Kom, Heilige Geest?

11 minuten lezen

“Kom, Heilige Geest.” Waarom deze uitroep niet Bijbels is

Het klinkt warm. Geestelijk. Afhankelijk zelfs.

Alleen moet de vraag hierbij gesteld worden:

“Was Die er nog niet?”

Niet elke godsdienstig mooi klinkende oproep is een Bijbelse. Niet elke aanbiddingsregel is gezonde leer. En niet elke geestelijke uitroep komt voort uit geestelijk inzicht. Soms komt het indrukwekkend en verlangend over, terwijl het in werkelijkheid onkunde verraadt. Soms lijkt iets afhankelijk, terwijl het eigenlijk voorbijgaat aan wat God gedaan en gezegd heeft.

De vraag is dus niet of mensen het oprecht bedoelen. Oprecht verkeerd blijft verkeerd. De vraag is: is deze uitroep naar de Schrift?

En daar wringt iets. Want de Schrift leert nergens dat de gelovige herhaaldelijk moet roepen om de komst van de Heilige Geest. De Schrift leert dat de Heilige Geest gegeven is aan allen die Christus toebehoren. Niet als tijdelijke bezoeker. Niet als sfeerbrenger. Niet als religieuze krachtwolk. Maar als Persoon, als Zegel, als Onderpand, als inwonende Geest van God.

Daarom is “Kom, Heilige Geest” geen onschuldige uitdrukking. Het kan een leerstellige mistbank zijn. Een wolk van vroomheid die het zicht beneemt op de duidelijke leer van het Nieuwe Testament.

kom Heilige Geest

 

De Geest is niet afwezig

Wie bidt: “Kom, Heilige Geest”, wekt al snel de indruk dat de Geest er nog niet is. Alsof Hij eerst moet afdalen voordat er echt iets kan gebeuren. Alsof de gelovige zonder Hem zit te wachten op een nieuwe komst, een nieuwe aanraking, een nieuwe hemelse injectie.

Maar Paulus zegt iets anders.

“Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is des Heiligen Geestes, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?” 1 Korinthe 6:19 (STV)

Merk op die woorden: “Die in u is.”

Niet: Die hopelijk straks komt.
Niet: Die moet worden uitgenodigd.
Niet: Die pas aanwezig is als de muziek aanzwelt, de handen omhooggaan en de zaal in extase raakt.

De Heilige Geest is in de gelovige.

Dat is geen charismatische ervaringstaal, maar Bijbelse waarheid. Geen opwekkingsretoriek, maar leer van Paulus. De gelovige is een tempel van de Heilige Geest. Dat betekent: de Geest woont daar. Hij logeert niet. Hij zweeft niet op afstand. Hij wacht niet bij de deur tot wij Hem met genoeg emotie naar binnen zingen.

Hij is gegeven.

 

De Geest is gegeven als onderpand

De Schrift spreekt zelfs nog sterker. De Heilige Geest is niet alleen gegeven; Hij is gegeven als onderpand.

“Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.” 2 Korinthe 1:22 (STV)

En opnieuw:

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.” Efeze 1:13-14 (STV)

Dat woord onderpand nekt de gedachte dat de gelovige telkens opnieuw moet roepen alsof de Geest nog moet komen.

Een onderpand is een garantie. Een aanbetaling. Een door God Zelf gegeven waarborg. De Heilige Geest is Gods zegel op de gelovige. Hij is de Goddelijke waarborg dat de erfenis zeker is.

Dus wat gebeurt er als een gelovige zingt of bidt: “Kom, Heilige Geest”?

Dan klinkt dat al snel alsof het onderpand ontbreekt. Alsof het zegel onzeker is. Alsof God iets nog niet gegeven heeft wat Hij volgens de Schrift wél gegeven heeft.

Dat is geen geestelijke diepgang. Dat is geestelijke slordigheid.

 

Niet vragen om de komst, maar wandelen door de Geest

De Schrift roept de gelovige niet op om de Geest naar beneden te zingen. De Schrift roept de gelovige op om te wandelen door de Geest Die reeds gegeven is.

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)

Dat is een totaal ander verhaal.

Niet: roep Hem dichterbij.
Maar: wandel door Hem.
Niet: haal Hem naar beneden.
Maar: leef in overeenstemming met Hem.
Niet: doe alsof Hij afwezig is.
Maar: erken dat Hij in u woont en onderwerp u aan Zijn leiding.

De gelovige heeft niet te weinig Geest omdat de Geest afwezig is. De gelovige leeft vaak te weinig uit de Geest omdat hij wandelt naar het vlees. Dat is een heel ander probleem.

En daar wordt de moderne vroomheid vaak wazig. Men maakt van de Heilige Geest een ervaring die moet neerdalen, terwijl de Schrift spreekt over een Persoon Die in de gelovige woont en door Wie de gelovige behoort te wandelen.

 

De Bijbel zegt: word vervuld met de Geest

De bekende tegenwerping komt snel: “Maar we bedoelen toch dat de Geest meer moet werken?”

Goed. Maar zeg dan wat de Schrift zegt.

Paulus schrijft:

“En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest;” Efeze 5:18 (STV)

Dát is de Bijbelse formulering. Wordt vervuld met de Geest.

Niet omdat de Geest nog niet gegeven is, maar omdat de gelovige onder Zijn invloed, leiding, kracht en heerschappij moet leven. Het verschil is wezenlijk.

De Geest  bezitten is één ding, ‘vervuld’ te zijn met de Geest is een ander ding.

Alle gelovigen hebben de Geest, maar niet allen zijn vervuld met de Geest.

Dat is het punt.

De kwestie is niet: heeft de gelovige de Geest?
Ja, anders behoort hij Christus niet toe.

De kwestie is: is de gelovige vervuld met de Geest?
Leeft hij onder Zijn leiding? Bedroeft hij Hem niet? Wandelt hij in gehoorzaamheid aan Christus?

Dáár ligt de Bijbelse spanning. Niet in het binnenroepen van een afwezige Geest, maar in het leven uit de inwonende Geest.

 

Zonder de Geest behoort men Christus niet toe

Paulus is hier niet voorzichtig. Hij zegt het scherp:

“Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.” Romeinen 8:9 (STV)

Dat vers laat geen grijs middengebied over.

Wie Christus toebehoort, heeft de Geest.
Wie de Geest niet heeft, behoort Christus niet toe.

Daarom is het gevaarlijk om in de gemeente een taal te gebruiken die doet alsof gelovigen nog zonder de Geest zijn totdat zij Hem opnieuw aanroepen. Dat past niet bij Romeinen 8. Dat past eerder bij verwarring over Pinksteren, Handelingen en de overgangssituatie in de heilsgeschiedenis.

De Geest is gekomen op Pinksteren. De Gemeente leeft niet vóór Pinksteren, maar ná Pinksteren. De gelovige staat niet te wachten in de opperzaal. Hij staat in Christus, verzegeld met de Geest der belofte.

 

“Kom” klinkt vroom, maar kan ongeloof ademen

Hier moeten we eerlijk zijn. De uitroep “Kom, Heilige Geest” kan voortkomen uit verlangen. Maar leerstellig bezien kan zij ook iets anders ademen: ongeloof tegenover wat God zegt dat Hij al gedaan heeft.

God zegt: Ik heb u Mijn Geest gegeven.
De liedcultuur zegt: Kom, Heilige Geest.

God zegt: u bent verzegeld.
De aanbiddingsretoriek zegt: kom dichterbij.

God zegt: uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest.
De religieuze sfeer zegt: daal neer in deze plaats.

God zegt: wandel door de Geest.
De emotiecultuur zegt: raak ons aan.

Dat klinkt scherp, maar het moet gezegd worden. Oppervlakkig hedendaags christendom leeft niet uit volbrachte feiten, maar uit herhaalde verlangens. Niet uit positie in Christus, maar uit honger naar beleving. Niet uit de leer van de apostelen, maar uit de dynamiek van het moment.

En daar zit het manco.

De Heilige Geest wordt zo niet meer vooral gezien als Degene Die Christus verheerlijkt, de gelovige verzegelt, het Woord toepast, de gelovige heiligt en in de waarheid leidt. Hij wordt de “aanwezige sfeer” die men probeert op te roepen.

Dat is niet Bijbels. Dat is religieuze stemmingmakerij.

 

De Heilige Geest verheerlijkt Christus

De Heere Jezus zegt over de Heilige Geest:

“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Johannes 16:14 (STV)

Waar de Heilige Geest werkt, wordt Christus verheerlijkt. Niet de ervaring. Niet de zaal. Niet de aanbiddingsleider. Niet de zalving van het moment. Niet de zogenaamde atmosfeer. Christus.

De Geest trekt geen aandacht naar Zichzelf los van de Zoon. Hij maakt Christus groot. Hij neemt uit Christus en verkondigt het aan de Zijnen. Hij leidt in de waarheid. Hij past het Woord toe. Hij overtuigt. Hij heiligt. Hij troost. Hij verzegelt.

Daarom is een Geest-taal die losraakt van Christus en het Woord altijd verdacht. Ze kan indrukwekkend klinken, maar indrukwekkend is niet hetzelfde als Bijbels.

 

De verwarring komt voort uit verkeerde toepassing van Handelingen

Veel van deze verwarring ontstaat doordat men het boek Handelingen leest als een herhaalbaar draaiboek voor de gemeente vandaag. Men ziet daar bijzondere momenten waarop de Geest komt, valt, vervult, zichtbaar werkt, en men maakt daarvan een patroon voor iedere samenkomst.

Maar Handelingen beschrijft een overgangsperiode. Het boek laat zien hoe het Evangelie vanuit Jeruzalem naar Judea, Samaria en de heidenen gaat. Het beschrijft heilshistorische momenten. Niet elk gebeuren in Handelingen is een opdracht om dat vandaag kerks na te bootsen.

De brieven geven de normale leerstellige positie van de gelovige en de gemeente. En in die brieven is de lijn helder: de gelovige heeft de Geest ontvangen, is verzegeld met de Geest, behoort te wandelen door de Geest, mag de Geest niet bedroeven en moet vervuld worden met de Geest.

De Schrift leert in  1 Korinthe 6 dat het lichaam van de gelovige “een tempel van de Heilige Geest” is en dat de Geest daarin woont. Dan moet de vraag gesteld worden of het naar de Schrift is om te zeggen dat sommige christenen niet de inwoning van de Heilige Geest hebben.

Die vraag legt de vinger bij het probleem: men mag en kan de inwoning van de Geest bij de gelovige niet onzeker maken.

 

De Geest wordt bedroefd, niet opnieuw opgeroepen

De Schrift zegt niet: roep de Geest telkens opnieuw. De Schrift zegt:

“En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” Efeze 4:30 (STV)

Ook dit is veelzeggend.

De Geest is zo werkelijk aanwezig in de gelovige, dat Hij bedroefd kan worden. Niet omdat Hij afwezig is, maar juist omdat Hij inwonend aanwezig is. De oproep is daarom niet: haal Hem terug. De oproep is: bedroef Hem niet.

Dat maakt de zaak concreter en ernstiger.

Het probleem is niet dat de Geest weg is. Het probleem is dat de gelovige Hem kan bedroeven door zonde, ongehoorzaamheid, bitterheid, onreinheid, hoogmoed, wereldgelijkvormigheid, vleselijkheid en ongehoorzaamheid aan het Woord.

Daar helpt geen herhaalde zangregel tegen. Daar helpt bekering, belijdenis, gehoorzaamheid en wandelen door de Geest.

 

Bijbelse gebedstaal

Wie Bijbels wil bidden, hoeft de Heilige Geest niet te negeren. Integendeel. Juist wie de Schrift serieus neemt, zal diep afhankelijk willen leven van Zijn werk.

Maar dan wel in de taal en lijn van de Schrift.

Bid dus niet alsof de Geest afwezig is, maar bid vanuit het feit dat Hij gegeven is.

“Vader, vervul mij met Uw Geest.”

“Heere, laat mij wandelen door Uw Geest.”

“Vader, bewaar mij ervoor Uw Geest te bedroeven.”

“Heere, open mijn ogen voor Uw Woord.”

“Vader, werk door Uw Geest in mij, opdat Christus verheerlijkt wordt.”

Dat is geen dor rationalisme. Dat is geen angst voor de Heilige Geest. Dat is juist eerbied voor de Heilige Geest zoals Hij Zich in de Schrift laat kennen.

Wie werkelijk Bijbels over de Geest wil spreken, moet ophouden Hem te behandelen als een afwezige gast en beginnen te rekenen met Zijn inwonende aanwezigheid.

 

Het verschil tussen vroom klinken en Bijbels spreken

“Kom, Heilige Geest” is een zin die goed klinkt in een zaal. Hij doet het goed in muziek. Hij roept gevoel op. Hij lijkt nederig.

Maar de vraag is niet: klinkt het mooi?
De vraag is: klopt het met de Schrift?

En dan moeten we eerlijk zijn: voor de gelovige ná Pinksteren is deze uitroep op zijn minst onzuiver en eigenlijk ronduit misleidend. Want hij suggereert een gemis dat de Schrift niet leert. Hij maakt onzeker wat God zeker heeft gemaakt. Hij vraagt om een komst waar de apostelen spreken over inwoning, verzegeling en onderpand.

Taal vormt denken. Liederen vormen leer. Gebeden vormen verwachting. En verkeerde verwachting opent de deur voor verkeerde praktijk.

Als je steeds roept om een Geest Die volgens de Schrift al gegeven is, ga je op den duur zoeken naar tekenen dat Hij eindelijk gekomen is. Dan wordt beleving de bevestiging. Dan wordt sfeer de maatstaf. Dan wordt intensiteit verward met waarheid.

En dan ben je verder van huis dan je denkt.

De Heilige Geest hoeft niet door de gemeente naar beneden geroepen te worden. Hij is door de Vader en de Zoon gegeven. Hij woont in iedere ware gelovige. Hij verzegelt tot de dag der verlossing. Hij is het onderpand van de erfenis. Hij verheerlijkt Christus. Hij leidt in de waarheid. Hij werkt door het Woord.

 

Daarom is de Bijbelse roep niet:

Kom, Heilige Geest.

Maar:

Heer, leer mij wandelen door de Geest Die U gegeven hebt.

Niet onzeker smeken om wat God al gaf, maar gelovig leven uit wat God heeft gezegd.

Dat is nuchter. Scherp. Minder geschikt voor religieuze mistmachines wellicht.

Maar dichter bij de Schrift.

Lees ook:

Heilige Geest – Bijbelse basis

extern:

 Heilige Geest – Stichting Vlichthus

De doop met de Heilige Geest – Bijbelstudie

 

Geef een reactie

Geverifieerd door MonsterInsights