Waarom Handelingen geen blauwdruk is voor de gemeente vandaag

En waarom vooral Paulus’ brieven gemeentelijke waarheid bevatten

Er is een populaire reflex in evangelische en charismatische kring: “We moeten terug naar Handelingen.”

Dat klinkt vroom. Bijbels zelfs. Terug naar kracht. Terug naar vuur. Terug naar tekenen. Terug naar apostolische eenvoud.

Maar vaak betekent het in de praktijk iets anders: men gebruikt Handelingen als een soort geestelijke bouwmarkt. Men loopt door het boek heen, pakt eruit wat indrukwekkend is, plakt het op de gemeente van vandaag, en noemt dat vervolgens “Bijbels”.

Pinksteren als herhaalmodel.
Handoplegging als overdrachtsmiddel
Tongentaal als bewijs.
Genezing als norm.
Apostolische tekenen als ideaalbeeld.
Opwekkingstaferelen als maatstaf voor geestelijke gezondheid.

Maar zo lees je Handelingen niet Bijbelvast. Zo maak je van geïnspireerde geschiedenis een religieus handboek. En dat is waar veel verwarring begint.

Handelingen is geen manual. Geen blauwdruk. Geen kerkelijk draaiboek.

Handelingen is het geïnspireerde verslag van een unieke overgangsperiode waarin Christus vanuit de hemel, door de Heilige Geest, Zijn getuigenis uitbreidt van Jeruzalem naar de heidenwereld.

De brieven, en met name de brieven van Paulus, geven vervolgens de leerstellige uitleg van wat de gemeente is, hoe zij leeft, waarop zij gebouwd is en hoe zij moet wandelen.

Wie dat onderscheid kwijtraakt, gaat vroeg of laat het overgangskarakter van Handelingen verwarren met de blijvende norm voor de gemeente.

En dan wordt het geestelijk drijfzand.

Handelingen geen blauwdruk
Handelingen geen blauwdruk

Handelingen is Schrift, maar niet alles in Handelingen is voorschrift

Laten we scherp beginnen: Handelingen is volledig geïnspireerde Schrift.

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;” 2 Timotheüs 3:16 (STV)

Dus nee, Handelingen mag niet worden weggewuifd. Het is geen tweederangs Bijbelboek. Het is geen interessant kerkgeschiedenisboek zonder gezag. Lukas schrijft onder leiding van de Heilige Geest.

Maar geïnspireerde beschrijving is niet hetzelfde als blijvend voorschrift.

De Bijbel beschrijft ook Davids zonde met Bathséba. Dat maakt het nog geen voorbeeld om na te volgen. De Bijbel beschrijft Petrus’ verloochening. Dat maakt het nog geen model voor discipelschap. De Bijbel beschrijft de gemeenschap van goederen in Jeruzalem. Dat betekent niet automatisch dat elke gemeente vandaag bezit collectief moet opheffen.

De vraag is dus niet: staat het in de Bijbel?

De echte vraag is: hoe staat het in de Bijbel?

Wordt het beschreven als gebeurtenis?
Wordt het bevolen als blijvende principiële regel?
Wordt het later leerstellig uitgelegd?
Wordt het bevestigd in de brieven als norm voor de gemeente?

 Het gaat mis wanneer men Handelingen tot blauwdruk maakt.

Handelingen beweegt van Jeruzalem naar de volken

De sleutel tot het boek staat al in het begin:

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.” Handelingen 1:8 (STV)

Dat is geen kerkorde. Dat is de route van het getuigenis.

Jeruzalem. Judea. Samaria. Het uiterste der aarde.

Dát is de richting van het boek. Handelingen laat zien hoe het getuigenis van de opgestane Christus zich uitbreidt. Eerst onder Joden. Dan naar Samaritanen. Dan naar heidenen. Dan via Paulus steeds verder de wereld in.

Daarom is het boek vol overgangsmomenten. Handelingen staat niet in een rustige, gevestigde gemeentelijke situatie. Het staat op het breukvlak van Israël en de volken, tempel en gemeente, Petrus en Paulus, Jeruzalem en Antiochië, zichtbare apostolische tekenen en leerstellige opbouw door de brieven.

Wie uit zo’n overgangsboek een strak kerkelijk model maakt, behandelt een wegomlegging alsof het een permanente snelweg is.

Pinksteren is geen wekelijkse ‘opnieuw opstarten’ knop

Een van de grootste fouten is dat men Pinksteren behandelt alsof de gemeente telkens weer terug moet naar Handelingen 2. Alsof Pinksteren steeds opnieuw moet gebeuren. Alsof de Heilige Geest telkens opnieuw moet worden “uitgestort” op gelovigen die eigenlijk al van Christus zijn.

Maar Pinksteren is geen herhaalbaar evenement. Het is een heilshistorisch keerpunt.

De Heilige Geest kwam wonen in de gemeente. Niet als kort bezoek. Niet als losse krachtstoot. Niet als sfeer in een zaal. Maar als blijvende werkelijkheid.

Paulus schrijft later:

“Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt.” 1 Korinthe 12:13 (STV)

Dat is gemeentelijke waarheid. Niet: probeer opnieuw te krijgen wat zij toen kregen. Maar: wie in Christus is, is door één Geest tot één lichaam gedoopt.

Dáár ligt het verschil tussen Handelingen als gebeurtenis en de brieven als leerstellige verklaring.

Handelingen laat zien hoe God zichtbaar nieuwe groepen insluit. De brieven leggen uit wat dat betekent: één lichaam, één Geest, één Hoofd, één positie in Christus.

Handelingen geeft verschillende volgorden, juist geen vast omlijnd recept of stappenplan

Wie Handelingen als handleiding gebruikt, krijgt meteen een probleem. De volgorde is niet overal hetzelfde.

In Handelingen 2 gaat het om Joden in Jeruzalem.
In Handelingen 8 om Samaritanen.
In Handelingen 10 om heidenen in het huis van Cornelius.
In Handelingen 19 om discipelen die alleen met de doop van Johannes bekend waren.

De Heilige Geest komt in die situaties niet telkens op exact dezelfde manier, met exact dezelfde volgorde, onder exact dezelfde omstandigheden.

Dat is geen slordigheid. Dat is onderwijs.

God laat in zichtbare historische stappen zien dat de grenzen worden doorbroken. Jood, Samaritaan en heiden worden niet drie aparte religieuze groepen Zij worden in Christus tot één lichaam gebracht.

Maar als je die bijzondere overgangsmomenten tot algemeen schema maakt, schep je verwarring. Dan ga je mensen leren dat zij na bekering nog een aparte geestesdoop moeten zoeken. Dan ga je tongentaal als bewijs gebruiken. Dan ga je handoplegging tot overdrachtsmechanisme maken. Dan ga je de uitzonderlijke momenten in Handelingen gebruiken om gelovigen onzeker te maken over wat zij in Christus al ontvangen hebben.

Dat is niet Bijbelvast. Dat is Handelingen losmaken van de brieven.

De Heere Jezus had verdere openbaring beloofd

De gemeenteleer was niet volledig ontvouwd tijdens het aardse leven van de Heere Jezus. Hij zei Zelf tegen Zijn discipelen:

“Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen.” Johannes 16:12 (STV)

Daarna beloofde Hij:

“Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.” Johannes 16:13 (STV)

Dat is veelzeggend.

Christus liet Zijn discipelen niet achter met een halve waarheid. Maar Hij maakte duidelijk dat er na Zijn heengaan verdere openbaring zou komen door de Heilige Geest.

Die verdere ontvouwing vinden we niet door losse gebeurtenissen in Handelingen na te bouwen, maar in het apostolische onderwijs dat daarna schriftelijk is vastgelegd.

En  daar komen Paulus’ brieven vol in beeld.

Paulus ontving gemeentelijke waarheid door openbaring

Paulus presenteert zijn onderwijs niet als menselijke verwerking van religieuze ervaringen. Hij zegt ronduit:

“Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens. Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” Galaten 1:11-12 (STV)

Dat is niet bepaald bescheiden geformuleerd. Paulus zegt: mijn boodschap komt door openbaring van Jezus Christus.

In Efeze wordt dat nog scherper:

“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb; Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van Christus,” Efeze 3:2-4 (STV)

Paulus spreekt over de “bedeling der genade Gods”. Over “deze verborgenheid”. Over openbaring.

En wat is die verborgenheid?

“Namelijk dat de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” Efeze 3:6 (STV)

Dáár heb je gemeentelijke waarheid in geconcentreerde vorm: Jood en heiden samen in één lichaam in Christus.

Dat is niet zomaar een praktische aanwijzing voor kerkelijk leven. Dat is de leerstellige ruggengraat van de gemeente.

Paulus’ brieven verklaren wat de gemeente is

Handelingen laat zien dat gemeenten ontstaan. Paulus’ brieven leggen uit wat de gemeente is.

De gemeente is niet een religieuze voortzetting van Israël. Niet een verbeterde synagoge. Niet een aardse organisatie die het Koninkrijk zichtbaar moet maken. Niet een nieuwe wetgemeenschap. Niet een charismatisch krachtsysteem.

De gemeente is het lichaam van Christus.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” Efeze 1:22-23 (STV)

En:

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.” Kolossenzen 1:18 (STV)

Dat leer je niet door de meest spectaculaire scènes uit Handelingen te kopiëren. Dat leer je door Paulus’ gemeentelijke onderwijs te verstaan.

De gemeente leeft vanuit haar Hoofd in de hemel. Niet vanuit de drang om apostolische tekenen op aarde opnieuw op te voeren.

Paulus’ brieven leren hoe men in Gods huis moet verkeren

Wie wil weten hoe de gemeente praktisch behoort te functioneren, krijgt van Paulus een glasheldere aanwijzing.

Hij schrijft aan Timotheüs:

“Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid.” 1 Timotheüs 3:15 (STV)

Dat is bijna pijnlijk duidelijk.

Paulus zegt uitdrukkelijk niet: kijk vooral naar Handelingen 2 en probeer dat exact na te bouwen. Hij zegt: ik schrijf, opdat gij weet hoe men in het huis Gods moet verkeren.

De brieven geven dus gemeentelijke orde. Daar vind je onderwijs over opzieners, diakenen, leer, tucht, samenkomst, wandel, gezin, arbeid, omgang met dwaalleer, de plaats van vrouwen en mannen, gebed, avondmaal, gaven en volharding.

Niet als religieuze improvisatie. Niet als charismatisch experiment. Maar als apostolisch onderwijs.

Korinthe corrigeert juist de chaos die men vandaag vaak romantiseert

Het is opvallend dat juist 1 Korinthe, de brief waarin Paulus uitvoerig spreekt over gaven, tegelijk een correctiebrief is. Korinthe had geen gebrek aan uitingen, maar wel aan orde, liefde, volwassenheid en onderscheid.

Paulus schrijft:

“Laat alle dingen geschieden tot stichting.” 1 Korinthe 14:26 (STV)

En:

“Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.” 1 Korinthe 14:40 (STV)

Dat is het apostolische filter.

Niet: is het indrukwekkend?

Niet: voelt het krachtig?

Niet: lijkt het op Handelingen?

Niet: gebeurt er iets in de zaal?

Niet: trekt het mensen?

Maar: bouwt het werkelijk op? Is het ordelijk? Is het onderworpen aan het Woord? Verhoogt het Christus? Dient het de gemeente?

En dan schrijft Paulus ook nog:

“Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijk, die erkenne, dat hetgeen ik u schrijf, des Heeren geboden zijn.” 1 Korinthe 14:37 (STV)

Dat vers zet de zaak op scherp. Wie werkelijk geestelijk is, erkent het gezag van Paulus’ geschreven onderwijs.

Dus niet: “Wij zijn zo geestelijk dat wij de brieven passeren en teruggaan naar Handelingen.”

Nee. Wie geestelijk is, buigt onder de apostolische brieven.

Romeinen en Galaten beschermen tegen wettische verwarring

Handelingen 15 laat historisch zien dat de heidenen niet onder het juk van Mozes geplaatst mogen worden. Petrus zegt daar:

“Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?” Handelingen 15:10 (STV)

En:

“Maar wij geloven, door de genade van den Heere Jezus Christus, zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.” Handelingen 15:11 (STV)

Maar Romeinen en Galaten werken de leerstellige basis uit. Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

En:

“Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.” Galaten 3:13 (STV)

Zonder Paulus’ brieven ga je gemakkelijk terug naar wet, ritueel, uiterlijke tekenen en religieuze meetbaarheid. De brieven trekken de gemeente juist weg uit dat systeem en zetten haar vast in Christus, onder genade.

Efeze en Kolossenzen beschermen tegen aardse gemeente-ambitie

Veel moderne Handelingen-romantiek eindigt in aardse ambitie. De gemeente moet invloed krijgen. De gemeente moet het Koninkrijk zichtbaar maken. De gemeente moet steden transformeren. De gemeente moet apostolische autoriteit claimen. De gemeente moet de wereld overnemen.

Maar Paulus schrijft:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.” Kolossenzen 3:1 (STV)

En:

“Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” Kolossenzen 3:2 (STV)

De gemeente heeft een hemelse positie en een hemelse roeping. Dat maakt haar niet wereldvreemd, maar wel wereld-onttroond. Zij hoeft geen Koninkrijk te fabriceren. Zij getuigt van een verworpen, opgestane en verhoogde Christus, terwijl zij Zijn komst verwacht.

Dat is iets radicaal anders dan christelijke machtsbouw met een Bijbeltekst erboven.

Timotheüs en Titus geven geen ruimte voor apostolische fantasie

Wie vandaag met “Handelingen” zwaait om moderne apostelen, profeten en wonderbedieningen te legitimeren, loopt vast in de pastorale brieven.

Paulus zegt tegen Titus:

“Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt terecht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb;” Titus 1:5 (STV)

Let op wat ontbreekt: geen instructie om moderne apostelen aan te stellen. Geen vijfvoudige hiërarchie die de gemeente moet besturen. Geen geestelijke elite die nieuwe openbaring overdraagt. Geen model van zalving, impartatie en apostolische dekking.

Wel: oudsten. Gezonde leer. Weerlegging van tegensprekers. Orde in het huis Gods.

Paulus schrijft:

“Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is.” 2 Timotheüs 1:13 (STV)

Dát is de weg voor de gemeente: gezonde woorden vasthouden. Niet jagen op overgangstekenen.

Het gevaar van Handelingen als blauwdruk

Wanneer Handelingen als blauwdruk wordt gebruikt, ontstaan er bijna altijd dezelfde ontsporingen.

Men gaat bijzondere gebeurtenissen tot normale maatstaf maken.
Men gaat gelovigen onzeker maken over wat zij in Christus ontvangen hebben.
Men gaat tekenen en ervaringen gebruiken als bewijs van geestelijke echtheid.
Men gaat apostolische autoriteit nabootsen zonder apostolisch fundament.
Men gaat de brieven lezen door de bril van spektakel, in plaats van Handelingen te lezen door de bril van apostolische leer.

Dat is niet onschuldig. Het verschuift de focus.

Van Christus naar kracht.
Van Genade naar ervaring.
Van gezonde leer naar manifestatie.
Van het Hoofd in de hemel naar mensen met claims op aarde.
Van het geschreven Woord naar “wat God nu aan het doen is”.

En precies daar wordt het gevaarlijk.

Want de gemeente wordt niet bewaard door het najagen van Handelingen-taferelen, maar door te blijven bij Christus zoals Hij in de apostolische leer is geopenbaard.

De juiste rol van Handelingen

Handelingen moet gelezen worden. Geliefd worden. Bestudeerd worden. Gepredikt worden.

Maar Bijbelvast.

Handelingen toont de voortgang van het evangelie.
Handelingen toont de trouw van Christus aan Zijn getuigen.
Handelingen toont de doorbraak naar de heidenen.
Handelingen toont de unieke plaats van de apostelen.
Handelingen toont het historische ontstaan en de uitbreiding van de gemeente.

Maar Handelingen is niet de handleiding waarmee wij vandaag gemeentelijke leer en praktijk bouwen op losse gebeurtenissen.

De brieven geven de leerstellige norm.

Daarom moet je zeggen: Handelingen is de geboortegeschiedenis en uitbreidingsgeschiedenis van de gemeente. Paulus’ brieven geven de gemeentelijke waarheid waardoor de gemeente volwassen wordt in Christus.

Terug naar Handelingen als blauwdruk? Nee, vooruit naar de volle leer van de apostelen

De roep “terug naar Handelingen” klinkt vroom, maar is vaak misleidend. De gemeente hoeft niet terug naar een overgangsfase. Zij moet staan in de volle openbaring die Christus door Zijn apostelen heeft gegeven.

Niet terug naar Pinksteren als herhaalmodel.
Niet terug naar tekenen als geestelijke meetlat.
Niet terug naar apostelen als moderne machtsfiguren.
Niet terug naar Jeruzalem als beginfase.

Maar blijven bij Christus, het Hoofd. Bij de gezonde leer. Bij de brieven. Bij genade. Bij de verborgenheid die nu geopenbaard is. Bij het ene lichaam. Bij de hemelse roeping. Bij de wandel door de Geest. Bij de verwachting van Zijn komst.

Handelingen zonder de brieven wordt snel een religieuze speeltuin voor mensen die kracht zoeken.

Maar Handelingen gelezen in het licht van de brieven wordt een machtig getuigenis van Christus, Die Zijn Woord vervult, Zijn gemeente bouwt en Zijn getuigenis tot de volken brengt.

Dat is Bijbelvast.
Dat is veilig.
Dan blijft Christus centraal.

 Zie ook:

De begintijd in het boek Handelingen en nu – Bijbelse basis

De verborgenheid in het Nieuwe Testament – Bijbelse basis

(extern)

Niet naar de dagen van Handelingen – Stichting Vlichthus

Bijbelstudie lezing: Volharden in de Leer. Hand. 2

Het tempelvisioen uit Ezechiel 47

De levengevende stroom

Door C.I. Scofield

Ezechiël 47:1-12

De indeling

De bron van de rivier
Ezechiël 47:1-2 — Alle zegen vloeit voort uit het altaar.

De grootte van de rivier
Ezechiël 47:3-5.

De kracht van de rivier
Ezechiël 47:6-12.

Ezechiël 47 beschrijft een wonderlijke rivier die uitgaat van de tempel en leven brengt waar zij komt. Dit gedeelte wordt vaak vergeestelijkt alsof het alleen zou gaan over de verbreiding van het Evangelie. Maar de tekst zelf spreekt concreet over Jeruzalem, de tempel, het land en de zeeën. Tegelijk ligt er een rijke toepassing in op het werk van de Heilige Geest: wandel, gebed, dienst en volheid.

De levengevende stroom
De levengevende stroom

De kern van de les

Misschien is er geen gedeelte uit de profetische Schriften dat meer uit zijn juiste en ware betekenis is getrokken dan dit gedeelte. Door de meeste uitleggers is het opgevat als een symbool van de verbreiding van het Evangelie: een stroom die steeds breder en dieper wordt, totdat uiteindelijk de hele wereld bekeerd is.

Maar tegen deze uitleg zijn drie bezwaren in te brengen.

Ten eerste leert de Schrift niet dat de hele wereld door de prediking van het Evangelie bekeerd zal worden. Zij leert eerder dat deze tegenwoordige eeuw gekenmerkt wordt door het uitroepen van een volk voor Zijn Naam, dat de Gemeente vormt, die Zijn lichaam is.

Ten tweede maken andere Schriftgedeelten duidelijk dat deze rivier een letterlijke rivier zal zijn, die uitgaat van de tempel die in Jeruzalem gebouwd zal worden na het herstel van de Joden. Zie Zacharia 14:8 en Openbaring 22:1.

Ten derde zijn de zeeën waarheen deze rivier zal stromen de Dode Zee en de Middellandse Zee, hoewel vooral de Dode Zee op de voorgrond staat. Zulke geografische aanduidingen zijn te wezenlijk onderdeel van het verhaal om ze terzijde te schuiven vanwege de noodzaak van een fantasierijke uitleg.

Men zal zich herinneren dat in verband met het oordeel over de volken en de terugkeer van de Heere ingrijpende veranderingen worden voorzegd in het gebied rond Jeruzalem:

“En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.” Zacharia 14:4 (STV)

En:

“Dit ganse land zal rondom als een vlak veld gemaakt worden, van Geba tot Rimmon toe, zuidwaarts van Jeruzalem; en zij zal verhoogd en bewoond worden in haar plaats.” Zacharia 14:10 (STV)

Vreemd eigenlijk dat dit ongeloofwaardig zou lijken voor een generatie die gezien heeft hoe Krakatau door een uitbarsting van binnenuit als het ware tot stof werd weggeblazen, en hoe een heel land verwoest werd door de uitbarsting van de Mont Pelée. Waarom zou een kleine heuvel als de Olijfberg niet in tweeën gespleten kunnen worden? Waarom zou de God Die water uit een rots in de woestijn deed voortkomen, geen rivier uit de berg Moria kunnen doen uitgaan?

Tot zover de uitleg. Maar uitleg en toepassing zijn twee verschillende dingen. De Bergrede moet worden uitgelegd met het oog op het toekomstige Koninkrijk, maar het blijft altijd waar dat de zachtmoedigen gelukkig zijn, en dat de reinen van hart God zullen zien.

Zo kan er ook heel goed een toepassing zijn van Ezechiëls rivier op het werk van de Heilige Geest in deze tijd. Water is immers een beeld van zowel de Geest als het Woord, en Christus gebruikt “stromen des levenden waters” om het werk van de Geest met en na Pinksteren te illustreren.

De enkels spreken van de wandel en doen denken aan “wandelen door de Geest”. De rechtvaardigheid van de wet wordt vervuld in ons, “die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Romeinen 8:4 (STV)

En opnieuw:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)

De knieën doen denken aan gebed. Wij worden eraan herinnerd dat het bijzonder voorrecht van de christen is om “in den Geest” te bidden. Misschien is er geen grotere nood dan deze: dat wij ophouden te bidden vanuit de sfeer van onze eigen wil of verlangens, en leren onszelf over te geven aan de Geest, opdat Hij door ons bidt.

De lendenen spreken vervolgens van dienst. Geen waarheid voor deze bedeling staat helderder vast dan deze: alle vruchtbare en aanvaardbare dienst moet plaatsvinden in de kracht van de Geest. Zelfs de apostelen van onze Heere — mannen die drie jaar lang onder Zijn persoonlijke onderwijs hadden gestaan en aan wie Hij na Zijn opstanding veertig dagen lang onderwijs had gegeven over de dingen van het Koninkrijk — mochten hun grote zending niet beginnen voordat zij bekleed waren met kracht uit de hoogte. Hoe aanmatigend is het dan als wij denken te kunnen dienen buiten de kracht van de Geest om.

“Wateren om in te zwemmen” spreken van de Goddelijke volheid die voor ons beschikbaar is.

Maar misschien ligt de kern van deze les in die ene uitzondering op de genezende kracht van het water:

“Doch zijn modderige plaatsen en zijn moerassen zullen niet gezond worden; zij zijn tot zout overgegeven.” Ezechiël 47:11 (STV)

De uitleg daarvan is uiteraard letterlijk, maar de toepassing ligt voor de hand. Een modderige plaats en een moeras zijn plekken waar al veel water gekomen is — maar tevergeefs. De modderige plaats heeft het water veranderd in slijk, en het moeras in een onbebouwbare poel: een plaats van bedorven lucht en ziekte.

Dat is een treffend beeld van iemand op wie de overtuigende en dringende werking van de Geest tevergeefs is gekomen.

“Want de aarde, die den regen menigmaal op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door welke zij ook bebouwd wordt, die ontvangt zegen van God; maar die doornen en distelen draagt, die is verwerpelijk en nabij de vervloeking, welker einde is tot verbranding.” Hebreeën 6:7-8 (STV)

Het werk van de Heilige Geest: geen spektakel, maar Christus centraal

Het werk van de Heilige Geest: Hij verheerlijkt Christus

Er wordt op het christelijke erf veel gesproken over de Heilige Geest. Soms terecht. Soms nodig. Soms met diepe eerbied. Maar vaak ook op een overspannen manier die vragen oproept.

Want zodra de Heilige Geest vooral verbonden wordt aan sfeer, krachtmomenten, vallen, lachen, profetische claims, tongentaal, “zalving”, manifestaties en bijzondere ervaringen, moeten we ons afvragen: is dit de boodschap van de Schrift?

De Here Jezus gaf ons Zelf de belangrijkste toetssteen:

“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Johannes 16:14 (STV)

Daar is het hart van het werk van de Heilige Geest.

Hij verheerlijkt Christus.

Niet de mens.
Niet de gave.
Niet de ervaring.
Niet de spreker
Niet de profeet.
Niet de sfeer in de zaal.

Christus.

Daar begint gezonde leer over de Heilige Geest.

 

Het werk van de Heilige Geest
Het werk van de Heilige Geest

De Heilige Geest is geen kracht, maar een Persoon

Voordat we spreken over Zijn werk, moeten we helder hebben Wie Hij is. De Heilige Geest is geen vage energie, geen geestelijke stroom, geen religieuze atmosfeer en geen hemelse powerbank die je kunt “opladen”en naar believen kunt inzetten.

Hij is God. Hij is Persoon. Hij spreekt, leidt, overtuigt, onderwijst, getuigt, bidt, deelt gaven uit en kan bedroefd worden.

Paulus schrijft:

“En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” Efeze 4:30 (STV)

Je kunt een kracht niet bedroeven. Een Persoon wel.

Daarom moeten we eerbiedig spreken. Niet alsof de Heilige Geest een middel is dat wij kunnen inzetten. Niet alsof Hij een ervaring is die wij kunnen oproepen. Niet alsof Hij een bewijsstuk is voor onze geestelijke status.

Hij is de Heilige Geest Gods.

En juist daarom is het zo belangrijk om Zijn werk niet los te maken van Christus en van het Woord.

 

De Heilige Geest spreekt niet over Zichzelf

Jezus zegt:

“Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.” Johannes 16:13 (STV)

Dat betekent niet dat de Heilige Geest nooit spreekt. Hij spreekt wel. Maar Hij spreekt niet los van de Vader en de Zoon. Hij komt niet met een eigen agenda. Hij maakt Zichzelf niet tot middelpunt.

Dat is een diepe waarheid.

De Heilige Geest is niet uit op geestelijke blikvangers. Hij is niet de Geest van religieus theater. Hij is niet de Geest van de aandachtstrekkerij. Hij is niet de Geest van “kijk eens wat ik ervaar”, niet de Vervuller van overspannen verwachtingen.

Hij is de Geest der waarheid.

Hij neemt uit Christus en verkondigt het aan de Zijnen.

Daarom kun je dit heel eenvoudig toetsen: waar de Heilige Geest werkt, wordt Christus groter. Waar een geestelijke beweging vooral zichzelf, haar leiders, haar manifestaties, haar conferenties, haar profeten of haar ervaringen groot maakt, moet er een alarmbel gaan rinkelen.

 

Hij verheerlijkt Christus

Dit is de grote lijn. De Heilige Geest verheerlijkt Christus.

“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Johannes 16:14 (STV)

Dat is geen bijzaak. Dat is de kern.

Waar de Geest werkt, komt Christus in het licht te staan als de gekruisigde, opgestane en verhoogde Heere. Zijn Persoon wordt dierbaar. Zijn werk wordt groot. Zijn bloed wordt noodzakelijk. Zijn gerechtigheid wordt genoeg. Zijn Woord krijgt gezag. Zijn heerlijkheid gaat wegen.

De Geest maakt van Christus geen religieus onderdeel in een groter ervaringssysteem. Hij maakt Christus niet tot mascotte van onze geestelijke beleving. Hij zet Hem niet ergens in de hoek terwijl de mens zichzelf geestelijk interessant maakt.

Dat dus NIET.

Hij verheerlijkt Christus.

Daarom is het verdacht wanneer er veel over de Geest wordt gesproken, maar weinig over Christus. Veel over kracht, weinig over het kruis. Veel over zalving, weinig over verzoening. Veel over doorbraak, weinig over bekering. Veel over manifestatie, weinig over heiliging. Veel over profetische woorden, weinig over het geschreven Woord.

Dat is niet de strekking van Johannes 16.

 

De Heilige Geest overtuigt de wereld

De Heilige Geest werkt niet alleen in gelovigen. Hij overtuigt ook de wereld.

Jezus zegt:

“En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel.” Johannes 16:8 (STV)

En dan legt de Heere Jezus uit wat Hij bedoelt:

“Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien; En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.” Johannes 16:9–11 (STV)

Let op hoe Christus-gericht dit is.

Zonde wordt hier niet vaag gehouden. De kernzonde is ongeloof tegenover Christus. De wereld heeft Hem verworpen. De mens staat niet neutraal tegenover de Zoon van God. Hij is niet slechts “zoekend”, “spiritueel onderweg” of “een beetje beschadigd”. Hij staat schuldig tegenover Christus.

De Geest overtuigt daarvan.

Hij overtuigt ook van gerechtigheid, omdat Christus naar de Vader gaat. De wereld veroordeelde Hem. De Vader verhoogde Hem. De opstanding en hemelvaart zijn Gods grote Amen op de Zoon.

En Hij overtuigt van oordeel, omdat de overste van deze wereld geoordeeld is. Satan is geen tragische tegenkracht in een spannend kosmisch duel. Hij is een geoordeelde vijand.

De Heilige Geest brengt dus geen religieuze vrijblijvendheid. Hij brengt mensen voor de werkelijkheid van zonde, gerechtigheid en oordeel — allemaal in verhouding tot Christus.

 

Hij doet opnieuw geboren worden

Geen mens wordt christen door opvoeding, kerkelijke cultuur, emotie, traditie of morele verbetering. Er is nieuw leven nodig.

Jezus zegt tegen Nicodemus:

“Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.” Johannes 3:3 (STV)

En even later:

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.” Johannes 3:6 (STV)

Dat is scherp.

Vlees wordt geen geest door religieuze training. De oude mens wordt niet opgepoetst tot een christen. God brengt nieuw leven voort door de Geest.

Wedergeboorte is geen upgrade van de oude natuur. Het is geen geestelijke make-over. Het is geen nieuw laagje religieuze verf over hetzelfde oude hout.

Het is geboorte uit de Geest.

Daarom is christelijk geloof niet in de eerste plaats: ik probeer beter te leven. Het is: God heeft leven gegeven waar geestelijke dood was. De Heilige Geest opent de ogen voor Christus, maakt het hart levend en brengt de zondaar tot geloof.

 

De Heilige Geest woont in de gelovige

De gelovige ontvangt niet af en toe of op afroep een geestelijke impuls van buitenaf. De Heilige Geest woont in hem.

Paulus schrijft:

“Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is des Heiligen Geestes, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?” 1 Korinthe 6:19 (STV)

Dat is rijk en serieus tegelijk.

Rijk, omdat de gelovige niet verlaten is. God woont door Zijn Geest in hem.

Serieus, omdat het lichaam niet langer neutraal terrein is. Je bent niet van jezelf. Je lichaam, je woorden, je seksualiteit, je gedrag, je gewoonten, je keuzes, alles staat onder het gezag van Christus.

De inwoning van de Geest is dus geen excuus voor geestelijke trots. Het is een roeping tot heiligheid.

De Heilige Geest woont niet in de gelovige om hem spectaculair te maken, of in de spotlights te zetten, maar om hem aan Christus toe te wijden.

 

De Heilige Geest verzegelt de gelovige

De Heilige Geest is ook het zegel van Gods eigendom.

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;” Efeze 1:13 (STV)

En vervolgens:

“Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.” Efeze 1:14 (STV)

Let op de volgorde.

Het woord der waarheid wordt gehoord.
Het Evangelie der zaligheid wordt geloofd.
De gelovige wordt verzegeld met de Heilige Geest.

Dat is nuchter, helder en krachtig.

Hier is geen krampachtige zoektocht naar een tweede bewijs dat je er echt bij hoort. Geen geestelijke elitevorming. Geen gedachte dat gewone gelovigen nog iets essentieels missen totdat zij een bepaalde ervaring hebben meegemaakt.

Wie in Christus gelooft, is verzegeld met de Heilige Geest der belofte.

Dat geeft rust. Geen hoogmoedige rust, maar gelovige zekerheid. God zet Zijn zegel op wie in Christus is.

 

De Heilige Geest doopt tot één lichaam

Paulus schrijft:

“Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt.” 1 Korinthe 12:13 (STV)

Dit is een belangrijk vers, zeker tegenover charismatische verwarring.

De doop door de Geest is bij Paulus niet een aparte elite-ervaring voor gevorderde speciaal ingewijde christenen. Het is verbonden met het ingelijfd worden in het ene lichaam van Christus.

“Wij allen.”

Niet: sommigen.
Niet: de krachtigen.
Niet: de mensen met bijzondere manifestaties.
Niet: de groep die een bepaalde ervaring kan claimen.

Allen die tot het lichaam van Christus behoren, zijn door één Geest tot dat lichaam gedoopt.

Dat maakt nederig. De Geest bouwt geen geestelijke kaste. Hij vormt één lichaam rondom één Hoofd: Christus.

 

De Heilige Geest leidt de gelovige

De Heilige Geest leidt de gelovige. Maar dat moeten we Bijbels verstaan.

Leiding door de Geest betekent niet dat iedere ingeving automatisch Gods stem is. Het betekent niet dat je je verstand moet uitschakelen. Het betekent niet dat de Geest je losmaakt van de Schrift.

Paulus schrijft:

“Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.” Romeinen 8:14 (STV)

En hij verbindt dat direct met zoonschap:

“Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen (lett, zoonstelling) door Welken wij roepen: Abba, Vader!” Romeinen 8:15 (STV)

De Geest leidt dus niet terug naar slavernij. Niet naar religieuze angst. Niet naar wettische kramp. Niet naar een systeem waarin je voortdurend moet bewijzen dat je geestelijk genoeg bent.

Hij leidt in het leven van het kindschap.

Door de Geest leert de gelovige God kennen als Vader. Niet oppervlakkig, niet sentimenteel, maar op grond van Christus. De Geest maakt ons niet los van de Zoon; Hij brengt ons juist door de Zoon tot de Vader.

 

De Heilige Geest getuigt van ons kindschap

Paulus gaat verder:

“Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.” Romeinen 8:16 (STV)

Dat is geen zweverige zelfbevestiging. Het is ook geen innerlijk stemmetje dat los van het Evangelie iets influistert. Het getuigenis van de Geest staat nooit los van Christus, nooit los van het Woord, nooit los van het werk van God.

De Geest leert de gelovige rusten in wat God gedaan heeft.

Niet: ik voel genoeg, dus ik ben veilig.
Niet: ik ervaar genoeg, dus ik hoor bij God.
Niet: ik heb bijzondere dingen meegemaakt, dus ik ben geestelijk.

Maar: Christus is genoeg. Zijn werk is volbracht. God heeft gesproken. De Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn.

 

De Heilige Geest heiligt

De Heilige Geest maakt niet wetteloos. Maar Hij maakt ook niet wettisch.

Dat is belangrijk.

Sommigen denken: als je niet onder de wet bent, wordt het losbandig. Anderen denken: als je heilig wilt leven, moet je terug onder regels, druk en religieuze controle.

Paulus wijst een andere weg:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)

Niet: wandel onder de zweep.
Niet: wandel op je gevoel.
Niet: wandel in eigen kracht.
Maar: wandel door de Geest.

De Geest werkt heiliging van binnenuit. Hij brengt het leven van Christus tot uitdrukking in de gelovige. Dat zie je in de vrucht:

“Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.” Galaten 5:22 (STV)

Dat is kenmerkend.

Paulus zegt niet: de vrucht van de Geest is spektakel.
Niet: de vrucht van de Geest is een indrukwekkende gave.
Niet: de vrucht van de Geest is podiumkracht.
Niet: de vrucht van de Geest is extase.

De vrucht van de Geest is karakter dat past bij Christus.

Liefde. Blijdschap. Vrede. Lankmoedigheid. Goedertierenheid. Goedheid. Geloof. Zachtmoedigheid. Matigheid.

Dat is veel minder showgevoelig. Maar veel ingrijpender.

 

De Heilige Geest geeft kracht tegen het vlees

De Geest is niet gegeven om het vlees religieus te versieren. Hij is gegeven om de werkingen van het lichaam te doden.

“Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.” Romeinen 8:13 (STV)

Dat is confronterend.

De Heilige Geest is niet de bondgenoot van onze oude natuur. Hij helpt ons niet om onze vleselijkheid geestelijk te verpakken. Hij geeft geen “zalving” over trots, geldzucht, manipulatie, zinnelijkheid, bitterheid of machtsdrang.

Hij brengt het vlees in het licht. Hij leert ons het oordeel van God over de oude mens erkennen. Hij brengt ons telkens weer bij Christus, in Wie wij gestorven en opgewekt zijn.

Heiliging is dus geen toneelspel. Het is geen religieus imago. Het is niet de glanslaag van een christelijk profiel.

Het is het werk van de Geest in het echte leven.

 

De Heilige Geest helpt in het gebed

Ons gebed is vaak zwak. Verward. Onvolledig. Soms weten we niet eens goed wat we moeten bidden.

Paulus schrijft:

“En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.” Romeinen 8:26 (STV)

Dat is buitengewoon troostrijk.

De Geest helpt niet alleen de sterke bidder. Hij helpt juist in zwakheid. Hij draagt het gebed van hen die niet meer weten hoe ze hun nood onder woorden moeten brengen.

Dat maakt gebed niet spectaculairder, maar dieper.

Soms is het meest Geestelijke gebed geen vloeiende woordenstroom, maar een gebroken zucht voor God. Geen podiumgebed. Geen indrukwekkende taal. Geen religieuze prestatie. Maar zwakheid, gedragen door de Geest.

 

Hij deelt gaven uit tot opbouw

De Heilige Geest deelt gaven uit. Maar ook hier is het doel belangrijk.

“Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.” 1 Korinthe 12:11 (STV)

Niet zoals wij willen.
Niet zoals een beweging voorschrijft.
Niet zoals een spreker belooft.
Niet als bewijs van hogere geestelijkheid.

Zoals Hij wil.

En Paulus zegt:

“Maar aan een iegelijk wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is.” 1 Korinthe 12:7 (STV)

De gaven zijn tot nut. Tot opbouw. Tot dienst. Niet tot zelfverheffing.

Daarom corrigeert Paulus Korinthe zo scherp. Die gemeente kwam in geen gave tekort, maar was tegelijk vleselijk, verdeeld en verward. Gaven op zichzelf zijn dus geen bewijs van geestelijke volwassenheid.

Dat blijft een pijnlijke maar noodzakelijke les.

Een mens kan indrukwekkend spreken en toch weinig lijken op Christus. Een bediening kan bol staan van claims en toch arm zijn aan waarheid. Een samenkomst kan bruisen van activiteit en toch leeg zijn aan heiligheid.

De Geest geeft gaven tot stichting van het lichaam, niet tot verheerlijking van mensen.

 

De Heilige Geest bindt ons aan het Woord

De Heilige Geest is de Geest der waarheid. Daarom zal Hij nooit de Schrift ondergraven.

De Here Jezus bidt:

“Heilig ze in Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

Dat is beslissend.

Wanneer iemand zegt: “De Geest zei tegen mij”, maar vervolgens de Schrift opzijschuift, is dat niet geestelijk maar gevaarlijk. Wanneer ervaring meer gezag krijgt dan het Woord, is de deur opengezet voor misleiding. Wanneer “openbaring” belangrijker wordt dan gezonde uitleg, ontstaat er geestelijke mist.

De Heilige Geest maakt de Bijbel niet overbodig. Hij opent de Schrift. Hij verlicht het verstand. Hij past het Woord toe. Hij brengt Christus uit het Woord naar voren.

Paulus schrijft:

“Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn;” 1 Korinthe 2:12 (STV)

En:

“Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.” 1 Korinthe 2:13 (STV)

De Geest werkt dus niet buiten de waarheid om. Hij werkt door de waarheid.

 

De Heilige Geest brengt orde, geen verwarring

Paulus schrijft over de samenkomst:

“Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de gemeenten der heiligen.” 1 Korinthe 14:33 (STV)

En:

“Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.” 1 Korinthe 14:40 (STV)

Dat is een nuchtere correctie op veel geestelijke wanorde.

Niet alles wat intens voelt, is van de Geest. Niet alles wat spontaan gebeurt, is geestelijk. Niet alles wat onverklaarbaar is, is Goddelijk. Niet alles wat mensen “krachtig” noemen, komt van de Heilige Geest.

De Geest is heilig. De Geest is waarheid. De Geest verheerlijkt Christus. De Geest bouwt op. De Geest brengt orde.

Waar verwarring als bewijs van geestelijkheid wordt verkocht, is men ver van Paulus verwijderd.

 

DE toets voor vandaag

De vraag is dus niet: gebeurt er iets bijzonders?

De vraag is: wordt Christus verheerlijkt?

Niet: voelt het krachtig?
Maar: kijgt het Woord gezag?

Niet: is er een manifestatie?
Maar: is er waarheid, heiligheid en stichting?

Niet: speekt iemand met grote stelligheid?
Maar: klopt het met de Schrift?

Niet: wordt de mens afhankelijk van een gezalfde leider?
Maar: wordt hij gebracht tot Christus, het Hoofd?

Dat is de toets.

De Heilige Geest verheerlijkt Christus. Hij overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Hij doet wedergeboren worden. Hij woont in de gelovige. Hij verzegelt. Hij doopt tot één lichaam. Hij leidt in zoonschap. Hij getuigt van ons kindschap. Hij heiligt. Hij helpt in het gebed. Hij deelt gaven uit tot opbouw. Hij opent het Woord. Hij brengt orde, waarheid en vrede.

Dat is geen religieus circus.

Waarom dit belangrijk is

Als we het werk van de Heilige Geest losmaken van Christus, krijgen we geestelijke ontsporing.

Dan wordt de Geest een label op menselijke emotie.
Een stempel op religieuze macht.
Een dekmantel voor subjectieve ingevingen.
Een excuus voor wanorde.
Een verkoopnaam voor ervaring.

Maar de Heilige Geest is niet gekomen om de mens groot te maken. Hij is niet gekomen om de gemeente afhankelijk te maken van profeten, genezers, apostelen of gezalfde beroemdheden. Hij is niet gekomen om de Schrift te vervangen door indrukken.

Hij is gekomen om Christus te verheerlijken.

En juist daarin ligt Zijn heerlijkheid.

De Geest zegt als het ware niet: kijk naar Mij los van Christus.
Hij zegt: zie het Lam. Zie de Zoon. Zie de Gekruisigde. Zie de Opgestane. Zie uw Heere. Zie uw gerechtigheid. Zie uw leven. Zie uw hoop.

Daarom is echte Geestvervulling niet dat wij dronken worden van ervaring, maar dat Christus ons denken, spreken, verlangen en wandelen gaat beheersen.

Wie Bijbels over de Heilige Geest wil spreken, moet bij Christus blijven.

De Geest zonder Christus wordt mist.
De Geest zonder het Woord wordt gevaarlijk.
De Geest zonder heiliging wordt misleiding.
De Geest zonder orde wordt verwarring.
De Geest zonder het kruis wordt religieuze energie zonder Evangelie.

Maar waar de Heilige Geest werkelijk werkt, daar wordt Christus groot. Daar wordt de zondaar overtuigd. Daar wordt de gelovige getroost. Daar krijgt het Woord gezag. Daar groeit heiliging. Daar wordt de gemeente opgebouwd. Daar wordt niet de mens verhoogd, maar de Heere Jezus Christus.

Dat is het werk van de Heilige Geest.

Niet Zichzelf als middelpunt nemen.

Maar Christus verheerlijken.

Zie ook:

heilige geest – Bijbelse basis

Extern:

heilige geest » Bijbels Panorama

 

Geverifieerd door MonsterInsights