Jezus stilt de storm Markus 4:35–41

Markus 4:35–41

Dit gedeelte in Markus 4:35–41 gaat over de storm op het meer, maar de kernvraag staat aan het einde:

“Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?” Markus 4:41 (STV)

Dat is de hoofdzaak. Markus vertelt dit niet primair om te zeggen: “Jezus helpt in moeilijke omstandigheden”. Dat is ook waar, maar veel te smal.

Het gedeelte openbaart Wie Christus is.

Jezus stilt de storm

De situatie

De Heere Jezus zegt:

“Laat ons overvaren aan de andere zijde.” Markus 4:35 (STV)

Dat woord van Christus is vóór de storm. De discipelen gaan dus niet buiten Gods wil om de storm in. Ze gehoorzamen juist Zijn woord. Dat is belangrijk: gehoorzaamheid aan Christus betekent niet een stormloze reis.

Daarna komt de storm:

“En er werd een grote stormwind; en de baren sloegen in het schip, alzo dat het nu vol werd.” Markus 4:37 (STV)

De discipelen zijn ervaren vissers. Dit is dus geen kinderachtige angst. Het gevaar is echt. Maar juist in dat echte gevaar blijkt hun geloof wankel.

 

Jezus slaapt

“En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen…” Markus 4:38 (STV)

Dat slapen laat Zijn ware mensheid zien. Hij is moe. Hij heeft onderwezen, gediend, gesproken, gedragen. Hij is geen schijnmens, maar werkelijk Mens.

Maar het vervolg laat tegelijk Zijn Goddelijke macht zien.

 

De noodkreet van de discipelen

“Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?” Markus 4:38 (STV)

Dat is herkenbaar. Niet alleen: “Heere, help ons”, maar: “Geeft U er wel om?” De angst tast niet alleen hun rust aan, maar ook hun zicht op Zijn goedheid.

Dat is vaak precies wat vrees doet. Vrees maakt de omstandigheden groot en Christus klein. Niet in werkelijkheid, maar in onze waarneming.

 

De storm bestraft

“En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte.” Markus 4:39 (STV)

Hij bidt niet om stilte. Hij spreekt. Hij beveelt. Wind en zee gehoorzamen Hem.

Dat is geen gewone wondermacht. In het Oude Testament is het juist de HEERE Die macht heeft over de zee:

“Hij verandert den storm in stilte, zodat hun golven stilzwijgen.” Psalm 107:29 (STV)

Markus laat dus zien: deze Jezus in het schip is niet slechts een Leraar, Profeet of wonderdoener. Hij oefent gezag uit over de schepping zelf.

 

De bestraffing van de discipelen

“Wat zijt gij zo vreesachtig? Hebt gij geen geloof?” Markus 4:40 (STV)

Let op: Jezus verwijt hun niet dat ze Hem wakker maken. Hij verwijt hun ongeloof. De vraag is niet: waarom ervaren jullie gevaar? De vraag is: waarom vertrouwen jullie Mij niet, terwijl Ik gezegd heb dat wij naar de overkant gaan?

Zijn woord had genoeg moeten zijn.

 

Van angst naar heilig ontzag

Na de stilte staat er niet dat ze ontspannen achteroverleunden. Er staat:

“En zij vreesden met grote vreze…” Markus 4:41 (STV)

Eerst waren ze bang voor de storm. Daarna vrezen ze Hem Die de storm stillegt. Dat is een andere vrees. De storm was indrukwekkend, maar Christus blijkt nog indrukwekkender.

De echte vraag is dus niet: hoe kom ik uit mijn storm?

De echte vraag is: Wie is Deze?

 

Bijbelse lijn

Markus 4:35–41 leert dus:

Christus is waarachtig Mens: Hij slaapt.

Christus is waarachtig God: wind en zee gehoorzamen Hem.

Geloof rust niet op kalme omstandigheden, maar op Zijn woord.

Vrees ontstaat waar de storm groter lijkt dan Christus.

De discipelen moeten leren dat Zijn aanwezigheid niet betekent dat er geen storm komt, maar wel dat Hij Heer is over de storm.

 

Kernzin

“Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?” Markus 4:41 (STV)

Markus 4:35–41 is geen sentimenteel verhaal over “Jezus in jouw storm”, maar een openbaring van de majesteit van Christus: de slapende Mens in het schip is tegelijk de Heere voor Wie wind en zee zwijgen.

 

Geloof gebaseerd op…..

Gevoel, ervaring of het Woord van God?

Ons geloof zou niet gebaseerd moeten zijn op ervaring, maar op het Woord van God.

Ook niet op jargon of opgeklopte verwachtingen door wie dan ook geuit.

Ervaring kan echt zijn. Ervaring kan indrukwekkend zijn. Ervaring kan emotioneel diep gaan. Maar ervaring is geen fundament. Ervaring moet getoetst worden aan het Woord, niet andersom.

Geloofsbasis

Paulus zegt het heel helder:

“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
Romeinen 10:17 (STV)

Dat is de volgorde. Niet: geloof uit gevoel. Niet: geloof uit bijzondere ervaringen. Niet: geloof uit tekenen, indrukken, innerlijke stemmen of geestelijke sensaties.

Maar: geloof uit het gehoor van het Woord van God.

Ook Paulus zegt:

“Opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.”
1 Korinthe 2:5 (STV)

Dus geloof rust niet op menselijke overtuigingskracht, religieuze retoriek, indrukwekkende verhalen of groepsdruk. Het rust op wat God heeft gesproken en op wat Hij in Christus heeft gedaan.

Ervaring heeft wel een plaats, maar een ondergeschikte plaats. De gelovige kan Gods trouw ervaren, gebedsverhoring meemaken, vertroosting ontvangen, strijd kennen, vrede ervaren. Maar dat alles bevestigt hooguit wat God gezegd heeft; het vervangt Gods Woord nooit.

Daarom schrijft Paulus:

“Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.”
2 Korinthe 5:7 (STV)

Dat is het punt. Aanschouwen, voelen, meemaken en ervaren zijn niet de vaste grond onder onze voeten. Het geloof leeft uit Gods belofte, ook wanneer de ervaring tegenvalt, wanneer het gevoel weggeebt is, wanneer omstandigheden donker geworden zijn.

Ook Thomas moest dat leren. De Here Jezus zei tegen hem:

“Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij die niet zullen gezien hebben en nochtans zullen geloofd hebben.”
Johannes 20:29 (STV)

Dat betekent niet dat geloof blind of irrationeel is. Het betekent dat geloof niet afhankelijk is van voortdurend zien, voelen of bewijzen eisen op onze voorwaarden. Geloof rust op Gods betrouwbare getuigenis.

Scherp gezegd:

Ervaring zonder het Woord wordt drijfzand.

Het Woord zonder spectaculaire ervaring blijft vaste rotsgrond.

Daarom moet elke ervaring, elke indruk, elke claim van “God zei tegen mij”, elke profetie, elke geestelijke manifestatie en elke religieuze beleving onder het gezag van de Schrift worden gebracht.

Niet de ervaring verklaart het Woord.

Het Woord beoordeelt de ervaring.

Kingdom Now versus Bijbelse eschatologie

Dominion-denken en Kingdom Now-theologie verwachten een kerk die de wereld steeds meer beïnvloedt en transformeert. Bijbelse eschatologie verwacht Christus Die Zijn Gemeente tot Zich neemt en Zijn Koninkrijk op Gods tijd openbaar maakt. Deze twee toekomstverwachtingen zijn niet verenigbaar.

Dominion-denken en Bijbelse eschatologie: twee tegengestelde toekomstverwachtingen

Er zijn vandaag onder gelovigen grofweg twee toekomstverwachtingen in omloop die vaak naast elkaar worden gebruikt, maar leerstellig niet bij elkaar passen.

De ene verwachting kijkt naar een kerk die steeds meer invloed krijgt, de samenleving transformeert en de aarde voorbereidt op een zichtbare doorbraak van het Koninkrijk.

De andere verwachting kijkt naar Christus Die Zijn Gemeente tot Zich neemt, waarna God Zijn profetisch handelen met Israël, de volkeren en het openbaar worden van het Koninkrijk voortzet.

Dat zijn geen twee accenten binnen dezelfde leer. Het zijn twee haaks op elkaar staande richtingen.

 

Dominion denken vs Bijbelse eschatologie

De ene verwachting kijkt naar beneden, de andere naar boven

Dominion-denken richt de hoop op aarde. De aandacht gaat naar maatschappelijke invloed, culturele verandering, herstel van instituties, geestelijke doorbraak in steden en landen, en het innemen van terreinen die onder de heerschappij van Christus zouden moeten komen.

Bijbelse eschatologie richt de hoop van de Gemeente op de Heere uit de hemel.

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is een totaal andere blikrichting.

Dominion-denken verwacht een opgaande lijn van kerkelijke invloed in de wereld. De Bijbelse verwachting van de Gemeente is Christus Zelf. Niet de verchristelijking van de wereld als einddoel van deze bedeling, maar de komst van de Heere.

 

De ene verwachting rekent op transformatie, de andere op bewaring

Dominion-denken verwacht dat de kerk een steeds grotere rol krijgt in de wereldgeschiedenis. De kerk moet sterker worden, zichtbaarder worden, invloedrijker worden, en uiteindelijk een sleutelrol spelen in het herstel van de aarde.

De opname van de Gemeente leert iets anders.

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” 1 Thessalonicenzen 4:17 (STV)

Hier is de beweging niet van de kerk naar de wereld toe, maar van de Gemeente naar Christus toe.

Dat is een groot contrast.

Dominion verwacht: de kerk blijft en neemt toe in aardse invloed.
De opname leert: Christus neemt Zijn Gemeente tot Zich.

Dominion verwacht: de wereld wordt gaandeweg voorbereid.
De opname leert: de Gemeente wordt weggenomen tot de Heere.

Dominion verwacht: zichtbare doorbraak op aarde.
De opname leert: ontmoeting met de Heere in de lucht.

Die twee toekomstbeelden schuren niet alleen. Ze botsen frontaal.

 

De ene verwachting ziet de laatste dagen als opmars, de andere als afval en verwarring

Dominion-denken ademt optimisme over de loop van deze bedeling. Niet zomaar persoonlijke hoop, maar een systeemverwachting: de kerk zal groeien in invloed, gebieden innemen, structuren veranderen en de aarde steeds meer onder Koninkrijksinvloed brengen.

Maar de Schrift tekent de laatste dagen niet als een triomftocht van de kerk door de instituties van de wereld.

“Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen.” 1 Timotheüs 4:1 (STV)

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.” 2 Timotheüs 3:1 (STV)

Dat is geen pessimisme. Dat is nuchtere Schriftverwachting.

God werkt in deze tijd. Hij redt, roept, heiligt, bewaart en gebruikt Zijn Gemeente als getuigenis. Maar deze bedeling wordt in de apostolische brieven niet getekend als een wereldwijde christelijke machtsovername. Integendeel: afval, verleiding, verwarring, zware tijden en geestelijke misleiding nemen toe.

Dominion-denken leest de toekomst door een opmarsbril. De Schrift leert ons waakzaam te zijn in een bedeling die uitloopt op verleiding en oordeel.

 

De ene verwachting maakt de kerk tot hoofdrolspeler, de andere Christus

In Dominion-denken verschuift het zwaartepunt gemakkelijk naar de kerk: haar mandaat, haar autoriteit, haar profetische roeping, haar invloed, haar overwinning, haar positie in de samenleving.

Bijbelse eschatologie houdt Christus centraal.

Hij komt.
Hij neemt tot Zich.
Hij oordeelt.
Hij openbaart.
Hij herstelt.
Hij regeert.

“Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus.” Openbaring 22:20 (STV)

De laatste roep van de Schrift is niet: “Kerk, neem uw positie in.”
De laatste roep is: “Kom, Heere Jezus.”

Dat verschil is beslissend.

Dominion-denken eindigt praktisch vaak bij de kerk in actie. Bijbelse eschatologie eindigt bij Christus in heerlijkheid.

 

De ene verwachting verzwakt het vreemdelingschap, de andere bewaart het

Als de kerk geroepen zou zijn om maatschappelijke heerschappij te nemen, dan wordt vreemdelingschap al snel verdacht. Dan klinkt wachten als passiviteit. Dan klinkt verwachting als vluchtgedrag. Dan klinkt het verlangen naar de opname als escapisme.

Maar de Gemeente is juist een hemels volk in een wereld die voorbijgaat.

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)

Een verborgen leven met Christus past slecht bij een triomfalistisch programma van zichtbare wereldinvloed. Niet omdat christenen niets doen, maar omdat hun diepste identiteit niet in deze wereld ligt.

De Bijbelse Gemeente is geen vluchtclub, maar ook geen machtsbeweging. Zij is een getuigend, dienend, lijdend en verwachtend volk.

Dominion-denken trekt haar naar aardse zichtbaarheid. Bijbelse eschatologie bewaart haar hemelse roeping.

 

De ene verwachting vervaagt Israël, de andere laat Gods volgorde staan

Dominion-denken heeft vaak moeite met een blijvende, profetische plaats voor Israël. Want als de kerk nu de zichtbare Koninkrijksheerschappij moet realiseren, dan worden beloften aan Israël, David, Jeruzalem en de volkeren gemakkelijk vergeestelijkt of naar de kerk overgeheveld.

Maar de Schrift laat een andere volgorde zien.

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” Handelingen 15:14 (STV)

Daarna volgt:

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” Handelingen 15:16 (STV)

Let vooral op de volgorde: eerst een volk uit de heidenen voor Zijn Naam, daarna het herstel van Davids vervallen hut.

Dominion-denken trekt toekomst naar nu. Bijbelse eschatologie laat Gods volgorde intact.

De Gemeente neemt Israëls toekomst niet over. Zij heeft haar eigen hemelse roeping. Israël heeft zijn eigen profetische toekomst. En Christus is het middelpunt van beide.

 

De ene verwachting wil nu zichtbare heerschappij, de andere verwacht toekomstige openbaring

Het Koninkrijk van Christus bestaat nu werkelijk. Christus is verhoogd. Hij is Koning. Maar Zijn Koninkrijk is in deze bedeling nog verborgen. Het wordt niet door een opmars van de kerk openbaar, maar door de openbaring van Christus Zelf.

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4 (STV)

Dat is de Bijbelse spanning: Christus is Koning, maar Zijn heerlijkheid is nog niet zichtbaar openbaar op aarde zoals zij straks zal zijn.

Dominion-denken heeft moeite met die spanning. Het wil het toekomstige nu zichtbaar maken. Het wil openbaar maken wat God nog verborgen houdt tot de verschijning van Christus.

Daarmee wordt de eschatologie ongeduldig. Men wil de heerlijkheid vóór de tijd. De kroon zonder de wachtkamer. De openbaring zonder de komst van de Koning.

 

De scherpe tegenstelling

Het contrast kan zo worden samengevat:

Dominion-denken verwacht een kerk die de wereld steeds meer beïnvloedt en transformeert.

Bijbelse eschatologie verwacht Christus Die Zijn Gemeente tot Zich neemt.

Dominion-denken ziet de toekomst als kerkelijke opmars.

Bijbelse eschatologie ziet de laatste dagen als een tijd van getuigenis, afval, misleiding, volharding en verwachting.

Dominion-denken trekt Koninkrijksbeloften naar het heden.

Bijbelse eschatologie onderscheidt de verborgen tegenwoordige werkelijkheid van het Koninkrijk en de toekomstige openbare heerschappij van Christus.

Dominion-denken verplaatst het zwaartepunt naar de kerk.

Bijbelse eschatologie houdt het zwaartepunt bij Christus.

Dominion-denken maakt de aarde tot horizon.

Bijbelse eschatologie richt de ogen op de Heere uit de hemel.

 

Waarom dit zo verwarrend is

De verwarring ontstaat omdat beide richtingen Bijbelse woorden gebruiken.

Koninkrijk.
Roeping.
Overwinning.
Heerschappij.
Geloof.
Verwachting.
Herstel.

Maar dezelfde woorden worden in een ander schema geplaatst. En daardoor krijgen ze een andere lading.

Dat is waarom veel charismatische gelovigen de spanning niet voelen. Zij horen vurige taal en herkennen Bijbelse woorden. Maar ze toetsen niet altijd het toekomstbeeld dat eronder ligt.

De vraag is niet alleen: gebruikt iemand Bijbelse termen?

De vraag is: in welk eschatologisch verhaal worden die termen gezet?

Wordt de Gemeente getekend als hemels geroepen volk dat Christus verwacht?

Of als aardse machtsfactor die de wereld moet transformeren?

Daar zit de scheidslijn.

Dominion-denken en verantwoorde Bijbelse eschatologie zijn niet verenigbaar, omdat ze twee tegengestelde verwachtingen hebben.

Dominion verwacht opmars, invloed en transformatie vóór de komst van Christus.

De Schrift leert de Gemeente om te dienen, te getuigen, te volharden en haar Heere uit de hemel te verwachten.

Dominion kijkt naar de aarde en vraagt: hoeveel invloed hebben wij al?

Bijbelse eschatologie kijkt naar boven en bidt:

“Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus.” Openbaring 22:20 (STV)

Dat is geen vlucht uit de werkelijkheid.

Dat is Bijbelse hoop.

Geverifieerd door MonsterInsights