Predestinatie: Voorbestemd of vrij om te kiezen?

Predestinatie is een van de meest complexe en omstreden onderwerpen binnen het
christendom. Heeft de mens een vrije wil, of is alles al door God vastgelegd? Dit vraagstuk
raakt de kern van ons geloof en ons begrip van Gods rechtvaardigheid en liefde. In dit artikel
duiken we dieper in de twee dominante opvattingen over predestinatie: absolute predestinatie
en de predestinatie van omstandigheden.

Wat is absolute predestinatie?

De leer van absolute predestinatie stelt dat alles in het universum, van de kleinste gebeurtenis
tot het eeuwige lot van de mens, door God is voorbestemd. Dit betekent dat sommige mensen
door God zijn gekozen om gered te worden, terwijl anderen zijn voorbestemd om verloren te
gaan, ongeacht hun eigen keuzes.
Dit roept veel vragen op. Als alles al vastligt, wat heeft het dan voor zin om God te zoeken, je best te doen, te
bidden of zelfs evangelie te verkondigen? Als God bepaalt wie gered wordt, heeft menselijke
inspanning dan überhaupt betekenis? Deze doctrine kan leiden tot fatalisme, waarbij mensen
passief worden en hun verantwoordelijkheid ontlopen, onder het mom dat hun daden geen
invloed hebben op hun bestemming.
Bovendien werpt absolute predestinatie een duistere schaduw op Gods rechtvaardigheid.
Waarom zou een liefdevolle en barmhartige God bewust mensen scheppen die geen kans
krijgen op redding? En als al onze gedachten en daden door God zijn bepaald, betekent dat
dan niet dat Hij ook verantwoordelijk is voor het kwaad in de wereld?


De Bijbelse visie: Predestinatie van omstandigheden


Een alternatieve en veel meer Bijbelse visie is die van de predestinatie van omstandigheden.
Volgens deze visie bepaalt God de omstandigheden waarin mensen zich bevinden, zonder hen
te dwingen tot een bepaalde keuze. Hij geeft ieder mens vrije wil om te kiezen tussen goed en
kwaad, tussen geloof en ongeloof.
Denk bijvoorbeeld aan Judas Iskariot. God bepaalde dat hij in de tijd van Jezus zou leven en
een van Zijn discipelen zou worden, maar Hij dwong Judas niet om Jezus te verraden. Evenzo
bepaalde God dat koning Josia en koning Cyrus in specifieke tijden en situaties geboren
zouden worden, zodat zij een rol konden spelen in Zijn plan, maar Hij maakte hen niet per
definitie goed of slecht.
Dit concept erkent Gods soevereiniteit zonder de menselijke verantwoordelijkheid uit te
wissen. God weet van tevoren hoe mensen zullen handelen en plaatst hen in omstandigheden
die passen binnen Zijn goddelijke plan, maar de uiteindelijke keuzes blijven aan de mens zelf.


De rol van vrije wil in de Bijbel


De Bijbel benadrukt voortdurend dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun keuzes. Van
Genesis tot Openbaring roept God ons op om ons te bekeren, Hem te gehoorzamen en een
heilig leven te leiden. Waarom zou Hij dat doen als alles al vastligt? Waarom waarschuwt Hij
mensen voor de gevolgen van hun zonden als ze toch geen andere keuze hebben?

Een krachtig bewijs voor de vrije wil vinden we in Jeremia 7:31, waar God spreekt over de
gruwelijke zonden van het volk Israël:


“En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal des zoons van Hinnom is, om
hun zonen en hun dochters met vuur te verbranden; hetwelk Ik niet heb geboden, noch in Mijn
hart is opgekomen.”


Dit laat zien dat God menselijke daden niet heeft bepaald. Hij heeft de mens de mogelijkheid
gegeven om zijn eigen keuzes te maken, inclusief verkeerde keuzes. Dit bewijst dat de
menselijke wil echt vrij is en dat God ons niet dwingt tot zonde of gehoorzaamheid.


Waarom is deze waarheid belangrijk?


Het begrijpen van de juiste visie op predestinatie is cruciaal, omdat een verkeerde opvatting
desastreuze gevolgen kan hebben. Als mensen geloven dat alles al vastligt en dat hun keuzes
geen verschil maken, leidt dit tot een passieve en onverantwoordelijke houding. Ze kunnen
nalaten om zich te bekeren, te evangeliseren of zelfs moreel goed te handelen, onder het
voorwendsel dat God alles al heeft bepaald.
De doctrine van absolute predestinatie kan ook leiden tot een verkeerde voorstelling van God.
Het schildert Hem als een wrede en willekeurige rechter die sommige mensen genadeloos aan
hun lot overlaat, terwijl anderen zonder hun wil gered worden. Dit staat haaks op het beeld
van God dat de Bijbel schetst: een liefdevolle Vader die wil dat iedereen tot bekering komt (2
Petrus 3:9).
De predestinatie van omstandigheden biedt daarentegen een veel evenwichtigere en Bijbelse
kijk op Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid. God leidt de wereld, maar
Hij dwingt niemand tot redding of verdoemenis. Hij roept ons op om Hem te zoeken, te
gehoorzamen en in Hem te geloven – een keuze die ons toebehoort en die echte betekenis
heeft.

Samengevat 


Predestinatie is een diepgaand en complex onderwerp, maar de Bijbel biedt ons duidelijkheid.
Absolute predestinatie, waarin God alles bepaalt en de mens geen vrije wil heeft, leidt tot
morele passiviteit en een verkeerd beeld van God. De Bijbel leert ons echter dat God de
omstandigheden van de mens bepaalt, maar hem vrij laat in zijn keuzes.
Deze waarheid heeft grote implicaties voor ons dagelijks leven. We zijn niet slechts pionnen
in een kosmisch schaakspel, maar we hebben de verantwoordelijkheid om te kiezen voor God,
om goed te doen en om het evangelie uit te dragen. Onze keuzes hebben betekenis, en God
roept ons op om Hem met heel ons hart, onze ziel en ons verstand te volgen.
Laten we daarom leven in het besef dat onze keuzes ertoe doen, en dat God een liefdevolle
Vader is die ons uitnodigt om vrijwillig voor Hem te kiezen.

Ben ik wel uitverkoren?

Uitverkiezing in de Bijbel

Bijbelstudie over bekering, uitverkiezing en geloofszekerheid.
Alle Bijbelteksten in deze Bijbelstudie zijn geciteerd uit de Statenvertaling.

In sommige kringen fel bestreden.

Klik de afbeelding om de studie (pdf) te downloaden

Ben ik wel uitverkoren?

De Bijbel roept nergens op om te onderzoeken óf iemand uitverkoren is, maar wel om zich te bekeren en in Jezus Christus te geloven. Twijfel over uitverkiezing kan een obstakel vormen voor geloofszekerheid.

Wat zegt de Bijbel over bekering?

Bekering is een bewuste keuze en betekent:

Berouw over zonde

Omkeren naar God

Geloven in Jezus Christus

De Bijbel roept meerdere keren op tot bekering en belooft dat God iedereen aanneemt die zich tot Hem wendt.

Kan ik mezelf bekeren?

Hoewel bekering Gods werk is, wordt de mens opgeroepen zich te bekeren. God geeft de kracht en de wil om Hem te zoeken en Zijn aanbod van genade aan te nemen.

Is de uitverkiezing willekeurig?

Uitverkiezing betekent niet dat sommigen automatisch gered worden en anderen niet. Jezus is de door God verkozen Redder en iedereen die in Hem gelooft, deelt in deze uitverkiezing.

Wat betekent “weinigen uitverkoren”?

De uitnodiging van het Evangelie geldt voor iedereen, maar niet iedereen accepteert deze. Alleen zij die Jezus aannemen, worden “uitverkoren” genoemd.

Hoe krijg ik geloofszekerheid?

Geloofszekerheid komt niet door gevoelens of ervaringen, maar door te vertrouwen op Gods beloften in de Bijbel. Wie in Jezus gelooft, heeft eeuwig leven.

Wat moet ik doen om gered te worden?

Erken dat je een zondaar bent.

Geloof dat Jezus voor jouw zonden is gestorven.

Vertrouw alleen op Hem voor redding.

Geef je leven over aan God.

De Bijbel belooft: Wie in Hem gelooft, zal niet verloren gaan maar eeuwig leven hebben (Johannes 3:16).

Video: “Wat zegt de Bijbel over uitverkiezing?”

zie ook:

Uitverkiezing in de Bijbel: geen fatalisme maar Gods voornemen in Christus – Bijbelse basis

Verkeerd gebruikte en/of begrepen teksten

Het zal mijn bezoekers niet ontgaan zijn dat mijn recente berichten allemaal een link hebben met de leer van Johannes Calvijn en wat daaruit is ontsproten, zoals de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels, die vooral in de rechterflank van de Gereformeerde en Hervormde kerken nog altijd allesbepalend zijn voor de leer en schriftuitleg. In het kader daarvan mocht ik van de website van mijn vrouw https://debijbeloverdenken.nl/ het onderstaande overnemen. Het is een deel van de serie over de Romeinenbrief, die zij daar in zijn geheel bespreekt.

Inleiding op de hoofdstukken 9, 10 en 11

Inleiding

De hoofdstukken 9 tot en met 11 vormen een nieuwe eenheid in de Romeinenbrief. Het zijn de minst begrepen hoofdstukken van de brief. Het is een moeilijk gedeelte, maar als we de woorden van Paulus aandachtig lezen, wordt zijn bedoeling duidelijk. Daarbij is de context van de hele brief belangrijk. Als we deze hoofdstukken verkeerd verstaan, kan dat grote gevolgen hebben voor ons beeld van God. Daarom wil ik in deze inleiding het grote plaatje bekijken. Wat is het onderwerp van dit gedeelte? Hoe sluiten deze hoofdstukken aan op de eerdere hoofdstukken? Kortom: hoe moeten we dit gedeelte begrijpen in het geheel van de Romeinenbrief?

Hoofdstuk 8 sloot Paulus af met de jubelende woorden dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere. Na dit hoogtepunt verandert Paulus van onderwerp en van toon. Drie hoofdstukken lang spreekt hij over zijn volksgenoten, zijn broeders naar het vlees. Hij is diepbedroefd nu de meeste Joden de Messias hebben afgewezen. Hun afwijzing roept ook een brandende vraag op. Blijven de beloften van God aan Israël onvervuld nu blijkt dat de redding vooral naar de heidenen gaat?

 

Opbouw van deze studie

  • Eerst zullen we kijken waarom deze hoofdstukken verkeerd begrepen worden en de gevolgen daarvan;
  • dan laat ik zien hoe we ze kunnen lezen in de context van de hele Romeinenbrief;
  • ik geef een korte terugblik op de hoofdstukken 1 tot en met 8;
  • en daarna een vooruitblik naar de hoofdstukken 9, 10 en 11.

Waarom zo vaak verkeerd begrepen?

Ons leesgedrag

Het misverstaan van deze hoofdstukken is het gevolg van de manier waarop wij meestal de Bijbel lezen. Als we lezen pakken we één hoofdstuk of twee. Dan leggen we de Bijbel weer weg en lezen de volgende dag het volgende hoofdstuk. Wij zijn niet gewend om een Bijbelboek in een ruk door te lezen. Ook een preek is meestal gebaseerd op een tekst of een kort tekstgedeelte. Maar daarmee doen we de Schrift en de bijbelschrijvers tekort. De brief aan de Romeinen is zorgvuldig opgebouwd en alle hoofdstukken hangen met elkaar samen. Het is niet de bedoeling om er zomaar een aantal verzen uit te nemen en die los van de context te verklaren. De hoofdstukken 9, 10 en 11 horen bij het complete verhaal dat Paulus vertelt in deze brief.

Calvinistische leer van de uitverkiezing

Het lezen van deze hoofdstukken zonder de context van de brief, heeft geleid tot de leer van de uitverkiezing. We lezen in Romeinen 9:18 bijvoorbeeld dat God Zich ontfermt over wie Hij wil en verhardt wie Hij wil. En in 9:22 dat er voorwerpen van toorn zijn die Hij voor het verderf heeft gereedgemaakt. Als we nu geen rekening houden met de context en de vragen die Paulus in dit hoofdstuk beantwoordt dan trekken we verkeerde conclusies. Dat gebeurt in de Dordtse Leerregels. Die zijn in 1619 opgesteld en worden nu nog steeds door veel Nederlandse kerken gebruikt.

Dordtse Leerregels

Losse teksten uit Romeinen 9 spelen een belangrijke rol in de Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 1 van deze Leerregels heeft als titel: Van de goddelijke verkiezing en verwerping. Het leert dat God vóór de grondlegging van de wereld sommigen heeft uitverkoren om gered te worden en anderen heeft verworpen. Ik citeer uit Hoofdstuk 1, paragraaf 15:

Sommige mensen zijn niet uitverkoren. Dat wil zeggen: God ging in Zijn eeuwige verkiezing aan hen voorbij. ( bewijstekst: Romeinen 9:22) Dat betreft die mensen van wie God in Zijn volkomen vrij, rechtvaardig, onberispelijk en onveranderlijk welbehagen besloten heeft om hen in de gemeenschappelijke ellende te laten waarin zij zich door eigen schuld hebben gestort.
God besloot om hun het zaligmakend geloof en de genade van de bekering niet te schenken, maar hen op hun zelfgekozen wegen en onder Zijn rechtvaardig oordeel te laten.

Dit standpunt is om meerdere redenen onhoudbaar. Juist in de Romeinenbrief heeft Paulus zo duidelijk uitgelegd dat de zaligheid is voor “ieder die gelooft” (Rom.1:16 en 17). In Romeinen 10:13 zegt hij: Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. Hij zegt niet: Want ieder die God van tevoren heeft uitverkoren zal zalig worden.

Aandachtig lezen van hoofdstuk 9 laat zien dat Paulus hier helemaal niet spreekt over de redding of verwerping van individuele personen. Laten we naar de context kijken.

Context van de brief

De climax van hoofdstuk 8 was de heerlijkheid die voor de gelovigen klaarligt. Dat betekent dat we mede erfgenamen met Christus zullen zijn en met Hem verheerlijkt worden. Paulus had in Romeinen 8:15 gezegd:

Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van zoonstelling [vertaald met aanneming tot kinderen] ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

Zie ook Romeinen 8:23. Die belofte van aanstelling tot zonen en de heerlijkheid die daarbij hoort, waren in het Oude Testament aan Israël beloofd. Vandaar dat Paulus nu bedroefd is. Hoe kan het dat deze beloften over heerlijkheid en zoonstelling vooral bij de gelovigen uit de heidenen terecht is gekomen? Hij opent hoofdstuk 9 daarom met deze woorden:

1 Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet en mijn geweten getuigt mee door de Heilige Geest,
2 dat het een grote bron van droefheid voor mij is, en een voortdurende smart voor mijn hart.
3 Want ik zou zelf wel wensen vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn verwanten wat het vlees betreft.
4 Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de zoonstelling [aanneming tot kinderen] en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften.
5 Tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!

Niet de Israëlieten, het volk waar Paulus deel van uit maakt, zijn de ontvangers geworden van deze beloften maar de gemeente, gelovigen uit de Joden en heidenen. In de komende hoofdstukken gaat Paulus uitleggen waarom dit gebeurd is. En ook dat het niet strijdig is met Gods Woord en Gods beloften. Gods Woord is hiermee niet vervallen.

De nadruk in deze hoofdstukken ligt niet op de redding van individuele personen, maar op het plan van God met Israël en de gemeente. Hoe werkt God zijn plan uit en hoe worden de beloften van God doorgegeven.

Als we de voorgaande hoofdstukken aandachtig hebben gelezen dan zagen we in bijna alle hoofdstukken het onderwerp Jood en heiden naar voren komen (1:162:9-293:1-33:93:29-304:97:1). Zelfs de vraag of God wel trouw is aan Zijn beloften heeft Paulus eerder gesteld in Romeinen 3:3

3 Want wat is het geval? Als sommigen ontrouw zijn geweest, zal hun ontrouw de trouw van God toch niet tenietdoen?
4 Volstrekt niet!

Hier een korte terugblik op de voorgaande hoofdstukken:

Hoofdstuk 1 tot en met 8

  • In hoofdstuk 1:18-32 besprak Paulus de zondigheid van de mensen en de toorn van God.
  • In hoofdstuk 2 heeft hij laten zien dat die toorn over alle mensen komt. Of we nu Jood of heiden zijn, mét of zonder de wet leven, wél of niet besneden zijn.
  • In hoofdstuk 3 kwam hij tot de conclusie dat de gerechtigheid van God, buiten de wet om, is geopenbaard en door Jezus Christus aan de gelovige wordt toegerekend.
  • In hoofdstuk 4 liet hij zien hoe deze rechtvaardiging door geloof al in het Oude Testament is gedemonstreerd in het leven van Abraham.
  • Vanaf hoofdstuk 5 heeft Paulus uitgelegd wat de rechtvaardiging betekent in het praktische leven van de gelovige.
  • In hoofdstuk 6 heeft hij duidelijk gemaakt dat wij mét Christus gestorven zijn en daarom niet langer hoeven te leven onder de macht van de zonde.
  • In hoofdstuk 7 sprak Paulus over de wet. Hoewel die heilig en rechtvaardig en goed is, had de wet ons alleen maar meer in de problemen gebracht.
  • Hoofdstuk 8 gaat over het leven door de Geest en de heerlijkheid die in de toekomst geopenbaard zal worden. De hele schepping ziet hier naar uit.

Hoofdstukken 9 tot en met 11

Dan komen we, na het hoogtepunt van hoofdstuk 8 bij het gedeelte waar een moeilijke vraag beantwoord moet worden. Hoe zit het met de beloften van God aan Israël? Paulus neemt uitgebreid de tijd om deze vraag te bespreken. Hij doet er drie hoofdstukken over en we moeten geen conclusies trekken voordat we het hele gedeelte hebben gelezen. Ik zal de hoofdstukken op mijn blog vers voor vers behandelen. Hier geef ik een voorlopige samenvatting per hoofdstuk.

Hoofdstuk 9

In de beginverzen van dit hoofdstuk zegt Paulus hoe bedroefd hij is omdat zijn volksgenoten het heil niet hebben aangenomen. Terwijl zij toch Israëlieten zijn en de beloften en de verbonden en de wet hadden ontvangen. Toch heeft Gods Woord niet gefaald. Want zegt Paulus:

Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël.

In de vertaling van de NBV21: Gods belofte is niet komen te vervallen. Want niet alle Israëlieten behoren werkelijk tot Israël.

Aan de hand van de geschiedenis van het volk laat Paulus zien dat God altijd een keuze moest maken via welke lijn de belofte vererfd zou worden. Niet Ismaël maar Izak was de zoon van de belofte. Via de lijn van Izak zou uiteindelijk de Messias geboren worden. En in de volgende generatie koos God Jakob en niet Ezau. God is vrij om die keuze te maken zegt Paulus. Maar we moeten ons realiseren dat het niet de keuze is wie er behouden wordt of niet. Het gaat niet om de persoonlijke redding of afwijzing van Jakob en Ezau.

Paulus vervolgt zijn geschiedenisles met Mozes en de uittocht van het volk en eindigt met de tijd van de ballingschap, met citaten uit Hosea en Jesaja.

In Romeinen 9:30-32 komt hij tot een voorlopige conclusie over Israël als volk. Ze hebben de rechtvaardigheid niet gekregen. Ze zochten die namelijk door de wet te houden en niet door geloof. En we hebben in de voorgaande hoofdstukken van deze Romeinenbrief geleerd dat gerechtigheid van God geopenbaard wordt “uit geloof, tot geloof”. De rechtvaardige zal uit het geloof leven (Romeinen 1:17). De tekortkomingen van de wet heeft Paulus in hoofdstuk 7 aangetoond.

Hoofdstuk 10

In dit hoofdstuk onderzoekt Paulus de volgende vraag: Hoe komt het dat Israël misgegrepen heeft als het om de gerechtigheid gaat, terwijl de heidenen dit wel hebben gekregen? Hij werkt dan verder uit wat hij in Romeinen 9:32 heeft gezegd. Zij hebben niet met geloof gereageerd op het evangelie terwijl de heidenen dit wel aangenomen hebben. Het evangelie is aan hen verkondigd (Romeinen 10:14-18) maar ze hebben er niet met geloof op gereageerd (Romeinen 10:21).

Paulus onderbouwt dit met teksten uit het Oude Testament. Hij zet de gerechtigheid die uit de wet is, die in Leviticus 18:5 wordt beschreven, tegenover de gerechtigheid uit het geloof. En hij laat, met een citaat uit Jesaja 28:16, zien dat de gerechtigheid uit geloof al in het Oude Testament werd aangekondigd:

Romeinen 10:11
Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

Hoofdstuk 11

In hoofdstuk 11 tenslotte stelt Paulus de vraag of God Israël compleet heeft verworpen. Het antwoord is: Nee, er is altijd een overblijfsel geweest van gelovige Israëlieten. Dat was zo in de tijd van Elia en het is ook nu zo (Romeinen 11:2-5).

Paulus brengt het evangelie aan de heidenen en hoopt zijn volksgenoten jaloers te maken zodat ook enigen uit hen behouden worden. Want iedere Israëliet die tot geloof komt, wordt toegevoegd aan het volk dat God nu verzamelt: de gemeente. God zal hen opnieuw enten op de olijfboom waarvan ze afgebroken waren.
En Paulus voorziet een toekomst waarin God Zich over het hele volk opnieuw zal ontfermen (Romeinen 11:32).

Tot slot

Dit zijn de grote lijnen van deze hoofdstukken. Ze geven antwoord op de vraag of God wel trouw is aan Zijn beloften: Ja dat is Hij. En op de vraag of Israël geheel verworpen is: Nee, er is nu een gelovig overblijfsel en God zal Zich in de toekomst opnieuw over hen ontfermen.

Dit is de volgende studie: Droefheid over het ongeloof van Israël: Rom.9:1-5.

Alle studies over de Romeinenbrief die inmiddels online staan: Blog Romeinenbrief

Lees ook: Hoe calvinistisch bent u? 

Geverifieerd door MonsterInsights