Galaten 6:14: roemen in het kruis

Niet in christelijk succes

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Er zijn Bijbelteksten die nauwelijks ruimte laten voor religieuze zelfverheerlijking. Galaten 6:14 is er één van.

Paulus zegt niet dat hij een beetje minder wil roemen in zichzelf. Hij zegt niet dat menselijke prestaties best waardevol zijn, zolang Christus er maar bij genoemd wordt. Hij trekt een veel radicalere grens:

er blijft voor hem maar één grond van roem over: het kruis van de Here Jezus Christus.

Dat staat haaks op veel van wat tegenwoordig als christelijk succes wordt gepresenteerd.

Groei. Invloed. Bereik. Aantallen. Zichtbaarheid. Een groter podium. Een grotere gemeente. Een grotere bediening. Meer impact.

Maar waar in dit alles staat het kruis?

Want Paulus zegt niet:

Zie eens wat wij voor Christus bereikt hebben.

Hij zegt:

zie wat Christus heeft volbracht.
Galaten 6 vers 14

 

De context maakt Galaten 6:14 nog scherper

Galaten 6:14 staat niet los in de brief. Paulus bestrijdt in Galaten een religie waarin aan het volbrachte werk van Christus alsnog iets van de mens werd toegevoegd.

De besnijdenis speelde daarin een belangrijke rol.

Paulus schrijft vlak vóór onze tekst:

Want ook zij zelven, die besneden worden, houden de wet niet; maar zij willen, dat gij besneden wordt, opdat zij in uw vlees roemen zouden.” — Galaten 6:13 (STV)

Daar staat het probleem.

Roemen in uw vlees.

Het ging om iets zichtbaars. Iets waarmee men kon aantonen dat men resultaat had geboekt. Er kon als het ware worden gezegd: kijk eens hoeveel mensen wij zover hebben gekregen.

En dan komt Paulus:

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus…” — Galaten 6:14 (STV)

Dat is geen vrome aanvulling.

Dat is een regelrechte afwijzing van religieuze roem.

 

Het kruis laat niets van de menselijke grootheid heel

Waarom is het kruis zo vernietigend voor menselijke trots?

Omdat het kruis verklaart dat de mens zichzelf niet kan redden.

Als opvoeding voldoende was geweest, was het kruis niet nodig.

Als religie voldoende was geweest, was het kruis niet nodig.

Als de wet de mens had kunnen rechtvaardigen, was het kruis niet nodig.

Als menselijke verbetering voldoende was geweest, was het kruis niet nodig.

Paulus had dit eerder in dezelfde brief al vlijmscherp gezegd:

“Ik doe de genade Gods niet teniet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” — Galaten 2:21 (STV)

Daarom kan wet en genade niet eenvoudig worden samengevoegd tot één christelijk systeem waarin Christus het grootste deel doet en de mens vervolgens het ontbrekende stuk aanvult.

Het kruis zegt niet dat de mens een zetje nodig had.

Het kruis zegt dat Christus alles moest doen.

 

Het christendom heeft opnieuw leren roemen in het vlees

De vorm is veranderd.

We eisen misschien niet meer dat christenen besneden worden. Maar het beginsel waartegen Paulus strijdt, is bepaald niet verdwenen.

Ook vandaag kan het vlees religieus worden.

Sterker nog: het vlees kan zeer christelijk klinken.

“We hebben zoveel mensen bereikt.”

“Onze gemeente groeit enorm.”

“God gaat ons groot maken.”

“Wij gaan deze stad innemen.”

“Onze invloed zal verdubbelen.”

“God brengt ons naar een hoger niveau.”

“Wij bouwen iets geweldigs voor God.”

Het klinkt indrukwekkend.

Maar Galaten 6 stelt een ongemakkelijke vraag:

waarin wordt hier eigenlijk geroemd?

In Christus?

Of in het zichtbare resultaat van menselijke activiteit?

Dat onderscheid is essentieel.

Een grote gemeente is niet automatisch een verkeerde gemeente. Veel bereik hebben is geen zonde. Groei kan een zegen zijn.

Maar groei is geen Bijbelse maatstaf voor waarheid.

Succes is geen bewijs van Gods goedkeuring.

Aantallen bewijzen geen Bijbelgetrouwheid.

Zichtbaarheid bewijst geen geestelijke vrucht.

En invloed is nergens het fundament waarop de gelovige geroepen wordt te roemen.

 

Paulus had genoeg om menselijk in te roemen

Het opmerkelijke is dat Paulus naar menselijke maatstaven juist indrukwekkende geloofsbrieven bezat.

Hij kende de Schrift. Hij was opgevoed binnen het Jodendom. Hij had een indrukwekkende religieuze achtergrond. Hij was ijverig. Hij had aanzien kunnen verwerven.

Maar toen hij Christus leerde kennen, veranderde zijn rekensom.

Wat voorheen winst was, verloor zijn waarde als grond van roem.

Het kruis maakte niet alleen een einde aan zijn vertrouwen in slechte werken.

Het maakte ook een einde aan zijn vertrouwen in goede religieuze werken als grond van gerechtigheid.

Dat is veel confronterender.

Want de zondaar wil soms best erkennen dat zijn zonden verkeerd zijn.

Veel moeilijker is het te erkennen dat zelfs zijn beste religieuze prestaties hem geen millimeter dichter bij God brengen.

 

“De wereld mij gekruisigd”

Paulus gaat in Galaten 6:14 nog verder:

“…door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Het kruis heeft dus niet alleen betrekking op onze schuld.

Het heeft ook betrekking op onze verhouding tot de wereld.

En daarmee bedoelen we niet simpelweg dat een christen niets meer met ongelovigen te maken mag hebben.

Paulus spreekt over een veel funamentelere breuk.

De wereld heeft haar systeem van waardering.

Wie is belangrijk?

Wie is succesvol?

Wie heeft macht?

Wie heeft aanzien?

Wie wordt gezien?

Wie heeft invloed?

Wie krijgt applaus?

Wie heeft het grootste bereik?

Dat systeem dringt gemakkelijk de christelijke wereld binnen.

En voor je het weet spreken gemeenten dezelfde taal als ondernemingen, influencers en marketingbureaus — alleen zetten we het woord “God” ervoor.

Maar Paulus zegt:

die wereld is voor mij gekruisigd.

De waardeschaal waarop de wereld mensen meet, mag niet de waardeschaal worden waarop het Lichaam van Christus zichzelf beoordeelt.

Ook ik ben der wereld gekruisigd

Er staat nog iets:

“…en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dat is minstens net zo ingrijpend.

Paulus zegt niet alleen dat hij de wereld heeft afgeschreven.

De wereld heeft in zekere zin ook hem afgeschreven.

Een gekruisigde was niet indrukwekkend.

Een gekruisigde was geen winnaar.

Een gekruisigde had geen status.

Een gekruisigde werd niet bewonderd.

En juist dat beeld gebruikt Paulus voor zijn positie tegenover deze wereld.

Dat botst frontaal met christendom dat voortdurend probeert indrukwekkend, relevant, invloedrijk en maatschappelijk onweerstaanbaar te zijn.

De roeping van de Gemeente is niet om de wereld ervan te overtuigen hoe indrukwekkend zij is.

Zij is geroepen om Christus bekend te maken.

Dat kan in grote samenkomsten.

Dat kan ook door één onbekende gelovige die trouw het Woord doorgeeft aan één ander mens.

De hemel rekent kennelijk anders dan onze statistieken.

 

Het kruis betekent niet passiviteit

Hier ontstaat makkelijk een misverstand.

Wie zegt dat wij niet in menselijke prestaties mogen roemen, zegt daarmee niet dat de gelovige niets hoort te doen.

Paulus was bepaald geen passieve man.

Hij reisde, predikte, onderwees, schreef, leed en arbeidde.

Maar dat is nu juist het verschil:

hij werkte niet om iets te worden; hij werkte vanuit wat hij in Christus ontvangen had.

Dát is de richting van genade.

Niet:

werken om aanvaard te worden.

Maar:

werken omdat wij aanvaard zijn in Christus.

Niet:

presteren om identiteit te verwerven.

Maar:

wandelen vanuit de identiteit die God gegeven heeft.

Niet:

vrucht voortbrengen om leven te verkrijgen.

Maar:

vrucht dragen omdat er nieuw leven is.

Dat onderscheid is fundamenteel.

 

“Ik ben met Christus gekruist”

De gedachte van Galaten 6:14 is al eerder in de brief gegeven:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij…” — Galaten 2:20 (STV)

Dat is het christelijke leven in één zin.

Niet de oude mens religieuzer maken.

Niet Adam christelijk oppoetsen.

Niet het vlees leren zich netter te gedragen zodat het vervolgens trots kan zijn op zijn geestelijke vooruitgang.

Maar:

Christus leeft in mij.

Het christelijke leven is niet de verbetering van het oude Adamitische leven door hogere idealen, maar het ontvangen van nieuw leven in Christus.

Daarom volgt onmiddellijk na Galaten 6:14:

“Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel.” — Galaten 6:15 (STV)

Daar ligt de sleutel.

Een nieuw schepsel.

Niet een verbeterde religieuze versie van Adam.

 

Het kruis is Gods oordeel over religieuze zelfverheffing

Dat maakt Galaten 6:14 zo ongemakkelijk actueel.

Wij kunnen met de mond zeggen dat wij roemen in Christus en ondertussen complete christelijke culturen bouwen rondom menselijke reputatie.

De succesvolle voorganger.

De charismatische leider.

De grote bediening.

Het indrukwekkende gebouw.

De duizenden bezoekers.

De internationale invloed.

De vele volgers.

De enorme conferentie.

De “beweging” die iets gaat veranderen.

Maar het kruis stelt steeds dezelfde vraag:

waarom moet de mens hier zo groot worden?

Johannes de Doper zei:

“Hij moet wassen, maar ik minder worden.” — Johannes 3:30 (STV)

Het christelijke leven draait niet om de vergroting van mijn geestelijke reputatie.

Het draait om Christus.

 

Wanneer het kruis centraal staat, verdwijnt de christelijke borstklopperij

Dat betekent niet dat wij niet dankbaar mogen zijn voor wat God doet.

Natuurlijk wel.

Maar dankbaarheid en roem in eigen resultaat zijn twee verschillende dingen.

Dankbaarheid zegt:

God heeft het gedaan.

Religieuze trots zegt:

kijk wat wij hebben bereikt.

Dankbaarheid wijst omhoog.

Trots wijst naar het podium.

Dankbaarheid maakt Christus groot.

Trots gebruikt Christus om de eigen bediening groter te maken.

Daarom blijft Galaten 6:14 een noodzakelijke correctie voor iedere generatie christenen.

 

Alleen het kruis blijft over

Aan het einde blijft er voor Paulus geen indrukwekkend christelijk cv over waarop hij zich voor God beroept.

Geen wet.

Geen besnijdenis.

Geen afkomst.

Geen reputatie.

Geen religieuze prestatie.

Geen aantallen.

Geen invloed.

Geen menselijke grootheid.

Alleen Christus.

En Christus gekruisigd.

 

Daarom is Galaten 6:14 geen lieflijk wandtekstje voor aan de muur. Het is een frontale aanval op de religieuze mens die ondanks al zijn spreken over genade tóch graag iets van zichzelf wil overhouden om in te roemen.

Het kruis neemt hem dat af.

En precies daarin ligt zijn bevrijding.

Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dát is christelijk roemen: niet groot worden voor Christus, maar Christus grootmaken. Niet wijzen op onze prestaties, maar op Zijn volbrachte werk. Niet leven voor het applaus van de wereld, maar vanuit het nieuwe leven dat alleen in Hem gevonden wordt.

Zie ook:

het kruis – Bijbelse basis

Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking

Waarom “je gemeente zal verdubbelen” geen Bijbelse maatstaf is

“Je gemeente zal verdubbelen”

Het klinkt geweldig.

Je gemeente zal groeien. Je bediening zal uitbreiden. Je invloed zal toenemen. Er komt doorbraak. Meer mensen. Meer bereik. Meer zichtbaarheid.…

Uitgesproken  in de gemeente door een geestdriftige spreker, welhaast met de ondertoon van een profetie, verwachtingsvol en goedkeurend ontvangen…..

En wie zou daar nou eigenlijk tegen kunnen zijn?

Dit is een van de manieren waarop succesprediking in de kerk zo gemakkelijk ingang vindt. Zij gebruikt christelijke woorden, spreekt over geloof en Gods zegen en presenteert groei als ultiem bewijs dat God hier aan het werk is.

Maar er is hier een jeukvraag die veel belangrijker is:

Waar leert de Schrift dan, dat zichtbare groei de maatstaf  zou zijn voor de roeping en trouw van het Lichaam van Christus?

Het antwoord is zowel eenvoudig als duidelijk:

nergens.

De apostel Paulus zegt niet dat een gemeente succesvol zou moeten zijn.

Hij zegt:

“Voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.” — 1 Korinthe 4:2 (STV)

Daar staat Gods maatstaf.

Niet groot.

Niet invloedrijk.

Niet succesvol.

Getrouw.

En dat verschil is veel groter dan het oppervlakkig bekeken lijkt.

de kerk als bedrijf?
Geen succesprediking in de kerk

Groei is geen bewijs van Gods goedkeuring

Een van de gevaarlijkste redeneringen binnen het moderne christendom luidt ongeveer zo:

Het groeit, dus God zegent het.

Maar dat is geen Bijbelse redenering.

” Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.
Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdel roepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen;En hun woord zal voorteten gelijk de kanker; onder welke is Hymenéüs en Filétus2 Timotheus 2:15-17 (STV)

Een moskee kan groeien. Een sekte kan groeien. Een politieke beweging kan groeien. Een commerciële onderneming kan groeien. Een dwaalleer kan zich razendsnel verspreiden.

Waarom zou numerieke groei binnen een kerk ineens een bewijs van waarheid zijn?

Een gemeente kan in enkele jaren zomaar verdubbelen terwijl de prediking oppervlakkiger wordt.

Een andere gemeente kan kleiner worden omdat zij weigert haar boodschap aantrekkelijker te maken ten koste van de waarheid.

Welke van de twee is volgens God succesvoller?

Die vraag is al helemaal verkeerd gesteld.

De Bijbelse vraag is:

Welke is Bijbelgetrouw?

 

De Gemeente is geen onderneming

Hier raakt de succesprediking aan een dieper liggend probleem.

Veel hedendaagse kerkelijke taal lijkt opvallend veel op managementtaal:

visie, leiderschap, strategie, impact, groei, bereik, doelgroep, cultuurverandering, invloed.

Natuurlijk zijn niet al die woorden op zichzelf verkeerd. Een gemeente moet ook praktische zaken organiseren.

Maar ongemerkt kan de gemeente daardoor als een onderneming worden beschouwd.

De voorganger wordt een visionair leider.

De gemeente wordt een organisatie.

De samenkomst wordt een product.

De bezoekers worden de doelgroep.

En groei wordt de KPI van Gods zegen.

Maar Paulus noemt de Gemeente geen onderneming.

Hij noemt deze het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.” — Kolossenzen 1:18 (STV)

Dat zet alles in een ander daglicht:

Het doel van het Lichaam is niet zichzelf groot te maken.

Het Hoofd moet de eerste plaats hebben.

Daarom hoort de belangrijkste vraag van een gemeente nooit te zijn:

Hoe krijgen wij meer mensen binnen?

Maar:

Krijgt Christus hier de eerste plaats en wordt Zijn Woord recht gesneden?

 

Het Lichaam van Christus heeft een hemelse roeping

Het verlangen naar zichtbaar succes hangt dikwijls samen met een ander misverstand: de gedachte dat de Gemeente geroepen zou zijn om Gods Koninkrijk hier en nu, steeds zichtbaarder, op aarde te vestigen.

Dan ontstaan grote woorden en plannen.

We moeten steden transformeren.

De cultuur veranderen.

Invloedssferen innemen.

Het Koninkrijk zichtbaar maken.

Maatschappelijke posities veroveren.

De wereld laten zien wat de Kerk kan betekenen.

Maar Paulus wijst het Lichaam van Christus omhoog in plaats van horizontaal;:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” — Kolossenzen 3:1 (STV)

En vervolgens:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

Waarom?

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” — Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat woord verborgen verdient aandacht.

De huidige positie van het Lichaam van Christus wordt juist niet gekenmerkt door een triomfantelijke zichtbare heerschappij over deze wereld.

Christus Zelf wordt door deze wereld niet erkend.

En de Gemeente is met Hem verbonden.

 

Wij zijn nu al gezet in de hemel

Paulus gaat nog verder:

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;” — Efeze 2:6 (STV)

Er staat niet dat dat toekomst is, als wij goed ons best blijven doen en de juiste marktstrategie volgen.

De positie van de gelovige is helemaal niet gericht op het verwerven van een zichtbare machtspositie op aarde.

Zijn burgerschap en positie zijn in de hemel, verbonden met de opgewekte Christus.

Dat betekent niet dat een christen maatschappelijk passief moet zijn. Het betekent evenmin dat evangelisatie onbelangrijk zou zijn.

Het betekent iets anders:

aardse invloed is niet de identiteit en evenmin de roeping van het Lichaam van Christus.

Dat onderscheid verdwijnt gemakkelijk wanneer christelijk succes wordt afgemeten aan gebouwen, bezoekersaantallen, online bereik en plaatselijke invloed.

 

Er komt zichtbaarheid, maar niet door onze marketing

De Schrift spreekt wel degelijk over een moment waarop Christus en Zijn heerlijkheid openbaar zullen worden.

Paulus schrijft:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Let op die volgorde.

Nu: verborgen met Christus.

Straks: met Christus geopenbaard.

Dat is de essentie.

De Gemeente hoeft niet door menselijke strategie alvast zichtbaar te realiseren wat God op Zijn tijd in Christus openbaar zal maken.

Onze opdracht is niet Christus populair te maken.

Onze opdracht is Hem trouw bekend te maken.

 

Paulus zou volgens moderne succesformules een probleemgeval zijn

Wanneer succes werkelijk de maatstaf van een bediening is, moeten we consequent zijn.

Dan moeten we ook Paulus langs die meetlat leggen.

En dan wordt het ongemakkelijk.

Aan het einde van zijn bediening schrijft hij:

“Gij weet dit, dat allen die in Azië zijn, zich van mij afgewend hebben;” — 2 Timotheüs 1:15 (STV)

Dat klinkt niet echt als gemeentegroei.

Later schrijft hij:

“zij hebben mij allen verlaten; het worde hun niet toegerekend.” — 2 Timotheüs 4:16 (STV)

Stel je voor dat dit het jaarverslag van een moderne bediening was.

Mensen afgehaakt.

Medewerkers verdwenen.

Leider gevangen.

Weinig maatschappelijke invloed.

Geen indrukwekkend gebouw.

Geen succesverhaal.

Op het oog een fiasco.

Volgens sommige hedendaagse maatstaven zou er onmiddellijk een consultant moeten worden ingevlogen.

Paulus beoordeelt zijn bediening echter heel anders:

“Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.” — 2 Timotheüs 4:7 (STV)

Het geloof behouden.

Dáár ligt de maatstaf.

 

De Bijbel voorspelt zelfs dat gezonde leer aantallen kan kosten

Dit maakt het nog schrijnender.

Paulus vertelt Timotheüs niet dat trouwe prediking uiteindelijk gegarandeerd grote aantallen mensen zal trekken.

Hij zegt:

“Predik het Woord; houd aan tijdiglijk, ontijdiglijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.” — 2 Timotheüs 4:2 (STV)

Waarom is dat nodig?

Omdat er juist weerstand tegen gezonde leer komt:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;” — 2 Timotheüs 4:3 (STV)

Lees dat nog maar eens naast de voorbarig uitgesproken belofte:

Je gemeente zal verdubbelen.

De Schrift waarschuwt dat mensen de gezonde leer niet zullen verdragen.

Dat betekent dat trouw aan het Woord juist bezoekers kan kosten.

En dan?

Moeten we de boodschap dan gaan aanpassen totdat er weer groei komt?

Paulus zegt het tegenovergestelde:

Predik het Woord.

 

Het Evangelie is geen groeistrategie

Daar ligt misschien wel het grootste gevaar van succesprediking.

Het Evangelie kan langzaam veranderen van een boodschap die verkondigd moet worden in een middel waarmee iets bereikt moet worden.

Meer bezoekers.

Meer invloed.

Een grotere kerk.

Een sterkere beweging.

Een betere samenleving.

Maar het Evangelie der genade Gods is geen marketinginstrument.

Paulus zegt:

“Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” — Handelingen 20:24 (STV)

Opnieuw ontbreekt hier de succesformule.

Paulus wil zijn loop volbrengen.

Hij wil getuigen.

Het resultaat daarvan ligt bij God.

 

Paulus predikte Christus, niet menselijke potentie

De succesboodschap richt de aandacht gemakkelijk op de mens:

jouw bestemming.

jouw doorbraak.

jouw invloed.

jouw succes.

jouw potentieel.

jouw droom.

Paulus’ boodschap heeft een ander middelpunt.

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” — 1 Korinthe 2:2 (STV)

Het kruis is bepaald geen symbool van menselijke zelfverwezenlijking.

Het kruis betekent juist het einde van menselijke aanspraken.

En daarom schrijft Paulus:

“Maar het zij verre van mij, dat ik9 zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dat schuurt behoorlijk met een evangelie waarin Christus uiteindelijk degene wordt Die jouw dromen, ambities en succes mogelijk moet maken.

Het Evangelie draait niet om de verheffing van de mens, maar om de heerlijkheid van Christus.

 

Vruchtbaarheid is niet hetzelfde als zichtbaarheid

Hier moeten we zorgvuldig blijven.

De Bijbel is niet tegen vruchtbaarheid.

Ook niet tegen gemeentegroei.

Wanneer mensen door het Evangelie tot geloof komen, is dat reden tot grote blijdschap.

Het probleem is dus niet groei.

Het probleem is groei als bewijsmateriaal van Gods goedkeuring en als doel van de bediening.

Dat zijn twee totaal verschillende dingen.

Paulus schrijft:

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” — 1 Korinthe 3:6 (STV)

Dat is bevrijdend.

De dienaar plant.

Een ander begiet.

God geeft de wasdom.

Zodra wij verantwoordelijk worden gemaakt voor de gegarandeerde uitkomst — jouw gemeente zal verdubbelen — verschuift iets wat aan God behoort naar de mens.

 

De kleine gemeente hoeft zich niet te schamen

Dit is ook pastoraal belangrijk.

Wat doet succesprediking met de voorganger die al twintig jaar trouw het Woord verkondigt aan veertig mensen?

Wat doet zij met een gemeente die kleiner wordt?

Wat doet zij met zendelingen die jarenlang arbeiden en nauwelijks resultaat zien?

Wat doet de boodschap „God wil groei, invloed en vermenigvuldiging” met hen?

Zij kan een vals schuldgevoel produceren:

Wat doen wij verkeerd?

Misschien wel helemaal niets.

Misschien weigert die voorganger gewoon zijn boodschap af te zwakken.

Misschien is hij niet hip genoeg voor Instagram.

Misschien organiseert hij geen spectaculaire diensten.

Misschien belooft hij mensen geen doorbraak.

Misschien predikt hij wel gewoon het Woord.

Dan kan een kleine gemeente in Gods ogen gezonder zijn dan een megakerk.

Want God telt niet zoals wij tellen.

 

Het probleem is uiteindelijk het vlees

De Schrift zegt niet:

Ontdek hoe groot jij kunt worden.

De Schrift brengt ons bij Christus.

 

“Je gemeente zal verdubbelen” kan een gevaarlijke belofte zijn

Niet omdat verdubbeling an sich onmogelijk of verkeerd zou zijn.

Een gemeente kan verdubbelen.

Zij kan vertienvoudigen.

God kan een bediening een enorm bereik geven.

Maar niemand heeft daarom het recht daarvan een algemene geestelijke belofte te maken.

En al helemaal niet om succes vervolgens als bewijs van zalving, geloof of gehoorzaamheid te presenteren.

Want dan volgt onvermijdelijk de andere kant:

Als jouw gemeente niet verdubbelt, heb je dan te weinig geloof?

Heb je Gods visie gemist?

Ben je niet gezalfd genoeg?

Heb je onvoldoende groot gedacht?

Daar begint geestelijke manipulatie.

Een menselijke succesnorm wordt dan voorzien van Gods handtekening.

 

Misschien moet een gemeente wel helemaal niet verdubbelen

Misschien moet zij eerst leren.

Misschien moet zij dwaling opruimen.

Misschien moet zij Christus weer centraal stellen.

Misschien moeten gelovigen leren wie zij in Christus zijn.

Misschien moet de prediking dieper in plaats van aantrekkelijker.

Misschien moeten er niet meer stoelen worden neergezet, maar meer Bijbels worden opengeslagen.

Misschien moeten wij minder bezig zijn met hoeveel mensen er binnenkomen en meer met wat hun geleerd wordt wanneer zij binnen zijn.

Dat is minder spectaculair.

Maar het zou weleens veel Bijbelser kunnen zijn.

 

Succes is geen roeping, trouw wel

De vraag waarmee wij begonnen kunnen we daarom beantwoorden.

Waarom is het streven naar zichtbaar succes en invloed niet de roeping van het Lichaam van Christus?

Omdat het Lichaam reeds in Christus een hemelse positie heeft.

Omdat Christus het Hoofd is.

Omdat het leven van de Gemeente nu met Christus verborgen is in God.

Omdat de Gemeente niet geroepen is zichzelf te verheerlijken maar Christus bekend te maken.

Omdat groei door God wordt gegeven en niet door mensen kan worden gegarandeerd.

Omdat Paulus trouw, gezonde leer en het bewaren van het geloof als maatstaven geeft.

En omdat het uiteindelijke oordeel over onze dienst niet wordt uitgesproken door bezoekersaantallen, algoritmen, conferenties of kerkelijke jaarverslagen.

Daarom mag de tegenstelling scherp worden neergezet:

Succesprediking vraagt:

hoeveel groter ben je geworden?

De Schrift vraagt:

ben je trouw gebleven?

Een volle zaal kan indrukwekkend zijn.

Een verdubbelde gemeente kan prachtig zijn.

Een groot bereik kan nuttig zijn.

Maar geen van deze dingen bewijst dat God Zijn goedkeuring eraan heeft gegeven.

De dienaar van Christus heeft een veel eenvoudiger en tegelijk veel zwaardere opdracht:

Predik het Woord. Bewaar het geloof. Maak Christus groot. Blijf getrouw.

En laat de wasdom aan God.

lees ook:

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam – Bijbelse basis

De Wet is niet alleen de Tien Geboden: staat een christen onder de Wet?

Waarom worden christenen (steeds weer) onder de wet van Mozes geplaatst

Zijn christenen onder de Tien Geboden? Wat bedoelt de Bijbel eigenlijk met de Wet? Veel predikers beantwoorden die vraag zonder deze eerst goed te onderzoeken. De redenering klinkt vertrouwd:

‘de ceremoniële wetten van Israël zijn afgeschaft, maar de Tien Geboden zijn Gods eeuwige morele wet en gelden daarom onverkort voor de christen.’

Het klinkt degelijk. Het klinkt Bijbels.

Maar is het dat ook? Wat zegt de Bijbel?

Want zodra we de Schrift zelf laten spreken, ontstaat er een probleem. De Bijbel maakt nergens zo gemakkelijk de scheiding die tegenwoordig vanaf kansels wordt gemaakt. De Tien Geboden staan niet los van de Wet. Ze behoren tot het verbond dat God met Israël sloot.

En Paulus zegt niet dat de gelovige onder een verkorte versie van Mozes is geplaatst.

Hij zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Niet: niet onder de ceremoniële wet.

Niet: niet onder de burgerlijke wet.

Maar:

niet onder de wet.

Dat verschil is groter dan menig prediker zijn gehoor vertelt.

De Wet is meer dan de tien geboden
De Wet is niet alleen de tien geboden

De Tien Geboden zijn niet de hele Wet

De Schrift kent inderdaad de Tien Woorden.

“En Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.”
Exodus 34:28

Zie ook Deuteronomium 4:13 en Deuteronomium 10:4.

De Tien Woorden hebben dus zonder twijfel een bijzondere plaats binnen het verbond. Ze werden door God op stenen tafelen geschreven.

Maar daarmee is de Wet niet beperkt tot tien geboden.

Wie na Exodus 20 gewoon verder leest, ontdekt dat de wetgeving doorgaat. Exodus 21, 22 en 23 bevatten allerlei geboden en bepalingen. Daarna volgen voorschriften over de tabernakel, priesterdienst, offers, reinheid, feesten, voedsel, rechtspraak en het maatschappelijke leven van Israël.

De Wet is een compleet verbondsstelsel

De latere Joodse traditie heeft de geboden van de Torah geteld en kwam tot het bekende aantal van 613. Over die precieze telling kan worden gediscussieerd, want de Bijbel geeft zelf nergens het getal 613.

Maar één ding staat buiten discussie:

het zijn er aanzienlijk meer dan tien.

Wie daarom voortdurend spreekt over “de Wet” en daarmee eigenlijk alleen de Tien Geboden bedoelt, heeft de Bijbelse betekenis van het begrip al versmald voordat de uitleg begonnen is.

 

Aan wie werden de Tien Geboden gegeven?

Dit is misschien wel de meest genegeerde vraag in de discussie.

Tegen wie spreekt God in Exodus?

De tekst geeft zelf het antwoord:

“Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israëls verkondigen.”
Exodus 19:3

Niet aan de Gemeente.

Niet aan alle volkeren.

Niet aan de mensheid in het algemeen.

Aan Israël.

God zegt:

“Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken…”
Exodus 19:5

En Israël antwoordt:

“Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen!”
Exodus 19:8

Pas daarna komen we bij Exodus 20.

En hoe beginnen de Tien Geboden?

“Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.”
Exodus 20:2

Wie was uit Egypte geleid?

De Gemeente?

Een Nederlander in 2026?

Nee.

Israël.

Dat betekent niet dat wij niets uit Exodus 20 kunnen leren. De gehele Schrift is ons tot lering gegeven. Maar iets kan voor ons geschreven zijn zonder aan ons gericht te zijn.

Dat onderscheid negeren is een gegarandeerd recept voor verwarring.

Paulus bevestigt bovendien aan wie de wetgeving gegeven was:

“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving…”
Romeinen 9:4

De verbonden en de wetgeving behoren hier nadrukkelijk bij Israël.

Waarom wordt dat zo weinig verteld wanneer men de Tien Geboden aan de Gemeente voorhoudt?

 

De Wet kwam 430 jaar na de belofte

Ook de plaats van de Wet in de heilsgeschiedenis wordt door de apostel Paulus nauwkeurig aangegeven.

Hij schrijft:

“En dit zeg ik: Het verbond, dat tevoren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.”
Galaten 3:17

De Wet was er dus niet altijd.

Zij kwam.

Paulus vraagt vervolgens:

“Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld…”
Galaten 3:19

Let op die woorden:

“daarbij gesteld.”

De Wet kreeg binnen Gods handelen een bepaalde plaats en functie.

Zij was niet Gods methode om zondaren zalig te maken.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
Romeinen 3:20

De Wet legt de zonde bloot.

De Wet veroordeelt de overtreder.

De Wet maakt duidelijk wat overtreding is.

Maar de Wet kan een zondaar niet rechtvaardigen.

 

De Wet is geen ladder naar God

Hier ontspoort veel prediking.

Men zegt eerst dat behoud volledig uit genade is en hangt vervolgens de stenen tafelen alsnog boven het hoofd van de gelovige als norm waaronder hij geplaatst zou zijn.

Maar Paulus noemt de Wet geen ladder waarmee de mens omhoog klimt.

Integendeel:

“Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek…”
Galaten 3:10

En vervolgens citeert hij:

“Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.”
Galaten 3:10

Let opnieuw op:

al hetgeen.

Niet negen van de Tien Geboden.

Niet een selectie morele voorschriften.

Wie zich op de Wet beroept als rechtsgrond, krijgt niet het recht om zelf het pakket samen te stellen.

 

Paulus kent geen christelijk boodschappenmandje bij Mozes

Dit is precies waar het ongemakkelijk wordt.

Veel predikers lijken met een denkbeeldig boodschappenmandje door de Wet van Mozes te lopen.

Besnijdenis?

Niet meer nodig.

Voedselwetten?

Voorbij.

Israëls feestdagen?

Niet verplicht.

Offerwetten?

Vervuld.

Priesterdienst?

Voorbij.

Sabbat op de zevende dag?

Nou ja, daar maken we zondag van.

Maar vervolgens komen we bij:

“Gij zult niet doodslaan.”

“Gij zult niet stelen.”

“Gij zult geen overspel doen.”

En plotseling klinkt het:

Kijk, hier staat Gods Wet waaronder de christen leeft!

Maar op grond waarvan werd die selectie gemaakt?

Waar zegt Paulus:

Van de Wet van Mozes blijven voor de Gemeente precies deze tien bepalingen als verbondswet over?

Die tekst bestaat niet.

 

De gehele Wet betekent de gehele Wet

Paulus schrijft:

“En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.”
Galaten 5:3

Dat is vernietigend voor selectief wetticisme.

Wie zich voor zijn positie voor God onder de Wet stelt, krijgt niet het recht te zeggen:

Deze wel, die niet.

De Wet vormt een geheel.

Ook Jakobus schrijft:

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.”
Jakobus 2:10

Waarom?

Omdat achter alle geboden dezelfde Wetgever staat.

Je kunt daarom niet eerst de Wet opdelen, vervolgens zelf bepalen welk deel nog bindend is en daarna dat geselecteerde deel opnieuw aan de Gemeente opleggen alsof Paulus daar geen woord over geschreven heeft.

 

En dan die stenen tafelen…

Hier wordt het voor de predikers van de Tien Geboden werkelijk lastig.

Want wat zegt Paulus over hetgeen in stenen geschreven was?

“En indien de bediening des doods in letters bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest…”
2 Korinthe 3:7

Lees dat nog eens.

In stenen ingedrukt.

Waar doet dat aan denken?

Precies.

De stenen tafelen.

En hoe noemt Paulus die bediening?

“De bediening des doods.”

Dat betekent niet dat de Wet slecht was. Paulus zegt nadrukkelijk:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.”
Romeinen 7:12

Het probleem ligt niet bij Gods Wet.

Het probleem ligt bij de zondige mens.

nEn daarom kan de Wet hem niet redden

Paulus vervolgt in 2 Korinthe 3:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
2 Korinthe 3:11

Waarom wordt 2 Korinthe 3 zo zelden gelezen wanneer men christenen weer voor de stenen tafelen zet?

 

Het sabbatsgebod ontmaskert de constructie

En dan komen we bij het gebod dat de inconsistentie pijnlijk zichtbaar maakt:

“Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.”
Exodus 20:8

Als de Tien Geboden letterlijk Gods blijvende verbondswet voor de Gemeente zijn, waarom houden de meeste predikers van diezelfde Tien Geboden dan niet de sabbat zoals het gebod voorschrijft?

De sabbat is de zevende dag.

Niet de zondag, dat is de eerste dag van de week.

Je kunt niet tegelijkertijd zeggen:

“De Tien Geboden zijn onveranderlijk.”

en vervolgens bij gebod vier zeggen:

“Behalve deze; die passen we aan.”

Dan zijn blijkbaar ineens niet de stenen tafelen de norm.

Dat alleen al zou reden genoeg moeten zijn om opnieuw naar Paulus te luisteren.

 

“Dus mogen we nu stelen en overspel plegen?”

Dit is het voorspelbare vleselijke bezwaar.

En het verraadt eigenlijk hoe diep wettisch sommige christenen hebben leren denken.

Alsof er slechts twee mogelijkheden bestaan:

Mozes óf wetteloosheid.

Paulus kent die tegenstelling niet.

Hij schrijft:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

En direct daarna:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.”
Romeinen 6:15

Daarmee is het probleem Bijbels beantwoord.

Niet onder de Wet staan betekent niet dat zonde ineens goed is.

Integendeel.

Paulus schrijft:

“Die gestolen heeft, stele niet meer…”
Efeze 4:28

Hij schrijft:

“Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid…”
Efeze 4:25

En:

“Maar hoererij en alle onreinigheid of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden…”
Efeze 5:3

De genade geeft géén vrijbrief voor zonde.

Maar let op het verschil:

Paulus brengt de gelovige niet terug naar Sinaï om hem vervolgens met Mozes tot een heilig leven te dwingen.

Hij vertrekt vanuit onze positie in Christus.

Dat is een totaal ander fudament.

 

Genade is geen afgezwakte Wet

Hier zit misschien de hardnekkigste fout.

Genade wordt soms behandeld alsof God onder het Nieuwe Testament een lichtere versie van de Wet heeft ingevoerd.

Mozes 2.0.

Tien Geboden, maar dan zonder offers, zonder besnijdenis en met zondag in plaats van zaterdag.

Dat is helemaal geen goede samenvatting van Paulus

Paulus zegt:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
Romeinen 7:6

Dat is radicaal.

Vrijgemaakt van de Wet

Niet vrijgemaakt van drieënzestig procent van de Wet.

Niet slechts vrijgemaakt van de ceremoniële bijlagen

Vrijgemaakt van de Wet om te dienen in nieuwigheid des Geestes.

 

Waarom blijven predikers dan hameren op de Tien Geboden?

Omdat de Tien Geboden in eeuwen van kerkelijke traditie vrijwel synoniem zijn geworden met “Gods morele wet”.

Daardoor leest men die gedachte gemakkelijk terug in de Schrift.

Maar traditie is geen exegese.

Dat een catechismus de Wet op een bepaalde manier indeelt, betekent nog niet dat Paulus dat ook doet.

Dat een kerk eeuwenlang iedere zondag de Tien Geboden heeft voorgelezen, maakt die gewoonte nog niet tot een apostolische opdracht aan het Lichaam van Christus.

De vraag moet altijd blijven:

Wat zegt de Schrift?

Niet:

Wat zijn wij gewend dat de Schrift zegt?

 

De Wet moet op haar Bijbelse plaats blijven

Dit alles maakt de Wet niet waardeloos.

Integendeel.

“Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt.”
1 Timotheüs 1:8

Daar zit de sleutel:

wettelijk gebruikt.

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed.

De Wet openbaart Gods heiligheid.

De Wet maakt zonde openbaar.

De Wet leert ons enorm veel over Gods handelen met Israël.

De Wet getuigt op talloze manieren van Christus.

Maar een goed gebruik van de Wet betekent niet dat wij haar uit haar heilshistorische plaats slopen en vervolgens als verbondswet op de Gemeente leggen.

 

Christus is niet gekomen om Mozes een christelijke outfit te geven

De grote fout van de prediking van de Tien Geboden is daarom niet dat men tegen moord, diefstal, leugen en overspel waarschuwt.

Dat doet Paulus ook.

De fout ontstaat wanneer men de Mozaïsche Wet op enige wijze tot rechtsgrond voor het christelijke leven maakt, terwijl Paulus de gelovige nadrukkelijk een andere positie aanwijst.

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.”
Johannes 1:17

En:

“Want Christus is het einde der wet, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.”
Romeinen 10:4

We hoeven de Wet niet af te breken.

We moeten haar laten staan waar God haar heeft geplaatst.

Bij Israël.

Binnen het oude verbond.

Met een bepaalde functie in Gods handelen.

En we moeten de Gemeente eveneens laten staan waar God haar heeft geplaatst:

in Christus.

 

Houd op met christenen terug te sturen naar Sinaï

Wie gelovigen voortdurend naar de stenen tafelen terugstuurt om daar de grondslag van hun christelijke wandel te zoeken, doet uiteindelijk tekort aan de rijkdom van hun positie in Christus.

Onze heiliging komt niet voort uit een afgezwakte versie van Mozes.

Onze wandel vloeit voort uit wat God ons in Christus gemaakt heeft.

Daarom zegt Paulus niet:

Gij hebt Mozes ontvangen, wandelt dan in hem.

Hij schrijft:

“Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem.”
Kolossenzen 2:6

Dat is de positie van de gelovige.

Niet terug naar Egypte.

Niet terug naar Sinaï.

Niet opnieuw onder de stenen tafelen.

Maar wandelen in Christus.

De Wet was goed.

De Wet was heilig.

De Wet had haar door God bepaalde functie.

Maar maak van de Tien Geboden geen christelijke mini-Wet die Paulus vervolgens vergeten zou zijn te noemen.

De apostel is duidelijk genoeg:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Misschien moeten we eindelijk ophouden daar stilletjes aan toe te voegen:

“…behalve natuurlijk de Tien Geboden.”

Dat staat er namelijk niet.

YouTube player

 

lees ook;

Vrij van de Wet , o vreugdevol leven – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Stelt de Heilige Geest ons in staat de wet te vervullen? – Bijbelse basis

Hebreeën 12: niet terug naar Sinaï, maar zien op Jezus – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2) – Bijbelse basis

extern:

Wettig gebruik der wet_hires.pdf

https://vlichthus.nl/wp-content/uploads/2014/12/De_tien_geboden_S.pdf

de wet » Bijbels Panorama

Geverifieerd door MonsterInsights