Geestelijke ontmaskering
Er zijn hoofdstukken in de Bijbel die niet alleen geschiedenis vertellen, maar geestelijk ontmaskeren. 2 Kronieken 25 is zo’n hoofdstuk.
Daar werd gisteren over gepreekt,
Over Amasia staat:
“En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart.” (2 Kronieken 25:2) (STV).
Dat ene vers is de sleutel tot heel zijn leven. Uiterlijk leek er nog veel in orde, maar innerlijk ontbrak het beslissende: een ongedeeld hart voor God.
Dat is ook vandaag het gevaar. Niet alleen openlijke afval is dodelijk. Een verdeeld hart is dat ook. Een mens kan godsdienstig lijken, rechtzinnig klinken, Bijbelteksten kennen en toch niet werkelijk aan de Heere overgegeven zijn. En juist dát maakt deze geschiedenis zo scherp.
Amasia begon goed, maar zonder diepgang
Amasia begon niet als een openlijke vijand van God. Hij deed op sommige punten wat recht was. Hij handelde zelfs overeenkomstig Gods wet.
Zo lezen we:
“Doch hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, gelijk in de wet, in het boek van Mozes, geschreven is, waar de HEERE geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven.” (2 Kronieken 25:4) (STV).
Ook luisterde hij aanvankelijk naar de waarschuwing van de man Gods toen hij de huurlingen uit Israël had ingehuurd. Toen Amasia bezorgd was over het geld dat hij kwijt zou zijn, kreeg hij te horen:
“De HEERE heeft veel meer dan dit, om u te geven.” (2 Kronieken 25:9) (STV).
Dat blijft een blijvende les: gehoorzaamheid lijkt soms verlies, maar ongehoorzaamheid kost altijd meer.
Maar hier zit nu juist het gevaar. Een mens kan op onderdelen juist handelen en toch geen volkomen hart hebben. Uiterlijke correctheid is nog geen innerlijke overgave.
De overwinning werd zijn ondergang
Na zijn overwinning op Edom begint Amasia geestelijk te vallen. Dat is veelzeggend. Niet zijn nederlaag, maar zijn succes wordt zijn val.
De Schrift zegt:
“Het geschiedde nu, nadat Amazia gekomen was van de Edomieten te slaan, dat hij de goden der kinderen van Seïr bracht, en stelde ze zich tot goden; en hij boog zich voor derzelver aangezichten neder, en rookte hun.” (2 Kronieken 25:14) (STV).
Dat is onthutsend. Hij overwint een volk, maar gaat vervolgens de goden van datzelfde overwonnen volk dienen. Wat is dat anders dan geestelijke blindheid? En hoe actueel is dat niet? Mensen behalen een overwinning, krijgen invloed, waardering of reputatie, en juist daarna worden zij innerlijk opgeblazen. Ze danken God met hun mond, maar hun hart buigt intussen voor iets anders.
De Bijbel waarschuwt op veel plaatsen voor die lijn.
“God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.” (Jakobus 4:6) (STV).
Hoogmoed is niet een karakterfoutje. Hoogmoed zet een mens tegenover God.

Een onvolkomen hart wil niet terechtgewezen worden
Wanneer de profeet Amasia aanspreekt, blijkt hoe diep het probleem zit. Amasia wil niet meer luisteren.
De Schrift zegt:
“En het geschiedde, als hij tot hem sprak, dat hij tot hem zeide: Heeft men u tot des konings raadsman gesteld? Houd op; waarom zou men u slaan?” (2 Kronieken 25:16) (STV).
Hier wordt het masker afgetrokken. Een mens met een volkomen hart buigt onder Gods Woord. Een mens met een trots hart wordt boos wanneer Gods Woord hem corrigeert. Hij wil bemoediging, maar geen bestraffing. Hij wil genade, maar geen ontmaskering. Hij wil een preek die streelt, niet een Woord dat doorsnijdt.
Daarom is deze geschiedenis zo ontregelend. Want het echte probleem is niet alleen dat Amasia afgoden diende. Het probleem is dat hij niet meer wilde luisteren toen God hem aansprak.
De distel en de ceder
Dan volgt de beroemde gelijkenis van de distel en de ceder. Joas, de koning van Israël, antwoordt Amasia:
“De distel, die op Libanon is, zond tot den ceder, die op Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon ter vrouw. Maar het gedierte des velds, dat op Libanon is, ging voorbij, en vertrad den distel.” (2 Kronieken 25:18) (STV).
Het beeld is vernietigend. De distel is klein, zwak en verachtelijk, maar denkt dat hij zich met de ceder kan meten. Dat is hoogmoed: jezelf groter achten dan je bent. Dat is de mens in zijn opgeblazen religieuze zelfbeeld. Dat is de gelovige die meent te staan, terwijl hij al wankelt. Dat is de prediker, de leider of de kerkganger die een beetje succes heeft gehad en dan denkt dat hij onaantastbaar is.
Joas legt het ook direct uit:
“Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten geslagen; daarom heeft uw hart u verheven, om u te beroemen; blijf nu in uw huis; waarom zoudt gij u met kwaad vermengen, dat gij vallen zoudt, gij en Juda met u?” (2 Kronieken 25:19) (STV).
De overwinning had Amasia opgeblazen. Zijn hart had zich verheven.
De ceder als beeld van verhevenheid
De ceder verwijst typologisch naar Christus, dat is niet willekeurig. In Hooglied 5:15 staat over de Liefste:
“Zijn gestalte is als de Libanon, uitverkoren als de cederen.” (Hooglied 5:15) (STV).
De ceder draagt in de Schrift vaak iets van hoogte, heerlijkheid, kracht en majesteit in zich.
Juist daarom is het contrast zo scherp. De distel verheft zich, maar blijft een distel. De mens denkt groot van zichzelf, maar is in werkelijkheid zwak, zondig en afhankelijk. Eén stap van Gods oordeel, en zijn schijn-grootheid is weg.
De les voor ons
De lijn van Amasia is huiveringwekkend herkenbaar. Eerst is er een zekere uiterlijke gehoorzaamheid. Daarna komt succes. Dan volgt hoogmoed. Vervolgens komt afgoderij. Dan wordt vermaning verworpen. En uiteindelijk komt de val.
De afloop is dan ook vernederend. Juda wordt verslagen, Jeruzalems muur wordt afgebroken en de schatten worden weggenomen. Uiteindelijk eindigt Amasia in schande en dood. Dat is geen toevallig ongeluk, maar het morele gevolg van een hart dat niet volkomen voor de Heere was.
Daarom is de vraag van deze geschiedenis niet alleen: leef jij redelijk netjes? De vraag is: is jouw hart volkomen voor God?
De Bijbel zegt ook breder over leiderschap en gerechtigheid:
“Als de rechtvaardigen groot worden, verblijdt zich het volk; maar als de goddeloze heerst, zucht het volk.” (Spreuken 29:2) (STV).
Dat geldt niet alleen maatschappelijk, maar ook geestelijk: waar de mens niet door Gods waarheid geregeerd wordt, komt zuchten, verval en verwarring.
Alleen Christus redt van een verdeeld hart
De ernst van 2 Kronieken 25 is ook dit: de mens herstelt zichzelf niet. Een half hart wordt niet heel door wat extra godsdienst. Hoogmoed wordt niet genezen door orthodoxe taal. De distel groeit niet uit tot een ceder.
Alleen Christus redt. Waar de mens zichzelf verhoogt, heeft Christus Zich vernederd. Waar de mens zijn eer zoekt, droeg Christus smaad. Waar de mens vastklampt aan zichzelf, gaf Christus Zich over. En juist daarom is Jakobus 4 zo scherp en zo hoopvol tegelijk:
“Zo onderwerpt u dan Gode.” (Jakobus 4:7) (STV).
De weg uit hoogmoed is niet zelfverbetering, maar onderwerping aan God.
Amasia is gevaarlijk herkenbaar. Geen openlijk ongelovige, maar een man die een eind kwam, veel goed leek te doen en toch viel. Waarom? Omdat zijn hart niet volkomen was.
Dat is de waarschuwing van 2 Kronieken 25.
God vraagt niet om een nette buitenkant.
Niet om een religieuze vorm.
Niet om halve trouw.
Hij vraagt het hele hart.
En wie denkt dat dit te scherp gesteld is, moet opnieuw luisteren naar de Schrift:
“En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart.” (2 Kronieken 25:2) (STV).
