaardigt en Christus bidt.

Daarom mag de gelovige vrijmoedig leven. Niet omdat hij in zichzelf sterk is. Niet omdat zijn oude mens verbeterd is. Niet omdat hij nooit struikelt. Maar omdat Christus leeft.

 

De troost van de levende Christus

Wat doet Christus vandaag?

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij reinigt.
Hij heiligt.
Hij verzamelt een volk voor Zijn Naam.
Hij maakt gelovigen bekwaam om dienaren te zijn van het Nieuwe Verbond.

Dat is de troost.

De gelovige leeft nog met lek en gebrek. Dat hoeft niet vroom weggepoetst te worden. Wij schieten tekort. Wij falen. Wij dragen de zwakheid van de oude mens nog mee.

Maar God ziet de gelovige in Christus. En Christus is niet klaar met Zijn werk.

Hij reinigt door het Woord.
Hij bewaart door Zijn kracht.
Hij bidt aan Gods rechterhand.
Hij maakt bekwaam om de levende God te dienen.

Daarom hoeft de gelovige niet gevangen te blijven in religieuze kramp. Hij hoeft niet eindeloos naar zichzelf te staren. Hij hoeft niet te leven onder de zweep van beschuldiging.

Hij mag zien op Christus.

Niet alleen op Christus aan het kruis, maar ook op Christus in de hemel. De levende Hogepriester. De Verheerlijkte. Degene Die Zijn gemeente liefheeft, haar reinigt door het Woord en haar eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.

Wat doet Christus vandaag?
Hij werkt aan Zijn gemeente.

Christus hangt niet meer aan het kruis en ligt niet meer in het graf. Hij leeft, bidt, reinigt en werkt vandaag aan Zijn gemeente.

En dat is precies waarom het christelijk leven geen leven onder angst is, maar een leven uit Genade.

Zie ook:

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding? – Bijbelse basis

Romeinen 4 over Genade als vaste grond

Vast in Genade

Romeinen 4 is een hoofdstuk voor vermoeide mensen. Voor mensen die ervaren dat hun geloof niet altijd groot is. Voor mensen die zichzelf tegenvallen. Voor mensen die soms kijken naar hun lichaam, hun omstandigheden, hun verleden, hun zwakheid, hun zonde, hun onvermogen, en dan denken: hoe kan Gods belofte voor mij nog vaststaan?

Paulus wijst ons niet op onze kracht. Niet op onze prestaties. Niet op onze geestelijke staat van dienst. Hij brengt ons bij Abraham. En via Abraham brengt hij ons naar God Zelf.

Want de boodschap van dit gedeelte is niet: Abraham was zo sterk.

De boodschap is: God is zo betrouwbaar.

Belofte ligt vast omdat-het Genade is.
Belofte ligt vast omdat het Genade is.

Uit geloof

Paulus schrijft:

“Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade” Romeinen 4:16 (STV)

Dat is een zin om langzaam te lezen. De belofte is uit geloof, opdat zij naar genade is. En omdat zij naar genade is, is zij vast.

Niet omdat Abraham zo indrukwekkend was.
Niet omdat zijn omstandigheden zo hoopgevend waren.
Niet omdat zijn lichaam nog vol levenskracht was.
Niet omdat Sara menselijk gesproken nog kinderen kon krijgen.

Integendeel. Alles sprak hen tegen.

Abraham was oud. Sara was onvruchtbaar. De belofte leek onmogelijk. En toch staat er:

“Welke tegen hoop op hoop geloofd heeft, dat hij zou worden een vader van vele volken; volgens hetgeen gezegd was: Alzo zal uw zaad wezen.” Romeinen 4:18 (STV)

Dat is geloof. Niet optimisme. Niet jezelf moed inspreken met losse kreten. Niet doen alsof de feiten niet bestaan. Geloof is: God meer vertrouwen dan wat zichtbaar is.

Abraham keek niet weg van de feiten

Abraham zag de dood in zijn eigen lichaam. Hij zag de onmogelijkheid bij Sara. Hij had alle reden om te zeggen: dit kan niet meer. En menselijk gesproken klopte dat ook.

Maar geloof rekent niet alleen met wat de mens nog kan. Geloof rekent met Wie God is.

Paulus zegt van God:

“God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren” Romeinen 4:17 (STV)

Dát is de God van het Evangelie. Niet een God Die alleen werkt wanneer er nog genoeg menselijke mogelijkheden over zijn. Niet een God Die wacht tot wij sterk genoeg zijn, in de overwinningsmodus gaan om Zijn belofte waar te maken. Maar de God Die leven brengt waar dood is. Die roept wat er nog niet is. Die Zijn eigen Woord vervult, ook wanneer de omstandigheden gesloten lijken als een graf.

Daarom is dit zo bemoedigend.

Want als de belofte door de wet zou zijn, dan viel alles terug op de mens. Dan moest de mens het waarmaken. Dan moest de mens voldoen. Dan moest de mens zichzelf omhoog werken tot het niveau van Gods eis. Maar Paulus snijdt die weg af:

“Want indien degenen, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, zo is het geloof ijdel geworden, en de beloftenis te niet gedaan.” Romeinen 4:14 (STV)

Als het via de wet loopt, wordt geloof leeg. Dan wordt de belofte krachteloos. Dan blijft er geen rust over, maar alleen spanning.

Heb ik genoeg gedaan?

Ben ik ver genoeg gekomen?

Is mijn geloof wel sterk genoeg?

Is mijn wandel wel zuiver genoeg?

Heb ik niet te veel gefaald?

Maar God heeft de belofte niet op die grond gefundeerd.

Hij heeft haar gefundeerd op Genade.

En Genade is geen dun laagje over menselijke verdienste. Genade is niet God Die het laatste beetje aanvult nadat wij ons best hebben gedaan. Genade is Gods vrije gunst voor mensen die niets kunnen aanbrengen om zichzelf rechtvaardig te maken.

Daarom ligt de belofte vast.

Niet ik maar Christus, rust vinden buiten jezelf

Niet omdat jij zo vast bent.
Maar omdat Christus vast is.
Niet omdat jouw hand altijd stevig vasthoudt.
Maar omdat Gods hand niet loslaat.
Niet omdat jouw geloof nooit beeft.
Maar omdat het voorwerp van je geloof niet wankelt.

Abraham werd niet gerechtvaardigd omdat hij een groot geloof als prestatie leverde. Hij werd gerechtvaardigd omdat hij God geloofde. Omdat hij rustte in Gods belofte.

“En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer; En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen.” Romeinen 4:20-21 (STV)

Dat is de kern: God is machtig te doen wat Hij beloofd heeft.

En Paulus laat ons niet bij Abraham staan alsof dit alleen een oude geschiedenis is. Hij zegt nadrukkelijk dat dit ook voor ons geschreven is:

“Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is; Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft” Romeinen 4:23-24 (STV)

Daar wordt het verhaal ineens heel persoonlijk.

Dit gaat niet alleen over Abraham. Dit gaat over iedereen die gelooft in God, Die Jezus onze Heere uit de doden opgewekt heeft. Het geloof ziet dus niet maar vaag omhoog. Het grijpt zich vast aan de God van de opstanding. Aan de God Die niet alleen leven beloofde uit Abrahams verstorven lichaam, maar Die Zijn eigen Zoon uit de doden heeft opgewekt.

En dan eindigt dit gedeelte bij het hart van het Evangelie:

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” Romeinen 4:25 (STV)

Dáár ligt de rust.

Christus is overgeleverd om onze zonden. Niet om vage fouten. Niet om kleine tekortkomingen.

Om onze zonden.

Schuld.

Overtreding.

Verlorenheid.

En Hij is opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Zijn opstanding is Gods stempel op het volbrachte werk. God zegt: het offer is aangenomen. De schuld is gedragen. De dood is overwonnen. De rechtvaardiging staat vast.

Daarom mag een gelovige ademen en leven.

Niet omdat hij nooit struikelt.
Niet omdat hij zichzelf altijd begrijpt.
Niet omdat zijn gevoel altijd meewerkt.
Niet omdat de omstandigheden hoopvol lijken.

Maar omdat Jezus Christus overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Dat maakt Romeinen 4 zo sterk bemoedigend. Het haalt de grond onder onszelf vandaan, maar geeft een veel betere grond onder onze voeten: Christus Zelf.

De wet werkt toorn. De wet wijst aan, legt bloot, veroordeelt. Maar de belofte is uit geloof, opdat zij naar Genade zij. En omdat zij naar genade is, is zij vast.

Dus wanneer je zwak bent: zie niet eerst naar je zwakheid, maar naar Hem Die de doden levend maakt.

Wanneer je omstandigheden tegenspreken: zie niet alleen naar wat zichtbaar is, maar naar Gods belofte.

Wanneer je geweten je aanklaagt: vlucht niet naar betere prestaties, maar naar Christus, Die overgeleverd is om onze zonden.

Wanneer je bang bent dat je tekortschiet: hoor opnieuw dat de belofte vast is, niet omdat jij deze overeind houdt, maar omdat Gods Genade dat doet

God rechtvaardigt niet de mens die zichzelf denkt te kunnen handhaven . Hij rechtvaardigt de goddeloze die gelooft. Hij maakt levend waar dood is. Hij vervult wat Hij belooft. Hij wekt op wat begraven lijkt.

Romeinen 4 laat zien dat Gods belofte niet rust op menselijke prestatie, wetsonderhouding of geestelijke kracht. Abraham werd gerechtvaardigd door geloof, terwijl alles menselijk gesproken onmogelijk leek. Juist daarom is dit gedeelte zo bemoedigend: God maakt de doden levend en vervult wat Hij belooft. Voor de gelovige ligt de zekerheid uiteindelijk niet in zichzelf, maar in Christus,

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” Romeinen 4:25 (STV)

 

Daarom mag het geloof, soms bevend, maar hardop, zeggen:

Heer, ik zie mijn onvermogen.
Ik zie mijn zonde.
Ik zie mijn zwakheid.
Maar ik zie ook Christus.
Overgeleverd om mijn zonden.
Opgewekt om mijn rechtvaardigmaking.

Dat is genoeg.

Zie ook:

Wat bedoelt de Bijbel met “leven uit Genade”? – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Genade? – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights