Wat moet een mens doen om gered te worden?

Wat moet een mens doen om gered te worden?

Het is een vraag die door de eeuwen heen steeds opnieuw gesteld wordt: wat kan en moet een mens doen om gered te worden? De Bijbel geeft op deze vraag een antwoord dat tegelijk eenvoudig, helder en diepgaand is. Niet ingewikkeld, niet omgeven door voorwaarden, maar rechtstreeks en zonder omwegen.

De Schrift maakt duidelijk dat redding niet begint bij wat de mens doet, maar bij wat God heeft gedaan. In de dood en opstanding van Jezus Christus heeft God alles volbracht wat nodig was voor de verzoening van de mens met Zichzelf. De mens wordt niet geroepen om dat werk aan te vullen, maar om het te geloven.

De apostel Paulus verwoordt dit kernachtig wanneer hij schrijft:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.” (Handelingen 16:31)

Dit antwoord sluit nauw aan bij de prediking van Petrus op de pinksterdag. Wanneer de toehoorders, geraakt in hun hart, vragen wat zij moeten doen, luidt het antwoord:

“Bekeert u.” (Handelingen 2:38)

Bekering betekent hier niet het verrichten van religieuze werken of morele zelfverbetering, maar een omkeer in denken. Het is het loslaten van eigen overleggingen en het vertrouwen op wat God gesproken heeft. Bekering is het einde van vertrouwen op zichzelf en het begin van vertrouwen op God.

Redding wordt ontvangen door geloof. Dat geloof is geen vaag hopen of innerlijk gevoel, maar het aannemen van het Woord van God. De Schrift gebruikt deze woorden bewust door elkaar. Over Christus staat geschreven:

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.” (Johannes 1:12)

Aannemen en geloven zijn hier geen twee verschillende zaken, maar twee kanten van dezelfde werkelijkheid. Geloven is aannemen wat God zegt; aannemen is geloven dat Zijn Woord waar is.

Daarom klinkt in de Bijbel ook niet de oproep om God te vragen of Hij ons wil redden, maar juist de oproep van God aan de mens:

“Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20)

God heeft in Christus de wereld met Zichzelf verzoend. Wat God kon doen, heeft Hij gedaan. De vraag is niet of God bereid is te redden, maar of de mens bereid is die redding te aanvaarden.

Wie tot geloof komt, ontvangt nieuw leven. De Bijbel noemt dat wedergeboorte. Dat nieuwe leven is het leven van Christus Zelf, geschonken door God. Paulus zegt:

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17)

Goede werken, verandering van leven en geestelijke groei volgen daaruit vanzelf voort. Zij zijn niet de voorwaarde voor redding, maar het gevolg ervan. Redding is uit genade, door geloof, en niet uit werken, opdat niemand zou roemen.

Het antwoord op de vraag wat een mens moet doen om gered te worden, is daarom eenvoudig en radicaal tegelijk.

Een mens wordt gered door te geloven, door het Evangelie aan te nemen en door zich toe te vertrouwen aan Jezus Christus. Niet door menselijke inspanning, niet door religie, maar door geloof alleen. Dat is de blijvende en bevrijdende boodschap van de Schrift.

 

Er is maar één Naam gegeven

Over het zwijgen waar de Schrift spreekt, en over een term die de Bijbel niet gebruikt

“En de zaligheid is in geen ander; want er is onder de hemel geen andere Naam, die onder de mensen gegeven is, waardoor wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12)

In onze tijd heeft zich een opmerkelijk taalgebruik genesteld in religieuze kringen, met name aangeduid als “Messiasbelijdende Joden”. Die term klinkt vroom, zorgvuldig en verbindend. Maar deze is buitenbijbels. De Schrift kent hem niet. Deze spreekt niet over Messiasbelijdenden, maar over gelovigen, discipelen en — voor het eerst in Antiochië, dat is gelegen in het tegenwoordige Turkije— Christenen.

Dat is geen detail. Taal openbaart leer

Wanneer Lukas schrijft:

“En het geschiedde, dat de discipelen eerst te Antiochië christenen genoemd werden.”

(Handelingen 11:26)

Dan introduceert hij geen eigentijdse veilige ‘safespace’ naam, maar noteert hij een feitelijke identiteit. Zij werden niet “Messiasbelijdend” genoemd, maar Christenen — mensen die onlosmakelijk verbonden waren met Christus, dat wil zeggen: Jezus, Die DE Christus is.

De term ”Messiasbelijdend’ lijkt voorzichtig en eerzaam, maar is leerstellig vaag. Zij belijdt een titel, niet expliciet een Naam. En precies dáár wringt de schoen.

Wanneer Petrus op de Pinksterdag het Evangelie verkondigt, spreekt hij niet in eufemistische of omtrekkende bewegingen. De Schrift zegt uitdrukkelijk dat hij vrijuit sprak. De bedekking is voorbij. Geen voorafschaduwing meer, geen reserve, geen diplomatie. Hij zegt:

Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.”
(Handelingen 2:36)

Let op de volgorde:
niet eerst Christus, maar dezen Jezus;
niet een concept, maar een Persoon;
niet een titel zonder adres, maar een Naam die confronteert.

Het is precies die Naam die het hart vol treft, want onmiddellijk daarop volgt:

“En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart.”

Aanstoot

De aanstoot zit niet in het woord Messias. Die verwachting bestond al eeuwen. De aanstoot zit in de identificatie: Jezus van Nazareth is de Christus. Dáár breekt het.

Dat blijkt opnieuw wanneer Petrus en Johannes voor het Sanhedrin verschijnen. De vraag luidt niet of zij in God geloven, niet of zij de Messias verwachten, maar:

“Door welke naam hebt gij dit gedaan?”

En het antwoord is onverminderd scherp:

“Door de Naam van Jezus Christus, de Nazarener.”

Daar begint de vervolging. Niet door Rome, maar door religie. Niet vanwege een ethiek, maar vanwege een Naam. En juist daar spreekt Petrus de woorden die elk Naam-vermijdend spreken ontmaskeren:

“En de zaligheid is in geen ander.”

De Schrift laat geen ruimte voor een tussencategorie. Geen veilige zone tussen joods en christelijk. Geen derde identiteit. De Bijbel kent geen Messiasbelijdende beweging als aparte categorie. Zij kent gelovigen in Jezus Christus.

Dat wordt volstrekt helder wanneer Johannes schrijft:

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.”
(Johannes 1:12)

Aannemen is hier geen culturele positionering en geen identiteitsconstructie. Aannemen is geloven in Zijn Naam. Niet in een titel, niet in een rol, niet in een functie — maar in de Naam van Hem Die vlees geworden is.

Bekering

Daarom kan bekering nooit losgemaakt worden van die Naam:

“Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus.”
(Handelingen 2:38)

De Schrift kent geen bekering tot “de Messias” zonder Jezus. Geen verzoening met God buiten de Zoon. Geen geloof dat zich verschuilt achter termen die de aanstoot neutraliseren.

Juist daarom waarschuwt Paulus met grote ernst:

“Indien iemand een anderen Jezus predikt, dien wij niet gepredikt hebben…”
(2 Korinthe 11:4)

Een andere Jezus hoeft geen openlijke ontkenning te zijn. Het kan ook een Jezus zijn die vervangen wordt door een titel, verdund tot een abstracte Messiasfiguur, losgemaakt van Zijn Naam, Zijn kruis en Zijn verwerping.

De Schrift noemt dat geen gevoeligheid, maar misleiding.

Christus Zelf zegt:

“Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven.”

En die Christus wordt in de Schrift altijd bij Name genoemd. Wie de Naam ontwijkt, ontwijkt niet slechts een woord, maar de Waarheid Zelf. Niet de titel, maar de persoon

Daarom is het niet onschuldig wanneer men zich liever Messiasbelijdend noemt dan Christen. Het is geen nuance, maar een verschuiving. De Bijbel kent geen geloof dat zichzelf definieert buiten de Naam van Jezus Christus.

Eerbied die zwijgt waar God spreekt, is geen eerbied.
Identiteit die de Naam vermijdt, is geen bijbelse identiteit.

Er is maar één Naam gegeven.

Niet om omzichtig te hanteren,
maar om te geloven, te belijden
en — indien nodig — omwille van die Naam verworpen te worden.

Want zo zijn zij genoemd:
Christenen.

zie ook:

Die Ene Naam – Bijbelse basis

Bekering: Geloof als levensveranderende persoonlijke keuze

In “de Saambinder”, het orgaan van de Gereformeerde Gemeenten stond een korte artikelenreeks (hulp bij het lezen van Gods Woord) van de hand van ds. D. de Wit.

In dit artikel wil ik ingaan op deel 2, “Christus aannemen”, zoals gepubliceerd in de Saambinder van 05-12-2024. En daarna verkennen hoe het zit met aannemen en bekeren.

“Zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.” – Johannes 1:12

De ds. fileert de teks uit Johannes 1:12 meteen en volledig door de kerkleer der uitverkiezing er rucksichtlos overheen te gooien.

Gewoon lezen en geloven wat er staat komt eenvoudig niet voor in de denkwereld van deze ds. De Kanttekeningen worden er aan hun lange oude haren bijgesleept in een poging dit Schriftwoord van zijn kracht te beroven. De drempel naar het heil wordt zó opgehoogd, dat de lezer wordt geacht apatisch in zijn ‘fatale doodsstaat’ te blijven hangen. Want Hem aannemen, dat kán eigenlijk helemaal niet…….

Lees en huiver:

In een tijd waarin geloof vaak als een complex systeem van regels en rituelen wordt voorgesteld, dringt één eenvoudige waarheid zich op: het Evangelie roept mensen niet op tot prestatie, maar tot een beslissing. Geen handeling, geen verdienste, maar een antwoord. Dit artikel onderzoekt diepgaand de fundamentele Bijbelse lijn van bekering, wedergeboorte, het aannemen van Gods Woord, en het ontvangen van nieuw leven – zoals beschreven in het nieuwe Testament door onder anderen de apostelen als Petrus en Paulus. De nadruk ligt niet op theologische leerstellingen, maar op wat het praktisch betekent om te geloven en wat de gevolgen daarvan zijn.


🕊️ Het Evangelie: vrijheid door de Opstanding

De prediking van Petrus in Handelingen 2 vormt het hart van het Evangelie: Jezus Christus is gestorven, begraven, en opgestaan. Dat feit vormt de basis voor de hele oproep tot bekering. Zijn opstanding was niet alleen een historisch wonder, maar het begin van een nieuwe schepping. Die oproep is geen vage religieuze aanmoediging, maar een directe uitnodiging tot overgave aan het Woord van God.

Petrus confronteert zijn toehoorders met hun verantwoordelijkheid: “Wat moeten wij doen?” De boodschap is helder: bekeert u en laat u dopen. Hier ligt het zwaartepunt niet op externe handelingen, maar op een innerlijke beslissing: geloven is aannemen wat God aanbiedt.


🙏 Wat is Bekering ECHT?

Bekering betekent in de Bijbelse context dat je stopt met vertrouwen op jezelf, op je eigen dan wel geleende filosofie, en op religieuze werken. Het is het afleggen van eigen wijsheid en argumentatie. Het is niet een poging om jezelf aanvaardbaar te maken voor God, maar het opgeven van al die pogingen. Bekering is daarom diep bevrijdend: het betekent dat de mens niet langer hoeft te presteren, maar mag ontvangen.

Volgens de Schrift is bekering het stoppen met iets, niet het doen van iets. Dit staat haaks op veel hedendaagse theologische opvattingen die bekering verpakken in emotie, berouw of mystieke ervaring. De Bijbel zegt simpelweg: geloof het Woord.


✨ Geloven = aannemen = ontvangen

Geloven is niets anders dan aanvaarden. Vertrouwen op de medegedeelde boodschap. Een mens hoort het Woord van God en zegt: “Ja, dat is waar.” Dat is geloof. Wie gelooft, ontvangt nieuw leven: het leven van Christus Zelf. Die persoon wordt meteen kind van God, wedergeboren door de Geest.

Het Woord is als een geschenk dat aangereikt wordt. Je hoeft niets te doen behalve het aan te nemen. Zeg je “ja”, dan ontvang je het Leven. Zeg je “nee”, dan blijft het Leven buiten je bereik.


🏛 Toegevoegd aan de Gemeente

Na het aannemen van het Woord voegt de Heer de gelovige toe aan Zijn Gemeente. Niet op basis van religieuze status, maar door geloof in het Evangelie. Dit is een voltooide handeling van God: Hij voegt toe wie gelooft. Dat betekent ook dat de Gemeente geen menselijke organisatie is, maar een geestelijk lichaam gevormd door wedergeboren gelovigen.


🧱 Gods verkiezing is openbaar

Uitverkiezing is geen geheim plan van God waarbij sommige mensen wél gered (mogen) worden en anderen niet. Integendeel: de Schrift leert dat God degene kiest die gelooft. Gelovigen zijn dus per definitie uitverkoren. Ongelovigen niet. Dat is niet wreed of willekeurig – het is eenvoudig, logisch en rechtvaardig.

Gods uitnodiging is universeel, Zijn selectie is op basis van aanvaarding van Zijn Woord. Niemand wordt buitengesloten, behalve diegenen die Zelf weigeren aan te nemen wat God aanbiedt.


🔥 De geestelijke mens vs. de natuurlijke mens

1 Korinthe 2 legt een cruciaal verschil bloot tussen de “natuurlijke mens” (de mens die leeft naar zintuig, ervaring en filosofie) en de “geestelijke mens” (de wedergeborene). De eerste verstaat niet wat van God is – het is hem dwaasheid. Alleen wie de Geest ontvangt, kan geestelijke dingen verstaan.

Dit verklaart waarom Bijbelse waarheden vaak botsen met menselijke logica. De Bijbel is geen filosofisch werk, maar een geestelijk boek. Het vereist geestelijk verstaan, en dat begint bij bekering.


🛡️ Blijf bij het Evangelie

De oproep tot volharding klinkt in 1 Korinthe 15: “…het Evangelie dat gij aangenomen hebt… door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt…” Geloven is één ding, maar het blijven geloven is essentieel. Niet om behouden te blijven door inspanning, maar omdat het Woord je bron van leven wordt. Loslaten betekent je geestelijke voedselbron afsnijden.


❤️ Liefde voor de Waarheid

De meest schrijnende reden dat mensen verloren gaan, is volgens 2 Thessalonicenzen 2 “omdat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben.” Niet omdat ze geen kans kregen. Niet omdat God hen afwees. Maar omdat ze niet wilden. Geen liefde voor waarheid betekent openstaan voor leugen.

In tijden van verwarring, fake news en ideologische leegheid is liefde voor de waarheid het enige dat redt. De waarheid is geen abstract ding, maar een Persoon: Christus. Hem aanvaarden is waarheid aanvaarden.


🌍 Verzoening: God vraagt het ons

“Laat u met God verzoenen.” Het klinkt vreemd, maar deze oproep komt niet van de mens naar God – maar van God naar de mens. God bidt jou, via Zijn Woord: neem Mijn aanbod aan. Hij heeft alles gedaan – door Christus’ dood, door Zijn opstanding – nu vraagt Hij een antwoord. Geen smeekbede om liefde, maar een serieuze uitnodiging tot gemeenschap.


🧭 Kennis der waarheid = Zaligheid

Kennis is niet alleen informatie. In Bijbelse zin is “kennen” altijd relatie. Je leert het Woord niet alleen weten, maar je gaat er in leven. Je wordt Zijn eigendom, en het wordt het jouwe. Naarmate je het Woord begrijpt, vorm je er een eenheid mee. In die mate word je zalig.


🌟 Tot slot: De Enige Weg

Er is één Weg, één Waarheid, één Leven – en dat is Jezus Christus. Geen andere naam, geen andere boodschap, geen ander fundament. Hij is niet één van de vele opties. Hij ís de enige. Alle religies, ideologieën en theorieën die dat ontkennen, zijn slechts vermomde afleidingen.

De conclusie is eenvoudig: Geloof is aannemen. Niet meer, niet minder. Het is de meest eerlijke, persoonlijke, vrije keuze die je ooit zult maken – en de enige die eeuwig telt.

“Die dan Zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.” – Handelingen 2:41

“Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.” – Handelingen 2:38

“Laat u met God verzoenen.” – 2 Korinthe 5:20

“De mensen die verloren gaan hebben ‘de liefde der Waarheid niet aangenomen, om zalig te worden’.” – 2 Thessalonicenzen 2:10

Geloven is niets vaags of onzekers… geloven is aannemen.

Geverifieerd door MonsterInsights