Psalm 150 vers 3 t/m 6


Wanneer Paulus zegt dat hij niets anders wil weten dan Christus en Die gekruisigd, bedoelt hij niet dat hij alleen over Golgotha sprak.
In dezelfde brief (1 Korinthe) behandelt hij:
“Christus en Dien gekruisigd” is geen beperking, maar een fundament.
Alles wat Paulus onderwijst, vloeit voort uit het volbrachte werk.
Zonder kruis:
Het kruis blijft het hart van het evangelie.
Paulus vat het evangelie samen:
“Dat Christus gestorven is voor onze zonden… en dat Hij is opgewekt…”
(1 Korinthe 15:3–4)
Romeinen 4:25 zegt:
“Die overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.”

Het kruis is leeg — het werk is volbracht.
Het graf is leeg — Hij leeft.
De gemeente verkondigt geen dode Messias, maar een levende Heer.
Het evangelie is:
Kruis én opstanding horen bij elkaar.
Romeinen 6 laat zien dat wij niet alleen gered zijn dóór Zijn dood, maar ook verbonden zijn mét Zijn leven.
Wij zijn:
met Hem gekruisigd
met Hem gestorven
met Hem begraven
met Hem opgewekt
met Hem in de hemel gezet
“En heeft ons medeopgewekt, en heeft ons medegezet in den hemel in Christus Jezus” (Efeze 2:6)
“Opdat… wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.” (Romeinen 6:4)
Nieuw leven is geen opgeknapte oude mens.
Het is leven vanuit een nieuwe positie in Christus.
Zoals Paulus zegt:
“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20)
Dat is volwassenheid.
In Hebreeën 6:1–3 staat:
“Daarom nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons voortvaren tot de volmaaktheid…”
Dit betekent niet:
laat Christus achter.
Het betekent:
blijf niet hangen in elementair onderwijs.
Er wordt gesproken over:
Dat zijn fundamenten.
Maar je bouwt een huis niet door telkens de fundering te leggen.
Je bouwt erop verder.
Het fundament blijft liggen, je bouwt erop.
En je groeit naar volwassenheid.
“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus;” (Efeze 4:15)
Nee.
1 Korinthe 2:2 zegt:
Christus en Zijn kruis blijven centraal.
Hebreeën 6 zegt:
blijf niet geestelijk onvolwassen.
Dat zijn geen tegenstellingen.
Het eerste bewaakt het fundament.
Het tweede roept op tot groei.
Geestelijke groei is niet:
Maar:
De gemeente groeit niet van het kruis af.
Zij groeit in het volle besef van kruis én opstanding.
Het kruis is het fundament.
De opstanding is de levensbron.
Hebreeën 6 roept op tot volwassenheid.
Paulus houdt Christus gekruisigd centraal.
Er is geen tegenstelling.
Wie werkelijk groeit in het geloof, leert steeds dieper:
Romeinen 14:4
“Wie zijt gij die eens anderen huisknecht oordeelt? Hij staat of hij valt zijn eigen heer; doch hij zal vastgesteld worden, want God is machtig hem vast te stellen.”
Hier staat het woord Heer weliswaar met een kleine letter, omdat het in de context gaat over een knecht en zijn meester. Toch ligt er een diepe geestelijke les in.
In Romeinen 14 gaat het over onderlinge verschillen tussen gelovigen:
Sommigen aten alles.
Anderen aten alleen groenten.
Sommigen hielden bepaalde dagen in ere.
Anderen niet.
Paulus zegt niet: “Los het leerstellig op”
Hij zegt: Oordeel elkaar niet.

Dit betekent:
Met andere woorden:
En ik dus ook niet. Dat is Christus alléén
Deze tekst wordt soms misbruikt alsof het betekent:
“Iedereen mag geloven wat hij wil.”
Dat is niet wat Paulus zegt.
Het gaat hier niet over:
Het gaat over gewetenskwesties binnen het geloof.
Paulus zegt eigenlijk:
Stop met elkaar controleren.
Leef zelf voor de Heer.
Even verderop staat:
“Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus gesteld worden.” (Romeinen 14:10)
Iedere gelovige zal persoonlijk rekenschap geven.
Niet aan jou.
Niet aan mij.
Maar aan Christus.