Schrift met Schrift vergelijken

Schrift met Schrift vergelijken: een vergeten principe

Een van de meest fundamentele regels voor Bijbeluitleg is tegelijk een van de meest genegeerde:

De Schrift verklaart zichzelf, Schrift met Schrift vergelijken….

  • Niet gevoel.
  • Niet traditie.
  • Niet populaire prediking.

Maar de Bijbel zelf.

De Schrift zegt het eenvoudig en diep tegelijk:

“Geestelijke dingen met geestelijke dingen vergelijken.” (1 Korinthe 2:13)

“Geen profetie der Schrift is van eigen uitleg.” (2 Petrus1:20)

Dat betekent:

  • geen leer opbouwen op één tekst,
  • geen beeld losmaken van zijn context,
  • en geen conclusie trekken voordat alle relevante Schriftplaatsen zijn meegenomen.

Waar dit principe verdwijnt, ontstaat verwarring. Waar het wordt toegepast, ontstaat orde. En duidelijkheid.

Enkele voorbeelden:

“Koning Jezus”: Schrift met Schrift getoetst

De uitspraak “Koning Jezus” is bijbels juist.


Maar de vraag is: Koning waarvan?

Wanneer we Schrift met Schrift vergelijken, valt iets op:

  • Jezus wordt Koning genoemd in relatie tot Israël
  • Hij wordt nooit Koning van de gemeente genoemd

De profeten spreken over:

  • de troon van David
  • Jeruzalem
  • een aards koninkrijk

Jezus zelf zegt:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36)

Dat betekent niet sec “geestelijk”, maar: nog niet gevestigd.

Over de gemeente zegt de Schrift iets anders:

“Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente.” (Kolossenzen 1:18)

Een hoofd regeert geen onderdanen. Een hoofd stuurt een lichaam aan.

Door Schriftvergelijking dus:
Jezus is Koning, maar niet van de gemeente.

De bruid: wie zegt de Schrift dat zij is?

Veel christenen spreken vanzelfsprekend over “de bruid van Christus” en bedoelen daarmee de gemeente.
Maar zodra we Schrift met Schrift vergelijken, blijkt dit onhoudbaar.

De Bijbel gebruikt bruid/vrouw-taal uitsluitend voor Israël:

  • huwelijksverbond (Sinaï)
  • ontrouw (overspel)
  • verstoting
  • toekomstig herstel

De gemeente kent:

  • geen huwelijksverbond
  • geen echtscheiding
  • geen herstel als vrouw

In Openbaring 21 wordt de bruid getoond:

“Kom, ik zal u tonen de bruid, de vrouw van het Lam.”

Wat ziet Johannes?
 Het nieuwe Jeruzalem, verbonden aan Israël.

Dus
De bruid is Israël. De gemeente is geen bruid.

Wat is de gemeente dan wél?

Als de gemeente geen koninkrijk is en geen bruid, wat is zij dan?

De Schrift is opvallend eensgezind:

  • Lichaam
  • Huisgezin
  • Tempel
  • Kinderen van God

“Zo zijt gij dan … huisgenoten van God.” (Efeze 2:19)

Dat is geen hiërarchie, maar familie. Geen onderdanen, maar kinderen. Geen koning, maar een Hoofd. De identiteit van de gemeente is hemels, niet aards.
Haar roeping is hemels, niet koninklijk bestuur.

Waarom vermenging ontspoort

Wanneer Israël en gemeente door elkaar worden gehaald, ontstaan vaste patronen van verwarring:

  • de gemeente wordt “bruid”
  • Jezus wordt “Koning van de gemeente”
  • het koninkrijk moet “nu” gebouwd worden

Dit komt niet voort uit Schriftvergelijking, maar uit selectieve lezing.

Gevolg:

  • profetie wordt vergeestelijkt
  • beloften worden verplaatst
  • toekomstverwachting verdwijnt

Wat begint als vroom taalgebruik, eindigt als dwaalleer.

Hoe vergelijk je Schrift met Schrift in de praktijk?

Bijbels lezen vraagt discipline. Enkele eenvoudige regels:

  1. Verzamel alle teksten over een onderwerp
  2. Scheid contexten (Israël / gemeente / volken)
  3. Let op tijd (nu – toekomst)
  4. Maak onderscheid tussen beeld en leer
  5. Laat moeilijke teksten staan zonder ze glad te strijken

De Bijbel corrigeert en verklaart zichzelf — als wij haar tenminste laten spreken.

 Christus verheerlijkt door onderscheid

Onderscheid verkleint Christus niet.
Het verheerlijkt Hem.

Door Schrift met Schrift vergelijken zien we Jezus Christus in Zijn volle rijkdom:

  • Koning van Israël
  • Hoofd van de gemeente
  • Heer van allen
  • Middelaar van het nieuwe verbond

Niet één titel vervangt de andere. Elke titel hoort bij een specifieke relatie.

Dat is geen verdeeldheid, maar goddelijke orde.

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen”

Alsnog onder de wet?

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen”

Mattheüs 5:(SV)

17 Meent niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar te vervullen.
18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota noch één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.
19 Zo wie dan één van deze minste geboden zal ontbonden en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.

 

Dit Bijbelgedeelte wordt soms aangehaald om ons te vertellen dat de wet nog steeds zeggenschap heeft voor, maar meer nog over Christenen. Maar dat is een foute conclusie, gebaseerd op een verkeerde lezing van wat Jezus hier zegt

De Here Jezus spreekt vóór kruis en opstanding

Allereerst: Jezus spreekt deze woorden onder de bedeling van de wet.
Hij is nog niet gestorven, de wet is nog volledig van kracht, en Israël staat nog onder het oude verbond.

Dat Jezus de wet op dat moment niet ontbindt, is vanzelfsprekend.
Een verbond wordt niet afgeschaft vóórdat het doel ervan is bereikt

“Vervullen” is niet: “voortzetten”

Het sleutelwoord is vervullen.

Vervullen betekent niet:

  • bevestigen,
  • verlengen,
  • opnieuw opleggen aan anderen.

Vervullen betekent:

  • tot voltooiing brengen,
  • het doel bereiken,
  • afronden.

Wanneer een contract is vervuld, blijft het niet gelden; het is juist afgelopen.
Zo ook met de wet.

Jezus vervult:

  • de morele eisen van de wet,
  • de ceremoniële voorschriften,
  • de profetische verwachting.

Niet door ze opnieuw op de mens te leggen, maar door ze volledig op Zich te nemen

“Totdat alles is geschied”

Jezus zegt niet dat de wet blijft gelden tot het einde van de wereld, maar:

“totdat alles is geschied.”

De cruciale vraag is hier: wanneer is “alles” geschied?

Het antwoord geeft Jezus Zelf:

“Het is volbracht.”

Daarmee is:

  • de wet vervuld,
  • de vloek gedragen,
  • aan de eis voldaan.

De hemel en aarde staan nog, maar de wet heeft haar doel bereikt

Paulus spreekt expliciet verder

Als de Here Jezus in Mattheüs 5 zou leren dat de wet blijvend heersend is over gelovigen, dan zou Paulus een valse leraar zijn.

Maar Paulus zegt ondubbelzinnig:

  • wij zijn gestorven voor de wet,
  • wij zijn vrijgemaakt van de wet,
  • Christus is het einde van de wet.

De Schrift spreekt zichzelf niet tegen.
Mattheüs 5 beschrijft de weg naar het kruis.
Paulus beschrijft de situatie ná het kruis.

De diepste ironie

Ironisch genoeg bevestigt Mattheüs 5 juist het tegenovergestelde van wat men ermee wil bewijzen.

Want als:

  • de wet tot op de kleinste letter moet worden vervuld,
  • en Jezus dat volledig heeft gedaan,

dan is er niets meer over om door ons te worden vervuld.

Wie na Christus alsnog teruggrijpt op de wet, zegt in feite:

Zijn vervulling was niet genoeg.

Jezus zegt niet:

“De wet blijft voor altijd staan voor Mijn volgelingen.”

Hij zegt:

“Ik zal de wet volledig tot haar doel brengen.”

En precies dát is wat Hij gedaan heeft.

Zie ook Romeinen 13:8

zie ook:

YouTube player

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?”

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?”

Het recyclen of heretiketteren van de Tien Geboden als “tien kernwaarden voor het christelijk leven” kan klinken als een onschuldige moderne parafrasering. In werkelijkheid is het, zacht uitgedrukt, onjuist en in het slechtste geval theologisch misleidend. De terminologie verandert, maar de functie niet. Wat niet langer wet wordt genoemd, blijft in de praktijk functioneren als wet.

Niet geïnternaliseerd, maar de relatie beëindigd


Paulus laat geen ruimte voor deze herinterpretatie. Hij zegt niet dat de wet is verzacht, geïnternaliseerd of omgevormd tot waarden. Hij zegt dat de gelovige niet onder de wet is:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, SV)

Meer nog, hij zegt dat de gelovige voor de wet gestorven is:

“6 Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
(Romeinen 7:6, SV)

En hij trekt de beslissende conclusie:

“Want het einde (doel) der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, SV)

Deze uitspraken laten geen ruimte voor het voortbestaan van de wet onder een moreel masker.

Een bediening die voorbij is


Dit wordt nog scherper bevestigd in 2 Korinthe 3. Paulus identificeert de Tien Geboden expliciet als:

“En indien de bediening des doods, in letteren bestaande en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, ”
(2 Korinthe 3:7, SV)

En hij stelt zonder omwegen dat deze bediening teniet gedaan is:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, door heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
(2 Korinthe 3:11, SV)

Wat teniet gedaan is, wordt niet voortgezet onder een andere naam. Spreken over kernwaarden suggereert continuïteit, terwijl Paulus juist over discontinuïteit spreekt.

In plaats daarvan introduceert hij geen nieuw moreel kader, maar een geheel andere bediening:

“Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.”
(2 Korinthe 3:6, SV)

En hij vat het resultaat samen:

“De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid.”
(2 Korinthe 3:17, SV)

“Kernwaarden” is geen Bijbels begrip


Bovendien is “kernwaarden” helemaal geen Bijbels begrip. Het komt voort uit moderne management- en organisatietaal, waar het verwijst naar vaste principes die gedrag sturen, beoordelen en reguleren.

Dit concept in de theologie introduceren betekent dat men een vreemd denkkader importeert en dat vervolgens op de Schrift projecteert. Dat is geen exegese, maar herinterpretatie , of,sterker nog.-inlegkunde.

Paulus spreekt niet in termen van waarden of principes, maar in relationele categorieën:
onder de wet of onder de genade,
in Adam of in Christus,
naar het vlees of naar de Geest.

Het centrum van het christelijk leven is geen moreel systeem, maar een Persoon:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20, SV)

Leerstellige en pastorale gevolgen


De taal van kernwaarden bevrijdt niet; zij belast. Waarden blijven gedrag beoordelen, meten en aanspreken. Ze kunnen richting geven, maar ze geven geen leven. Op die manier wordt de druk van de wet functioneel hersteld — precies waarvoor Paulus waarschuwt:

“Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.”
(Galaten 5:1, SV)

Wat is nu de plaats van de Tien Geboden?

De Tien Geboden behouden hun betekenis als openbaring van Gods heiligheid en als spiegel van menselijke onmacht en tekort:

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
(Romeinen 3:20, SV)

Maar zij zijn niet de kernwaarden van het christelijk leven. Dat leven wordt niet gevormd door waarden, maar door gemeenschap met Christus, door de Geest.

Conclusie

>>Wat Paulus als beëindigd verklaart, kan niet worden voortgezet door het dan maar een andere naam te geven<<

Geverifieerd door MonsterInsights