Laat u met God verzoenen

God wil geen afstand, maar contact

“Laat u met God verzoenen” is geen religieuze slogan, maar een dringende oproep uit de Bijbel. In 2 Korinthe 5:20 spreekt God Zelf tot de mens: kom,, ontvang Genade en leef. Wat betekent deze oproep, en waarom is die vandaag nog zo relevant?

Er zijn woorden in de Bijbel die je niet naast je neer kunt leggen. Geen religieuze taal, geen vage spiritualiteit of gezweef— maar een directe oproep die je raakt in het hart:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus’ wege: laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20, STV)

Dit is geen kille boodschap. Dit is God Die Zich tot mensen wendt — dringend, bewogen, en vol genade.

Vaak wordt gedacht dat de mens op zoek is naar God. Maar hier zie je het omgekeerde: God zoekt de mens.

Hij roept niet van een afstand. Hij smeekt, door het evangelie heen: kom naar Mij

Dat zegt alles over Zijn hart.

Niet hard, niet afwijzend, maar verlangend naar contact.

De realiteit die we liever vermijden

Verzoening is alleen nodig als er iets gebroken is.

De Bijbel is daar eerlijk over: de mens leeft van nature niet in gemeenschap met God. Niet omdat God Zich heeft teruggetrokken, maar omdat de mens zijn eigen weg is gegaan.

Zonde is geen klein probleem. Het is de oorzaak van scheiding.

En precies dáár begint het Evangelie.

Het wonder van het kruis

God vraagt niet eerst iets van jou — Hij heeft eerst Zelf gehandeld.

“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” (2 Korinthe 5:21, STV)

Dát is de kern.

Christus droeg wat jij nooit kunt dragen
Hij werd wat jij bent
opdat jij zou worden wat Hij is — rechtvaardig voor God

Hier ligt geen prestatie van de mens, maar een volbracht werk van Christus. visue

Laat u met God verzoenen: een oproep van God Zelf

“Laat u met God verzoenen”

Dat betekent: laat het toe. Verzet je niet. Houd het niet op afstand.

Het Evangelie is geen theorie om te overwegen, maar een boodschap om te ontvangen.

Niet iedereen wíl dat. Sommigen houden vast aan hun eigen gelijk, hun eigen leven, hun eigen visie of spiritualiteit.

Maar wie eerlijk wordt, merkt: ik heb deze verzoening nodig.

Geen dwang, wel ernst

God dwingt niemand. Maar Hij spreekt wel met ernst.

Niet om te veroordelen, maar om te redden.

Dezelfde God Die rechtvaardig is, is óók rijk in Genade. Dat biedt Hij jou /u aan.

En juist daarom klinkt deze oproep zo indringend.

Persoonlijk aan jou gericht

Misschien heb je dit al vaak gehoord. Misschien is het nieuw voor je.

Maar één ding is zeker: deze woorden zijn niet algemeen bedoeld. Ze zijn persoonlijk.

God spreekt.

En de vraag is niet óf Hij roept, maar wát jij doet met die uitnodiging.

De deur staat open. De weg is gebaand. De prijs is betaald.

Niet door jou, niet door je pogingen netjes, godsdienstig of gedisciplineerd te leven, — maar door Christus.

Blijf niet op afstand staan.

“Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20, STV)

lees ook:

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer – Bijbelse basis

Bekering, geen hogere wiskunde – Bijbelse basis

Bewegen tot geloof – Bijbelse basis

Bekering: Geloof als levensveranderende persoonlijke keuze – Bijbelse basis

“Geloof” in de Bijbel betekent iets anders dan in ons taalgebruik – Bijbelse basis

 

Sekte in aanbouw, mijn verhaal

Dit ging er mis

Ik zat zelf in een sekte in wording — en in deze video vertel ik wat ik daar van binnenuit heb meegemaakt. Wat begon als iets oprechts en betrokken, veranderde voor mij langzaam in een omgeving waarin controle, invloed en afhankelijkheid een steeds grotere rol gingen spelen. Ik deel dit verhaal niet om mensen aan te vallen, maar om inzicht te geven in processen die van buitenaf vaak moeilijk te herkennen zijn. Of je het een sekte noemt of niet — dat laat ik aan jou over. Wat ik wél weet, is wat ik heb meegemaakt. Als je iets herkent in dit verhaal, neem dat serieus en blijf zelf nadenken.

YouTube player

Ik heb er eerder over geblogd:

De sekte van Wim Griffioen, alwéér een episode over deze klote sekte

Valse Christus sekte: hoe een leider zichzelf God noemt en mensen misleidt

Hoe sekten Bijbelteksten misbruiken voor macht

Sektarisme, manipulatie, kuddegedrag, kerkje spelen

Valse Christus sekte: hoe een leider zichzelf God noemt en mensen misleidt

160 mensen geloven dat hij de Heer is: zo werkt geestelijke misleiding, de zoveelste valse Christus

Een valse christus sekte is geen ver-van-je-bed-verhaal. Er zijn vandaag groepen waarin een leider zichzelf de vleesgeworden Heer noemt en mensen die dat zonder twijfel geloven. Niet ondanks de Bijbel, maar zogenaamd dankzij de Bijbel.

Ergens in Nederland zit zo’n groep van ongeveer 160 mensen.
Ze lezen de Bijbel. Ze spreken over God. Ze gebruiken christelijke taal.

En toch geloven ze iets huiveringwekkends:

hun leider is de ‘vleesgeworden Heer.’

Niet symbolisch.
Niet overdrachtelijk.
Letterlijk.

Hoe kan het dat mensen met een Bijbel in de hand zo ver afdwalen?

 

Dit begint nooit met waanzin, maar met “dieper inzicht”

Niemand stapt een groep binnen waar op dag één wordt gezegd:
“Deze man is God.”

Het begint subtiel:

  • Bijbelstudies die “dieper” lijken
  • Kritiek op andere gelovigen (“zij zien het niet”)
  • Een leider met charisma en overtuiging

Langzaam verschuift de basis:

  • van Schrift → naar uitleg
  • van uitleg → naar persoon
  • van persoon → naar absolute autoriteit

En dan, bijna ongemerkt, wordt de grens overschreden.

 

De beslissende verschuiving: van Christus naar een mens

De Bijbel zegt:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Dat spreekt over één unieke gebeurtenis:
God werd mens in Jezus Christus.

Maar in sektes gebeurt iets anders:

deze tekst wordt losgemaakt van zijn context
en toegepast op een hedendaagse leider

Niet openlijk eerst, maar stap voor stap.

Tot de conclusie ineens “logisch” lijkt:
God openbaart Zich opnieuw… in hem.

In elke valse christus sekte zie je hetzelfde patroon terugkomen. De leider wordt steeds belangrijker, terwijl Christus steeds meer naar de achtergrond verdwijnt. Uiteindelijk draait een valse christus sekte niet meer om waarheid, maar om gehoorzaamheid aan één persoon.

 

Wat vreten ze uit met hun Bijbel?

Ze gooien hem niet weg.
Dat maakt het juist zo gevaarlijk.

Selectief lezen

Alle teksten die hun leider ondersteunen worden benadrukt.
Alles wat hem tegenspreekt wordt genegeerd of verdraaid.

Verdraaien van de Schrift

“Die ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf.” (2 Petrus 3:16, STV)

De Bijbel wordt geen autoriteit meer — maar een hulpmiddel
om een vooraf vastgestelde waarheid te bevestigen.

De leider wordt de sleutel tot de Bijbel

In plaats van:
de Schrift verklaart zichzelf

wordt het:
de leider verklaart de Schrift

En daarmee gebeurt het onvermijdelijke:

de Schrift wordt ondergeschikt gemaakt aan een mens.

 

Waarom gaan mensen hierin mee?

Niet omdat ze dom zijn.
Maar omdat ze langzaam gevangen raken.

Psychologisch

  • behoefte aan zekerheid
  • verlangen naar leiding
  • angst om fout te zitten

Sociaal

  • vrienden en familie zitten in de groep
  • vertrekken betekent alles verliezen
  • kritiek = verraad

Geestelijk

  • twijfel wordt gezien als ongeloof
  • gehoorzaamheid wordt verheven tot hoogste deugd

De Bijbel zelf waarschuwt hier keihard voor

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan…” (Mattheüs 24:24, STV)

Let op:
niet “misschien”, maar zullen.

En niet alleen buiten de kerk — maar juist er middenin.

De kern: er is maar Eén

De Schrift laat geen enkele ruimte voor herhaling:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” (1 Timotheüs 2:5, STV)

Niet:

  • een nieuwe vleeswording
  • een moderne openbaring in een leider
  • een “uitverkoren lichaam” vandaag

Christus is uniek. Eenmalig. Volkomen.

Wie een valse christus sekte onderzoekt, ontdekt dat de Bijbel nog wel gebruikt wordt, maar nooit meer de hoogste autoriteit is. De interpretatie van de leider bepaalt alles.

 

Wat hier werkelijk gebeurt (zonder omwegen)

Laat ik het zeggen zoals het is:

  • een mens neemt de plaats van Christus in 
  • volgelingen buigen daarvoor
  • de Bijbel wordt aangepast om het te legitimeren

Dat is geen misverstand.
Dat is geen “andere visie”.

Dat is antichristelijk, afgoderij in christelijke verpakking.

 

Hoe herken je een valse christus sekte?

Een valse christus sekte herken je niet meteen aan extreme uitspraken, maar aan een aantal terugkerende kenmerken:

de leider claimt unieke openbaring

kritiek wordt ontmoedigd of bestraft

de groep sluit zich af van buitenstaanders

de Bijbel wordt selectief gebruikt

de leider wordt onmisbaar voor waarheid

In elke valse christus sekte zie je dat Christus langzaam naar de achtergrond verdwijnt en de leider centraal komt te staan.

Dit soort groepen lijken extreem.
Maar de mechanismen erachter zijn nogal platvloers:

Elke beweging waarin:

een mens centraal komt te staan

kritiek onmogelijk wordt

en de Schrift ondergeschikt raakt

zit op hetzelfde spoor.

Daarom is dit geen ver-van-je-bed-verhaal.

Het is een waarschuwing.

zie ook;

Hoe sekten Bijbelteksten misbruiken voor macht – Bijbelse basis

(extern)

Bijbelstudie lezing: Antichrist & antichristen. (1 Joh. 2)

Er is geen trapje uit de hel: de leugen van alverzoening ontmaskerd

Waarom “allen”, “eeuwig” en de oproep tot bekering het gammele bouwwerk laten instorten

Alverzoening klinkt aantrekkelijk.
Een God van liefde die uiteindelijk iedereen redt, wie wil dat nou niet?

Maar zodra je deze leer naast de Schrift legt, valt iets op:
deze staat of valt met een paar sleutelwoorden die systematisch worden verdraaid.

  • “allen” wordt universeel gemaakt
  • “eeuwig” wordt tijdelijk gemaakt
  • oproepen tot bekering worden uitgehold

Haal je die drie weg, dan blijft er niets over.

“Allen” betekent niet: iedereen zonder uitzondering

De redenering is simpel:

‘Christus stierf voor allen → dus allen worden gered.’

Maar dat staat nergens.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.”
(1 Korinthe 15:22, STV)

Klinkt universeel, totdat Paulus zelf de uitleg geeft:

“Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.”
(1 Korinthe 15:23, STV)

Dus:

  • “allen in Adam” → alle mensen
  • “allen in Christus” → allen die van Christus zijn

Niet dezelfde groep.

De Bijbel, maar ook ons taalgebruik, gebruikt “allen” vaak als:

👉 allen binnen een bepaalde categorie, niet iedereen zonder uitzondering.

Opstanding is niet hetzelfde als leven

Hier gaat het tweede mis.

Ja, iedereen zal opstaan.
Maar niet iedereen zal leven.

“En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.”
(Johannes 5:29, STV)

Twee uitkomsten:

  • leven
  • verdoemenis

En nog scherper:

“Die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.”
(1 Johannes 5:12, STV)

Niet: krijgt het later
Maar: heeft het niet

Nieuw leven is alleen “in Christus”

De Schrift kent geen automatische levendmaking van alle mensen.

Leven is altijd verbonden aan één realiteit:

👉 in Christus zijn

“Indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel…”
(2 Korinthe 5:17, STV)

Niet iedereen is in Christus.
Dat gebeurt door geloof, niet vanzelf.

“Eeuwig” betekent niet tijdelijk

Om het probleem van oordeel op te lossen, wordt het woord “eeuwig” hergedefinieerd.

Maar de Schrift laat geen ruimte voor die truc:

“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”
(Mattheüs 25:46, STV)

Zelfde woord.
Twee bestemmingen.

Als de straf tijdelijk is,
dan is het leven dat ook.

Maar dat wil niemand toegeven.

Waarom dan al die oproepen?

En hier wordt het echt beslissend.

Als iedereen uiteindelijk toch gered wordt,
waarom dan:

  • luisteren
  • gehoorzamen
  • bekeren
  • geloven

Waarom zegt Christus:

“Bekeert u en gelooft het Evangelie.”
(Markus 1:15, STV)

Waarom waarschuwt de Schrift:

“Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen?”
(Hebreeën 2:3, STV)

Waarom deze ernst:

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.”
(Johannes 3:36, STV)

Niet: verdwijnt later
Maar: blijft

De oproepen zijn geen ‘window dressing’

De Bijbel spreekt niet alsof alles toch goed komt.

Integendeel:

  • geloof is noodzakelijk
  • bekering is dringend
  • ongehoorzaamheid heeft gevolgen

“Strijdt om in te gaan door de enge poort…”
(Lukas 13:24, STV)

Dat zeg je niet als iedereen er vanzelf doorheen gaat.

Alverzoening lijkt liefdevol,
maar ondermijnt precies datgene wat het Evangelie urgent maakt:

  • het maakt geloof optioneel
  • het verzwakt bekering
  • het ontkracht waarschuwingen
  • het relativeert oordeel

Maar de Schrift doet dat nergens.

Er is geen trapje uit de poel des vuurs

Alverzoening moet uiteindelijk één ding doen:
een uitweg verzinnen waar God die niet geeft.

Een tweede kans.
Een herstel na het oordeel.
Een ontsnapping achteraf.

Maar de Schrift kent dat niet.

Nergens.

Niet één tekst spreekt over terugkeer uit de poel des vuurs.
Niet één tekst over herstel na het laatste oordeel.
Niet één tekst over een “uiteindelijk komt het goed”.

Wat er wél staat, is dit:

“En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.”
(Openbaring 20:15, STV)

Geworpen.

Niet: tijdelijk geplaatst.
Niet: opgevoed.
Niet: voorbereid op herstel.

Geworpen.

En over die plaats zegt de Schrift:

“En zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.”
(Openbaring 20:10, STV)

Niet: tot ze geleerd hebben.
Niet: tot ze zich bekeren.
Maar: in alle eeuwigheid.

Dit is waarom de oproep zo dringend is

Omdat er géén weg terug is.

Omdat de beslissing hier valt.

Omdat de genadetijd eindigt.

“En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.”
(Hebreeën 9:27, STV)

Niet daarna nog een kans.
Niet daarna nog herstel.
Maar: oordeel.

Daarom zegt Christus niet:

het komt uiteindelijk allemaal goed

Maar:

“Strijdt om in te gaan door de enge poort…”
(Lukas 13:24, STV)

Onontkoombare conclusie

👉 Er is geen trapje uit de poel des vuurs.
👉 Er is geen tweede kans na het oordeel.
👉 Er is geen universele verzoening achteraf.

Alverzoening klinkt liefdevol,
maar spreekt de ernst van Gods Woord tegen.

En wie die ernst wegneemt,
neemt ook de noodzaak van bekering weg.

Daarom blijft de oproep staan, scherp, dringend en persoonlijk:

“Bekeert u en gelooft het Evangelie.”
(Markus 1:15, STV)

Dat is géén randtekst.
Dat is de realiteit volgens Christus Zelf.

Zie ook:

Bijbelstudie lezing: ‘Allen’ als misverstand. (Efeze. 3)….

Bijbelstudie: ALLE KNIE ZAL ZICH BUIGEN – Bijbels Panorama..

Hoe sekten Bijbelteksten misbruiken voor macht

Wanneer een leider ‘God’ wordt

Hoe een Nederlandse sekte de Bijbel verdraait om mensen te beheersen

Het begint vaak positief

De meeste sekten beginnen niet met bizarre doctrines. Ze beginnen met iets dat er juist heel mooi uitziet: een kleine bijbelstudie, een groep gelovigen die verlangen naar verdieping, mensen die zeggen terug te willen naar de Bijbel.

Maar ergens in dat proces vindt een verschuiving plaats.
Niet de Schrift staat nog centraal, maar een persoon die zegt de Schrift beter te begrijpen dan anderen.

Wat begint als geestelijke leiding verandert langzaam in controle.

En dat moment — wanneer een mens de plaats van Christus inneemt — is het moment waarop geloof verandert in een sekte.

De eerste verschuiving: bijzondere kennis / openbaring leert dat Gods Geest in alle gelovigen woont.

 De Bijbel zegt:

“Weet gij niet dat gij Gods tempel zijt, en dat de Geest Gods in u woont?”
(1 Korinthe 3:16, STV)

Maar in sektarische systemen wordt deze waarheid subtiel verschoven:

Niet alle gelovigen zijn gelijk.
Sommige mensen hebben méér geestelijke openbaring.

Wanneer een leider vervolgens wordt gezien als iemand door wie God bijzonder spreekt, ontstaat een gevaarlijk principe:

God spreekt via hém.

En zodra dat wordt geaccepteerd, verschuift het gezag van de Schrift naar een persoon.

De tweede verschuiving: gehoorzaamheid aan leiders

In zulke bewegingen worden vaak teksten gebruikt over gehoorzaamheid aan leiders.

Maar die teksten krijgen een totaal andere betekenis.
Leiders worden niet langer dienaren van de gemeente, maar geestelijke autoriteiten die gehoorzaamheid eisen.

Kritiek wordt dan gezien als:

  • ongehoorzaamheid
  • rebellie
  • verzet tegen Gods wil

Maar Jezus waarschuwde juist voor religieuze machtsstructuren.

“Maar gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Eén is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders.”
(Mattheüs 23:8, STV)

Het Nieuwe Testament kent géén systeem waarin één mens het geweten van anderen regeert.

De derde verschuiving: de ware gemeenschap

Een klassiek kenmerk van sekten is exclusiviteit.

De groep gaat zichzelf zien als:

  • het ware volk van God
  • de plaats waar de Geest werkelijk werkt
  • de enige gemeenschap met de volle waarheid

Andere kerken worden gezien als misleid of geestelijk dood.

Zo ontstaat een sterk wij-tegen-zij denken.

De vierde verschuiving: breek familiebanden

Wanneer een gemeenschap zichzelf ziet als de ware familie van God, worden natuurlijke relaties minder belangrijk.

Dan worden teksten gebruikt zoals:

“Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader en moeder… die kan Mijn discipel niet zijn.”
(Lukas 14:26, STV)

Maar Jezus sprak hier over de prioriteit van discipelschap, niet over het vernietigen van gezinnen en familiebanden.

Wanneer leiders deze teksten gebruiken om families uit elkaar te drijven, wordt de Schrift zwaar misbruikt.

Waarom sekten bijna altijd ontsporen

Wanneer drie elementen samenkomen, ontstaat een gevaarlijk systeem:

  • een leider met geestelijke autoriteit
  • een groep die zichzelf als uitverkoren ziet
  • isolatie van familie en buitenwereld

Dan verdwijnt correctie.

En waar macht niet wordt gecorrigeerd, ontstaan vrijwel altijd dezelfde patronen: manipulatie, controle en soms ernstig misbruik.

Het Evangelie tegenover de sekte

Het Evangelie kent maar één Heer.

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.”
(1 Timotheüs 2:5, STV)

Niet een leider.
Niet een profeet.
Niet een geestelijke vader.

Christus alléén.

Waar Christus regeert, worden mensen vrijgemaakt.
Waar een mens regeert in Zijn plaats, ontstaat slavernij.

Hoe een Bijbelstudiegroep verandert in een sekte

Stap 1 – Onschuldige start

  • kleine bijbelstudie
  • verlangen naar geestelijke diepgang
  • sterke gemeenschap

Stap 2 – Charismatische leider

  • iemand krijgt bijzondere autoriteit
  • claimt diepere openbaring
  • mensen gaan hem vertrouwen

Stap 3 – Geestelijke hiërarchie

  • leider stelt vertrouwelingen aan
  • gehoorzaamheid wordt belangrijk
  • kritiek wordt ontmoedigd

Stap 4 – Exclusieve waarheid

  • onze groep heeft de waarheid
  • andere kerken zijn misleid
  • wij zijn het ware volk van God

Stap 5 – Sociale isolatie

  • relaties buiten de groep verminderen
  • familiebanden verzwakken
  • leden worden afhankelijk

Stap 6 – Volledige controle

  • leider beïnvloedt relaties en huwelijken, eist vrouwen voor zich op
  • persoonlijke keuzes worden gestuurd
  • kritiek betekent uitsluiting

Resultaat

Geen gemeente van Christus, maar een sekte rond een mens.

Het probleem van sekten is niet dat ze te veel Bijbel lezen, maar dat ze de Bijbel gebruiken om macht te legitimeren.

Zodra een leider wordt gezien als spreekbuis van God, verschuift het gezag van Christus naar een mens. Kritiek wordt rebellie, vragen worden zonde en gehoorzaamheid wordt de hoogste deugd.

Maar het Evangelie kent maar één Heer.

Waar een mens de plaats van Christus inneemt, is het christelijk geloof verdwenen — en begint de sekte.

Waarom een messiasverwachting niets bewijst: de Mahdi, de Maitreya, de Messias en de grote vergissing

De messias die nooit komt

Waarom een messiasverwachting op zichzelf niets bewijst

Veel mensen denken dat een religie geloofwaardiger wordt wanneer zij een messiasverwachting heeft. Het klinkt immers indrukwekkend: een volk of religie leeft in verwachting van een komende verlosser die recht zal brengen en de wereld zal herstellen.

Maar wie iets dieper kijkt, ontdekt een ongemakkelijke waarheid:

Een messiasverwachting is helemaal niet uniek

Sterker nog: bijna elke grote religie kent een vorm van zo’n verwachting.

Dat betekent dat de verwachting zelf nog niets bewijst.

De islam verwacht ook een redder

Binnen de islam leeft een sterke verwachting van een eindtijdfiguur: de Mahdi.

Volgens veel islamitische tradities zal deze leider verschijnen vlak voor het einde van de wereld. Hij zal:

  • de islam wereldwijd laten zegevieren
  • recht en orde herstellen
  • oorlog voeren tegen vijanden van de islam
  • samen optreden met Isa (Jezus) die volgens de islam zal terugkeren

Voor miljoenen moslims is deze verwachting zeer serieus.

Maar het bestaan van die verwachting maakt de Mahdi nog geen realiteit

Als dat wel zo was, zou elke religie met een eindtijdverlosser automatisch gelijk hebben.

Dat is uiteraard onmogelijk.

De mens verlangt altijd naar een redder

De geschiedenis laat zien dat de mensheid voortdurend redders verwacht.

Het is een religieus patroon:

  • het jodendom verwacht de Messias
  • de islam verwacht de Mahdi
  • het boeddhisme verwacht Maitreya
  • sommige hindoeïstische tradities verwachten Kalki

Waarom?

Omdat de wereld zichtbaar gebroken is.

Mensen voelen intuïtief dat er iemand moet komen die alles rechtzet.

Maar een verlangen naar een redder is nog geen bewijs dat men de juiste Redder kent.

De Bijbel zegt iets totaal anders

Hier komt het radicale verschil.

De Bijbel zegt niet:

er komt ooit een redder.

maar zegt:

de Redder is al gekomen. Geloof dat.

Het evangelie verkondigt dat de Messias niet een toekomstig politiek figuur is, maar een historische Persoon: Jezus Christus.

“Maar wanneer de volheid van de tijd gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.”
(Galaten 4:4, STV)

De Messias is niet een droom van religieuze verwachting.

Hij verscheen in de geschiedenis.

Hij leefde.

Hij stierf.

Hij stond op uit de dood.

Het probleem van een messias zonder Jezus

Een religie die een messias verwacht maar Jezus verwerpt, staat uiteindelijk met lege handen.

Want de Bijbel maakt duidelijk dat de vraag naar de Messias uiteindelijk neerkomt op één beslissende vraag:

Wat doet men met Jezus Christus?

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Dat is confronterend.

Maar het maakt het onderscheid helder.

Een messiasverwachting kan nog alle kanten op.

Maar het evangelie wijst naar één Persoon.

Waarom een messiasverwachting zelfs gevaarlijk kan zijn

Ironisch genoeg kan een sterke messiasverwachting mensen juist vatbaar maken voor misleiding.

De Bijbel waarschuwt hier expliciet voor.

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (zo het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.”
(Matthéüs 24:24, STV)

Wie alleen wacht op een toekomstige redder, kan zo maar  de verkeerde omarmen.

Geschiedenis en religie zitten vol voorbeelden daarvan.

Het Evangelie

De Bijbel draait daarom niet om een religieuze verwachting.

Het draait om een historische realiteit.

Jezus Christus is de beloofde

“Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
En de zaligheid is in geen Ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:11–12, STV)

Dáár ligt het beslissende punt.

Niet in de vraag of men een verlosser verwacht.

Maar in de vraag:

Kent men de Verlosser die al gekomen is?

Een messiasverwachting bewijst helemaal niets.

De islam heeft er één.
Het Jodendom heeft er één.
Andere religies hebben er ook één.

Maar alleen het Evangelie zegt:

De Messias is al gekomen.

Zijn Naam is Jezus Christus.

En wie Hem verwerpt terwijl hij een andere redder verwacht, zal bedrogen uitkomen.

 

De gevaarlijkste manier om de Bijbel te lezen

De Schrift verdraaien tot eigen verderf

Waar 2 Petrus 3:16 voor waarschuwt, en waarom dat vandaag nog gebeurt

Er is een ongemakkelijke waarheid die zelden wordt uitgesproken:
je kunt de Bijbel lezen, citeren en onderwijzen, en hem toch verdraaien tot je eigen verderf.

Dat is precies waar de apostel Petrus voor waarschuwt.

Ik bespreek hier een Bijbeltekst die zelden wordt aangehaald, maar die een van de scherpste waarschuwingen van het Nieuwe Testament bevat. De apostel Petrus schrijft over mensen die met de Schrift omgaan op een manier die niet tot leven leidt, maar tot oordeel.

Hij schrijft:

“Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke dingen sommige zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf.” (2 Petrus 3:16, STV)

Dat is een verbijsterende uitspraak.
De Bijbel kan namelijk niet alleen verkeerd begrepen worden, hij kan ook verdraaid worden.

En Petrus zegt dat dat niet zonder gevolgen blijft.

Wanneer de Bijbel wordt gebruikt om een eigen leer te bevestigen

Het woord dat Petrus gebruikt voor “verdraaien” betekent letterlijk verwrin­gen of forceren. Het beeld is dat van iets dat zo wordt gebogen dat het een vorm krijgt die het oorspronkelijk niet had.

Dat gebeurt wanneer iemand:

  • teksten uit hun context haalt
  • een systeem in de tekst leest dat er niet uit voortkomt
  • bepaalde Schriftgedeelten negeert
  • duidelijke teksten wegredeneert
  • de Schrift gebruikt als kapstok voor een idee
  • de Schrift gebruikt om een ingelegde vreemde leer te verdedigen

In dat geval spreekt de Bijbel niet meer zelf.
De tekst wordt gedwongen iets te zeggen wat de lezer wil.

Petrus noemt twee kenmerken van zulke mensen

Petrus beschrijft de mensen die dit doen met twee woorden:

ongeleerd
onvast

Dat betekent niet dat zij geen opleiding hebben. Het betekent dat zij:

  • niet werkelijk door de Schrift onderwezen zijn
  • geestelijk instabiel zijn
  • zich niet willen laten corrigeren door het Woord

Het probleem is dus niet gebrek aan intelligentie, maar gebrek aan onderwerping aan de Schrift.

Paulus werd verdraaid

Het opmerkelijke is dat Petrus dit schrijft over de brieven van Paulus.

Hij zegt dat sommige dingen in Paulus’ brieven moeilijk te begrijpen zijn. Niet omdat Paulus onduidelijk was, maar omdat zijn onderwijs diep is. Vooral zijn onderwijs over:

  • genade
  • wet
  • Israël
  • de gemeente
  • het heilsplan van God

Juist die onderwerpen zijn in de geschiedenis van de kerk het meest verdraaid.

Het probleem is van alle tijden

Verkeerde uitleg ontstaat vaak wanneer men de onderscheiden in de Schrift niet respecteert.

Wanneer men bijvoorbeeld:

  • Israël en de gemeente door elkaar haalt
  • wet en Genade vermengt
  • profetieën vergeestelijkt
  • of Gods heilsplan herschrijft

kan de roeping van de gemeente zelf verdraaid worden.

Het gevaar van Schriftverdraaiing zit dus niet alleen buiten, maar juist binnen het christendom zelf.

Het resultaat: geestelijke schade

Petrus gebruikt een schokkend woord voor het gevolg:

verderf.

“tot hun eigen verderf.” (2 Petrus 3:16, STV)

Dat betekent dat verkeerd omgaan met de Schrift uiteindelijk tegen de mens zelf werkt.

De Bijbel is namelijk niet maar een boek dat je kunt bestuderen.
Het is het Woord van God.

Wie het buigt naar zijn eigen wil, komt uiteindelijk zelf onder het oordeel van dat Woord te staan.

Hoe het voorkomen wordt

De Bijbel zelf laat zien hoe de Schrift moet worden behandeld.

Niet door:

  • teksten te isoleren
  • systemen te verdedigen
  • of eigen ideeën te bevestigen

maar door:

  • de context serieus te nemen
  • Schrift met Schrift te vergelijken
  • te luisteren naar wat er werkelijk staat
  • bereid te zijn gecorrigeerd te worden

De houding van de gelovige is daarom niet:

de Schrift corrigeren

maar:

zich laten corrigeren door de Schrift.

Een confronterende vraag

Iedere generatie christenen denkt dat zij de Schrift correct leest.

Maar de waarschuwing van Petrus blijft staan.

De vraag is daarom niet alleen:

kennen we de Bijbel?

De echte vraag is:

laten we de Bijbel spreken, of laten we de Bijbel zeggen wat we willen horen?

Want volgens Petrus is het mogelijk de Schrift te bezitten
en te verdraaien tot eigen verderf.

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken; Jesaja 42 en het hart van God

Wat deze woorden onthullen over het hart van God

Soms staan er in de Bijbel zinnen die zo eenvoudig lijken dat we bijna over hun diepte heen lezen. Eén daarvan is de beroemde uitspraak uit Jesaja over de komende Messias:

“Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; naar waarheid zal Hij het recht voortbrengen.”
(Jesaja 42:3, STV)

Deze woorden worden in het Nieuwe Testament rechtstreeks op Jezus toegepast:

“Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning.”
(Mattheüs 12:20, STV)

Dit is geen losse dichterlijke uitspraak. Het is een openbaring van de aard van God Zelf. Want wie Christus ziet, ziet de Vader.

“Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien.”
(Johannes 14:9, STV)

Wat leren deze woorden dan over God?

Een God Die niet breekt wat al geknakt is

Een rietstengel die geknakt is, heeft in de praktijk geen waarde meer. In de oudheid werd zo’n stengel simpelweg afgebroken en weggegooid.

Het beeld staat voor mensen die innerlijk gebroken zijn.

Mensen die:

  • onder schuld gebukt gaan
  • hun eigen zwakheid kennen
  • geestelijk uitgeput zijn
  • geen kracht meer in zichzelf vinden

De natuurlijke reactie van mensen is vaak hard.
Wie zwak is, wordt al snel afgeschreven.

Maar de Heer doet het tegenovergestelde.

Hij verbreekt het gekrookte riet niet.

Dat is geen romantisch detail. Het laat zien dat God niet werkt volgens de harde logica van de wereld. Waar mensen breken wat zwak is, begint God juist Zijn werk.

Daarom zegt Christus ook:

“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
(Mattheüs 11:28, STV)

Een bijna uitgedoofde vlam

Het tweede beeld is minstens zo mooi en sterk

Een vlaswiek was de pit van een olielamp. Als een lamp bijna uit was, bleef er slechts een zwakke gloed over met wat rook.

Voor het dagelijks gebruik was zo’n pit waardeloos. De eenvoudigste oplossing was: uitknijpen en vervangen.

Maar de Here Jezus doet dat niet.

Hij blust de rokende vlaswiek niet uit.

Dat beeld spreekt over mensen bij wie levend geloof nauwelijks nog zichtbaar is. Misschien is er alleen nog een klein restje hoop. Misschien is er alleen nog een zwakke gloed van verlangen naar God.

Voor de wereld stelt dat niets voor.

Maar Christus ziet wat anderen niet zien.

Hij ziet de vonk die nog niet helemaal gedoofd is.

Gods macht is niet hard

Bij mensen gaan macht en hardheid vaak samen. Sterke mensen drukken zwakke mensen aan de kant Autoriteit wordt gebruikt om te domineren.

Maar Jesaja laat een heel ander beeld zien.

“Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten.”
(Jesaja 42:2, STV)

Gods kracht is niet luidruchtig. Zijn gezag hoeft zich niet te bewijzen door geweld of pressie uit te oefenen.

Dat zegt iets fundamenteels over Gods karakter.

Hij is niet nerveus.
Hij is niet driftig.
Hij is niet onzeker.

Gods macht is heilig, rustig en doelgericht.

God ziet wat mensen niet zien

Een rokende vlaswiek lijkt nutteloos. Maar God ziet meer dan de buitenkant.

Hij ziet een klein restje leven waar anderen alleen rook zien.

Dat principe komt door de hele Schrift terug.

“De HEERE is nabij de gebrokenen van hart, en Hij behoudt de verslagenen van geest.”
(Psalm 34:19, STV)

God kijkt anders dan wij.

Waar mensen mislukking zien, ziet Hij een hart dat gebroken is.
Waar mensen zwakte zien, ziet Hij ruimte voor genade.

Zachtmoedigheid betekent geen zwakte

Het is belangrijk dit goed te begrijpen.

Jesaja zegt niet alleen dat de Verlosser het gekrookte riet niet verbreekt.

De tekst zegt ook:

“naar waarheid zal Hij het recht voortbrengen.”
(Jesaja 42:3, STV)

En verder:

“Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld.”
(Jesaja 42:4, STV)

Gods genade betekent dus niet dat waarheid verdwijnt.

God is niet sentimenteel.
Hij is heilig én genadig.

Zijn ontferming staat altijd in verbinding met Zijn recht.

Dat wordt uiteindelijk zichtbaar in het Evangelie. God redt zondaren niet door Zijn gerechtigheid te negeren, maar doordat Christus het oordeel draagt.

“Opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.”
(Romeinen 3:26, STV)

God heeft geen plezier in vernietiging

De Bijbel laat steeds zien dat God geen vreugde heeft in het verder breken van mensen.

“Want Hij plaagt of bedroeft des mensen kinderen niet van harte.”
(Klaagliederen 3:33, STV)

En elders:

“Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve.”
(Ezechiël 33:11, STV)

Gods hart ligt bij herstel.

Hij geneest.
Hij richt op.
Hij doet leven.

Het gekrookte riet

Wie eerlijk naar zichzelf kijkt, ontdekt dat deze beelden eigenlijk over ons allemaal gaan.

Wij zijn geen sterke lampen die helder branden.
Wij zijn eerder rokende pitten.

Wij zijn geen rechte rietstengels.
Wij zijn eerder geknakte stengels.

En juist daarom is deze tekst zo kostbaar.

Onze hoop rust niet op de kracht van onze vlam, maar op de trouw van Degene die haar bewaart.

“Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.”
(2 Timótheüs 2:13, STV)

Het hart van God

Het beeld van het gekrookte riet en de rokende vlaswiek laat iets zien van Gods hart.

Hij is:

  • heilig zonder hard te zijn
  • machtig zonder wreed te zijn
  • rechtvaardig zonder genade te verliezen
  • genadig zonder waarheid los te laten

Hij breekt niet wat al gebroken is.
Hij dooft niet wat nog nauwelijks gloeit.

Dat is geen zwakte.

Dat is de heerlijkheid van God.

Stop met vergoddelijken van Israël

Israël heeft geen Christelijke fans nodig maar hun Messias

In grote delen van het christendom is iets merkwaardigs gebeurd. Israël is verschoven van een onderwerp van Bijbelstudie naar een onderwerp van bijna religieuze bewondering of nog sterker: verafgoding en vergoddelijking.

In conferenties, blogs en sociale media wordt Israël soms behandeld alsof het land zelf een soort heilige status heeft gekregen. Politieke gebeurtenissen worden onmiddellijk tot profetie verheven en elke kritische opmerking over Israël wordt gezien als een aanval op Gods plan.

Maar laten we eerlijk zijn: de Bijbel zelf doet daar niet aan mee.

De Schrift romantiseert Israël namelijk helemaal niet.

Sterker nog: de Bijbel spreekt vaak harder over Israël dan over enig ander volk.

De Bijbel spaart Israël niet

Wie het Oude Testament leest zonder religieuze bril ziet iets opvallends. Israël wordt nergens voorgesteld als een moreel voorbeeldvolk. Integendeel.

Mozes zegt zelfs expliciet dat Israël het land niet krijgt vanwege eigen rechtvaardigheid.

“Niet om uw gerechtigheid, noch om de oprechtheid uws harten komt gij in, om hun land te erven.” (Deuteronomium 9:5, STV)

Dat is geen flatterende beoordeling.

Door de hele geschiedenis heen lezen we over:

opstand
afgoderij
ongehoorzaamheid
en uiteindelijk de verwerping van de Messias.

Dát is het Bijbelse beeld van Israël.

Het Nieuwe Testament is nog confronterender

Wanneer de Here Jezus verschijnt, bereikt de crisis zijn hoogtepunt.

Johannes schrijft zonder omhaal van woorden:

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.”
(Johannes 1:11, STV)

Dat is een historisch feit waar christenen niet omheen kunnen.

Het grootste deel van het Joodse volk verwierp de Messias.

Paulus:

“Maar tegen Israël zegt hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.” (Romeinen 10:21, STV)

“Wat dan? Hetgeen Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden.”(Romeinen 11:7, STV)

Met andere woorden: Israël staat vandaag geestelijk niet hoger, maar juist onder een tijdelijke verharding.

Het evangelie maakt geen etnische uitzonderingen

Toch lijkt het in sommige christelijke kringen alsof het Joodse volk een aparte geestelijke status heeft gekregen. Alsof hun etniciteit hen dichter bij God zou brengen.

Maar het Nieuwe Testament laat daar geen millimeter ruimte voor.

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Dat geldt voor:

Europeanen
Afrikanen
Arabieren

en ook voor Joden.

Niemand komt tot God via afkomst.

Alleen via Christus.

De ironie van moderne Israël-verering

De ironie is bijna pijnlijk.

Juist christenen die zeggen de Bijbel letterlijk te nemen, lijken soms het duidelijkste Bijbelse punt over Israël te vergeten:

Israël heeft de Messias nodig

Niet politieke steun.
Niet religieuze bewondering.
Niet theologische sympathie of romantiek..

Maar bekering.

Paulus zegt daarom ook:

“Broeders, de toegenegenheid mijns harten en het gebed dat ik tot God voor Israël doe, is tot hun zaligheid.”
(Romeinen 10:1, STV)

Paulus organiseerde geen Israël-conferenties.

Hij bad voor hun bekering.

De andere fout: Israël uit Gods plan schrappen

Maar eerlijkheid verplicht ons ook het andere uiterste te benoemen.

Eeuwenlang heeft een deel van het christendom beweerd dat Israël volledig vervangen is door de kerk.

Ook dat is onbijbels.

Paulus zegt namelijk:

“Zo zeg ik dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre!”
(Romeinen 11:1, STV)

En hij voegt eraan toe:

“Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.”
(Romeinen 11:29, STV)

God heeft Zijn beloften aan Israël niet ingetrokken.

Maar dat betekent niet dat Israël vandaag geestelijk gezond is.

De Bijbelse realiteit

De Bijbel tekent een ongemakkelijke waarheid.

Israël heeft een unieke plaats in Gods heilsplan.
Maar Israël leeft momenteel grotendeels in ongeloof.

Die twee waarheden horen bij elkaar.

Wie er één weglaat, vervormt de Schrift.

Waar het werkelijk om gaat

De kern van het Evangelie is niet een land.

Niet een volk.

Niet een etnische identiteit.

De kern van het evangelie is een Persoon.

Jezus Christus.

 

En zolang Israël Hem niet erkent, staat het volk precies waar ieder ander volk staat: verloren,  in nood van redding.

Christenen zouden er wijs aan doen te stoppen met twee dingen.

Stoppen met Israël uit Gods plan schrappen.
Maar óók stoppen met Israël verheffen tot een bijna heilig volk.

De Bijbel doet geen van beide.

De Schrift wijst uiteindelijk altijd naar één naam.

Jezus Christus

 

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #2 Verdrukking

De Grote Verdrukking

De laatste jaarweek van Daniël uitgelegd

Na de opname van de Gemeente begint een nieuwe fase in Gods profetische plan.

De Bijbel beschrijft deze periode in verband met de laatste jaarweek van Daniël.

Wat aan deze gebeurtenis vooraf gaat zie: de Opname van de Gemeente

De laatste jaarweek van Daniël

De basis staat in Daniël.

“Hij zal velen het verbond versterken één week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden.”
(Daniël 9:27, STV)

De “week” staat hier voor 7 jaar.

Deze periode vormt het profetische kader van de eindtijd.

Twee perioden van 3,5 jaar

Deze zeven jaar worden verdeeld in twee gelijke delen.

Elke periode duurt 3,5 jaar.

De Bijbel gebruikt hiervoor verschillende aanduidingen:

  • een tijd, tijden en een halve tijd

  • 42 maanden

  • 1260 dagen

De eerste 3,5 jaar: schijnvrede

De eerste helft van de jaarweek wordt gekenmerkt door een ogenschijnlijke stabiliteit.

Volgens Daniël wordt er een verbond gesloten.

“Hij zal velen het verbond versterken één week.”
(Daniël 9:27, STV)

Dit suggereert een politieke overeenkomst die waarschijnlijk een vorm van vrede of stabiliteit belooft.

De wereld zal denken dat er eindelijk rust komt.

Paulus beschrijft de sfeer van deze tijd als volgt:

“Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen.”
(1 Thessalonicenzen 5:3, STV)

Ondertussen begint een wereldleider op te staan die later in de Schrift wordt beschreven als de tegenstander van God. In deze eerste periode nemen de spanningen toe en beginnen de eerste oordelen zich te ontvouwen.

Toch is dit nog niet de periode diede Here Jezus de grote verdrukking noemt.

Het keerpunt: de gruwel der verwoesting

Halverwege de zeven jaar vindt een dramatische gebeurtenis plaats.

Jezus verwijst naar deze gebeurtenis.

“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël den profeet.”
(Mattheüs 24:15, STV)

Dit moment vormt het keerpunt van de periode.

De tweede periode van 3,5 jaar: de Grote Verdrukking

De tweede helft van de zeven jaar is de periode die de Here Jezus de grote verdrukking noemt.

De Bijbel geeft meerdere exacte tijdsaanduidingen voor deze periode.

“En der vrouw werden gegeven twee vleugelen eens groten arends, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halve tijd.”
(Openbaring 12:14, STV)

Een tijd = 1 jaar
Tijden = 2 jaar
Een halve tijd = 0,5 jaar

Samen 3,5 jaar.

Andere aanduidingen voor dezelfde periode zijn:

  • 42 maanden

  • 1260 dagen

Deze periode wordt gekenmerkt door:

  • wereldwijde vervolging

  • extreme politieke macht van het beest

  • zware oordelen van God

  • ongekende wereldwijde crisis

Het is deze periode die in de Schrift bekend staat als de grote verdrukking.

De focus van deze periode

Daniël maakt duidelijk op wie deze profetie gericht is.

“Zeventig weken zijn bestemd over uw volk en over uw heilige stad.”
(Daniël 9:24, STV)

Het gaat primair over:

  • Israël

  • Jeruzalem

Ook Jeremia spreekt hierover.

“Het is een tijd der benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.”
(Jeremia 30:7, STV)

Het einde van de Grote Verdrukking

De periode eindigt met de zichtbare wederkomst van Christus.

“En zij zullen den Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid.”
(Mattheüs 24:30, STV)

Dan wordt:

het kwaad geoordeeld

Israël bevrijd

het Messiaanse Koninkrijk gevestigd

Identiteit boven de Schrift: hoe moderne theologie ontspoort

Wanneer theologie losraakt van God

Hoe moderne theologie zich aanpast aan cultuur in plaats van aan de Schrift

De laatste jaren verschijnen steeds meer publicaties waarin geprobeerd wordt om moderne identiteiten — zoals queer-identiteit — te integreren in christelijke theologie. Theologische opleidingen, kerkelijke projecten en academische publicaties presenteren dit vaak als een noodzakelijke stap om kerk en samenleving met elkaar in gesprek te brengen.

Maar achter deze ontwikkeling gaat een veel fundamenteler probleem schuil.

Het gaat uiteindelijk niet om seksualiteit.
Het gaat om gezag.

De vraag is eenvoudig: wie bepaalt er eigenlijk wat waarheid is?

De Schrift, of de cultuur?

Queer theologen?

Wanneer de mens het uitgangspunt wordt

Veel hedendaagse theologische projecten beginnen niet meer bij de openbaring van God, maar bij menselijke ervaring.

De redenering verloopt ongeveer zo:

Eerst is er een identiteit.
Daarna moet de theologie worden aangepast om die identiteit een plaats te geven.

De Bijbel wordt dan niet meer gelezen als norm, maar als materiaal dat opnieuw geïnterpreteerd moet worden.

Dat is niet zomaar opschuiven.

Dat is een complete omkering van het christelijk denken.

De Schrift leert namelijk het tegenovergestelde: niet God past Zich aan de mens aan, maar de mens wordt geroepen zich te onderwerpen aan Gods openbaring.

De scheppingsorde wordt niet door cultuur bepaald

De Bijbel begint met een duidelijke scheppingsstructuur.

“En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld Gods schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.”
(Genesis 1:27, STV)

Deze tekst is geen cultureel detail uit een oud wereldbeeld.

Het is de fundamentele ordening van de schepping.

Menselijke identiteit wordt hier niet gedefinieerd door gevoel, cultuur of sociale constructie, maar door Gods scheppingsdaad.

Wanneer de Here Jezus spreekt over huwelijk en menselijke identiteit, introduceert Hij geen nieuwe theorieën.

Hij verwijst simpelweg terug naar Genesis.

“Hebt gij niet gelezen, dat Hij, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, die heeft hen gemaakt man en vrouw?”
(Mattheüs 19:4, STV)

Christus corrigeert de cultuur niet door de norm te verruimen, maar door terug te gaan naar het begin.

Dat alleen al maakt duidelijk hoe ver veel moderne theologische discussies zich inmiddels van het Bijbelse uitgangspunt verwijderd hebben.

Paulus noemt de geestelijke wortel van de verwarring

Het Nieuwe Testament beschrijft ook waarom menselijke culturen steeds opnieuw afwijken van Gods orde.

Paulus legt de kern bloot.

“Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen, en hun onverstandig hart is verduisterd geworden.”
(Romeinen 1:21, STV)

Wanneer de mens God niet meer erkent als hoogste autoriteit, ontstaat er verwarring over alles: waarheid, moraal en zelfs over wat het betekent mens te zijn.

De huidige discussies over identiteit staan niet los van die geestelijke werkelijkheid.

Theologie zonder Schrift is religieuze filosofie

Zodra de Bijbel niet langer normatief is, verandert theologie in iets anders.

Dan blijft er een religieus gesprek over.

Maar het is niet langer spreken namens God.

Paulus waarschuwde dat deze ontwikkeling zou komen.

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden.”
(2 Timotheüs 4:3, STV)

Wanneer cultuur het uitgangspunt wordt, zal de Schrift uiteindelijk altijd moeten wijken.

Het Evangelie bevestigt zonde niet

Het evangelie is geen boodschap die menselijke verlangens legitimeert.

Het is een boodschap die mensen vernieuwt.

Paulus schrijft:

“En sommigen van u zijn dit geweest; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods.”
(1 Korinthe 6:11, STV)

Het evangelie zegt niet:
blijf wie je bent.

Het zegt:
je kunt vernieuwd worden.

Dat geldt voor iedere zondaar, ongeacht welke zonde het betreft.

De kerk staat altijd onder druk van de cultuur

Dit spanningsveld is niet nieuw.

Door de hele kerkgeschiedenis heen heeft de cultuur geprobeerd de kerk te vormen naar haar eigen beeld.

Maar de kerk heeft maar één opdracht: trouw blijven aan het Woord van God.

Niet aanpassen.
Niet herinterpreteren om het acceptabel te maken.

Maar eenvoudig blijven zeggen wat God heeft gesproken.

Wanneer theologie begint bij menselijke identiteit in plaats van bij Gods openbaring, raakt zij los van God.

Dan blijft er wellicht nog religieuze taal over.

Maar het fundament is verdwenen.

De kerk heeft daarom geen nieuwe theologie nodig die zich aanpast aan de cultuur.

De kerk heeft iets anders nodig:

een terugkeer naar de Schrift.

lees ook:

Wat bedoelt de Bijbel met “leven uit Genade”? – Bijbelse basis

Wij leven in de laatste dagen

De laatste dagen, niet zoals velen denken

De vraag duikt telkens weer op wanneer de wereld onrustig wordt, en er weer reuring is: leven wij in de laatste dagen?
Voor velen betekent die vraag vooral: staat het einde van de wereld voor de deur?

Maar wie de Schrift zorgvuldig leest, ontdekt dat de Bijbel daar heel anders over spreekt.

De “laatste dagen” zijn volgens het Nieuwe Testament niet iets dat pas vlak voor het einde begint. Ze zijn al lang geleden begonnen.

De laatste dagen begonnen bij de opstanding van Christus

Op de Pinksterdag citeert Petrus de profeet Joël en zegt:

“En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees.”
(Handelingen 2:17, STV)

Voor Petrus was dat geen verre toekomst. Hij zegt juist: dit is wat nu gebeurt.

De uitstorting van de Geest op Pinksteren markeert dus het begin van die laatste dagen. De apostelen zagen hun eigen tijd al als die periode.

Ook Hebreeën bevestigt dat:

“God, voortijds vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon.”
(Hebreeën 1:1–2, STV)

De komst, dood en opstanding van Christus markeren het begin van de nieuwtestamentische tijd.

Sindsdien leven wij in wat de Schrift “de laatste dagen” noemt.

Kenmerken van de laatste dagen

De apostelen beschrijven de geestelijke toestand van die tijd opvallend scherp.

Paulus schrijft:

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf, geldgierig, laatdunkend, hoogmoedig, lasteraars, den ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig.”
(2 Timotheüs 3:1–2, STV)

Het gaat hier niet alleen over moreel verval in de wereld, maar ook over religieuze schijn.

Even verder staat:

“Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben.”
(2 Timotheüs 3:5, STV)

Religie zonder waarheid. Vroomheid zonder kracht. Dat is volgens Paulus een kenmerk van deze tijd.

Afval en misleiding

Een ander duidelijk kenmerk van de laatste dagen is afval van het geloof.

Paulus schrijft:

“Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten en leringen der duivelen.”
(1 Timotheüs 4:1, STV)

Let op: het gevaar komt niet alleen van buiten.

Het ontstaat vaak binnen het christendom zelf.

Petrus waarschuwt bovendien voor spotters:

“Dit eerst wetende, dat in het laatste der dagen spotters komen zullen, die naar hun eigen begeerlijkheden zullen wandelen.”
(2 Petrus 3:3, STV)

Zij stellen de vraag die vandaag nog steeds klinkt:

Waar blijft Zijn wederkomst?

De antichrist: niet alleen een toekomstige figuur

Veel christenen denken bij de antichrist meteen aan één toekomstige wereldleider.

Maar Johannes zegt iets opvallends:

“Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden.”
(1 Johannes 2:18, STV)

Volgens Johannes waren er in zijn tijd al vele antichristen.

Wie zijn dat?

Hij legt het zelf uit:

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Het woord antichrist betekent niet alleen tegen Christus, maar ook in plaats van Christus.

Iedereen die zich tussen Christus en de gelovige plaatst — geestelijk, religieus of organisatorisch — treedt feitelijk in Zijn plaats.

Het gevaar van religieuze systemen

Paulus waarschuwde de ouderlingen van Efeze:

“Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen.En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.”
(Handelingen 20:29–30, STV)

Let op waar het gevaar vandaan komt:

uit het midden van de gemeente zelf

Mensen die volgelingen achter zich willen trekken.

Dat is precies hoe religieuze machtsstructuren ontstaan.

Christendom is geen religie

Veel mensen spreken over het christendom als een religie.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft iets totaal anders.

Paulus schrijft:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)

Christelijk geloof draait niet om religieuze systemen, regels of kerkelijke macht.

Het draait om een levende relatie met Christus.

Hij alleen is het Hoofd van de gemeente.

“En Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen.”
(Efeze 1:22, STV)

Niet een kerk.
Niet een organisatie.
Niet een menselijke leider.

Christus alleen

De ware strijd van de laatste dagen

De grootste geestelijke strijd van deze tijd is daarom niet alleen moreel verval of wereldse zonde.

De grootste strijd is deze:

blijft Christus werkelijk centraal?

Of schuift er langzaam iets tussen:

  • religieuze systemen
  • geestelijke leiders
  • tradities
  • menselijke autoriteit

Alles wat tussen Christus en de gelovige komt, ondermijnt uiteindelijk het evangelie.

De enige veilige plaats

De Bijbel wijst steeds weer terug naar één fundament:

het Woord van God.

En naar één Persoon:

Jezus Christus.

Paulus schrijft:

“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?”
(Romeinen 8:35, STV)

Het antwoord is duidelijk:

Niemand

Wie in Hem gelooft staat in vrijheid, Genade en zekerheid.

Niet door religie.

Maar door Christus alleen.

Já. wij leven in de laatste dagen.

Maar dat is al zo sinds de opstanding van Christus.

De echte vraag is daarom niet hoe lang het nog duurt, maar:

Blijven we vasthouden aan Christus en Zijn Woord,
of laten we ons verleiden door alles wat zich in Zijn plaats wil stellen?

Dáár ligt de ware strijd van de laatste dagen.

Tongentaal of misleiding? De Bijbel spreekt

Hersenloos gebrabbel?

Naar aanleiding van een video van evangeliseer.nl

In een aantal kerken en conferenties wordt vandaag de dag een boodschap verkondigd die voor velen aantrekkelijk klinkt. Men zegt dat iedere gelovige kan – of zelfs moet – spreken in tongen. Wie dat niet doet, ‘zou niet volledig vervuld zijn met de Heilige Geest.’ Sommigen gaan nog verder en stellen dat tongentaal het bewijs is dat iemand werkelijk de Geest heeft ontvangen.

Dat klinkt opppervlakkig gezien indrukwekkend en geestelijk. Maar de vraag die elke christen zich  moet stellen is eenvoudig: staat dit in de Bijbel?

Wanneer we de Schrift zorgvuldig lezen, blijkt dat de moderne leer over tongentaal vaak meer gebaseerd is op eigen ervaring dan op exegese.

Wat gebeurde er werkelijk op Pinksteren?

De eerste keer dat tongentaal in het Nieuwe Testament voorkomt, is op Pinksteren.

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.”
(Handelingen 2:4 STV)

Wat voor talen waren dat?

De tekst laat daar geen enkele twijfel over bestaan.

“En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?”
(Handelingen 2:8 STV)

Het ging dus niet om mystieke klanken of extatische geluiden. Het ging om echte, herkenbare talen van volken.

De omstanders zeggen:

“Wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.”
(Handelingen 2:11 STV)

De gave van tongen was dus een bovennatuurlijk vermogen om echte talen te spreken die men nooit geleerd had.

Tongentaal was een teken

Paulus legt het doel van tongentaal expliciet uit.

“Zo dan, de talen zijn tot een teken, niet dengenen die geloven, maar den ongelovigen.”
(1 Korinthe 14:22 STV)

Tongentaal was dus geen geestelijk statussymbool voor gelovigen.

Het was een teken voor ongelovigen.

Dat zien we ook op Pinksteren: Joden uit vele volken horen het evangelie in hun eigen taal.

Niet iedereen heeft dezelfde gave

Vandaag wordt vaak geleerd dat iedere christen in tongen moet spreken. Maar Paulus zegt precies het tegenovergestelde.

“Hebben zij allen gaven der genezingen? Spreken zij allen met talen? Zijn zij allen uitleggers?”
(1 Korinthe 12:30 STV)

De vraag is retorisch. Het antwoord is duidelijk: nee.

De Geest deelt gaven uit zoals Hij wil. Niet iedereen ontvangt dezelfde gave.

Orde in de gemeente

Een ander probleem is de chaos die vaak ontstaat wanneer grote groepen mensen tegelijk in klanktaal spreken. Paulus geeft juist duidelijke grenzen.

“En indien iemand een vreemde taal spreekt, dat het door twee, of ten hoogste drie geschiede, en dat beurtelings; en dat één het uitlegge.”
(1 Korinthe 14:27 STV)

En wanneer er geen uitlegger is:

“Maar indien er geen uitlegger is, dat hij zwijge in de Gemeente; maar dat hij tot zichzelf spreke en tot God.”
(1 Korinthe 14:28 STV)

Paulus sluit af met een fundamenteel principe.

“Want God is geen God der verwarring, maar des vredes.”
(1 Korinthe 14:33 STV)

Wanneer honderden mensen tegelijk onverstaanbare klanken produceren, is dat dus moeilijk te rijmen met deze instructie.

De Heilige Geest ontvang je door geloof

Sommige predikers verbinden tongentaal met de ontvangst van de Heilige Geest. Maar de Bijbel leert iets anders.

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.”
(Efeze 1:13 STV)

De volgorde is duidelijk:

Evangelie → geloof → verzegeling met de Geest.

Niet:

geloof → conferentie → tongentaal.

Onderwerp Bijbelse tongentaal Moderne klanktaal
Wat het is Een echte menselijke taal Onverstaanbare klanken
Voorbeeld “Wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.” (Handelingen 2:11 STV) Herhalende klanken zoals “ra-ba-sha-la”
Wie het verstaat Mensen uit andere volken Niemand
Doel Een teken voor ongelovigen ‘Persoonlijke gebedstaal’
Schrift “Zo dan, de talen zijn tot een teken, niet dengenen die geloven, maar den ongelovigen.” (1 Korinthe 14:22 STV) Vaak gebaseerd op ervaring
Voor wie Niet voor iedereen Vaak geleerd dat iedereen het moet hebben
Schrift “Spreken zij allen met talen?” (1 Korinthe 12:30 STV) Vaak gepresenteerd als bewijs van de Geest
Orde in de gemeente Maximaal 2 of 3, met uitleg Vaak massaal en tegelijk
Schrift “Dat het door twee, of ten hoogste drie geschiede… en dat één het uitlegge.” (1 Korinthe 14:27 STV) Uitleg ontbreekt meestal, men ratelt maar
Ontstaan Direct door de Geest Aangeleerd of ‘on the spot’ gedaan
Schrift “Zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” (Handelingen 2:4 STV) vaak door  training of seminars

Romeinen 8 wordt dan verkeerd gelezen

Een veelgebruikte tekst is Romeinen 8.

“Maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.”
(Romeinen 8:26 STV)

Sommigen zeggen dat dit verwijst naar tongentaal.

Maar de tekst zegt juist dat de Geest voor ons bidt, niet dat Hij door ons spreekt.

Bovendien zijn het onuitsprekelijke zuchtingen. Ze kunnen dus juist niet worden uitgesproken.

NIet overstaanbaar gebrabbel dus.

De mythe van de engelentaal

Sommigen verwijzen dan naar 1 Korinthe 13.

“Al ware het dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had…”
(1 Korinthe 13:1 STV)

Maar Paulus gebruikt hier een retorische overdrijving. In hetzelfde gedeelte noemt hij ook:

  • alle kennis bezitten
  • bergen verzetten
  • zijn lichaam laten verbranden

Het zijn voorbeelden om een punt te maken over liefde. Het bewijs voor een mystieke engelentaal ontbreekt.

De grootste geestelijke schade

  • De grootste schade ontstaat wanneer mensen wordt geleerd dat zij zonder tongentaal de Heilige Geest niet hebben.

Maar de Schrift zegt:

“Indien iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.”
(Romeinen 8:9 STV)

De vraag is dus niet:

spreek je in tongen?

De vraag is:

heb je Christus ontvangen door het geloof?

De Bijbel blijft de maatstaf

In elke tijd moet de gemeente zichzelf toetsen aan de Schrift.

“En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook.”
(Efeze 5:11 STV)

En Paulus zegt:

“Predik het woord; houd aan, tijdelijk of ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan.”
(2 Timotheüs 4:2 STV)

De toets blijft altijd dezelfde:

niet ervaring
niet emotie
niet spektakel

maar het Woord van God.

lees ook:

Klanktaal als “full-color geloof”?

Is ‘het volmaakte’ gekomen?

De begintijd in het boek Handelingen en nu

Charismatische verwarring – wanneer vuur rook wordt


extern:

Het rookgordijn rondom tongentaal

Gaven van de Geest


https://www.gotquestions.org/Nederlands/klanktaal-bidden.html/

Gered, Titus 3 vers 4 en

 

De context van Titus 3:4-5

3 Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde en elkander hatende.
4 Maar wanneer de goedertierenheid van God onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is,
5 Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;
6 Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker;
7 Opdat wij gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens.
8 Dit is een getrouw woord, en deze dingen wil ik dat gij ernstiglijk bevestigt, opdat degenen die aan God geloven, zorg dragen om goede werken voor te staan. Deze dingen zijn het die goed en nuttig zijn den mensen.

Bekering, geen hogere wiskunde

Gehoor geven aan de oproep van het Evangelie

Het woord bekering is in veel kerkelijke kringen een zwaar en soms zelfs mistig begrip geworden. Sommigen maken er een lang innerlijk proces van, anderen reduceren het tot een emotionele ervaring. Maar als we eenvoudig naar de Schrift luisteren, blijkt bekering iets heel concreets te zijn.

Bekering is een omkeer. Een radicale verandering van richting: weg van jezelf en je eigen weg, en terug naar God.

Toen de Heere Jezus begon te prediken, was Zijn boodschap opvallend eenvoudig en direct:

“De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.” (Markus 1:15 STV)

Hier staan twee dingen naast elkaar:

  • bekering

  • geloof

Bekering is de omkeer van de mens.
Geloof is het vertrouwen op Christus.

Het ene kan niet zonder het andere.

Wat bekering werkelijk betekent

De Bijbel laat zien dat bekering niet in de eerste plaats een gevoel is, maar een verandering van richting en gezindheid.

Paulus beschrijft het zo bij de Thessalonicenzen:

“Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om den levenden en waarachtigen God te dienen.” (1 Thessalonicenzen 1:9 STV)

Bekering betekent dus:

  • je afkeren van iets

  • je toekeren tot God

In hun geval: van afgoden naar God.

In onze tijd kunnen afgoden vele vormen aannemen:

  • eigen gerechtigheid

  • religie zonder Christus

  • geld of status

  • zelfverwerkelijking

  • geestelijke ervaringen

Bekering breekt met dat alles.

Bekering en vergeving

De apostelen verkondigden dezelfde boodschap als hun Heer. Petrus zegt:

“Betert u dan en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden, wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren.” (Handelingen 3:19 STV)

Bekering staat dus direct in verband met:

  • vergeving van zonden

  • een nieuw leven met God

Niet omdat bekering een verdienste is, maar omdat de mens zich van zijn eigen weg afkeert en zich wendt tot Christus.

Bekering is géén menselijke prestatie

De Schrift maakt ook duidelijk dat echte bekering voortkomt uit droefheid naar God.

“Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.” (2 Korinthe 7:10 STV)

Wereldse spijt zegt:
Ik heb problemen gekregen.

Droefheid naar God zegt:
Ik heb tegen God gezondigd.

Dat verschil is beslissend.

Bekering vandaag

De moderne mens wil vaak eerst voelen, ervaren of begrijpen voordat hij zich bekeert. Maar de Bijbel draait dat om. Eerst komt de omkeer, daarna volgt het nieuwe leven.

Bekering is daarom geen religieuze techniek en ook geen mystieke ervaring.

Het is eenvoudig:

  • erkennen dat je verloren bent

  • je afkeren van je eigen weg

  • je toevertrouwen aan Christus

Zoals Petrus op de pinksterdag zei:

“Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden.” (Handelingen 2:38 STV)

Bekering is dus niet een randonderwerp van het Evangelie.

Het is de deur waardoor een mens het leven binnengaat.

Geverifieerd door MonsterInsights