Bekering, geen hogere wiskunde

Gehoor geven aan de oproep van het Evangelie

Het woord bekering is in veel kerkelijke kringen een zwaar en soms zelfs mistig begrip geworden. Sommigen maken er een lang innerlijk proces van, anderen reduceren het tot een emotionele ervaring. Maar als we eenvoudig naar de Schrift luisteren, blijkt bekering iets heel concreets te zijn.

Bekering is een omkeer. Een radicale verandering van richting: weg van jezelf en je eigen weg, en terug naar God.

Toen de Heere Jezus begon te prediken, was Zijn boodschap opvallend eenvoudig en direct:

“De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.” (Markus 1:15 STV)

Hier staan twee dingen naast elkaar:

  • bekering

  • geloof

Bekering is de omkeer van de mens.
Geloof is het vertrouwen op Christus.

Het ene kan niet zonder het andere.

Wat bekering werkelijk betekent

De Bijbel laat zien dat bekering niet in de eerste plaats een gevoel is, maar een verandering van richting en gezindheid.

Paulus beschrijft het zo bij de Thessalonicenzen:

“Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om den levenden en waarachtigen God te dienen.” (1 Thessalonicenzen 1:9 STV)

Bekering betekent dus:

  • je afkeren van iets

  • je toekeren tot God

In hun geval: van afgoden naar God.

In onze tijd kunnen afgoden vele vormen aannemen:

  • eigen gerechtigheid

  • religie zonder Christus

  • geld of status

  • zelfverwerkelijking

  • geestelijke ervaringen

Bekering breekt met dat alles.

Bekering en vergeving

De apostelen verkondigden dezelfde boodschap als hun Heer. Petrus zegt:

“Betert u dan en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden, wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren.” (Handelingen 3:19 STV)

Bekering staat dus direct in verband met:

  • vergeving van zonden

  • een nieuw leven met God

Niet omdat bekering een verdienste is, maar omdat de mens zich van zijn eigen weg afkeert en zich wendt tot Christus.

Bekering is géén menselijke prestatie

De Schrift maakt ook duidelijk dat echte bekering voortkomt uit droefheid naar God.

“Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.” (2 Korinthe 7:10 STV)

Wereldse spijt zegt:
Ik heb problemen gekregen.

Droefheid naar God zegt:
Ik heb tegen God gezondigd.

Dat verschil is beslissend.

Bekering vandaag

De moderne mens wil vaak eerst voelen, ervaren of begrijpen voordat hij zich bekeert. Maar de Bijbel draait dat om. Eerst komt de omkeer, daarna volgt het nieuwe leven.

Bekering is daarom geen religieuze techniek en ook geen mystieke ervaring.

Het is eenvoudig:

  • erkennen dat je verloren bent

  • je afkeren van je eigen weg

  • je toevertrouwen aan Christus

Zoals Petrus op de pinksterdag zei:

“Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden.” (Handelingen 2:38 STV)

Bekering is dus niet een randonderwerp van het Evangelie.

Het is de deur waardoor een mens het leven binnengaat.

Dominion-denken: een frontale aanrijding met het Nieuwe Testament

Een idee dat oppervlakkig  en strikt horizontaal bekeken vroom klinkt, maar bij nader onderzoek diep problematisch blijkt: ‘het dominion-denken’

In steeds meer evangelische en charismatische kringen voet aan de grond

De gedachte is simpel:
Christenen zouden geroepen zijn om de wereld te domineren. Cultuur, politiek, onderwijs, economie en media zouden onder christelijke heerschappij moeten komen. De kerk moet de aarde “terugnemen”. Sommige varianten leren zelfs dat Christus pas kan terugkomen wanneer de kerk de wereld onder controle heeft gebracht.

Het klinkt triomfantelijk. Het klinkt krachtig.
Maar het staat haaks op de boodschap van het Nieuwe Testament.

Christus ontkent zelf een aards dominion

Van de Here Jezus werd ook verwacht een politieke messias te worden. Het volk wilde Hem zelfs eventueel met geweld koning maken. De verwachting was duidelijk: Israël moest de wereld gaan domineren.

“De mensen dan, gezien hebbende het teken dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

Jezus dan, wetende dat zij zouden komen en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.” Johannes 6:14-15 (STV)

Hij wijst dit bij gelegenheid resoluut af.

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.”
Johannes 18:36 (STV)

Dit vers is vernietigend voor dominion-denken.

Als het Koninkrijk van Christus werkelijk bedoeld was als een politieke wereldmacht, zouden Zijn volgelingen hebben gevochten. Maar Christus zegt expliciet: dat doen zij niet.

Waarom niet?
Omdat Zijn Koninkrijk een andere oorsprong heeft.

De gemeente is geen machtsblok maar integendeel: een volk van vreemdelingen op aarde

Dominion-denken maakt van de kerk een instrument van maatschappelijke macht.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft gelovigen totaal anders.

“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel.”
1 Petrus 2:11 (STV)

Een vreemdeling probeert geen wereldrijk te bouwen.
Een vreemdeling is op doorreis.

Paulus zegt hetzelfde:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.”
Filippenzen 3:20 (STV)

De gemeente kijkt niet naar beneden om de wereld te regeren.
Maar kijkt omhoog en verwacht Christus.

De Bijbel voorzegt geen christelijke wereld

Dominion-denken gaat uit van een onbijbels scenario: de kerk zal de wereld transformeren.

Maar de apostelen spreken over toenemende misleiding en afval.

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk van God.

Christus moet persoonlijk terugkomen om Zijn Koninkrijk te vestigen.

Daarom zegt de Schrift:

“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.”
Hebreeën 13:14 (STV)

Het christelijk geloof is geen project om de wereld te perfectioneren.
Het is een verwachting van een komende wereld.

De misbruikte tekst uit Genesis

Dominion-theologie grijpt vaak terug op Genesis: de mens moest de aarde onderwerpen.

Maar er wordt iets cruciaals vergeten.

Die opdracht werd gegeven vóór de zondeval.

Sinds de val is de wereld onder de macht van zonde en dood gekomen. Het Nieuwe Testament spreekt zelfs over satan als:

“den god dezer eeuw”
2 Korinthe 4:4 (STV)

Het herstel van de menselijke heerschappij gebeurt niet via kerkelijke machtspolitiek, maar via Christus, de laatste Adam.

Zijn Koninkrijk wordt niet opgebouwd door campagnes of politieke invloed of groeimodellen,  maar geopenbaard bij Zijn wederkomst.

Dominion-denken lijkt verdacht veel op de oude messiaanse misvatting

De ironie is opvallend.

Dezelfde fout die het volk Israël in de dagen van Jezus maakte, wordt vandaag opnieuw gemaakt.

Men verwacht een aardse messiaanse heerschappij vóór de komst van de Koning.

Maar het Nieuwe Testament leert precies het tegenovergestelde.

Eerst komt:

  • prediking
  • afval
  • opname van de Gemeente
  • verdrukking

Pas daarná komt het Koninkrijk

Niet eerder.

Wanneer de kerk macht zoekt

Dominion-denken verandert het karakter van het christendom.

Het verschuift de focus van:

evangelie → naar macht
heiliging → naar invloed
verwachting → naar controle

Maar de gemeente is geen revolutionaire beweging.

Zij is het lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.”
Kolossenzen 1:18 (STV)

Een lichaam voert geen politieke strijd om wereldheerschappij op eigen initatief.
Een lichaam leeft uit het Hoofd.

De roeping van de gemeente

Het Nieuwe Testament kent een totaal andere opdracht:

  • het evangelie verkondigen
  • discipelen maken
  • apart gezet leven
  • het lichaam van Christus opbouwen
  • uitzien naar Zijn komst

Niet: de wereld domineren.

De gemeente is geen regering.

Zij is een levend organisme in gemeenschap met de Heer.

De dingen zoekend die boven zijn.  (Kolossenzen 3:1-3)

De fatale vergissing

Dominion-denken probeert het Koninkrijk van God eigenmachtig  naar voren te trekken in de geschiedenis.

Maar het Koninkrijk komt niet door menselijke inspanning.

Het komt door de verschijning van de Koning.

Daarom eindigt het Nieuwe Testament niet met een oproep om de wereld te domineren.

Het eindigt met een gebed.

“Ja, kom, Heere Jezus!”
Openbaring 22:20 (STV)

Dát is de hoop van de schepping

Niet dominion.

Maar wederkomst.

lees ook:

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Is de gemeente geroepen om nu te heersen over de aarde?

De New Apostolic Reformation


extern:
https://www.cwowi.eu/weekly-thoughts-nl-wekelijkse-gedachten/random-thought-dominion-theology-1
https://nl.wikipedia.org/wiki/Heerschappijtheologie

Dominion theologie ┃ Heersen over de schepping

De Statenvertaling verdient waardering, géén absolutisme

Wanneer een vertaling heilig wordt verklaard.

1637 is géén Sinaï

Directe aanleiding voor dit artikel is de recente ophef in Reformatorische hoek. Verdeeldheid heet het, met zoveel woorden; straks 4 versies in omloop en wat dan??

In deze kringen wordt de Statenvertaling behandeld alsof deze zelf bijna een heilige status heeft. Alsof 1637 het eindpunt van Gods voorzienigheid in de geschiedenis van de Bijbeltekst zou zijn. Alsof wie een andere vertaling gebruikt zich op glad ijs begeeft. Dat klinkt vroom, maar het is historisch niet vol te houden. De Statenvertaling is een monument van geloof en taal, maar zij rust voor het Nieuwe Testament op de Textus Receptus van Desiderus Erasmus, een teksteditie uit de zestiende eeuw gebaseerd op een beperkt aantal relatief late manuscripten. Wie dat eerlijke historische feit niet wil onder ogen zien, verdedigt uiteindelijk niet de Schrift, maar een traditie.

De Statenvertaling is een monument in de geschiedenis van de kerk in Nederland. Generaties gelovigen hebben door deze vertaling de Schrift leren kennen. Haar taal heeft het geloofsleven gevormd, preken gedragen en het geestelijk vocabulaire van eeuwen bepaald. Daar mag met recht dankbaarheid voor zijn.

Laat dat eerst duidelijk zijn. De Statenvertaling behoort tot de grootste prestaties uit de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme. Zij werd gemaakt door bekwame geleerden, zorgvuldig vertaald uit de grondtalen en met grote eerbied voor het Woord van God.

Daarom is waardering voor deze vertaling volkomen terecht.

Maar waardering is iets anders dan verabsolutering. En juist daarom is het zorgelijk dat de Statenvertaling in sommige kringen niet meer alleen wordt gewaardeerd, maar verabsoluteerd. Wat begon als liefde voor een vertaling, is hier en daar veranderd in een vorm van exclusivisme die historisch en inhoudelijk niet houdbaar is.
En dat probleem beperkt zich allang niet meer tot bepaalde reformatorische kerkverbanden.

De Statenvertaling is geen vierde taal van de openbaring

De Bijbel is door God gegeven in:

  • Hebreeuws

  • Aramees

  • Grieks

Niet in Nederlands.

De Statenvertaling is dus geen geïnspireerde tekst, maar een vertaling van de geïnspireerde tekst. Een zeer zorgvuldige vertaling, maar nog steeds een vertaling.

Wie doet alsof de Statenvertaling zelf een bijzondere, bijna onaantastbare status heeft gekregen, schrijft ongemerkt iets toe aan een vertaling wat alleen aan de Schrift zelf toekomt.

Wanneer een vertaling bijna vereerd wordt, dreigt de geschiedenis van de Bijbeltekst uit beeld te verdwijnen. De Statenvertaling is een monument van geloof en taal, maar rust op de Textus Receptus-traditie van Desiderus Erasmus, niet op de oudste manuscripten die we vandaag kennen. Liefde voor de Statenvertaling is terecht; absolutisme is dat niet.

De exclusiviteitsclaim

In verschillende kringen hoort men tegenwoordig stellige uitspraken zoals:
alleen de Statenvertaling is betrouwbaar
andere vertalingen zijn verdacht of onbetrouwbaar
God heeft Zijn Woord in het bijzonder in de Statenvertaling bewaard.
Dat klinkt vroom en principieel. Maar historisch klopt het eenvoudig niet.
De Statenvertaling is een vertaling uit 1637. Zij is gebaseerd op de tekstuitgaven die destijds beschikbaar waren, en voor het Nieuwe Testament vooral op de Textus Receptus, de Griekse teksttraditie die in de zestiende eeuw door onder anderen Erasmus werd samengesteld.
Dat betekent dat de Statenvertaling niet gebaseerd is op de oudste manuscripten die wij tegenwoordig kennen. Die manuscripten waren in de tijd van de Statenvertalers eenvoudig nog niet ontdekt.
Dat is geen kritiek op de Statenvertalers. Het is simpelweg een historisch feit.

Erasmus was geen onfeilbare teksteditor

De Textus Receptus is ontstaan in een concrete historische situatie. Erasmus had slechts een beperkt aantal relatief late handschriften tot zijn beschikking. In sommige gevallen moest hij zelfs improviseren.
Zo ontbrak in zijn manuscript een deel van het boek Openbaring, waardoor hij het ontbrekende gedeelte vanuit het Latijn weer terug naar het Grieks vertaalde. Dat soort details laten zien dat de Textus Receptus een historisch gegroeide teksteditie is, geen wonderbaarlijk onaantastbare standaardtekst.
Wie dus doet alsof de Statenvertaling rechtstreeks rust op de perfecte en oudste tekst, vertelt een verhaal dat historisch niet klopt.

De Statenvertalers zelf waren nuchter

Het is opvallend dat sommige hedendaagse verdedigers van de Statenvertaling stelliger zijn dan de Statenvertalers zelf ooit waren. De vertalers wisten heel goed dat zij vertaalden. Zij wisten ook dat taal verandert en dat revisie soms nodig kan zijn.
Zij zagen hun werk niet als een onaantastbare eindstap in de geschiedenis van de Bijbelvertaling.
Dat latere generaties hun vertaling soms behandelen alsof zij zelf een soort canonieke status heeft gekregen, zou hen waarschijnlijk verbazen.

Fanatisme, ook buiten de reformatorische gezindte

Opvallend genoeg beperkt dit verschijnsel zich niet tot de traditionele reformatorische kerken.
Ook daarbuiten bestaan bewegingen die een bijna absolute status aan de Statenvertaling toekennen. Op websites zoals sv1637.org wordt de indruk gewekt dat de Statenvertaling de enige betrouwbare Bijbel zou zijn.
Dergelijke claims gaan nog een stap verder dan wat in veel kerkelijke kringen wordt gezegd. Daar wordt soms de suggestie gewekt dat andere vertalingen principieel onbetrouwbaar zijn, of zelfs dat moderne tekstkritiek een bedreiging vormt voor het Woord van God.
Het probleem met dit soort redeneringen is dat zij niet alleen historisch zwak zijn, maar ook geestelijk contraproductief.

Wanneer verdediging omslaat in schade

Wie de Statenvertaling verdedigt met overdreven claims, bereikt uiteindelijk het tegenovergestelde van wat men bedoelt.
Wanneer men beweert dat alleen één specifieke vertaling betrouwbaar is, terwijl aantoonbaar is dat deze vertaling gebaseerd is op een beperkte tekstbasis uit de zestiende eeuw, dan ondermijnt men juist de geloofwaardigheid van het eigen standpunt.
Dan ontstaat de indruk dat men niet werkelijk geïnteresseerd is in de geschiedenis van de tekst, maar vooral in het verdedigen van een traditie.
Dat is niet alleen contraproductief, het kan zelfs schadelijk zijn. Vooral voor jonge mensen die later ontdekken dat de werkelijkheid ingewikkelder ligt dan hun was verteld. Dan kan het vertrouwen in het geheel onder druk komen te staan.

De Bijbel zelf wijst op verstaanbaarheid

De Schrift zelf benadrukt steeds het belang van verstaanbaarheid.

“En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en zij gaven de zin, en deden verstaan in het lezen.”
(Nehemia 8:9 STV)

Dat is een belangrijke correctie. Het doel van de Schrift is niet dat zij bewonderd wordt als een historisch monument, maar dat zij begrepen wordt.
De Statenvertalers zelf hebben dat ook zo bedoeld.

Het echte gezag

Het gezag ligt uiteindelijk niet in een specifieke vertaling, maar in het Woord van God zelf. Dat Woord is gegeven in Hebreeuws, Aramees en Grieks. Vertalingen proberen dat Woord zo betrouwbaar mogelijk weer te geven.
Sommige vertalingen doen dat beter dan andere, maar geen enkele vertaling heeft een exclusief monopolie op Gods stem.

De Statenvertaling verdient respect, waardering en blijvend gebruik. Zij heeft eeuwenlang een centrale rol gespeeld in het geestelijk leven van Nederland.

Maar zodra een vertaling tot een onaantastbare norm wordt verheven, ontstaat een probleem. Dan verschuift het gezag van het Woord van God naar een historische vertaling.
En dat is precies het punt waar liefde voor de Statenvertaling kan omslaan in iets dat zij nooit bedoeld was te zijn: een mythe.

 

 

 

is de statenvertaling de enige juiste bijbel
waar komt de textus receptus vandaan
welke manuscripten gebruikte erasmus
waarom discussie over de statenvertaling
wat is het verschil tussen sv en hsv
zijn moderne bijbelvertalingen betrouwbaar
wat is de oudste bijbeltekst
hoe is de bijbeltekst overgeleverd

Geverifieerd door MonsterInsights