De noodzaak van een betrouwbare en begrijpelijke Bijbel

Bijbelvertalingen moeten aan twee essentiële eisen voldoen: betrouwbaarheid en
begrijpelijkheid. De tekst moet trouw blijven aan de oorspronkelijke brontalen
(Hebreeuws, Grieks en Aramees) en tegelijkertijd begrijpelijk zijn voor hedendaagse
lezers. Dit blijft een uitdaging, omdat taal in ontwikkeling is.

Taalontwikkeling

Een belangrijke reden waarom de Bijbel steeds opnieuw vertaald moet worden, is de
evolutie van taal. Een sterk voorbeeld is dat van Abraham Kuyper, die klassiek Grieks sprak
en dacht daarmee een toespraak te kunnen houden in Athene. Maar de aanwezige
Grieken begrepen hem niet, omdat de kloof tussen klassiek Grieks en modern Grieks te
groot is. Ditzelfde principe geldt voor oude Bijbelvertalingen: na verloop van tijd raken ze
verouderd en minder begrijpelijk.
De Bijbel moet in de eigen taal toegankelijk zijn, zodat gelovigen de woorden van God
direct kunnen begrijpen. De Reformatie speelde hierin een cruciale rol. De Katholieke
Kerk hield eeuwenlang vast aan de Latijnse Vulgaat, waardoor veel mensen de Bijbel
niet konden lezen. Reformatoren pleitten voor vertalingen in de volkstaal, zodat
iedereen zelf de Schrift kon bestuderen.

Grieks

Al in de derde eeuw voor Christus werd het Oude Testament in het Grieks vertaald,
bekend als de Septuaginta. Dit gebeurde omdat veel Joden in Alexandrië geen
Hebreeuws meer spraken. Grieks was in die tijd de wereldtaal, net zoals Engels dat nu
is.

De Statenvertaling en eerdere vertalingen

Voor de Reformatie bestonden er al Bijbelvertalingen, zoals de Delftse Bijbel (15e
eeuw). Deze was echter niet vertaald uit de oorspronkelijke talen, maar uit het Latijn. De
reformatoren benadrukten dat vertalingen direct uit de brontalen moesten komen.
Maarten Luther vertaalde de Bijbel in het Duits, en later ontstond de Statenvertaling in
Nederland.
De Statenvertaling was internationaal gezien een late vertaling. Tijdens de Synode van
Dordrecht (1618-1619) werd besloten dat Nederland ook een Bijbelvertaling nodig had
die direct uit de toen beschikbare bronteksten kwam. De Statenvertaling verscheen
uiteindelijk in 1637 en werd dé standaardvertaling voor reformatorische kerken.
Om de vertaling zo betrouwbaar mogelijk te maken, moesten de vertalers:
De oorspronkelijke talen zo nauwkeurig mogelijk vertalen.
Vergelijkingen maken met andere Europese vertalingen (zoals de Franse, Duitse en
Engelse King James Version).
Zoveel mogelijk de stijl en woordvolgorde van de oorspronkelijke tekst behouden.

Problemen bij vertalen: woordbetekenissen en interpretatie

Bij het vertalen gaan er altijd nuances verloren. Sommige woorden hebben meerdere betekenissen.
Het Hebreeuwse woord “eretz” betekent bijvoorbeeld zowel “land” als
“aarde”, afhankelijk van de context. Hierdoor kunnen vertalers soms verschillende
keuzes maken.
Sommige teksten kunnen op meerdere manieren worden gelezen. Bijvoorbeeld:
“De Here deed dagelijks toe tot de gemeente, die zalig worden.”
“De Here deed dagelijks die zalig werden, toe tot de gemeente.”
De plaatsing van de komma verandert hier de betekenis van de zin. Dit laat zien dat
vertalen meer is dan alleen woord voor woord omzetten; interpretatie speelt ook een
rol.

Taalverandering en de noodzaak van modernisering

Sinds de 17e eeuw is de Statenvertaling meerdere keren aangepast om de taal
begrijpelijk te houden. In de 19e eeuw werd bijvoorbeeld “wijf” vervangen door “vrouw”,
omdat “wijf” een scheldwoord werd. Andere woorden die inmiddels verouderd zijn:
“Maagschap” → “familie”
“Betrachten” → “vertellen”
“Vreze des Heren” → “eerbied voor de Heer”
Nederlandse taalverandering gaat sneller dan in Vlaanderen. In België worden woorden
als “wenend” en “bekommerd” nog gebruikt, terwijl ze in Nederland verouderd zijn.
Sommige mensen hebben moeite met aanpassingen in de Bijbeltekst, omdat ze
gewend zijn aan de oude formuleringen. Een oudere generatie zal “Ga uit uw
maagschap” natuurlijker vinden dan “Verlaat uw familiekring”. Maar als te veel woorden
onbegrijpelijk worden, verliest de Bijbel zijn doel.

Het belang van begrijpelijke taal

Een Bijbelvertaling moet niet alleen correct, maar ook leesbaar zijn. Sommige mensen
denken dat de Bijbel moeilijk moet zijn, omdat de boodschap geestelijk is. Maar begrip
van de woorden is iets anders dan het begrijpen van de boodschap. Iemand kan de
Bijbel in het Hebreeuws lezen en toch de kern van het geloof missen.
Erasmus was een briljante taalkundige, maar Luther verweet hem dat hij de diepste
betekenis van de Bijbel niet begreep. Het intellectueel begrijpen van een tekst is dus
niet genoeg; de Bijbel moet het hart raken. Maar dit betekent niet dat de tekst
onbegrijpelijk mag zijn.
Om de Bijbel voor iedereen toegankelijk te houden, moeten vertalingen regelmatig
worden herzien. Een te oude vertaling kan ervoor zorgen dat mensen afhaken omdat ze
de taal niet meer begrijpen. Dit is vergelijkbaar met het verschil tussen oud Engels en
modern Engels – de tekst kan te ver afstaan van het hedendaagse taalgebruik.

Evenwicht tussen trouw en toegankelijkheid

Bijbelvertalingen moeten balanceren tussen trouw aan de brontekst en begrijpelijkheid
voor de lezer. De Statenvertaling is een meesterwerk, maar de taal van de 17e eeuw is
niet meer voor iedereen toegankelijk. Vernieuwingen in de vertaling zijn nodig om de
Bijbel voor nieuwe generaties leesbaar te houden, zonder de kernboodschap te
veranderen.
Elke aanpassing zal weerstand oproepen, maar taal verandert nu eenmaal. Het doel
blijft dat iedereen de woorden van God kan begrijpen en ervaren, in een taal die aansluit
bij het dagelijks leven.

KJV parallel Bible

Among the 5,000+ Greek manuscripts of the New Testament that we still have, there are differences. But unless you read Greek, you cannot know for yourself what these differences are. You have to take someone else’s word for it.

Until now. Using the KJV Parallel Bible, English speakers can see for themselves the differences between the two major textual traditions. This site compares:

  • Scrivener’s Textus Receptus, the Greek text underlying the KJV, and…
  • The Critical Text, the Greek text underlying most modern Bible translations.

Finally, English readers can see for themselves what all the fuss is about in the debate over the KJV and the Greek New Testament. (Link)

 

Wat is ‘King James Onlyism’?

‘King James Onlyism’ onder de loep

‘King James Onlyism’ (KJO) is de overtuiging dat de King James Version (KJV) de enige geldige en gezaghebbende Engelse vertaling van de Bijbel is. De mate waarin aanhangers deze overtuiging aanhangen varieert. Over het algemeen geloven zij dat alle andere vertalingen inferieur, corrupt of zelfs gevaarlijk zijn. Sommige extreme vormen van KJO beschouwen de KJV als volledig geïnspireerd en onfeilbaar. En dan zelfs in de Engelse vertaling, en niet alleen in de originele Hebreeuwse en Griekse teksten.

Verschillende categorieën

KJO-aanhangers kunnen grofweg worden ingedeeld in verschillende categorieën:

  1. Textus Receptus-georiënteerd – Sommigen geloven dat de KJV de beste vertaling is omdat deze gebaseerd is op de Textus Receptus (TR) voor het Nieuwe Testament en de Masoretische tekst voor het Oude Testament.
  2. Engelse superioriteit – Anderen gaan verder en geloven dat de KJV zelf geïnspireerd is en superieur is aan de oorspronkelijke talen.
  3. Radicale KJO – De meest extreme groep beweert dat de KJV de enige echte Bijbel is, en dat andere vertalingen satanisch zijn of ketterij bevorderen.

Kritiek op ‘King James Onlyism’

Critici van King James Onlyism voeren verschillende argumenten aan tegen deze overtuiging:

  1. Tekstkritische kwesties
    • De KJV is gebaseerd op de Textus Receptus, een tekst uit de 16e eeuw die slechts op een beperkt aantal late manuscripten berust.
    • Nieuwere vertalingen, zoals de NIV, ESV en NASB, gebruiken oudere manuscripten. Deze zijn volgens veel tekstcritici betrouwbaarder  (bijvoorbeeld de Codex Sinaiticus en de Codex Vaticanus).
    • KJO-aanhangers verwerpen doorgaans deze oudere manuscripten en beschouwen ze als corrupt.
  2. Taalveranderingen en verstaanbaarheid
    • De KJV gebruikt 17e-eeuws Engels, wat voor moderne lezers moeilijk te begrijpen is.
    • Veel woorden zijn in betekenis veranderd of archaïsch geworden. Misverstanden liggen op de loer.
    • Critici stellen dat een begrijpelijke Bijbelvertaling essentieel is voor effectieve studie en evangelisatie.
  3. Vertaalfouten en invloed van de Septuaginta
    • De KJV bevat vertaalfouten, zoals in Handelingen 12:4, waar “Pascha” verkeerd wordt vertaald als “Easter” in plaats van “Passover”.
    • Sommige teksten in de KJV lijken meer op de Latijnse Vulgaat of de Septuaginta dan op de oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse teksten.
  4. Sektarische neigingen en dogmatiek
    • Sommige extreme KJO-aanhangers behandelen de KJV als een bijna goddelijke tekst. Dat leidt tot een vorm van bijbelverering (bibliolatrie).
    • Dit kan leiden tot verdeeldheid binnen christelijke gemeenschappen. Mensen die andere vertalingen gebruiken worden dan als ketters worden beschouwd.
  5. Het paradoxale gebruik van de KJV
    • Ironisch genoeg gebruikte de KJV zelf verschillende bronnen voor haar vertaling, en de vertalers geloofden niet dat de KJV onfeilbaar zou zijn.
    • De KJV werd in haar tijd bekritiseerd en niet direct breed geaccepteerd.

King James Onlyism is een veelbesproken onderwerp in christelijke kringen. Hoewel velen de literaire schoonheid en historische impact van de KJV erkennen, wijzen critici op de gevaren van het verheffen van één specifieke vertaling tot een absolute standaard.

Belangrijk tegenargument

Het belangrijkste argument tegen KJO is dat de Bijbel oorspronkelijk in Hebreeuws, Aramees en Grieks werd geschreven.  Goede vertalingen in moderne talen zijn noodzakelijk om Gods Woord toegankelijk te houden.

In Nederland: ‘Statenvertaling-alléén’

Ook in Nederland bestaat een beweging met een vergelijkbare overtuiging als ‘King James Onlyism’. Deze is dan gericht op de Statenvertaling (SV). Dit wordt ook wel ‘Statenvertaling-alléén’ genoemd. Aanhangers van deze overtuiging beschouwen de Statenvertaling als de enige betrouwbare en gezaghebbende Nederlandse Bijbelvertaling. Men verwerpt andere Nederlandse vertalingen als onbetrouwbaar of zelfs schadelijk.

Kernpunten van ‘Statenvertaling-alléén’

  1. Geïnspireerde bronteksten
    • Net als bij KJO is een belangrijk argument dat de Statenvertaling gebaseerd is op de Textus Receptus (TR) voor het Nieuwe Testament en de Masoretische Tekst voor het Oude Testament.
    • Aanhangers zien deze teksttradities als de ware en ongeschonden vorm van Gods Woord en verwerpen tekstkritiek.
  2. Vertrouwen in de vertalers van de SV
    • De vertalers van de Statenvertaling (1618-1637) waren vrome, goed opgeleide mannen die de opdracht hadden om een zo letterlijk en getrouw mogelijke vertaling te maken.
    • Men ziet deze vertaling als een bijzondere zegen van God voor Nederlandstalige christenen.
  3. Afwijzing van moderne vertalingen
    • NBG 1951, HSV, NBV en andere vertalingen worden vaak afgewezen omdat zij gebruikmaken van oudere manuscripten die afwijken van de Textus Receptus.
    • Veel Statenvertaling-Only aanhangers geloven dat deze moderne vertalingen “verwaterd” of beïnvloed zijn door liberalisme of vrijzinnige theologie.
    • De Herziene Statenvertaling (HSV) wordt door sommigen als verdacht gezien. De gedachte is, dat men de taal heeft aangepast en deze op bepaalde punten (zoals in Openbaring) afwijkt van de oorspronkelijke SV.
  4. Taal als heilig principe
    • Hoewel het oud-Nederlands van de Statenvertaling voor velen moeilijk te begrijpen is, zien sommigen dat juist als een voordeel.
    • Zij geloven dat het taalgebruik bijdraagt aan eerbied en heiligheid.
    • Critici wijzen erop dat dit de toegankelijkheid van de Bijbel vermindert. Het gebruik van “verklarende woordenlijsten” binnen deze kringen wordt gezien als een indirecte erkenning van het taalprobleem.
  5. Verbondenheid met de gereformeerde traditie
    • Statenvertaling-alléén komt vooral voor in bevindelijk gereformeerde kringen, zoals de Gereformeerde Gemeenten, Oud Gereformeerde Gemeenten en sommige Hersteld Hervormde Gemeenten, maar ook binnen orthodoxe buitenkerkelijke kringen.
    • In deze kringen is de Statenvertaling de enige Bijbel die gebruikt wordt.

Kritiek op Statenvertaling-alléén

Dezelfde argumenten als bij King James Onlyism worden ook hier gebruikt:

  • Tekstkritiek: De Statenvertaling baseert zich op de Textus Receptus. Oudere manuscripten zoals de Codex Sinaiticus en Codex Vaticanus worden als betrouwbaarder beschouwd.
  • Verouderde taal: Veel woorden zijn inmiddels archaïsch of van betekenis veranderd.
  • Geen absolute status: De Statenvertalers zagen hun werk niet als onfeilbaar.
  • De HSV als compromis: Sommigen accepteren de HSV, anderen verwerpen deze als een gevaarlijke aanpassing.

De vraag is dan: Is Gods Woord alleen in een specifieke vertaling bewaard gebleven, of kunnen nieuwe vertalingen ook gezaghebbend zijn?

 

Geverifieerd door MonsterInsights