Een vrome misvatting die niet zonder gevolgen blijft
Er zijn dwalingen die hard klinken en daardoor snel worden herkend.
Maar er zijn ook dwalingen die warm klinken, hoopvol klinken, liefdevol klinken , en daarom des te linker zijn.
Dit is er zo één:
“Lichamelijke genezing is inbegrepen in de verzoening.”
Het klinkt geestelijk.
Het klinkt gelovig.
Het klinkt alsof men Christus grootmaakt.
Maar in werkelijkheid kan deze claim het geweten van zieke gelovigen verzwaren, hun verdriet verdiepen, hun gebed vertroebelen en hun blik op (de verlossing in) Christus vervormen.
Want zodra men zegt of suggereert dat lichamelijke genezing in dezelfde zin in het kruis besloten ligt als vergeving van zonden, gebeurt er iets verwoestends. Dan wordt ziekte niet meer alleen een kruis van het huidige leven, maar ook een stille aanklacht. Dan komt er een tweede last bovenop de eerste. Dan lijdt een gelovige niet alleen aan pijn, uitputting, beperking of aftakeling, maar ook aan de knagende gedachte:
“Als Christus dit ook droeg, waarom ben ik dan nog ziek?”
En precies dáár begint het geestelijke gif zijn werk te doen.

Een leer die vroom klinkt en toch genadeloos uitpakt
De claim lijkt mooi:
Jezus droeg niet alleen zonde, maar ook ziekte; dus genezing hoort bij Golgotha.
Maar wat gebeurt er als die gedachte zich bij voorbeeld vastzet in het hart van een broeder met kanker?
In het lichaam van een zuster met chronische pijn?
In het leven van iemand die al jaren bidt, smeekt, huilt, hoopt en niet beter wordt?
Dan wordt het kruis niet langer alleen een bron van troost, maar ongemerkt ook een bron van verwarring. Van wanhoop.
Want dan rijst onvermijdelijk de vraag:
Ligt het aan mij?
Heb ik te weinig geloof?
Bid ik verkeerd?
Spreek ik verkeerd?
Twijfel ik te veel?
Houd ik iets tegen?
Mis ik overgave?
Is mijn geloof te klein voor wat Christus tot stand gebracht zou hebben?
Let heel goed op wat hier gebeurt.
De zieke krijgt er niet alleen een kwaal bij, maar bijna altijd ook een geestelijke verdenking.
Niet openlijk misschien.
Niet altijd in grove woorden.
Soms heel subtiel.
Soms verstopt achter vrome taal.
Maar de uitwerking is vaak dezelfde:
de zieke gaat niet alleen gebukt onder zijn ziekte, maar ook onder de vraag of hij zelf de reden is dat hij niet geneest.
Dat is slopend.
Dat is wreed.
Dat is géén herderlijke zorg.
Dat is een extra juk op iemand die al gebroken is.
Het evangelie wordt zo als een meetlat tegen de lijdende gebruikt
Wanneer vergeving wordt gepredikt, mag ook de zwakste gelovige rusten in Christus.
Wanneer rechtvaardiging wordt gepredikt, mag de verslagen zondaar zeggen:
mijn zaligheid rust niet op mijn gevoel, maar op Hem.
Maar zodra lichamelijke genezing op dezelfde manier in de verzoening wordt opgesloten verschuift alles.
Dan wordt het kruis van Christus uiteindelijk niet alleen de grond van redding, maar ook een soort toetssteen voor je lichamelijke toestand. Dan lijkt jouw aanhoudende ziekte ineens iets te zeggen over jouw geloofsleven. Dan wordt jouw niet-genezen lichaam bijna een probleem dat om verklaring vraagt.
En dan gebeurt het afschuwelijke:
de lijdende wordt niet alleen vertroost met Christus, maar ook heimelijk gemeten aan een claim.
Hij had genezen kunnen zijn.
Hij had genezen moeten zijn.
Dus waarom is hij het niet?
Dat hoeft niemand letterlijk zo te formuleren.
De gedachte ligt opgesloten in de leer zelf.
En daardoor wordt het Evangelie, dat juist de vermoeiden rust geeft ,een nieuwe bron van onrust.
Het kruis wordt een bron van twijfel.
Jesaja 53 wordt zo gebruikt om méér te zeggen dan God zegt
De fout zit niet alleen in de pastorale uitwerking.
De fout begint al eerder: bij de uitleg.
Want deze claim staat of valt meestal met een overbelasting van Jesaja 53. Dan worden woorden als “krankheden”, “smarten” en “door Zijn striemen is ons genezing geworden” zo naar voren gehaald dat men ervan maakt:
lichamelijke genezing ligt nu al als direct verzoeningsgoed voor iedere gelovige klaar.
Maar daarmee wordt de tekst zwaarder belast dan zij dragen kan.
Jesaja 53 is allereerst een hoofdstuk van schuld, overtreding, straf, plaatsvervanging en vrede met God. Het zwaartepunt ligt niet op een algemene belofte van lichamelijk herstel in het heden, maar op de lijdende Knecht die het oordeel draagt dat zondaren verdiend hebben.
Zodra men van Jesaja 53 maakt:
“Jezus droeg dus jouw huidige lichamelijke ziekte net zo rechtstreeks als jouw schuld”
dan wordt niet alleen een stap gezet, dan wordt een grens overschreden.
Dan maakt men van een verzoeningshoofdstuk een fundament voor een genezingsclaim die de tekst zelf zo niet neerlegt.
En daar gaat het scheef. Niet aan de rand, maar in het hart van de uitleg.
Men verwart de volle verwerving met de huidige uitdeling
Hier zit de leerstellige denkfout.
Ja, Christus heeft de volle verlossing verworven.
Ja, die verlossing omvat uiteindelijk ook het lichaam.
Ja, ziekte en dood zullen niet het laatste woord houden.
Maar daaruit volgt nog niet dat alles wat Christus verworven heeft, nu al in dezelfde vorm en met dezelfde directheid wordt uitgedeeld.
Dat zien we overal in de Schrift en in het leven zelf terug.
De dood is overwonnen en toch sterven gelovigen nog.
De schepping zal vrijgemaakt en nieuw worden en toch zucht zij nog.
Het lichaam zal verheerlijkt worden en toch is het nu nog onderworpen aan het verderf.
Gods kinderen zijn gekocht en toch zuchten zij nog onder zwakheid, pijn en vergankelijkheid.
Ja het kruis is de basis van de toekomstige volkomen verlossing.
Nee: je mag daar niet van maken dat lichamelijke genezing nu al op dezelfde wijze beloofd en gegarandeerd in de verzoening ligt als vergeving en rechtvaardiging.
Wie dat toch doet, trekt Gods heilsorde uit elkaar.
De zieke wordt zo dubbel geslagen
Een zieke gelovige draagt vaak al meer dan de buitenwereld ziet.
Hij draagt de pijn zelf.
Hij draagt de vermoeidheid.
Hij draagt het verlies van kracht.
Hij draagt de beperkingen.
Hij draagt de eenzaamheid van een lichaam dat niet meer meewerkt.
Hij draagt het uitblijven van verbetering.
Hij draagt de ziekte na soms jarenlang gebed.
En dan komt dáár nog deze leer overheen.
Dan wordt de zieke ook nog opgescheept met een geloofsprobleem.
Niet alleen een kwaal, maar ook een raadsel.
Niet alleen verdriet, maar ook verdenking.
Niet alleen lijden, maar ook innerlijke beschuldiging.
Hij vraagt zich af:
Heb ik verkeerd geloofd?
Heb ik verkeerd gebeden?
Ben ik niet geestelijk genoeg?
Ben ik te weinig vol verwachting geweest?
Heb ik misschien zelf de deur dichtgehouden?
Zie je de valse hardheid hiervan?
De zieke die juist gedragen moet worden, wordt dan van binnen verder uitgehold.
De gewonde die troost nodig heeft, krijgt zout in de wond gestrooid.
De gelovige die rust moet vinden in Gods voorzienigheid wordt op zichzelf teruggeworpen
Dit is niet groot denken van Christus, maar scheef denken van Christus
Sommigen zullen zeggen: maar wij willen toch juist veel verwachten van de Heere? Wij willen toch niet klein denken van het kruis?
Maar dát is het punt niet.
Niemand zegt dat God niet kan genezen.
Niemand zegt dat wij niet vrijmoedig mogen bidden.
Niemand zegt dat de Heere geen wonderen doet.
De vraag is niet of God machtig is.
De vraag is wat Hij heeft beloofd.
De vraag is wat de Schrift hierover werkelijk zegt.
De vraag is of wij de zieke voeden met de waarheid of met opgeblazen verwachtingen.
Want groot denken van Christus is niet: méér claimen dan Hij beloofd heeft.
Groot denken van Christus is: buigen voor wat Hij werkelijk zegt, en daarin alles van Hem verwachten.
Wie een zieke laat geloven dat zijn lichamelijke genezing in dezelfde directe zin in Golgotha ligt als zijn vergeving, doet niet aan geloofsversterking. Hij zet die zieke op een glijdende helling van hoop, spanning, teleurstelling en zelfonderzoek zonder einde.
Dat is geen verheffing van Christus.
Dat is misbruik van Zijn kruis.
Wat mag een zieke gelovige dan wél horen?
Hij mag horen dat Christus zijn zonde droeg.
Hij mag horen dat zijn vrede met God niet afhangt van zijn gezondheid.
Hij mag horen dat zijn rechtvaardiging niet kleiner wordt door zijn zwakke lichaam.
Hij mag horen dat Gods liefde niet wordt afgemeten aan zijn genezing.
Hij mag horen dat zijn lijden geen bewijs is van een tekort in Christus.
Hij mag horen dat hij in zijn ziekte niet buiten Gods trouw valt.
Hij mag horen dat de volle verlossing zeker komt, ook voor het lichaam, maar op Gods tijd en volgens Gods plan.
Dát is troost.
Dát is stevig.
Dát laat een zieke niet verdrinken in zichzelf, maar rusten in God.
En ja, hij mag ook horen dat wij voor genezing mogen bidden. Oprecht. Volhardend. Verwachtend. Maar zonder van die genezing een maatstaf van geloof, een claim of zelfs een eis, of een automatisch verzoeningsrecht te maken.
Waar de claim helemaal scheef gaat
Deze claim gaat scheef omdat zij:
de Schrift verder duwt dan de tekst toelaat,
de verzoening breder invult dan zij openlijk geopenbaard is,
de toekomstige volkomen verlossing verwart met de huidige uitdeling,
de zieke gelovige opzadelt met vragen die het Evangelie hem niet oplegt,
en de troost van het kruis vermengt met druk die het kruis zelf niet legt.
Dat is géén kleine vergissing.
Dat is een fundamentele ontsporing in toon, uitwerking en richting.
De uitspraak dat lichamelijke genezing in de verzoening is inbegrepen, lijkt misschien ruimhartig, geestelijk en vol geloof. Maar voor veel zieke gelovigen werkt zij als zout in de wond. Maakt het lijden niet lichter, maar zwaarder. Zij brengt niet hoop, maar spanning. Niet verwachting, maar schuld. Niet vertrouwen (=geloof) maar twijfel….
Laat het kruis het kruis blijven.
De plaats waar schuld wordt gedragen.
De plaats waar goddelozen met God verzoend worden.
De plaats waar de verloren mens zijn vrede vindt in een volkomen Zaligmaker.
Maar gebruik Golgotha niet als een wapen tegen zieken.
Maak van de striemen van Christus geen zweep voor gebroken gelovigen.
Leg op lijdende schouders geen last die de Heere Zelf daar niet op heeft gelegd.
Want een zieke gelovige heeft geen opgeblazen claim nodig.
Hij heeft waarheid nodig.
Hij heeft Genade nodig.
Hij heeft Christus nodig.
En Christus is al groot genoeg zonder deze vrome overdrijving.
lees ook:
Jesaja 53:5 genezing: waarom deze tekst niet over lichamelijke genezing gaat – Bijbelse basis
Genezing en wonderen: niet de norm, maar tijdgebonden – Bijbelse basis
Genezing en ziekte: wat zegt de Bijbel echt? – Bijbelse basis
“Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht” – Bijbelse basis
extern:
Is genezing in de verzoening begrepen? Ziekte en genezing in het licht van de Bijbel
Ieder kind van God zou in voorspoed moeten geloven
Genezing tijdens een gebedsdienst? „God werkt vooral via gewone medische mogelijkheden”



