Het werk van de Heilige Geest: geen spektakel, maar Christus centraal

Het werk van de Heilige Geest: Hij verheerlijkt Christus

Er wordt op het christelijke erf veel gesproken over de Heilige Geest. Soms terecht. Soms nodig. Soms met diepe eerbied. Maar vaak ook op een overspannen manier die vragen oproept.

Want zodra de Heilige Geest vooral verbonden wordt aan sfeer, krachtmomenten, vallen, lachen, profetische claims, tongentaal, “zalving”, manifestaties en bijzondere ervaringen, moeten we ons afvragen: is dit de boodschap van de Schrift?

De Here Jezus gaf ons Zelf de belangrijkste toetssteen:

“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Johannes 16:14 (STV)

Daar is het hart van het werk van de Heilige Geest.

Hij verheerlijkt Christus.

Niet de mens.
Niet de gave.
Niet de ervaring.
Niet de spreker
Niet de profeet.
Niet de sfeer in de zaal.

Christus.

Daar begint gezonde leer over de Heilige Geest.

 

Het werk van de Heilige Geest
Het werk van de Heilige Geest

De Heilige Geest is geen kracht, maar een Persoon

Voordat we spreken over Zijn werk, moeten we helder hebben Wie Hij is. De Heilige Geest is geen vage energie, geen geestelijke stroom, geen religieuze atmosfeer en geen hemelse powerbank die je kunt “opladen”en naar believen kunt inzetten.

Hij is God. Hij is Persoon. Hij spreekt, leidt, overtuigt, onderwijst, getuigt, bidt, deelt gaven uit en kan bedroefd worden.

Paulus schrijft:

“En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” Efeze 4:30 (STV)

Je kunt een kracht niet bedroeven. Een Persoon wel.

Daarom moeten we eerbiedig spreken. Niet alsof de Heilige Geest een middel is dat wij kunnen inzetten. Niet alsof Hij een ervaring is die wij kunnen oproepen. Niet alsof Hij een bewijsstuk is voor onze geestelijke status.

Hij is de Heilige Geest Gods.

En juist daarom is het zo belangrijk om Zijn werk niet los te maken van Christus en van het Woord.

 

De Heilige Geest spreekt niet over Zichzelf

Jezus zegt:

“Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.” Johannes 16:13 (STV)

Dat betekent niet dat de Heilige Geest nooit spreekt. Hij spreekt wel. Maar Hij spreekt niet los van de Vader en de Zoon. Hij komt niet met een eigen agenda. Hij maakt Zichzelf niet tot middelpunt.

Dat is een diepe waarheid.

De Heilige Geest is niet uit op geestelijke blikvangers. Hij is niet de Geest van religieus theater. Hij is niet de Geest van de aandachtstrekkerij. Hij is niet de Geest van “kijk eens wat ik ervaar”, niet de Vervuller van overspannen verwachtingen.

Hij is de Geest der waarheid.

Hij neemt uit Christus en verkondigt het aan de Zijnen.

Daarom kun je dit heel eenvoudig toetsen: waar de Heilige Geest werkt, wordt Christus groter. Waar een geestelijke beweging vooral zichzelf, haar leiders, haar manifestaties, haar conferenties, haar profeten of haar ervaringen groot maakt, moet er een alarmbel gaan rinkelen.

 

Hij verheerlijkt Christus

Dit is de grote lijn. De Heilige Geest verheerlijkt Christus.

“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Johannes 16:14 (STV)

Dat is geen bijzaak. Dat is de kern.

Waar de Geest werkt, komt Christus in het licht te staan als de gekruisigde, opgestane en verhoogde Heere. Zijn Persoon wordt dierbaar. Zijn werk wordt groot. Zijn bloed wordt noodzakelijk. Zijn gerechtigheid wordt genoeg. Zijn Woord krijgt gezag. Zijn heerlijkheid gaat wegen.

De Geest maakt van Christus geen religieus onderdeel in een groter ervaringssysteem. Hij maakt Christus niet tot mascotte van onze geestelijke beleving. Hij zet Hem niet ergens in de hoek terwijl de mens zichzelf geestelijk interessant maakt.

Dat dus NIET.

Hij verheerlijkt Christus.

Daarom is het verdacht wanneer er veel over de Geest wordt gesproken, maar weinig over Christus. Veel over kracht, weinig over het kruis. Veel over zalving, weinig over verzoening. Veel over doorbraak, weinig over bekering. Veel over manifestatie, weinig over heiliging. Veel over profetische woorden, weinig over het geschreven Woord.

Dat is niet de strekking van Johannes 16.

 

De Heilige Geest overtuigt de wereld

De Heilige Geest werkt niet alleen in gelovigen. Hij overtuigt ook de wereld.

Jezus zegt:

“En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel.” Johannes 16:8 (STV)

En dan legt de Heere Jezus uit wat Hij bedoelt:

“Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien; En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.” Johannes 16:9–11 (STV)

Let op hoe Christus-gericht dit is.

Zonde wordt hier niet vaag gehouden. De kernzonde is ongeloof tegenover Christus. De wereld heeft Hem verworpen. De mens staat niet neutraal tegenover de Zoon van God. Hij is niet slechts “zoekend”, “spiritueel onderweg” of “een beetje beschadigd”. Hij staat schuldig tegenover Christus.

De Geest overtuigt daarvan.

Hij overtuigt ook van gerechtigheid, omdat Christus naar de Vader gaat. De wereld veroordeelde Hem. De Vader verhoogde Hem. De opstanding en hemelvaart zijn Gods grote Amen op de Zoon.

En Hij overtuigt van oordeel, omdat de overste van deze wereld geoordeeld is. Satan is geen tragische tegenkracht in een spannend kosmisch duel. Hij is een geoordeelde vijand.

De Heilige Geest brengt dus geen religieuze vrijblijvendheid. Hij brengt mensen voor de werkelijkheid van zonde, gerechtigheid en oordeel — allemaal in verhouding tot Christus.

 

Hij doet opnieuw geboren worden

Geen mens wordt christen door opvoeding, kerkelijke cultuur, emotie, traditie of morele verbetering. Er is nieuw leven nodig.

Jezus zegt tegen Nicodemus:

“Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.” Johannes 3:3 (STV)

En even later:

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.” Johannes 3:6 (STV)

Dat is scherp.

Vlees wordt geen geest door religieuze training. De oude mens wordt niet opgepoetst tot een christen. God brengt nieuw leven voort door de Geest.

Wedergeboorte is geen upgrade van de oude natuur. Het is geen geestelijke make-over. Het is geen nieuw laagje religieuze verf over hetzelfde oude hout.

Het is geboorte uit de Geest.

Daarom is christelijk geloof niet in de eerste plaats: ik probeer beter te leven. Het is: God heeft leven gegeven waar geestelijke dood was. De Heilige Geest opent de ogen voor Christus, maakt het hart levend en brengt de zondaar tot geloof.

 

De Heilige Geest woont in de gelovige

De gelovige ontvangt niet af en toe of op afroep een geestelijke impuls van buitenaf. De Heilige Geest woont in hem.

Paulus schrijft:

“Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is des Heiligen Geestes, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?” 1 Korinthe 6:19 (STV)

Dat is rijk en serieus tegelijk.

Rijk, omdat de gelovige niet verlaten is. God woont door Zijn Geest in hem.

Serieus, omdat het lichaam niet langer neutraal terrein is. Je bent niet van jezelf. Je lichaam, je woorden, je seksualiteit, je gedrag, je gewoonten, je keuzes, alles staat onder het gezag van Christus.

De inwoning van de Geest is dus geen excuus voor geestelijke trots. Het is een roeping tot heiligheid.

De Heilige Geest woont niet in de gelovige om hem spectaculair te maken, of in de spotlights te zetten, maar om hem aan Christus toe te wijden.

 

De Heilige Geest verzegelt de gelovige

De Heilige Geest is ook het zegel van Gods eigendom.

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;” Efeze 1:13 (STV)

En vervolgens:

“Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.” Efeze 1:14 (STV)

Let op de volgorde.

Het woord der waarheid wordt gehoord.
Het Evangelie der zaligheid wordt geloofd.
De gelovige wordt verzegeld met de Heilige Geest.

Dat is nuchter, helder en krachtig.

Hier is geen krampachtige zoektocht naar een tweede bewijs dat je er echt bij hoort. Geen geestelijke elitevorming. Geen gedachte dat gewone gelovigen nog iets essentieels missen totdat zij een bepaalde ervaring hebben meegemaakt.

Wie in Christus gelooft, is verzegeld met de Heilige Geest der belofte.

Dat geeft rust. Geen hoogmoedige rust, maar gelovige zekerheid. God zet Zijn zegel op wie in Christus is.

 

De Heilige Geest doopt tot één lichaam

Paulus schrijft:

“Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt.” 1 Korinthe 12:13 (STV)

Dit is een belangrijk vers, zeker tegenover charismatische verwarring.

De doop door de Geest is bij Paulus niet een aparte elite-ervaring voor gevorderde speciaal ingewijde christenen. Het is verbonden met het ingelijfd worden in het ene lichaam van Christus.

“Wij allen.”

Niet: sommigen.
Niet: de krachtigen.
Niet: de mensen met bijzondere manifestaties.
Niet: de groep die een bepaalde ervaring kan claimen.

Allen die tot het lichaam van Christus behoren, zijn door één Geest tot dat lichaam gedoopt.

Dat maakt nederig. De Geest bouwt geen geestelijke kaste. Hij vormt één lichaam rondom één Hoofd: Christus.

 

De Heilige Geest leidt de gelovige

De Heilige Geest leidt de gelovige. Maar dat moeten we Bijbels verstaan.

Leiding door de Geest betekent niet dat iedere ingeving automatisch Gods stem is. Het betekent niet dat je je verstand moet uitschakelen. Het betekent niet dat de Geest je losmaakt van de Schrift.

Paulus schrijft:

“Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.” Romeinen 8:14 (STV)

En hij verbindt dat direct met zoonschap:

“Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen (lett, zoonstelling) door Welken wij roepen: Abba, Vader!” Romeinen 8:15 (STV)

De Geest leidt dus niet terug naar slavernij. Niet naar religieuze angst. Niet naar wettische kramp. Niet naar een systeem waarin je voortdurend moet bewijzen dat je geestelijk genoeg bent.

Hij leidt in het leven van het kindschap.

Door de Geest leert de gelovige God kennen als Vader. Niet oppervlakkig, niet sentimenteel, maar op grond van Christus. De Geest maakt ons niet los van de Zoon; Hij brengt ons juist door de Zoon tot de Vader.

 

De Heilige Geest getuigt van ons kindschap

Paulus gaat verder:

“Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.” Romeinen 8:16 (STV)

Dat is geen zweverige zelfbevestiging. Het is ook geen innerlijk stemmetje dat los van het Evangelie iets influistert. Het getuigenis van de Geest staat nooit los van Christus, nooit los van het Woord, nooit los van het werk van God.

De Geest leert de gelovige rusten in wat God gedaan heeft.

Niet: ik voel genoeg, dus ik ben veilig.
Niet: ik ervaar genoeg, dus ik hoor bij God.
Niet: ik heb bijzondere dingen meegemaakt, dus ik ben geestelijk.

Maar: Christus is genoeg. Zijn werk is volbracht. God heeft gesproken. De Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn.

 

De Heilige Geest heiligt

De Heilige Geest maakt niet wetteloos. Maar Hij maakt ook niet wettisch.

Dat is belangrijk.

Sommigen denken: als je niet onder de wet bent, wordt het losbandig. Anderen denken: als je heilig wilt leven, moet je terug onder regels, druk en religieuze controle.

Paulus wijst een andere weg:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)

Niet: wandel onder de zweep.
Niet: wandel op je gevoel.
Niet: wandel in eigen kracht.
Maar: wandel door de Geest.

De Geest werkt heiliging van binnenuit. Hij brengt het leven van Christus tot uitdrukking in de gelovige. Dat zie je in de vrucht:

“Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.” Galaten 5:22 (STV)

Dat is kenmerkend.

Paulus zegt niet: de vrucht van de Geest is spektakel.
Niet: de vrucht van de Geest is een indrukwekkende gave.
Niet: de vrucht van de Geest is podiumkracht.
Niet: de vrucht van de Geest is extase.

De vrucht van de Geest is karakter dat past bij Christus.

Liefde. Blijdschap. Vrede. Lankmoedigheid. Goedertierenheid. Goedheid. Geloof. Zachtmoedigheid. Matigheid.

Dat is veel minder showgevoelig. Maar veel ingrijpender.

 

De Heilige Geest geeft kracht tegen het vlees

De Geest is niet gegeven om het vlees religieus te versieren. Hij is gegeven om de werkingen van het lichaam te doden.

“Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.” Romeinen 8:13 (STV)

Dat is confronterend.

De Heilige Geest is niet de bondgenoot van onze oude natuur. Hij helpt ons niet om onze vleselijkheid geestelijk te verpakken. Hij geeft geen “zalving” over trots, geldzucht, manipulatie, zinnelijkheid, bitterheid of machtsdrang.

Hij brengt het vlees in het licht. Hij leert ons het oordeel van God over de oude mens erkennen. Hij brengt ons telkens weer bij Christus, in Wie wij gestorven en opgewekt zijn.

Heiliging is dus geen toneelspel. Het is geen religieus imago. Het is niet de glanslaag van een christelijk profiel.

Het is het werk van de Geest in het echte leven.

 

De Heilige Geest helpt in het gebed

Ons gebed is vaak zwak. Verward. Onvolledig. Soms weten we niet eens goed wat we moeten bidden.

Paulus schrijft:

“En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.” Romeinen 8:26 (STV)

Dat is buitengewoon troostrijk.

De Geest helpt niet alleen de sterke bidder. Hij helpt juist in zwakheid. Hij draagt het gebed van hen die niet meer weten hoe ze hun nood onder woorden moeten brengen.

Dat maakt gebed niet spectaculairder, maar dieper.

Soms is het meest Geestelijke gebed geen vloeiende woordenstroom, maar een gebroken zucht voor God. Geen podiumgebed. Geen indrukwekkende taal. Geen religieuze prestatie. Maar zwakheid, gedragen door de Geest.

 

Hij deelt gaven uit tot opbouw

De Heilige Geest deelt gaven uit. Maar ook hier is het doel belangrijk.

“Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.” 1 Korinthe 12:11 (STV)

Niet zoals wij willen.
Niet zoals een beweging voorschrijft.
Niet zoals een spreker belooft.
Niet als bewijs van hogere geestelijkheid.

Zoals Hij wil.

En Paulus zegt:

“Maar aan een iegelijk wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is.” 1 Korinthe 12:7 (STV)

De gaven zijn tot nut. Tot opbouw. Tot dienst. Niet tot zelfverheffing.

Daarom corrigeert Paulus Korinthe zo scherp. Die gemeente kwam in geen gave tekort, maar was tegelijk vleselijk, verdeeld en verward. Gaven op zichzelf zijn dus geen bewijs van geestelijke volwassenheid.

Dat blijft een pijnlijke maar noodzakelijke les.

Een mens kan indrukwekkend spreken en toch weinig lijken op Christus. Een bediening kan bol staan van claims en toch arm zijn aan waarheid. Een samenkomst kan bruisen van activiteit en toch leeg zijn aan heiligheid.

De Geest geeft gaven tot stichting van het lichaam, niet tot verheerlijking van mensen.

 

De Heilige Geest bindt ons aan het Woord

De Heilige Geest is de Geest der waarheid. Daarom zal Hij nooit de Schrift ondergraven.

De Here Jezus bidt:

“Heilig ze in Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

Dat is beslissend.

Wanneer iemand zegt: “De Geest zei tegen mij”, maar vervolgens de Schrift opzijschuift, is dat niet geestelijk maar gevaarlijk. Wanneer ervaring meer gezag krijgt dan het Woord, is de deur opengezet voor misleiding. Wanneer “openbaring” belangrijker wordt dan gezonde uitleg, ontstaat er geestelijke mist.

De Heilige Geest maakt de Bijbel niet overbodig. Hij opent de Schrift. Hij verlicht het verstand. Hij past het Woord toe. Hij brengt Christus uit het Woord naar voren.

Paulus schrijft:

“Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn;” 1 Korinthe 2:12 (STV)

En:

“Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.” 1 Korinthe 2:13 (STV)

De Geest werkt dus niet buiten de waarheid om. Hij werkt door de waarheid.

 

De Heilige Geest brengt orde, geen verwarring

Paulus schrijft over de samenkomst:

“Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de gemeenten der heiligen.” 1 Korinthe 14:33 (STV)

En:

“Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.” 1 Korinthe 14:40 (STV)

Dat is een nuchtere correctie op veel geestelijke wanorde.

Niet alles wat intens voelt, is van de Geest. Niet alles wat spontaan gebeurt, is geestelijk. Niet alles wat onverklaarbaar is, is Goddelijk. Niet alles wat mensen “krachtig” noemen, komt van de Heilige Geest.

De Geest is heilig. De Geest is waarheid. De Geest verheerlijkt Christus. De Geest bouwt op. De Geest brengt orde.

Waar verwarring als bewijs van geestelijkheid wordt verkocht, is men ver van Paulus verwijderd.

 

DE toets voor vandaag

De vraag is dus niet: gebeurt er iets bijzonders?

De vraag is: wordt Christus verheerlijkt?

Niet: voelt het krachtig?
Maar: kijgt het Woord gezag?

Niet: is er een manifestatie?
Maar: is er waarheid, heiligheid en stichting?

Niet: speekt iemand met grote stelligheid?
Maar: klopt het met de Schrift?

Niet: wordt de mens afhankelijk van een gezalfde leider?
Maar: wordt hij gebracht tot Christus, het Hoofd?

Dat is de toets.

De Heilige Geest verheerlijkt Christus. Hij overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Hij doet wedergeboren worden. Hij woont in de gelovige. Hij verzegelt. Hij doopt tot één lichaam. Hij leidt in zoonschap. Hij getuigt van ons kindschap. Hij heiligt. Hij helpt in het gebed. Hij deelt gaven uit tot opbouw. Hij opent het Woord. Hij brengt orde, waarheid en vrede.

Dat is geen religieus circus.

Waarom dit belangrijk is

Als we het werk van de Heilige Geest losmaken van Christus, krijgen we geestelijke ontsporing.

Dan wordt de Geest een label op menselijke emotie.
Een stempel op religieuze macht.
Een dekmantel voor subjectieve ingevingen.
Een excuus voor wanorde.
Een verkoopnaam voor ervaring.

Maar de Heilige Geest is niet gekomen om de mens groot te maken. Hij is niet gekomen om de gemeente afhankelijk te maken van profeten, genezers, apostelen of gezalfde beroemdheden. Hij is niet gekomen om de Schrift te vervangen door indrukken.

Hij is gekomen om Christus te verheerlijken.

En juist daarin ligt Zijn heerlijkheid.

De Geest zegt als het ware niet: kijk naar Mij los van Christus.
Hij zegt: zie het Lam. Zie de Zoon. Zie de Gekruisigde. Zie de Opgestane. Zie uw Heere. Zie uw gerechtigheid. Zie uw leven. Zie uw hoop.

Daarom is echte Geestvervulling niet dat wij dronken worden van ervaring, maar dat Christus ons denken, spreken, verlangen en wandelen gaat beheersen.

Wie Bijbels over de Heilige Geest wil spreken, moet bij Christus blijven.

De Geest zonder Christus wordt mist.
De Geest zonder het Woord wordt gevaarlijk.
De Geest zonder heiliging wordt misleiding.
De Geest zonder orde wordt verwarring.
De Geest zonder het kruis wordt religieuze energie zonder Evangelie.

Maar waar de Heilige Geest werkelijk werkt, daar wordt Christus groot. Daar wordt de zondaar overtuigd. Daar wordt de gelovige getroost. Daar krijgt het Woord gezag. Daar groeit heiliging. Daar wordt de gemeente opgebouwd. Daar wordt niet de mens verhoogd, maar de Heere Jezus Christus.

Dat is het werk van de Heilige Geest.

Niet Zichzelf als middelpunt nemen.

Maar Christus verheerlijken.

Zie ook:

heilige geest – Bijbelse basis

Extern:

heilige geest » Bijbels Panorama

 

De Jezus die men nog noemt, maar niet meer kent

Een aangepast beeld

Er is een vorm van misleiding die grof en herkenbaar is. Die zegt gewoon: Jezus is niet nodig. De Bijbel is niet betrouwbaar. Het kruis is achterhaald. Zonde is een ouderwets woord. Bekering is religieuze druk.

Dat is ernstig, maar tenminste duidelijk. Je weet meteen hoe de hazen rennen.

Veel gevaarlijker is de misleiding die Jezus niet wegduwt, maar Hem opnieuw vormgeeft. Zijn Naam blijft staan. Zijn Naam wordt gezongen. Zijn Naam wordt uitgesproken in gebeden, conferenties, preken, getuigenissen en bedieningstaal. Maar langzaam wordt Hij veranderd in iemand anders.

Niet de Christus der Schriften.

Maar een Jezus die past bij onze verlangens, onze systemen, onze roepingstaal, onze geestelijke succesverhalen en onze behoefte aan zichtbare kracht.

De meest verraderlijke leugen over Jezus is niet dat Hij wordt ontkend, maar dat Hij wordt hertekend.

Het is een soms subtiel verschil wat wel herkenbaar wordt als je het eenmaal doorhebt.

Welke Jezus wordt verkondigd?

 

Hij wordt nog genoemd wordt, maar staat niet meer centraal

Veel christenen willen de Heer oprecht dienen. Ze houden van Jezus. Ze willen Hem volgen. Ze willen trouw zijn. En toch lopen velen rond met een stille geestelijke vermoeidheid.

Ik doe niet genoeg.

Ik geloof niet genoeg.

Ik ben niet krachtig genoeg.

Ik ben niet ver genoeg.

Ik wandel niet hoog genoeg.

Ik mis iets.

In veel gevallen wordt de schuld dan bij de gelovige gelegd.

Meer overgave.

Meer geloof.

Meer kracht.

Meer activatie.

Meer doorbraak.

Meer vuur.

Meer discipline.

Meer honger.

Meer verwachting.

Meer verlangen.

Maar wat als het probleem niet primair jouw inzet is?

Wat als het probleem de Jezus is die je is voorgehouden?

Want zodra Jezus niet meer wordt verkondigd zoals de Schrift Hem openbaart, maar zoals Hij bruikbaar is voor een bepaald geestelijk systeem, is het hek los….Dan blijft Zijn Naam misschien centraal staan in de taal, maar niet meer in de leer.

Dan wordt niet meer gevraagd: Wie is Christus volgens de Schrift?

Maar: hoe helpt Jezus ons bij wat wij willen bouwen, ervaren, bereiken of bewijzen?

Zie je het al?

 

De Bijbel als toetssteen of ervaring als bril

De dwaling begint vrijwel nooit met openlijke minachting voor de Bijbel. Te confronterend. Het begint subtieler.

Ervaringen krijgen gewicht.

Getuigenissen krijgen gezag.

Emotionele momenten worden sturend en normgevend.

‘Succesvolle bedieningen’ worden voorbeeldmodellen.

Zichtbare kracht wordt bewijs van waarheid.

En langzaam gebeurt er iets verraderlijks: de Bijbel toetst niet meer, maar de ervaring kleurt de Bijbel.

Dan lezen mensen de Schrift niet meer vanuit wat God heeft geopenbaard, maar vanuit wat zij hebben meegemaakt, gezien, gevoeld of gehoord. Een indrukwekkend getuigenis krijgt dan praktisch meer gewicht dan nuchtere exegese. Een ervaring wordt een sleutel tot de tekst. Een conferentiesfeer gaat bepalen wat men “geestelijk” noemt.

Dat lijkt levend. Dat lijkt krachtig. Dat lijkt vurig.

Maar het kan ook de poort zijn waardoor een andere Jezus binnenkomt.

Niet openlijk.

Niet schreeuwend.

Maar fluisterend.

 

Jezus als prototype van wat jij zou moeten kunnen

Een van de meest gevaarlijke verschuivingen is de voorstelling van Jezus als vooral ons voorbeeld in kracht. Dan wordt gezegd: Jezus deed Zijn wonderen als mens, volkomen afhankelijk van de Geest, om te laten zien wat ook wij kunnen doen.

Dat klinkt godsdienstig. Zelfs inspirerend.

Maar kijk uit wat er gebeurt.

De vraag was: Wie is Hij?

Maar wordt: waarom kan ik niet wat Hij kon?

Daarmee verandert aanbidding in prestatiedruk. Christus wordt niet meer allereerst de Heer voor Wie men buigt, de Zaligmaker op Wie men rust, de Middelaar Die volbracht heeft wat wij niet konden. Hij wordt een norm waaraan jij jezelf meet.

En als jij dan geen zieken geneest, geen demonen uitdrijft, geen wonderen ziet, geen profetische precisie hebt, geen “doorbraak” forceert, dan komt de conclusie dichtbij:

Er zal wel iets mis zijn met mij.

Te weinig geloof.

Te weinig overgave.

Te weinig zalving.

Te weinig geestelijke autoriteit.

Zo wordt Jezus niet meer de Redder van vermoeiden, maar de meetlat die vermoeiden nog verder neerdrukt.

Dat is geen evangelie. Dat is een religieuze loopband in overdrive met de Naam van Jezus erboven.

 

Het kruis als startpunt in plaats van centrum

In eigentijdse populaire geestelijke taal wordt het kruis niet openlijk ontkend. Dat is juist het verraderlijke.

Men zingt er nog over. Men noemt het nog. Men erkent nog dat Jezus gestorven is voor onze zonden.

Maar in de praktijk wordt het kruis vaak gereduceerd tot het beginpunt.

Alsof de boodschap is:

Jezus heeft je gered, nu moet jij Zijn overwinning waarmaken.

Jezus heeft de basis gelegd, nu moet jij het Koninkrijk zichtbaar maken.

Jezus heeft overwonnen, nu moet jij de aarde in bezit nemen.

Jezus heeft betaald, nu moet jij doorbreken, activeren, realiseren en bewijzen.

 

Daarmee verschuift het gewicht van Christus’ volbrachte werk naar de schouders van de gelovige. De genade wordt nog beleden, maar de druk wordt geleefd.

En als het dan niet werkt? Als de genezing uitblijft? Als de omstandigheden niet veranderen? Als het allemaal niet voelt als overwinning? Als de beloofde doorbraak niet komt?

Dan ga je niet het systeem bevragen.

Dan ga je naar jezelf kijken.

Dat is het venijn. Een verkeerde prediking maakt mensen niet vrij, maar onzeker. Niet geworteld, maar opgejaagd. Niet levend uit geloof maar voortdurend met zichzelf bezig.

 

Jezus als de activator van jouw bestemming

Een andere vorm van deze verschuiving is nog algemener geworden. Jezus wordt niet meer allereerst verkondigd als de Zaligmaker van zondaren, maar als Degene Die jouw potentieel ontsluit.

Hij wordt de sleutel tot jouw bestemming.

De activator van jouw roeping.

De promotor van jouw droom.

De kracht achter jouw persoonlijke ontwikkeling.

De geestelijke coach Die jou helpt worden wie jij bedoeld bent te zijn.

Dat klinkt positief. Het voelt bemoedigend. Het past goed in een cultuur waarin alles draait om jouw identiteit, groei, invloed en zelfontplooiing.

Maar de Bijbelse richting is anders.

De vraag van het Evangelie is niet: hoe word jij de beste versie van jezelf?

De vraag is: hoe wordt een zondaar met God verzoend?

De Bijbel begint niet bij jouw potentieel, maar bij Gods heiligheid, jouw verlorenheid en Christus’ volbrachte werk. Wie dat omdraait, krijgt een andere boodschap. Dan wordt redding bijzaak en zelfontplooiing hoofdzaak. Dan wordt bekering vervangen door zelfontdekking. Dan wordt Christus functioneel gemaakt voor jouw verhaal.

Maar Jezus is geen accessoire bij jouw bestemming.

Hij is de levende Heer.

Hij is niet gekomen om jouw naam groot te maken, maar om zondaren te verlossen en de Vader te verheerlijken.

 

De vrucht ervan is geen rust, maar uitputting

Je herkent een boom aan de vrucht.

Wat brengt deze manier van spreken over Jezus voort?

Vaak geen rust. Geen diepe zekerheid. Geen verwondering over genade. Geen vaste blik op Christus. Maar vermoeidheid.

Altijd meer.

Meer geloof.

Meer vuur.

Meer activatie.

Meer overwinning.

Meer geestelijke autoriteit.

Meer zichtbare vrucht.

Meer bewijs.

De gelovige wordt steeds teruggeworpen op zichzelf. Op zijn geloofsniveau. Zijn toewijding. Zijn geestelijke temperatuur. Zijn bereidheid. Zijn resultaten.

En dat klinkt vroom, maar het is dodelijk vermoeiend.

Want het vlees kan ook religieus worden opgejaagd. Het kan zelfs met behulp van de Bijbel worden opgejaagd. Maar opgejaagd vlees wordt niet geestelijker. Het wordt alleen vermoeider, krampachtiger en banger om tekort te schieten.

De echte Christus brengt geen vrome slavernij.

Hij roept vermoeiden bij Zich.

“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” Mattheüs 11:28 (STV)

Dat is geen oproep tot activatie, maar tot komen.

Niet tot moeten bewijzen, maar tot rusten.

Niet tot zelfverheffing, maar tot vertrouwen.

 

De echte Jezus is geen zorghulpmiddel

De echte Jezus is niet een prototype dat je geacht wordt na te bootsen om te laten zien hoe geestelijk, voorbeeldig of krachtig jij bent.

Hij is niet een platform voor jouw bediening.

Hij is niet een springplank naar jouw bestemming.

Hij is niet een geestelijke powerbank die jij aansluit op je droom.

 

Niks d’r van.

 

Hij is de Zoon van God.

Hij is de Middelaar.

Hij is het Lam Gods.

Hij is de Hogepriester.

Hij is de Heere der heerlijkheid.

Hij is de Zaligmaker Die deed wat jij nooit kon doen.

Hij leefde het leven dat jij niet kon leven. Hij droeg de schuld die jij niet kon dragen. Hij stierf de dood die jij verdiende. Hij stond op uit de doden als Overwinnaar. Niet om jou op te zadelen met een nieuw geestelijk prestatieprogramma, maar om zondaren te redden, te rechtvaardigen, te verzoenen en rust te geven in Hem.

Dat maakt het verschil tussen Bijbels geloof en godsdienstige prestatiedrang.

 

De valse Jezus zegt: doe meer.

De Bijbelse Christus zegt: kom tot Mij.

De valse Jezus maakt je onzeker over jezelf.

De Bijbelse Christus haalt je focus van jezelf af naar Hem.

De valse Jezus maakt genade tot een startbewijs voor jouw prestatie.

De Bijbelse Christus is Zelf het centrum, het fundament en de zekerheid van het geloof.

 

God heeft gesproken door Zijn Zoon

De conclusiel is duidelijk. God heeft niet een half woord gesproken dat nog aangevuld moet worden door moderne stemmen, nieuwe openbaringen, geestelijke elites of spectaculaire ervaringen.

God heeft gesproken door Zijn Zoon.

“God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;” Hebreeën 1:1-2 (STV)

Dat betekent dat Christus niet maar een tussenstop is naar iets hogers. Hij is niet de opstap naar diepere openbaring.

Hij is niet de entree pas tot een elitechristendom waarin apostelen, profeten, activaties en impartaties de gelovige verder brengen dan het eenvoudige rusten in Hem.

Wie Christus heeft, heeft geen hoger doel nodig.

Wie Gods Zoon hoort, hoeft niet achter hypes aan.

Wie de Schrift heeft, hoeft ervaring niet tot openbaringsbron te gebruiken.

Daar ligt de bescherming van de gemeente: terug naar Christus, zoals God Hem heeft geopenbaard in Zijn Woord.

Niet de Jezus van de geestelijke webshop.

Niet de Jezus van menselijke ambitie, of nog erger: geldingsdrang

Niet de Jezus van podiumtaal en succesverhalen.

Maar de Christus der Schriften.

 

Een paar noodzakelijke vragen

De vraag is daarom niet alleen: geloof ik in Jezus?

De vraag is ook: welke Jezus wordt mij voorgehouden?

Is Hij de Zaligmaker van zondaren, of vooral de activator van mijn potentieel?

Is Hij het middelpunt van het evangelie, of de aanjager om mijn geestelijke dromen waar te maken?

Rust mijn geloof in Zijn volbrachte werk, of leef ik onder een prestatiedrang om te bewijzen dat ik “meer” heb?

Word ik naar Christus getrokken, of steeds meer op mezelf teruggeworpen?

Een Jezus Die jou voortdurend opjaagt, is niet de Herder Die Zijn vermoeide schapen rust geeft., maar een huurling. Een Jezus Die vooral jouw bestemming dient, is niet de Heer voor Wie elke knie zich zal buigen. Een Jezus Die slechts het beginpunt is waarna jij het grote werk moet afmaken, is niet de Christus Die riep: het is volbracht.

 

Terug naar de echte Christus

De oplossing is niet: harder proberen.

Niet méér presteren

Niet nog een conferentie.

Niet nog een doorbraakmodel.

Niet nog een nieuwe geestelijke techniek.

De oproep is eenvoudiger: terug naar Christus Zelf.

Terug naar Zijn Persoon.

Terug naar Zijn volbrachte werk.

Terug naar de Schrift.

Terug naar genade die werkelijk Genade is.

Terug naar rust die niet afhankelijk is van jouw geestelijke prestaties, maar van Zijn werk.

De gevaarlijkste leugen over Jezus is niet dat men Hem weglaat, maar dat men Hem verandert. En juist daarom moet de gemeente wakker zijn. Niet alles wat “Jezus” zegt of zels proclameert, verkondigt ook de Jezus van de Bijbel. Niet alles wat geestelijk klinkt, komt uit de Geest der waarheid. Niet elke boodschap die over kracht spreekt, brengt mensen tot Christus.

De ware Christus hoeft niet aangepast te worden aan deze tijd, of aan onze wensen.

Wij moeten teruggebracht worden tot Hem.

Hebt u de Heilige Geest ontvangen toen u tot geloof kwam?

Wat Handelingen 19 echt zegt; waarschuwing tegen geestelijke verwarring

Er zijn van die Bijbelteksten die telkens opnieuw uit de kast worden gehaald zodra men een bepaalde geestelijke ervaring wil verdedigen. Handelingen 19 is zo’n gedeelte. Paulus ontmoet in Éfeze enkele discipelen en stelt hun de vraag:

“Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is.” Handelingen 19:2 (STV)

Voor bepaalde mensen  is daarmee de zaak beslist. Zie je wel, zegt men dan, je kunt dus geloven en tóch de Heilige Geest nog niet ontvangen hebben. Eerst kom je tot geloof, later moet er nog iets bij komen: een aparte ervaring, een tweede zegen, een geestesdoop, een doorbraak, een aanraking, een impartatie, een krachtmoment.

Maar is dat wat Handelingen 19 leert?

Of wordt hier een overgangssituatie in de heilsgeschiedenis gebruikt als gietmal voor een hedendaagse ervaringsleer?

Dat is geen onbelangrijke vraag. Het raakt de zekerheid van de gelovige, het verstaan van het werk van Christus en de vraag of wij rusten in wat God in Christus gegeven heeft, of blijven jagen naar iets waarvan de Schrift gewoon zegt dat het ons al geschonken is.

wat-Handelingen19 echt zegt
Wat-Handelingen-19 echt zegt.

De vraag van Paulus was geen charismatische ‘altar call’

Paulus vraagt niet aan willekeurige religieuze zoekers of zij een bijzondere ervaring hadden gehad. Hij ontmoet discipelen. Mensen die in zekere zin volgelingen waren, maar kennelijk met een (ernstig) gebrek aan onderwijs.

Zij kenden de doop van Johannes. Zij stonden dus in de lijn van verwachting, bekering en uitzien naar de Komende. Maar zij hadden niet helemaal begrepen wat er inmiddels gebeurd was: Christus was gekomen, gestorven, opgestaan en verheerlijkt. De belofte van de Geest moest in dat licht worden verstaan.

Hun probleem was niet dat Christus (werk) onvolledig was. Hun probleem was dat hun kennis onvolledig was.

Dat is nogal een verschil.

Paulus behandelt hen daarom niet als mensen die nog een trapje hoger op een geestelijke ladder moeten. Hij onderwijst hen. Hij brengt ze bij Christus. Hij laat zien dat Johannes vooruitwees naar Hem Die na hem kwam.

“Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus.” Handelingen 19:4 (STV)

De kern is dus niet: zoek een tweede ervaring.

De kern is: zie op Christus, de Gekruisigde en Opgestane, in Wie de belofte vervuld is.

 

De Heilige Geest is geen los verkrijgbare powerbank

Een groot probleem in veel moderne prediking is dat de Heilige Geest wordt losgemaakt van Christus. Dan wordt de Geest vooral verbonden met kracht, gevoel, manifestatie, profetie, tongentaal, genezing, aanbiddingshoogtepunten en bijzondere ervaringen.

Maar de Schrift verbindt de Heilige Geest veel dieper met Christus Zelf.

De Heilige Geest is de Geest van God, maar Hij wordt in het Nieuwe Testament nadrukkelijk openbaar in verbinding met de opgestane Christus.

Hij is de Geest der waarheid, de Trooster, de Geest van het leven, de Geest waardoor de gelovige deel krijgt aan Christus’ opstandingsleven.

Dat maakt een levensgroot verschil.

Want dan is de Heilige Geest niet een extra toevoeging bovenop Christus.

Hij is niet een aparte geestelijke accessoire voor wie na zijn bekering op een hoger geestelijk niveau komt. Hij is niet de beloning voor de vurigen, de gevoeligen of de geestelijk ambitieuzeren.

De Heilige Geest is verbonden met het heil in Christus.

Wie door geloof in Christus is, is niet half gered, half levend, half verzegeld en half verbonden aan God. Hij is in Christus.

Paulus schrijft aan dezelfde Efeziërs later:

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;” Efeze 1:13 (STV)

Let op de volgorde.

Het woord der waarheid wordt gehoord.

Het Evangelie der zaligheid wordt geloofd.

En de gelovige wordt verzegeld met de Heilige Geest der belofte.

Dat is geen wankel, zweverig ongrijpbaar iets.

Dat is Gods zegel.

 

“Nadat gij geloofd hebt” betekent niet: op een later tijdstip

Sommigen lezen Efeze 1:13 alsof daar ruimte zit voor een latere, aparte fase: eerst geloof, daarna misschien ooit de Geest.

“Nadat u geloofd hebt” betekent niet: nadat u een tijd als gelovige als kip zonder kop zonder Geest hebt rondgelopen. Het betekent: toen u tot geloof gekomen bent. Nadat het geloof begonnen is, volgt de verzegeling.

Niet als los tweede stadium, maar als onderdeel van Gods heilswerk in Christus.

Dát is de bemoediging.

De gelovige hoeft niet in onzekerheid te leven. Hij hoeft niet te denken:

Ben ik wel ver genoeg? Heb ik wel genoeg ervaren? Is mijn geloof wel aangevuld met de juiste kracht? Heb ik wel de echte Geestesdoop gehad?

NEE. De Bijbel wijst hem niet naar zichzelf, maar naar Christus.

Wie gelooft, kijkt niet naar binnen om zekerheid te vinden in de intensiteit van zijn ervaring. Hij kijkt naar Christus en naar het Woord van God.

 

Johannes 20 is belangrijker dan vaak wordt erkend

Een sleuteltekst in dit vraagstuk is Johannes 20. Op de dag van Zijn opstanding verschijnt de Heere Jezus aan Zijn discipelen. Niet met een vaag symbool, maar met een zeer betekenisvolle daad:

“En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvang de Heilige Geest.” Johannes 20:22 (STV)

Dit gebeurt niet op de Pinksterdag, maar op de dag van de opstanding.

Dat is van groot belang.

Christus blaast op hen. Adem, wind en geest liggen in de Bijbelse taal dicht bij elkaar. De opgestane Christus deelt Zijn leven mee. Het gaat om opstandingsleven. Om leven uit de dood. Om nieuwe schepping.

Zoals God bij Adam de levensadem inblies, zo blaast Christus hier op Zijn discipelen. Maar nu gaat het niet om natuurlijk leven uit de eerste schepping. Het gaat om leven uit de opstanding, leven verbonden met de tweede Mens, de laatste Adam.

De Heilige Geest is hier niet een sfeer, niet een emotie, niet een religieuze tinteling, maar het leven van de opgestane Christus.

 

Pinksteren is geen correctie op Pasen

Veel christenen denken onbewust alsof Pasen en Pinksteren twee losse geestelijke hoofdstukken zijn. Pasen is dan vergeving en opstanding. Pinksteren is kracht, ervaring en manifestatie. En vervolgens wordt er soms gedaan alsof Pasen niet genoeg is zonder een soort persoonlijk pinksterwonder.

Maar Pinksteren hóórt bij Pasen.

Pinksteren is de openlijke manifestatie van wat in Christus’ opstanding tot stand is gebracht. De opgestane Christus is de bron. De Geest wordt niet los van Hem uitgedeeld. Pinksteren is geen reparatie van een tekort in Pasen. Pinksteren is de publieke, krachtige openbaring van het opstandingsleven van Christus.

Daarom staat er in Handelingen 2:

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” Handelingen 2:4 (STV)

Let op het woord “vervuld”.

Vervuld worden met de Heilige Geest is niet hetzelfde als voor het eerst de Heilige Geest ontvangen. Vervulling wijst op de werking, doorwerking, openbaring en beheersing door de Geest. Ontvangen wijst op het bezit van de Geest als gave van God.

Wie dat onderscheid kwijtraakt, raakt al snel verstrikt in verwarring.

 

Ontvangen en vervuld worden zijn niet hetzelfde

Hier ligt een belangrijk Bijbels onderscheid.

De gelovige ontvangt de Heilige Geest bij het geloof in Christus. Hij wordt verzegeld. Hij krijgt deel aan Christus’ leven. Hij is wedergeboren. Hij is van Christus.

Maar de gelovige kan wel meer of minder vervuld zijn met de Geest. Hij kan wandelen door de Geest of het vlees ruimte geven. Hij kan geleid worden in de waarheid of onwetend blijven. Hij kan geestelijk groeien of kind blijven. Hij kan de Geest bedroeven. Hij kan de werking van de Geest in zijn leven weerstaan in de praktijk.

Dat is dus heel iets anders dan zeggen dat een gelovige de Heilige Geest nog niet heeft.

De vraag moet niet zijn: heb ik als gelovige de Heilige Geest wel ontvangen?

De vraag is: leef ik uit wat God mij in Christus gegeven heeft?

Dat is scherper. En eerlijker.

 

De gelovigen in Efeze hadden vooral onderwijs nodig

De mannen in Handelingen 19 wisten niet wat “Heilige Geest” inhield. Zij kenden de prediking van Johannes, maar misten zicht op de vervulling in Christus. Hun gebrek was geen bewijs voor een normale christelijke toestand zonder Heilige Geest. Het was een overgangssituatie.

Met name Handelingen staat vol van zulke overgangssituaties. Het boek beschrijft hoe het Evangelie van Jeruzalem naar Judea, Samaria en de einden der aarde gaat. Joden, Samaritanen, heidenen en discipelen van Johannes worden in de voortgang van Gods werk zichtbaar verbonden aan Christus.

Daarom moet je Handelingen aandachtig en met onderscheid  lezen. Niet alles wat beschreven wordt, is automatisch voorgeschreven als vaste regeling van orde voor de Gemeente vandaag.

Wie van elke bijzondere gebeurtenis in Handelingen een standaardmodel maakt, bouwt zijn leer op overgangsmomenten. Dat is gevaarlijk. Dan ga je van uitzonderingen een dichtgemetseld systeem maken.

En dat is wat ik vaak zie gebeuren.

 

Tongentaal en profetie waren tekenen, geen maatstaf voor elke gelovige

In Handelingen 19 gebeurt er iets zichtbaars:

“En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden.” Handelingen 19:6 (STV)

Dat wordt nogal eens gebruikt als pressiemiddel.

Men zegt dan: zie je wel, als de Geest komt, moet er iets zichtbaar gebeuren. Er moet tongentaal zijn. Er moet profetie zijn. Er moet een waarneembaar bewijs zijn.

Maar dat is een onzorgvuldige en nogal voorbarige conclusie.

In Handelingen 19 gaat het om een bijzondere bevestiging in een bijzondere situatie. Deze mannen stonden nog in de lijn van Johannes’ doop en moesten zichtbaar worden ingevoegd in de werkelijkheid van Christus’ volbrachte werk. De tekenen bevestigen dat zij niet buiten de vervulling staan.

Maar nergens leert de Schrift dat iedere gelovige tongentaal moet spreken als bewijs dat hij de Heilige Geest heeft.

Dat zou bovendien strijdig zijn met Paulus’ eigen onderwijs in 1 Korinthe 12, waar hij juist duidelijk maakt dat niet allen dezelfde gave hebben. De Geest deelt uit naar Zijn wil. De Geest is geen machine die bij iedereen hetzelfde verschijnsel produceert.

Wie tongentaal of zichtbare manifestaties tot bewijs van het hebben ontvangen van de Heilige Geest maakt, verschuift en vermagert de zekerheid in Christus naar ervaring. En dat is bepaald geen verdieping. Dat is verlies.

 

Bidden om de Heilige Geest alsof Hij nog niet gegeven is

In sommige kringen wordt gelovigen geleerd om te bidden om de Heilige Geest alsof zij Hem nog niet ontvangen hebben. Dat klinkt vroom. Het klinkt afhankelijk. Het kan ook diep verwarrend zijn.

Want als een gelovige in Christus is, verzegeld met de Heilige Geest der belofte, dan is het niet Bijbels om hem te leren bidden alsof God Zijn Geest nog moet geven.

Natuurlijk mag een gelovige bidden om vervulling, leiding, kracht, wijsheid, vrijmoedigheid, vrucht, groei en gehoorzaamheid. Natuurlijk is hij afhankelijk van de Geest. Natuurlijk kan hij zonder de werking van de Geest niets geestelijks voortbrengen.

Maar dat is iets anders dan bidden alsof hij de Geest nog niet bezit.

Het eerste is Bijbels.

Het tweede maakt onzeker.

 

De Geest leidt in de hele waarheid, niet in onzekerheid

De Heere Jezus noemt de Heilige Geest “de Geest der waarheid”. Dat is veelzeggend. De Geest is niet de Geest van verwarring, groepsdruk, religieuze opwinding, twijfel of onzekerheid

Hij leidt in de hele waarheid.

Dat betekent: Hij verheerlijkt Christus. Hij opent het Woord. Hij leert de gelovige verstaan wat hem in Christus geschonken is. Hij richt het geloof niet op zichzelf, maar op de Heere.

Daarom is gedegen onderwijs ook zo belangrijk. Paulus lost de situatie in Éfeze niet op met sfeer, muziek, emotionaliteit of massale druk. Hij legt uit. Hij wijst op Christus. Hij brengt orde in hun begrip.

Dat is vandaag de dag ook hard nodig.

Veel gelovigen zijn geestelijk onrustig, niet omdat zij te weinig ervaring hebben, maar omdat zij te weinig Bijbels onderwijs hebben ontvangen. Zij zoeken iets wat God allang in Christus gegeven heeft.

Zij wachten op een doorbraak, terwijl zij moeten leren staan in hun positie.

 

De gelovige is met Christus verbonden

De Heilige Geest ontvangen betekent dat de gelovige verbonden is met Christus. Niet oppervlakkig. Niet symbolisch alleen. Werkelijk.

Paulus zegt:

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;” Efeze 2:6 (STV)

En in Kolossenzen:

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat is ontzagwekkend rijk.

De gelovige leeft niet vanuit een leegte die eerst nog gevuld moet worden door een latere extra geestelijke ervaring. Hij leeft vanuit de volheid die hij moet leren kennen, geloven en praktisch uitleven.

Hij is gestorven met Christus.

Hij is opgewekt met Christus.

Zijn leven is verborgen met Christus in God.

Hij is verzegeld met de Heilige Geest.

 

Dat is geen armoedig christendom.

Dat is geen droge leer.

Dat is de vaste grond onder het geloof.

 

De moderne ervaringsdrang maakt gelovigen arm

Hier mag het scherp gezegd worden.

Een prediking die gelovigen voortdurend vertelt dat zij méér moeten ontvangen om eindelijk echt geestelijk te zijn, kan vroom klinken, maar zij berooft hen vaak van de rijkdom die zij in Christus al hebben ontvangen.

Dan wordt Christus het begin, maar ervaring de voltooiing.

Dan wordt geloof de deur, maar manifestatie de uitwerking.

Dan wordt het Woord de aanzet, maar gevoel de bevestiging.

Dat is een gevaarlijke vervanging.

De Bijbel leert niet dat de gelovige zijn zekerheid moet zoeken in de vraag of er genoeg kracht, tinteling, tongentaal, profetie, emotie of vuur in zijn leven zichtbaar is. De Bijbel leert dat de gelovige moet rusten in Christus en wandelen door de Geest.

Dat is niet minder geestelijk. Dat is juist geestelijk.

 

Niet jagen naar een tweede zegen, maar leren wandelen in de gegeven zegen

De gelovige heeft geen tweede fundament nodig. Hij heeft onderwijs nodig in het Ene fundament.

Hij hoeft niet naar een tweede Christus, een tweede evangelie of een tweede inwijding. Hij moet leren begrijpen wat het betekent dat Christus gestorven, opgestaan en verheerlijkt is.

De Geest is gegeven om Christus te verheerlijken, niet om de aandacht van Christus af te trekken naar de ervaring van de gelovige.

Daarom is het zo belangrijk om het verschil te zien tussen:

bezit van de Geest

vervulling met de Geest

werking van de Geest

vrucht van de Geest

gaven van de Geest

leiding door de Geest

Wie dat allemaal op één hoop gooit, krijgt verwarring. En verwarring is geen vrucht van de Geest.

 

Wat Handelingen 19 ons laat zien

Handelingen 19 leert niet dat iedere gelovige na zijn bekering nog een aparte geestesdoop moet zoeken of ervaren.

Het leert dat er mensen kunnen zijn die wel onderwijs hebben ontvangen, maar nog niet helder zien wat God in Christus heeft gedaan.

Het leert dat onvolledig onderwijs moet worden aangevuld met prediking van Christus en Zijn werk.

Het leert dat Johannes niet het eindpunt was, maar de wegwijzer naar Christus.

Het leert dat de Heilige Geest verbonden is met de opgestane Heer.

Het leert dat bijzondere tekenen in Handelingen een bevestigende functie hadden in een overgangstijd.

Het leert dat de Geest de gelovige brengt tot waarheid, vrijmoedigheid en kennis van wat God geschonken heeft.

En het leert vooral dat de gelovige niet moet leven uit geestelijke onzekerheid, maar uit de vaste werkelijkheid van Christus’ volbrachte werk.

 

Dé vraag

De vraag is dus niet of een gelovige nog moet wachten op iets waardoor Christus eindelijk compleet wordt.

Christus is compleet.

Zijn werk is compleet.

Zijn opstanding is werkelijk.

Zijn Geest is gegeven.

De echte vraag is: kent de gelovige zijn rijkdom in Christus?

Weet hij wat hem geschonken is?

Wandelt hij door de Geest?

Laat hij zich leiden door het Woord?

Rust hij in Christus, of jaagt hij achter ervaringen aan die hem telkens weer onzeker maken?

Dat is de boodschap van Handelingen 19.

 

Rust in Christus, wandel door de Geest

“Hebt u de Heilige Geest ontvangen?” is geen slogan om gelovigen de onzekerheid in te jagen. Het is een vraag die ons terugbrengt naar de kern: weten wij wat God in Christus gegeven heeft?

De Heilige Geest is geen los verkrijgbaar geestelijk vuurwerk. Hij is de Geest van de waarheid. De Geest van Christus. De Geest van het opstandingsleven. De Geest waardoor de gelovige verzegeld is, onderwezen wordt, geleid wordt en leert wandelen in de werkelijkheid van Christus.

Wie gelooft in de Heere Jezus Christus, hoeft niet te leven als een geestelijke bedelaar die voor de deur blijft staan wachten op iets dat God nog zou moeten geven. Hij mag leren staan in wat God reeds gegeven heeft.

Niet opschepperig. Niet zelfverzekerd in het vlees. Niet hoogmoedig.

Maar vast, nuchter, dankbaar en Bijbelvast.

Want de rijkdom van de gelovige ligt niet in zijn ervaring.

Zijn leven is met Christus verborgen in God.

 

Handelingen 19 wordt vaak gebruikt om te leren dat gelovigen na hun bekering nog apart de Heilige Geest moeten ontvangen. Maar het gedeelte laat vooral zien dat de discipelen in Éfeze onvolledig onderwijs hadden ontvangen. Paulus wijst hen op Christus, naar Wie Johannes de Doper vooruitwees. De Heilige Geest is verbonden met de opgestane Christus en met het nieuwe leven dat de gelovige in Hem ontvangt. Wie gelooft, is verzegeld met de Heilige Geest der belofte. Vervuld worden met de Geest is belangrijk, maar dat moet niet worden verward met het fundamenteel ontvangen van de Geest bij het geloof.

 

Hebt u de Heilige Geest ontvangen?

Die vraag uit Handelingen 19 wordt vaak gebruikt om gelovigen onzeker te maken. Alsof geloof in Christus nog niet genoeg is. Alsof er na bekering nog een aparte geestelijke inwijding nodig is om écht mee te tellen.

Maar Paulus wijst de discipelen in Efeze niet naar een ervaring.

Hij wijst hen naar Christus.

De Heilige Geest is geen los verkrijgbaar krachtpakket. Hij is de Geest van de opgestane Christus. Wie gelooft, wordt verzegeld met de Heilige Geest der belofte.

De vraag is dus niet: heb ik genoeg gevoeld?

De vraag is: weet ik wat God mij in Christus geschonken heeft?

Daar begint de echte rust.

Zie ook:

heilige geest – Bijbelse basis

pinksteren – Bijbelse basis

Extern:

Bijbelstudie lezingen: De Heilige Geest- Bijbels Panorama ..

 

 

Geverifieerd door MonsterInsights