Prijs de Heere in mijn leven

Prijs de Heere in mijn leven

1 HALLELUJAH. O mijn ziel, prijs den HEERE.
2 Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.
3 Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is.
4 Zijn geest gaat uit, hij keert weder tot zijn aarde; te dienzelven dage vergaan zijn aanslagen.
5 Welgelukzalig is hij die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE zijn God is;
6 Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid;
7 Die den verdrukten recht doet, Die den hongerigen brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los.
8 De HEERE opent de ogen der blinden; de HEERE richt de gebogenen op; de HEERE heeft de rechtvaardigen lief.
9 De HEERE bewaart de vreemdelingen; Hij houdt den wees en de weduwe staande; maar der goddelozen weg keert Hij om.
10 De HEERE zal in eeuwigheid regeren; uw God, o Sion, is van geslacht tot geslacht. Hallelujah.

 

Genezing en ziekte: wat zegt de Bijbel echt?

Genezing en ziekte: wat zegt de Bijbel echt?

Er wordt vandaag veel gesproken over genezing. Met grote woorden, stellige claims en geestelijke zekerheden. Maar hoe harder men roept, hoe stiller de Bijbel wordt. Dat is geen verdieping, maar vervanging. Wat zegt de Bijbel — en wat verzinnen wij erbij? Wie werkelijk leest wat de Schrift zegt, ontdekt iets ongemakkelijks: God geneest niet op commando. En ziekte is geen bewijs van falend geloof.

God wil altijd genezen?

Een vrome onwaarheid. Deze uitspraak klinkt geestelijk, maar is gewoon on-bijbels. De Schrift zegt nergens dat God altijd iedere gelovige geneest. Ja, God kan genezen:

“Ik ben de HEERE, uw Heelmeester.”

(Exodus 15:26)

Maar wie van Gods macht een plicht maakt, tast in feite Zijn soevereiniteit aan.

Paulus bad driemaal om genezing. Het antwoord was geen wonder:

“Mijn genade is u genoeg.”

(2 Korinthe 12:9)

Dat is geen randgeval. Dat is leer.

Als genezing een recht wordt, wordt ziekte automatisch schuld

Zodra genezing als norm wordt gepresenteerd, wordt uitblijvende genezing schuld. Niet altijd uitgesproken — wel altijd gevoeld. te weinig geloof, verkeerde gedachtenen woorden, verborgen zonde Dat is geen pastoraat. Dat is geestelijke druk.

Jakobus zegt niet: onderzoek de zieke.

Hij zegt:

“Is er iemand krank onder ulieden?”

(Jakobus 5:14)

Gebed — geen diagnose.

Zorg — geen beschuldiging.

En vooral: geen garantie.

Jezus genas velen. Maar niet om een formule te lanceren

Jezus genas. Dat staat vast. Maar Hij deed dat niet om een universeel genezingsmodel te introduceren.

Zijn genezingen waren tekenen:

“Zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.”

(Mattheüs 12:28)

Nicodémus begreep dit:

“Niemand kan deze tekenen doen, zo God met hem niet is.”

(Johannes 3:2)

Wie deze tekenen losmaakt van hun doel, bedrijft geen geloof — maar schriftmisbruik.

Gebed is geen techniek

Handoplegging, zalving en gebed zijn Bijbels.

Maar nergens mechanisch.

“De Heere zal hem oprichten.”

(Jakobus 5:15)

Niet de bidder. Niet de methode. Niet het geloof als kracht. God laat Zich niet afdwingen.

Waar ziekte in de Bijbel een beeld van is

De Schrift spreekt niet oppervlakkig over ziekte. Zij gebruikt ziekte als teken, spiegel en prediking.

Ziekte hoort bij de zondeval. Ziekte is geen scheppingsorde, maar scheppingsbreuk.

“Door de zonde de dood.”

(Romeinen 5:12)

“Het ganse schepsel zucht.”

(Romeinen 8:22)

Elke ziekte herinnert aan Genesis 3.,Ziekte als beeld van geestelijke ontwrichting

De profeten spreken over zonde in medische taal:

“Van den voetzool af tot den hoofdschedel toe is er niets geheels aan.”

(Jesaja 1:6)

“Waarom is de breuk… niet geheeld?”

(Jeremia 8:22)

Hier gaat het niet over lichamen, maar over harten.

Is ziekte oordeel?

Soms — maar nooit automatisch

Ja, ziekte kan oordeel zijn:

“Zo zal de HEERE u slaan met krankheden.”

(Deuteronomium 28:59)

Maar Job ontkracht elke simpele rekensom:

“In dit alles zondigde Job niet.”

(Job 2:10)

Wie elke ziekte direct duidt als persoonlijke schuld, spreekt zoals Jobs vrienden — en wordt door God terechtgewezen.

Ziekte ontmaskert zelfredzaamheid. Ziekte breekt de illusie van controle.

“Het uitnemendste daarvan is moeite en verdriet.”

(Psalm 90:10)

Ziekte predikt zonder woorden: gij zijt stof.

Ziekte is niet zinloos

Jezus zegt over de blindgeborene:

“Opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.”

(Johannes 9:3)

Niet elke ziekte is straf.

Maar geen enkele ziekte is betekenisloos.

Volkomen genezing ligt in de toekomst

De Bijbel belooft geen universele genezing nu, maar wel straks:

“Wij verwachten de verlossing onzes lichaams.”

(Romeinen 8:23)

“Noch moeite zal meer zijn.”

(Openbaring 21:4)

Wie alle genezing naar het heden trekt, berooft de toekomst.

Wat je nooit mag zeggen

De Schrift laat hier geen ruimte:

  • ziekte = ongeloof
  • genezing = geloofskracht
  • blijvende ziekte = falen

“Oordeelt niet.”

(Mattheüs 7:1)

Conclusie

Geen genezingsrecht — maar hoop

De Bijbel leert geen maakbaarheid, maar soevereiniteit.

Geen succesgeloof, maar kruisdragen. God geneest soms. God draagt altijd Zwakheid is geen schande

“Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.”

(2 Korinthe 12:9)

De echte vraag is niet:

Waarom geneest God mij niet? De echte vraag is: Is God genoeg — ook als Hij dat niet doet?

Wie daarop leert antwoorden, heeft geen genezingsleer nodig.

Die heeft Christus.

Waarom de Statenvertaling verschilt van de King James Version

Waarom de Statenvertaling verschilt van de King James Version

Kleine tekstverschillen, grote betrouwbaarheid

Wie de Statenvertaling (1637) en de King James Version (1611) naast elkaar legt, ontdekt dat deze klassieke Bijbels soms van elkaar verschillen. Dat roept bij sommige gelovigen vragen of zelfs onrust op: hoe kan Gods Woord betrouwbaar zijn als teksten niet overal exact gelijk zijn? Ik wil kijken hoe het komt dat zulke verschillen niet alleen verklaarbaar zijn, maar juist wijzen op een opmerkelijke, door God bewaarde stabiliteit van de Bijbel.

 

Geen tekstueel absolutisme, wel tekstueel vertrouwen

De Bijbel is door de eeuwen heen overgeleverd via handgeschreven en later gedrukte manuscripten. Daarbij zijn kleine tekstuele variaties ontstaan: een woord meer of minder, een andere woordvolgorde, soms een korte toevoeging of weglating. Wat we echter overal zien, is continuïteit: de boodschap, de leer en het evangelie blijven gelijk.

God heeft nergens beloofd dat wij één volmaakt identieke teksteditie zouden bezitten. Wel mogen we erop vertrouwen dat Zijn Woord betrouwbaar, gezaghebbend en inhoudelijk stabiel is. Dat noemen we geen tekstueel absolutisme, maar tekstueel vertrouwen.

Statenvertaling en King James: zustervertalingen

De Statenvertaling en de King James Version hebben veel met elkaar gemeen:

Beide vertalingen zijn nationale kerkvertalingen uit de zeventiende eeuw. Ze functioneerden eeuwenlang als dé standaardbijbel in hun respectieve taalgebieden en zijn voor het Nieuwe Testament gebaseerd op de Textus Receptus.

Toch blijken de vertalers op verschillende plaatsen andere tekstkritische keuzes te hebben gemaakt. Dat betekent niet dat één van beide onzorgvuldig was. Integendeel: de vertalers waren hoogopgeleide theologen, goed bekend met de beschikbare Griekse handschriften en varianten.

Bewuste keuzes van vertalers

Bijbelvertalers volgen niet slaafs één gedrukte Griekse editie. Zij wegen beschikbare manuscripten en varianten af en maken soms een eigen keuze. Later kunnen onderzoekers die keuzes reconstrueren.

Voor de King James Version is dat gedaan in de bekende Griekse uitgave van Scrivener. Voor de Statenvertaling is inmiddels eveneens nauwkeurig in kaart gebracht waar en hoe de onderliggende Griekse tekst afwijkt van die van de KJV.

Het gaat om honderden kleine verschillen, die vrijwel altijd grammaticaal of stilistisch van aard zijn, inhoudelijk geen betekenisvol effect hebben en theologisch volledig onschadelijk zijn.

Enkele concrete voorbeelden

In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om een extra verduidelijkend woord, een nuanceverschil tussen plaats- of tijdsaanduiding, het wel of niet noemen van een bepaalde groep, of het verschil tussen hoofdtekst en voetnoot. Geen enkel van deze verschillen tast een kernleer van het christelijk geloof aan.

Een bekend voorbeeld is Handelingen 16:7, waar sommige oude handschriften spreken over “de Geest van Jezus”, terwijl andere alleen “de Geest” vermelden. De Statenvertaling noemt deze variant netjes in een voetnoot. Dat laat zien hoe open en zorgvuldig de vertalers met tekst varianten omgingen.

Belangrijk is: eeuwenlang hebben oprechte christenen wereldwijd beide lezingen gebruikt, zonder dat dit hun geloof of zaligheid aangetast heeft

Probleem van ‘één perfecte tekst’

Sommige gelovigen menen dat God één absoluut perfecte Griekse of Hebreeuwse tekst heeft bewaard, vaak gekoppeld aan de King James Version. Dit standpunt roept echter grote problemen op:

  • er bestaan meerdere Textus Receptus-edities die onderling verschillen
  • het standpunt is sterk Engels-gericht
  • het doet geen recht aan niet-Engelstalige christenen

Waarom zou God Zijn Woord alleen volmaakt bewaren voor Engelstaligen en niet voor Nederlanders, Chinezen of Arabieren?

Moderne kritische teksten

Ook moderne kritische edities van het Griekse Nieuwe Testament verschillen niet méér van de Textus Receptus dan TR-edities onderling van elkaar verschillen. Het idee dat deze teksten “radicaal anders” zijn, houdt geen stand bij eerlijk historisch onderzoek.

Gods voorzienige bewaring

Wat we door de geschiedenis heen zien, is dat er weliswaar sprake is van kleine tekstuele variatie, maar tegelijk van een overweldigende inhoudelijke stabiliteit. Overal klinkt hetzelfde evangelie en wordt dezelfde Christus verkondigd.

Christenen over de hele wereld worden gered, groeien in genade en ontwikkelen gezonde leer, ondanks kleine verschillen in tekst en vertaling.

Samenvattend

De strijd over minieme tekstverschillen is onnodig en vaak schadelijk. God heeft Zijn Woord uitzonderlijk goed bewaard, niet door absolute uniformiteit, maar door betrouwbare veelheid.

Dat nodigt uit tot vertrouwen, nederigheid en dankbaarheid — en tot eerbiedig luisteren naar Gods Woord, in welke betrouwbare vertaling dan ook.

zie ook:

De claims van de “checklist vervalste Bijbels” van sv1637.org gecheckt – Bijbelse basis

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis

Waar komt de term “Textus Receptus” vandaan? – Bijbelse basis

Een betrouwbare Bijbel: tekstoverlevering – Bijbelse basis

Wat is ‘King James Onlyism’? – Bijbelse basis

Zijn moderne Bijbels vervalst? – Bijbelse basis

De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring

De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring

Waarom de verabsolutering van de Statenvertaling geen Schriftgetrouwheid is, maar een denkfout

Er bestaat een vorm van vroomheid die zich voordoet als trouw aan Gods Woord, maar die in werkelijkheid wordt gedreven door angst voor correctie. De “Statenvertaling-alleen”denkfout spreekt in hoofdletters over eerbied, en soms met grote woorden en grove beschuldigingen over “corrupte , valse Bijbels” maar sluit tegelijkertijd de ogen voor feiten. Het credo is eenvoudig en onwrikbaar:

De Statenvertaling is norm. Afwijking is gevaar. Onderzoek is verdacht.

Dit denken is niet onschuldig. Het is systematisch, polemisch en misleidend. En het steunt op één fundamentele verwarring die telkens opnieuw wordt verzwegen:

>>>het onderscheid tussen Schriftkritiek en tekstkritiek<<<

De fatale verwarring: Schriftkritiek ≠ tekstkritiek

Het debat rond de Statenvertaling wordt bewust vervuild door twee totaal verschillende zaken op één hoop te gooien.

Tekstkritiek vraagt:

Wat heeft de oorspronkelijke auteur geschreven?

Schriftkritiek vraagt:

Is wat de auteur geschreven heeft wel waar, betrouwbaar of gezaghebbend?

Dat verschil is niet subtiel. Het is principieel.

Tekstkritiek veronderstelt het gezag van de Schrift.  Deze zoekt niet naar afbraak, maar naar herstel. En corrigeert kopiisten, geen profeten. Maar probeert de tekst terug te brengen naar haar oorspronkelijke vorm.

Schriftkritiek daarentegen ondergraaft dat gezag. Hiermee stelt men de inhoud zelf ter discussie.

Wie deze twee gelijkstelt, bedrijft geen theologie, maar retorische manipulatie.

SV-alleen denken leeft van die verwarring

SV-alleen denken kan alleen bestaan zolang tekstkritiek wordt voorgesteld als Schriftkritiek. Daarom wordt elk beroep op oudere handschriften, elke voetnoot, elke tekstvariant onmiddellijk geframed als “aanval op de Bijbel”.

Dat is geen toeval. Dat is strategie.

Zodra men toegeeft dat tekstkritiek iets anders is dan Schriftkritiek, stort het hele SV-alleen bouwwerk in. Want dan blijkt ineens dat moderne tekstuitgaven niet de Schrift aantasten, maar doorgaans trachten haar zo zuiver mogelijk te achterhalen.

Daarom moet het onderscheid vaag blijven. Angst werkt beter dan argumenten.

De Textus Receptus: hulpmiddel, geen norm

De Textus Receptus is geen geïnspireerde tekst, maar een historische reconstructie, samengesteld met de beperkte middelen van de zeventiende eeuw. Dat was toen legitiem. Maar het was nooit bedoeld als eindstation.

Sindsdien zijn er veel oudere handschriften ontdekt. Die negeren is geen geloofsdaad, maar een keuze — een bewuste weigering om te luisteren naar beter en ouder bewijsmateriaal.

Wie zegt:

“Wij houden vast aan de Textus Receptus, ook als oudere handschriften iets anders laten zien”

zegt impliciet:

Het doet er niet toe wat de apostelen geschreven hebben, zolang onze vertrouwde tekst maar intact blijft. Dat is geen eerbied voor de Schrift. Dat is verplaatsing van gezag.

De ironie: SV-alleen denken bedrijft zelf Schriftkritiek

Hier wordt het pijnlijk.

Door vast te houden aan een specifieke editie — ongeacht betere gegevens — verschuift het gezag: niet langer de oorspronkelijke tekst is norm, maar een latere tekstvorm.

De vraag is dan niet meer:
Wat schreef Paulus? maar: Wat staat er in de Statenvertaling?

Dat is precies wat Schriftkritiek doet: het gezag losmaken van de oorspronkelijke openbaring en verankeren in iets anders.

SV-only denken beschuldigt anderen van Schriftkritiek, maar praktiseert haar zelf.

“Weglaten” als angstwoord

Het woord weglaten is het favoriete wapen in dit debat. Het suggereert roof, verminking, verlies. Maar in werkelijkheid gaat het meestal om het herkennen en verwijderen van latere toevoegingen.

Meer woorden betekent niet meer waarheid.
Meer vroom klinkende zinnen betekent niet meer inspiratie.Tekstkritiek vraagt niet:Wat klinkt het mooist? maar: Wat verklaart het ontstaan van de andere varianten? Wie dat weigert te vragen, heeft de waarheid ingeruild voor ‘wat men gewend is’

Een geloof dat voetnoten vreest, is geen sterk geloof

SV-alleen denken doet alsof Gods Woord alleen kan overleven binnen één Nederlandse vertaling uit 1637. Alsof Gods voorzienigheid ophield bij de Statenvertalers.

Dat is geen hoge Schriftopvatting. Dat is Gods woord benauwd inpassen.

Een geloof dat bang is voor handschriften,bang is voor wetenschap, bang ook voor correctie, is geen geloof dat rust in de waarheid, maar een geloof dat zichzelf, koste wat-kost, moet beschermen.

Noem het bij de naam

Tekstkritiek is geen vijand van de Schrift.
Tekstkritiek is een dienaar.

Schriftkritiek is geen synoniem van tekstkritiek.
Dat gelijkstellen is intellectueel oneerlijk.

SV-alleen denken is geen onschuldige voorkeur, maar een systeem dat leeft van verwarring, angst en verabsolutisering van traditie.

Wie werkelijk buigt voor Gods Woord, buigt niet voor één vertaling,niet voor één editie, niet voor één tijdperk

De vraag moet zijn, zonder angst en zonder in een verdedigingsreflex te schieten:

Wat staat er werkelijk geschreven?

Alles minder is geen trouw, maar verhard en blind traditionalisme. Om niet te zeggen overspannen complotdenken.

zie ook:

De claims van de “checklist vervalste Bijbels” van sv1637.org gecheckt – Bijbelse basis

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis

Waar komt de term “Textus Receptus” vandaan? – Bijbelse basis

Een betrouwbare Bijbel: tekstoverlevering – Bijbelse basis

Wat is ‘King James Onlyism’? – Bijbelse basis

Zijn moderne Bijbels vervalst? – Bijbelse basis

Is de King James Version echt de meest betrouwbare Bijbelvertaling?

Is de King James Version echt de meest betrouwbare Bijbelvertaling?

Binnen sommige christelijke kringen leeft sterk de overtuiging dat de King James Version (KJV) (en in het Nederlandse taalgebied Iets vergelijkbaars met de Statenvertaling) de enige goede of meest zuivere Bijbelvertaling zou zijn. Moderne vertalingen zouden al dan niet opzettelijk fouten bevatten, doctrines verzwakken of zelfs het Woord van God aantasten.

Klopt dat beeld wel?

In dit artikel kijken we historisch, tekstueel en leerstellig naar deze claim.

Het gezag van de Schrift staat in nieuwere vertalingen niet ter discussie

Christenen geloven dat de Bijbel door God is geïnspireerd (2 Timotheüs 3:16). Dat gezag rust niet op één specifieke Engelse vertaling, maar op God zelf.

Al vóór Christus werd het Oude Testament vertaald in het Grieks (de Septuagint), en juist díe vertaling wordt in het Nieuwe Testament regelmatig geciteerd. Dit laat zien dat Gods Woord ook in vertaling gezaghebbend is.

Gods Woord is niet gebonden aan één taal of één editie.

De King James Version is niet onveranderlijk. Wat vaak wordt vergeten:
De KJV die vandaag wordt gelezen is niet identiek aan de editie van 1611, ze is meerdere keren herzien, vooral in 1769. De oorspronkelijke vertalers moedigden aan om andere vertalingen te raadplegen wanneer iets onduidelijk was. De KJV-vertalers beschouwden hun werk dus nadrukkelijk niet als foutloos of exclusief.

Beperkingen van de Textus Receptus

De KJV is gebaseerd op de zogeheten Textus Receptus, een Griekse tekst die vooral teruggaat op het werk van Erasmus (16e eeuw).
Hij beschikte over:
slechts enkele manuscripten, die bovendien relatief jong waren. Sindsdien zijn veel oudere en betrouwbaardere manuscripten ontdekt, waaronder Codex Sinaiticus en Codex Vaticanus (4e eeuw). Moderne vertalingen maken gebruik van dit bredere en oudere bewijsmateriaal.
Belangrijk om te weten: Textus Receptus is een latere marketingterm, geen goddelijk kwaliteitsstempel.

Concrete problemen in de KJV

Verouderde en onduidelijke taal. De KJV gebruikt woorden die vandaag een andere betekenis hebben of niet meer worden begrepen:

conversation = levenswandel
let = verhinderen
prevent = voorafgaan

Dit maakt de KJV in voorkomende gevallen moeilijk leesbaar, vooral voor jongeren en nieuwe lezers.

Verwarrende naamvormen

In de KJV veranderen namen zonder uitleg:

Elia → Elias
Jesaja → Esaias
Jona → Jonas
Boaz → Booz

Moderne vertalingen houden namen meestal consequent gelijk, wat het lezen, doorzoeken en vergelijken sterk vereenvoudigt.

Zwakkere formuleringen op leerstellig belangrijke punten

De KJV is  op sommige plaatsen minder duidelijk over:

de godheid van Christus (o.a. Johannes 1:18, Titus 2:13)
de persoonlijkheid van de Heilige Geest (Romeinen 8:26 – “itself”)

Moderne vertalingen zoals de New International Version maken deze punten duidelijker, zonder iets toe te voegen aan de tekst.

KJV-only argumenten getoetst aan de geschiedenis

Soms wordt beweerd dat moderne vertalingen geestelijke achteruitgang veroorzaken. De geschiedenis laat iets anders zien:

Theologische dwalingen en liberalisme ontstonden ook toen de KJV nog dominant was. Geen enkele Bijbelvertaling garandeert geestelijke groei. Zelfs de gemeente van Korinthe kampte met ernstige problemen, hoewel zij de Griekse tekst hadden. Laten we ons realiseren dat geestelijke groei komt door gehoorzaamheid, niet door één specifieke vertaling
(Jakobus 1:22).

Over tekstkritiek

Tekstkritiek is zeker niet hetzelfde als Schriftktitiek, en geen aanval op de Bijbel, maar een wetenschappelijke methode om zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst te komen.

Kenmerken: vergelijking van manuscripten, behoud van varianten in voetnoten en geen aantasting van kernleer. Belangrijk: geen enkele christelijke doctrine staat op het spel door tekstvarianten.

Welke vertaling dan?

klinkt wellicht wat gechargeerd ,maar de vertaling die je gebruikt is waarschijnlijk de beste. want wat heb je aan een Bijbel die je niet gebruikt? Al zijn er natuurlijk boeken die de naam vertaling niet waardig zijn zoals de ‘Bijbel’ van de Jehovah’s getuigen die heet de ‘Nïeuwe Wereldvertaling’  Of in het Engels taalgebied the Message, of the Passion ’translation’ bijvoorbeeld.

Samengevat

De King James Version is een indrukwekkend historisch document, maar niet de norm waaraan alle andere vertalingen moeten worden onderworpen. Wie werkelijk eerbied heeft voor Gods Woord:, leest de Bijbel veel, vergelijkt meerdere vertalingen. En laat zich leiden door waarheid, niet door traditie.

Dit allemaal los gezien van alle persoonlijke voorkeur. De mijne ligt om tal van secundaire redenen bij de Statenvertaling, Ik kan echter niet met geldige, zuivere argumenten hard maken dat die vertaling superieur zou zijn aan alle nieuwere vertalingen. Ik besef me heel goed dat de inzichten hierover behoorlijk uiteenlopen. Ook weet ik dat ik hiermee bepaald niet iedereen tevreden of gerust ga stellen. Ik hoor graag, maar dan liever niet op basis van geleende of gevoelsargumenten , maar op basis van de Schrift zelf, waar ik het fout zou zien .

“Heilig hen door de waarheid; uw woord is de waarheid.”
— Johannes 17:17

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

De vraag naar de bekering van Israël roept al snel sterke emoties en stellige uitspraken op. Sommigen menen dat alle Joden uiteindelijk vanzelf behouden worden; anderen concluderen dat Israël definitief heeft afgedaan. De Bijbel zelf kiest echter geen van beide uitersten. Zij spreekt nauwkeurig, consequent en vooral Schrift-met-Schrift.

Wie Romeinen 9–11 leest, ontdekt dat Paulus geen politiek of nationalistisch betoog houdt, maar een onderwijzing van Gods handelen in de geschiedenis.

Geen automatische behoudenis

De Bijbel leert nergens dat behoudenis collectief of vanzelfsprekend is. Ook niet voor Israël. Integendeel: steeds weer wordt gesproken over een overblijfsel.

“Al ware het getal der kinderen Israëls gelijk het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden.”
(Romeinen 9:27)

Dit woord overblijfsel is geen randbegrip, maar een vaste Bijbelse lijn. God werkt niet via de massa, maar via geloof. Dat gold in de dagen van Noach, van Elia en van Jesaja — en dat geldt ook in het Nieuwe Testament.

Wie is Israël volgens de Schrift?

De kernvraag is niet of Israël belangrijk is, maar wat de Bijbel onder Israël verstaat. Paulus is daarin opvallend duidelijk:

“Want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”
(Romeinen 9:6)

Israël is in de Schrift geen puur etnisch begrip. Afkomst alleen is nooit beslissend geweest. Al bij Abraham wordt dat duidelijk: niet Ismaël, maar Izak. Niet Ezau, maar Jakob.

“Niet de kinderen des vleses zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend.”
(Romeinen 9:8)

Israël is daarom geen vanzelfsprekend recht, maar een titel die verbonden is aan belofte en geloof.

Israël als titel en roeping

Jakob kreeg de naam Israël niet bij zijn geboorte, maar na zijn ontmoeting met God.

“Uw naam zal voortaan niet meer Jakob genoemd worden, maar Israël.”
(Genesis 32:28)

Die naam duidt roeping en erfgenaamschap aan. Wanneer het volk ongelovig wordt, kan die titel verloren gaan.

“Gij zijt Mijn volk niet.”
(Hosea 1:9)

Toch blijft God trouw aan Zijn beloften. Zelfs lo-ammi wordt uiteindelijk weer ammi.

“Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt Mijn volk.”
(Hosea 2:23)

Dat spanningsveld — oordeel én belofte — loopt door de hele Schrift heen.

De huidige tijd: Israël en de heidenen

Paulus leert dat Israël als volk in de tegenwoordige tijd grotendeels in ongeloof verkeert. Dat betekent echter niet dat God Zijn volk verworpen heeft.

“Heeft dan God Zijn volk verstoten? Dat zij verre!”
(Romeinen 11:1)

In deze periode verzamelt God Zich een volk uit de heidenen: de Gemeente. De zegeningen die aan Israël waren toevertrouwd, zijn in Christus terechtgekomen bij hen die geloven.

“Door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken.”
(Romeinen 11:11)

Dat is geen toeval, maar onderdeel van Gods plan.

Het overblijfsel blijft bestaan

Ook nu blijft er een Joods overblijfsel dat gelooft.

“Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade.”
(Romeinen 11:5)

Dat overblijfsel vertegenwoordigt Israël zoals God het rekent. Niet groot in aantal, maar wezenlijk in betekenis.

De toekomst van Israël

De Bijbel spreekt ook over een toekomstige bekering van Israël. Die zal plaatsvinden in een tijd van grote benauwdheid, wanneer een Joods overblijfsel de Naam van de HEERE zal aanroepen.

“Zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben.”
(Zacharia 12:10)

“Al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden.”
(Joël 2:32)

Op deze wijze — door bekering en geloof — zal geheel Israël zalig worden.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden.”
(Romeinen 11:26)

Niet automatisch, niet collectief, maar op Gods wijze.

De kern samengevat

  • Behoudenis is nooit vanzelfsprekend
  • Israël is een Bijbelse titel, geen biologisch automatisme
  • God werkt door een overblijfsel
  • In de huidige tijd verzamelt God een volk uit de heidenen
  • In de toekomst zal een Joods overblijfsel tot geloof komen
  • Gods beloften falen niet, maar worden vervuld langs de weg van geloof

Paulus besluit dit gedeelte niet met een schema, maar met aanbidding:

“O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods!”
(Romeinen 11:33)

Schaduwbeelden uit de Bijbel zijn niet de norm

In de Bijbel spelen schaduwbeelden een belangrijke rol. Ze zijn door God gegeven, niet als einddoel, maar als vooruitwijzing. Offers, priesterschap, tempel, land, feesten en koningschap — het zijn allemaal middelen waardoor God Zijn heilsplan aankondigt voordat het zichtbaar wordt vervuld.

Maar juist daar ontstaat een gevaar dat vandaag opnieuw zichtbaar wordt: het verheffen van schaduwbeelden tot norm, alsof zij het eindpunt zijn en niet de wegwijzers.

Wat is een schaduwbeeld?

De Schrift zelf gebruikt deze taal. Een schaduw is geen leugen, maar ook geen werkelijkheid op zichzelf. Zij ontleent haar betekenis volledig aan datgene waar zij naar verwijst. Zonder de vervulling blijft een schaduw leeg.

Een offer wijst vooruit naar verzoening.
Een priester naar bemiddeling.
Een tempel naar Gods blijvende aanwezigheid

Wie de schaduw vasthoudt maar de vervulling niet benoemt, keert de richting van de heilsgeschiedenis om.

Wanneer de schaduw maatgevend wordt

Het probleem ontstaat wanneer men zich comfortabel nestelt in het voorlopige. Wanneer bijbelse taal wel klinkt, maar de Naam die die taal vervult, structureel wordt vermeden. Dan wordt het spreken over “Messias”, “verwachting” en “belofte” veilig — maar ook leeg.

De schaduw wordt dan normatief, en de vervulling moet zich daaraan aanpassen of wordt stilzwijgend naar de achtergrond geduwd.

Dat is geen onschuldige voorzichtigheid meer. Het is een theologische verschuiving.

De omkering die ongemerkt plaatsvindt

Bijbels is de beweging altijd:

belofte → vervulling → belijdenis

Maar wanneer men blijft steken bij belofte en verwachting, ontstaat dit patroon:

vervulling → impliciet
belijdenis → vermeden
Naam → verzwegen

De schaduw blijft, maar het licht dat haar betekenis geeft, wordt gedimd.

Waarom dit geestelijk niet neutraal is

Schaduwbeelden redden niet. Ze verzoenen niet. Ze vernieuwen niet. Ze verwijzen slechts.

Wanneer een gemeente of geloofsgemeenschap vrede heeft met het blijvend spreken in schaduwtaal, raakt zij gewend aan een geloof zonder expliciete belijdenis. Dat lijkt verbindend, maar het kost uiteindelijk vrijmoedigheid, helderheid en waarheid.

Het Evangelie is geen suggestie. Het is verkondiging. En verkondiging vraagt om benoeming.

De Naam van Jezus is géén detail

In het Nieuwe Testament is de Naam geen bijkomstigheid, maar openbaring. Niet als cultureel etiket, maar als aanduiding van wie God daadwerkelijk heeft gezonden en geopenbaard.

Waar de Naam verdwijnt, verdwijnt ook de scherpte van het geloof. Wat overblijft is vrome taal zonder confrontatie, Schrift zonder culminatie, verwachting zonder vervulling.

Een gewetensvraag

Wie merkt dat dit schuurt, is niet lastig of onverdraagzaam. Dat ongemak is vaak een gezond geestelijk signaal. Het wijst erop dat het geweten herkent: hier klopt de richting niet meer.

Niet omdat de Tenach tekortschiet — integendeel — maar omdat zij nooit bedoeld was als eindstation.

Schaduwbeelden zijn kostbaar. Maar alleen zolang zij ons leiden naar datgene waar zij voor gegeven zijn.

Wie de schaduw tot norm verheft, ontneemt de vervulling haar stem.
En wie de vervulling haar stem ontneemt, zal uiteindelijk ook de waarheid verliezen.

Het Islamitisch dilemma

Het Islamitisch dilemma

De gebrekkige kennis van Mohammed van de Evangeliën

De Koran roept moslims op om te geloven in de eerdere geopenbaarde geschriften: de Thora (Tawrat), de Psalmen (Zabur) en het Evangelie (Injil). Tegelijkertijd bevat de Koran beweringen over Jezus (Isa), Maria, en andere Bijbelse figuren die fundamenteel verschillen van wat de Bijbel leert. Dit leidt tot een belangrijk spanningsveld, vaak aangeduid als “het islamitisch dilemma”: als de Bijbel betrouwbaar is, dan spreekt de Koran zichzelf tegen; maar als de Bijbel corrupt is, waarom bevestigt de Koran die dan als goddelijk boek?
Daarnaast rijst de vraag: Wat wist Mohammed eigenlijk over de inhoud van de Bijbel, en met name over de evangeliën? Historische, tekstuele en theologische aanwijzingen wijzen erop dat Mohammed nooit directe toegang had tot de oorspronkelijke Bijbelteksten en zijn informatie baseerde op mondelinge overlevering en (mogelijk foutieve) tradities uit de marge van het jodendom en christendom.

Wat zegt de Koran over de eerdere geschriften?

De Koran erkent meerdere boeken als door God geopenbaard vóór de islam:
  • Tawrat – de Thora, aan Mozes gegeven
  • Zabur – de Psalmen, aan David gegeven
  • Injil – het Evangelie, aan Jezus gegeven
Meerdere verzen stellen dat moslims verplicht zijn te geloven in deze boeken:
“Zeg: Wij geloven in Allah en in wat aan ons is neergezonden, en in wat is neergezonden aan Abraham, Ismaël, Isaak, Jakob en de stammen, en in wat is gegeven aan Mozes, Jezus en de profeten…” (Soera 2:136)
“Laat het volk van het Evangelie oordelen naar wat Allah daarin heeft neergezonden.” (Soera 5:47)
➡️ De Koran bevestigt dus expliciet de goddelijke herkomst van de Thora, de Psalmen en het Evangelie, en moedigt zelfs oordelen aan op basis daarvan.

Het islamitisch dilemma: twee onhoudbare keuzes

Hier ontstaat het centrale dilemma:
Optie 1: De Bijbel is betrouwbaar
  • Dan spreken de Koran en de Bijbel elkaar op essentiële punten tegen: Jezus is de Zoon van God (Joh. 3:16) De Koran ontkent dit (Soera 19:35) Jezus stierf aan het kruis en stond op (Matt. 27–28) De Koran ontkent de kruisiging (Soera 4:157) Verlossing komt door geloof (Ef. 2:8–9) In de Koran: verlossing door werken (Soera 23:102–103)
Conclusie: Als de Bijbel betrouwbaar is, dan is de Koran in theologische en historische zin onjuist.
Optie 2: De Bijbel is corrupt of vervalst
  • Dan heeft Allah volgens de Koran mensen opgedragen om te oordelen naar een vervalst boek.
  • De Koran zegt nergens dat deze boeken al vóór Mohammed corrupt waren.
  • In Soera 5:47 wordt gesproken over het Evangelie alsof het nog steeds bruikbaar is.
Conclusie: Als de Bijbel corrupt is, is de Koran intern tegenstrijdig en dus niet betrouwbaar als openbaring.
Samenvatting van het dilemma:
Als de Bijbel waar is, is de Koran onjuist. Als de Bijbel onwaar is, is de Koran ook onjuist (omdat hij hem bevestigt).

Wat wist Mohammed over het Evangelie?

Geen Arabische Bijbel beschikbaar
Ten tijde van Mohammed (ca. 570–632 na Chr.) bestond er geen volledige Arabische vertaling van het Nieuwe Testament. De eerste vertalingen dateren uit de 8e tot 9e eeuw. Mohammed had dus geen directe toegang tot de canonieke Evangeliën.
Informatie via mondelinge en apocriefe bronnen
De informatie over Jezus en de Bijbel in de Koran lijkt afkomstig van:
  • Mondelinge overlevering via nomaden, handelaars, christenen en joden
  • Mogelijke invloeden van apocriefe evangeliën (zoals het Evangelie van Thomas)
  • Vroege ketterse stromingen (zoals Ebionieten, docetisten, gnostici)
Voorbeelden:
  • Jezus die als kind vogels van klei levend maakt (Soera 3:49) – komt niet voor in de Bijbel, wel in het Syrische Kindheidsevangelie
  • Jezus spreekt als baby vanuit de wieg (Soera 19:29-30) – eveneens apocrief
  • Maria wordt “zuster van Aäron” genoemd (Soera 19:28) – verwarring met Mirjam, de zus van Mozes

Geen kennis van de kern van het Evangelie

De Koran:
  • Kent geen kruisiging, geen opstanding
  • Kent geen verlossing door genade
  • Kent geen brieven van Paulus
  • Kent geen leer zoals die van de drie-eenheid
→ Mohammed kende blijkbaar niet de inhoudelijke kern van het christelijke evangelie.

Het Ezra-incident: een extra bewijs van verwarring

In Soera 9:30 staat:
“De Joden zeggen: ‘Ezra is de zoon van Allah.’…”
Probleem:
  • Er is geen enkel bewijs dat Joden ooit geloofd hebben dat Ezra (Ezra de schriftgeleerde) de Zoon van God was.
  • In geen enkele joodse bron (Tenach, Talmoed, Midrasj) wordt zo’n bewering gedaan.
  • Zelfs islamitische geleerden hebben moeite met deze tekst en stellen dat het misschien gaat om een verkeerde overlevering of een vergeten sekte – waarvoor geen historisch bewijs bestaat.
→ Dit vers is een ernstig voorbeeld van feitelijke onjuistheid in de Koran, en versterkt de conclusie dat Mohammed zijn informatie haalde uit onbetrouwbare bronnen.
Conclusie
Het zogenaamde “islamitisch dilemma” is geen kunstmatige paradox, maar een reëel en diepgaand theologisch probleem voor de islam. De Koran bevestigt de eerdere boeken van Mozes, David en Jezus, maar spreekt vervolgens leerstellingen uit die haaks staan op de inhoud van diezelfde boeken.
Bovendien laat de Koran zien dat Mohammed geen grondige, inhoudelijke kennis had van de Evangeliën, de Thora of het jodendom. Zijn beeld van het christendom lijkt gebaseerd op geruchten, apocriefe verhalen en vervormde theologische concepten.
Daarom geldt:
Als de Bijbel waar is, dan spreekt de Koran onwaarheid. Als de Bijbel vals is, dan heeft de Koran zich vergist door die te bevestigen.

Hoe dan ook, de Koran faalt als betrouwbare openbaring

zie ook:

Het Islamitisch dilemma 2 – Bijbelse basis

Jesus Is God – Isa Is Not – Bijbelse basis

Waarheid of leugen, allah: waarachtig of een bedrieger? – Bijbelse basis

extern:

Het Islamitisch Dilemma en Meer / Islam / Onderwerpen | keigoedcommentaar.nl

Islamic Dilemma — What It Is, Key Verses & Clear Summary

De noodzaak van een betrouwbare en begrijpelijke Bijbel

Bijbelvertalingen moeten aan twee essentiële eisen voldoen: betrouwbaarheid en
begrijpelijkheid. De tekst moet trouw blijven aan de oorspronkelijke brontalen
(Hebreeuws, Grieks en Aramees) en tegelijkertijd begrijpelijk zijn voor hedendaagse
lezers. Dit blijft een uitdaging, omdat taal in ontwikkeling is.

Taalontwikkeling

Een belangrijke reden waarom de Bijbel steeds opnieuw vertaald moet worden, is de
evolutie van taal. Een sterk voorbeeld is dat van Abraham Kuyper, die klassiek Grieks sprak
en dacht daarmee een toespraak te kunnen houden in Athene. Maar de aanwezige
Grieken begrepen hem niet, omdat de kloof tussen klassiek Grieks en modern Grieks te
groot is. Ditzelfde principe geldt voor oude Bijbelvertalingen: na verloop van tijd raken ze
verouderd en minder begrijpelijk.
De Bijbel moet in de eigen taal toegankelijk zijn, zodat gelovigen de woorden van God
direct kunnen begrijpen. De Reformatie speelde hierin een cruciale rol. De Katholieke
Kerk hield eeuwenlang vast aan de Latijnse Vulgaat, waardoor veel mensen de Bijbel
niet konden lezen. Reformatoren pleitten voor vertalingen in de volkstaal, zodat
iedereen zelf de Schrift kon bestuderen.

Grieks

Al in de derde eeuw voor Christus werd het Oude Testament in het Grieks vertaald,
bekend als de Septuaginta. Dit gebeurde omdat veel Joden in Alexandrië geen
Hebreeuws meer spraken. Grieks was in die tijd de wereldtaal, net zoals Engels dat nu
is.

De Statenvertaling en eerdere vertalingen

Voor de Reformatie bestonden er al Bijbelvertalingen, zoals de Delftse Bijbel (15e
eeuw). Deze was echter niet vertaald uit de oorspronkelijke talen, maar uit het Latijn. De
reformatoren benadrukten dat vertalingen direct uit de brontalen moesten komen.
Maarten Luther vertaalde de Bijbel in het Duits, en later ontstond de Statenvertaling in
Nederland.
De Statenvertaling was internationaal gezien een late vertaling. Tijdens de Synode van
Dordrecht (1618-1619) werd besloten dat Nederland ook een Bijbelvertaling nodig had
die direct uit de toen beschikbare bronteksten kwam. De Statenvertaling verscheen
uiteindelijk in 1637 en werd dé standaardvertaling voor reformatorische kerken.
Om de vertaling zo betrouwbaar mogelijk te maken, moesten de vertalers:
De oorspronkelijke talen zo nauwkeurig mogelijk vertalen.
Vergelijkingen maken met andere Europese vertalingen (zoals de Franse, Duitse en
Engelse King James Version).
Zoveel mogelijk de stijl en woordvolgorde van de oorspronkelijke tekst behouden.

Problemen bij vertalen: woordbetekenissen en interpretatie

Bij het vertalen gaan er altijd nuances verloren. Sommige woorden hebben meerdere betekenissen.
Het Hebreeuwse woord “eretz” betekent bijvoorbeeld zowel “land” als
“aarde”, afhankelijk van de context. Hierdoor kunnen vertalers soms verschillende
keuzes maken.
Sommige teksten kunnen op meerdere manieren worden gelezen. Bijvoorbeeld:
“De Here deed dagelijks toe tot de gemeente, die zalig worden.”
“De Here deed dagelijks die zalig werden, toe tot de gemeente.”
De plaatsing van de komma verandert hier de betekenis van de zin. Dit laat zien dat
vertalen meer is dan alleen woord voor woord omzetten; interpretatie speelt ook een
rol.

Taalverandering en de noodzaak van modernisering

Sinds de 17e eeuw is de Statenvertaling meerdere keren aangepast om de taal
begrijpelijk te houden. In de 19e eeuw werd bijvoorbeeld “wijf” vervangen door “vrouw”,
omdat “wijf” een scheldwoord werd. Andere woorden die inmiddels verouderd zijn:
“Maagschap” → “familie”
“Betrachten” → “vertellen”
“Vreze des Heren” → “eerbied voor de Heer”
Nederlandse taalverandering gaat sneller dan in Vlaanderen. In België worden woorden
als “wenend” en “bekommerd” nog gebruikt, terwijl ze in Nederland verouderd zijn.
Sommige mensen hebben moeite met aanpassingen in de Bijbeltekst, omdat ze
gewend zijn aan de oude formuleringen. Een oudere generatie zal “Ga uit uw
maagschap” natuurlijker vinden dan “Verlaat uw familiekring”. Maar als te veel woorden
onbegrijpelijk worden, verliest de Bijbel zijn doel.

Het belang van begrijpelijke taal

Een Bijbelvertaling moet niet alleen correct, maar ook leesbaar zijn. Sommige mensen
denken dat de Bijbel moeilijk moet zijn, omdat de boodschap geestelijk is. Maar begrip
van de woorden is iets anders dan het begrijpen van de boodschap. Iemand kan de
Bijbel in het Hebreeuws lezen en toch de kern van het geloof missen.
Erasmus was een briljante taalkundige, maar Luther verweet hem dat hij de diepste
betekenis van de Bijbel niet begreep. Het intellectueel begrijpen van een tekst is dus
niet genoeg; de Bijbel moet het hart raken. Maar dit betekent niet dat de tekst
onbegrijpelijk mag zijn.
Om de Bijbel voor iedereen toegankelijk te houden, moeten vertalingen regelmatig
worden herzien. Een te oude vertaling kan ervoor zorgen dat mensen afhaken omdat ze
de taal niet meer begrijpen. Dit is vergelijkbaar met het verschil tussen oud Engels en
modern Engels – de tekst kan te ver afstaan van het hedendaagse taalgebruik.

Evenwicht tussen trouw en toegankelijkheid

Bijbelvertalingen moeten balanceren tussen trouw aan de brontekst en begrijpelijkheid
voor de lezer. De Statenvertaling is een meesterwerk, maar de taal van de 17e eeuw is
niet meer voor iedereen toegankelijk. Vernieuwingen in de vertaling zijn nodig om de
Bijbel voor nieuwe generaties leesbaar te houden, zonder de kernboodschap te
veranderen.
Elke aanpassing zal weerstand oproepen, maar taal verandert nu eenmaal. Het doel
blijft dat iedereen de woorden van God kan begrijpen en ervaren, in een taal die aansluit
bij het dagelijks leven.

Kritiek op het Calvinisme

Het calvinisme is een invloedrijke stroming binnen het christendom die diepgeworteld is in de protestantse traditie. Het leert dat God soeverein alle gebeurtenissen heeft bepaald, inclusief de redding van individuen, en dat de mens volledig afhankelijk is van Gods genade.  In een recente video van Warren McGrew, presentator van het YouTube-kanaal Idol Killer, wordt het calvinisme benoemd als een schadelijke en misleidende leer die het christelijke geloof verdraait en het evangelie onjuist presenteert. Dieze blog analyseert McGrew’s argumenten tegen het calvinisme en onderzoekt de bredere implicaties van deze theologische discussie.

Calvinisme is een vervorming van het Evangelie

Een van de kernpunten van McGrew’s kritiek is dat het calvinisme een verdraaiing is van de oorspronkelijke christelijke boodschap. Volgens hem presenteert deze leer God als een wezen dat alle gebeurtenissen vooraf heeft bepaald, inclusief kwaad en zonde. Dit is problematisch omdat het een beeld van God schetst als iemand die niet werkelijk rechtvaardig is, maar eerder een meesterplanner van zowel goed als kwaad.

Calvinisten verdedigen hun standpunt vaak met de doctrine van predestinatie, (uitverkiezing) waarbij wordt gesteld dat God vooraf heeft bepaald wie gered zal worden en wie verloren zal gaan. Dit zou betekenen dat sommige mensen gedoemd zijn tot de hel zonder dat ze daar zelf iets aan kunnen doen. McGrew verwerpt deze interpretatie als onbijbels en moreel verwerpelijk. Hij stelt dat het evangelie in essentie een boodschap van liefde en redding voor iedereen is, niet alleen voor een selecte groep.

Daarnaast wijst hij op de historische context van het calvinisme. Hij stelt dat veel van de kernconcepten van deze leer, zoals de erfzonde en totale verdorvenheid, niet rechtstreeks uit de Bijbel komen, maar voortkomen uit de leer van Augustinus van Hippo. Deze ideeën, die pas ongeveer 500 jaar na Christus wijdverbreid werden, zouden daarom niet als oorspronkelijke christelijke doctrines mogen worden beschouwd.

Indoctrinatie en het gevaar van tunnelvisie

Een ander belangrijk punt dat McGrew aanhaalt, is hoe het calvinisme zich verspreidt via indoctrinatie, vooral binnen gezinnen en kerken waar eenzijdige theologische opvoeding wordt gegeven. Hij merkt op dat veel jonge calvinisten opgroeien in een omgeving waar alternatieve theologische perspectieven worden genegeerd of zelfs als gevaarlijk worden bestempeld. Hierdoor ontstaat een situatie waarin men ervan overtuigd is de absolute waarheid te bezitten, zonder open te staan voor kritiek of nuance.

Dit leidt volgens McGrew tot een “indoctrinatie-vibe” waarbij gelovigen niet worden aangemoedigd om zelf op zoek te gaan naar waarheid, maar simpelweg de dogma’s aannemen die hen worden geleerd. Hij verwijst in dit kader naar de YouTuber Messenger for Truth, die zichzelf als orthodox christen beschrijft en claimt enkel de oorspronkelijke apostolische leer te volgen. Toch verdedigt hij tegelijkertijd het calvinisme, dat pas vele eeuwen na Christus volledig is ontwikkeld. Dit toont volgens McGrew de interne tegenstrijdigheid van calvinistische theologie: het presenteert zich als puur en bijbels, terwijl het in werkelijkheid veel latere toevoegingen en interpretaties bevat.

Calvinisme als hindernis  voor evangelisatie en geloof

McGrew benadrukt dat het calvinisme niet alleen schadelijk is voor gelovigen, maar ook voor niet-gelovigen die het christendom willen begrijpen. Hij noemt drie manieren waarop calvinisme het geloof ondermijnt:

Foutieve theologie: Calvinisme presenteert God als iemand die de zonde heeft verordineerd en slechts een selecte groep mensen wil redden. Dit is in strijd met de bredere bijbelse boodschap waarin God liefdevol en rechtvaardig is, en redding voor iedereen beschikbaar stelt.

Afschrikking van niet-gelovigen: Wanneer buitenstaanders kennismaken met het calvinisme als representatief voor het christendom, krijgen ze een vertekend beeld van wie God werkelijk is. Velen verwerpen deze versie van het geloof en keren zich volledig af van het christendom, niet omdat ze Jezus afwijzen, maar omdat ze een theologisch systeem zien dat moreel problematisch lijkt.

Valse zekerheid voor calvinistische ‘farizeeërs’: McGrew stelt dat sommige calvinisten zich vasthouden aan een intellectueel systeem zonder een echte relatie met God te hebben. Voor hen is het calvinisme een filosofisch bouwwerk waarin ze zich veilig voelen, maar waarin ze de kern van het geloof – een oprechte band met God – uit het oog verliezen.

Volgens McGrew wordt het calvinisme vaak aantrekkelijk gevonden door mensen die houden van intellectuele uitdaging en complexiteit, maar die daardoor een authentieke en persoonlijke geloofsbeleving missen. Hij waarschuwt dat de theologische structuur van het calvinisme veel ruimte laat voor een rationele benadering van het geloof, zonder dat men werkelijk leeft volgens de leer van Christus.

Getuigenis

Een van de krachtigste argumenten in de video is McGrew’s eigen getuigenis. Hij was jarenlang een calvinist en verdedigde de leer met volle overtuiging, totdat hij zich realiseerde dat het in strijd was met de bijbelse boodschap van liefde en genade. Hij beschrijft hoe moeilijk het was om toe te geven dat hij een verkeerd theologisch systeem had verdedigd, en hoe pijnlijk het besef was dat hij, in zijn oprechte verlangen om God te eren, onbewust een verdraaide versie van het evangelie had verkondigd.

McGrew’s verhaal benadrukt het belang van geloofs zelfreflectie. Hij moedigt anderen aan om kritisch na te denken over de doctrines die zij aanhangen en zich niet blind te staren op traditie of autoriteit. Hij stelt dat ware theologie niet draait om intellectuele coherentie, maar om een oprechte relatie met God.

De kritiek op het calvinisme, zoals geuit door Warren McGrew, is diepgaand en raakt aan fundamentele vragen over de aard van God, genade en menselijke verantwoordelijkheid. Hij betoogt dat het calvinisme een misleidende en schadelijke leer is die een onjuist beeld schetst van Gods karakter en een obstakel vormt voor zowel gelovigen als niet-gelovigen.

Door te wijzen op de historische wortels van het calvinisme, de gevaren van indoctrinatie en de negatieve impact op evangelisatie, maakt McGrew een krachtig pleidooi voor een hernieuwde benadering van het geloof – een die werkelijk recht doet aan de Bijbelse boodschap van liefde en redding voor iedereen.

De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #slot

Gail Riplinger valse beschuldigingen

Vorige deel De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #5

Een van de meest invloedrijke personen binnen de KJV-only beweging is Gail Riplinger, auteur van o.a. New Age Bible Versions (1993).

Riplinger beweert dat moderne vertalingen satanisch zijn en een “New Age-agenda” promoten.

Echter, haar boek bevat veel fouten, misleidende citaten en foutieve redeneringen.

Bijvoorbeeld:

  1. Ze citeert mensen uit hun context en verdraait wat ze echt bedoelen.
  2. Ze verwart B.F. Westcott (de Bijbelgeleerde) met W.W. Westcott (een occultist uit een latere periode).
  3. Ze claimt dat de KJV de “eenvoudigste” Bijbel is volgens leesbaarheidsonderzoeken, terwijl in werkelijkheid de taal van de KJV verouderd en moeilijk te begrijpen is.

Geleerden uit verschillende christelijke stromingen hebben haar werk volledig ontkracht. Dr. James White, een Calvinsitische  Bijbelgeleerde en auteur van The King James Only Controversy, noemt Riplingers werk:

“Het meest slordige en oneerlijke boek over tekstkritiek dat ooit is geschreven.”

Valse beschuldigingen tegen nieuwe vertalingen

Sommige KJV-only aanhangers beweren dat nieuwe vertalingen doctrines zoals de goddelijkheid van Christus verzwakken. Maar dit is niet waar.

Voorbeelden van waar de KJV juist zwakker is dan moderne vertalingen:

  1. Titus 2:13
    • KJV: “…the great God and our Saviour Jesus Christ.”
    • NIV: “…our great God and Savior, Jesus Christ.” (Correcte grammaticale constructie)

→ De KJV maakt het mogelijk om “God” en “Jezus” als twee afzonderlijke figuren te zien, terwijl moderne vertalingen duidelijker maken dat Jezus “onze grote God en Redder” is.

  1. 2 Petrus 1:1
    • KJV: “…the righteousness of God and our Saviour Jesus Christ.”
    • NIV: “…the righteousness of our God and Saviour Jesus Christ.”

→ De KJV maakt onderscheid tussen “God” en “Jezus”, terwijl de moderne vertalingen duidelijk bevestigen dat Jezus zowel God als Redder is.

  1. Romeinen 9:5
    • KJV: “…Christ came, who is over all, God blessed forever.”
    • NIV: “…Christ, who is God over all, forever praised!”

→ De KJV maakt het onduidelijk of Jezus hier God wordt genoemd, terwijl de moderne vertaling dit sterker benadrukt.

Dit laat zien dat moderne vertalingen de goddelijkheid van Christus juist duidelijker maken dan de KJV.

Goede en slechte Bijbelvertalingen

Er zijn veel goede en betrouwbare Bijbelvertalingen, maar er zijn ook slechte en misleidende versies.

Goede vertalingen:

+English Standard Version (ESV) – Betrouwbare en nauwkeurige weergave van de oorspronkelijke tekst.
+New International Version (NIV) – Een evenwichtige vertaling, leesbaar en accuraat.
+New American Standard Bible (NASB) – Zeer nauwkeurig, vooral voor diepgaande studie.
+New King James Version (NKJV) – Een modernere versie van de KJV met verbeterde leesbaarheid.

Slechte of misleidende vertalingen:

-The Message (MSG) – Geen vertaling, maar een vrije parafrase met theologische aanpassingen.

-The Clear Word (CWB) – Een Adventistische parafrase die extra woorden toevoegt aan de tekst.

-New World Translation (NWT, Jehovah’s Getuigen) – Een sektarische vertaling die bewust teksten verdraait om de leer van de Jehovah’s Getuigen te ondersteunen.

De NIV, ESV en NASB zijn betrouwbaarder dan de KJV, omdat ze gebruikmaken van de beste beschikbare manuscripten.

Lessen uit de geschiedenis

Sommige KJV-only aanhangers zeggen dat alleen de KJV herleving en opwekking heeft gebracht, maar dit is historisch gezien niet waar.

  • Veel ketterijen en valse leringen ontstonden toen de KJV dominant was, zoals de Mormonen, de Jehovah’s Getuigen en extreme charismatische bewegingen.
  • Charles Spurgeon, de “Prins der Predikers”, waarschuwde in de 19e eeuw al tegen de “downgrade” in geloofsopvattingen, ondanks het feit dat de KJV wijdverbreid werd gebruikt.
  • De Reformatie vond plaats vóór de KJV, toen de Bijbel in het Latijn en vroege Engelse vertalingen beschikbaar was.

Dit toont aan dat herleving niet afhangt van één bepaalde vertaling, maar van gehoorzaamheid aan Gods Woord in welke betrouwbare vertaling dan ook.

Tot slot

  1. De KJV is een belangrijke historische vertaling, maar bevat fouten en onnauwkeurigheden.
  2. De Textus Receptus is niet de beste Griekse tekst, want er zijn oudere en betere manuscripten beschikbaar.
  3. Westcott en Hort waren geen ketters, maar betrouwbare tekstgeleerden.
  4. Gail Riplinger en andere KJV-only aanhangers verspreiden onjuiste informatie.
  5. Moderne vertalingen zoals de NIV, ESV en NASB zijn accuraat en betrouwbaar.
  6. De keuze voor een Bijbelvertaling zou moeten afhangen van nauwkeurigheid en leesbaarheid, niet van traditie.

“De beste Bijbel is degene die je leest en begrijpt!”

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd

Deze video, en morgen nog het slot in de reeks “De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” gaan zo langzamerhand een afsluiting vormen van het onderwerp KJV -only en Statenvertaling alléén op deze website. Ik heb me er de afgelopen tijd intensief mee bezig heb gehouden. Er zullen nog wat posts volgen in de reeks “Checklist “vervalste Bijbels” van sv1637.org”, maar daarna ben ik wel een beetje klaar met het onderwerp. De presentatie van deze video is wellicht wat té ADHD, met sommige woorden die ik zelf anders zou kiezen, maar de inhoud stáát.

YouTube player

De video is een kritische bespreking van KJV Only-isme en de overtuiging dat de King James Version (KJV, 1611) en de Statenvertaling (SV, 1637) de enige geïnspireerde bijbelvertalingen zijn. De spreker weerlegt veelgebruikte argumenten en benadrukt waarom dit standpunt problematisch is.

In deze analyse behandelen we de volgende aspecten:

  1. Wat is KJV Only-isme?
  2. Welke argumenten gebruikt de video tegen KJV Only?
  3. Factcheck van de belangrijkste claims.
  4. Beoordeling van de argumentatie en de sterkte van de video.

1. Wat is KJV Only-isme?

KJV Only-isme is de overtuiging dat de King James Version (1611) de enige door God geïnspireerde Engelse bijbelvertaling is. Dit idee wordt vaak ook toegepast op de Statenvertaling (1637) in Nederland.

🔹 Belangrijke kenmerken van deze overtuiging:

  • Alle andere vertalingen zijn corrupt en zouden teksten verwijderen of verdraaien.
  • God heeft de KJV (of Statenvertaling) bewaard en geïnspireerd, waardoor deze perfect en foutloos zou zijn.
  • Moderne vertalingen zoals de NIV, ESV en NBV zijn beïnvloed door satanische krachten of een theologisch complot.

🔹 Bekende voorstanders van KJV Only-isme:

  • Gail Riplinger (New Age Bible Versions – beschuldigt moderne vertalers van samenwerking met de Antichrist).
  • Righteous Remnant NL & Jezus Weende (Nederlandstalige KJV/SV Only-kanalen).
  • Mark Verhoeven (Belgische KJV Only-aanhanger met de website Verhoevenmark.be).

2. Welke argumenten gebruikt de video tegen KJV Only-isme?

De video stelt dat KJV Only-isme onhoudbaar is en weerlegt dit met de volgende punten:

A. De Bijbel ondersteunt KJV Only-isme niet

  • Er is geen enkel vers in de Bijbel dat zegt dat één specifieke vertaling de enige juiste is.
  • De inleiding van de King James Version (1611) vermeldt expliciet dat vertalen mensenwerk is en dat taal verandert.
  • De Statenvertaling bevat voetnoten met alternatieve vertalingen, wat aangeeft dat verschillende interpretaties mogelijk zijn.

📌 Analyse:
Correct – De Bijbel claimt nergens dat een specifieke vertaling perfect is. Dit ondermijnt het fundament van KJV Only-isme.

B. De Textus Receptus (TR) is gebaseerd op een beperkte tekstbasis

  • De KJV en Statenvertaling zijn gebaseerd op de Textus Receptus (TR), die slechts 10-12 late Griekse manuscripten gebruikt.
  • Moderne vertalingen gebruiken de kritische tekst, samengesteld uit 5.700+ Griekse manuscripten, waaronder oudere en betrouwbaardere bronnen.

📌 Analyse:
Correct – De Textus Receptus is gebaseerd op een beperkt aantal middeleeuwse manuscripten (10e-11e eeuw), terwijl moderne vertalingen duizenden manuscripten gebruiken, waarvan sommige dateren uit de 2e-4e eeuw.

📌 Bronnen:

  • Nestle-Aland 28 (kritische tekst met de breedste manuscriptbasis).
  • Bruce Metzger – The Text of the New Testament (toonaangevend werk over tekstkritiek).

C. KJV Only-aanhangers beweren onterecht dat moderne vertalingen teksten verwijderen

  • KJV-aanhangers beweren dat moderne vertalingen teksten weglaten, zoals:
    • Johannes 5:7 (“Comma Johanneum”)
    • Markus 16:9-20 (“Lang einde van Markus”)
    • Johannes 8:1-11 (Overspelige vrouw)
  • In werkelijkheid komen deze passages niet in de oudste manuscripten voor.
  • Moderne vertalingen markeren deze passages eerlijk als twijfelachtig en plaatsen ze vaak in voetnoten.

📌 Analyse:
Correct – De genoemde teksten zijn waarschijnlijk latere toevoegingen en komen niet voor in de oudste Griekse manuscripten (zoals Codex Sinaiticus en Vaticanus, 4e eeuw).

📌 Bronnen:

  • Metzger’s Commentary on the Greek New Testament – verklaart waarom deze teksten als later worden beschouwd.
  • Codex Sinaiticus & Vaticanus (4e eeuw) – deze vroege manuscripten bevatten de genoemde verzen niet.

D. KJV Only-aanhangers negeren dat de KJV zelf herzien is

  • De oorspronkelijke King James Version (1611) bevatte de apocriefe boeken (zoals 1 & 2 Makkabeeën).
  • De KJV die vandaag wordt gebruikt, is een herziene versie uit 1769, met spellings- en tekstaanpassingen.
  • Statenvertaling-aanhangers verwerpen moderne bijbelvertalingen, maar gebruiken wel een geüpdatete versie van de Statenvertaling (1762 & 1773).

📌 Analyse:
Correct – De KJV en Statenvertaling zijn meerdere keren aangepast om taal en spelling te moderniseren. Dit ondermijnt het idee dat alleen de 1611-versie perfect is.

📌 Bronnen:

  • Facsimile van de originele 1611 KJV – toont de apocriefe boeken en spellingsverschillen.
  • Geschiedenis van de Statenvertaling – toont herzieningen in 1762 en 1773.

3. Beoordeling van de video: Hoe sterk zijn de argumenten?

Sterke punten van de video:

  • De spreker onderbouwt zijn standpunten goed met feitelijke informatie.
  • Hij benadrukt het belang van tekstkritiek en de bredere manuscriptbasis van moderne vertalingen.
  • Hij weerlegt populaire KJV Only-argumenten helder en zonder complottheorieën.

⚠️ Zwakke punten van de video:

  • Geen verwijzingen naar academische bronnen. Hoewel de argumenten correct zijn, zou het gebruik van werken van tekstcritici zoals Bruce Metzger of Daniel Wallace de video sterker maken.
  • Soms emotionele toon. De spreker gebruikt termen als “sectarisch” en “walgelijke valse beschuldigingen”, wat KJV-aanhangers kan afschrikken in plaats van overtuigen.

4. Eindconclusie: Is KJV Only-isme houdbaar?

🚫 Nee, KJV Only-isme is geen houdbaar standpunt.

  • Er is geen Bijbelse basis voor het idee dat de KJV of Statenvertaling de enige juiste vertaling is.
  • De Textus Receptus is gebaseerd op een beperkt aantal late manuscripten, terwijl moderne vertalingen een bredere en oudere manuscriptbasis gebruiken.
  • KJV-aanhangers misleiden wanneer ze beweren dat moderne vertalingen teksten weglaten. In werkelijkheid bevatten sommige KJV-teksten later toegevoegde verzen.
  • De KJV en Statenvertaling zijn zelf herzien, wat het argument dat alleen de 1611/1637-versies zuiver zijn ondermijnt.

📌 Advies: Gebruik meerdere vertalingen en raadpleeg tekstkritische bronnen als je een dieper begrip van de Bijbel wilt krijgen.

De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #5

De Textus Receptus en de oude manuscripten

Vorige deel De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #4

De King James Version (KJV) is gebaseerd op de Textus Receptus (Latijn voor “Ontvangen Tekst”). Dit is een Griekse tekst van het Nieuwe Testament, samengesteld door Desiderius Erasmus in de 16e eeuw.

De Textus Receptus werd later aangepast door Robert Estienne (Stephanus) en Theodore Beza en vormde de basis voor de KJV en andere vroege Engelse Bijbels.

Veel aanhangers van de KJV-only beweging beweren dat de Textus Receptus de beste en meest betrouwbare Griekse tekst is, maar dit is een misvatting.

Problemen met de Textus Receptus

  1. Gebaseerd op late manuscripten
    Erasmus had slechts een handvol Griekse manuscripten tot zijn beschikking, en de meeste waren uit de 12e eeuw of later. Tegenwoordig hebben we veel oudere manuscripten die dichter bij de oorspronkelijke teksten liggen.
  2. Handmatig gekopieerde fouten
    De Griekse manuscripten die Erasmus gebruikte, bevatten fouten die in de Textus Receptus zijn opgenomen en later in de KJV terechtkwamen.
  3. Toevoegingen aan de tekst
    Zoals eerder besproken, bevat de KJV versregels die in geen enkele Griekse manuscripten vóór de Middeleeuwen te vinden zijn, zoals 1 Johannes 5:7-8 (de “Comma Johanneum”).
  4. Erasmus vulde ontbrekende delen in met de Vulgaat
    Bij het samenstellen van de Textus Receptus miste Erasmus een aantal verzen, met name het laatste deel van Openbaring. Om dit op te lossen, vertaalde hij deze verzen vanuit het Latijn terug naar het Grieks, wat resulteerde in unieke woorden en zinsconstructies die nergens anders in Griekse manuscripten voorkomen.

Modernere manuscripten en hun betrouwbaarheid

Sinds de tijd van Erasmus zijn veel oudere manuscripten ontdekt, waaronder:

  • Codex Sinaiticus (4e eeuw)
  • Codex Vaticanus (4e eeuw)
  • Codex Alexandrinus (5e eeuw)

Deze vroege manuscripten worden door moderne vertalers als betrouwbaarder beschouwd omdat ze dichter bij de oorspronkelijke geschriften liggen.

Moderne vertalingen zoals de NIV, ESV en NASB maken gebruik van deze oudere bronnen en zijn daarom in veel opzichten nauwkeuriger dan de KJV.

Waarom houden sommige mensen vast aan de KJV?

Veel KJV-only aanhangers beweren dat moderne vertalingen corrupt zijn en dat alleen de KJV betrouwbaar is. Hun argumenten zijn vaak gebaseerd op verkeerde informatie of misvattingen.

  1. “Moderne vertalingen verwateren de Bijbel”

Sommigen wijzen erop dat moderne vertalingen verzen “weglaten” die in de KJV staan. Bijvoorbeeld:

  • Handelingen 8:37 ontbreekt in veel moderne vertalingen.
  • Mattheüs 17:21 en Markus 9:44, 46 zijn niet in alle moderne vertalingen opgenomen.

Echter, deze verzen ontbreken in de oudste en beste Griekse manuscripten. Dit betekent dat ze waarschijnlijk later zijn toegevoegd en niet oorspronkelijk in de Bijbel stonden.

  1. “Westcott en Hort waren ketters”

Sommige KJV-only aanhangers bekritiseren de theologen Brooke Foss Westcott en Fenton John Anthony Hort, die in de 19e eeuw een nieuwe Griekse tekst samenstelden.

Er wordt beweerd dat Westcott en Hort spiritisten of vrijmetselaars waren en daarom een corrupte Griekse tekst produceerden. Echter, deze beschuldigingen zijn ongegrond en worden vaak uit hun verband getrokken.

  1. “God heeft de KJV geïnspireerd”

Sommige KJV-only gelovigen beschouwen de KJV als een geïnspireerde vertaling, net als de oorspronkelijke Bijbelse geschriften. Dit idee is theologisch problematisch omdat geen enkele vertaling perfect is.

Conclusie over de Textus Receptus en de KJV

De King James Version is een prachtige en historische vertaling, maar ze is niet de meest nauwkeurige versie van de Bijbel.

  • De Textus Receptus is gebaseerd op beperkte en late manuscripten.
  • Oudere manuscripten laten zien dat sommige passages in de KJV waarschijnlijk toevoegingen uit de Middeleeuwen zijn.
  • Moderne vertalingen maken gebruik van betere en oudere bronnen.

Dit betekent niet dat de KJV een slechte vertaling is, maar het is niet de enige of de meest betrouwbare vertaling.

Voor een zo nauwkeurig mogelijke Bijbelstudie is het raadzaam om:

  1. Meerdere vertalingen te gebruiken (bijv. KJV, ESV, NIV, NASB).
  2. De Griekse en Hebreeuwse teksten te raadplegen waar mogelijk.
  3. De historische context te begrijpen waarin verschillende manuscripten zijn geschreven en gekopieerd.

De overtuigingen van Westcott en Hort

Veel aanhangers van de KJV-only beweging bekritiseren Brooke Foss Westcott en Fenton John Anthony Hort, omdat hun Griekse tekst uit 1881 de basis vormde voor veel moderne Bijbelvertalingen. Er wordt beweerd dat Westcott en Hort liberale theologen waren of zelfs betrokken waren bij spiritisme.

Maar deze beschuldigingen zijn vaak gebaseerd op verkeerde informatie of misinterpretatie van hun brieven en geschriften.

Wat geloofden Westcott en Hort echt?

  • Ze geloofden in de goddelijke inspiratie van de Schrift.
  • Ze erkenden dat de Bijbel kleine tekstvarianten bevat, maar geloofden dat een grondige studie van oude manuscripten zou helpen om de meest originele tekst te reconstrueren.
  • Ze verwierpen niet de doctrines van Jezus’ goddelijkheid of de Drie-eenheid, zoals sommige KJV-only aanhangers beweren.

Westcott schreef over de Bijbel:
“De Schrift is het Woord van God, geschreven door mensen onder leiding van de Heilige Geest.”

Hort schreef over de goddelijkheid van Christus:
“Jezus Christus is onze Heere en onze God.”

Deze citaten tonen aan dat zij orthodoxe christenen waren en geen ketters, zoals soms wordt beweerd.

“Gods Woord is niet gebonden aan één enkele vertaling, maar spreekt tot ons door Zijn boodschap in elke betrouwbare vertaling.”

Volgende en laatste deel De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #slot

De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #4

Fouten in de KJV

Vervolg van De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #3

Velen geloven dat de King James Version de meest nauwkeurige vertaling van de Bijbel is. Hoewel de KJV een meesterwerk is op het gebied van taal en literaire schoonheid, bevat deze desondanks verschillende fouten en onnauwkeurigheden.

Een van de meest bekende fouten in vroege edities van de KJV is de zogenaamde “Bileam’s ezel”-fout in Numeri 22:30. In plaats van te vertalen dat de ezel tegen Bileam sprak, drukte een foutieve drukeditie het verkeerd af en stond er: “En de ezel zei tegen de priester.”

Een andere bekende fout was de beruchte “Zondige Bijbel” uit 1631, waarin Exodus 20:14 luidde: “Gij zult overspel bedrijven.” (in plaats van “Gij zult geen overspel bedrijven.”). Drukkers Robert Barker en Martin Lucas werden zwaar beboet en verloren hun vergunning om te drukken.

Naast deze redactionele fouten bevat de KJV ook vertaalfouten, die vaak worden genegeerd door voorstanders van KJV-only

Een paar voorbeelden

  1. Handelingen 12:4 – “Easter” in plaats van “Passover”

KJV: “And when he had apprehended him, he put him in prison, and delivered him to four quaternions of soldiers to keep him; intending after Easter to bring him forth to the people.”

Het Griekse woord hier is πασχα (pascha), wat overal elders in de KJV correct als Passover (Pascha) wordt vertaald. Maar in Handelingen 12:4 werd het ten onrechte weergegeven als Easter (Pasen).

Dit is fout, aangezien Pasen een christelijk feest is wat pas eeuwen later ontstond. Het woord Easter in deze context is een verkeerde vertaling.

  1. Openbaring 22:19 – “Book of life” in plaats van “Tree of life”

KJV: “And if any man shall take away from the words of the book of this prophecy, God shall take away his part out of the book of life, and out of the holy city, and from the things which are written in this book.”

De Griekse manuscripten zeggen echter “tree of life” (boom des levens), niet “book of life”. Ook de meerderheidstekst zegt het zo.

Veel nieuwe vertalingen verbeteren dit:

  • NIV: “God will take away from that person any share in the tree of life and in the Holy City, which are described in this scroll.”
  • ESV: “God will take away his share in the tree of life and in the holy city, which are described in this book.”

De fout in de KJV is waarschijnlijk het gevolg van een kopiist die de Latijnse Vulgaat volgde in plaats van de oorspronkelijke Griekse manuscripten.

  1. Jesaja 14:12 – “Lucifer” in plaats van “Morning Star”

KJV: “How art thou fallen from heaven, O Lucifer, son of the morning! how art thou cut down to the ground, which didst weaken the nations!”

De KJV gebruikt hier Lucifer, een Latijns woord dat niet voorkomt in de Hebreeuwse tekst. Het Hebreeuwse woord הֵילֵל (helel) betekent “morgenster” of “schitterende ster”.

Moderne vertalingen geven dit correct weer:

  • NIV: “How you have fallen from heaven, morning star, son of the dawn!”
  • ESV: “How you are fallen from heaven, O Day Star, son of Dawn!”

De fout in de KJV leidde tot een wijdverbreide misvatting dat Lucifer een naam voor satan zou zijn.

  1. 1 Johannes 5:7-8 – De “Comma Johanneum” toevoeging

KJV: “For there are three that bear record in heaven, the Father, the Word, and the Holy Ghost: and these three are one. And there are three that bear witness in earth, the Spirit, and the water, and the blood: and these three agree in one.”

De vetgedrukte woorden in vers 7-8 staan niet in de oudste Griekse manuscripten. Dit deel werd pas in de Middeleeuwen toegevoegd aan enkele Latijnse manuscripten en vond zo zijn weg naar de KJV.

Moderne vertalingen corrigeren dit:

  • NIV: “For there are three that testify: the Spirit, the water and the blood; and the three are in agreement.”
  • ESV: “For there are three that testify: the Spirit and the water and the blood; and these three agree.”

Dit is een van de bekendste toevoegingen in de KJV. In de meerderheidstekst ontbreekt dit.

De bovenstaande voorbeelden laten zien dat ook de KJV niet zonder fouten is. Hoewel het een belangrijke en invloedrijke vertaling is, betekent dit niet dat het de meest nauwkeurige is.

Veel KJV-only aanhangers beweren dat de KJV door God geïnspireerd is en zonder fouten, maar de feiten tonen aan dat:

  1. De KJV door mensen werd vertaald en geredigeerd.
  2. Er herzieningen nodig waren om eerdere fouten te corrigeren.
  3. Sommige vertalingen in de KJV onnauwkeurig zijn in vergelijking met de oudste beschikbare manuscripten.

Dit betekent niet dat de KJV een slechte vertaling is, maar hij is niet perfect en niet de enige betrouwbare Bijbelvertaling.

Moderne vertalingen zoals de NIV, ESV en NASB maken gebruik van oudere en betere manuscripten en zijn daarom vaak nauwkeuriger.

“De beste Bijbel is niet een specifieke vertaling, maar degene die je leest en begrijpt.”

Volgende deel: De Textus Receptus en de oude manuscripten

De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #3

Vroege vertalingen naar het Engels

Vervolg van De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #2

Het is een veelvoorkomende misvatting dat de Bijbel voor het eerst in het Engels werd vertaald door John Wycliffe. Die eer komt eigenlijk voornamelijk toe aan Nicholas Hereford, die onder toezicht van Wycliffe werkte.

Hij voltooide het Oude Testament in 1382. Het Nieuwe Testament werd door anderen voltooid in 1384. Zijn vertaling (van de Vulgaat) was moeilijk te lezen.

Een beter leesbare en geliefde vertaling was die van John Purvey (de secretaris van Wycliffe). Deze werd voltooid in 1395 en bekend als de Lollard Bible.

Hoewel Wycliffe (ca. 1329-1384) vaak wordt genoemd als de eerste Engelse vertaler van de Bijbel, wordt er opgemerkt:
“Het is mogelijk dat hij direct helemaal geen bijdrage leverde aan enige vertaling, maar hij inspireerde het project en hield toezicht op het werk van anderen vanuit zijn pastorie in Lutterworth.”

De volgende belangrijke vertaling voor Engelstaligen was die van William Tyndale in 1526.

Bijbelvertalingen in de Engelse taal vóór 1611 (in chronologische volgorde)

  • 1384 – Wycliffe-vertaling (door Nicholas Hereford en anderen).
  • 1395 – Lollard Bible (door John Purvey).
  • 1526 – Tyndale begint met het drukken van het Nieuwe Testament.
  • 1535 – Coverdale.
  • 1537 – Matthew.
  • 1539 – Great Bible.
  • 1560 – Geneva Bible (de eerste Engelse Bijbel met versindeling).
  • 1568 – Bishops Bible.
  • 1611King James Version (KJV), ook bekend als de Authorized Version (AV).

De KJV werd snel populair omdat de taal aansloot bij het taalgebruik in die tijd. Dit is een belangrijk aspect van vertalingen, want het Nieuwe Testament werd oorspronkelijk geschreven in Koine Grieks – de gewone spreektaal van het volk.

Dit betekent dat een vertaling van de Bijbel in de hedendaagse taal moet zijn om getrouw te blijven aan de oorspronkelijke manuscripten. Taal is niet statisch. Woorden veranderen soms van betekenis, of verdwijnen zelfs.

Het oordeel van de KJV-vertalers over hun eigen werk

De KJV-vertalers waren bescheiden over hun werk. In de inleiding van de eerste editie adviseren zij bijbelstudenten om ook andere vertalingen te raadplegen:

“… als er iets in de KJV gebrekkig of overbodig is, of niet zo goed overeenkomt met het origineel [Hebreeuws en Grieks], laat dit dan gecorrigeerd worden en laat de waarheid op zijn plaats worden gezet.”

Hier zien we dat zij, zoals een goed vertaler betaamt, zich bewust waren onvermijdelijke onvolkomenheden. Ze stonden open voor aanvulling en correctie.

Wat veel mensen zich niet realiseren, is dat de King James Version die tegenwoordig algemeen gebruikt wordt, niet de originele 1611-versie is.

De huidige versie is het resultaat van een herziening uit 1769 door Benjamin Blayney, een professor in het Hebreeuws aan de Universiteit van Oxford. Daarom wordt deze versie ook wel de “Oxford Standard Edition” genoemd.

Deze herziening volgde op drie eerdere herzieningen:

  • 1629
  • 1638
  • 1762

De conclusie is gerechtvaardigd dat herzieningen allerminst een modern verschijnsel zijn. Ze zijn er altijd geweest, en ze waren nodig.

Volgende deel: Fouten in de KJV

Geverifieerd door MonsterInsights