De gevaarlijkste manier om de Bijbel te lezen

De Schrift verdraaien tot eigen verderf

Waar 2 Petrus 3:16 voor waarschuwt, en waarom dat vandaag nog gebeurt

Er is een ongemakkelijke waarheid die zelden wordt uitgesproken:
je kunt de Bijbel lezen, citeren en onderwijzen, en hem toch verdraaien tot je eigen verderf.

Dat is precies waar de apostel Petrus voor waarschuwt.

Ik bespreek hier een Bijbeltekst die zelden wordt aangehaald, maar die een van de scherpste waarschuwingen van het Nieuwe Testament bevat. De apostel Petrus schrijft over mensen die met de Schrift omgaan op een manier die niet tot leven leidt, maar tot oordeel.

Hij schrijft:

“Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke dingen sommige zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf.” (2 Petrus 3:16, STV)

Dat is een verbijsterende uitspraak.
De Bijbel kan namelijk niet alleen verkeerd begrepen worden, hij kan ook verdraaid worden.

En Petrus zegt dat dat niet zonder gevolgen blijft.

Wanneer de Bijbel wordt gebruikt om een eigen leer te bevestigen

Het woord dat Petrus gebruikt voor “verdraaien” betekent letterlijk verwrin­gen of forceren. Het beeld is dat van iets dat zo wordt gebogen dat het een vorm krijgt die het oorspronkelijk niet had.

Dat gebeurt wanneer iemand:

  • teksten uit hun context haalt
  • een systeem in de tekst leest dat er niet uit voortkomt
  • bepaalde Schriftgedeelten negeert
  • duidelijke teksten wegredeneert
  • de Schrift gebruikt als kapstok voor een idee
  • de Schrift gebruikt om een ingelegde vreemde leer te verdedigen

In dat geval spreekt de Bijbel niet meer zelf.
De tekst wordt gedwongen iets te zeggen wat de lezer wil.

Petrus noemt twee kenmerken van zulke mensen

Petrus beschrijft de mensen die dit doen met twee woorden:

ongeleerd
onvast

Dat betekent niet dat zij geen opleiding hebben. Het betekent dat zij:

  • niet werkelijk door de Schrift onderwezen zijn
  • geestelijk instabiel zijn
  • zich niet willen laten corrigeren door het Woord

Het probleem is dus niet gebrek aan intelligentie, maar gebrek aan onderwerping aan de Schrift.

Paulus werd verdraaid

Het opmerkelijke is dat Petrus dit schrijft over de brieven van Paulus.

Hij zegt dat sommige dingen in Paulus’ brieven moeilijk te begrijpen zijn. Niet omdat Paulus onduidelijk was, maar omdat zijn onderwijs diep is. Vooral zijn onderwijs over:

  • genade
  • wet
  • Israël
  • de gemeente
  • het heilsplan van God

Juist die onderwerpen zijn in de geschiedenis van de kerk het meest verdraaid.

Het probleem is van alle tijden

Verkeerde uitleg ontstaat vaak wanneer men de onderscheiden in de Schrift niet respecteert.

Wanneer men bijvoorbeeld:

  • Israël en de gemeente door elkaar haalt
  • wet en Genade vermengt
  • profetieën vergeestelijkt
  • of Gods heilsplan herschrijft

kan de roeping van de gemeente zelf verdraaid worden.

Het gevaar van Schriftverdraaiing zit dus niet alleen buiten, maar juist binnen het christendom zelf.

Het resultaat: geestelijke schade

Petrus gebruikt een schokkend woord voor het gevolg:

verderf.

“tot hun eigen verderf.” (2 Petrus 3:16, STV)

Dat betekent dat verkeerd omgaan met de Schrift uiteindelijk tegen de mens zelf werkt.

De Bijbel is namelijk niet maar een boek dat je kunt bestuderen.
Het is het Woord van God.

Wie het buigt naar zijn eigen wil, komt uiteindelijk zelf onder het oordeel van dat Woord te staan.

Hoe het voorkomen wordt

De Bijbel zelf laat zien hoe de Schrift moet worden behandeld.

Niet door:

  • teksten te isoleren
  • systemen te verdedigen
  • of eigen ideeën te bevestigen

maar door:

  • de context serieus te nemen
  • Schrift met Schrift te vergelijken
  • te luisteren naar wat er werkelijk staat
  • bereid te zijn gecorrigeerd te worden

De houding van de gelovige is daarom niet:

de Schrift corrigeren

maar:

zich laten corrigeren door de Schrift.

Een confronterende vraag

Iedere generatie christenen denkt dat zij de Schrift correct leest.

Maar de waarschuwing van Petrus blijft staan.

De vraag is daarom niet alleen:

kennen we de Bijbel?

De echte vraag is:

laten we de Bijbel spreken, of laten we de Bijbel zeggen wat we willen horen?

Want volgens Petrus is het mogelijk de Schrift te bezitten
en te verdraaien tot eigen verderf.

Identiteit boven de Schrift: hoe moderne theologie ontspoort

Wanneer theologie losraakt van God

Hoe moderne theologie zich aanpast aan cultuur in plaats van aan de Schrift

De laatste jaren verschijnen steeds meer publicaties waarin geprobeerd wordt om moderne identiteiten — zoals queer-identiteit — te integreren in christelijke theologie. Theologische opleidingen, kerkelijke projecten en academische publicaties presenteren dit vaak als een noodzakelijke stap om kerk en samenleving met elkaar in gesprek te brengen.

Maar achter deze ontwikkeling gaat een veel fundamenteler probleem schuil.

Het gaat uiteindelijk niet om seksualiteit.
Het gaat om gezag.

De vraag is eenvoudig: wie bepaalt er eigenlijk wat waarheid is?

De Schrift, of de cultuur?

Queer theologen?

Wanneer de mens het uitgangspunt wordt

Veel hedendaagse theologische projecten beginnen niet meer bij de openbaring van God, maar bij menselijke ervaring.

De redenering verloopt ongeveer zo:

Eerst is er een identiteit.
Daarna moet de theologie worden aangepast om die identiteit een plaats te geven.

De Bijbel wordt dan niet meer gelezen als norm, maar als materiaal dat opnieuw geïnterpreteerd moet worden.

Dat is niet zomaar opschuiven.

Dat is een complete omkering van het christelijk denken.

De Schrift leert namelijk het tegenovergestelde: niet God past Zich aan de mens aan, maar de mens wordt geroepen zich te onderwerpen aan Gods openbaring.

De scheppingsorde wordt niet door cultuur bepaald

De Bijbel begint met een duidelijke scheppingsstructuur.

“En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld Gods schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.”
(Genesis 1:27, STV)

Deze tekst is geen cultureel detail uit een oud wereldbeeld.

Het is de fundamentele ordening van de schepping.

Menselijke identiteit wordt hier niet gedefinieerd door gevoel, cultuur of sociale constructie, maar door Gods scheppingsdaad.

Wanneer de Here Jezus spreekt over huwelijk en menselijke identiteit, introduceert Hij geen nieuwe theorieën.

Hij verwijst simpelweg terug naar Genesis.

“Hebt gij niet gelezen, dat Hij, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, die heeft hen gemaakt man en vrouw?”
(Mattheüs 19:4, STV)

Christus corrigeert de cultuur niet door de norm te verruimen, maar door terug te gaan naar het begin.

Dat alleen al maakt duidelijk hoe ver veel moderne theologische discussies zich inmiddels van het Bijbelse uitgangspunt verwijderd hebben.

Paulus noemt de geestelijke wortel van de verwarring

Het Nieuwe Testament beschrijft ook waarom menselijke culturen steeds opnieuw afwijken van Gods orde.

Paulus legt de kern bloot.

“Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen, en hun onverstandig hart is verduisterd geworden.”
(Romeinen 1:21, STV)

Wanneer de mens God niet meer erkent als hoogste autoriteit, ontstaat er verwarring over alles: waarheid, moraal en zelfs over wat het betekent mens te zijn.

De huidige discussies over identiteit staan niet los van die geestelijke werkelijkheid.

Theologie zonder Schrift is religieuze filosofie

Zodra de Bijbel niet langer normatief is, verandert theologie in iets anders.

Dan blijft er een religieus gesprek over.

Maar het is niet langer spreken namens God.

Paulus waarschuwde dat deze ontwikkeling zou komen.

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden.”
(2 Timotheüs 4:3, STV)

Wanneer cultuur het uitgangspunt wordt, zal de Schrift uiteindelijk altijd moeten wijken.

Het Evangelie bevestigt zonde niet

Het evangelie is geen boodschap die menselijke verlangens legitimeert.

Het is een boodschap die mensen vernieuwt.

Paulus schrijft:

“En sommigen van u zijn dit geweest; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods.”
(1 Korinthe 6:11, STV)

Het evangelie zegt niet:
blijf wie je bent.

Het zegt:
je kunt vernieuwd worden.

Dat geldt voor iedere zondaar, ongeacht welke zonde het betreft.

De kerk staat altijd onder druk van de cultuur

Dit spanningsveld is niet nieuw.

Door de hele kerkgeschiedenis heen heeft de cultuur geprobeerd de kerk te vormen naar haar eigen beeld.

Maar de kerk heeft maar één opdracht: trouw blijven aan het Woord van God.

Niet aanpassen.
Niet herinterpreteren om het acceptabel te maken.

Maar eenvoudig blijven zeggen wat God heeft gesproken.

Wanneer theologie begint bij menselijke identiteit in plaats van bij Gods openbaring, raakt zij los van God.

Dan blijft er wellicht nog religieuze taal over.

Maar het fundament is verdwenen.

De kerk heeft daarom geen nieuwe theologie nodig die zich aanpast aan de cultuur.

De kerk heeft iets anders nodig:

een terugkeer naar de Schrift.

lees ook:

Wat bedoelt de Bijbel met “leven uit Genade”? – Bijbelse basis

Wij leven in de laatste dagen

De laatste dagen, niet zoals velen denken

De vraag duikt telkens weer op wanneer de wereld onrustig wordt, en er weer reuring is: leven wij in de laatste dagen?
Voor velen betekent die vraag vooral: staat het einde van de wereld voor de deur?

Maar wie de Schrift zorgvuldig leest, ontdekt dat de Bijbel daar heel anders over spreekt.

De “laatste dagen” zijn volgens het Nieuwe Testament niet iets dat pas vlak voor het einde begint. Ze zijn al lang geleden begonnen.

De laatste dagen begonnen bij de opstanding van Christus

Op de Pinksterdag citeert Petrus de profeet Joël en zegt:

“En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees.”
(Handelingen 2:17, STV)

Voor Petrus was dat geen verre toekomst. Hij zegt juist: dit is wat nu gebeurt.

De uitstorting van de Geest op Pinksteren markeert dus het begin van die laatste dagen. De apostelen zagen hun eigen tijd al als die periode.

Ook Hebreeën bevestigt dat:

“God, voortijds vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon.”
(Hebreeën 1:1–2, STV)

De komst, dood en opstanding van Christus markeren het begin van de nieuwtestamentische tijd.

Sindsdien leven wij in wat de Schrift “de laatste dagen” noemt.

Kenmerken van de laatste dagen

De apostelen beschrijven de geestelijke toestand van die tijd opvallend scherp.

Paulus schrijft:

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf, geldgierig, laatdunkend, hoogmoedig, lasteraars, den ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig.”
(2 Timotheüs 3:1–2, STV)

Het gaat hier niet alleen over moreel verval in de wereld, maar ook over religieuze schijn.

Even verder staat:

“Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben.”
(2 Timotheüs 3:5, STV)

Religie zonder waarheid. Vroomheid zonder kracht. Dat is volgens Paulus een kenmerk van deze tijd.

Afval en misleiding

Een ander duidelijk kenmerk van de laatste dagen is afval van het geloof.

Paulus schrijft:

“Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten en leringen der duivelen.”
(1 Timotheüs 4:1, STV)

Let op: het gevaar komt niet alleen van buiten.

Het ontstaat vaak binnen het christendom zelf.

Petrus waarschuwt bovendien voor spotters:

“Dit eerst wetende, dat in het laatste der dagen spotters komen zullen, die naar hun eigen begeerlijkheden zullen wandelen.”
(2 Petrus 3:3, STV)

Zij stellen de vraag die vandaag nog steeds klinkt:

Waar blijft Zijn wederkomst?

De antichrist: niet alleen een toekomstige figuur

Veel christenen denken bij de antichrist meteen aan één toekomstige wereldleider.

Maar Johannes zegt iets opvallends:

“Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden.”
(1 Johannes 2:18, STV)

Volgens Johannes waren er in zijn tijd al vele antichristen.

Wie zijn dat?

Hij legt het zelf uit:

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Het woord antichrist betekent niet alleen tegen Christus, maar ook in plaats van Christus.

Iedereen die zich tussen Christus en de gelovige plaatst — geestelijk, religieus of organisatorisch — treedt feitelijk in Zijn plaats.

Het gevaar van religieuze systemen

Paulus waarschuwde de ouderlingen van Efeze:

“Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen.En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.”
(Handelingen 20:29–30, STV)

Let op waar het gevaar vandaan komt:

uit het midden van de gemeente zelf

Mensen die volgelingen achter zich willen trekken.

Dat is precies hoe religieuze machtsstructuren ontstaan.

Christendom is geen religie

Veel mensen spreken over het christendom als een religie.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft iets totaal anders.

Paulus schrijft:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)

Christelijk geloof draait niet om religieuze systemen, regels of kerkelijke macht.

Het draait om een levende relatie met Christus.

Hij alleen is het Hoofd van de gemeente.

“En Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen.”
(Efeze 1:22, STV)

Niet een kerk.
Niet een organisatie.
Niet een menselijke leider.

Christus alleen

De ware strijd van de laatste dagen

De grootste geestelijke strijd van deze tijd is daarom niet alleen moreel verval of wereldse zonde.

De grootste strijd is deze:

blijft Christus werkelijk centraal?

Of schuift er langzaam iets tussen:

  • religieuze systemen
  • geestelijke leiders
  • tradities
  • menselijke autoriteit

Alles wat tussen Christus en de gelovige komt, ondermijnt uiteindelijk het evangelie.

De enige veilige plaats

De Bijbel wijst steeds weer terug naar één fundament:

het Woord van God.

En naar één Persoon:

Jezus Christus.

Paulus schrijft:

“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?”
(Romeinen 8:35, STV)

Het antwoord is duidelijk:

Niemand

Wie in Hem gelooft staat in vrijheid, Genade en zekerheid.

Niet door religie.

Maar door Christus alleen.

Já. wij leven in de laatste dagen.

Maar dat is al zo sinds de opstanding van Christus.

De echte vraag is daarom niet hoe lang het nog duurt, maar:

Blijven we vasthouden aan Christus en Zijn Woord,
of laten we ons verleiden door alles wat zich in Zijn plaats wil stellen?

Dáár ligt de ware strijd van de laatste dagen.

Geverifieerd door MonsterInsights