Apostelen vandaag?

Apostelen vandaag?

Er begeven  zich vandaag de dag op het christelijk erf steeds vaker lieden die zich uitgeven voor ‘apostel’. Check voor het bewijs van deze stelling maar eens met Google. Dit is niet zomaar, is mijn stellige indruk, maar met een onderliggende gezagsclaim. Waar de titel ‘pastor’ of een afgeleide daarvan, niet meer lijkt te voldoen, om een bepaalde zeggingskracht/autoriteit te hebben, gezag uit te oefenen , of bepaalde zaken door te drukken. Men gaat dan doorgaans voorbij over wat de Bijjbel er zoal over zegt. Hieronder een korte samenvatting, een incompleet overzicht, over wat er zoal over geschreven staat .

Kenmerken van het apostelschap:

Getuige van Jezus’ bediening en opstanding

“Het is dan nodig, dat van de mannen, die met ons omgegaan zijn al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons ingegaan en uitgegaan is, beginnende van den doop van Johannes tot op den dag, dat Hij van ons opgenomen is, een van dezen met ons getuige worde Zijner opstanding.”
(Handelingen 1:21–22)

Paulus was de laatste, een uitzondering

“Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik Jezus Christus, onzen Heere, niet gezien? Zijt gij niet mijn werk in den Heere?”
(1 Korinthe 9:1)

“En als laatste van allen is Hij ook van mij gezien, als van een ontijdig geborene.”
(1 Korinthe 15:8)

Bevestiging door tekenen en krachten

“De tekenen nu eens apostels zijn onder u gewerkt in alle lijdzaamheid, in tekenen, en wonderen, en krachten.”
(2 Korinthe 12:12)

Apostelen als fundamentleggers

Wat heel vaak verkeerd begrepen en uitgelegd wordt :

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.”
(Efeze 2:20)

Normbepalend gezag van de apostolische leer

“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.”
(Handelingen 2:42)

Waarschuwing tegen valse apostelen

“Want zulke zijn valse apostelen, bedriegelijke arbeiders, zich veranderende in apostelen van Christus.”
(2 Korinthe 11:13)

Tekenen en wonderen zijn geen bewijs op zichzelf

“Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?”
(Mattheüs 7:22)

Apostel in de ruimere betekenis van gezondene

“Maar als de apostelen, namelijk Barnabas en Paulus, dat hoorden, scheurden zij hun klederen, en sprongen onder de schare.”
(Handelingen 14:14)

Apostelen en profeten als eenmalig fundament

“En God heeft sommigen gesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, hulpverleningen, regeringen, verscheidenheid der talen.”
(1 Korinthe 12:28)

Samenvattend vanuit de Schrift

De Schrift leert dat apostelen in de betekenis van fudamentleggers:

  • persoonlijk door Christus zijn aangesteld
  • getuigen waren van Zijn opstanding
  • door God bevestigd werden met tekenen
  • het fundament van de gemeente hebben gelegd

Dat fundament ligt vast in Christus zoals de Bijbel benadrukt.

“Het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.”
(Judas :3)

Daarom is er geen Bijbelse grond om vandaag mensen te erkennen die zichzelf apostel noemen in dezelfde gezaghebbende betekenis als de apostelen van het Nieuwe Testament.

 

De charismatische doofpotcultuur ontmaskerd

De charismatische doofpotcultuur ontmaskerd

Hoe charismatisch leiderschap zichzelf beschermt en het lichaam van Christus verwondt

Een nieuw hoofdstuk in het drama rond opgeblazen charismatische bedieningen, in dit geval rond Shawn Bolz, en breder, Bethel Church. Hieronder een ruim 3 uur durend nieuw exposé

De affaire rond Shawn Bolz is geen incident. Wie dat nog steeds beweert, is of naïef of oneerlijk. Wat hier zichtbaar wordt, is een structurele, systemische zonde binnen delen van de charismatische beweging: een cultuur waarin leiders elkaar beschermen, waarheid wordt weggemoffeld en slachtoffers worden opgeofferd op het altaar van reputatie.

Dit is geen geestelijke strijd tegen “de wereld”.
Dit is intern verraad.

Het patroon is bekend, en herhaalt zich steeds

Het scenario verloopt vrijwel altijd hetzelfde:

  • Er komen geloofwaardige meldingen van misbruik, misleiding of moreel falen.
  • Leiders “weten ervan” en zeggen: “We pakken dit intern op.”
  • De dader blijft buiten beeld, behoudt invloed of keert later terug.
  • Slachtoffers verdwijnen uit beeld  vaak uit de kerk.
  • Jaren later barst de bom alsnog.
  • Dan volgt spijt. Te laat. Te weinig. Te beperkt.

Dit gebeurde bij Shawn Bolz.
Het gebeurde eerder.
En het gebeurt nu nog steeds.

Doofpotcultuur, geestelijk verpakt

Wat deze cultuur zo gevaarlijk maakt, is dat zij bijbels klinkt, maar onbijbels handelt.

Begrippen als:

genade

herstel

eer

barmhartigheid

worden misbruikt om gehoorzaamheid aan de Schrift te ontwijken.
Zonde wordt hernoemd tot “gebrokenheid”.
Diskwalificatie wordt uitgesteld “tot na herstel”.
Publieke correctie wordt afgedaan als “liefdeloos”.

De Bijbel is er duidelijk over

leiders worden strenger beoordeeld, niet zachter behandeld.

Leiders die elkaar dekken

Binnen en rond Bethel Church zien we dit mechanisme pijnlijk duidelijk. Jarenlang werd informatie binnenskamers gehouden. Niet omdat men niets wist, maar omdat men niet wilde handelen volgens Bijbelse maatstaven.

Figuren als Bill Johnson en Chris Vallotton spraken over voorzichtigheid, complexiteit en schade voor “de beweging”. Patricia King fungeert nog steeds als halslachtige excuustruus. Nergens lezen we in de Schrift dat de reputatie van een beweging belangrijker is dan waarheid.

De zogeheten “culture of honor”, sterk uitgedragen door Danny Silk, functioneert in de praktijk te vaak als een schild voor leiders, niet als bescherming van de kudde. Eer kruipt omhoog. Schade stroomt omlaag.

Schoonvegen van de geschiedenis

De doofpot stopt niet bij het heden. Ze herschrijft ook het verleden.

Leiders met aantoonbaar problematische nalatenschappen worden later alsnog geëerd, geciteerd of spiritueel gecanoniseerd. Namen als William Branham, Bob Jones, Paul Cain en Mike Bickle worden selectief herinnerd. Wat niet past in het verhaal, verdwijnt onder het tapijt.

Dat is geen genade.
Dat is geschiedvervalsing.

De echte slachtoffers

De zwaarste prijs wordt niet betaald door leiders die tijdelijk hun platform verliezen.
Die wordt betaald door:

  • gelovigen die beschadigd zijn;
  • slachtoffers die niet geloofd werden;
  • gemeenteleden die onwetend medeplichtig werden;
  • en buitenstaanders die opnieuw bevestigd zien dat kerkelijke macht zichzelf beschermt.

De wereld haakt niet af omdat christenen zonde benoemen.
De wereld haakt af omdat christenen zonde verbergen.

Geen genezing zonder waarheid

Excuses zonder volledige openheid zijn onvoldoende.
Berouw zonder consequenties is leeg.
Herstel zonder diskwalificatie is bedrog.

Het lichaam van Christus wordt niet gereinigd door stilte, maar door waarheid.
Niet door loyaliteit aan leiders, maar door gehoorzaamheid aan Christus.

Zolang leiders meer vrezen voor gezichtsverlies dan voor Gods oordeel, zal deze cyclus doorgaan.
En elke nieuwe doofpot zal meer schaden dan de vorige.

Wie de kudde liefheeft, zal de wolf niet beschermen.

 

Doden opwekken als methode?

Doden opwekken als methode?

Tom de Wal in de S-bocht

De laatste jaren duiken er steeds vaker getuigenissen op waarin wordt beweerd dat onder bepaalde bedieningen “honderden mensen uit de dood zijn opgewekt”. Zulke uitspraken maken indruk, wekken verwachting en worden vaak ontvangen met applaus en een vroom “amen”. Toch stelt de Schrift ons voor een andere houding: niet die van onmiddellijke aanvaarding, maar van toetsing.

De apostel Johannes schrijft zonder voorbehoud:

Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.”
(1 Johannes 4:1, Statenvertaling)

Juist bij uitzonderlijke en spectaculaire claims is voorzichtigheid geboden. Wanneer men spreekt over “honderden” dodenopwekkingen, maar geen namen, geen plaatsen, geen data en geen onafhankelijke bevestiging kan geven, dan ontbreekt niet slechts menselijke controle, maar ook Bijbelse nuchterheid. De Schrift roept nergens op om zulke verhalen kritiekloos te aanvaarden.

Opvallend is dat dergelijke betogen vaak impliciet suggereren dat Gods handelen afhankelijk is van plaats, cultuur of geestelijk klimaat. Soms wordt dit zelfs schertsend verwoord: alsof God in bepaalde werelddelen meer bereid zou zijn wonderen te doen dan elders. Daarmee wordt echter iets gezegd dat haaks staat op de openbaring van God Zelf. Petrus belijdt:

“In der waarheid bemerk ik, dat God geen aannemer des persoons is.”
(Handelingen 10:34)

Gods macht is niet geografisch of cultureel begrensd. Wanneer wonderen structureel worden gekoppeld aan bepaalde regio’s of bewegingen, verschuift het accent ongemerkt van Gods soevereiniteit naar menselijke omstandigheden.

Dat probleem verdiept zich wanneer wonderen worden verklaard vanuit zogenoemde geestelijke “principes”. Vasten, bidden en het creëren van de juiste cultuur zouden, mits consequent toegepast, leiden tot opwekking van doden. Daarmee worden wonderen functioneel en voorspelbaar gemaakt. De Schrift leert echter het tegenovergestelde. Paulus schrijft:

“Zo is het dan niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods.”
(Romeinen 9:16)

Zelfs in het apostolische tijdperk beschikten Gods dienaren niet over een automatische wondermacht. Paulus, door wie grote tekenen geschiedden, moest erkennen:

“Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.”
(2 Timótheüs 4:20)

En aan Timótheüs schrijft hij niet dat hij hem genas, maar:

“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijns, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.”
(1 Timótheüs 5:23)

Deze teksten ondermijnen ieder idee dat geestelijke methodes gegarandeerde resultaten opleveren. Wonderen zijn geen technieken, maar vrije daden van God.

Zorgwekkend wordt het wanneer leiders zulke ideeën verbinden aan dwang. Gemeenten die verplicht moeten vasten en bidden totdat een voorganger besluit dat het genoeg is, bewegen zich ver buiten het Bijbelse kader. Christus spreekt juist waarschuwend over uiterlijk en opgelegd vasten:

“En wanneer gij vast, zo zijt niet gelijk de geveinsden, droevig; want zij mismaaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen gezien mogen worden dat zij vasten.”
(Mattheüs 6:16)

Bijbels leiderschap kenmerkt zich niet door geestelijke dwang, maar door voorbeeld en nederigheid. Petrus schrijft:

“Niet als heerschappij voerende over de erfenissen des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.”
(1 Petrus 5:3)

Wanneer wonderverhalen worden gebruikt om gezag af te dwingen, kritiek te neutraliseren en geestelijke superioriteit te claimen, is de grens naar machtsmisbruik overschreden.

Daarnaast waarschuwt de Schrift uitdrukkelijk voor tekenen die niet tot geloof, maar tot misleiding leiden. Christus Zelf zegt:

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderen doen, alzo dat zij, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen zouden verleiden.”
(Mattheüs 24:24)

Dat is geen oproep tot cynisme, maar tot onderscheidingsvermogen. Niet elk teken is een bewijs van Gods goedkeuring.

Opmerkelijk is bovendien hoe zeldzaam dodenopwekkingen in de Bijbel zelf zijn. Ze vinden plaats op beslissende momenten in Gods heilsopenbaring en worden nooit gepresenteerd als normale, herhaalbare praktijk. Wanneer de discipelen zich verheugen over hun geestelijke macht, wijst Christus hen terecht:

“Doch verblijdt u niet daarin, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.”
(Lukas 10:20)

Die correctie ontbreekt vaak in moderne succesverhalen. Daar staat niet de genade van God centraal, maar het resultaat; niet ootmoed, maar effect; niet Christus, maar de methode.

Daarom moet geconcludeerd worden dat het spreken over dodenopwekking als leerbaar principe niet slechts onbewezen is, maar ook strijdig met de Schrift. Het verlegt de aandacht van Gods vrije genade naar menselijke techniek en van nederig geloof naar geestelijke grootspraak. Paulus waarschuwt:

“Die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.”
(1 Korinthe 10:12)

Echt geloof zoekt geen ervaring of indruk, maar waarheid. Ze rust niet op verhalen, maar op Gods Woord. En dat Woord roept niet op tot applaus bij grootse claims, maar tot beproeving, ootmoed en ‘vreze des Heeren.’

Geverifieerd door MonsterInsights