Vroeger was ’t de zegen, Nu is het de Heer

Toen ik nog niet zo lang bekeerd was, kwam ik in een Bijbelstudiegroep waar uit de bundel van Johannes de Heer werd gezongen. Dit lied heb ik toen geleerd en het werd regelmatig gezongen. Tot mijn verrassing, zag ik net dat het al sinds 1991 uit die bundel verwijderd is. De reden daarvan laat zich raden, zal vast iets te maken hebben met het niet-zweverige, on-charismatische karakter.

Ook later bij de groep Griffoen in Waddinxveen stond ’t in de beginjaren op het repertoire, later niet meer…. Ik sta er nog steeds achter…kom er nog eens om tegenwoordig…

 

Vroeger was ’t de zegen, Nu is het de Heer;
Vroeger zien en voelen, Nu geloof, niets meer.
Vroeger was ’t de gave, Nu de Gever ’t meest,
Vroeger de Genezing, nu Hij, Die geneest.

refrein:
Christus al in alles, Hij alleen, daar wil ’k heen:
Eenig alles Jezus, Jezus, Hij alleen.

Vroeger was ’t een pogen, Nu een rust in Hem;
Vroeger twijf’lend dralen, Nu volg ik Zijn stem.
Vroeger hield ik Jezus, Nu houdt Hij mij vast;
Vroeger angstig zorgen, Nu draagt Hij mijn last.

refrein

Vroeger was ’t mijn werken, Nu Zijn werk in mij;
Vroeger hàlf gebonden, Nu volkomen vrij.
Vroeger eigen plannen, Nu alleen Zijn wil;
Vroeger vaak vreesachtig, Nu gerust en stil.

refrein

Vroeger angstig vragen, Nu steeds dankbaarheid;
Vroeger trots op ere, Nu slechts need’righeid.
Vroeger hielp ik Jezus, nu gebruikt Hij mij;
Vroeger vast in vormen, nu volkomen vrij.

refrein

Vroeger op Hem hopen, Nu heb ’k zekerheid;
Vroeger was ik slaap’rig, Nu ’s mijn lamp bereid.
Vroeger wilde ik sterven, Nu verwacht ’k Hem dra,
Vroeger zuchtend klagen, Nu Halleluja!

Openbaring 12 is geen sprookje, het is heilsgeschiedenis

Mystiek en geheimzinnig?

Er zijn Bijbelgedeelten waar men snel overheen leest.
Openbaring 12 is er zo één.

Een vrouw.
Een draak.
Een kind.
1260 dagen.

Voor velen is het mystiek, geheimzinnig, bijna apocalyptische poëzie zonder vaste grond. Maar wie het Schrift met Schrift vergelijkt, ontdekt dat hier niets nieuws wordt geïntroduceerd. Hier wordt samengebald wat al eeuwen eerder is aangekondigd.

En wie dat niet ziet, heeft Openbaring losgemaakt van Genesis.

Wie Openbaring leest zonder Daniël leest verkeerd

Men noemt het boek Openbaring geheimzinnig. Maar dat komt omdat men het los leest van het Oude Testament.

De vrouw bekleed met zon, maan en twaalf sterren?
Dat is geen nieuw beeld. Dat kennen we al uit Jozefs droom.

De draak met zeven koppen en tien horens?
Dat kennen we uit Daniël.

De 1260 dagen?
Dat staat al in Daniël.

De ijzeren roede?
Psalm 2.

Er staat in Openbaring 12 niets wat niet eerder in de Schrift is voorbereid.

Wie Openbaring wil begrijpen, moet beginnen bij Genesis 1 vers 1. De Bijbel is één geheel. Je kunt niet zomaar voorgaande bladzijden overslaan en dan denken dat je de laatste bladzijde begrijpt.

De vrouw is niet Maria en niet de Kerk

Er zijn twee populaire uitleggingen.

De roomse: de vrouw is Maria.
De protestantse: de vrouw is de Kerk.

Beide missen het fundament.

De vrouw is Israël.

Israël als het verbondsvolk. Israël als de barende vrouw. Israël als de drager van de Messiaanse lijn.

De symboliek laat geen andere conclusie toe.

Zon, maan, twaalf sterren — dat is het huis van Jakob.
Niet Rome.
Niet de Kerk.

De mannelijke zoon: meer dan men denkt

“Zij baarde een mannelijke zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede.”

Dat is Psalm 2.

Dat is de Messias.

Maar hier wordt het interessant.

Wanneer het Oude Testament spreekt over de verheerlijkte Christus, dan spreekt het niet over een losstaand individu zonder Zijn lichaam. De verheerlijkte Christus is inclusief de Gemeente.

Christus is het Hoofd.
De Gemeente is Zijn Lichaam.

Daarom wordt de mannelijke zoon weggerukt tot God en Zijn troon. Dat is geen symbolische taal voor hemelvaart alleen. Dat is opname.

En precies daarna wordt de draak uit de hemel geworpen.

De volgorde is cruciaal.

Eerst de opname, dan de neerwerping

Openbaring 12 laat een duidelijke volgorde zien:

De zoon wordt weggerukt.
De draak wordt uit de hemel geworpen.
De draak vervolgt de vrouw.

Met andere woorden:

Eerst wordt de Gemeente weggenomen.
Daarna richt satan zich in volle woede op Israël.

Dat is geen willekeurige gedachtegang. Dat is consistent met Daniël en met de 70e week.

De draak en de antichrist

De draak is Satan.

Na zijn neerwerping manifesteert hij zich zichtbaar in een wereldrijk. Niet slechts als tegenstander van Christus, maar als vervanger van Christus.

“Anti” betekent niet alleen tegen, maar in plaats van.

De wereld zal niet massaal satanist worden. Ze zal massaal een alternatief messiaans systeem omarmen.

Dat is het antichristelijke rijk.

1260 dagen: geen symboliek, maar tijdrekening

De 1260 dagen zijn niet poëtisch bedoeld. Ze corresponderen met:

Drieënhalf jaar.
De tweede helft van Daniëls 70e week.
De grote verdrukking.

Israël vlucht de woestijn in.
De wereldmacht wordt geconsolideerd.
Satan regeert zichtbaar.

En dit alles is al 2600 jaar geleden aangekondigd via Daniël.

Waarom men dit niet ziet

Omdat men Openbaring isoleert.
Omdat men Israël en Gemeente vermengt.
Omdat men de profetieën vergeestelijkt.

Men leest teksten voor bruiloften, begrafenissen en Vaderdag.
Maar men leest de Schrift niet als één doorgaand heilsplan.

Openbaring 12 is geen los visioen. Het is het scharnierpunt van Gods plan met Israël en de Gemeente.

Wat dit praktisch betekent

Wij leven in een tijd van verborgenheid.
Christus regeert, maar verborgen.
De Gemeente is verbonden met een hemelse roeping.

De wereld is niet onderweg naar christelijke heerschappij.
Zij is onderweg naar openlijke rebellie.

Wie denkt dat de Kerk het Koninkrijk op aarde moet vestigen, heeft Openbaring 12 niet begrepen.

De Gemeente wordt niet geroepen om de wereld te veroveren.
Zij wordt geroepen om uit te gaan buiten de legerplaats.

Samengevat

De geschiedenis is geen toeval.
Daniël bevestigt dat God koningen afzet en bevestigt.
Openbaring bevestigt dat Satan tijdelijk wordt toegelaten.
Maar het einde staat vast.

De vrouw blijft.
De draak wordt geoordeeld.
De Zoon regeert.

En wie bij die Zoon hoort, deelt in Zijn verheerlijking.

Dat is geen mystiek.

Dat is heilsgeschiedenis.

Hoe het christendom wordt uitgehold door de cultus van beleving

Van “ik voel” naar “ik weet”

De moderne mens knielt niet voor God — maar voor zijn gevoel.

“Het voelt goed.”
“Ik ervaar vrede.”
“Ik merk dat God bezig is.”
“Ik voel mij geleid.”

Dat zijn vandaag de ijkpunten van geestelijkheid geworden.

Maar sinds wanneer is gevoel een openbaringsbron?

De stille revolutie in de kerk

Wat in de wereld al lang norm is, heeft ook de gemeente binnengeslopen:
gevoel bepaalt waarheid.

Niet expliciet — niemand zegt dat hardop —
maar praktisch wel.

Men vraagt niet meer:

  • Wat staat er geschreven?
  • Wat leert de tekst in context?
  • Wat bedoelt de Geest door het Woord?

Men vraagt:

  • Wat doet dit met mij?
  • Raakt het mij?
  • Voel ik hier iets bij?

En zo is de preek geen uitleg meer, maar een ervaring.
De samenkomst geen onderwijsmoment, maar een atmosfeer.

De Schrift kent geen gevoels-epistemologie

Het Nieuwe Testament is doordrenkt van woorden als:

  • weten
  • kennen
  • verzekerd zijn
  • overtuigd zijn
  • beproeven
  • onderzoeken

Het christelijk geloof is historisch gefundeerd.

Als Christus niet is opgewekt, is alles zinloos.
Dat is geen emotionele uitspraak — dat is een waarheidsclaim.

De apostelen verkondigden geen innerlijke beleving,
maar feiten:

Hij is gestorven.
Hij is begraven.
Hij is opgewekt.
Hij is verschenen.

Dat zijn controleerbare, objectieve gebeurtenissen.

Daaruit volgt geloof.

Niet andersom.

Het gevaar van gevoel als norm

Gevoel is veranderlijk.

Vandaag voel je nabijheid.
Morgen voel je leegte.
Overmorgen twijfel.

Als gevoel de maatstaf is, dan is zekerheid onmogelijk.

Maar de Schrift bouwt zekerheid niet op innerlijke fluctuatie,
maar op Gods belofte.

Gods Woord verandert niet wanneer jouw stemming verandert.

Wie gevoel tot norm maakt, opent de deur voor:

  • subjectivisme
  • manipulatie
  • geestelijke hiërarchie gebaseerd op “ervaring”
  • charismatische claims zonder toetsing
  • pseudo-geestelijke taal zonder inhoud

En uiteindelijk: leerstellige vervlakking.

Want wie waarheid relativeert tot beleving,
kan geen dwaling meer benoemen.

De ironie

Men zegt: “Wij willen meer van de Geest.”

Maar de Geest werkt door het Woord.

Wanneer het Woord naar de achtergrond schuift en beleving centraal staat,
verdwijnt juist datgene wat men zegt te zoeken.

De Heilige Geest is geen sfeer.
Hij is de Geest der waarheid.

En waarheid is niet wat jij voelt.

Wat staat er werkelijk op het spel?

Dit is geen stijlkwestie.
Dit is geen temperamentverschil.
Dit raakt het fundament van geloof.

Is waarheid:

  • datgene wat ik ervaar?

of

  • datgene wat God geopenbaard heeft?

Dat onderscheid bepaalt of de gemeente een pijler en vastigheid der waarheid blijft —
of een spiritueel ervaringscentrum wordt.

Een ongemakkelijke conclusie

Gevoel is een gave.
Maar gevoel is een slechte heer.

Het christelijk geloof rust niet op innerlijke warmte,
maar op goddelijke openbaring.

De volgorde is:

God spreekt → wij horen → wij geloven → wij weten → wij ervaren vrede.

Draai je dat om,
dan krijg je religie zonder fundament.

En een huis zonder fundament
valt — vroeg of laat.

Geverifieerd door MonsterInsights