De onveranderlijke waarheid in een veranderende wereld
Onze wereld heeft één groot geloofsartikel: alles verandert. Opvattingen veranderen, normen veranderen, wetenschap verandert, cultuur verandert. Wat gisteren nog vanzelfsprekend was, kan morgen achterhaald worden verklaard.
Dat denken is helaas ook diep het christendom binnengedrongen.
“Ja, dat staat wel in de Bijbel, maar…”
Wat na dat “maar” komt, verschilt.
“Dat was voor die tijd.”
“Dat gold alleen voor Israël.”
“Dat moet je tegenwoordig anders lezen.”
“De cultuur is veranderd.”
“Paulus wist toen nog niet alles.”
Of:
“God doet nu iets nieuws.”
Maar daarmee komen we bij een fundamentele vraag: is Gods Woord echt de onveranderlijke waarheid van de onveranderlijke God, of moet de Bijbel voortdurend worden aangepast aan de veranderlijke mens?
Johannes begint zijn Evangelie niet bij de mens, maar bij God:
“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)
Dát is het uitgangspunt: God heeft gesproken.
En wat God gesproken heeft, blijft staan.

Geloof in God is geloof in Zijn Woord
“Geloof in God” wordt tegenwoordig gemakkelijk gereduceerd tot geloven dat er ergens “iets” of “Iemand” boven ons bestaat. Maar Bijbels geloof gaat veel verder.
God maakt Zich bekend doordat Hij spreekt.
Dat zien we onmiddellijk aan het begin van de Schrift:
“En God zeide: Daar zij licht; en daar werd licht.” (Genesis 1:3, STV)
God spreekt en er gebeurt iets. Zijn Woord is geen vrijblijvende gedachte, suggestie of religieuze inspiratie. Zijn Woord heeft gezag.
Daarom betekent geloven in God niet slechts geloven dat God bestaat, maar vertrouwen op wat God gesproken heeft.
Dat maakt onze omgang met de Bijbel zo ernstig. Wie zegt in God te geloven maar ondertussen Zijn Woord voortdurend corrigeert, relativeert of aanpast, moet zich afvragen waarin hij eigenlijk gelooft.
Een zelfgemaakte god die altijd precies zegt wat wij zelf al vonden, is immers niet de God Die spreekt. Het is onze eigen stem met een religieus etiket erop.
De God Die spreekt verandert niet
Gods Woord is betrouwbaar omdat Degene Die spreekt betrouwbaar en onveranderlijk is.
Over de Here Jezus Christus lezen we:
“Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.” (Hebreeën 13:8, STV)
Dat betekent niet dat God door de hele heilsgeschiedenis heen op precies dezelfde wijze met mensen handelt. De Bijbel laat verschillende tijden, bedelingen, verantwoordelijkheden en onderscheiden roepingen zien.
Maar dat is iets heel anders dan beweren dat God Zijn voornemen verandert omdat Zijn eerdere plan mislukt is.
God werkt Zijn voornemen in de geschiedenis in verschillende fasen uit. Die geschiedenis loopt Hem echter niet uit de hand. Hij werd niet verrast door het ongeloof van Israël. Hij werd niet overvallen door de verwerping van Christus. En de Gemeente is geen goddelijk noodverband omdat een eerder plan mislukte.
Paulus spreekt juist over:
“Naar het eeuwig voornemen, dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onzen Heere;” (Efeze 3:11, STV)
Let op dat ene woord: eeuwig.
Geen geïmproviseerd voornemen. Geen plan B. Geen noodgreep.
Een eeuwig voornemen.
Israël werd niet vervangen, God bedacht Zich niet!
Hier wordt de onveranderlijkheid van Gods Woord onmiddellijk belangrijk voor onze uitleg van de Bijbel.
Een groot deel van de verwarring rond Israël en de Gemeente ontstaat wanneer men redeneert alsof Gods beloften afhankelijk zouden zijn van menselijke betrouwbaarheid.
Israël was ongelovig. Christus werd verworpen. Dus, zo luidt dan vervolgens de redenering, is God verdergegaan met de kerk en zijn de beloften aan Israël voortaan geestelijk op de kerk van toepassing.
Maar dan ontstaat een enorm probleem.
Als Gods concrete beloften aan Israël vanwege Israëls ontrouw uiteindelijk iets anders kunnen gaan betekenen, waarom zouden Gods beloften aan de Gemeente dan wel betrouwbaar zijn?
Gods trouw rust gelukkig niet op Israëls trouw.
Paulus stelt zelf de vraag:
“Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen? Dat zij verre.” (Romeinen 3:3-4, STV)
Menselijk ongeloof kan Gods Woord niet herschrijven.
Dat betekent uiteraard niet dat iedere Israëliet automatisch behouden wordt. Ongeloof blijft ongeloof. Maar Gods beloften aan Israël worden niet ineens eigendom van iemand anders omdat Israël ongelovig is geweest.
God vergeet niet wat Hij gesproken heeft.
Ook de bedelingenleer mag Gods Woord niet versnipperen
Het andere uiterste is evenmin gezond.
Het Bijbelse onderscheid tussen Israël en de Gemeente mag niet ontaarden in een systeem waarin steeds grotere gedeelten van de Bijbel praktisch buiten werking worden gesteld.
Dan horen we een andere versie van hetzelfde
“ja, maar”:
“Dat staat er wel, maar dat was vóór Paulus.”
Of:
“Paulus schreef dat wel, maar dat was vóór zijn gevangenschap.”
En voordat we het weten, vragen we niet meer wat Gods Woord ons leert, maar zoeken we vooral naar redenen waarom een bepaald Schriftgedeelte niet meer relevant zou zijn.
Onderscheiden is iets anders dan wegstrepen.
Israël is niet de Gemeente.
De Gemeente is niet Israël.
Maar beide staan binnen het ene soevereine voornemen van de God Die van den beginne gesproken heeft.
Een gezonde leer maakt Gods Woord niet kleiner, maar helpt juist om Gods verschillende handelingen binnen Zijn ene onveranderlijke voornemen te onderscheiden.
De Gemeente is géén noodoplossing
Dit is daarom ook belangrijk voor het verstaan van de Gemeente.
Wanneer Paulus over de verborgenheid en de bijzondere roeping van de Gemeente spreekt, presenteert hij haar niet als een oplossing die God bedacht nadat Israël Christus had verworpen.
Integendeel.
Hij spreekt over het eeuwig voornemen van God.
De Gemeente behoort dus niet tot Gods reparatiewerk. Haar roeping lag besloten in Zijn voornemen, ook toen die verborgenheid nog niet openbaar gemaakt was.
Daarmee vervallen twee tegenovergestelde dwalingen.
We hoeven Israël niet door de Gemeente te vervangen.
En we hoeven de Gemeente evenmin tot Israël te maken.
God weet Zelf heel goed wat Hij beloofd heeft, aan wie Hij het beloofd heeft en hoe Hij Zijn beloften zal vervullen.
De Bijbel vertelt meer dan alleen geschiedenis
Dat brengt ons bij een fascinerend kenmerk van de Schrift.
De oudtestamentische geschiedenissen zijn niet slechts verslagen van gebeurtenissen uit een ver verleden. Zij bevatten ook onderwijs voor latere generaties.
Paulus schrijft:
“En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn.” (1 Korinthe 10:11, STV)
Dat zien we bijvoorbeeld wanneer Paulus in Galaten 4 teruggrijpt op Abraham, Sara, Hagar, Izak en Ismaël. Historische personen en gebeurtenissen blijken tegelijkertijd grotere geestelijke waarheden te illustreren.
Daarom is nauwkeurige Bijbelstudie zo belangrijk.
Wie alleen losse teksten verzamelt, mist de patronen.
Wie eerst een kerkelijk dogma vaststelt en dat daarna over de Bijbel legt, vindt vooral zijn eigen systeem terug.
Maar wie Schrift met Schrift vergelijkt, ontdekt hoe vroeg God lijnen heeft uitgezet die pas veel later volledig zichtbaar worden.
Gods Woord is leven
Johannes gaat verder:
“In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.” (Johannes 1:4, STV)
Let op de samenhang:
Woord – leven – licht.
God spreekt en Zijn Woord brengt leven.
Daarom is het Evangelie niet slechts informatie over redding. Paulus schrijft:
“Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft…” (Romeinen 1:16, STV)
Het Evangelie vertelt niet alleen over Gods reddende kracht. Het is de boodschap waardoor de mens tot geloof geroepen wordt.
Petrus verbindt wedergeboorte eveneens rechtstreeks met het Woord:
“Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.” (1 Petrus 1:23, STV)
Daar ligt dezelfde lijn:
God spreekt → de mens hoort → de mens gelooft → Gods Woord brengt leven.
Daarom is het zo merkwaardig wanneer christenen voortdurend zoeken naar iets naast het Woord om hun geestelijk leven werkelijk kracht te geven.
Een nieuwe ervaring.
Een nieuwe zalving.
Een nieuwe profetie.
Een persoonlijk woord.
Een bijzondere manifestatie.
Een nieuwe methode.
Maar ondertussen blijft dan de Bijbel dicht.
Alsof het levende en eeuwig blijvende Woord van God niet genoeg zou zijn.
Het Woord brengt licht in een donkere wereld
Het leven wordt vervolgens het Licht der mensen genoemd:
“En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.” (Johannes 1:5, STV)
De wereld verkeert niet in duisternis omdat er onvoldoende menselijke informatie beschikbaar is.
We beschikken over universiteiten, wetenschappers, filosofen, bibliotheken, internet en een vrijwel onbeperkte hoeveelheid kennis.
En toch blijft de fundamentele duisternis bestaan.
Waarom?
Omdat het probleem in essentie niet een gebrek aan informatie is, maar de afwijzing van Gods openbaring.
Een samenleving kan technologisch steeds slimmer worden en geestelijk tegelijkertijd steeds verder verdwalen.
Licht komt niet uit de mens.
Het Licht komt van God.
Johannes bracht geen nieuwe waarheid
Daarom verschijnt Johannes de Doper in Johannes 1 niet als uitvinder van een nieuwe godsdienst:
“Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou.” (Johannes 1:8, STV)
Johannes getuigde.
Dat is ook vandaag een heilzame correctie voor iedereen die meent namens God te moeten spreken.
De taak van een prediker is niet om Gods Woord interessanter te maken.
Niet om nieuwe openbaringen aan de Bijbel toe te voegen.
Niet om voortdurend met “God zei tegen mij” gezag voor persoonlijke gedachten op te eisen.
Niet om een “woord voor deze tijd” te produceren dat bij nader onderzoek nauwelijks in het geschreven Woord terug te vinden is.
Wij hebben geen gebrek aan nieuwe woorden van God.
Wij hebben doorgaans een schrijnend gebrek aan kennis van het Woord dat Hij al gegeven heeft.
“Het Woord is vlees geworden”
Dan komen we bij een van de bekendste uitspraken van Johannes:
“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)
Deze woorden worden vrijwel altijd gelezen als een technische omschrijving van de geboorte van Christus te Bethlehem. Maar binnen de gedachtegang van Johannes verdient ook de bredere betekenis aandacht: het Woord van God krijgt gestalte; hetgeen God gesproken en beloofd heeft, wordt werkelijkheid.
Wat God gesproken heeft, blijft niet als een onvervulde belofte in de lucht hangen.
Hij brengt Zijn Woord tot vervulling.
Dat sluit rechtstreeks aan bij het begin van de eerste brief van Johannes.
Het Leven is geopenbaard
Johannes schrijft:
“Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens;” (1 Johannes 1:1, STV)
En vervolgens:
“Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven, hetwelk bij den Vader was, en ons is geopenbaard.” (1 Johannes 1:2, STV)
Wat beloofd was, is openbaar geworden.
Daarbij komt uiteindelijk de opgestane Here Jezus Christus centraal te staan. In Hem wordt zichtbaar dat Gods Woord niet faalt. De dood heeft niet het laatste woord. Het door God beloofde leven verschijnt daadwerkelijk.
Christelijk geloof rust daarom niet op religieuze wensdromen.
Het rust op de God Die handelt overeenkomstig hetgeen Hij gesproken heeft.
Eén Woord, één leven, één gemeenschap
Johannes trekt vervolgens de lijn door naar gemeenschap:
“Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben; en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.” (1 Johannes 1:3, STV)
Daar ontstaat een prachtige samenhang:
Woord → geloof → leven → gemeenschap.
Gelovigen vormen niet het Lichaam van Christus omdat zij toevalligdezelfde muziek mooi vinden, dezelfde kerk bezoeken, onder dezelfde denominatie vallen of dezelfde menselijke leider volgen.
Paulus schrijft:
“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt…” (1 Korinthe 12:13, STV)
Dáár ligt de werkelijke eenheid van de Gemeente.
Niet organisatorische eenheid.
Niet institutionele uniformiteit.
Niet onderwerping aan een kerkelijke hiërarchie.
Maar één Geest, één leven en één Lichaam.
Wij hebben geen nieuwe openbaring nodig
Hier wordt de boodschap ongemakkelijk actueel.
Binnen bepaalde delen van het christendom lijkt het geschreven Woord haast niet meer voldoende te zijn.
Er moet nog een profetisch woord komen.
God moet nog persoonlijk iets “in je hart leggen”.
Er moet nog een apostel opstaan.
Er moet nog een bijzondere zalving worden overgedragen.
Er moet nog iets nieuws gebeuren.
Maar waarom eigenlijk?
Wanneer God gesproken heeft, waarom zouden wij dan voortdurend verlangen naar iets wat méér gezag lijkt te krijgen dan hetgeen Hij reeds gesproken heeft?
Het probleem is niet dat God te weinig heeft gezegd.
Het probleem is dat wij zo weinig aandacht hebben voor wat Hij gezegd heeft.
Daarom moet iedere profetische claim, geestelijke ervaring, kerkelijke traditie en menselijke leer worden getoetst aan de Schrift.
Niet andersom.
De Bijbel hoeft niet bewezen te worden door onze ervaring.
Onze ervaring moet worden beoordeeld door de Bijbel.
God is Licht
Johannes vat uiteindelijk samen:
“En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.” (1 Johannes 1:5, STV)
Daar verdwijnt alle ruimte voor een waarheid die voortdurend met de tijd mee verandert.
God is Licht.
Niet: God past Zijn licht aan onze duisternis aan.
Niet: iedere generatie mag opnieuw bepalen wat waarheid betekent.
Niet: de cultuur bepaalt welke gedeelten van Gods Woord nog acceptabel zijn.
God is Licht.
Daarom moet niet de Bijbel door onze cultuur worden beoordeeld.
Onze cultuur moet door Gods Woord worden beoordeeld.
Dat schuurt.
Dat confronteert.
En dat is precies wat licht doet wanneer het in de duisternis schijnt.
Het gevaarlijke woordje “maar”
Misschien is dit wel een van de gevaarlijkste zinnen binnen het christendom:
“Ja, dat staat wel in de Bijbel, maar…”
Daarna kan vrijwel alles volgen.
“…dat was toen.”
“…mijn ervaring is anders.”
“…mijn kerk leert het anders.”
“…de wetenschap zegt iets anders.”
“…God heeft mij persoonlijk iets anders laten zien.”
“…dat kun je tegenwoordig niet meer zo zeggen.”
Maar sinds wanneer is onze ervaring de rechtbank waarvoor Gods Woord zich moet verantwoorden?
De volgorde is anders.
God heeft gesproken. Daarom luisteren wij.
Niet omdat wij alles onmiddellijk begrijpen.
Niet omdat iedere tekst aansluit bij onze voorkeur.
Niet omdat de Bijbel onze bestaande overtuigingen bevestigt.
Maar omdat Hij God is.
Gods waarheid heeft geen update nodig
Gods Woord hoeft niet gemoderniseerd te worden om waar te blijven.
God hoeft Zijn beloften niet te herzien.
Israël hoeft niet uit Gods voornemen geschrapt te worden om plaats te maken voor de Gemeente.
De Gemeente hoeft niet tot Israël gemaakt te worden.
Wij hebben geen moderne apostelen nodig om het Woord aan te vullen.
Wij hebben geen nieuwe profetieën nodig om het Woord actueel te maken.
En Gods waarheid hoeft zeker niet aangepast te worden aan iedere culturele wind die voorbijwaait.
De tijd holt verder.
Mensen komen en gaan.
Rijken ontstaan en verdwijnen.
Wetenschappelijke inzichten worden bijgesteld.
Kerkelijke systemen ontstaan, splitsen en verdwijnen.
Menselijke zekerheden blijken morgen onzeker.
Maar boven al die veranderlijkheid staat de God Die gesproken heeft.
Daarom rust ons geloof uiteindelijk niet op een kerk, voorganger, ervaring, traditie of menselijke leer.
Het rust op Gods onveranderlijke Woord.
“Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is.” (1 Petrus 1:24-25, STV)
Dat Woord heeft geen update nodig.
Wij hebben dat Woord nodig.
zie ook:
