De Godheid van Jezus in het Oude Testament

11 minuten lezen

Geen late christelijke uitvinding

Wie beweert dat de eerste christenen van Jezus pas later God hebben gemaakt, loopt tegen een groot probleem aan: het Oude Testament zelf.

De gedachte dat Jezus Christus God is, maar toch onderscheiden is van de Vader, verschijnt namelijk niet ineens uit het niets in het Nieuwe Testament. Lang voordat Johannes schreef dat het Woord bij God was én God was, vinden we in de Hebreeuwse Schriften opmerkelijke passages waarin de HEERE Zich zichtbaar openbaart, waarin Hij van de HEERE onderscheiden wordt en toch Zelf als de HEERE wordt aangeduid.

Dat maakt een veelgehoorde moderne bewering uiterst kwetsbaar: de Godheid van Christus is niet het product van een kerkvergadering eeuwen na Jezus. De wortels ervan liggen diep verankerd in de Schrift zelf.

 

Godheid Jezus in het oude Testament

Eén God, en toch een opmerkelijk onderscheid

Het uitgangspunt van Israël was erg duidelijk:

“Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!” (Deuteronomium 6:4, STV)

Het Bijbelse geloof is geen geloof in meerdere goden. De HEERE is één.

Juist daarom is Johannes 1 zo indrukwekkend:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

Let op beide elementen.

Het Woord was bij God. Er is dus onderscheid.

En het Woord was God. Er is dus ook volledige Goddelijke identiteit.

Soms wordt beweerd dat Johannes hier onder invloed van Griekse filosofie een totaal nieuw concept introduceerde. Maar daarvoor hoeven we helemaal niet naar Plato of andere Griekse denkers. Johannes kende zijn eigen Schriften.

En juist daarin vinden we het Woord des HEEREN op een manier voorgesteld die veel verder gaat dan een geluid of een boodschap.

 

Een HEERE op aarde en een HEERE in de hemel?

Een van de opmerkelijkste teksten vinden we al in Genesis.

Bij het oordeel over Sodom en Gomorra lezen we:

“Toen deed de HEERE zwavel en vuur over Sodom en over Gomorra regenen, van den HEERE uit den hemel.” (Genesis 19:24, STV)

Lees die zin nog eens heel goed.

De HEERE doet vuur regenen van de HEERE uit de hemel.

Waarom wordt dat zo geformuleerd?

Wanneer men vooraf beslist dat het Oude Testament nooit onderscheid binnen de Goddelijke identiteit kan bevatten, wordt zo’n tekst lastig. Maar wanneer we de Schrift eerst laten spreken voordat we ons systeem opleggen, zien we iets opvallends.

Er is één HEERE.

En toch kan de Schrift spreken over de HEERE in relatie tot de HEERE.

Genesis 19 staat daarin niet op zichzelf

Wie stond er in de brandende braambos?

In Exodus 3 ontmoet Mozes God bij de brandende braambos.

Maar kijk hoe het verhaal begint.

Eerst verschijnt de Engel des HEEREN aan Mozes in het vuur. Even later zegt de tekst dat de HEERE ziet dat Mozes naderbij komt en dat God tot hem spreekt vanuit de braambos.

Wie bevindt Zich daar?

De Engel des HEEREN?

De HEERE?

God?

Het opmerkelijke antwoord van de tekst is dat deze benamingen door elkaar heen worden gebruikt.

Dat is belangrijk. Deze Engel blijkt geen gewone geschapen boodschapper te zijn die toevallig namens God spreekt. Hij wordt op verschillende plaatsen op een manier met God geïdentificeerd die bij gewone engelen ondenkbaar zou zijn.

 

De Engel in Wie Gods Naam is

Dat blijkt ergduidelijk in Exodus 23.

God belooft Israël een Engel die hen zal leiden.

Over Hem zegt God:

“Hoedt u voor Zijn aangezicht, en zijt Zijner stem gehoorzaam, en verbittert Hem niet; want Hij zal ulieder overtreding niet vergeven; want Mijn Naam is in het binnenste van Hem.” (Exodus 23:21, STV)

Dat is buitengewoon sterke taal.

Deze Engel draagt Gods gezag. Israël moet Hem gehoorzamen. Tegen Hem in opstand komen heeft consequenties die verbonden zijn met zonde tegen God.

En vervolgens komt de verklaring:

“Mijn Naam is in het binnenste van Hem.”

In de Bijbel is Gods Naam niet maar een verzameling letters. Gods Naam vertegenwoordigt Hemzelf, Zijn gezag, aanwezigheid en wezen.

Wanneer God dus zegt dat Zijn Naam in deze Engel is, hebben we niet te maken met zomaar een hemelse boodschapper.

Deze Engel is de zichtbare openbaring van de HEERE.

 

Wie heeft Israël uit Egypte geleid?

Vraag een Bijbellezer wie Israël uit Egypte verloste en het antwoord zal terecht zijn: God.

Maar dan wordt het interessant.

Op verschillende plaatsen wordt diezelfde verlossing toegeschreven aan de HEERE, aan Zijn aanwezigheid én aan de Engel des HEEREN.

Dat betekent niet dat de Bijbel zichzelf tegenspreekt.

Het betekent dat de Schrift deze Goddelijke Engel kan vereenzelvigen met Degene Die Israël verloste.

De Engel kan zelfs spreken alsof Hij Zelf degene is Die Israël uit Egypte heeft geleid.

Dat verklaart waarom dit patroon later zo belangrijk wordt voor het begrijpen van Christus.

De Engel die zegt: Ik ben de God van Bethel

In Genesis 31 vertelt Jakob over een droom waarin de Engel Gods tot hem spreekt.

En dan in vers 13 zegt deze Engel iets verbazingwekkends: Hij identificeert Zich met de God Die Jakob eerder te Bethel had ontmoet.

Niet:

“Ik ben door de God van Bethel gezonden.”

Niet:

“Ik vertegenwoordig de God van Bethel.”

Hij identificeert Zich met die God.

Opnieuw zien we hetzelfde patroon: de Engel wordt onderscheiden en toch tegelijkertijd met God vereenzelvigd.

Wie het Nieuwe Testament kent, begint inmiddels waarschijnlijk te begrijpen waarom dit zo belangrijk is.

 

Jakobs zegen: God en de Engel samengebracht

Nog duidelijker wordt het in Genesis 48 wanneer Jakob Efraïm en Manasse zegent.

Jakob spreekt over de God voor Wiens aangezicht Abraham en Izak wandelden, over de God Die hem zijn hele leven geweid heeft en vervolgens over:

“De Engel, Die mij verlost heeft van alle kwaad…” (Genesis 48:16, STV)

Maar vervolgens vraagt Jakob niet dat zij de jongens zullen zegenen, alsof God en de Engel twee losstaande wezens zijn.

De zegen wordt als één geheel uitgesproken.

Dat maakt het te gemakkelijk om simpelweg te zeggen: “De Engel spreekt alleen namens God.”

Hier spreekt de Engel namelijk helemaal niet.

Jakob spreekt over Hem.

En Jakob plaatst deze Engel binnen de Goddelijke identiteit.

 

Het Woord des HEEREN werd gezien

Daarmee komen we bij een tweede belangrijke lijn: het Woord des HEEREN.

Wij zijn gewend aan formuleringen als: “Het Woord des HEEREN kwam tot…” en denken dan automatisch aan een stem in het hoofd van een profeet.

Maar sommige oudtestamentische teksten laten een groter beeld zien.

In Genesis 15 komt het Woord des HEEREN tot Abram in een gezicht.

Een gezicht is iets wat men ziet.

Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het nogal verstrekkende gevolgen.

Het Woord des HEEREN is in bepaalde passages niet alleen iets wat gehoord wordt. Het Woord verschijnt.

 

De HEERE verscheen door het Woord des HEEREN

Ook in de geschiedenis van Samuel is dit bijzonder duidelijk.

Aan het begin van 1 Samuël 3 wordt gezegd dat het Woord des HEEREN schaars was en dat er weinig gezichten waren.

Later wordt beschreven dat de HEERE kwam en stond.

Aan het einde lezen we:

“En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuël te Silo door het woord des HEEREN.” (1 Samuël 3:21, STV)

Let op het taalgebruik.

De HEERE verscheen.

De HEERE openbaarde Zich.

En dat gebeurde door het Woord des HEEREN.

Wanneer Johannes eeuwen later schrijft over het Woord dat bij God was en God was, hoeft hij daarvoor helemaal geen vreemd filosofisch systeem te importeren.

Zijn Bijbel had hem al voorbereid.

 

Het Woord dat vlees werd

Dan krijgt Johannes 1:14 ineens nog veel meer diepte:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Het Woord dat in de Hebreeuwse Schriften verschijnt, spreekt en God openbaart, wordt vlees.

Johannes presenteert Jezus dus niet als een mens die later tot Goddelijke status werd verheven.

Het is precies andersom.

Degene Die reeds God was, kwam in het vlees.

De incarnatie is niet de vergoddelijking van een mens.

Het is de vleeswording van het eeuwige Woord.

 

Jeremia werd zelfs aangeraakt

Jeremia 1 maakt het beeld nog sterker.

Het Woord des HEEREN komt tot Jeremia. Vervolgens lezen we:

“En de HEERE stak Zijn hand uit, en roerde mijn mond aan…” (Jeremia 1:9, STV)

Nu is er niet alleen sprake van horen.

Niet alleen van zien.

Er wordt gesproken over een hand en over aanraking.

Het Oude Testament kent dus zeker verschijningen waarin God Zich in een zichtbare, menselijke vorm openbaart.

Dat betekent uiteraard niet dat de vleeswording al vóór Bethlehem had plaatsgevonden. Johannes zegt uitdrukkelijk dat het Woord vlees werd.

Maar het betekent wel dat zichtbare manifestaties van de HEERE geen nieuwtestamentische noviteit zijn.

 

De onzichtbare God en Zijn zichtbare openbaring

Wanneer we deze teksten naast elkaar leggen, ontstaat een opmerkelijk patroon.

Aan de ene kant is God verheven en onzichtbaar.

Aan de andere kant verschijnt God zichtbaar aan mensen.

De Schrift gebruikt daarbij onder andere:

  • de Engel des HEEREN;
  • het Woord des HEEREN;
  • Gods Naam;
  • een zichtbare Goddelijke Persoon;
  • en later de Mensenzoon.

Dat helpt ons begrijpen waarom Johannes kan zeggen dat niemand God ooit gezien heeft en tegelijkertijd kan spreken over de Zoon Die Hem bekendgemaakt heeft.

De onzichtbare God wordt gekend door Zijn zichtbare openbaring.

En in het Nieuwe Testament wordt duidelijk Wie die zichtbare openbaring in zijn volheid is: Jezus Christus.

 

De Goddelijke Wolkenrijder

Een van de krachtigste aanwijzingen vinden we in Daniël 7.

In verschillende oudtestamentische teksten is rijden op of komen met de wolken een kenmerk van de HEERE. De wolken behoren tot Zijn majesteit en hemelse heerschappij.

Maar in Daniël gebeurt iets opmerkelijks.

Daniël ziet de Oude van dagen.

En vervolgens:

“Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen.” (Daniël 7:13, STV)

Hier zijn duidelijk twee onderscheiden Figuren.

De Oude van dagen is aanwezig.

En iemand als een Mensenzoon komt met de wolken des hemels.

Dat is geen onbeduidend detail.

Aan deze Mensenzoon wordt vervolgens heerschappij, eer en een allesomvattend Koninkrijk gegeven.

Hier wordt het oudtestamentische patroon bijna niet meer te missen: een Goddelijke Persoon wordt onderscheiden van God en deelt tegelijkertijd in wat aan God toekomt.

 

Jezus zegt tegen Kajafas precies Wie Hij is

Daarom is het verhoor van Jezus voor de hogepriester zo belangrijk.

Wanneer Kajafas Hem vraagt of Hij de Christus is, antwoordt Jezus:

“Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechterhand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.” (Mattheüs 26:64, STV)

Voor ons kan dat bijna klinken als een raadselachtig antwoord.

Voor Kajafas was het dat niet.

Jezus combineert Psalm 110 met Daniël 7 en identificeert Zich met de Mensenzoon Die op de wolken komt.

De reactie van de hogepriester is veelzeggend: hij scheurt zijn kleren en beschuldigt Jezus van godslastering.

Waarom?

Omdat Jezus volgens hem blijkbaar méér claimt dan alleen het Messiasschap of het zijn van een menselijke koning.

Hij plaatst Zich in de Goddelijke positie die de Schrift aan de hemelse Mensenzoon toekent.

Kajafas begreep de claim.

De vraag is of wij hem nog begrijpen.

 

Jezus is niet de Vader, maar Hij is wel God

Hier moeten we zorgvuldig blijven.

De Schrift leert niet dat Jezus de Vader is.

Johannes zegt:

“Het Woord was bij God…” (Johannes 1:1, STV)

Er is dus werkelijk onderscheid.

Maar dezelfde zin gaat verder:

“…en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

We hoeven het ene niet op te offeren om het andere te bewaren.

Jezus is niet de Vader.

Maar daarom is Hij niet minder God.

Juist het Oude Testament helpt ons om dat te verstaan. Daar ontmoeten we al een zichtbare HEERE Die van de onzichtbare HEERE onderscheiden kan worden zonder dat de Schrift ineens twee goden leert.

De eenheid van God blijft onaangetast.

Maar die eenheid blijkt rijker dan een eenvoudige eenpersoonsvoorstelling van God.

Circular wheel diagram with a central circle reading “JESUS IS YAHWEH,” surrounded by labeled segments (God, Creator, Light, Savior, Judge, The First and The Last, Rock, etc.). Each segment contains Bible cross-references to support the claim.

Daarom is Johannes 1 geen late kerkelijke uitvinding

De populaire theorie dat Jezus eerst een gewone Joodse leraar was en dat Zijn volgelingen Hem geleidelijk tot God hebben verheven, moet daarom veel meer verklaren dan vaak wordt toegegeven.

Dat moet niet alleen Johannes verklaren.

Dat moet Genesis verklaren.

Exodus.

Samuel.

Jeremia.

Daniël.

En  moet verklaren waarom Joodse schrijvers die rotsvast geloofden dat de HEERE één is, zonder aarzeling oudtestamentische taal over de HEERE op Jezus toepasten.

Het christelijke getuigenis over Jezus valt niet als een plotseling, buitenaards, element de Bijbel binnen.

Het komt uit de Schrift zelf.

 

De vraag is uiteindelijk niet wanneer Jezus God werd

Dat is eigenlijk de verkeerde vraag.

Het Nieuwe Testament vertelt ons niet hoe een mens Jezus uiteindelijk als God vereerd begon te worden.

Het vertelt ons hoe Degene Die God was Mens werd.

Dat verschil is allesbepalend.

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

En vervolgens:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Dat is geen kerkelijke promotie van Jezus.

Dat is openbaring.

Dezelfde Schrift die zegt dat God één is, leert ons ook dat de HEERE Zich zichtbaar heeft geopenbaard, dat Zijn Engel Zijn Naam draagt, dat Zijn Woord verschijnt en dat de Mensenzoon met de wolken des hemels komt.

En wanneer Jezus van Nazareth uiteindelijk zegt dat Hij die Mensenzoon is, weten we waarom Kajafas zijn kleren scheurde.

 

Jezus beweerde niet alleen namens God te spreken. Hij presenteerde Zich als Degene over Wie de Schriften al eeuwenlang hadden gesproken

De Godheid van Jezus Christus is daarom geen vreemde toevoeging aan het Oude Testament.

Het is de onthulling van een waarheid die er vanaf het begin al in zat.

Geef een reactie

Geverifieerd door MonsterInsights