Heerszucht: het ‘Man van God’ syndroom aan de kaak gesteld

Heerszucht: het ‘Man van God’ syndroom aan de kaak gesteld

Er waart een geest rond in delen van het Christendom die zich vroom voordoet maar in wezen zwaar onbijbels is.
Iemand noemde het het “man van God-syndroom.”

Het openbaart zich wanneer een voorganger niet langer een herder onder herders is, maar zich opstelt als dé gezalfde figuur, de onaantastbare autoriteit, de centrale spil van Gods werk in een gemeente.

helaas is dit een fenomeen wat steeds weer de kop opsteekt. Ik zag vanmiddag een video van mike winger die dit probleem met een paar schrijnende voorbeelden noemt. Absoluut leiderschap maakt absolute tirans, en wat mij nog het meeste verbaast, is dat er ook  gewoon mensen voor staan te klappen. De absolute leider waant zich onaantastbaar.

Kritiek op hem wordt kritiek op God.
Vragen stellen wordt rebellie.
Correctie wordt verraad.
Loyaliteit aan hem wordt gelijkgesteld aan trouw aan Christus.

Dat is géén geestelijke volwassenheid.
Dat is heerszucht in religieuze verpakking.

En het is ronduit onbijbels.

Christus verbood het heidense machtsmodel

Jezus was ondubbelzinnig:

“Gij weet dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen…
Doch alzo zal het onder u niet zijn.”
— Mattheüs 20:25-26

Hij erkent dat de wereld hiërarchisch en dominant functioneert.
Maar Hij verbiedt dat model voor Zijn gemeente.

Niet: “Gebruik het model maar vriendelijker.”
Niet: “Zorg dat het geestelijk klinkt.”

Maar: “Zo zal het onder u niet zijn.”

Wanneer een voorganger absolute loyaliteit eist, kritiek niet duldt, mensen intimideert of zichzelf verheft tot onaantastbare positie, dan functioneert hij volgens een heidens bestuursmodel — niet volgens Bijbelse normen, van God.

Oudsten mogen niet heersen

Petrus spreekt rechtstreeks tot leiders:

“Hoedt de kudde Gods…
Niet als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde.”
— 1 Petrus 5:2-3

Let op:
“niet als heerschappij voerende.”

De gemeente is niet het bezit van de voorganger.
Het is het erfdeel van de Heer.

Heerszucht is niet een stijlkwestie.
Het is een overtreding.

Vals gezag ondermijnt het Hoofd-zijn van Christus

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente.”
— Kolossenzen 1:18

Er is maar één Hoofd.

Wanneer een leider zich praktisch opstelt als ultieme autoriteit, wanneer correctie onmogelijk wordt gemaakt, wanneer men leert dat men “de man van God” moet dienen — dan schuift die leider zich tussen Christus en Zijn gemeente.

Dat is niet slechts organisatorisch ongezond.
Dat is leerstellig bloedlink.

Paulus corrigeerde Petrus —publiekelijk

Het “man van God”-denken stort volledig in bij Paulus in Galaten 2:

“Maar toen Céfas te Antiochië gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht.”
— Galaten 2:11

Paulus corrigeert Petrus openlijk.

Waarom?

Omdat het Evangelie bóven de leider staat.

Een cultuur waarin leiders niet gecorrigeerd mogen worden is een cultuur die het evangelie ondergeschikt maakt aan persoonlijke autoriteit.

Oudsten moeten berispt kunnen worden

Het Nieuwe Testament gaat verder:

“Die zondigen, bestraf in tegenwoordigheid van allen.”
— 1 Timotheüs 5:20

Dit gaat over oudsten.

Hoe kan dit ooit functioneren in een systeem waar absolute loyaliteit wordt geëist?
Waar vragen stellen gelijkstaat aan rebellie?

Een voorganger die een structuur creëert waarin hij niet meer corrigeerbaar is, vernietigt feitelijk de Bijbelse structuur van de gemeente.

Het misbruik van de titel ‘man van God’

In het Oude Testament werd die term gebruikt voor profeten als Mozes en Elia.
Maar onder het Nieuwe Verbond lezen we:

“Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom.”
— 1 Petrus 2:9

Niet één man van God.

Maar allen als volk van God.

Wanneer een leider zichzelf presenteert als dé exclusieve drager van goddelijke autoriteit, randt hij impliciet de geestelijke waardigheid van de gemeente aan.

Dat is elitisme.
En christelijk elitisme is gewoon hoogmoed in vrome taal.

Waar gezag is dienend

Paulus zegt:

“Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers van uw blijdschap.”
— 2 Korinthe 1:24

Dát is Bijbels gezag:

  • niet controle
  • niet intimidatie
  • niet manipulatie
  • maar medearbeiderschap

Een leider die angst gebruikt om zijn positie te beschermen, oefent geen geestelijk gezag uit. Hij oefent macht uit.

En macht is niet hetzelfde als autoriteit.

De Goede Herder versus de huurling

Jezus zegt:

“De goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen.”
— Johannes 10:11

De ware herder offert zichzelf op.

De huurling beschermt zichzelf.

Wanneer een leider zijn reputatie, zijn positie en zijn controle verdedigt ten koste van de kudde, dan is hij geen herderlijk voorbeeld — maar functioneert hij als huurling.

De wortel: hoogmoed

“God wederstaat de hovaardigen.”
— Jakobus 4:6

Het “man van God-syndroom” is uiteindelijk geen bestuursmodel, maar een hartprobleem.

Het is de subtiele gedachte:

“Gods werk staat of valt met mij.”

Maar Christus bouwt Zijn gemeente (Mattheüs 16:18).
Niet jij.
Niet ik.
Niet een charismatische leider.

Christus.

De gevolgen van heerszucht

Heerszucht onder gelovigen:

  • kweekt angst
  • onderdrukt geweten
  • maakt mensen afhankelijk van een leider in plaats van van Christus
  • verhindert Bijbelse correctie
  • creëert een cultuur van zwijgen

En het wordt vaak verkocht als:

  • “orde”
  • “eenheid”
  • “bescherming van de gezalfde”

Maar eenheid zonder waarheid is géén Bijbelse eenheid.
En gezag zonder verantwoording is géén bijbels gezag.

Heerszucht is onbijbels.
Vals geestelijk gezag is onbijbels.
Onaantastbare leiders zijn onverenigbaar met het Nieuwe Testament.

De gemeente heeft geen ’testosteron mannen’ nodig die hun positie bevechten.
Ze heeft herders nodig die zichzelf breken aan het kruis van Christus.

“De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.”
— Markus 10:45

Als leiders niet lijken op de dienende Hogepriester
dan hebben we geen krachtig leiderschap —
maar een geestelijk machtsprobleem.

En dat moet, blijvend, aan de kaak gesteld worden.

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Binnen ‘apostolische’ en NAR-kringen komen ondermeer de volgende zaken aan de orde :

  • de “Zeven Bergen”
  • het innemen van cultuur
  • het hervormen van naties
  • het vestigen van Gods Koninkrijk op aarde
  • een eindtijdleger dat de wereld zal transformeren

Men leert dat de kerk geroepen is om invloed te nemen in zeven maatschappelijke domeinen:

  1. Religie
  2. Overheid
  3. Onderwijs
  4. Media
  5. Kunst & entertainment
  6. Economie
  7. Gezin

Het doel is: deze “bergen” onder christelijke heerschappij brengen.

Maar de vraag is:

Waar in de Bijbel staat deze opdracht aan de Gemeente?

Wat leert dominion-theologie?

Dominion-denken gaat ervan uit dat:

  • De kerk vóór Christus’ wederkomst de wereld moet transformeren.
  • Christenen bestuurlijke invloed moeten verkrijgen.
  • Het Koninkrijk van God zichtbaar moet doorbreken in maatschappelijke structuren.
  • De kerk de aarde gereed moet maken voor Christus.

Sommigen spreken zelfs over:

  • een eindtijd-opwekking van miljarden zielen
  • een ongekende triomfperiode
  • een geestelijke elite die regeringsmacht uitoefent
Maar waar staat dit in de Bijbel?

De Grote Opdracht

Mattheüs 28:19:

“Gaat dan henen, onderwijst al de volken…”

De opdracht is:

  • discipelen maken
  • dopen
  • leren onderhouden wat Christus geboden heeft

Er staat niet:

  • neem regeringsmacht
  • transformeer maatschappelijke structuren
  • vestig christelijke heerschappij

De focus is geestelijk, niet politiek.

Wat zegt Jezus over Zijn Koninkrijk?

Johannes 18:36:

“Mijn Koninkrijk is nu niet van deze wereld.”

Het Koninkrijk van Christus:

  • is geestelijk van aard
  • breekt door in harten
  • is niet afhankelijk van politieke controle

De vroege kerk:

  • had geen regeringsmacht
  • bezat geen maatschappelijke dominantie
  • maar verspreidde het Evangelie krachtig

Zij overwon door lijden, niet door heersen.

Wat leert het Nieuwe Testament over de eindtijd?

2 Timotheüs 3:1:

“En weet dit, dat in de laatste dagen zware tijden zullen ontstaan.” (STV)

De Schrift schildert:

  • afval
  • misleiding
  • vervolging

Niet een wereldwijde christelijke triomf vóór Christus’ komst.

De wederkomst van Christus is de doorbraak —
niet een geleidelijke overname door de kerk.

 

Het linke van dominion-denken

Wanneer men leert dat:

  • de kerk de wereld moet overnemen
  • politieke invloed geestelijke volwassenheid bewijst
  • culturele heerschappij onderdeel van het evangelie is

dan verschuift de missie van:

verzoening met God

naar

maatschappelijke macht.

Dit creëert:

  • vermenging van evangelie en politieke agenda
  • geestelijke triomfaliteit
  • desillusie wanneer de wereld niet verandert

Wat dan wel

Christenen mogen:

Zout en licht zijn
✔ Invloed uitoefenen
✔ Goed doen
Rechtvaardigheid bevorderen

Maar dat is iets anders dan:

✘ De wereld transformeren vóór Christus’ komst
✘ Een theocratisch model nastreven
Politieke macht koppelen aan geestelijke autoriteit

Vanwaar heeft dit geleuter aantrekkingskracht?

Omdat het:

  • een gevoel van historische betekenis geeft
  • een heroïsche missie biedt
  • collectieve mobilisatie creëert
  • hoop op zichtbare triomf voedt

Maar het Evangelie belooft geen wereldwijde overwinning vóór de Koning verschijnt.

De overwinning komt bij Zijn wederkomst.

Christus bouwt Zijn Gemeente

Mattheüs 16:18:

“Ik zal Mijn Gemeente bouwen.”

Niet:

“Jullie zullen Mijn Koninkrijk vestigen.”

Christus bouwt.
Christus bepaalt en stuurt aan
Christus voltooit.

De Gemeente getuigt.

 

Dominion-theologie en de ‘zeven bergen’ gaan mijlen verder dan wat het Nieuwe Testament ons  leert.

De gemeente is géén politieke overnamebeweging.

Zij is een volk van vreemdelingen en bijwoners

Onze hoop is niet culturele heerschappij.

Onze hoop is de verschijning van Christus.

Hiermee komt een voorlopig eind aan deze blogreeks. Ik merk bij mezelf dat ik door het onderwerp niet blij word; het is bepaald géén opbeurende materie om mee bezig te zijn.

Hieronder nog de links van de vorige berichten erover. Wellicht in de toekomst nog wat aanvullingen….

 

Wanneer ‘zalving’ gezag wordt

Genezing en wonderen: niet de norm, maar tijdgebonden

Strategische geestelijke oorlogsvoering: pure speculatie

Doorbraakgebed en de ‘Hemelse rechtbank’; geestelijke kracht of geestelijke misleiding?

De New Apostolic Reformation

Profetie vandaag: bemoediging of ‘nieuwe openbaring’?

‘Apostolische covering’: bescherming of controle?

Wat impartatie is en waarom het niet Bijbels is

De Gemeente is geen Israël

De Gemeente is geen Israël

Een duidelijk Bijbels onderscheid

De verwarring rond de Gemeente begint vrijwel altijd bij het vervagen van het onderscheid tussen Israël en de Gemeente. Zodra men die twee samenvoegt, ontstaan vermenging van beloften, vermenging van roeping en uiteindelijk vermenging van Wet en Genade.

Wat zegt de Schrift?

Paulus schrijft:

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” (Efeze 1:22-23 STV)

De Gemeente is het Lichaam van Christus. Dat wordt nergens van Israël gezegd.

Israël wordt genoemd: knecht, wijnstok, volk, kudde, maar nooit het Lichaam van Christus.

Dat is een unieke openbaring die pas ná het kruis bekendgemaakt is.

Een verborgenheid die tevoren niet bekend was

Paulus noemt de Gemeente een verborgenheid.

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid; (gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb;) Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap in deze verborgenheid van Christus; Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten door den Geest.” (Efeze 3:3-5 STV)

Hier staat iets cruciaals: in andere eeuwen niet bekendgemaakt.

Dat betekent dat Mozes, Jesaja, Jeremia of Daniël de Gemeente niet voorzagen als het Lichaam van Christus. Zij zagen het Koninkrijk, zij zagen het herstel van Israël, maar niet deze hemelse eenheid van Jood en heiden in één lichaam.

Daarom kan de Gemeente geen voortzetting van Israël zijn. Een verborgenheid kan geen voortzetting zijn van iets dat al bekend was.

Wanneer begon de Gemeente?

De Heere Jezus sprak vóór het kruis:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze Petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” (Mattheüs 16:18 STV)

Let op: Ik zal bouwen.

Toekomende tijd. Het bestond toen nog niet.

De Gemeente begon historisch bij de uitstorting van de Heilige Geest.

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest.” (Handelingen 2:4 STV)

Vanaf dat moment worden gelovigen door één Geest tot één lichaam gedoopt:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13 STV)

Hier ontstaat iets nieuws: geen nationale eenheid, maar een geestelijke eenheid in Christus.

Israël heeft aardse beloften

Israël heeft een landbelofte.

“En Ik zal u het land Kanaän geven tot een eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.” (Genesis 17:8 STV)

Israël verwacht het aardse Koninkrijk onder de Messias.

De discipelen vragen na de opstanding:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten?” (Handelingen 1:6 STV)

De Heere corrigeert hun verwachting niet — Hij ontkent het Koninkrijk niet — maar spreekt over het tijdstip.

Dat Koninkrijk is toekomstig en verbonden aan Israël.

De Gemeente heeft een hemelse roeping

Van de Gemeente lezen wij:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” (Efeze 1:3 STV)

En:

“Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Israël verwacht de Messias op aarde.
De Gemeente verwacht Hem uit de hemel.

Israël ontvangt aardse zegeningen in het land.
De Gemeente is gezet en gezegend in de hemel

Dat is geen nuanceverschil maar een wezenlijk onderscheid.

De Gemeente is niet onder de Wet

Israël stond onder het Sinaïtisch verbond.

Maar Paulus zegt tegen gelovigen uit Jood en heiden:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14 STV)

Wie de Gemeente weer onder de Wet plaatst, maakt van het Lichaam van Christus opnieuw een Sinaïtisch volk.

Dat is precies wat de Galatenbrief bestrijdt.

Wet en Genade kunnen niet gemengd worden zonder dat beide hun kracht verliezen.

Wat gebeurt er als men dit onderscheid loslaat?

Dan wordt:

– de Gemeente het nieuwe Israël
– het Koninkrijk vergeestelijkt
aardse beloften geestelijk gemaakt
– profetie heringevuld
– Wet en Genade vermengd

En uiteindelijk raakt men het zicht kwijt op Gods veelkleurige wijsheid.

Paulus spreekt over:

“Opdat nu door de Gemeente bekendgemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods.” (Efeze 3:10 STV)

Juist het onderscheid laat Gods plan schitteren.

Niet vermenging, maar onderscheiden bedelingen.

De Gemeente is:

– Het Lichaam van Christus
– Een verborgenheid in het Oude Testament
– Ontstaan na kruis en opstanding
– Samengesteld uit Jood en heiden zonder onderscheid
– Gezegend met hemelse zegeningen
– Niet onder de Wet maar onder de Genade

Israël blijft Gods aardse verbondsvolk met eigen beloften en toekomst.

Wie de Schrift recht wil snijden, moet onderscheiden wat God onderscheidt.

Niet om te scheiden wat bij elkaar hoort, maar om niet samen te voegen wat God uiteen heeft gezet.

 

Geverifieerd door MonsterInsights