Doden opwekken als methode?

Doden opwekken als methode?

Tom de Wal in de S-bocht

De laatste jaren duiken er steeds vaker getuigenissen op waarin wordt beweerd dat onder bepaalde bedieningen “honderden mensen uit de dood zijn opgewekt”. Zulke uitspraken maken indruk, wekken verwachting en worden vaak ontvangen met applaus en een vroom “amen”. Toch stelt de Schrift ons voor een andere houding: niet die van onmiddellijke aanvaarding, maar van toetsing.

De apostel Johannes schrijft zonder voorbehoud:

Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.”
(1 Johannes 4:1, Statenvertaling)

Juist bij uitzonderlijke en spectaculaire claims is voorzichtigheid geboden. Wanneer men spreekt over “honderden” dodenopwekkingen, maar geen namen, geen plaatsen, geen data en geen onafhankelijke bevestiging kan geven, dan ontbreekt niet slechts menselijke controle, maar ook Bijbelse nuchterheid. De Schrift roept nergens op om zulke verhalen kritiekloos te aanvaarden.

Opvallend is dat dergelijke betogen vaak impliciet suggereren dat Gods handelen afhankelijk is van plaats, cultuur of geestelijk klimaat. Soms wordt dit zelfs schertsend verwoord: alsof God in bepaalde werelddelen meer bereid zou zijn wonderen te doen dan elders. Daarmee wordt echter iets gezegd dat haaks staat op de openbaring van God Zelf. Petrus belijdt:

“In der waarheid bemerk ik, dat God geen aannemer des persoons is.”
(Handelingen 10:34)

Gods macht is niet geografisch of cultureel begrensd. Wanneer wonderen structureel worden gekoppeld aan bepaalde regio’s of bewegingen, verschuift het accent ongemerkt van Gods soevereiniteit naar menselijke omstandigheden.

Dat probleem verdiept zich wanneer wonderen worden verklaard vanuit zogenoemde geestelijke “principes”. Vasten, bidden en het creëren van de juiste cultuur zouden, mits consequent toegepast, leiden tot opwekking van doden. Daarmee worden wonderen functioneel en voorspelbaar gemaakt. De Schrift leert echter het tegenovergestelde. Paulus schrijft:

“Zo is het dan niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods.”
(Romeinen 9:16)

Zelfs in het apostolische tijdperk beschikten Gods dienaren niet over een automatische wondermacht. Paulus, door wie grote tekenen geschiedden, moest erkennen:

“Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.”
(2 Timótheüs 4:20)

En aan Timótheüs schrijft hij niet dat hij hem genas, maar:

“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijns, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.”
(1 Timótheüs 5:23)

Deze teksten ondermijnen ieder idee dat geestelijke methodes gegarandeerde resultaten opleveren. Wonderen zijn geen technieken, maar vrije daden van God.

Zorgwekkend wordt het wanneer leiders zulke ideeën verbinden aan dwang. Gemeenten die verplicht moeten vasten en bidden totdat een voorganger besluit dat het genoeg is, bewegen zich ver buiten het Bijbelse kader. Christus spreekt juist waarschuwend over uiterlijk en opgelegd vasten:

“En wanneer gij vast, zo zijt niet gelijk de geveinsden, droevig; want zij mismaaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen gezien mogen worden dat zij vasten.”
(Mattheüs 6:16)

Bijbels leiderschap kenmerkt zich niet door geestelijke dwang, maar door voorbeeld en nederigheid. Petrus schrijft:

“Niet als heerschappij voerende over de erfenissen des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.”
(1 Petrus 5:3)

Wanneer wonderverhalen worden gebruikt om gezag af te dwingen, kritiek te neutraliseren en geestelijke superioriteit te claimen, is de grens naar machtsmisbruik overschreden.

Daarnaast waarschuwt de Schrift uitdrukkelijk voor tekenen die niet tot geloof, maar tot misleiding leiden. Christus Zelf zegt:

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderen doen, alzo dat zij, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen zouden verleiden.”
(Mattheüs 24:24)

Dat is geen oproep tot cynisme, maar tot onderscheidingsvermogen. Niet elk teken is een bewijs van Gods goedkeuring.

Opmerkelijk is bovendien hoe zeldzaam dodenopwekkingen in de Bijbel zelf zijn. Ze vinden plaats op beslissende momenten in Gods heilsopenbaring en worden nooit gepresenteerd als normale, herhaalbare praktijk. Wanneer de discipelen zich verheugen over hun geestelijke macht, wijst Christus hen terecht:

“Doch verblijdt u niet daarin, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.”
(Lukas 10:20)

Die correctie ontbreekt vaak in moderne succesverhalen. Daar staat niet de genade van God centraal, maar het resultaat; niet ootmoed, maar effect; niet Christus, maar de methode.

Daarom moet geconcludeerd worden dat het spreken over dodenopwekking als leerbaar principe niet slechts onbewezen is, maar ook strijdig met de Schrift. Het verlegt de aandacht van Gods vrije genade naar menselijke techniek en van nederig geloof naar geestelijke grootspraak. Paulus waarschuwt:

“Die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.”
(1 Korinthe 10:12)

Echt geloof zoekt geen ervaring of indruk, maar waarheid. Ze rust niet op verhalen, maar op Gods Woord. En dat Woord roept niet op tot applaus bij grootse claims, maar tot beproeving, ootmoed en ‘vreze des Heeren.’

Zijn de geestesgaven opgehouden?

Zijn de geestesgaven opgehouden?

Waarom strak cessationisme tekortschiet volgens Efeze 4

Inleiding: twee uitersten, één vals dilemma

In de studie over de geestesgaven lijkt men vaak maar twee smaken te kennen. Of men omarmt vrijwel elke geestelijke ervaring als werk van de Heilige Geest, of men stelt dat bepaalde of eigenlijk vrijwel alle gaven definitief zijn opgehouden met het einde van de apostolische tijd. Dat laatste standpunt, het strakke cessationisme, presenteert zich graag als nuchter en Schriftgetrouw. Maar wie Efeze 4 serieus leest, merkt al snel dat dit schema niet uit de tekst zelf voortkomt, maar er van buitenaf op wordt gelegd.

De oorsprong van de geestesgaven: Christus, niet de gemeente

Paulus begint niet met een tijdsbepaling, maar met een uitgangspunt dat ongemakkelijk is voor elk systeem dat Christus wil vastzetten.

“Maar aan een iegelijk van ons is de genade gegeven, naar de maat der gave van Christus” (Efeze 4:7, STV).

De gaven zijn van Christus. Niet van de gemeente, niet van de traditie en niet van de theologie. Wie beweert dat Christus deze gaven definitief niet meer geeft, zal dat expliciet uit de Schrift moeten aantonen. Dat bewijs ontbreekt.

Geestesgaven en Christus’ heerschappij

Paulus verbindt de gaven bovendien niet aan een tijdelijke noodsituatie, maar aan Christus’ heerschappij.

“Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven” (Efeze 4:8, STV).

Dit is geen beschrijving van een startfase die inmiddels is afgerond, maar van een Hoofd, Die uitdeelt wat nodig is voor Zijn lichaam, de gemeente, zolang zij op aarde is.

Apostelen en profeten: geen herhaling van het fundament

Apostelen in de strikte Nieuwtestamentische zin bestaan vandaag niet meer. Zij waren ooggetuigen van de opgestane Christus, rechtstreeks door Hem geroepen en dragers van uniek leergezag. Paulus schrijft dat de gemeente is

“gebouwd op het fundament der apostelen en profeten” (Efeze 2:20, STV).

Een fundament leg je één keer. Om bij het Bijbelse beeld te blijven van een bouwwerk, zoals de gemeente ook wel wordt afgebeeld.; wie vandaag apostelen (fundamentleggers) claimt met vergelijkbaar gezag, tast dat fundament aan en schuift op richting ”nieuwe openbaring”.

Hetzelfde geldt voor profeten in absolute zin. Profeten die met onfeilbaar gezag spraken en openbaring toevoegden aan Gods Woord behoren tot het fundament en deze bediening ais votooid met de voltooiing van de Schrift.

Maar wie daaruit concludeert dat elke vorm van profetisch spreken verdwenen is, zegt meer dan de Schrift zegt.

Profetie vandaag: toetsbaar en ondergeschikt aan de Schrift

Paulus zegt niet dat profetie genegeerd moet worden, maar:

“Veracht de profetieën niet; maar beproeft alle dingen” (1 Thessalonicenzen 5:20–21, STV).

Dat is veelzeggend. Toetsing veronderstelt shriftgezag, en geen toevoeging aan de Schrift. Profetisch spreken kan alleen bestaan in volledige ondergeschiktheid aan het Woord, lokaal, corrigeerbaar en gericht op opbouw. Zodra iemand spreekt met absoluut gezag of zich beroept op directe woorden van God die niet getoetst mogen worden, is de grens overschreden.

Het doel van de geestesgaven: opbouw van de gemeente

Paulus laat geen twijfel bestaan over het doel van de gaven.

“Tot volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus” (Efeze 4:12, STV).

Dat doel is vandaag niet minder actueel dan in de eerste eeuw. De gemeente is niet af, en bovendien niet vrij van dwaling. Toch beweert strak cessationisme dat Christus Zijn middelen heeft ingetrokken terwijl Zijn doel nog openligt.

Het beslissende woord: “totdat”

Het kernvers volgt direct daarna.

“Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate der grootte der volheid van Christus” (Efeze 4:13, STV).

Dat woord “totdat” is doorslaggevend. Paulus koppelt de gaven niet aan de canon, niet aan het sterven van de apostelen, maar aan een toekomstig eindpunt. Wie beweert dat dit “totdat” al achter ons ligt, zal moeten uitleggen waarom de gemeente nog steeds, ook zichtbaar, onvolwassen is.

Bescherming tegen dwaling: actueler dan ooit

Paulus noemt ook het gevaar waarvoor deze gaven nodig zijn.

“Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, heen en weder bewogen en omgevoerd met allen wind der leer” (Efeze 4:14, STV).

Dat is niet zomaar een  historische voetnoot, maar eerder een scherpe diagnose van de gemeente vandaag. Juist in een tijd van leerstellige modes en geestelijke verwarring zou Christus geen middelen meer geven om Zijn gemeente te beschermen? Dat is niet vol te houden.

Geen charismatische willekeur, geen theologische kramp

Dit betoog is allesbehalve een pleidooi voor ongeremde charismatische praktijken. De Schrift roept op tot orde, onderscheiding en toetsing. Maar toetsing veronderstelt aanwezigheid. Je beproeft geen gaven die per definitie niet meer zouden bestaan. De Bijbel zegt niet: verwerp profetie omdat zij is opgehouden, maar: beproef, toets, aan het Woord.

Wat nu? Christus begrenzen of Christus gehoorzamen?

Paulus sluit af met het echte doel

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, in alles zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus” (Efeze 4:15, STV).Geen spektakel, gevoelsuitingen, of “bovennatuurlijke” zaken, maar groei.  Geen gezagsclaims, maar opbouw.

Strak cessationisme wil veiligheid bieden, maar doet dat door meer te zeggen dan de Schrift zegt. Het sluit de deur die de Bijbel openlaat en beperkt Christus om de gemeente te verzorgen.

Efeze 4 laat geen ruimte voor nieuwe apostelen met absoluut gezag. Maar het laat ook geen ruimte voor een allesblokkerend veto.Het laat wél ruimte voor nuchterheid, onderscheiding en gehoorzaamheid aan het Woord.

En dat is iets anders dan het op voorhand dichtmetselen van wat de Schrift zelf openlaat.

Todd White: de volgende charlatan die van zijn sokkel valt, charismatische doofpotcultuur

Todd White: de volgende charlatan die van zijn sokkel valt, charismatische doofpotcultuur

Mike Winger maakt bepaald geen vrienden in bepaalde kringen. En dat is nog zacht uitgedrukt. Ik had onlangs een mailwisseling met een webmaster van een bekende nederlandse site. Hij sprak ook met zoveel woorden dat Mike het speciaal gemunt zou hebben op de charismatische gemeenschap als geheel . Niets is minder waar. sterker nog: hij benadrukt meermaals het tegendeel. Echter , er zijn zoveel misstanden in opgeblazen charismatische bedieningen dat het de spuigaten uitloopt, bijna letterlijk….

Onderstaande lange video die via ondertiteling vertalen te volgen is in het Nederlands, is een verslag van een onderzoek, wat verricht is ondermeer naar aanleiding van brieven van naaste ex-medewerkers die verdacht gemaakt, en gedemoniseerd zijn door Todd White.

De angst bekruipt mij, dat dit geen op zichzelf staand Amerikaans probleem is. maar te vrezen valt dat dit wereldwijd, dus ook in de lage landen, voorkomt.

Don’t shoot the messenger….

Todd White: the next charlatan to fall from his pedestal, charismatic cover-up culture

Mike Winger is definitely not making friends in certain circles—and that’s putting it mildly. I recently had an email exchange with a webmaster of a well-known Dutch website. He stated outright that Mike supposedly has it in for the charismatic community as a whole. Nothing could be further from the truth. On the contrary, he has repeatedly emphasized the opposite. However, there are so many abuses within bloated charismatic ministries that it’s getting completely out of hand—almost literally….

The long video below, which can be followed in Dutch through subtitles, is a report of an investigation carried out in part in response to letters from close former coworkers who were smeared and demonized by Todd White.

I am increasingly afraid that this is not an isolated American problem, but that it likely occurs worldwide—and therefore also in the Low Countries.

YouTube player
Geverifieerd door MonsterInsights