De rodeletter-valkuil: waarom veel christenen de woorden van Jezus verkeerd toepassen

“Jezus heeft het Zelf gezegd.”

Het klinkt vroom. Eerbiedig zelfs. Alsof daarmee op voorhand het gesprek is beëindigd.

Maar  deze redenering heeft misschien wel meer verwarring veroorzaakt dan menige dwaalleer.

Niet omdat de woorden van de Here Jezus onwaar zouden zijn. Integendeel. Iedere uitspraak van de Here Jezus is volmaakt waar.

Het probleem is een ander.

Veel christenen passen de woorden van Jezus rechtstreeks toe op de Gemeente, zonder rekening te houden met Gods heilsplan, de bediening van Paulus en de Verborgenheid die pas later werd geopenbaard.

Daardoor worden Wet en Genade, Israël en de Gemeente, profetie en Verborgenheid voortdurend met elkaar vermengd.

Dit artikel is géén aanval op kerken of oprechte gelovigen. Integendeel. Juist omdat zoveel christenen deze manier van Bijbellezen hebben meegekregen, is het belangrijk opnieuw de vraag te stellen:

Wat zegt de Schrift?

Niet alleen wat zij zegt, maar ook:

  • tot wie?
  • wanneer?
  • waarom?

Dát is de sleutel tot verantwoord Bijbelgebruik.

de rode letter valkuil
De rode letter valkuil

Waarom veel christenen vooral de rode letters lezen

Opmerkelijk genoeg hebben veel christenen onbewust een canon binnen de canon gemaakt.

De rode letters lijken belangrijker te zijn geworden dan de zwarte.

Alsof de Evangeliën de definitieve uitleg geven van de rest van het Nieuwe Testament.

Maar de Schrift leert dat nergens. En, de grondtekst kent geen kleurendruk.

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.” (2 Timótheüs 3:16, STV)

Niet een deel van de Schrift.

Ook niet alleen de woorden van Jezus.

Al de Schrift.

Waarom de bediening van Paulus vaak wordt vergeten

Vraag eens in een gemiddelde kerk:

Waarom werd Paulus geroepen?

Vaak blijven de antwoorden steken bij:

  • zendeling
  • apostel van de heidenen
  • schrijver van brieven

Allemaal waar.

Maar Paulus zegt zelf iets veel groters.

“Hoe dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid.” (Efeze 3:3, STV)

En:

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt…” (Efeze 3:5, STV)

Hier ligt de sleutel.

Paulus ontving geen tweede mening over de woorden van Jezus.

Hij ontving een nieuwe openbaring van de verheerlijkte Christus.

Daarom is de bediening van Paulus onmisbaar  en essentieel voor het verstaan van het Nieuwe Testament.

Waarom Mattheüs niet rechtstreeks tot de Gemeente spreekt

De Here Jezus zegt Zelf:

“Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Matthéüs 15:24, STV)

En:

“En gaat niet op den weg der heidenen… maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Matthéüs 10:5-6, STV)

Dat laat de context van Zijn aardse bediening zien.

Hij kwam als Israëls Messias.

Hij predikte het Koninkrijk.

Hij leefde onder de Wet.

De Gemeente als Lichaam van Christus was toen nog een Verborgenheid.

 

Mattheüs 6:14-15 uitgelegd: geldt deze tekst voor de Gemeente?

Hier wordt de rodeletter-valkuil zichtbaar.

“Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.” (Matthéüs 6:14, STV)

Gods vergeving is hier verbonden aan de houding van de mens.

Maar Paulus schrijft later:

“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32, STV)

De volgorde is

Niet:

vergeven om vergeving te ontvangen.

Maar:

vergeven omdat God reeds heeft vergeven.

Dat is geen tegenstelling.

Dat is voortgaande openbaring binnen Gods heilsplan.

 

Waarom Paulus de sleutel is tot het verstaan van de Bijbel

Paulus schrijft:

“Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” (Galaten 1:12, STV)

Dat betekent dat de verhoogde Here Jezus na Zijn hemelvaart nieuwe waarheden bekendmaakte.

Niet ter vervanging van Zijn aardse bediening.

Maar als verdere ontvouwing van Gods heilsplan.

Wie Paulus overslaat, mist daarom:

  • de Verborgenheid;
  • de bedeling der Genade;
  • het Lichaam van Christus;
  • de hemelse roeping van de Gemeente.

 

Wat gebeurt er als Israël en de Gemeente door elkaar worden gehaald?

Wanneer de bediening van Paulus wordt genegeerd, ontstaat vanzelf verwarring.

Dan wordt:

  • Wet vermengd met Genade;
  • Israël vermengd met de Gemeente;
  • profetie vermengd met de Verborgenheid;
  • het Koninkrijk vermengd met het Lichaam van Christus.

Het gevolg is een Evangelie waarin voorwaarden en Genade voortdurend door elkaar lopen.

 

Recht snijden van het Woord is geen optionele keuze

Paulus schrijft niet:

“Lees de Bijbel aandachtig.”

Hij schrijft:

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” (2 Timótheüs 2:15, STV)

Het probleem van veel hedendaagse prediking is niet dat men te veel over Jezus spreekt.

Het probleem is dat men de Here Jezus tijdens Zijn aardse bediening leest zonder te luisteren naar wat diezelfde Here Jezus later vanuit de hemel aan Paulus heeft geopenbaard.

De rodeletter-valkuil vermijden

De rode letters zijn niet belangrijker dan de zwarte.

Samen vormen zij het volmaakte Woord van God.

Maar de Bijbel vraagt om zorgvuldig onderscheid.

Niet alles wat in de Schrift staat, is rechtstreeks tot de Gemeente gesproken.

Alles is voor ons geschreven tot lering.

Maar niet alles is aan ons gericht.

Wie dat onderscheid leert zien, ontdekt hoe de bediening van Paulus, de Verborgenheid en het onderscheid tussen Israël en de Gemeente de Bijbel ontsluiten.

Misschien is de grootste blinde vlek van het moderne christendom daarom niet een gebrek aan liefde voor de Bijbel.

Misschien is het eenvoudig een gebrek aan zorgvuldig Bijbelgebruik.

 

lees ook:

Vergeving volgens de Bijbel: hoe een populaire leer het Evangelie van Gods Genade ondermijnt – Bijbelse basis

Christus niet meer naar het vlees kennen – Bijbelse basis

De bediening van Jezus en Paulus niet hetzelfde – Bijbelse basis

De verborgenheid in de Bijbel – Bijbelse basis

Tongentaal en ‘persoonlijke klanktaal’: Bijbels of een moderne charismatische leer?

Een Bijbelse gave of een moderne uitvinding?

Veel christenen geloven erin. Maar leert de Bijbel het ook?

“Bid je al in een persoonlijke gebedstaal?”

In veel evangelische en charismatische gemeenten is die vraag heel gewoon. Sommigen beschouwen een persoonlijke klanktaal zelfs als een onmisbaar onderdeel van een gezond geestelijk leven. Anderen gaan nog verder en zien het als het bewijs dat iemand gedoopt is met de Heilige Geest.

Maar hier moet iedere Bijbelgetrouwe christen een eenvoudige, eerlijke vraag stellen:

Waar staat dat eigenlijk?

Niet: Wie zegt het?

Niet: Hoeveel mensen geloven het?

Niet: Welke ervaring hebben zij?

Maar: Wat zegt de Schrift?

Want de Bereërs werden geprezen omdat zij

“dagelijks de Schriften onderzochten, of deze dingen alzo waren” (Handelingen 17:11).

ik heb er een video over gemaakt, n.a.v een andere video waarin de gedachte van een ‘persoonlijke klanktaal’ wordt neergezet.

YouTube player

Tongentaal en persoonliijke klanktaal 

Een opvallend gegeven

De uitdrukkingen ‘persoonlijke klanktaal’, ‘persoonlijke gebedstaal’ en hemelse gebedstaal’ komen nergens in de Bijbel voor.

Dat betekent niet automatisch dat de gedachte onjuist is. Er zijn meer woorden die niet letterlijk in de Bijbel voorkomen. Maar als een leer zo’n belangrijke plaats krijgt in het christelijk leven, mag verwacht worden dat zij duidelijk uit de Schrift kan worden aangetoond.

En daar hebben we een probleem.

 

Een leer van de twintigste eeuw

Gedurende bijna negentien eeuwen kerkgeschiedenis vinden we deze leer nauwelijks terug.

Pas met de opkomst van de pinksterbeweging aan het begin van de twintigste eeuw, gevolgd door de Azusa Street-opwekking (1906), de charismatische beweging en later de Word of Faith- en NAR-beweging, werd de gedachte populair dat iedere gelovige een persoonlijke gebedstaal kan ontvangen.

Langzamerhand verschoof het spreken in tongen van een bijzondere geestelijke gave naar een persoonlijke geloofspraktijk die voor vrijwel iedere christen bereikbaar zou zijn.

Maar een leer wordt niet waar omdat zij populair is. Zij moet getoetst worden aan Gods Woord.

 

Niet iedere gelovige spreekt in talen

Paulus laat daar weinig ruimte voor.

“Zijn zij allen apostelen? Zijn zij allen profeten? Zijn zij allen leraars? Zijn zij allen krachten? Hebben zij allen gaven der gezondmakingen? Spreken zij allen met vreemde talen? Zijn zij allen uitleggers?”
(1 Korinthe 12:29-30)

De vorm van deze vragen verwacht telkens hetzelfde antwoord:

Nee.

Niet iedereen heeft dezelfde gave.

Even daarvoor schrijft Paulus:

“Doch deze dingen alle werkt één en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.”
(1 Korinthe 12:11)

De Heilige Geest deelt de gaven uit zoals Hij wil, niet zoals wij wensen.

Dat alleen al maakt de populaire uitspraak dat “iedere gelovige een persoonlijke gebedstaal kan ontvangen” moeilijk houdbaar.

 

De gave is gegeven voor de gemeente

Paulus schrijft:

“Maar aan een iegelijk wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is.”
(1 Korinthe 12:7)

En:

“Laat alle dingen geschieden tot stichting.”
(1 Korinthe 14:26)

Het doel van geestelijke gaven is de opbouw van de gemeente.

De moderne nadruk ligt echter vaak op persoonlijke stichting, persoonlijke ervaring en persoonlijke verdieping.

Dat is een opvallende verschuiving.

 

Op Pinksteren sprak men bestaande talen

Handelingen 2 beschrijft de eerste keer dat mensen in talen spreken.

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.”
(Handelingen 2:4)

Wat waren dat voor talen?

De Bijbel geeft zelf het antwoord.

“Hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?”
(Handelingen 2:8)

En:

“Wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.”
(Handelingen 2:11)

Niet onverstaanbare klanken.

Niet een privégebedstaal.

Maar bestaande menselijke talen.

 

“Hij spreekt niet de mensen, maar God”

Vaak wordt gewezen op 1 Korinthe 14:2.

“Want die een vreemde taal spreekt, spreekt niet den mensen, maar Gode; want niemand verstaat het, doch met den geest spreekt hij verborgenheden.”

Maar Paulus zegt niet dat dit een hemelse taal is.

Hij zegt waarom niemand hem verstaat.

Er is geen uitleg.

De verborgenheid zit niet in een mysterieuze taal uit de hemel, maar in het feit dat de aanwezigen de taal niet begrijpen.

Wie vandaag in een Nederlandse gemeente uitsluitend Chinees spreekt zonder vertaling, spreekt voor de aanwezigen eveneens “verborgenheden”.

 

“Mijn geest bidt”

Ook 1 Korinthe 14:14 wordt vaak aangehaald.

“Want indien ik bid in een vreemde taal, mijn geest bidt wel, maar mijn verstand is onvruchtbaar.”

Maar Paulus eindigt daar niet.

Hij zegt onmiddellijk:

“Wat is het dan? Ik zal wel met den geest bidden, maar ik zal ook met het verstand bidden.”

En iets verder:

“Maar ik wil liever in de gemeente vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook anderen moge onderwijzen, dan tienduizend woorden in een vreemde taal.”
(1 Korinthe 14:15,19)

Zijn conclusie is dus niet dat onverstaanbaarheid wenselijk is.

Integendeel.

Hij kiest nadrukkelijk voor begrijpelijke woorden.

 

Zonder uitleg moet men zwijgen

Paulus geeft duidelijke regels.

“En indien er geen uitlegger is, dat hij in de gemeente zwijge; doch dat hij tot zichzelven spreke en tot God.”
(1 Korinthe 14:28)

Ook deze tekst wordt vaak gebruikt als bewijs voor een persoonlijke gebedstaal.

Maar Paulus voert hier geen nieuwe leer in.

Hij geeft een ordevoorschrift.

Geen uitleg?

Dan geen openbare bijdrage.

Dat is precies het tegenovergestelde van de praktijk waarin soms hele gemeenten tegelijkertijd onverstaanbare klanken voortbrengen.

 

De moderne praktijk roept vragen op

In veel charismatische kringen wordt mensen geleerd hoe zij in tongen kunnen spreken.

Men krijgt instructies als:

  • spreek gewoon klanken uit;
  • zet je verstand niet in de weg;
  • laat de Geest het overnemen;
  • oefen iedere dag.

Maar waar vinden we zo’n instructie in de Schrift?

Nergens.

Geen enkele apostel leert iemand hoe hij in tongen moet spreken.

Geen enkele brief bevat een stappenplan.

Geen enkele gelovige wordt aangemoedigd om door oefening een klanktaal te ontwikkelen.

Dat zou ons voorzichtig moeten maken.

 

Ervaring is geen norm

Veel gelovigen zijn oprecht.

Daar hoeft niemand aan te twijfelen.

Maar oprechtheid bewijst nog niet dat een leer juist is.

De geschiedenis van de kerk laat zien dat oprechte mensen zich kunnen vergissen.

Daarom blijft de vraag niet:

“Wat heb ik ervaren?”

Maar:

“Wat heeft God geopenbaard?”

Onze ervaringen moeten door de Schrift worden beoordeeld, niet andersom.

 

Conclusie

Wanneer alle relevante Bijbelgedeelten eerlijk naast elkaar worden gelegd, ontstaat een helder beeld.

De Bijbel leert dat:

  • niet iedere gelovige dezelfde geestelijke gaven ontvangt;
  • de gave van talen een gave van de Heilige Geest is;
  • de Geest die gaven uitdeelt zoals Hij wil;
  • talen in Handelingen herkenbare menselijke talen waren;
  • spreken in talen zonder uitleg de gemeente niet opbouwt;
  • Paulus steeds de nadruk legt op verstaanbaarheid, onderwijs en orde;
  • de Bijbel nergens spreekt over een persoonlijke klanktaal die iedere gelovige kan ontvangen of ontwikkelen.

Dat betekent niet dat God vandaag niets bijzonders meer kan doen. God is soeverein en almachtig.

Maar de vraag is niet wat God kan doen.

De vraag is wat Hij heeft geopenbaard als norm voor Zijn gemeente.

En daarop geeft de Schrift een duidelijk antwoord.

De gave van talen is Bijbels. De leer van een algemeen beschikbare persoonlijke klanktaal is dat niet.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”
1 Thessalonicenzen 5:21

 

Een aparte doop in de Heilige Geest : leert de Bijbel dit?

Wat leert de Bijbel

Binnen evangelische en charismatische gemeenten klinkt deze oproep: “Ben je al gedoopt in de Heilige Geest?” Vaak wordt daarmee een tweede geestelijke ervaring bedoeld die na de bekering zou plaatsvinden. Dikwijls wordt daar tongentaal, profetie of een bijzondere krachtservaring aan gekoppeld.

Het klinkt geestelijk.

Het klinkt Bijbels.

Maar is het wat de Bijbel leert?

Wie de Bijbel zorgvuldig leest, ontdekt dat deze leer niet gebaseerd is op de onderwijsbrieven van de apostelen, maar op een verkeerde uitleg van het boek Handelingen. Daardoor worden unieke historische gebeurtenissen verheven tot een norm voor iedere gelovige.

Dat heeft grote gevolgen.

Geen aparte doop in de Heilige Geest

 

Paulus kent of leert geen tweede doop

Opvallend is dat Paulus gelovigen nergens oproept om de doop in de Heilige Geest na te streven.

Integendeel.

Hij schrijft:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13, STV)

De sleutel is “wij allen zijn.”

Niet sommigen.

Niet de geestelijk rijpen.

Niet degenen die een bijzondere ervaring hebben gehad.

Iedere gelovige is door de Heilige Geest in het Lichaam van Christus geplaatst.

Dat is geen opdracht.

Dat is een voltooid feit.

Daarom schrijft Paulus ook:

“Eén Heere, één geloof, één doop.” (Efeze 4:5, STV)

De Bijbel spreekt nergens over twee aparte dopen.

 

De grootste denkfout: Handelingen als draaiboek lezen

Vrijwel iedere verdediging van een tweede doop verwijst naar Handelingen.

Maar Handelingen is geen draaiboek over het gemeenteleven.

Het beschrijft de unieke overgang van Israël naar de openbaring van het Lichaam van Christus.

Daar vinden bijzondere gebeurtenissen plaats:

  • de uitstorting over de Joden;
  • daarna over de Samaritanen;
  • vervolgens over de heidenen;
  • tenslotte over de discipelen van Johannes.

Deze momenten markeren nieuwe fasen in Gods heilsplan.

Het zijn historische gebeurtenissen.

Geen patroon dat iedere gelovige vandaag opnieuw moet meemaken.

Wie van Handelingen een blauwdruk maakt voor de Gemeente, doet precies hetzelfde als iemand die beweert dat iedere gelovige eerst drie dagen blind moet worden omdat Paulus dat overkwam.

Geschiedenis is nog geen leer.

 

De leer van een ’tweede doop’ schept twee soorten christenen

Hier wordt het gevaar zichtbaar.

Wanneer een tweede doop wordt geleerd, ontstaat automatisch een tweedeling.

Er zijn dan:

  • gewone christenen;
  • christenen die “de doop” hebben ontvangen.

Maar Paulus kent zo’n onderscheid helemaal niet.

Opmerkelijk genoeg schrijft hij 1 Korinthe 12 aan een gemeente die vol geestelijke problemen zat.

Er was verdeeldheid.

Er was zonde.

Er was misbruik van de geestelijke gaven.

Toch schrijft hij zonder uitzondering:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt…” (1 Korinthe 12:13, STV)

Hun probleem was niet dat zij de Heilige Geest misten.

Hun probleem was dat zij niet geestelijk wandelden.

Ik kwam ooit in een gemeente waarin deze ‘doop’ voorwaarde was om een taak te mogen doen, maar dat werd al snel weer losgelaten omdat er te weinig mensen overbleven om iets te doen.

 

Wel vervuld, niet opnieuw gedoopt

De Schrift kent wél een opdracht over vervulling :

“En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest.” (Efeze 5:18, STV)

Hier ligt een wereld van verschil.

De doop met de Heilige Geest is Gods eenmalige werk.

De vervulling met de Heilige Geest gaat over het dagelijkse leven van de gelovige.

Daarom roept Paulus op om:

  • door de Geest te wandelen;
  • de Geest niet te bedroeven;
  • de Geest niet uit te blussen.

Maar nergens zegt hij:

“Zoek de doop in de Heilige Geest.”

 

Iedere gelovige ontvangt de Heilige Geest bij zijn bekering

Paulus laat geen ruimte voor een wachttijd.

Hij schrijft:

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het Woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.” (Efeze 1:13, STV)

De volgorde is eenvoudig.

Het Evangelie horen.

Geloven.

Verzegeld worden.

Niet maanden later.

Niet na handoplegging.

Niet na een conferentie.

Niet na tongentaal.

Maar direct nadat men gelooft.

 

De leer van een aparte doop heeft een schadelijk gevolg

Christenen gaan naar binnen kijken.

Heb ik wel genoeg geloof?

Waarom spreek ik geen tongen?

Waarom ervaar ik niets bijzonders?

Heb ik misschien iets gemist?

Zo verschuift het vertrouwen van Christus naar de eigen ervaring.

En precies daar ligt het gevaar.

Het Evangelie rust niet op gevoel.

Niet op beleving.

Niet op spectaculaire ervaringen.

Maar op het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

De rijkdom van Gods Genade

Iedere wedergeboren gelovige:

  • is door de Heilige Geest in het Lichaam van Christus gedoopt;
  • is verzegeld met de Heilige Geest;
  • heeft de Heilige Geest inwonend;
  • mag dagelijks leren wandelen onder Zijn leiding.

Dat is geen “tweede zegen”.

Dat is de rijkdom van Gods Genade vanaf het eerste moment van geloof.

 

Samenvattend

De leer van een aparte doop in de Heilige Geest houdt geen stand wanneer zij wordt getoetst aan de brieven van Paulus.

Zij ontstaat doordat de overgangsgebeurtenissen uit Handelingen worden losgemaakt van hun historische context en vervolgens als norm voor de Gemeente worden gebruikt.

De Schrift wijst echter een andere weg.

Niet zoeken naar een tweede ervaring.

Niet jagen op spectaculaire manifestaties.

Niet twijfelen of er misschien nog iets ontbreekt.

Maar rusten in Christus, Die alles heeft volbracht, en weten dat iedere gelovige vanaf het moment van geloof volledig deel heeft aan de Heilige Geest.

Van daaruit mag hij groeien in heiliging, gehoorzaamheid en een leven dat steeds meer onder de leiding van de Geest staat.

 

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.” (Romeinen 11:36, STV)

lees ook:

Waarom Handelingen geen blauwdruk is voor de gemeente vandaag – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights