Bedelingenleer toegelicht

De bedelingen in de Bijbel en de reden waarom Paulus er letterlijk over spreekt
Er zijn teksten die dwars ingaan tegen ons natuurlijke denken.
Eén daarvan is wat de Here zegt in 2 Korinthe 12:9:
“En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.”
Deze woorden werden gesproken tot de apostel Paulus. En ze raken het hart van het leven uit Genade. Je kan je zelf verbeelden dat je heel wat voorstelt, totdat er wat gebeurt waardoor je stilgezet wordt, wat mij is overkomen. Door een ongeluk, bijna 3 maanden geleden , ben ik behoorlijk op mijn nummer gezet. En heb ondervonden hóe waar het is, wat de apostel Paulus in de tweede Korinthebrief zegt. Ik heb me letterlijk nooit zo zwak gevoeld als nu, terwijl ik ook nooit zo sterk was als nu. Menselijkerwijs gesproken klinkt dat als een vette tegenstelling, bijna schizofreen. maar het is realiteit.

In hetzelfde hoofdstuk lezen we dat Paulus last had van een “doorn in het vlees” (2 Korinthe 12:7). Wát die doorn precies was, wordt niet uitgelegd. Sommigen denken aan een lichamelijke kwaal, anderen aan tegenstand of geestelijke druk.
Wat het ook was, het was pijnlijk en vernederend.
Paulus bad er driemaal om. Hij vroeg of de Heere het wilde wegnemen.
Maar het antwoord was geen genezing.
Het antwoord was Genade.
Dit is geen kille harde afwijzing. Het is een diep geestelijk principe.
God zegt niet:
“Ik haal je probleem weg.”
Hij zegt:
“Ik ben genoeg in je probleem.”
Genade betekent hier:
de voortdurende, dragende kracht van God Zelf.
Niet incidenteel.
Niet tijdelijk.
Maar genoeg, en volledig toereikend.
Het woord “volbracht” betekent: tot volle werking gebracht, tot voltooiing gebracht.
Gods kracht wordt niet sterker dóór onze zwakheid, maar zij wordt juist zichtbaar wanneer onze eigen kracht ontbreekt.
Zolang wij sterk zijn:
vertrouwen wij op ons inzicht
steunen wij op ons vermogen
bouwen wij op onze ervaring
Maar wanneer wij zwak zijn:
vallen onze zekerheden weg
wordt eigen roem uitgesloten
leren wij afhankelijkheid
En dáár openbaart zich Gods kracht.
De wereld zegt:
Wees sterk. Bewijs jezelf. Overwin.
God zegt:
Word nederig. Wees afhankelijk. Vertrouw.
Dit patroon zien we door de hele Schrift:
Gideon met 300 man
David als jonge herder tegenover Goliath
Het kruis van Christus, uiterlijke zwakheid, maar Goddelijke overwinning
Wat zwak lijkt, vertegenwoordigt Gods kracht.
Paulus verzet zich niet meer tegen zijn zwakheid. Hij leert het doel ervan kennen.
Hij schrijft:
“Zo heb ik dan een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus’ wil; want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig.” (2 Korinthe 12:10)
Dat is geen masochisme.
Dat is geestelijk inzicht.
Wanneer hij zwak is, is hij niet afhankelijk van zichzelf.
En wie niet op zichzelf steunt, steunt op, en staat overeind in Christus.
Dit woord is troost voor:
wie leeft met lichamelijke beperking
wie teleurstelling ervaart
wie worstelt met falen
wie zich onbekwaam voelt
God zegt niet dat zwakheid aangenaam is.
Maar Hij zegt dat Zijn kracht er niet door wordt tegengehouden.
Sterker nog, vaak komt zij juist daar tot volle uitdrukking.
Dit sluit naadloos aan bij het leven onder de Genade.
Wij leven niet:
uit eigen gerechtigheid
uit eigen kracht
uit eigen heiligheid
Zoals ook elders geschreven staat:
“Want uit Genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.” (Efeze 2:8)
Genade begon bij de zaligheid.
En genade draagt het verdere leven.
“Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht” is geen troostzin voor zwakken.
Het is een fundament voor het leven van iedere gelovige.
Het begrip bedelingen is geen leerstellig systeem dat later is bedacht.
Het woord staat letterlijk in de Bijbel.
Edit: Ik hoor allerlei geluiden dat dit “duivels” zou zijn, en zonder enige nauwkeurige kennis is het altijd comfortabel blaten.
Opvallend: het is met name de apostel Paulus, de apostel der heidenen, die deze term gebruikt in zijn zendbrieven.
Dat is geen detail. Dat is fundamenteel.
Paulus had een unieke bediening.
Romeinen 11:13
“Want ik spreek tot u heidenen; voor zoveel ik der heidenen apostel ben, maak ik mijn bediening heerlijk.”
Hij ontving openbaring die tevoren niet bekend was.
Galaten 1:11-12
“Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, dat van mij verkondigd is, niet is naar den mens.
Want ik heb hetzelve ook niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.”
Dit is essentieel om het begrip bedelingen te verstaan.
Het Griekse woord oikonomia betekent ‘huishouding’ of ‘beheer’. 
Efeze 3:2′
“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u.”
Hier noemt Paulus niet alleen een bedeling ,
hij zegt dat deze hem gegeven is voor de heidenen.
Ook schrijft hij:
Kolossenzen 1:25
“Waarvan ik een dienaar geworden ben, naar de bedeling Gods, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods.”
En:
1 Korinthe 9:17
“Want doe ik dat gewillig, zo heb ik loon; maar doe ik het onwillig, de bedeling is mij evenwel toebetrouwd.”
Dit zijn zendbrieven aan gemeenten in de heidenwereld.
Het is dus geen toevallige term.
Paulus verbindt zijn bediening rechtstreeks met een specifieke bedeling.
Paulus spreekt over een bestuurswisseling.
Romeinen 6:14
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Dat is een duidelijke scheidslijn.
Onder Mozes stond Israël onder de Wet.
Nu is er een bedeling van Genade.
Johannes 1:17
“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.”
Paulus ontvouwde wat deze Genade inhoudt voor Jood én heiden in één lichaam.
De Gemeente, het Lichaam van Christus, wordt door Paulus een verborgenheid genoemd.
Efeze 3:5-6
“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten door den Geest;
Namelijk dat de heidenen zijn mede-erfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie.”
Dat was niet geopenbaard in de profetieën van het Oude Testament.
Daarom is bedelingenonderwijs geen ontkenning van het Oude Testament —
het erkent dat God progressief openbaart.
Maar hier ontstaat een linke boel.
Sommigen zeggen:
Dat is hyper- of ultra-dispensationalisme.
Omdat Paulus al vroeg spreekt over het Lichaam van Christus.
1 Korinthe 12:13
“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.”
Dat was jaren vóór Handelingen 28.
Ook onderwijst hij het avondmaal:
1 Korinthe 11:26
“Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.”
De Gemeente bestond dus al vóór het einde van Handelingen.
Hyper-dispensationalisme snijdt rigoureus in het onderwijs van het nieuwe Testament
Een gezond begrip van bedelingen:
✔ Erkent dat Paulus de term letterlijk gebruikt
✔ Erkent zijn unieke bediening onder de heidenen
✔ Maakt onderscheid tussen Israël en Gemeente
✔ Maakt onderscheid tussen Wet en Genade
✔ Maar behoudt de eenheid van het Lichaam
En boven alles:
2 Timotheüs 3:16
“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.”
Alle Schrift is nuttig.
Maar niet alle Schrift is rechtstreeks aan de Gemeente gericht.
Dat is niet in stukken scheuren.
dat is Schriftuurlijke nauwkeurigheid.
lees ook: