Het geloof VAN Jezus Christus

Het geloof VAN Jezus Christus

De oude vertalingen zoals de Statenvertaling vertalen dit gedeelte conform de grondtekst. Helaas laten de nieuwe vertalingen hier allen een steek vallen.

Ik heb het zelf gecheckt, en de vertalingen na de Statenvertaling , inclusief de Herziene, vertalen: het geloof IN Jezus Christus, terwijl de grondtekst duidelijk maakt dat het echt om het geloof VAN Jezus Christus gaat. Waarom dat zo is laat zich raden

Ik geef toe; het is een taaltechnische kwestie, het heeft met naamvallen te maken maar als je het checkt zul je erachter komen dat de Statenvertaling en de King James Version dit correct weergeven . Het is wel een significant verschil door wiens geloof we als kinderen van God gerechtvaardigd worden.

Genezing en ziekte: wat zegt de Bijbel echt?

Genezing en ziekte: wat zegt de Bijbel echt?

Er wordt vandaag veel gesproken over genezing. Met grote woorden, stellige claims en geestelijke zekerheden. Maar hoe harder men roept, hoe stiller de Bijbel wordt. Dat is geen verdieping, maar vervanging. Wat zegt de Bijbel — en wat verzinnen wij erbij? Wie werkelijk leest wat de Schrift zegt, ontdekt iets ongemakkelijks: God geneest niet op commando. En ziekte is geen bewijs van falend geloof.

God wil altijd genezen?

Een vrome onwaarheid. Deze uitspraak klinkt geestelijk, maar is gewoon on-bijbels. De Schrift zegt nergens dat God altijd iedere gelovige geneest. Ja, God kan genezen:

“Ik ben de HEERE, uw Heelmeester.”

(Exodus 15:26)

Maar wie van Gods macht een plicht maakt, tast in feite Zijn soevereiniteit aan.

Paulus bad driemaal om genezing. Het antwoord was geen wonder:

“Mijn genade is u genoeg.”

(2 Korinthe 12:9)

Dat is geen randgeval. Dat is leer.

Als genezing een recht wordt, wordt ziekte automatisch schuld

Zodra genezing als norm wordt gepresenteerd, wordt uitblijvende genezing schuld. Niet altijd uitgesproken — wel altijd gevoeld. te weinig geloof, verkeerde gedachtenen woorden, verborgen zonde Dat is geen pastoraat. Dat is geestelijke druk.

Jakobus zegt niet: onderzoek de zieke.

Hij zegt:

“Is er iemand krank onder ulieden?”

(Jakobus 5:14)

Gebed — geen diagnose.

Zorg — geen beschuldiging.

En vooral: geen garantie.

Jezus genas velen. Maar niet om een formule te lanceren

Jezus genas. Dat staat vast. Maar Hij deed dat niet om een universeel genezingsmodel te introduceren.

Zijn genezingen waren tekenen:

“Zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.”

(Mattheüs 12:28)

Nicodémus begreep dit:

“Niemand kan deze tekenen doen, zo God met hem niet is.”

(Johannes 3:2)

Wie deze tekenen losmaakt van hun doel, bedrijft geen geloof — maar schriftmisbruik.

Gebed is geen techniek

Handoplegging, zalving en gebed zijn Bijbels.

Maar nergens mechanisch.

“De Heere zal hem oprichten.”

(Jakobus 5:15)

Niet de bidder. Niet de methode. Niet het geloof als kracht. God laat Zich niet afdwingen.

Waar ziekte in de Bijbel een beeld van is

De Schrift spreekt niet oppervlakkig over ziekte. Zij gebruikt ziekte als teken, spiegel en prediking.

Ziekte hoort bij de zondeval. Ziekte is geen scheppingsorde, maar scheppingsbreuk.

“Door de zonde de dood.”

(Romeinen 5:12)

“Het ganse schepsel zucht.”

(Romeinen 8:22)

Elke ziekte herinnert aan Genesis 3.,Ziekte als beeld van geestelijke ontwrichting

De profeten spreken over zonde in medische taal:

“Van den voetzool af tot den hoofdschedel toe is er niets geheels aan.”

(Jesaja 1:6)

“Waarom is de breuk… niet geheeld?”

(Jeremia 8:22)

Hier gaat het niet over lichamen, maar over harten.

Is ziekte oordeel?

Soms — maar nooit automatisch

Ja, ziekte kan oordeel zijn:

“Zo zal de HEERE u slaan met krankheden.”

(Deuteronomium 28:59)

Maar Job ontkracht elke simpele rekensom:

“In dit alles zondigde Job niet.”

(Job 2:10)

Wie elke ziekte direct duidt als persoonlijke schuld, spreekt zoals Jobs vrienden — en wordt door God terechtgewezen.

Ziekte ontmaskert zelfredzaamheid. Ziekte breekt de illusie van controle.

“Het uitnemendste daarvan is moeite en verdriet.”

(Psalm 90:10)

Ziekte predikt zonder woorden: gij zijt stof.

Ziekte is niet zinloos

Jezus zegt over de blindgeborene:

“Opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.”

(Johannes 9:3)

Niet elke ziekte is straf.

Maar geen enkele ziekte is betekenisloos.

Volkomen genezing ligt in de toekomst

De Bijbel belooft geen universele genezing nu, maar wel straks:

“Wij verwachten de verlossing onzes lichaams.”

(Romeinen 8:23)

“Noch moeite zal meer zijn.”

(Openbaring 21:4)

Wie alle genezing naar het heden trekt, berooft de toekomst.

Wat je nooit mag zeggen

De Schrift laat hier geen ruimte:

  • ziekte = ongeloof
  • genezing = geloofskracht
  • blijvende ziekte = falen

“Oordeelt niet.”

(Mattheüs 7:1)

Conclusie

Geen genezingsrecht — maar hoop

De Bijbel leert geen maakbaarheid, maar soevereiniteit.

Geen succesgeloof, maar kruisdragen. God geneest soms. God draagt altijd Zwakheid is geen schande

“Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.”

(2 Korinthe 12:9)

De echte vraag is niet:

Waarom geneest God mij niet? De echte vraag is: Is God genoeg — ook als Hij dat niet doet?

Wie daarop leert antwoorden, heeft geen genezingsleer nodig.

Die heeft Christus.

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?”

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?”

Het recyclen of heretiketteren van de Tien Geboden als “tien kernwaarden voor het christelijk leven” kan klinken als een onschuldige moderne parafrasering. In werkelijkheid is het, zacht uitgedrukt, onjuist en in het slechtste geval theologisch misleidend. De terminologie verandert, maar de functie niet. Wat niet langer wet wordt genoemd, blijft in de praktijk functioneren als wet.

Niet geïnternaliseerd, maar de relatie beëindigd


Paulus laat geen ruimte voor deze herinterpretatie. Hij zegt niet dat de wet is verzacht, geïnternaliseerd of omgevormd tot waarden. Hij zegt dat de gelovige niet onder de wet is:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, SV)

Meer nog, hij zegt dat de gelovige voor de wet gestorven is:

“6 Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
(Romeinen 7:6, SV)

En hij trekt de beslissende conclusie:

“Want het einde (doel) der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, SV)

Deze uitspraken laten geen ruimte voor het voortbestaan van de wet onder een moreel masker.

Een bediening die voorbij is


Dit wordt nog scherper bevestigd in 2 Korinthe 3. Paulus identificeert de Tien Geboden expliciet als:

“En indien de bediening des doods, in letteren bestaande en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, ”
(2 Korinthe 3:7, SV)

En hij stelt zonder omwegen dat deze bediening teniet gedaan is:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, door heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
(2 Korinthe 3:11, SV)

Wat teniet gedaan is, wordt niet voortgezet onder een andere naam. Spreken over kernwaarden suggereert continuïteit, terwijl Paulus juist over discontinuïteit spreekt.

In plaats daarvan introduceert hij geen nieuw moreel kader, maar een geheel andere bediening:

“Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.”
(2 Korinthe 3:6, SV)

En hij vat het resultaat samen:

“De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid.”
(2 Korinthe 3:17, SV)

“Kernwaarden” is geen Bijbels begrip


Bovendien is “kernwaarden” helemaal geen Bijbels begrip. Het komt voort uit moderne management- en organisatietaal, waar het verwijst naar vaste principes die gedrag sturen, beoordelen en reguleren.

Dit concept in de theologie introduceren betekent dat men een vreemd denkkader importeert en dat vervolgens op de Schrift projecteert. Dat is geen exegese, maar herinterpretatie , of,sterker nog.-inlegkunde.

Paulus spreekt niet in termen van waarden of principes, maar in relationele categorieën:
onder de wet of onder de genade,
in Adam of in Christus,
naar het vlees of naar de Geest.

Het centrum van het christelijk leven is geen moreel systeem, maar een Persoon:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20, SV)

Leerstellige en pastorale gevolgen


De taal van kernwaarden bevrijdt niet; zij belast. Waarden blijven gedrag beoordelen, meten en aanspreken. Ze kunnen richting geven, maar ze geven geen leven. Op die manier wordt de druk van de wet functioneel hersteld — precies waarvoor Paulus waarschuwt:

“Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.”
(Galaten 5:1, SV)

Wat is nu de plaats van de Tien Geboden?

De Tien Geboden behouden hun betekenis als openbaring van Gods heiligheid en als spiegel van menselijke onmacht en tekort:

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
(Romeinen 3:20, SV)

Maar zij zijn niet de kernwaarden van het christelijk leven. Dat leven wordt niet gevormd door waarden, maar door gemeenschap met Christus, door de Geest.

Conclusie

>>Wat Paulus als beëindigd verklaart, kan niet worden voortgezet door het dan maar een andere naam te geven<<

Geverifieerd door MonsterInsights