Psalm 150 vers 3 t/m 6


Wanneer Paulus zegt dat hij niets anders wil weten dan Christus en Die gekruisigd, bedoelt hij niet dat hij alleen over Golgotha sprak.
In dezelfde brief (1 Korinthe) behandelt hij:
“Christus en Dien gekruisigd” is geen beperking, maar een fundament.
Alles wat Paulus onderwijst, vloeit voort uit het volbrachte werk.
Zonder kruis:
Het kruis blijft het hart van het evangelie.
Paulus vat het evangelie samen:
“Dat Christus gestorven is voor onze zonden… en dat Hij is opgewekt…”
(1 Korinthe 15:3–4)
Romeinen 4:25 zegt:
“Die overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.”

Het kruis is leeg — het werk is volbracht.
Het graf is leeg — Hij leeft.
De gemeente verkondigt geen dode Messias, maar een levende Heer.
Het evangelie is:
Kruis én opstanding horen bij elkaar.
Romeinen 6 laat zien dat wij niet alleen gered zijn dóór Zijn dood, maar ook verbonden zijn mét Zijn leven.
Wij zijn:
met Hem gekruisigd
met Hem gestorven
met Hem begraven
met Hem opgewekt
met Hem in de hemel gezet
“En heeft ons medeopgewekt, en heeft ons medegezet in den hemel in Christus Jezus” (Efeze 2:6)
“Opdat… wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.” (Romeinen 6:4)
Nieuw leven is geen opgeknapte oude mens.
Het is leven vanuit een nieuwe positie in Christus.
Zoals Paulus zegt:
“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20)
Dat is volwassenheid.
In Hebreeën 6:1–3 staat:
“Daarom nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons voortvaren tot de volmaaktheid…”
Dit betekent niet:
laat Christus achter.
Het betekent:
blijf niet hangen in elementair onderwijs.
Er wordt gesproken over:
Dat zijn fundamenten.
Maar je bouwt een huis niet door telkens de fundering te leggen.
Je bouwt erop verder.
Het fundament blijft liggen, je bouwt erop.
En je groeit naar volwassenheid.
“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus;” (Efeze 4:15)
Nee.
1 Korinthe 2:2 zegt:
Christus en Zijn kruis blijven centraal.
Hebreeën 6 zegt:
blijf niet geestelijk onvolwassen.
Dat zijn geen tegenstellingen.
Het eerste bewaakt het fundament.
Het tweede roept op tot groei.
Geestelijke groei is niet:
Maar:
De gemeente groeit niet van het kruis af.
Zij groeit in het volle besef van kruis én opstanding.
Het kruis is het fundament.
De opstanding is de levensbron.
Hebreeën 6 roept op tot volwassenheid.
Paulus houdt Christus gekruisigd centraal.
Er is geen tegenstelling.
Wie werkelijk groeit in het geloof, leert steeds dieper:
2 Timotheüs 2:15 (STV)
“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.”
Deze woorden schreef Paulus aan Timotheüs.
Het is de enige plaats in de Schrift waar expliciet wordt gezegd dat het Woord “recht gesneden” moet worden.
Dat betekent: er is blijkbaar ook een manier waarop deze níet recht gesneden wordt.
En dáár begint het probleem in veel uitleg….

Het Griekse woord orthotomeō betekent letterlijk:
Het beeld is dat van een vakman die nauwkeurig werkt. Geen slordige sneden. Geen vermenging.
Geestelijk betekent het:
Het Woord van God juist indelen, onderscheiden en toepassen.
Niet alles wat in de Bijbel staat, is rechtstreeks tot ons gesproken — hoewel alles voor ons geschreven is (Romeinen 15:4).
Omdat God niet altijd op dezelfde manier met mensen heeft gehandeld.
Denk aan:
God verandert niet.
Maar Zijn openbaring en bestuur kennen wel voortgang.
Dat noemt Paulus:
“de bedeling der genade Gods” (Efeze 3:2)
Het woord bedeling betekent: huishouding of beheer.
Hier ligt het hart van het recht snijden.
Israël:
De Gemeente:
Paulus schrijft:
“Dat Hij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid…” (Efeze 3:3)
Deze Gemeente was niet geopenbaard in de profeten.
Zij is geen voortzetting van Israël.
Wanneer men dit onderscheid niet maakt:
De Schrift kent twee lijnen:
Koninkrijk, Messias, herstel van Israël.
De Gemeente als Lichaam van Christus.
Paulus noemt dit:
Recht snijden betekent die twee lijnen niet vermengen.
Men leest Mattheüs 5–7 alsof dat rechtstreeks voor de Gemeente geschreven is.
Maar de context is het Koninkrijk voor Israël.
Men eist vandaag tongen, genezingen en wonderen als bewijs van geloof.
Maar Paulus zegt later:
“Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.” (2 Korinthe 5:7)
In zijn latere brieven verdwijnen de tekenen.
Men predikt genade, maar legt tegelijk wetseisen op.
Paulus zegt echter:
“Gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14)
Absoluut niet!
Recht snijden:
Hyper- of ultradispensationalisme:
Recht snijden is niet schrappen.
Het is onderscheiden.
Opmerkelijk: nergens zegt Petrus dat we de Schrift moeten recht snijden.
Het is Paulus die dit schrijft.
Waarom?
Omdat hij de apostel is van:
Wanneer je Paulus niet op zijn eigen plaats laat staan, vervaagt het onderscheid.
En dat gebeurt vaak.
Zonder recht snijden:
Met recht snijden:
✔️ Blijft genade puur
✔️ Blijft Israël onderscheiden
✔️ Blijft de Gemeente hemels
✔️ Blijft het evangelie helder
Recht snijden betekent bij elke tekst vragen:
Dat is geen kunstmatige constructie.
Dat is gehoorzaamheid aan 2 Timotheüs 2:15.
lees ook:
De bedelingen in de Bijbel en de reden waarom Paulus er letterlijk over spreekt
Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente
Bij het woord profetie denken veel mensen onmiddellijk aan spectaculaire toekomstvoorspellingen, eindtijdschema’s en mysterieuze visioenen. Maar dat is een versmalling van wat de Schrift werkelijk bedoelt.
Bijbelse profetie is in de eerste plaats:
God die spreekt.
Niet de mens die speculeert.
Niet religieuze fantasie.
Niet spirituele indrukken.
Maar God die Zijn gedachten bekendmaakt.
Het woord “profeet” betekent letterlijk: iemand die namens een ander spreekt. Een bijbelse profeet is dus geen toekomstvoorspeller, maar een woordvoerder van God.
De Schrift zegt:
“Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.” 2 Petrus 1:21 (STV)
Profetie ontstaat niet uit menselijke inspiratie, maar uit goddelijke openbaring.
Ja, profetie bevat toekomst.
Maar toekomst is niet de kern — Gods openbaring is de kern.
In het Oude Testament zien we dat profeten:
Israël waarschuwen voor afval
Oordeel aankondigen
Oproepen tot bekering
Gods karakter openbaren
Hoop verkondigen voor herstel
Profetie was vaak confronterend. Het ontmaskerde zonde. Het brak religieuze schijnheiligheid af. Het riep terug tot gehoorzaamheid.
De toekomstboodschap stond altijd in dienst van Gods heiligheid.
Alle Bijbelse profetie komt uiteindelijk uit bij één Persoon: de Heere Jezus Christus.
In het boek Openbaring lezen we:
“Want de getuigenis van Jezus is de geest der profetie.” Openbaring 19:10
Dat is een sleuteltekst.
De Wet wees vooruit.
De profeten kondigden Hem aan.
De psalmen spraken over Hem.
De evangeliën openbaren Hem.
De brieven verklaren Zijn werk.
Openbaring toont Zijn overwinning.
Wie profetie losmaakt van Christus, mist het hart ervan.
Bijbelse profetie openbaart Gods plan met:
Profetie laat zien dat de geschiedenis geen toeval is. Ze beweegt zich volgens Gods raad.
Bijbelse profetie moet scherp onderscheiden worden van occultisme of waarzeggerij.
Waarzeggerij:
Bijbelse profetie:
God spreekt niet om menselijke sensatiezucht te voeden, maar om harten te veranderen.
Dat is een punt van verdeeldheid binnen het christendom.
Sommigen geloven dat de profetische openbaring is voltooid met de afsluiting van de Schrift. Anderen spreken over hedendaagse profetische gaven.
Maar dit staat vast:
De profetie van de Schrift is volledig betrouwbaar en voldoende als fundament voor geloof en leer.
De Bijbel is geen levend groeiend boek dat nog aangevuld moet worden.
Wat God heeft geopenbaard, is vastgelegd.
Profetie:
Het is geen puzzelboek voor nieuwsgierige geesten, maar een openbaring van Gods heilige raad.Bijbelse profetie is niet in de eerste plaats toekomstvoorspelling.
Het is Gods spreken in de geschiedenis.
Het is Zijn stem door Zijn bijzondere dienstkechten heen.
Het is de openbaring van Zijn heilsplan.
Het wijst naar Christus.
Het verzekert dat God Zijn woord houdt.

Ik geloof dat bovenstaande geen eenmalige actie was tijdens Zijn aardse loopbaan. Diezelfde Herder wordt ons in de Hebreeenbrief namelijk voorgesteld als Hogepriester, die verzoening voor ons doet in de hemel, het Heilige der Heiligen, in de tegenwoordige tijd.
Hij leeft, om voor ons te bidden.🙏🏼
In Jesaja 55:11 staat een machtige belofte:
“Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zend.”
Dat is geen poëtische overdrijving.
Dat is een Goddelijke garantie.
Maar wat betekent dat concreet?

“Niet ledig” betekent: niet leeg, niet zonder resultaat, niet zonder uitwerking.
Wanneer God spreekt, gebeurt er iets.
Bij de schepping zei Hij: “Er zij licht” — en er was licht (Genesis 1).
Zijn spreken is handelen.
Dat principe verandert niet.
Ook vandaag niet.
Soms denken mensen:
“Als iemand niet tot geloof komt, heeft de boodschap gefaald.”
Dat is niet wat de Bijbel zegt.
Paulus schrijft in 2 Korinthe 2:15-16:
“Want wij zijn Gode een goede reuk van Christus, in degenen, die zalig worden, en in degenen, die verloren gaan; Dezen wel een reuk des doods ten dode, maar genen een reuk des levens ten leven.”
Hetzelfde Evangelie:
Maar het blijft nooit zonder uitwerking.
Omdat het Gods Woord is.
Zie Hebreeen 4:12:
“Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard…”
Het Woord:
Dat gebeurt soms zichtbaar, soms onzichtbaar — maar het gebeurt.
In Jesaja 55 roept God Zijn volk op:
“Zoekt den HEERE, terwijl Hij te vinden is…”
Het hoofdstuk ademt Genade.
Vergeving.
Herstel.
God belooft: Mijn heilswoord zal zeker vervuld worden.
Zijn plan mislukt niet.
Zijn belofte faalt niet.
Zijn roepstem komt niet vruchteloos terug.
Voor predikers:
Verkondig het Woord — niet je eigen ideeën.
Voor gelovigen:
Blijf het Woord lezen, ook als je weinig “gevoel” ervaart.
Voor evangelisatie:
Geen enkel gesprek is zinloos.
God gebruikt Zijn Woord altijd.
De tekst is niet alleen troostrijk.
Hij is ook ernstig.
Het Woord dat redt, zal ook getuigen.
Wie het hoort en verwerpt, blijft niet neutraal.
Het Woord doet altijd iets.
De vraag is dus niet:
Wérkt het?
De vraag is:
Wat werkt het uit in jou?
Romeinen 10:17
“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods”
Er is een hardnekkig misverstand dat al eeuwen meegaat: dat de “dag des HEEREN” in de Bijbel de zondag zou zijn. Maar wie de Schrift zelf laat spreken, ontdekt iets totaal anders. De uitdrukking verwijst niet naar een wekelijkse rustdag, maar naar een ingrijpende, wereldschokkende periode van Gods oordeel.
Dit is geen kwestie van traditie.
Dit is een kwestie van zuivere Bijbeluitleg.

De profeten spreken met ontzag over “de dag des HEEREN”. Het is een dag van:
Joël 2:1
“Blaast de bazuin te Sion, en roept luid op Mijn heiligen berg; laat alle inwoners des lands beroerd zijn; want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij.”
Jesaja 13:9
“Ziet, de dag des HEEREN komt, gruwelijk, met verbolgenheid en hittigen toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en zijn zondaars daaruit te verdelgen.”
Vraag:
Lijkt dit op een wekelijkse rustdag?
Nergens wordt hier gesproken over kerkgang samenkomst, aanbidding of een rustdag. Het gaat over oordeel. Over gericht. Over een beslissende ingreep van God in de geschiedenis.
Ook het Nieuwe Testament bevestigt dit profetische karakter.
1 Thessalonicenzen 5:2
“Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht.”
2 Petrus 3:10
“Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan.”
Hier gaat het om:
Dat is geen Zondag. Dat is eschatologie.
Sommigen grijpen dan naar één tekst:
“Ik was in den Geest op den dag des Heeren…”
Hier staat in het Grieks een andere uitdrukking dan in de profetieën over “de dag des HEEREN”.
Bovendien:
We moeten Schrift met Schrift vergelijken; niet Schrift met traditie.
De dag des HEEREN is:
Het is de dag waarop de HEERE Zijn recht laat gelden.
Niet wekelijks.
Maar toekomstig.
Niet liturgisch.
Maar profetisch.
Als we de dag des HEEREN verwarren met de Zondag:
De dag des HEEREN gaat over Gods oordeel over de wereld en Zijn herstel van Israël — niet over een kerkelijke samenkomstdag.
De Zondag is de eerste dag van de week. en tevens geen vervanging van de Sabbat, dat is de zevende dag van de week.
De dag des HEEREN is de dag van Gods ingrijpen.
Wie de Bijbel serieus neemt, kan die twee niet gelijkstellen.
lees ook:
Op de site van Israel en de Bijbel: Openbaring en de dag des Heeren
En het Reformatorisch smaldeel fietst met een flinke theologische boog om de hete brij heen:
Ik heb de afgelopen tijd vaker de volgende bewering gehoord:
De Thora en het Evangelie waren oorspronkelijk van God,
maar zijn later veranderd.
Dat klinkt als een mogelijkheid, totdat je het onderzoekt.
Hier begint wat wel het Islamitisch Dilemma wordt genoemd.
De Koran leert:
Dus de logische vraag is:
Als Gods woorden niet veranderd kunnen worden,
hoe kunnen de Thora en het Evangelie dan vervalst zijn?
De Bijbel is betrouwbaar.
Dan bevestigt de Koran een boek dat leert dat:
Maar precies dát ontkent de Koran.
De Bijbel is vervalst.
Dan bevestigt de Koran een corrupte openbaring.
En zegt tegelijk dat Gods woorden niet veranderd kunnen worden.
Dat ondermijnt de interne consistentie.
Beide opties zijn problematisch voor de islam.

Beschuldigingen zijn geen bewijs.
De vraag is eenvoudig:
Het bestaat niet.
De Dode Zee-rollen tonen dat de tekst van het Oude Testament al eeuwen vóór Christus vrijwel identiek was aan latere manuscripten.
Geen andere wet.
Geen andere Messias.
Geen andere God.
Als er vervalsing was, moet die vóór de tijd van Jezus hebben plaatsgevonden.
Maar dan bevestigt de Koran dus een reeds vervalste tekst.
Er is geen enkel vroeg manuscript waarin Jezus niet wordt gekruisigd.
Sterker nog:
Romeinse historicus Tacitus bevestigt de kruisiging onder Pontius Pilatus.
Dus om de kruisiging te ontkennen moet men:
als collectieve misleiding bestempelen.
Dat is geen historische methode. Dat is een groteske aanname.
Sommigen zeggen:
Het oorspronkelijke Injil was één boek dat verdwenen is.
Maar:
Dat is geen geschiedenis. Dat is hypothese.
Het draait uiteindelijk om gezag.
Is een openbaring uit de 7e eeuw bevoegd om documenten uit de 1e eeuw te corrigeren, zónder enig historisch bewijs?
Of wegen ooggetuigen zwaarder dan latere claims?
De Bijbel baseert zich op:
De Koran baseert zich op één latere openbaringsclaim.
Dat is het fundamentele verschil.
Het Islamitisch Dilemma is geen retorische truc.
Het is een serieuze historische en logische spanning.
Als de Bijbel niet veranderd is,
dan spreekt hij duidelijk over de kruisiging en de Godheid van Christus.
Als hij wél veranderd is —
waar is het bewijs?
Tot dat bewijs geleverd wordt, blijft de claim van tekstvervalsing een onbewezen aanname.
En dan blijft de vraag staan:
Wat doet u met Jezus?
lees ook:
Jesus Is God – Isa Is Not – Bijbelse basis
Waarheid of leugen, allah: waarachtig of een bedrieger? – Bijbelse basis
extern:
Het Islamitisch Dilemma en Meer / Islam / Onderwerpen | keigoedcommentaar.nl
De Bijbel laat geen ruimte voor vaagheid wanneer het gaat om de houding van gelovigen tegenover elkaar. Toch zien we door de eeuwen heen, en ook vandaag, hoe geloof kan ontaarden in hardheid, veroordeling, dwang en religieus fanatisme. Daarom is de vraag onvermijdelijk: leven wij uit de liefde tot de broeders, of uit een fanatisme dat zich met de Schrift rechtvaardigt?
Volgens de Schrift is broederliefde geen bijzaak, maar het bewijs dat iemand werkelijk uit God leeft:
„Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; die den broeder niet liefheeft, blijft in den dood.”
(1 Johannes 3:14, STV)
Johannes trekt dit door:
„Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven in zich blijvende heeft.”
(1 Johannes 3:15, STV)
En nog scherper:
„Indien iemand zegt: Ik heb God lief, en zijn broeder haat, die is een leugenaar.”
(1 Johannes 4:20, STV)
Elke vorm van haat, hardheid of geestelijk geweld staat daarmee haaks op leven uit God.

De Heere Jezus Zelf maakt liefde tot het herkenningspunt van Zijn volgelingen:
„Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijkerwijs Ik u liefgehad heb.”
(Johannes 13:34, STV)„Hieraan zullen allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.”
(Johannes 13:35, STV)
Niet strijd, niet dwang, maar liefde onderscheidt het christelijk geloof.
Religieus fanatisme beroept zich vaak op ijver voor God. Paulus erkent die ijver, maar ontmaskert tegelijk het gevaar:
„Want ik geef hun getuigenis, dat zij ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)
Fanatisme ontstaat waar men zonder geestelijk onderscheid handelt en Gods Woord losmaakt van Zijn handelen.
Een belangrijke oorzaak van fanatisme is het toepassen van oudtestamentische oordelen in de tijd van genade. Paulus is daar duidelijk over:
„Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)
Wie vandaag met veroordeling, dreiging of dwang werkt, handelt niet overeenkomstig Gods wil
De Schrift verklaart waarom God vandaag geen oordeel voltrekt:
„De Heere vertraagt de belofte niet … maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.”
(2 Petrus 3:9, STV)
Fanatisme wil afdwingen wat God juist uitstelt.
De houding van de gelovige wordt expliciet beschreven:
„De dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, verdraagzaam.”
(2 Timotheüs 2:24, STV)„Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan.”
(2 Timotheüs 2:25, STV)
En:
„Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet.”
(Jakobus 1:20, STV)
Fanatisme neemt het oordeel in eigen hand, maar de Schrift verbiedt dit:
„Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.”
(Mattheüs 7:1, STV)„Mij komt de wrake toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.”
(Romeinen 12:19, STV)„Daarom zo laat ons elkander niet meer oordelen.”
(Romeinen 14:13, STV)
Het Koninkrijk van Christus wordt niet verdedigd met geweld:
„Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars strijden.”
(Johannes 18:36, STV)„Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk.”
(2 Korinthe 10:4, STV)
Paulus beschrijft een gezindheid die religieus fanatisme onmogelijk maakt:
„Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.”
(Filippenzen 2:3, STV)
Waar deze houding ontbreekt, ontstaan trots, hardheid en geestelijke dwang. Met name deze tekst kreeg ik zelf de laatste tijd regelmatig in gedachten….
Zelfs zuivere leer verliest haar waarde zonder liefde:
„De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.”
(1 Korinthe 8:1, STV)„Al ware het, dat ik al het geloof had … en de liefde niet had, zo ware ik niets.”
(1 Korinthe 13:2, STV)„Doch nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; maar de meeste van deze is de liefde.”
(1 Korinthe 13:13, STV)
Religieus fanatisme:
Bijbels geloof daarentegen:
„Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid en vrede en blijdschap door den Heiligen Geest.”
(Romeinen 14:17, STV)

Bij Sliedrecht op de A15 word je als voorbijganger van veraf al geconfronteerd met het Woord van God. Erachter zit een samenwerkingsverband van kerken in de regio. Ik vind het waardevol; het bereik is groot, en je kunt er mooi over nadenken terwijl je voorbij flitst.
De vraag “Is het volmaakte gekomen?” is geen academische zijlijn, maar raakt het hart van de discussie over profetie, tongentaal en moderne openbaringsclaims. Wie deze vraag serieus neemt, ontdekt iets opmerkelijks: niet alleen leerstellig,ook binnen het Nieuwe Testament zelf verdwijnen de tekengaven geleidelijk uit beeld.
De sleuteltekst is
“Maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden.” 1 Korintiërs 13:10 (SV)
Paulus schrijft aan een gemeente die geestelijke gaven verabsoluteerde. Daarom zet hij in 1 Korinthe 13 een scherp contrast neer:
Daartegenover staat de liefde:
“De liefde vergaat nimmermeer.”
De tegenstelling is duidelijk: gaven zijn tijdelijk, liefde is blijvend.
Paulus spreekt over twee fasen:
Dat blijkt uit zijn illustratie:
“Toen ik een kind was… maar toen ik een man geworden was, heb ik het kinderlijke te niet gedaan.” (vers 11)
Dit gaat niet over hemel en aarde, maar over onvolwassenheid versus volwassenheid.

De populaire uitleg dat “het volmaakte” de wederkomst van Christus zou zijn, houdt bij nadere lezing geen stand.
Een kind wordt tijdens zijn leven volwassen — niet bij de wederkomst. Paulus beschrijft een proces binnen deze bedeling.
Deze uitdrukking betekent in de Bijbel ook: heldere, directe openbaring. Mozes sprak “van aangezicht tot aangezicht” met God (Numeri 12:8), zonder dat hij in de hemel was.
“Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond,….” Hebreeen 2:9
De genoemde gaven voegen openbaring toe. Zodra Gods openbaring compleet is, verliezen ze hun functie.
“Het volmaakte” duidt op de voltooide openbaring van Gods Woord.
Daarom schrijft Paulus dat de gemeente is:
“gebouwd op het fundament van apostelen en profeten”
Efeze 2:20
Een fundament leg je één keer. Niet steeds opnieuw.
Dit alles blijft geen platgeslagen theorie. Het wordt zichtbaar in de ontwikkeling van Paulus’ eigen brieven.
In vroege brieven, zoals Eerste brief aan de Korintiërs, spelen tekengaven nog een rol:
Dat past bij een periode van:
In Paulus’ latere brieven gebeurt iets veelzeggend:
geen tongentaal, geen profetieën
geen aansporing om tekenen te zoeken
In plaats daarvan ligt de nadruk op:
Voorbeelden:
De focus verschuift van openbaring ontvangen naar openbaring bewaren.
In Handelingen geneest Paulus zieken. Maar later schrijft hij:
“Trofimus heb ik ziek achtergelaten te Milete.”
2 Timotheüs 4:20
Als genezing een blijvende norm was, is dit onverklaarbaar.
Maar als de tekengaven tijdelijk waren, is het volkomen logisch.
Dit is geen tekort aan geloof, maar een nieuwe fase in Gods heilsplan
Waarmee natuurlijk niet gezegd is dat Paulus niet gebeden heeft voor de genezing van Trofimus
Niet leegte, maar verdieping:
“Blijf in hetgeen gij geleerd hebt.” (2 Tim. 3:14)
Niet: zoek nieuwe openbaring
Maar: bewaar wat je ontvangen hebt
Ja, het volmaakte is gekomen.
Niet omdat Christus al is teruggekeerd, maar omdat Gods openbaring voltooid is.
En ja — dat is precies de reden dat de tekengaven:
Een metafoor waarvan de herkomst onduidelijk is, soms wordt hij toegeschreven aan Willem Kieft, dan weer aan Louis van Gaal, of zelfs aan de karakteristieke politicus Jan Schaefer. Van de laatste kan ik me trouwens nóg wel een karakteristieke en stevige uitspraak herinneren. (“In geouwehoer kun je niet wonen“, n.a.v de woningnood die er destijds in 1978 al was in Amsterdam). Als taalliefhebber kan ik daar erg van genieten.

Wat hiermee bedoeld wordt, lijkt me wel duidelijk. Deze vlieger gaat ook op voor kerkgang. Van naar de kerk gaan word je nog geen christen, al denken veel mensen dat nog steeds. “Als je maar gaat” is dan vaak de gedachte. De werkelijkheid is toch wel anders. Als je niet gelooft heeft het geen enkele zin om trouw elke zondag (twee keer?) aan te schuiven in de kerkbanken.
Van een kerk mag verwacht worden dat daar het Woord van God gebracht wordt. En als je niet gelooft, is dat eenvoudig aan dovemansoren gericht. Dat gaat je geen beter mens maken. Sterker nog: de kans is aanwezig dat je er super gefrustreerd en doodongelukkig van wordt, omdat je allemaal dingen hoort, waar je geen bal van snapt.
Dat is een vrij logisch en trouwens ook Bijbels principe; geestelijke dingen worden geestelijk verstaan. Als je het niet gelooft is het sowieso allemaal dwaasheid.
Zorg er voor dat je niet stomweg gaat uit gewoonte, of omdat iemand dat van je vraagt of zelfs eist. Geloven is in eerste instantie vertrouwen op de informatie die je is medegedeeld. En die informatie kun je In de Bijbel vinden, of ga desnoods op zoek naar een christen die je het een en ander kan uitleggen.
Denk niet dat het “vanzelf wel komt”, of “later”, want de garantie dat je straks nog leeft, heb je niet.
Er is een levende God, en Zijn Zoon heet Jezus Christus. De Bijbel vertelt ons dat Hij de weg naar God is. Ga op zoek nu.
De reeks blogs over King James only en Statenvertaling alléén en de Textus Receptus begon eigenlijk met één doel: misverstanden en misconcepties over de Bijbel uit de weg ruimen
Niet om strijd te voeren, maar juist om te luisteren naar, en gehoorzaam zijn aan de Schrift.
Gaandeweg merkte ik dat het inhoudelijk steeds vaker verschoof naar vaste posities en verdediging. Wat bedoeld was als toetsing, werd een frontlinie.
Dat is pertinent niet de weg die ik wil gaan.
Daarom sluit ik deze reeks af niet uit afstand tot de Bijbel, maar juist uit respect daarvoor.
Ik heb geen leer losgelaten, Christus niet verloochend en geen vertrouwen verloren in Gods Woord.
Wel heb ik, definitief, afstand genomen van de overtuiging dat tekstueel absolutisme, één vertaling of tekstvorm de exclusieve norm voor het verstaan van Gods Woord zou zijn.
Argumenten verdienen toetsing, juist ook als ze vertrouwd klinken of gevoelsmatig kloppen.
Toetsing is geen ongeloof.
Het is gehoorzaamheid.
Ik blijf de Statenvertaling en de King James Version een warm hart toedragen om hun rol voor vele gelovigen, zelfs door de eeuwen heen, en hun plaats in de kerkgeschiedenis.
Dat verandert niet.
Maar mijn vertrouwen ligt niet langer in één tekstvorm, of traditie, maar blijft in de God die Zijn Woord door de eeuwen heen heeft bewaard en gedragen, en daar niet mee gestopt is 4 eeuwen terug.
Deze reeks bracht mij steeds verder in een rol van loopgravenverdediger, terwijl ik wil lezen, onderzoeken, verstaan en me wil blijven verwonderen.
Niet om vast te roesten.
Met de hakken in het zand.
Die spanning kies ik niet langer.
Dit is geen eindconclusie, maar een uitnodiging:
Blijf alsjeblieft toetsen, blijf of ga zelf onderzoeken , blijf vragen stellen bij wat als feit is gepresenteerd, en lees de Bijbel om te groeien, in kennis en geloof van die Ene Naam, ook om gehoord te worden, niet om oorlog te voeren.
Voor mij eindigt hier deze blogreeks.
In rust. En vrede.

De context van dit vers is uit het laatste hoofdstuk van het oude Testament, Maleachi 4 (STV)
1 WANT zie, die dag komt, brandende als een oven; dan zullen alle hoogmoedigen en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal hen in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel noch tak laten zal.
2 Ulieden daarentegen die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen als mestkalveren.
3 En gij zult de goddelozen vertreden, want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen.
4 Gedenkt der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, der inzettingen en rechten.
5 Zie, Ik zend ulieden den profeet Elía, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.
6 En hij zal het hart der vaders tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet kome en de aarde met den ban sla.
Binnen behoudende protestantse kringen wordt vaak met grote zekerheid gesproken over de Textus Receptus (TR). Niet zelden klinkt daarbij de bewering dat de verschillende edities van de TR onderling nauwelijks verschillen vertonen: hooguit wat spelling, misschien een enkel accent, maar niets dat de betekenis of vertaling raakt. Deze claim wordt onder andere uitgedragen door organisaties als de Trinitarian Bible Society en door pleitbezorgers van confessional bibliology of King James Only-achtige posities.
Maar klopt dit beeld wel?
De Amerikaanse theoloog Timothy Decker besloot deze bewering niet langer als vanzelfsprekend te accepteren, maar daadwerkelijk te toetsen. Niet op basis van aannames of traditie, maar door een grootschalige, tijdrovende vergelijking van 22 verschillende edities van de Textus Receptus. De resultaten zijn confronterend – niet omdat zij de betrouwbaarheid van de Bijbel ondermijnen, maar omdat zij een hardnekkige voorstelling van zaken corrigeren.

De aanleiding voor Deckers onderzoek is eenvoudig maar fundamenteel. TR-verdedigers stellen vaak:
Decker vroeg zich af:
is deze claim controleerbaar, en zo ja, houdt zij stand wanneer we de tekst zelf laten spreken?
Zijn antwoord was even simpel als radicaal: dan moeten we de edities naast elkaar leggen en tellen wat er werkelijk staat.
Decker vergeleek 22 representatieve TR-edities, waaronder:
Als vaste referentietekst gebruikte hij Scrivener 1881, die vaak wordt gezien als een gereconstrueerde “klassieke” TR.
Belangrijk: Decker deed geen kritische teksteditie. Hij probeerde niet te bepalen welke lezing “juist” is, maar maakte een diplomatische vergelijking: wat staat er, waar wijkt het af, en hoe vaak?

Om het project uitvoerbaar te houden, beperkte Decker zich tot één tekstgedeelte: Mattheüs 5–7, de Bergrede. Dat is geen willekeurige keuze:
In totaal analyseerde hij 111 verzen.
Om zijn bevindingen ordelijk te presenteren, verdeelde Decker de verschillen in drie categorieën. Opmerkelijk genoeg baseerde hij deze indeling op de eigen terminologie van TR-verdedigers.
Spelling, eindletters, orthografie. Deze verschillen zijn onbetwist en worden door niemand problematisch gevonden. Ze zijn relevant voor specialisten, maar hebben geen invloed op betekenis of vertaling. Decker nam ze wel waar, maar telde ze niet mee.
Hier gaat het om zaken als werkwoordstijd, lidwoorden of kleine syntactische verschuivingen. Deze kunnen grammaticaal relevant zijn, maar vallen in vertalingen vaak nauwelijks op. Ook hierover bestaat doorgaans weinig discussie.
Dit is de kern van het probleem. In deze categorie vallen verschillen die:
In de Bergrede alleen al identificeerde Decker 32 van zulke varianten.
Misschien wel het meest sprekende voorbeeld is Mattheüs 6:1.
Sommige TR-edities lezen:
“Doet uw aalmoezen niet voor de mensen…”
Andere – waaronder Beza 1598 – lezen:
“Doet uw gerechtigheid niet voor de mensen…”
Dit is geen nuanceverschil. Het woord is volledig anders, en het effect is groot:
“Aalmoezen” maakt vers 1 onderdeel van één concreet thema;
“Gerechtigheid” functioneert als overkoepelende inleiding op drie praktijken: aalmoezen, gebed en vasten.
Daarmee verandert niet alleen de woordkeus, maar ook de structuur en uitleg van het hele hoofdstuk.
Nog opvallender:
Beza verdedigt de lezing “gerechtigheid” al jaren in zijn annotaties, maar durft pas in zijn laatste editie de tekst daadwerkelijk te wijzigen. Dat laat zien hoe terughoudend TR-redacteuren waren om af te wijken van de gevestigde traditie – zelfs wanneer zij inhoudelijk overtuigd waren.
Andere categorie-1-varianten komen voor in het Onze Vader. Denk aan verschillen als:
Voorstanders van de TR noemen zulke verschillen vaak “onbeduidend”, maar in vaste, liturgische teksten zijn ze onmiskenbaar merkbaar. Niemand die het Onze Vader uit het hoofd kent, zal zo’n wijziging niet opmerken.
Een bijzonder leerzaam punt betreft het gebruik van het Griekse lidwoord in Mattheüs 6. Het wel of niet plaatsen van een lidwoord kan:
Dit soort verschillen wordt vaak weggezet als “maar één letter”, maar grammaticaal en exegetisch zijn ze allesbehalve onschuldig.
Een interessante ontdekking is dat de Complutensische Polyglot de doxologie van het Onze Vader niet opneemt, met een verklaring in de kantlijn. De redacteurs stellen dat deze woorden waarschijnlijk uit liturgisch gebruik zijn voortgekomen en later in de tekst zijn terechtgekomen.
Met andere woorden: zestiende-eeuwse geleerden gebruikten al interne argumenten zoals wij die vandaag kennen uit de moderne tekstkritiek. Dat doorbreekt het idee dat “kritisch denken” pas in de moderne tijd is ontstaan.
Deckers conclusie is opmerkelijk evenwichtig:
Belangrijk: Dit raakt geen enkele cruciale leer van het christelijk geloof. Maar het raakt wél de manier waarop we over tekst en overlevering spreken.
Decker probeert TR-verdedigers niet “te ontmaskeren” of te ridiculiseren. Zijn oproep is eenvoudiger en scherper:
Wie kritiek heeft op varianten in de kritische tekst, moet bereid zijn dezelfde eerlijkheid toe te passen op de eigen teksttraditie. Niet om geloof af te breken, maar om het te gronden in waarheid in plaats van idealisering.
lees ook (extern):
https://www.tbsbibles.org/page/ReceivedText
https://www.textusreceptusbibles.com/Editions
https://pneumareview.com/bible-translations-the-three-major-textus-receptus-translations/
https://www.wayoflife.org/reports/which_edition_of_received_text_should_we_use.html