Het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede en de Gemeente

Is het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede de opdracht van of aan de Gemeente?

Moet de Gemeente vandaag het Evangelie van het koninkrijk voortzetten zoals in Mattheüs 10? En is de Bergrede de directe grondwet van de Gemeente? Dit blog laat zien waarom juist hier veel evangelische verwarring ontstaat, en waarom het onderscheid tussen Israël, Koninkrijk en Gemeente onmisbaar is.

Er zijn misverstanden die zo vaak worden herhaald, dat ze haast onaantastbaar lijken. Dit is er één van: de Gemeente zou vandaag eenvoudig moeten voortzetten wat Johannes de Doper predikte, wat de twaalf in Mattheüs 10 predikten, en wat de Heere Jezus in de Bergrede uiteenzette. Alsof dat allemaal zonder meer samenvalt. Alsof er geen heilshistorisch onderscheid bestaat. Alsof Israël en de Gemeente inwisselbaar zijn. Alsof de Schrift lijnen trekt, die wij naar believen mogen verleggen.

Maar zodra men dat doet, gaat niet alleen de uitleg scheef. Dan gaat ook de prediking scheef. Dan verschuift het accent van kruis naar Koninkrijk, van Genade naar programma, van verzoening naar zichtbare invloed, van apostolische eenvoud naar religieuze invloed. Dan krijgt men een boodschap die misschien indrukwekkend klinkt, maar die niet meer zuiver op haar eigen Bijbelse fundament staat.

De vraag is dus niet of het Koninkrijk belangrijk is. Dat is het. De vraag is niet of de woorden van de Heere Jezus in de Bergrede gezag hebben. Natuurlijk hebben zij dat. De vraag is: mogen wij het evangelie van het koninkrijk en de Bergrede zonder onderscheid rechtstreeks tot de primaire opdracht van de Gemeente maken?

Het antwoord is: nee.

En dat “nee” is geen verarming van de Bijbel, maar juist een poging om de Bijbel te laten spreken zoals hij zichzelf presenteert.

evangelie van het koninkrijk, de bergrede en de gemeente

Wat is het Evangelie van het Koninkrijk?

Het Evangelie van het koninkrijk is de blijde boodschap dat de beloofde Koning aanwezig is en dat het Koninkrijk nabij gekomen is. Johannes de Doper predikt het. De Heere Jezus predikt het. De twaalf worden ermee uitgezonden.

“Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 3:2 (STV)

“Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 4:17 (STV)

“En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 10:7 (STV)

Dat is helder. Maar wie de tekst serieus neemt, moet onmiddellijk de volgende vraag stellen: tot wie klinkt deze boodschap in die fase?

Tot wie was deze prediking gericht?

Hier begint de verwarring vaak al, omdat men Mattheüs leest alsof Handelingen, de brieven en de gehele latere openbaring er al in uitgewerkt zijn. Maar dat is niet zo. De Heere Jezus zendt de twaalf in Mattheüs 10 niet uit naar de wereld in het algemeen.

“Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Wijkt niet af op den weg der heidenen, en gaat niet in enige stad der Samaritanen; Maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Mattheüs 10:5-6 (STV)

Dat is niet vaag. Dat is niet symbolisch. Dat is concreet. Deze prediking staat in directe verbinding met Israël, met de komst van Israëls Messias en met de aankondiging dat het Koninkrijk nabij gekomen is.

Wie dat ontkent, maakt de tekst niet dieper maar vlakker. Hij vervangt de werkelijke context door een eigen systeem.

De veelgemaakte fout in veel Evangelische prediking

De veelgemaakte fout is dat men de aardse bediening van de Heere Jezus te snel en te absoluut tot gemeentelijke blauwdruk maakt. Dan wordt alles op één hoop gegooid. Johannes de Doper, Mattheüs 10, de Bergrede, Handelingen en Paulus worden samengesmolten tot één ongedifferentieerd pakket, en vervolgens noemt men dat “Bijbels”.

Maar dat is het probleem juist: het is niet zorgvuldig genoeg Bijbels.

Dan hoort men uitspraken als:

wij moeten vandaag hetzelfde evangelie prediken als in Mattheüs 10

wij moeten nu het Koninkrijk zichtbaar manifesteren

wij moeten de wereld onder Christus’ heerschappij brengen

de Bergrede is de grondwet van de Gemeente

Maar dat  klinkt vaak meer Bijbels dan het is. Want zodra men Israël, Koninkrijk en Gemeente niet meer onderscheidt, ontstaat vroeg of laat een prediking die weliswaar vurig is, maar niet zuiver.

Wat is de centrale boodschap van de Gemeente?

Na kruis en opstanding staat de prediking in het volle licht van Christus’ volbrachte werk. Dan komt de nadruk te liggen op Zijn dood voor de zonden, Zijn begrafenis, Zijn opstanding, rechtvaardiging door geloof, vergeving van zonden en verzoening met God.

“Maar wij prediken Christus den Gekruisigde.” 1 Korinthe 1:23 (STV)

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” 1 Korinthe 2:2 (STV)

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” 1 Korinthe 15:3-4 (STV)

Paulus noemt zijn bediening niet voor niets:

“Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, dien ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” Handelingen 20:24 (STV)

Dáár ligt het zwaartepunt van de gemeentelijke prediking. Niet bij de vorm waarin het Koninkrijk in Mattheüs wordt aangekondigd, maar bij de gekruisigde en opgestane Christus.

Heeft de Gemeente dan niets met het Koninkrijk te maken?

Zeker wel Maar ook hier geldt dat men onderscheid moet bewaren. De Gemeente heeft wel degelijk met het Koninkrijk van God te maken. Paulus predikte ook het Koninkrijk van God.

“Predikende het Koninkrijk Gods, en lerende van den Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, onverhinderd.” Handelingen 28:31 (STV)

Maar de Gemeente spreekt over het Koninkrijk vanuit het volbrachte werk van Christus, vanuit Zijn verhoging, vanuit de openbaring die later door de apostelen is ontvouwd. Zij staat niet in exact dezelfde fase als Johannes de Doper of de twaalf in Mattheüs 10.

Dat verschil is niet klein. Dat verschil is beslissend.

Waarom dit onderscheid onmisbaar is

Waar dit onderscheid verdwijnt, gaat de prediking schuiven. Dan wordt genade ingeruild voor actie, verzoening voor invloed, kruis voor koninkrijkstaal, en hemelse hoop voor aardse ambities. Dan wordt de Gemeente niet langer gezien als een volk dat leeft uit genade en uitziet naar haar Heere, maar als een instrument dat hier en nu zichtbaar heerschappij moet vestigen.

En dan duiken meestal ook dezelfde misvormingen op: dominion-denken, triomfalisme, opgeblazen taal over doorbraak, herstel van invloed, culturele verovering en geestelijke machtsaanspraken die veel energie genereren maar weinig exegetische discipline verraden.

De Gemeente is niet geroepen om de wereld alvast ‘messiaans te ordenen’. Zij is geroepen om Christus te verkondigen.

De positie van de Gemeente is hemels

De Schrift spreekt over de Gemeente in termen die niet eenvoudig met Israëls koninkrijksverwachting mogen worden vereenzelvigd.

“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.” Efeze 1:4 (STV)

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” Efeze 2:6 (STV)

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is de taal van de Gemeente: hemelse roeping, hemelse positie, hemelse verwachting. Wie dat wegdrukt, trekt de Gemeente naar de aarde toe en vertroebelt tegelijk Gods profetische lijnen met Israël.

Zijn er dan twee of nog meer Evangeliën?

Nee, niet in de zin van twee wegen tot zaligheid. Er is maar één Zaligmaker, één offer, één grond van behoud: Jezus Christus. Niemand is ooit of zal ooit buiten Hem om behouden geworden.

Maar er is wél verschil in bediening, accent en openbaringshistorische context.

Het Evangelie van het koninkrijk legt de nadruk op de komst van de Koning, de nabijheid van het Koninkrijk en de oproep tot bekering in verband met Gods beloften aan Israël.

Het Evangelie der Genade Gods legt de nadruk op Christus gestorven voor onze zonden, Christus opgewekt, vergeving, rechtvaardiging door geloof en de roeping van de Gemeente.

Dat verschil mag niet worden gladgestreken of worden uitgewist.

Waarom Mattheüs 10 niet de zendingsblauwdruk van de Gemeente is

Mattheüs 10 is geen losse slogan die zonder meer op elke fase van Gods handelen kan worden geplakt. Het is een concrete uitzending in een concrete setting.

“Wijkt niet af op den weg der heidenen, en gaat niet in enige stad der Samaritanen; Maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Mattheüs 10:5-6 (STV)

Niemand die deze woorden laat staan zoals ze er staan, kan volhouden dat dit eenvoudig de universele, primaire formule van de Gemeente is. De prediking in Handelingen en in de brieven staat immers in het volle licht van kruis, opstanding, hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest.

Het probleem is dus niet dat men Mattheüs te letterlijk leest. Het probleem is juist dat men Mattheüs niet letterlijk genoeg wil laten staan.

En de Bergrede dan?

Hier keert exact hetzelfde probleem terug. In evangelische kring wordt de Bergrede vaak behandeld alsof zij simpelweg de directe grondwet van de Gemeente is. Men beroept zich er graag op, juist omdat zij radicaal, praktisch en indrukwekkend klinkt.

Maar ook hier moet eerst de vraag worden gesteld: in welke context spreekt de Heere hier?

De Bergrede staat in koninkrijksverband

 

De Bergrede staat in Mattheüs 5 tot en met 7. Direct daarvoor lezen we:

“Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 4:17 (STV)

En onmiddellijk daarna:

“En Jezus, de scharen ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem.” Mattheüs 5:1 (STV)

De Bergrede komt dus niet uit de lucht vallen. Zij staat in het kader van de komst van de Koning, de nabijheid van het Koninkrijk, de confrontatie met Israël en de ontmaskering van valse gerechtigheid.

De Heere Jezus spreekt daar niet slechts als moreel leraar, maar als de Messias-Koning.

Wat doet de Bergrede?

De Bergrede is geen brave verzameling mooie spreuken. Zij is messcherp. Zij openbaart de ware gerechtigheid tegenover de uiterlijke godsdienst van schriftgeleerden en farizeeën.

“Want Ik zeg u: Tenzij dat uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.” Mattheüs 5:20 (STV)

Dat is vernietigend voor religieuze zelftevredenheid. De Heere bouwt daar geen prettig leefstijlprogramma. Hij breekt juist de vrome schijn af.

En Hij brengt Gods eis niet naar beneden, maar naar binnen.

“Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; maar zo wie doodslaat, die zal strafbaar zijn door het gericht. Maar Ik zeg u: Zo wie ten onrechte op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht.” Mattheüs 5:21-22 (STV)

“Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.” Mattheüs 5:27-28 (STV)

De Bergrede radicaliseert niet in moderne activistische zin. Zij legt bloot hoe diep Gods heilige norm reikt. Niet alleen naar daden, maar naar het hart.

De Bergrede is geen weg naar behoud

Hier gaat veel mis. De Bergrede wordt soms gebruikt als een soort test: leef jij zo, dan ben je een echte christen; leef jij zo niet, dan moet je ernstig twijfelen aan je echtheid. Op die manier wordt de Bergrede in de praktijk een nieuwe wet, een geestelijke zuurtest, een keurmerk voor ware discipelen.

Maar dat is niet haar bedoeling. De Bergrede is niet gegeven opdat zondaren zich daarlangs omhoog zouden werken tot aanneembaarheid voor God.

Integendeel, zij legt de mens juist bloot.

“Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” Mattheüs 5:48 (STV)

Wie dit eerlijk leest, komt niet uit bij zelfvertrouwen, maar bij ontmaskering.

Is de Bergrede dan niet voor de Gemeente?

Natuurlijk is de Bergrede gezaghebbend Woord van God. Natuurlijk is zij ook voor de Gemeente leerzaam. Zij tekent het karakter dat past bij Gods Koninkrijk: ootmoed, oprechtheid, reinheid, barmhartigheid, waarachtigheid, liefde tot vijanden, afwijzing van huichelarij.

Maar dat is iets anders dan zeggen dat de Bergrede de complete leerstellige grondwet van de Gemeente is.

In de Bergrede vind je niet de uitgewerkte openbaring over de Gemeente als lichaam van Christus, niet de volle ontvouwing van de rechtvaardiging zoals Paulus die brengt, niet de leer van de vereniging met Christus in Zijn dood en opstanding, niet de verborgenheid zoals later geopenbaard.

Daarom mag de Bergrede niet worden losgemaakt van de verdere nieuwtestamentische openbaring.

Het gevaar van Evangelische Bergrede-nadruk

In veel Evangelische kringen wordt de Bergrede bewonderd, geciteerd en naar voren geschoven als de samenvatting van echt christendom. Maar vaak gebeurt dat op een scheve manier.

Soms maakt men er een sociaal programma van: wees vredestichter, wees zacht, verbeter de wereld.

Soms maakt men er een radicale discipelschapscode van: hieraan moet blijken of je werkelijk toegewijd bent.

Soms gebruikt men haar selectief en sentimenteel: wel “oordeelt niet”, maar niet de vlijmscherpe ontdekkende eisen die de hele rede doortrekken.

Dan wordt de Bergrede ingezet, maar niet werkelijk recht gedaan.

Hoe moet de Gemeente de Bergrede lezen?

Zo moet het worden samengevat: de Bergrede is niet primair de leerstellige grondwet van de Gemeente, maar zij is wel heilig onderwijs van de Koning in koninkrijksverband, waarin de ware gerechtigheid van Gods Koninkrijk wordt afgebeeld en de schijnvroomheid van de natuurlijke mens aan de kaak wordt gesteld en wordt ontmaskerd.

Voor de Gemeente is zij daarom geen vervanging van het Evangelie der Genade Gods, geen nieuwe wet en geen geïsoleerde totaalformule voor alle leer. Maar zij blijft wel een scherp, heilig en ontdekkend woord van Christus.

Wat moet de Gemeente dan wél doen?

De Gemeente moet de Heer navolgen in gehoorzaamheid, liefde, heiligheid, trouw en getuigenis. Zij moet oproepen tot bekering en geloof. Zij moet spreken over het Koninkrijk van God. Zij moet luisteren naar het onderwijs van Christus, ook in de Bergrede.

Maar boven alles moet zij Christus prediken in het volle licht van Zijn kruis en opstanding.

Niet: wij gaan het Koninkrijk nu zichtbaar vestigen.

Niet: de Bergrede is onze nieuwe wet.

Niet: de echtheid van het geloof hangt af van hoe radicaal wij Mattheüs 5–7 “uitvoeren”.

Wel: wij prediken Christus.

Het Evangelie van het koninkrijk is in de Evangeliën niet primair de specifieke boodschap die als zodanig één op één aan de Gemeente is toevertrouwd. Het staat allereerst in verband met de komst van de Messias voor Israël en met de aankondiging dat het Koninkrijk nabij gekomen was.

De Bergrede is niet simpelweg de grondwet van de Gemeente. Zij is heilig onderwijs van de Koning in koninkrijksverband, waarin Gods ware gerechtigheid wordt getekend en menselijke schijnvroomheid wordt ontmaskerd.

De primaire prediking van de Gemeente is die van de gekruisigde en opgestane Christus, het Evangelie der Genade Gods.

Wie dat onderscheid bewaart, doet recht aan de Schrift.

Wie het uitwist, eindigt in verwarring.

En verwarring in de prediking blijft nooit zonder gevolgen. Dan vervaagt het zicht op Israël. Dan vervormt het zicht op de Gemeente. Dan verschuift het middelpunt van Christus’ volbrachte werk naar koninkrijksretoriek, morele druk of religieus activisme dat veel lawaai maakt, maar weinig licht en richting geeft.

Laten we daar helder over zijn: een prediking die luid “Koninkrijk” roept maar het kruis naar de achtergrond schuift, is niet rijker maar armer. En een prediking die de Bergrede als geestelijke zweep gebruikt, zonder haar plaats in Gods openbaring te respecteren, is niet radicaler maar onzuiverder.

De Gemeente is niet geroepen om de beloften aan Israël op te slokken. Zij is niet geroepen om met grote woorden een zichtbare heerschappij te claimen die de Schrift aan de wederkomst van Christus verbindt. Zij is ook niet geroepen om een nieuw wettisch christendom te bouwen onder het vaandel van de Bergrede.

Zij is geroepen om nu, in deze tegenwoordige eeuw, trouw te zijn aan de Heer, Zijn Evangelie te verkondigen, Zijn smaadheid te dragen en de hoop te richten op Hem Die komt.

Wie daarom vandaag zonder onderscheid roept dat de Gemeente simpelweg het Evangelie van het koninkrijk moet voortzetten en de Bergrede als directe grondwet moet uitvoeren, bewijst de Schrift geen dienst. Hij maakt de scherpe lijnen wazig. Hij verwart wat onderscheiden moet worden. En hij zadelt gelovigen op met een boodschap die wellicht opwindt, maar niet noodzakelijk zuiver is.

Lees Mattheüs eerlijk. Lees Handelingen zorgvuldig. Lees Paulus nauwkeurig. En laat niemand u wijsmaken dat geestelijke diepgang begint waar het onderscheid in Gods Woord wordt weggepoetst.

Diepgang begint juist waar men buigt voor de tekst, ook wanneer die onze geliefde schema’s corrigeert.

Het Evangelie der Genade Gods is geen verarming van de boodschap. Het is de schitterende openbaring van Christus’ volbrachte werk voor verloren zondaren. Wie dat centrum bewaart, bewaart het hart van de prediking.

En wie dat centrum vervangt door opgeblazen taal over Koninkrijk, radicaliteit, invloed en heerschappij, loopt groot gevaar een scheefgetrokken evangelie over te houden.

Niet iedere boodschap die naar Koninkrijk klinkt, is daarom zuiver. En niet iedere preek of studie die met de Bergrede zwaait, is daarom geestelijk diep.

Waar het kruis zijn centrale plaats verliest en waar het Schriftuurlijke onderscheid verdwijnt, blijft uiteindelijk geen verdiept vangelie over, maar een vervormd evangelie.

Zie ook ;

De Bergrede de principes voor het Koninkrijk – Bijbelse basis

De Bergrede is geen wet voor de christen – Bijbelse basis

extern:

De Bergrede – Alleen Geloof – Sylvia Arlar-Simonse

 

 

Uitverkiezing in de Bijbel: geen fatalisme maar Gods voornemen in Christus

Uitverkiezing in de Bijbel: geen heilige mist, maar vaak een misbruikte leer

Er zijn weinig leerstukken waar zoveel verwarring, spanning en geestelijke schade omheen hangt als de leer van de uitverkiezing. Wat in de Schrift een rijke troost is in Christus, is in de handen van mensen vaak veranderd in een koude mistbank. Het evangelie wordt dan niet helderder, maar donkerder. Christus verdwijnt naar de achtergrond, en in Zijn plaats komt een systeem. De zondaar wordt niet opgeroepen om te zien op de Zoon van God, maar gaat eindeloos in zichzelf graven: ben ik wel gekozen, hoor ik er misschien niet bij, is de belofte wel echt voor mij?

Zo verandert een woord in een geestelijke wurggreep

En laten we het maar eerlijk zeggen: veel populaire voorstellingen van uitverkiezing lijken minder op apostolische prediking en meer op religieus fatalisme. Dan heet het: de mens kan niets, de mens mag niets, de mens kan alleen maar afwachten of God misschien ooit iets in hem doet. Geloof wordt dan geen gehoorzaamheid aan Gods Woord meer, maar een soort ongrijpbare hemelse injectie die je al dan niet krijgt. De oproep van het evangelie klinkt nog wel, maar wordt feitelijk uitgehold.

Dat is niet de stem van de Schrift.

De Bijbel leert niet dat wij eerst in een verborgen besluit moeten kijken. De Bijbel wijst ons naar Christus. Dáár begint het. Dáár ligt het centrum. Dáár wordt uitverkiezing licht in plaats van mist.

Uitverkiezing begint bij Christus

Zodra het gesprek over uitverkiezing begint, schiet men vaak meteen naar de mens. Ben ik uitverkoren? Zijn bepaalde mensen gekozen en anderen niet? Maar de Schrift begint daar niet. De Schrift begint bij de Uitverkorene Zelf.

Over de Messias staat geschreven:

“Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn Geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen.” Jesaja 42:1 (STV)

En Petrus zegt over Christus:

“Tot Welken komende, als tot een levenden Steen, van de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar.” 1 Petrus 2:4 (STV)

Dat is geen bijzinnetje. Dat is het fundament. Christus is de Uitverkorene van God. Wie dus over uitverkiezing wil spreken, moet niet beginnen bij een verborgen selectie van losse individuen, maar bij Gods geopenbaarde verkiezing van Zijn Zoon. God heeft Zijn gehele heilsplan vastgemaakt aan Hem. Alles wat God aan zegen, heerlijkheid, erfdeel, rechtvaardigheid, zoonschap en toekomst heeft vastgesteld, heeft Hij vastgesteld in Christus.

Dat betekent ook dat de leer van de uitverkiezing buiten Christus niet alleen onvolledig is, maar gevaarlijk wordt. Dan houd je geen evangelie meer over, maar een schema. Geen blijde boodschap, maar een gesloten systeem. Geen benaderbare Zaligmaker, maar een verborgen mechaniek.

 

Efeze 1 zegt niet wat men er vaak van maakt

Het hoofdstuk dat het vaakst wordt aangehaald, is Efeze 1. Maar juist dat hoofdstuk wordt vaak gelezen alsof Paulus zou zeggen dat God in de eeuwigheid willekeurig individuen heeft uitgezocht, nog voordat Christus überhaupt ter sprake komt.

Dat is niet wat er staat.

Paulus schrijft:

“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.” Efeze 1:4 (STV)

Die woorden “in Hem” zijn beslissend. Niet naast Hem. Niet buiten Hem. Niet los van Hem. In Hem.

Even verder zegt Paulus:

“Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.” Efeze 1:5 (STV)

En:

“In Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil.” Efeze 1:11 (STV)

Paulus stapelt het op: in Hem, door Jezus Christus, in Welken. Zijn punt is niet dat Christus een uitvoerder zou zijn van een besluit dat elders al buiten Hem lag vastgelegd. Nee, Gods voornemen ligt juist in Christus verankerd. Hij is het Hoofd. Hij is de Geliefde. Hij is de Erfgenaam. Hij is de Eerstgeborene. En wie in Hem is, deelt in alles wat van Hem is.

Dat is de lijn van Efeze 1. En zodra men die lijn verlaat, misbruikt men de tekst.

 

De gelovige deelt in Christus, en dus in Zijn verkiezing

De Bijbel leert niet dat de gelovige eerst als individu is uitverkoren en daarna eventueel nog met Christus verbonden wordt. De Bijbel leert dat God Zijn voornemen met Christus heeft vastgesteld, en dat gelovigen door het geloof aan Hem worden toegevoegd en daardoor deel krijgen aan alles wat in Hem is.

Paulus zegt:

“Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.” Galaten 3:26 (STV)

En ook:

“Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.” Galaten 3:27 (STV)

En:

“En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.” Galaten 3:29 (STV)

Dat is de volgorde van de Schrift. Niet: eerst individueel erfgenaam, daarna misschien geloof. Maar: door geloof in Christus, en zo erfgenaam. Door geloof in Christus, en zo kind van God. Door geloof in Christus, en zo deel aan wat God in Hem heeft bereid.

Daarom is het ook zo schadelijk wanneer zoekende mensen niet naar Christus worden gewezen, maar naar een verborgen besluit. De Schrift roept de mens niet op om eerst te ontdekken of hij misschien op een geheime lijst staat. De Schrift roept de mens op om te geloven in Gods Zoon.

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.” Johannes 3:36 (STV)

Dát is helder. Dat is publiek. Dat is evangelie. Daar is geen mistbank van gemaakt, behalve door mensen.

 

Geen aanneming des persoons betekent géén willekeurige hemelse loterij

Een groot deel van de verwarring ontstaat doordat men Gods soevereiniteit verwart met willekeur. Maar Gods soevereiniteit is geen heilige grilligheid.

De Schrift zegt:

“Want er is geen aanneming des persoons bij God.” Romeinen 2:11 (STV)

En ook:

“En indien gij tot een Vader aanroept Dengene, Die zonder aanneming des persoons oordeelt naar eens iegelijks werk, zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning.” 1 Petrus 1:17 (STV)

God ziet niet zoals mensen zien. De mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan. Dat betekent niet dat God niet verkiest. Natuurlijk verkiest God. Maar Zijn verkiezing is niet een blinde loting waarbij de mens op een mysterieuze manier passief overgeleverd is aan een onbekende uitslag.

De Schrift verbindt Gods handelen steeds met Zijn waarheid, Zijn Woord, Zijn voornemen in Christus en de roeping tot geloof.

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” Romeinen 4:5 (STV)

Dat vers is dodelijk voor elke gedachte dat het Evangelie eigenlijk geen echte oproep zou zijn. God rechtvaardigt de goddeloze die gelooft. Niet de goddeloze die eerst een verborgen decreet heeft uitgeplozen. Niet de goddeloze die wacht op een ondefinieerbare ervaring. Maar de goddeloze die gelooft.

 

Israël was uitverkoren, maar niet op de manier waarop men het begrip vaak misbruikt

Ook in het Oude Testament gebruikt de Schrift het woord uitverkiezing voor Israël. Maar daaruit maakt men vaak meteen een karikatuur: alsof uitverkiezing automatisch zou betekenen dat elk individu binnen dat volk zonder meer tot eeuwige zaligheid was bestemd. Dat is niet de Bijbelse lijn.

“Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit al de volken, die op den aardbodem zijn.” Deuteronomium 7:6 (STV)

Israël was uitverkoren als volk, tot een plaats in Gods heilsplan, tot een roeping, tot een bediening, tot een positie op aarde. Daaruit volgt niet dat elk individu zalig was. Het begrip uitverkiezing heeft in de Schrift dus een doelgerichte, verbondsmatige en heilshistorische lading. Juist daarom is het zo verkeerd om het begrip meteen te versmallen tot een filosofische formule over individuele hemelbestemming.

Paulus laat in Romeinen 9 tot 11 ook zien dat Gods Woord niet is uitgevallen, en dat niet allen Israël zijn die uit Israël zijn.

“Niet, dat het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.” Romeinen 9:6 (STV)

Dat betekent: je moet Bijbelse termen Bijbels laten spreken. Niet ieder gebruik van verkiezing betekent hetzelfde. Maar overal blijft staan dat God Zijn plan uitvoert in overeenstemming met Zijn beloften, Zijn verbondstrouw en uiteindelijk in Christus.

 

Geloof en verantwoordelijkheid in de Bijbel

Zodra iemand kritiek uit op een fatalistische uitverkiezingsleer, komt meestal snel de tegenwerping: dan maakt u de mens bepalend. Maar dat is een valse tegenstelling. De Schrift leert voluit dat de zaligheid uit Genade is. Tegelijk roept zij de mens werkelijk tot geloof en bekering.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.” Efeze 2:8 (STV)

Maar dezelfde Schrift zegt ook:

“Bekeert u, en gelooft het Evangelie.” Markus 1:15 (STV)

En:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.” Handelingen 16:31 (STV)

Die oproepen zijn geen toneelstuk. Dat zijn geen bevelen aan mensen die eigenlijk niets anders kunnen doen dan passief afwachten of zij misschien ooit in aanmerking komen. God spreekt werkelijk. God roept werkelijk. God beveelt alle mensen overal dat zij zich bekeren.

“God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren.” Handelingen 17:30 (STV)

De verantwoordelijkheid van de mens is dus echt. Het ongeloof van de mens is ook echt zijn schuld. Jezus zegt niet: gij kunt onmogelijk komen omdat gij niet op een lijst staat.

Hij zegt:

“En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.” Johannes 5:40 (STV)

Dáár ligt de schuld. Niet in het Evangelie. Niet in Christus. Niet in de oprechtheid van Gods roepstem. Maar in de halsstarrigheid van het menselijke hart.

 

Romeinen 8 is troost in Christus, geen recept voor wanhoop

Romeinen 8 wordt vaak aangevoerd alsof het een onwrikbaar filosofisch stappenplan zou zijn dat mensen naar binnen moet laten kijken. Maar Paulus schrijft het juist om gelovigen in Christus te vertroosten.

“Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.” Romeinen 8:29 (STV)

Ook hier staat Christus centraal. Het doel is dat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broederen. God werkt dus naar een Christusvormig einddoel. Het gaat om Gods voornemen met Zijn Zoon en met allen die aan Hem verbonden zijn.

Daarom klinkt vervolgens:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.” Romeinen 8:33 (STV)

Waarom kan niemand aanklagen? Omdat de gelovige in Christus is. Waarom kan niemand verdoemen? Omdat Christus gestorven is, opgewekt is en aan Gods rechterhand is.

“Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” Romeinen 8:34 (STV)

Kijk wat Paulus doet. Hij stuurt de gelovige niet naar een verborgen besluit achter Christus, maar naar Christus Zelf. Daar ligt de zekerheid. Niet in speculatie, maar in de Middelaar. Niet in een schema, maar in de levende Heere.

 

De pastorale ramp van verkeerd spreken over uitverkiezing

Hier wordt het werkelijk ernstig. Want een verkeerde uitverkiezingsleer is niet alleen een exegetische fout. Zij kan zielen kapotmaken.

Hoeveel mensen zijn niet grootgebracht met de gedachte dat zij vooral niet te snel mochten geloven? Dat de beloften misschien niet voor hen waren? Dat zij eerst moesten wachten op een bijzonder bewijs dat God persoonlijk met hen bezig was? Dat Christus niet eenvoudig mocht worden aangenomen op Zijn Woord? Dat men vooral geen “algemene” nodiging te ruim moest maken?

Dat is geestelijk gif.

Want zo wordt de blik van de zondaar afgewend van Christus. Zo wordt het evangelie verdacht gemaakt. Zo worden zoekende mensen niet eenvoudig gewezen op de Heere Jezus, maar vastgezet in een kring van zelfonderzoek, twijfel en vrome wanhoop.

Maar wat zegt de Heere Jezus?

“En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.” Johannes 6:40 (STV)

Dat is niet gesloten. Dat is niet mistig. Dat is niet dubbelzinnig. Dat is een geopende Christus voor verlorenen.

En nog krachtiger:

“Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Johannes 6:37 (STV)

Let daarop. De mens die komt, wordt niet teruggestuurd met de boodschap dat hij eerst moet uitzoeken of hij wel uitverkoren is. Christus zegt: “die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Daar hoort het geloof op te rusten.

 

Bijbels spreken over uitverkiezing bewaart zowel Gods eer als de oproep van het Evangelie

De kracht van de Schrift is dat zij geen tegenstelling maakt waar mensen die maken. God is soeverein. De mens is verantwoordelijk. Christus is de Uitverkorene. De gelovige deelt in Zijn verkiezing. Het evangelie moet aan alle creaturen gepredikt worden. Ieder die gelooft, heeft het eeuwige leven.

Dat is geen menselijke logica, maar Bijbelse volheid.

De fout ontstaat pas wanneer men één lijn zo doordrukt dat alle andere lijnen worden weggevaagd. Wie alleen nog over soevereiniteit spreekt en de oprechte nodiging van het evangelie praktisch uitschakelt, predikt niet meer zoals de Schrift spreekt. Maar wie uit angst voor misbruik Gods verkiezend handelen ontkent, doet evenmin recht aan het Woord.

De Schrift houdt beide vast. Maar zij doet dat altijd met Christus in het midden.

Paulus schrijft:

“Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing.” 1 Korinthe 1:30 (STV)

En opnieuw:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” Efeze 1:3 (STV)

Daar ligt de rijkdom. Niet in een scholastiek systeem. Niet in het eindeloos ontwarren van menselijke redeneringen. Maar in Christus.

 

De vraag die er toe doet

U hoeft niet in Gods verborgen raad te kijken. Dat kunt u niet. U hoeft geen decreten open te breken. U hoeft geen geheim register in te zien. U wordt geroepen om te doen wat God in Zijn Woord van u vraagt: te luisteren naar Zijn Zoon, u te bekeren, en te geloven in het evangelie.

De vraag is dus niet: hoe kom ik achter een verborgen lijst?

De vraag is: wat doet u met Christus?

Want buiten Hem is er geen leven. Buiten Hem is er geen rechtvaardigheid. Buiten Hem is er geen vrede met God. Buiten Hem blijft alleen schuld en oordeel over. Maar in Hem ligt alles wat de zondaar nodig heeft.

“Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.” 1 Johannes 5:12 (STV)

Daarom is de zaak tegelijk eenvoudig en ernstig. Niet eenvoudig in de zin van oppervlakkig. Maar eenvoudig in de zin van helder. God heeft Zijn Zoon gegeven. God heeft Zijn evangelie laten verkondigen. God roept. God beveelt. God belooft. En de mens die zich daartegen verhardt, zal niet kunnen zeggen dat de deur dicht was. Hij heeft de deur zelf geweigerd binnen te gaan.

 

De enige veilige plaats: in Christus

De leer van de uitverkiezing is in de Bijbel geen koude kelder waar zoekende zielen in opgesloten moeten worden. Zij is een hemels venster waardoor Gods genade in Christus des te heerlijker schittert. Maar zodra mensen die leer losmaken van de Zoon van God, maken zij er iets duisters van. Dan wordt troost een bedreiging. Dan wordt zekerheid een raadsel. Dan wordt evangelie een gesloten systeem.

Dat moet radicaal worden afgewezen.

Christus is Gods Uitverkorene. En wie in Hem is, deelt in alles wat God in Hem heeft weggelegd. Dáár ligt de troost. Dáár ligt de zekerheid. Dáár ligt de rijkdom van Gods voornemen. Niet in een verborgen schema achter Christus, maar in Christus Zelf.

Daarom: houd op met turen in de nevel van menselijke systemen. Houd op met luisteren naar stemmingen die u van de Zaligmaker afleiden. Houd op met het verwarren van Bijbelse verkiezing met heidens noodlot.

Zie op de Zoon.

Buig voor Gods Woord.

Geloof het Evangelie.

Want de vraag die u eenmaal zal veroordelen of redden, is niet of u genoeg over uitverkiezing hebt kunnen redeneren. De vraag is wat u gedaan hebt met de Here Jezus Christus, de Uitverkorene van God.

zie ook:

De uitverkiezingsleer en de dubbele uitverkiezing in het licht van de Bijbel – Bijbelse basis

Bekering: Geloof als levensveranderende persoonlijke keuze – Bijbelse basis

Kritiek op het Calvinisme – Bijbelse basis

Ben ik wel uitverkoren? – Bijbelse basis

Extern:

De Gemeente als Tempel – Alleen Geloof

 

Het islamitisch dilemma ontmaskerd: Waarom de Koran je terugstuurt naar de Bijbel

Het islamitisch dilemma ontmaskerd

De claim dat de Bijbel vervalst of corrupt zou zijn , wordt eindeloos herhaald , maar zodra je vraagt naar bewijs, blijft er niets over behalve gesputter, aannames en ontwijking. Het levert tevens voor degene die dit zegt   een cruciaal probleem op; het islamitisch dilemma.

Geen manuscripten.
Geen historische breuk.
Geen alternatief Evangelie.

Alleen een stelling.

En  daar wordt het meteen drijfzand, want de Koran zelf spreekt deze claim tegen.

vraagt de koran om vervalste boeken te testen?

 

De Koran verwijst je naar de Bijbel

Een van de meest onderbelichte teksten staat in de Koran zelf:

“Indien gij in twijfel zijt over wat Wij tot u hebben neergezonden, vraag dan degenen die het Boek vóór u lezen.” (Soera 10:94)

Dit is geen randtekst. Dit is fundamenteel.

Let op wat hier gebeurt:

Mohammed wordt aangesproken

Twijfel wordt erkend

En de oplossing is: raadpleeg de eerdere Schrift

Niet:
“pas op, die is vervalst”

Maar:
“vraag hen.”

 

De onvermijdelijke conclusie

Dit vers dwingt tot een keuze:

Als de Bijbel in de 7e eeuw betrouwbaar was
→ dan bevestigt de Koran een Schrift die leert dat Jezus is gekruisigd en opgestaan

Als de Bijbel toen al vervalst was
→ dan verwijst de Koran naar een corrupte bron als autoriteit

Beide kunnen niet tegelijkertijd waar zijn.

 

“Leiding en licht” of misleiding?

De Koran zegt:

De Thora bevat “leiding en licht” (Soera 5:44)

Het Evangelie bevat “leiding en licht” (Soera 5:46)

Mensen moeten oordelen naar wat daarin staat (Soera 5:47)

De vraag is onontkoombaar:

Hoe kan een vervalst boek “leiding en licht” zijn?

 

Waar is het bewijs?

Hier lazert het hele bouwwerk in elkaar;

Als de Bijbel veranderd is:

Waar zijn de manuscripten met een andere inhoud?

Waar is de overgang van echt naar vervalst?

Waar zijn de groepen die de originele tekst bewaarden?

Ze bestáán niet.

Wat we wél hebben:

  • duizenden manuscripten
  • verspreid over de hele bekende wereld
  • met een consistente kernboodschap

En die boodschap is helder:

  • Jezus werd gekruisigd
  • Jezus stond op
  • Jezus is Heer

 

Het verzonnen “verloren Evangelie”

Vaak komt dan dit argument:

“Het echte Evangelie is verdwenen.”

Maar dat is geen geschiedenis. Dat is een ontsnappingspoging.

Want:

geen enkel document noemt dit boek

geen enkele vroege bron kent het

geen enkel manuscript is ooit gevonden

Een ‘verdwenen boek’ zonder enig spoor is geen bewijs, het is een aanname.

 

Wat bedoelt de Koran met “verdraaien”?

De Koran spreekt over mensen die de Schrift “verdraaien”.

Maar dat betekent:

verkeerd uitleggen

context verdraaien

waarheid verbergen

Niet:

het herschrijven van de volledige tekst

Dat onderscheid is cruciaal , en wordt vaak genegeerd.

 

Het echte conflict

Het probleem zit niet in manuscripten.

Het probleem zit in de boodschap.

De Bijbel zegt:

“Christus is gestorven voor onze zonden…” (1 Korinthe 15:3, STV)

De Koran ontkent dat.

Daar botst het.

Niet omdat de tekst veranderd is
maar omdat de inhoud niet wordt geaccepteerd.

 

De verschuiving die niemand benoemt

De discussie begint zo:

“De Bijbel is veranderd”

Maar eindigt hier:

“Ik geloof niet wat de Bijbel zegt”

Dát is de werkelijke kern.

 

Wees een Bereeër

Uiteindelijk gaat het niet om winnen van een discussie, maar om waarheid.

De vraag is niet wat traditie zegt.
De vraag is niet wat vaak herhaald wordt.

De vraag is:

Wat is waar en durf je dat eerlijk te onderzoeken?

Wees als de Bereeërs:

“Deze waren edeler dan die te Thessalonica, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11, STV)

Leg alles naast de Schrift.
Onderzoek het zelf.
Laat niet een claim, maar het bewijs spreken.

Want uiteindelijk staat er meer op het spel dan een debat:

de waarheid over Jezus Christus.

zie ook:

De koran, de Bijbel en het islamitisch dilemma – Bijbelse basis

Het Islamitisch dilemma – Bijbelse basis

Het Islamitisch dilemma 2 – Bijbelse basis

De vervalste Bijbel? De mythe die instort onder 5000 manuscripten – Bijbelse basis

extern:

De Koran stelt dat het de Bijbel “bevestigt”, in tegenstelling tot wat vaak wordt geloofd in de Islam. 

Tegenstrijdigheden in de Bijbel?

 

Geverifieerd door MonsterInsights