Jezelf uitstrekken naar meer van God? Of rusten in Christus?

Strek je uit….maar waarnaar dan??

Een vrome zin met een onderliggend gevoel van tekort

“Je moet je uitstrekken naar meer.”

Wie kan daar nu tegen zijn? Een gelovige hoort toch niet lauw te zijn? Hij hoort toch te verlangen naar de Heere? Hij hoort toch niet geestelijk achterover te leunen?

Zeker. Maar juist daarom moet deze zin open op tafel.

Want niet elke geestelijke uitdrukking is gezond omdat zij vroom klinkt. Niet elke oproep tot verlangen komt voort uit Bijbels onderwijs. En niet elke roep om “meer” brengt de gelovige dichter bij Christus. Soms brengt die roep hem juist weg van de rust in Christus.

“Jezelf uitstrekken naar” is zo’n gevleugelde uitdrukking geworden. Je hoort haar in liederen, preken, gebedsavonden, conferenties en charismatische samenkomsten. Men strekt zich uit naar meer zalving, meer kracht, meer vuur, meer doorbraak, meer aanwezigheid, meer manifestatie, meer van de Geest.

Maar de vraag is niet of dat vroom klinkt.

De vraag is:

Wat zegt het over wat God al gegeven heeft?
Split religious poster: left panel shows a man reading a Bible beside a bench at sunset with a cross; right panel shows a stormy crowd reaching for a ladder and the words 'Strekken naar Meer'.
Uitstrekken naar meer?

Paulus strekte zich ook uit, maar niet naar een losse geestelijke ervaring

Natuurlijk kent de Bijbel taal van jagen, verlangen en zich uitstrekken. Paulus schrijft:

“Maar één ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus.” Filippenzen 3:14 (STV)

Maar let op: Paulus jaagt hier niet naar een nieuwe dosis Geest. Niet naar een tweede zalving. Niet naar een conferentie-ervaring. Niet naar een krachtlaag die nog niet beschikbaar was.

Hij jaagt naar het einddoel van zijn hemelse roeping in Christus Jezus. Dat is geen religieuze honger naar losse geestelijke prikkels, maar een Christusgerichte levensrichting. Hij wil Christus kennen, Hem gelijkvormig worden, alles schade achten om de uitnemendheid van de kennis van Christus.

Dat is iets heel anders dan moderne tekorttaal.

Want daar ligt het probleem. In veel hedendaagse geestelijke taal betekent “je uitstrekken” niet: leven vanuit Christus. Het betekent: proberen binnen te halen wat zogenaamd nog ontbreekt.

 

De taal van “meer” klinkt nederig, maar getuigt van onrust of, erger nog, ongeloof

“Meer van God.”

“Meer van de Geest.”

“Meer zalving.”

“Meer vuur.”

“Meer kracht.”

Het klinkt afhankelijk. Maar onder die taal kan een diep probleem zitten: de gelovige wordt voortdurend aangesproken als iemand die nog niet genoeg heeft ontvangen.

Alsof hij geestelijk half gevuld is.

Alsof Christus wel de deur is, maar daarna nog allerlei extra kamers geopend moeten worden via honger, overgave, handoplegging, activatie, impartatie of speciale samenkomsten.

Dan wordt het christelijke leven een geestelijke loopband.

Altijd hongerig.
Altijd zoekend.
Altijd openstaand.
Altijd wachtend op meer.
Altijd net niet daar.

Maar dat is niet de toon van de apostelen. De apostelen zetten de gelovige niet in een wachtrij voor extra geestelijke toevoer. Zij wijzen hem op de rijkdom die hij in Christus al ontvangen heeft.

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” Efeze 1:3 (STV)

Niet: Die ons zal zegenen als wij genoeg verlangen.

Niet: Die ons misschien meer zal geven als wij ons ver genoeg uitstrekken.

Maar:

“Die ons gezegend heeft.”

Met hoeveel?

“Met alle geestelijke zegening.”

Waar?

“In Christus.”

Dat is geen tekorttaal. Dat is volheidstaal.

 

Christus is géén startpakket

Bepaalde moderne geestelijke taal maakt van Christus onbedoeld een soort startpakket of beta-versie. Je ontvangt Hem, maar daarna moet je nog “meer” zoeken.

Meer kracht. Meer Geest. Meer zalving. Meer aanwezigheid. Meer openbaring.

Maar de Schrift spreekt anders:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;” Kolossenzen 2:10 (STV)

Dat betekent niet dat onze wandel al volmaakt is. Dat betekent niet dat wij niet hoeven te groeien. Dat betekent niet dat er geen heiliging, strijd, oefening, lijden en geestelijke groei is.

Maar het betekent wel dat de gelovige niet op zoek hoeft naar een vollediger Christus-bezit.

Hij is in Hem volmaakt.

Dat is precies waar moderne tekorttaal zo vaak tegenin gaat. Zij zegt niet rechtstreeks dat Christus onvoldoende is. Men zegt het subtieler: Christus is genoeg, maar je moet wel méér ontvangen. De Geest woont in je, maar je moet méér van Hem krijgen. Je bent gezegend, maar je moet je uitstrekken naar méér zegen. Je bent verzegeld, maar je moet geactiveerd worden.

Dat klinkt geestelijk.

Maar het is vaak een geestelijke gietmal waarin de rust van het volbrachte werk langzaam maar zeker wordt vervormd.

 

De Heilige Geest is geen optioneel verkrijgbaar los bonus onderdeel

De Heilige Geest is geen stroomstoot die je opnieuw moet binnenhalen. Geen krachtveld dat sterker wordt naarmate jij emotioneler bidt. Geen religieuze powerbank die op conferenties wordt opgeladen.

De Heilige Geest woont in de gelovige.

“Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is des Heiligen Geestes, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?” 1 Korinthe 6:19 (STV)

Dat is geen uitnodiging tot meer bezit van de Geest, maar een vermaning om te leven vanuit het feit dat Hij in ons woont.

De apostolische lijn is niet: ontvang steeds meer van de Geest.

De apostolische lijn is: wandel door de Geest.

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)

Daar zit een wereld van verschil tussen.

De ene taal maakt de gelovige afhankelijk van een nieuwe ervaring. De andere taal roept hem op tot wandel, gehoorzaamheid en geloof vanuit wat God al gegeven heeft.

 

Verlangen is Bijbels, denken in tekorten is dat niet

Er is een Bijbels verlangen naar de Heere. Er is honger naar gerechtigheid. Er is dorst naar God. Er is een hart dat zegt: Heere, leer mij Uw weg. Er is groei in kennis, liefde, onderscheidingsvermogen en heiliging.

Maar dat is iets anders dan leven vanuit het gevoel dat je geestelijk nog iets wezenlijks mist.

Paulus bidt voor gelovigen dat zij zullen kennen wat zij al ontvangen hebben:

“Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis; namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen;” Efeze 1:17-18 (STV)

Let op: Paulus bidt niet dat zij eindelijk toegang krijgen tot een hogere geestelijke laag. Hij bidt dat hun ogen geopend worden voor wat Gods roeping, erfenis en kracht in Christus betekenen.

De oplossing voor geestelijke armoede is niet “meer ontvangen”.

Maar: leren kennen wat God al gegeven heeft.

 

Het gevaar van honger als deugd

In veel kringen is “honger” bijna een keurmerk geworden. Wie altijd hongerig is, lijkt geestelijker dan wie rust in Christus. Wie altijd roept om meer, lijkt vuriger dan wie zegt: ik ben al gezegend in Hem. Wie altijd openstaat voor een nieuwe aanraking, lijkt afhankelijker dan wie wandelt in geloof.

Maar honger kan ook ongeloof vermomd als vroomheid zijn.

Niet altijd. Maar vaak genoeg.

Als iemand zegt: “Ik verlang ernaar Christus beter te kennen,” is dat gezond.

Als iemand zegt: “Ik heb meer van de Geest nodig, want wat ik in Christus ontvangen heb is blijkbaar nog niet genoeg om te leven,” dan gaat het scheef.

Dan is honger geen geestelijke deugd meer, maar een aanklacht tegen Gods gave.

 

De Bijbel roept niet op tot activatie, maar tot wandelen in geloof

Het Nieuwe Testament staat vol vermaningen. Maar die vermaningen staan bijna altijd op de bodem van een gegeven positie.

Eerst: wie gij zijt in Christus.
Daarna: wandel dan waardiglijk.

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.” Kolossenzen 3:1 (STV)

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)

Daarna volgt de praktische vermaning:

“Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.” Kolossenzen 3:5 (STV)

Dat is de Bijbelse volgorde.

Niet: strek je uit zodat je hoger komt.

Maar:

Gij zijt met Christus opgewekt; zoekt daarom de dingen die boven zijn.

Niet: probeer een nieuwe geestelijke status te verkrijgen.

Maar: leef vanuit uw positie in Christus.

 

Waarom dit zo aantrekkelijk lijkt

De taal van “je uitstrekken naar meer” is aantrekkelijk omdat zij beweging suggereert. Ze geeft gevoel. Dynamiek. Verwachting. Er gebeurt iets. Mensen worden aangesproken op verlangen. Niemand wil koud of dor zijn.

Maar het gevaar is dat deze taal vaak vaag blijft.

Meer waarvan?
Op grond waarvan?
Door welk middel?
Met welk Bijbels mandaat?
En waarom wordt er zo weinig gesproken over wat de gelovige al bezit in Christus?

Vage geestelijke taal is gevaarlijk omdat zij bijna altijd vroom klinkt. Je kunt haar moeilijk tegenspreken zonder kil te lijken. Wie kritiek heeft op “meer van God” lijkt al snel iemand die minder van God wil.

Maar dat is een vals frame.

De vraag is niet of wij minder van God willen.

De vraag is of wij God willen kennen zoals Hij Zich in de Schrift heeft geopenbaard, en of wij durven rusten in wat Hij in Christus heeft geschonken.

 

De religieuze rookmachine

“Jezelf uitstrekken naar” kan een rookmachine worden.

Het verhult dat men vaak geen heldere leer heeft over de positie van de gelovige. Het verhult dat men de Geest losmaakt van Christus. Het verhult dat men ervaring op de plaats zet van geloof. Het verhult dat men de gelovige opnieuw onder druk zet, niet met de wet van Mozes, maar met een charismatische prestatie-eis.

Je moet hongeriger zijn.
Je moet opener zijn.
Je moet radicaler zijn.
Je moet meer verwachten.
Je moet meer ontvangen.
Je moet je meer uitstrekken.

En voor je het weet, is genade veranderd in een subtiele vorm van geestelijke zelfverbetering.

Geen Sinaï met stenen tafelen, maar wel een religieuze zweep.

Geen “doe dit en leef” in klassieke wetstaal, maar “strek je meer uit en ontvang” in moderne conferentietaal.

De verpakking is anders. De druk is herkenbaar.

 

De Bijbelse correctie

De Schrift zegt niet dat de gelovige niets meer hoeft. Integendeel. Hij moet wandelen. Strijden. Bidden. Waken. Zichzelf verloochenen. De leden doden die op de aarde zijn. De oude mens afleggen. De nieuwe mens aandoen. Volharden. Groeien in genade en kennis.

Maar dit alles gebeurt niet om een diepere status te verkrijgen. Het gebeurt omdat de gelovige in Christus is.

“Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid. Amen.” 2 Petrus 3:18 (STV)

Groei is Bijbels.

Maar groei is geen jacht naar een ontbrekende Christus. Groei is het rijpen in de genade die ons al geschonken is.

 

Het onderliggende probleem hiervan

Het probleem met “jezelf uitstrekken naar meer” is dus niet het woord “uitstrekken”. Paulus gebruikt die gedachte.

Het probleem is het moderne geestelijke systeem erachter.

Als “je uitstrekken” betekent: Christus kennen, Hem volgen, wandelen door de Geest, gericht zijn op de hemelse roeping — amen.

Maar als “je uitstrekken” betekent: zoeken naar meer zalving, meer impartatie, meer vuur, meer manifestatie, meer Geest, meer doorbraak — dan moet de Bijbel open.

Want dan gaat het niet meer om de rijkdom van Christus, maar om een religieuze tekorteconomie.

Dan wordt de gelovige niet opgebouwd in zekerheid, maar opgejaagd in verlangen.

Dan wordt geloof vervangen door geestelijke honger als motor.

Dan wordt rust verdacht.

Dan wordt eenvoud arm genoemd.

Dan wordt de volheid in Christus praktisch ingeruild voor een permanente zoektocht naar “meer”.

 

Rust is geen lauwheid

Hier moeten we scherp zijn. Rusten in Christus is geen lauwheid. Zekerheid is geen geestelijke stilstand. Genade is geen passiviteit.

Wie werkelijk weet wat hij in Christus ontvangen heeft, wordt niet lui. Hij wordt vrij.

Vrij van religieuze kramp.
Vrij van geestelijke prestatiedruk.
Vrij van conferentie-afhankelijkheid.
Vrij van tekortdenken.
Vrij om te wandelen.
Vrij om te dienen.
Vrij om Christus te belijden.

Niet omdat hij nog iets moet binnenhalen, maar omdat hij in Christus gezet is.

“Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Romeinen 8:1 (STV)

Dat is geen taal van tekort. Dat is taal van bevrijding.

 

“Jezelf uitstrekken naar” kan Bijbels zijn. Maar alleen als Christus het doel is en de Schrift de grens bepaalt.

Waar de uitdrukking wordt gebruikt om gelovigen op te jagen naar extra zalving, hogere kracht, nieuwe impartatie of “meer van de Geest”, moet zij worden ontmaskerd als vrome tekorttaal.

De gelovige hoeft niet naar een hogere geestelijke positie te klimmen.

Hij is in Christus gezegend.

Hij is in Christus volmaakt.

Hij is verzegeld met de Heilige Geest.

Hij is geroepen om te wandelen in wat God gegeven heeft.

Niet: strek je uit om eindelijk vol te worden.

Maar: zie op Christus, wandel door de Geest, groei in genade, en laat je niet opnieuw een geestelijke zweep in de hand drukken.

Want de vraag is niet hoeveel jij je uitstrekt.

De vraag is of je rust in Hem Die alles volbracht heeft.

Waarom Handelingen geen blauwdruk is voor de gemeente vandaag

En waarom vooral Paulus’ brieven gemeentelijke waarheid bevatten

Er is een populaire reflex in evangelische en charismatische kring: “We moeten terug naar Handelingen.”

Dat klinkt vroom. Bijbels zelfs. Terug naar kracht. Terug naar vuur. Terug naar tekenen. Terug naar apostolische eenvoud.

Maar vaak betekent het in de praktijk iets anders: men gebruikt Handelingen als een soort geestelijke bouwmarkt. Men loopt door het boek heen, pakt eruit wat indrukwekkend is, plakt het op de gemeente van vandaag, en noemt dat vervolgens “Bijbels”.

Pinksteren als herhaalmodel.
Handoplegging als overdrachtsmiddel
Tongentaal als bewijs.
Genezing als norm.
Apostolische tekenen als ideaalbeeld.
Opwekkingstaferelen als maatstaf voor geestelijke gezondheid.

Maar zo lees je Handelingen niet Bijbelvast. Zo maak je van geïnspireerde geschiedenis een religieus handboek. En dat is waar veel verwarring begint.

Handelingen is geen manual. Geen blauwdruk. Geen kerkelijk draaiboek.

Handelingen is het geïnspireerde verslag van een unieke overgangsperiode waarin Christus vanuit de hemel, door de Heilige Geest, Zijn getuigenis uitbreidt van Jeruzalem naar de heidenwereld.

De brieven, en met name de brieven van Paulus, geven vervolgens de leerstellige uitleg van wat de gemeente is, hoe zij leeft, waarop zij gebouwd is en hoe zij moet wandelen.

Wie dat onderscheid kwijtraakt, gaat vroeg of laat het overgangskarakter van Handelingen verwarren met de blijvende norm voor de gemeente.

En dan wordt het geestelijk drijfzand.

Handelingen geen blauwdruk
Handelingen geen blauwdruk

Handelingen is Schrift, maar niet alles in Handelingen is voorschrift

Laten we scherp beginnen: Handelingen is volledig geïnspireerde Schrift.

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;” 2 Timotheüs 3:16 (STV)

Dus nee, Handelingen mag niet worden weggewuifd. Het is geen tweederangs Bijbelboek. Het is geen interessant kerkgeschiedenisboek zonder gezag. Lukas schrijft onder leiding van de Heilige Geest.

Maar geïnspireerde beschrijving is niet hetzelfde als blijvend voorschrift.

De Bijbel beschrijft ook Davids zonde met Bathséba. Dat maakt het nog geen voorbeeld om na te volgen. De Bijbel beschrijft Petrus’ verloochening. Dat maakt het nog geen model voor discipelschap. De Bijbel beschrijft de gemeenschap van goederen in Jeruzalem. Dat betekent niet automatisch dat elke gemeente vandaag bezit collectief moet opheffen.

De vraag is dus niet: staat het in de Bijbel?

De echte vraag is: hoe staat het in de Bijbel?

Wordt het beschreven als gebeurtenis?
Wordt het bevolen als blijvende principiële regel?
Wordt het later leerstellig uitgelegd?
Wordt het bevestigd in de brieven als norm voor de gemeente?

 Het gaat mis wanneer men Handelingen tot blauwdruk maakt.

Handelingen beweegt van Jeruzalem naar de volken

De sleutel tot het boek staat al in het begin:

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.” Handelingen 1:8 (STV)

Dat is geen kerkorde. Dat is de route van het getuigenis.

Jeruzalem. Judea. Samaria. Het uiterste der aarde.

Dát is de richting van het boek. Handelingen laat zien hoe het getuigenis van de opgestane Christus zich uitbreidt. Eerst onder Joden. Dan naar Samaritanen. Dan naar heidenen. Dan via Paulus steeds verder de wereld in.

Daarom is het boek vol overgangsmomenten. Handelingen staat niet in een rustige, gevestigde gemeentelijke situatie. Het staat op het breukvlak van Israël en de volken, tempel en gemeente, Petrus en Paulus, Jeruzalem en Antiochië, zichtbare apostolische tekenen en leerstellige opbouw door de brieven.

Wie uit zo’n overgangsboek een strak kerkelijk model maakt, behandelt een wegomlegging alsof het een permanente snelweg is.

Pinksteren is geen wekelijkse ‘opnieuw opstarten’ knop

Een van de grootste fouten is dat men Pinksteren behandelt alsof de gemeente telkens weer terug moet naar Handelingen 2. Alsof Pinksteren steeds opnieuw moet gebeuren. Alsof de Heilige Geest telkens opnieuw moet worden “uitgestort” op gelovigen die eigenlijk al van Christus zijn.

Maar Pinksteren is geen herhaalbaar evenement. Het is een heilshistorisch keerpunt.

De Heilige Geest kwam wonen in de gemeente. Niet als kort bezoek. Niet als losse krachtstoot. Niet als sfeer in een zaal. Maar als blijvende werkelijkheid.

Paulus schrijft later:

“Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt.” 1 Korinthe 12:13 (STV)

Dat is gemeentelijke waarheid. Niet: probeer opnieuw te krijgen wat zij toen kregen. Maar: wie in Christus is, is door één Geest tot één lichaam gedoopt.

Dáár ligt het verschil tussen Handelingen als gebeurtenis en de brieven als leerstellige verklaring.

Handelingen laat zien hoe God zichtbaar nieuwe groepen insluit. De brieven leggen uit wat dat betekent: één lichaam, één Geest, één Hoofd, één positie in Christus.

Handelingen geeft verschillende volgorden, juist geen vast omlijnd recept of stappenplan

Wie Handelingen als handleiding gebruikt, krijgt meteen een probleem. De volgorde is niet overal hetzelfde.

In Handelingen 2 gaat het om Joden in Jeruzalem.
In Handelingen 8 om Samaritanen.
In Handelingen 10 om heidenen in het huis van Cornelius.
In Handelingen 19 om discipelen die alleen met de doop van Johannes bekend waren.

De Heilige Geest komt in die situaties niet telkens op exact dezelfde manier, met exact dezelfde volgorde, onder exact dezelfde omstandigheden.

Dat is geen slordigheid. Dat is onderwijs.

God laat in zichtbare historische stappen zien dat de grenzen worden doorbroken. Jood, Samaritaan en heiden worden niet drie aparte religieuze groepen Zij worden in Christus tot één lichaam gebracht.

Maar als je die bijzondere overgangsmomenten tot algemeen schema maakt, schep je verwarring. Dan ga je mensen leren dat zij na bekering nog een aparte geestesdoop moeten zoeken. Dan ga je tongentaal als bewijs gebruiken. Dan ga je handoplegging tot overdrachtsmechanisme maken. Dan ga je de uitzonderlijke momenten in Handelingen gebruiken om gelovigen onzeker te maken over wat zij in Christus al ontvangen hebben.

Dat is niet Bijbelvast. Dat is Handelingen losmaken van de brieven.

De Heere Jezus had verdere openbaring beloofd

De gemeenteleer was niet volledig ontvouwd tijdens het aardse leven van de Heere Jezus. Hij zei Zelf tegen Zijn discipelen:

“Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen.” Johannes 16:12 (STV)

Daarna beloofde Hij:

“Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.” Johannes 16:13 (STV)

Dat is veelzeggend.

Christus liet Zijn discipelen niet achter met een halve waarheid. Maar Hij maakte duidelijk dat er na Zijn heengaan verdere openbaring zou komen door de Heilige Geest.

Die verdere ontvouwing vinden we niet door losse gebeurtenissen in Handelingen na te bouwen, maar in het apostolische onderwijs dat daarna schriftelijk is vastgelegd.

En  daar komen Paulus’ brieven vol in beeld.

Paulus ontving gemeentelijke waarheid door openbaring

Paulus presenteert zijn onderwijs niet als menselijke verwerking van religieuze ervaringen. Hij zegt ronduit:

“Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens. Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” Galaten 1:11-12 (STV)

Dat is niet bepaald bescheiden geformuleerd. Paulus zegt: mijn boodschap komt door openbaring van Jezus Christus.

In Efeze wordt dat nog scherper:

“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb; Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van Christus,” Efeze 3:2-4 (STV)

Paulus spreekt over de “bedeling der genade Gods”. Over “deze verborgenheid”. Over openbaring.

En wat is die verborgenheid?

“Namelijk dat de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” Efeze 3:6 (STV)

Dáár heb je gemeentelijke waarheid in geconcentreerde vorm: Jood en heiden samen in één lichaam in Christus.

Dat is niet zomaar een praktische aanwijzing voor kerkelijk leven. Dat is de leerstellige ruggengraat van de gemeente.

Paulus’ brieven verklaren wat de gemeente is

Handelingen laat zien dat gemeenten ontstaan. Paulus’ brieven leggen uit wat de gemeente is.

De gemeente is niet een religieuze voortzetting van Israël. Niet een verbeterde synagoge. Niet een aardse organisatie die het Koninkrijk zichtbaar moet maken. Niet een nieuwe wetgemeenschap. Niet een charismatisch krachtsysteem.

De gemeente is het lichaam van Christus.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” Efeze 1:22-23 (STV)

En:

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.” Kolossenzen 1:18 (STV)

Dat leer je niet door de meest spectaculaire scènes uit Handelingen te kopiëren. Dat leer je door Paulus’ gemeentelijke onderwijs te verstaan.

De gemeente leeft vanuit haar Hoofd in de hemel. Niet vanuit de drang om apostolische tekenen op aarde opnieuw op te voeren.

Paulus’ brieven leren hoe men in Gods huis moet verkeren

Wie wil weten hoe de gemeente praktisch behoort te functioneren, krijgt van Paulus een glasheldere aanwijzing.

Hij schrijft aan Timotheüs:

“Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid.” 1 Timotheüs 3:15 (STV)

Dat is bijna pijnlijk duidelijk.

Paulus zegt uitdrukkelijk niet: kijk vooral naar Handelingen 2 en probeer dat exact na te bouwen. Hij zegt: ik schrijf, opdat gij weet hoe men in het huis Gods moet verkeren.

De brieven geven dus gemeentelijke orde. Daar vind je onderwijs over opzieners, diakenen, leer, tucht, samenkomst, wandel, gezin, arbeid, omgang met dwaalleer, de plaats van vrouwen en mannen, gebed, avondmaal, gaven en volharding.

Niet als religieuze improvisatie. Niet als charismatisch experiment. Maar als apostolisch onderwijs.

Korinthe corrigeert juist de chaos die men vandaag vaak romantiseert

Het is opvallend dat juist 1 Korinthe, de brief waarin Paulus uitvoerig spreekt over gaven, tegelijk een correctiebrief is. Korinthe had geen gebrek aan uitingen, maar wel aan orde, liefde, volwassenheid en onderscheid.

Paulus schrijft:

“Laat alle dingen geschieden tot stichting.” 1 Korinthe 14:26 (STV)

En:

“Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.” 1 Korinthe 14:40 (STV)

Dat is het apostolische filter.

Niet: is het indrukwekkend?

Niet: voelt het krachtig?

Niet: lijkt het op Handelingen?

Niet: gebeurt er iets in de zaal?

Niet: trekt het mensen?

Maar: bouwt het werkelijk op? Is het ordelijk? Is het onderworpen aan het Woord? Verhoogt het Christus? Dient het de gemeente?

En dan schrijft Paulus ook nog:

“Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijk, die erkenne, dat hetgeen ik u schrijf, des Heeren geboden zijn.” 1 Korinthe 14:37 (STV)

Dat vers zet de zaak op scherp. Wie werkelijk geestelijk is, erkent het gezag van Paulus’ geschreven onderwijs.

Dus niet: “Wij zijn zo geestelijk dat wij de brieven passeren en teruggaan naar Handelingen.”

Nee. Wie geestelijk is, buigt onder de apostolische brieven.

Romeinen en Galaten beschermen tegen wettische verwarring

Handelingen 15 laat historisch zien dat de heidenen niet onder het juk van Mozes geplaatst mogen worden. Petrus zegt daar:

“Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?” Handelingen 15:10 (STV)

En:

“Maar wij geloven, door de genade van den Heere Jezus Christus, zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.” Handelingen 15:11 (STV)

Maar Romeinen en Galaten werken de leerstellige basis uit. Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

En:

“Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.” Galaten 3:13 (STV)

Zonder Paulus’ brieven ga je gemakkelijk terug naar wet, ritueel, uiterlijke tekenen en religieuze meetbaarheid. De brieven trekken de gemeente juist weg uit dat systeem en zetten haar vast in Christus, onder genade.

Efeze en Kolossenzen beschermen tegen aardse gemeente-ambitie

Veel moderne Handelingen-romantiek eindigt in aardse ambitie. De gemeente moet invloed krijgen. De gemeente moet het Koninkrijk zichtbaar maken. De gemeente moet steden transformeren. De gemeente moet apostolische autoriteit claimen. De gemeente moet de wereld overnemen.

Maar Paulus schrijft:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.” Kolossenzen 3:1 (STV)

En:

“Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” Kolossenzen 3:2 (STV)

De gemeente heeft een hemelse positie en een hemelse roeping. Dat maakt haar niet wereldvreemd, maar wel wereld-onttroond. Zij hoeft geen Koninkrijk te fabriceren. Zij getuigt van een verworpen, opgestane en verhoogde Christus, terwijl zij Zijn komst verwacht.

Dat is iets radicaal anders dan christelijke machtsbouw met een Bijbeltekst erboven.

Timotheüs en Titus geven geen ruimte voor apostolische fantasie

Wie vandaag met “Handelingen” zwaait om moderne apostelen, profeten en wonderbedieningen te legitimeren, loopt vast in de pastorale brieven.

Paulus zegt tegen Titus:

“Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt terecht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb;” Titus 1:5 (STV)

Let op wat ontbreekt: geen instructie om moderne apostelen aan te stellen. Geen vijfvoudige hiërarchie die de gemeente moet besturen. Geen geestelijke elite die nieuwe openbaring overdraagt. Geen model van zalving, impartatie en apostolische dekking.

Wel: oudsten. Gezonde leer. Weerlegging van tegensprekers. Orde in het huis Gods.

Paulus schrijft:

“Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is.” 2 Timotheüs 1:13 (STV)

Dát is de weg voor de gemeente: gezonde woorden vasthouden. Niet jagen op overgangstekenen.

Het gevaar van Handelingen als blauwdruk

Wanneer Handelingen als blauwdruk wordt gebruikt, ontstaan er bijna altijd dezelfde ontsporingen.

Men gaat bijzondere gebeurtenissen tot normale maatstaf maken.
Men gaat gelovigen onzeker maken over wat zij in Christus ontvangen hebben.
Men gaat tekenen en ervaringen gebruiken als bewijs van geestelijke echtheid.
Men gaat apostolische autoriteit nabootsen zonder apostolisch fundament.
Men gaat de brieven lezen door de bril van spektakel, in plaats van Handelingen te lezen door de bril van apostolische leer.

Dat is niet onschuldig. Het verschuift de focus.

Van Christus naar kracht.
Van Genade naar ervaring.
Van gezonde leer naar manifestatie.
Van het Hoofd in de hemel naar mensen met claims op aarde.
Van het geschreven Woord naar “wat God nu aan het doen is”.

En precies daar wordt het gevaarlijk.

Want de gemeente wordt niet bewaard door het najagen van Handelingen-taferelen, maar door te blijven bij Christus zoals Hij in de apostolische leer is geopenbaard.

De juiste rol van Handelingen

Handelingen moet gelezen worden. Geliefd worden. Bestudeerd worden. Gepredikt worden.

Maar Bijbelvast.

Handelingen toont de voortgang van het evangelie.
Handelingen toont de trouw van Christus aan Zijn getuigen.
Handelingen toont de doorbraak naar de heidenen.
Handelingen toont de unieke plaats van de apostelen.
Handelingen toont het historische ontstaan en de uitbreiding van de gemeente.

Maar Handelingen is niet de handleiding waarmee wij vandaag gemeentelijke leer en praktijk bouwen op losse gebeurtenissen.

De brieven geven de leerstellige norm.

Daarom moet je zeggen: Handelingen is de geboortegeschiedenis en uitbreidingsgeschiedenis van de gemeente. Paulus’ brieven geven de gemeentelijke waarheid waardoor de gemeente volwassen wordt in Christus.

Terug naar Handelingen als blauwdruk? Nee, vooruit naar de volle leer van de apostelen

De roep “terug naar Handelingen” klinkt vroom, maar is vaak misleidend. De gemeente hoeft niet terug naar een overgangsfase. Zij moet staan in de volle openbaring die Christus door Zijn apostelen heeft gegeven.

Niet terug naar Pinksteren als herhaalmodel.
Niet terug naar tekenen als geestelijke meetlat.
Niet terug naar apostelen als moderne machtsfiguren.
Niet terug naar Jeruzalem als beginfase.

Maar blijven bij Christus, het Hoofd. Bij de gezonde leer. Bij de brieven. Bij genade. Bij de verborgenheid die nu geopenbaard is. Bij het ene lichaam. Bij de hemelse roeping. Bij de wandel door de Geest. Bij de verwachting van Zijn komst.

Handelingen zonder de brieven wordt snel een religieuze speeltuin voor mensen die kracht zoeken.

Maar Handelingen gelezen in het licht van de brieven wordt een machtig getuigenis van Christus, Die Zijn Woord vervult, Zijn gemeente bouwt en Zijn getuigenis tot de volken brengt.

Dat is Bijbelvast.
Dat is veilig.
Dan blijft Christus centraal.

 Zie ook:

De begintijd in het boek Handelingen en nu – Bijbelse basis

De verborgenheid in het Nieuwe Testament – Bijbelse basis

(extern)

Niet naar de dagen van Handelingen – Stichting Vlichthus

Bijbelstudie lezing: Volharden in de Leer. Hand. 2

Geen second blessing, maar Christus

Geen second blessing : alles IS gegeven in Christus

Er is een vorm van christelijk jargon dat vroom klinkt, maar de gelovige én Christus schromelijk tekortdoet.

Je hebt Christus wel ontvangen, maar nog niet volledig
Je bent wel bekeerd, maar nog niet bekrachtigd.
Je bent wel gered, maar mist nog de doorbraak.
Je hebt wel de Geest, maar bent nog niet vervuld
Je hebt wel geloof, maar nog niet die zo noodzakelijke “second blessing”.

Onder dat soort taal zit een dubbele bodem. Christus wordt niet ronduit ontkend, maar Hij wordt wel aangevuld. Alsof de gelovige in Hem nog niet helemaal compleet is.

Alsof het leven met Christus pas echt begint na een tweede ervaring, een aparte geestesdoop, een speciale aanraking, een extra zalving of een geestelijke boost.

Maar Petrus schrijft:

“Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis Desgenen, Die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd;”
2 Petrus 1:3 (STV)

Dat ene woord zet een dikke streep door de hele gedachte van een noodzakelijke tweede zegen:

geschonken heeft

Niet: zal misschien later schenken als je je er maar naar uitstrekt.
Niet: schenkt aan gevorderde gelovigen.
Niet: geeft pas na een aparte ervaring.
Niet: bewaart dit voor wie door een bijzondere geestelijke poort gaat.

Maar:

geschonken heeft.

Wat heeft God geschonken?

Niet een beetje. Niet een startpakket. Niet een demo. Niet een halve uitrusting. Niet een geestelijke basisversie die later via een charismatische update moet worden uitgebreid.

Petrus zegt:

alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort.

Dat zegt alles.

Dat is een bom onder elk systeem dat de gelovige na Christus nog principieel onvolledig verklaart.

 

Geen tweede zegen
Geen tweede zegen

 

De gelovige krijgt geen uitgekleed startpakket

‘Second-blessing-denken’ werkt alsof de bekering slechts de voordeur is. Je bent binnen, maar je hebt nog geen stroom. Je bent gered, maar nog niet krachtig. Je hebt vergeving, maar nog niet de echte Geesteskracht. Je hebt Christus, maar het volle christelijke leven ligt nog achter een tweede ervaring.

Dan wordt het geloofsleven een jacht.

Een jacht op meer.
Meer kracht.
Meer zalving.
Meer ervaring.
Meer vuur.
Meer doorbraak.
Meer manifestatie.

En ergens onderweg raakt de blik op Christus verduisterd. Niet altijd met grote woorden. Soms heel subtiel. Christus blijft in de belijdenis staan, maar in de praktijk verschuift de aandacht naar de ervaring ná Christus.

Dan wordt de vraag niet meer: leef ik uit wat God in Christus gegeven heeft?

Maar: heb ik die extra ervaring al gehad?

Dat is ongezond. Dat is geestelijke onzekerheid in een vroom jasje.

Petrus zet de gelovige niet op zo’n loopband. Hij begint niet met een tekort, maar met een gave. Hij zegt niet: zoek eerst nog iets wat ontbreekt. Hij zegt: Gods Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot leven en godzaligheid behoort.

Dat is de Bijbelse orde.

Eerst gave.
Dan groei.
Eerst Christus.
Dan vrucht.
Eerst geschonken rijkdom.
Dan geestelijke oefening.

 

Groei is geen bewijs dat er eerst iets ontbrak

Natuurlijk moet een gelovige groeien. Petrus ontkent dat niet. Integendeel, hij werkt het direct uit:

“En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis,”
2 Petrus 1:5 (STV)

Daarna noemt hij matigheid, lijdzaamheid, godzaligheid, broederlijke liefde en liefde. Er is dus groei. Er is oefening. Er is geestelijke vorming. Er is strijd tegen zonde. Er is verdieping in kennis. Er is toenemende vrucht.

Maar die groei komt niet voort uit een ontbrekend fundament. Die groei komt voort uit een geschonken volheid.

Dat verschil is enorm.

De second-blessing-gedachte zegt in feite: je mist nog iets wezenlijks, dus zoek een tweede ervaring.

Petrus zegt: je hebt in Gods kracht alles ontvangen wat tot leven en godzaligheid behoort, breng daarom alle naarstigheid toe.

Dat is geen passiviteit. Dat is ook geen dode orthodoxie. Dat is juist gezond geestelijk leven. Niet jagen op een ontbrekende zegen, maar wandelen uit een ontvangen zegen.

Niet zoeken naar een tweede fundament, maar bouwen op het ene fundament: Christus.

 

Geen bonuspakket voor gevorderden

Een van de grote problemen in veel charismatische en pinksterachtige schema’s is dat de Heilige Geest praktisch wordt losgemaakt van de bekering tot Christus. Men zegt dan wel dat iedere gelovige de Geest heeft, maar tegelijk wordt geleerd dat er nog een aparte doop met de Geest nodig is om werkelijk krachtig, vrijmoedig of volledig toegerust te zijn.

Daarmee ontstaat een tweedeling onder gelovigen.

Gewone christenen.
En Geestgedoopte christenen.
Christenen met basisgeloof.
En christenen met kracht.
Mensen die Christus hebben.
En mensen die de volle ervaring hebben.

Maar Paulus schrijft:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.”
1 Korinthe 12:13 (STV)

Let op:

wij allen

Niet een geestelijke elite. Niet een aparte categorie overwinningschristenen. Niet alleen mensen met een indrukwekkend getuigenis over een latere ervaring. Allen die tot het lichaam van Christus behoren, zijn door één Geest tot dat ene lichaam gedoopt.

De Geest is geen bonuspakket voor gevorderden. Hij is niet de losse powerbank die je na je bekering nog moet aansluiten. Hij is de Geest van Christus, door Wie de gelovige tot Christus behoort.

Paulus schrijft ook:

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;”
Efeze 1:13 (STV)

De verzegeling met de Heilige Geest wordt hier verbonden met het geloof in het Evangelie. Niet met een later geestelijk examen. Niet met een tweede crisiservaring. Niet met een aparte bijeenkomst waarin iemand eindelijk “meer” ontvangt.

De Geest verzegelt de gelovige in Christus.

Dat is geen armoedige waarheid. Dat is rijkdom.

 

Kolossenzen laat geen ruimte voor geestelijke tekorten in Christus

Paulus is in Kolossenzen scherp omdat hij precies dit gevaar ziet: Christus plus iets.

Christus plus filosofie.
Christus plus menselijke inzettingen.
Christus plus geestelijke tussenmachten.
Christus plus ascese.
Christus plus religieuze regels.
Christus plus ervaringen.

En dan schrijft hij:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;”
Kolossenzen 2:10 (STV)

“In Hem volmaakt.”

Niet in Hem begonnen, maar elders compleet gemaakt.
Niet in Hem gered, maar door een tweede zegen geestelijk afgemaakt.
Niet in Hem aangenomen, maar pas door een aparte zalving bruikbaar.

Nee:

in Hem volmaakt.

Dat betekent niet dat de gelovige in zichzelf al volmaakt leeft. Dat is duidelijk niet zo. De gelovige moet groeien, leren, strijden, belijden, zich bekeren, volharden. Maar zijn positie, zijn geestelijke grond en zijn volledige toerusting liggen in Christus.

Wie daar iets noodzakelijks naast zet, maakt Christus praktisch kleiner.

Dat is de ernst.

Niet elke taal over “meer van God” is verkeerd. Een gelovige mag verlangen naar meer kennis, grotere gehoorzaamheid, meer liefde, meer vrijmoedigheid, meer vrucht. Maar zodra “meer van God” betekent dat Christus nog niet genoeg is, zijn we van de Bijbelse weg af.

Dan wordt verlangen vermomd als tekortleer.

 

De Bijbel roept op tot vervulling met de Geest

Soms wordt tegengeworpen: maar Paulus zegt toch dat wij vervuld moeten worden met de Geest?

Zeker.

“En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest;”
Efeze 5:18 (STV)

Maar dat is iets radicaal anders dan een eenmalige tweede geestesdoop als noodzakelijke aanvulling op de bekering. Vervulling met de Geest heeft te maken met wandelen onder Zijn leiding, leven in gehoorzaamheid, spreken tot elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, dankzegging en onderwerping in de vreze Gods.

Het is geen tweede fundament. Het is de dagelijkse werking van de Geest in het leven van wie Christus toebehoort.

Daar zit het verschil.

De Bijbel leert wel: wandel door de Geest.
De Bijbel leert wel: bedroef de Geest niet.
De Bijbel leert wel: wordt vervuld met de Geest.
De Bijbel leert wel: leef niet naar het vlees.
De Bijbel leert wel: breng vrucht voort.

Maar de Bijbel leert niet dat de gelovige na zijn bekering nog een aparte, noodzakelijke tweede geestesdoop moet ontvangen om ‘eindelijk compleet’ te zijn.

Dat is een systeem dat teksten op elkaar stapelt, vooral uit Handelingen, en vervolgens de brieven van de apostelen onder druk zet. Maar de leerstellige uitleg voor de gemeente vinden we juist helder in de brieven.

En daar klinkt de lijn steeds opnieuw:

In Christus ontvangen.
Door de Geest verzegeld.
Tot één lichaam gedoopt.
In Hem volmaakt.
Alles geschonken wat tot leven en godzaligheid behoort.

 

‘Second-blessing-denken’ maakt gelovigen onzeker en afhankelijk van ervaring

Het klinkt misschien vurig, maar het maakt vaak onzeker.

Want wanneer heb je genoeg ontvangen?
Wanneer was je ervaring echt?
Was die emotie van God of van jezelf?
Waarom voel je nu minder dan toen?
Waarom spreek jij niet in tongen?
Waarom ervaar jij geen vuur?
Waarom lijkt een ander verder?
Waarom blijft jouw strijd bestaan?

Zo ontstaat geestelijke klassevorming. De ene gelovige staat op het podium als bewijs van kracht. De ander zit in de zaal en vraagt zich af wat hij mist.

Maar het probleem is niet dat hij Christus mist. Het probleem is dat hij verkeerd is onderwezen over wat hij in Christus ontvangen heeft.

Petrus begint niet met geestelijke jaloezie. Hij begint met zekerheid.

Gods Goddelijke kracht heeft geschonken.
Alles wat tot leven en godzaligheid behoort.
Door de kennis van Hem.

Dat haalt de gelovige niet uit de strijd, maar het zet hem wel op vaste grond. Hij hoeft niet te bedelen om een tweede fundament. Hij mag leren leven uit het ene Fundament dat God Zelf gelegd heeft.

 

De duivel wint terrein als Christus niet genoeg lijkt

De gevaarlijkste dwaling is niet altijd de dwaling die Christus openlijk ontkent. Soms is het de dwaling die Christus prijst, maar Hem ondertussen aanvult.

Christus én een tweede zegen.
Christus én een aparte geestesdoop.
Christus én een speciale zalving.
Christus én een ‘profetische activatie.’
Christus én een impartatie.
Christus én een geestelijke doorbraakformule.

Dat klinkt vol. In werkelijkheid wordt het leeg.

Want zodra Christus niet genoeg lijkt, wordt de gelovige vatbaar voor geestelijke marktkooplui. Voor mensen die beloven wat God al gegeven heeft. Voor systemen die tekorten creëren en daarna hun eigen methode aanbieden als oplossing.

Dat is tricky.

Wie gelovigen eerst wijsmaakt dat zij iets wezenlijks missen, gaat daarna bepalen waar zij het moeten halen. Bij een spreker. Bij een conferentie. Bij handoplegging. Bij een cursus. Bij een “gezalfde” bediening. Bij een ervaring die steeds opnieuw moet worden nagejaagd.

Maar Petrus roeit dat gedachtengoed uit bij de wortel.

Alles is geschonken door Gods Goddelijke kracht, door de kennis van Hem.

Niet door de kennis van een methode.
Niet door de aanraking van een bijzondere prediker.
Niet door een sfeer.
Niet door muziek.
Niet door groepsdruk.
Niet door manifestaties.

Door de kennis van Hem.

 

Echte geestelijke kracht richt op Christus

De Heilige Geest maakt Christus groot. Hij trekt de aandacht niet los van Christus naar losse krachtservaringen. De Geest bindt aan het Woord, verheerlijkt Christus, werkt geloof, overtuigt van zonde, leidt in waarheid, vormt vrucht en doet de gelovige leven tot eer van God.

Daarom is het verdacht wanneer “Geesteswerk” vooral draait om het bijzondere, het zichtbare, het voelbare en het spectaculaire.

Niet omdat God niet machtig is.
Niet omdat God niet kan ingrijpen.
Niet omdat het christelijk leven koud en verstandelijk moet zijn.

Maar omdat de Bijbel ons niet leert leven op ‘wat voor ogen is’, maar uit geloof in Gods geopenbaarde waarheid.

Een gelovige leeft niet van kippenvel.
Niet van druk op het voorhoofd.
Niet van omvallen.
Niet van een zaal vol kabaal.
Niet van een profetisch woord dat hem even optilt.
Niet van de volgende geestelijke injectie.

Hij leeft uit Christus.

En daarom heeft hij Bijbelkennis nodig. Niet als droge theorie, maar als bescherming. Wie niet weet wat God werkelijk geschonken heeft, is kwetsbaar voor iedereen die beweert dat er nog iets ontbreekt.

 

Niet armer, maar rijker

Sommigen zullen zeggen: sloop je hiermee niet de verwachting uit het geloofsleven?

Nee. Je haalt de kramp eruit.

Het is niet arm om te zeggen dat de gelovige alles al in Christus ontvangen heeft. Het is enorm rijk.

Het is niet minder geestelijk om een noodzakelijke second blessing af te wijzen. Het is daarentrgen geestelijk volwassen omdat je weigert de volheid in Christus te verkleinen.

Het is niet koud om te zeggen dat de Geest iedere gelovige verzegelt en inlijft in het lichaam van Christus. Het is troostrijk. Het is vast. Het is Bijbels.

De gelovige hoeft niet te leven als iemand die nog wacht op zijn kickstart. Hij mag leven als iemand die in Christus gezegend is en daarom geroepen wordt om te wandelen waardiglijk.

Dat geeft rust én ernst.

Rust, omdat het fundament niet in mijn ervaring ligt.
Ernst, omdat ik geroepen ben te leven uit wat God gegeven heeft.

 

De goede vraag

De vraag is dus niet: heb jij ‘de second blessing’ al ontvangen?

De goede vraag is:

Leef jij uit Christus, in Wie God alles geschonken heeft wat tot leven en godzaligheid behoort?

Dat is scherp.En Bijbels,.

Want het gevaar van second-blessing-denken is dat het de gelovige naar binnen jaagt: heb ik genoeg ervaren, genoeg gevoeld, genoeg ontvangen?

De Schrift richt hem naar boven: zie op Christus.

Daar ligt de volheid.
Daar ligt de kracht.
Daar ligt het leven.
Daar ligt de godzaligheid.
Daar ligt de zekerheid.

Niet in een tweede zegen naast Hem, maar in Hem Zelf.

2 Petrus 1:3 is een Bijbelse muur tegen elke vorm van ‘geestelijke tekortleer’ die de gelovige na Christus nog afhankelijk maakt van een tweede, noodzakelijke ervaring.

Gods Goddelijke kracht heeft geschonken.

Alles.

Wat tot het leven en de godzaligheid behoort.

Door de kennis van Hem.

Wie dat serieus neemt, hoeft de Heilige Geest niet kleiner te maken. Integendeel. Hij eert juist het werk van de Geest door te erkennen dat de Geest de gelovige niet naar een losse ervaring leidt, maar naar Christus en Zijn volheid.

Geen second blessing als ontbrekende schakel.

Geen geestelijke upgrade bovenop Christus.

Geen verheven categorie van gelovigen die ‘echt de Geest’ zouden hebben.

Maar

De Geest, geschonken aan wie gelooft.
Gods kracht, werkzaam in wie Hem toebehoren
En een gelovige die niet jaagt op een ontbrekend fundament, maar leert wandelen uit wat hem in Christus geschonken is.

 

Lees ook (extern):

Bijbelstudie: Het onderpand der erfenis – Bijbels Panorama.

“Laat het los, laat God het doen!” … en waarom dat een slecht idee is – Geloofstoerusting

Christelijke Apologeet | Is de doop met de Heilige Geest een ‘second blessing’?

Geverifieerd door MonsterInsights