De Naam die men liever niet noemt

De Naam die men liever niet noemt

Over angst, aanpassing en een zwijgen dat te ver gaat

Er is één opvallend kenmerk dat ik steeds weer aantref bij organisaties die zich christelijk noemen en tegelijk sterk gericht zijn op dialoog, hulpverlening of bruggenbouw met Joden:
men spreekt graag over God, over liefde, over dienstbaarheid — maar de Naam van Jezus Christus blijft angstvallig afwezig.

Dat zwijgen is geen toeval.
En het is ook niet neutraal.

Het is geen vergetelheid, maar een bewuste keuze

Wie websites, missiestatements en publieksmateriaal leest, ziet dat er uiterst zorgvuldig wordt geformuleerd. Woorden worden gewogen. Gevoeligheden ontzien. En precies daar, waar het christelijk geloof zijn hart heeft, valt een stilte.

Niet omdat men Jezus niet kent.
Niet omdat men Hem vergeten is.
Maar omdat men Hem niet wil noemen.

Waarom?

Omdat Zijn Naam schuurt.
Omdat Hij aanstoot geeft.
Omdat Hij relaties kan verstoren.
Omdat Hij deuren kan sluiten die men open wil houden.

Maar dát is nu precies HET probleem.

De Bijbel kent geen Naamloze liefde

De Schrift is hier opvallend helder.

Handelingen 4:12 (SV)

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”

Niet: een principe.
Niet: een algemeen godsbegrip.
Maar: een Naam.

Wie bewust over God spreekt en tegelijk structureel zwijgt over Jezus Christus, doet iets wat de Bijbel nergens toestaat:

God losmaken van Zijn Zoon.

Aanpassing aan de ontvanger? Paulus doet het niet

Het argument klinkt vroom: “We willen aansluiten bij de Jood, geen aanstoot geven, eerst relatie bouwen.”
Maar juist Paulus — de apostel met het diepste hart voor Israël — wijst die weg af.

In Romeinen 1:16 schrijft hij dat het Evangelie een kracht van God is

“eerst den Jood”,

maar hij voegt er onmiddellijk aan toe:
het blijft het Evangelie van Christus.

Paulus past zijn toon aan, zijn vorm, zijn benadering,
maar nooit de inhoud.
Nooit de Naam.

Christus is een aanstoot, en dat wist men al

De Schrift doet hier geen enkele poging tot verzachting. In 1 Korinthe 1:23 lezen we:

“Maar wij prediken Christus den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis…”

Dat is geen communicatief falen.
Dat is geen culturele blindheid.
Dat is onvermijdelijk.

Wie probeert die ergernis weg te nemen door Christus te verzwijgen, verwijdert niet een struikelblok, maar het fundament.

Liefde zonder waarheid is geen Bijbelse liefde

Er wordt veel gesproken over liefde, dienstbaarheid en compassie. Maar de Bijbel is hier scherp: liefde die losstaat van de waarheid over Christus is geen christelijke liefde.

In 2 Johannes1:9 staat onomwonden:

“Die niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet.”

Dat is confronterend.
Maar het is niet hard , het is eerlijk.

De diepere angst

Laten we het benoemen:
het probleem is niet theologisch onvermogen, maar angst.

Angst om afgewezen te worden.
Angst om deuren te sluiten.
Angst om het verwijt van zending te krijgen.
Angst om als ‘te christelijk’ gezien te worden.

Maar juist daarom is dit zwijgen zo ernstig.

Want wie Christus verzwijgt om vrede te bewaren,
bewart een vrede die niet Bijbels is.

De Bijbel kent geen christendom zonder Christus.
Geen God zonder de Zoon.
Geen liefde zonder waarheid.
En geen zegen die voortkomt uit het verzwijgen van de Naam boven alle namen.

Wie werkelijk liefheeft — Jood én Griek —
zal niet zwijgen waar God spreekt.

Niet uit hardheid.
Maar uit trouw.

Johannes 10 vers 5

Johannes 10 vers 5

De context van dit vers lezen we in Johannes 10

1 VOORWAAR, voorwaar zeg Ik ulieden: Die niet ingaat door de deur in den stal der schapen, maar van elders inklimt, die is een dief en moordenaar.
2 Maar die door de deur ingaat, is een herder der schapen.
3 Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit.
4 En wanneer hij zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat hij voor hen heen; en de schapen volgen hem, overmits zij zijn stem kennen.
5 Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zullen van hem vlieden, overmits zij de stem der vreemden niet kennen.
6 Deze gelijkenis zeide Jezus tot hen; maar zij verstonden niet wat het was, dat Hij tot hen sprak.

De reden dat de schapen zullen weglopen voor een vreemde, is dat zij de stem van hun herder kennen, (in vers 4) en naar een vreemde niet zullen luisteren.

Overdrachtelijk gesproken is het zo dat gelovigen met een getraind oor niet zullen luisteren naar vreemde leraars, die met een ‘andere stem’ spreken. Zorg er dus voor dat je ‘de stem’ van Jezus kent.

 

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer

Het woord bekering roept bij veel mensen weerstand op.
Het klinkt als morele druk, emotie of religieuze manipulatie.
Maar in de Bijbel is bekering geen gevoel en geen prestatie —
het is een logische en noodzakelijke reactie op waarheid.

Wie het Evangelie serieus neemt, kan bekering niet overslaan.

Wat bekering níét is

Om misverstanden meteen weg te nemen.

Bekering is niet:

  • een plotseling religieus gevoel
  • huilen of schuld ervaren op zichzelf
  • een beter of netter mens worden
  • je leven “op orde brengen” voor God

Al deze dingen kunnen voorkomen,
maar ze zijn niet de essentie.

Wat bekering wél is

Bijbelse bekering begint niet bij gedrag,
maar bij denken en dieper nog: stoppen met zelfrechtvaardiging.

De mens heeft van nature de neiging zichzelf te verdedigen:

  • “Ik ben toch geen slecht mens”
  • “Ik doe mijn best”
  • “God zal dat wel begrijpen”

De Bijbel noemt dat geen nederigheid, maar verzet.

“Want zij, de rechtvaardigheid Gods niet kennende, en hun eigen gerechtigheid zoekende op te richten, zijn der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.”
(Romeinen 10:3, Statenvertaling)

Bekering is daarom dit:
stoppen met jezelf rechtvaardigen en God gelijk geven.

Bekering en geloof horen altijd samen

In de Bijbel zijn bekering en geloof geen losse stappen,
maar twee kanten van één beweging.

“Betert u, en gelooft het Evangelie.”
(Markus 1:15)

Bekering: je afkeren van je eigendunk
Geloof: je toevertrouwen aan Christus

Wie zegt te geloven maar vasthoudt aan eigen gelijk, gelooft niet werkelijk.
Wie zegt zich te bekeren maar niet vertrouwt op Christus, blijft in zichzelf steken.

Bekering is geen voorwaarde om genade te verdienen

Een belangrijk punt.

De Bijbel leert niet:

“Bekeer je, dan zal God misschien genadig zijn.”

Maar:

God is genadig — daarom is bekering noodzakelijk.

“Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid… niet wetende dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt?”
(Romeinen 2:4)

Bekering verdient niets.
Maar zonder bekering blijft de mens zich verzetten tegen genade.

Waarom bekering onvermijdelijk is

Zonder bekering blijft het Evangelie iets abstracts:
interessant wellicht maar niet persoonlijk.

Met bekering wordt het beslissend.

“God dan verkondigt nu aan alle mensen alom, dat zij zich bekeren.”
(Handelingen 17:30)

Niet als religieuze dwang,
maar als antwoord op de werkelijkheid: God is heilig, de mens schuldig, Christus de Redder.

Samengevat

Bekering is stoppen met jezelf te verdedigen en buigen voor Gods oordeel,
om je volledig toe te vertrouwen aan Jezus Christus.

Geen emotionele truc.
Geen moreel project.
Maar een noodzakelijke omkeer wanneer waarheid je confronteert.

Ik verlang ernaar jou aan “de andere kant” te ontmoeten.

Maar God verlangt dat oneindig veel meer dan ik, en je bent van harte welkom!

Lees ook;

Het Evangelie in lekentaal – geen mening, maar goed nieuws

 

 

Het Evangelie in lekentaal – geen mening, maar goed nieuws

Het Evangelie in lekentaal – geen mening, maar goed nieuws

Misschien zie je het christelijk geloof als iets persoonlijks: “werkt voor jou, maar niet voor mij.”
Toch presenteert de Bijbel het Evangelie niet als een gevoel of levensstijl, maar als nieuws over de werkelijkheid.
En nieuws is óf waar, óf niet.
Dit artikel legt dat Evangelie nuchter uit, zodat je het kunt beoordelen op inhoud, niet op emotie.

Het probleem: verantwoordelijkheid tegenover God

De Bijbel begint met één uitgangspunt: God is Schepper en Rechter.
Dat betekent dat de mens niet neutraal is, maar verantwoordelijk.

“Er is niemand rechtvaardig, ook niet één.”
(Romeinen 3:10, STV)

Zonde is niet alleen zware misdaad, maar ook leven zonder God, alsof Hij er niet toe doet.
De conclusie is helder:

“Want het loon der zonde is de dood.”
(Romeinen 6:23a)

Geen dreiging maar gevolg.

Waarom ‘goed leven’ het niet oplost

Goede daden zijn waardevol, maar lossen schuld niet op.
De maatstaf is niet vergelijking met anderen, maar Gods heiligheid.

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.”
(Jakobus 2:10)

Zoals in een rechtbank: goed gedrag wist schuld niet uit.

Het Evangelie: God grijpt Zelf in

Hier begint het Evangelie.

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.”
(Romeinen 5:8)

Jezus Christus stierf niet als voorbeeld, maar als plaatsvervanger.

“Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt; opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.”
(2 Korinthe 5:21)

Schuld wordt gedragen, gerechtigheid daarentegen wordt ontvangen.

Hoe iemand hier deel aan krijgt

Niet door religie of prestaties, maar door geloof — God op Zijn woord vertrouwen.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken.”
(Efeze 2:8–9)

Een eerlijke conclusie

Dit Evangelie kan worden afgewezen, waarvan ik met heel mijn hart hoop dat je dat niet zult doen.
Maar kan niet afgewimpeld worden, of afgedaan als “jouw mening” zonder positie te kiezen.

Als God heilig is,
als de mens werkelijk schuldig is,
en als Christus werkelijk gestorven en opgestaan is 

dan is het Evangelie geen optie,
maar ontzettend goed nieuws met gevolgen.

“Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft.”
(Romeinen 1:16)

lees ook:

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer

Het geloof VAN Jezus Christus

Het geloof VAN Jezus Christus

De oude vertalingen zoals de Statenvertaling vertalen dit gedeelte conform de grondtekst. Helaas laten de nieuwe vertalingen hier allen een steek vallen.

Ik heb het zelf gecheckt, en de vertalingen na de Statenvertaling , inclusief de Herziene, vertalen: het geloof IN Jezus Christus, terwijl de grondtekst duidelijk maakt dat het echt om het geloof VAN Jezus Christus gaat. Waarom dat zo is laat zich raden

Ik geef toe; het is een taaltechnische kwestie, het heeft met naamvallen te maken maar als je het checkt zul je erachter komen dat de Statenvertaling en de King James Version dit correct weergeven . Het is wel een significant verschil door wiens geloof we als kinderen van God gerechtvaardigd worden.

Bent u ook religieus?

Bent u ook religieus?

YouTube player

Ook religieus?

En hoe is dat met u? Bent u ook religieus? Houdt u zich ook netjes aan allerlei voorschriften? Mag ik dan eens vragen: Wat is er in uw hart? Of valt u ook in de categorie “witgepleisterde graven”, gij geveinsden”?

Zonden weggedaan

Weet u wat het tegenovergestelde van Wet doet? Weet u wat Genade doet?
Genade maakt de mens nederig. Wet maakt hem hoogmoedig. Genade maakt een mens dankbaar. Genade brengt een mens respect bij voor anderen. Genade brengt een mens die normen en waarden die men ons vanuit Den Haag niet kan geven want daar kan men alleen maar wet maken. Komt toch niet goed… en wat God ons u mij aanreikt is Genade; de Blijde boodschap dat God via de Here Jezus Christus de zonde der wereld heeft weggedragen aan het kruis van Golgotha, en dat is volgens de hoogste Rechter, dat is God zelf uiteraard, uw zonden zijn weggedaan. Voor Hem tellen ze niet meer.

Eén voor allen gestorven

Indien één voor allen gestorven is zegt mijn Bijbel, zijn allen gestorven, en het ís zo, staat er meteen achter in 2 Korinthe 5. Eén is voor allen gestorven en de bedoeling is dat waar dat zonde probleem door God zelf, de hoogste instantie die er is, is opgelost, wij vervolgens van Hem zouden aanvaarden zouden aannemen, zouden geloven, die zaligmakende Genade die verschenen is aan alle mensen. Want de Genadegift Gods is eeuwig leven. Dát is wat God je geven wil.
En daarvoor hoef je niet eerst naar Jeruzalem te gaan, om dan onderweg te gaan naar Damascus In de hoop dat God je onderweg een keer wat laat zien. En mocht u denken: “Ja maar het moet toch een keer, God moet je toch dan een keer roepen ofzo, dan kan ik u met blijdschap mededelen dat Hij dat nú doet. De Bijbel zegt dat Hij ALTIJD roept, zolang het heden genaamd wordt, en voegt eraan toe: “heden is de welaangename tijd”, en voegt er ook aan toe: “heden indien gij Zijn stem hoort verhardt uw hart niet maar láát u leiden.

Nieuwe schepping

Niet door andere mensen, niet door religieuze leiders, niet door de Wet, maar door de Heer zelf, die roept en zegt tot u: “komt allen tot Mij die vermoeid zijn, en Ik zal u rust geven. Kóm tot Mij, hóór, luister, en ge zult leven, uw ziel zal leven. Want God is Degene die weliswaar eenmaal in het verleden door Zijn Woord deze hele wereld gemaakt heeft maar die met diezelfde mond en met hetzelfde Woord gezegd heeft, dat deze wereld tijdelijk is, voorbij gaat, en met Zijn zelfde Woord, Zijn zelfde spreken, maakt Hij een nieuwe schepping.
En daarom zegt Paulus in één van zijn eerste woorden in zijn eerste brief in Romeinen 1 vers 16 “Het evangelie is kracht Gods” de Blijde boodschap de verkondiging van het Woord aangaande Christus in een Nieuw verbond. dat evangelie van Christus in zichzelf, dat Woord is kracht Gods tot zaligheid voor EEN IEDER die gelooft. Want als je niet luistert heb je er niks aan!

Je komt er niet mee weg

En vanavond roept Hij. Je komt niet weg, vanavond zeker niet, met te zeggen: “Maar ik ben al religieus..”
Dát is nou juist waar Hij je uitroept. Men zou niet zijn vertrouwen stellen op wetten en regels en op zijn eigen manier van leven hoe gedisciplineerd dat waarschijnlijk ook is, en hoe knap dat overigens ook moge zijn. Waar een mens zou komen zoals Abraham, zou gaan uit zijn land, uit zijn maagschap, en uit zijns vaders huis en op weg gaan. En de Heer zegt: “Ik zal je wijzen al de weg die gij gaan zult”.
En waarmee ook alweer zou een jongeling zijn pad rein bewaren? Als hij dat houdt naar uw Woord, Psalm 119. “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”. Niet menselijke overlevering, niet de Mozaïsche Wet uit geboden en inzettingen bestaande, maar het Woord van Gods Genade.

Rechtvaardigheid

Als je dat zoekt, als je waarheid zoekt, in alle oprechtheid, kom dan tot Jezus. Er is niks anders te doen dan Hem te danken en wat je dan zegt tegen Hem, dan zeg je “ spreek Heer want uw knecht hoort” als Samuel. Of je zegt: “wie zijt Gij Heere”. En later zegt diezelfde Paulus die zegt: het gaat in onze levens maar om één ding, dat we die religie achter ons laten.
Ik gun me de tijd niet om het voor te lezen maar het staat hier in Filippenzen 3, dat hij die dingen “schade en drek achtte” en hij had het over religie, “om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus Mijn Heer om wiens wil ik al die dingen schade en drek gerekend heb opdat ik Christus moge gewinnen, en in Hem gevonden worde, niet hebbende MIJN rechtvaardigheid die uit de Wet, uit religie is, maar die door het geloof van Christus is. Namelijk de rechtvaardigheid die uit het geloof is. Door het geloof opdat ik Hem kenne”.

Kent u de Heere Jezus?

En dat was wat hij tot de Heer zei toen die Hem riep: “Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij” kan gericht worden aan ieder die religieus is in de echte, ook Bijbelse betekenis van de term. En het antwoord zou moeten zijn: “Wie zijt gij Heere, ik ken U niet, maar maak U bekend. En dát gebed wordt, gegarandéérd, verhoord omdat het de wil van God Is dat wij komen tot kennis van Hem.
Ik kom uit oorspronkelijk evangelisch milieu en daarin vroegen wij elkaar: “kent u de Heere Jezus?” en dan bedoelden we echt niet of men er ooit van gehoord had. Maar wij bedoelden: “Ben je al tot geloof gekomen? Heb je jezelf al aan hem overgegeven? Heb je Hem toegelaten in je leven? Want dát is wat de Heer van ons vraagt.
Niet Wet, maar oprechte onderwerping aan Hem, en aan Zijn Woord zodat Hij door Zijn Woord, en zo werkt God altijd, door Zijn Woord. Opdat Hij door Zijn Woord Zijn Werk in ons zou doen. En nog een keer met de woorden van Paulus: “Opdat Gods kracht in onze zwakheid volbracht zal worden, tot eer van Hem in de eerste plaats, maar vervolgens ook tot redding en tot eer van ons.

Jezus en mohammed in één adem noemen?

Dat is al teveel eer….

De personen Jezus van Nazareth en Mohammed van Mekka worden door miljarden mensen wereldwijd als de grootste geestelijke leiders beschouwd. Jezus vormt het middelpunt van het christendom, Mohammed van de islam. Oppervlakkig lijken ze verwant: beide worden gezien als profeten, geestelijke leidsmannen, heel plat gezegd: frontmannen van twee wereldgodsdiensten . Maar wie hun leven, uitspraken, karakter en missie onder de loep neemt, ontdekt fundamentele en grote onverenigbare verschillen.


Achtergrond en geboorte

Jezus werd geboren in nederige omstandigheden in Bethlehem, uit de maagd Maria, door de kracht van de Heilige Geest. De Bijbel leert dat Hij de vleesgeworden Zoon van God is (Joh. 1:1, 14), zonder menselijke vader, en zonder zonde.

Mohammed werd rond 570 n.Chr. geboren in Mekka, als kind van Abdullah en Amina. Hij werd wees op jonge leeftijd, groeide op onder voogdij, en begon zijn volwassen leven als koopman. De islam beschouwt hem als ‘de laatste profeet’, maar niet als goddelijk. De Koran stelt expliciet dat hij slechts een mens is (Soera 18:110).


Missie en kernboodschap

Jezus’ boodschap draaide om het Koninkrijk van God, bekering, genade en vergeving. Hij riep mensen op tot innerlijke vernieuwing en geloof in Hem als de Weg tot de Vader:

“Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh. 14:6).

Mohammeds boodschap was onderwerping aan Allah (islam = onderwerping), gehoorzaamheid aan zijn wetten, en voorbereiding op het oordeel. De Koran zegt:

“Wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, zal in de tuinen van het paradijs worden gebracht… wie ongehoorzaam is, zal in het vuur branden.” (Soera 4:13-14)

De nadruk ligt op wet, regels en straf.


Omgang met vijanden

Jezus leerde liefde voor vijanden:

“Heb uw vijanden lief, zegen wie u vervloeken, doe goed aan wie u haten” (Matt. 5:44).
Zelf liet Hij zich vrijwillig arresteren, sloeg niet terug, en vergaf zelfs aan het kruis:
“Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen” (Lukas 23:34).

Mohammed daarentegen voerde tientallen gewapende expedities. Hij beval terechtstellingen (zoals van de Joodse stam Banu Qurayza), en veroverde Mekka met militaire overmacht. Zijn praktijk was vergelding en onderwerping. De Koran sanctioneert geweld in naam van Allah (Soera 9:5, 8:12).


Levensstijl en persoonlijk leven

Jezus was ongehuwd, leefde arm, had “geen plaats om zijn hoofd neer te leggen” (Matt. 8:20), en leefde volledig in dienstbaarheid. Hij had geen wereldse macht, geen vrouw, geen bezit, geen leger.

Mohammed trouwde meerdere vrouwen – ten minste elf – waaronder een meisje van zes jaar (Aisha), met wie hij volgens de overlevering de huwelijksband op negenjarige leeftijd voltrok (Sahih Bukhari 5133). Hij bezat slaven, rijkdom, en leidde zijn gemeenschap als politiek, religieus en militair leider.


Zonde en heiligheid

Jezus wordt door de Bijbel voorgesteld als de Zoon van God. Zondeloos (2 Kor. 5:21, Hebr. 4:15), de enige volmaakt rechtvaardige mens.

Mohammed daarentegen werd in de Koran zelf aangespoord om vergiffenis te vragen voor zijn zonden:

“Vraag vergiffenis voor uw zonden” (Soera 47:19).
“Opdat Allah u vergeve uw vroegere en latere zonden” (Soera 48:2)

Dit ondermijnt Mohammeds status als moreel volmaakt voorbeeld.


Het Evangelie ten tijde van Mohammed: hetzelfde als nu

Sommige moslims menen dat het oorspronkelijke evangelie dat Jezus verkondigde later is verdwenen of verdraaid. Maar dit klopt niet.

Feitelijk:

In de 7e eeuw, ten tijde van Mohammed, was het Nieuwe Testament al wijdverspreid in dezelfde vorm die we vandaag kennen. De evangeliën van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes werden al sinds de 2e eeuw als canoniek erkend en zijn bewaard in duizenden handschriften. Christelijke gemeenschappen in Syrië, Egypte, Klein-Azië, Ethiopië en Europa gebruikten deze teksten.

De Koran noemt het “Injil” – een openbaring die Jezus zou hebben ontvangen, vergelijkbaar met de Thora voor Mozes. Maar dat is een islamitisch misverstand:

  • In het christendom is het evangelie geen boekrol die Jezus zelf zou hebben neergeschreven of ontvangen,

  • maar het goede nieuws over Jezus – zijn leven, dood en opstanding – opgetekend door vier ooggetuigen of hun metgezellen.

Er is dus een fundamenteel verschil:

  • Islam: één boek, geopenbaard aan Jezus (Injil)

  • Christendom: vier evangeliën, als historisch verslag van Jezus’ leven en werk

Er is geen enkel bewijs dat er een ander evangelie circuleerde in Mohammeds tijd. Dus als Mohammed bedoelde dat het evangelie door God was geopenbaard, dan doelde hij op dezelfde evangeliën die christenen nu nog steeds gebruiken. Dat vormt een levensgroot probleem, zoals hieronder blijkt.


Het islamitische dilemma: bevestiging én tegenspraak van de Bijbel

De Koran stelt dat Allah eerder de Thora, de Psalmen en het Evangelie heeft geopenbaard:

“Wij hebben het Evangelie gezonden, waarin leiding en licht is, en ter bevestiging van de Thora…” (Soera 5:46)

“Als je twijfelt over wat Wij jou hebben geopenbaard, vraag dan hen die het Boek vóór jou lazen” (Soera 10:94)

Daaruit blijkt:

  • De Koran erkent dat de Bijbel van goddelijke oorsprong is.

  • Mohammed riep zelfs op om raad te vragen bij de mensen van het Boek.

Maar tegelijk spreekt de Koran de inhoud van de Bijbel flagrant tegen:

  • Jezus is niet de Zoon van God (Soera 112:3).

  • Hij werd niet gekruisigd (Soera 4:157).

  • De Drie-eenheid wordt verworpen (Soera 5:73).

Logisch gevolg: een onoplosbare tegenstrijdigheid

  1. Als de Bijbel authentiek is, dan is de Koran fout, want die spreekt hem tegen.

  2. Als de Bijbel vervalst zou zijn, dan is de Koran onbetrouwbaar, want die bevestigt de Bijbel als goddelijk.

Er is geen mogelijkheid om beide tegelijk als waarheid te aanvaarden.


Dood en erfenis

Jezus werd gekruisigd onder Romeins gezag – Hij gaf Zijn leven vrijwillig als losprijs voor zondaren (Mark. 10:45). Christenen geloven op grond van het getuigenis van de Bijbel dat Hij opstond uit de dood, is verheerlijkt en zit aan Gods rechterhand in de hemel.

Mohammed stierf in 632 n.Chr. in Medina door een opzettelijke vergiftiging door een Joodse vrouw wiens familie hij had vermoord. Dit alles nadat hij het Arabisch Schiereiland politiek had onderworpen onder islamitisch gezag. Hij werd begraven in zijn huis, later een moskee.


Twee totaal verschillende geesten

Waar Jezus opkwam voor armen, zieken en zondaars, geweld afwees en zijn leven gaf voor anderen, zien we bij Mohammed een leider die wetten oplegde, geweld goedkeurde en zich privileges toekende.

Hun  gezindheid is tegengesteld:

Jezus Mohammed
Dienend Gewelddadig/Heersend
Ongewapend Gewapend
Zondeloos Zondig
Gaf zichzelf Eiste gehoorzaamheid
Vergeving Straf
Liefde Onderwerping

Conclusie

Jezus en Mohammed vertegenwoordigen twee totaal verschillende benaderingen van God, verlossing en moraal:

  • Jezus: liefde, genade, vergeving, zelfopoffering

  • Mohammed: wet, macht, gehoorzaamheid, vergelding

De islam stelt dat de Koran het ware vervolg is op de Bijbel. Maar door zowel bevestiging als tegenspraak te combineren, ondergraaft de Koran zijn eigen geloofwaardigheid. Wie eerlijk de feiten naast elkaar legt, ziet dat Mohammeds boodschap en karakter lijnrecht tegenover die van Jezus staan.

“Niemand kan twee heren dienen…” – Jezus Christus (Mattheüs 6:24)

Het Islamitisch dilemma

Het Islamitisch dilemma

De gebrekkige kennis van Mohammed van de Evangeliën

De Koran roept moslims op om te geloven in de eerdere geopenbaarde geschriften: de Thora (Tawrat), de Psalmen (Zabur) en het Evangelie (Injil). Tegelijkertijd bevat de Koran beweringen over Jezus (Isa), Maria, en andere Bijbelse figuren die fundamenteel verschillen van wat de Bijbel leert. Dit leidt tot een belangrijk spanningsveld, vaak aangeduid als “het islamitisch dilemma”: als de Bijbel betrouwbaar is, dan spreekt de Koran zichzelf tegen; maar als de Bijbel corrupt is, waarom bevestigt de Koran die dan als goddelijk boek?
Daarnaast rijst de vraag: Wat wist Mohammed eigenlijk over de inhoud van de Bijbel, en met name over de evangeliën? Historische, tekstuele en theologische aanwijzingen wijzen erop dat Mohammed nooit directe toegang had tot de oorspronkelijke Bijbelteksten en zijn informatie baseerde op mondelinge overlevering en (mogelijk foutieve) tradities uit de marge van het jodendom en christendom.

Wat zegt de Koran over de eerdere geschriften?

De Koran erkent meerdere boeken als door God geopenbaard vóór de islam:
  • Tawrat – de Thora, aan Mozes gegeven
  • Zabur – de Psalmen, aan David gegeven
  • Injil – het Evangelie, aan Jezus gegeven
Meerdere verzen stellen dat moslims verplicht zijn te geloven in deze boeken:
“Zeg: Wij geloven in Allah en in wat aan ons is neergezonden, en in wat is neergezonden aan Abraham, Ismaël, Isaak, Jakob en de stammen, en in wat is gegeven aan Mozes, Jezus en de profeten…” (Soera 2:136)
“Laat het volk van het Evangelie oordelen naar wat Allah daarin heeft neergezonden.” (Soera 5:47)
➡️ De Koran bevestigt dus expliciet de goddelijke herkomst van de Thora, de Psalmen en het Evangelie, en moedigt zelfs oordelen aan op basis daarvan.

Het islamitisch dilemma: twee onhoudbare keuzes

Hier ontstaat het centrale dilemma:
Optie 1: De Bijbel is betrouwbaar
  • Dan spreken de Koran en de Bijbel elkaar op essentiële punten tegen: Jezus is de Zoon van God (Joh. 3:16) De Koran ontkent dit (Soera 19:35) Jezus stierf aan het kruis en stond op (Matt. 27–28) De Koran ontkent de kruisiging (Soera 4:157) Verlossing komt door geloof (Ef. 2:8–9) In de Koran: verlossing door werken (Soera 23:102–103)
Conclusie: Als de Bijbel betrouwbaar is, dan is de Koran in theologische en historische zin onjuist.
Optie 2: De Bijbel is corrupt of vervalst
  • Dan heeft Allah volgens de Koran mensen opgedragen om te oordelen naar een vervalst boek.
  • De Koran zegt nergens dat deze boeken al vóór Mohammed corrupt waren.
  • In Soera 5:47 wordt gesproken over het Evangelie alsof het nog steeds bruikbaar is.
Conclusie: Als de Bijbel corrupt is, is de Koran intern tegenstrijdig en dus niet betrouwbaar als openbaring.
Samenvatting van het dilemma:
Als de Bijbel waar is, is de Koran onjuist. Als de Bijbel onwaar is, is de Koran ook onjuist (omdat hij hem bevestigt).

Wat wist Mohammed over het Evangelie?

Geen Arabische Bijbel beschikbaar
Ten tijde van Mohammed (ca. 570–632 na Chr.) bestond er geen volledige Arabische vertaling van het Nieuwe Testament. De eerste vertalingen dateren uit de 8e tot 9e eeuw. Mohammed had dus geen directe toegang tot de canonieke Evangeliën.
Informatie via mondelinge en apocriefe bronnen
De informatie over Jezus en de Bijbel in de Koran lijkt afkomstig van:
  • Mondelinge overlevering via nomaden, handelaars, christenen en joden
  • Mogelijke invloeden van apocriefe evangeliën (zoals het Evangelie van Thomas)
  • Vroege ketterse stromingen (zoals Ebionieten, docetisten, gnostici)
Voorbeelden:
  • Jezus die als kind vogels van klei levend maakt (Soera 3:49) – komt niet voor in de Bijbel, wel in het Syrische Kindheidsevangelie
  • Jezus spreekt als baby vanuit de wieg (Soera 19:29-30) – eveneens apocrief
  • Maria wordt “zuster van Aäron” genoemd (Soera 19:28) – verwarring met Mirjam, de zus van Mozes

Geen kennis van de kern van het Evangelie

De Koran:
  • Kent geen kruisiging, geen opstanding
  • Kent geen verlossing door genade
  • Kent geen brieven van Paulus
  • Kent geen leer zoals die van de drie-eenheid
→ Mohammed kende blijkbaar niet de inhoudelijke kern van het christelijke evangelie.

Het Ezra-incident: een extra bewijs van verwarring

In Soera 9:30 staat:
“De Joden zeggen: ‘Ezra is de zoon van Allah.’…”
Probleem:
  • Er is geen enkel bewijs dat Joden ooit geloofd hebben dat Ezra (Ezra de schriftgeleerde) de Zoon van God was.
  • In geen enkele joodse bron (Tenach, Talmoed, Midrasj) wordt zo’n bewering gedaan.
  • Zelfs islamitische geleerden hebben moeite met deze tekst en stellen dat het misschien gaat om een verkeerde overlevering of een vergeten sekte – waarvoor geen historisch bewijs bestaat.
→ Dit vers is een ernstig voorbeeld van feitelijke onjuistheid in de Koran, en versterkt de conclusie dat Mohammed zijn informatie haalde uit onbetrouwbare bronnen.
Conclusie
Het zogenaamde “islamitisch dilemma” is geen kunstmatige paradox, maar een reëel en diepgaand theologisch probleem voor de islam. De Koran bevestigt de eerdere boeken van Mozes, David en Jezus, maar spreekt vervolgens leerstellingen uit die haaks staan op de inhoud van diezelfde boeken.
Bovendien laat de Koran zien dat Mohammed geen grondige, inhoudelijke kennis had van de Evangeliën, de Thora of het jodendom. Zijn beeld van het christendom lijkt gebaseerd op geruchten, apocriefe verhalen en vervormde theologische concepten.
Daarom geldt:
Als de Bijbel waar is, dan spreekt de Koran onwaarheid. Als de Bijbel vals is, dan heeft de Koran zich vergist door die te bevestigen.

Hoe dan ook, de Koran faalt als betrouwbare openbaring

zie ook:

Het Islamitisch dilemma 2 – Bijbelse basis

Jesus Is God – Isa Is Not – Bijbelse basis

Waarheid of leugen, allah: waarachtig of een bedrieger? – Bijbelse basis

extern:

Het Islamitisch Dilemma en Meer / Islam / Onderwerpen | keigoedcommentaar.nl

Islamic Dilemma — What It Is, Key Verses & Clear Summary

Kritiek op het Calvinisme

Het calvinisme is een invloedrijke stroming binnen het christendom die diepgeworteld is in de protestantse traditie. Het leert dat God soeverein alle gebeurtenissen heeft bepaald, inclusief de redding van individuen, en dat de mens volledig afhankelijk is van Gods genade.  In een recente video van Warren McGrew, presentator van het YouTube-kanaal Idol Killer, wordt het calvinisme benoemd als een schadelijke en misleidende leer die het christelijke geloof verdraait en het evangelie onjuist presenteert. Dieze blog analyseert McGrew’s argumenten tegen het calvinisme en onderzoekt de bredere implicaties van deze theologische discussie.

Calvinisme is een vervorming van het Evangelie

Een van de kernpunten van McGrew’s kritiek is dat het calvinisme een verdraaiing is van de oorspronkelijke christelijke boodschap. Volgens hem presenteert deze leer God als een wezen dat alle gebeurtenissen vooraf heeft bepaald, inclusief kwaad en zonde. Dit is problematisch omdat het een beeld van God schetst als iemand die niet werkelijk rechtvaardig is, maar eerder een meesterplanner van zowel goed als kwaad.

Calvinisten verdedigen hun standpunt vaak met de doctrine van predestinatie, (uitverkiezing) waarbij wordt gesteld dat God vooraf heeft bepaald wie gered zal worden en wie verloren zal gaan. Dit zou betekenen dat sommige mensen gedoemd zijn tot de hel zonder dat ze daar zelf iets aan kunnen doen. McGrew verwerpt deze interpretatie als onbijbels en moreel verwerpelijk. Hij stelt dat het evangelie in essentie een boodschap van liefde en redding voor iedereen is, niet alleen voor een selecte groep.

Daarnaast wijst hij op de historische context van het calvinisme. Hij stelt dat veel van de kernconcepten van deze leer, zoals de erfzonde en totale verdorvenheid, niet rechtstreeks uit de Bijbel komen, maar voortkomen uit de leer van Augustinus van Hippo. Deze ideeën, die pas ongeveer 500 jaar na Christus wijdverbreid werden, zouden daarom niet als oorspronkelijke christelijke doctrines mogen worden beschouwd.

Indoctrinatie en het gevaar van tunnelvisie

Een ander belangrijk punt dat McGrew aanhaalt, is hoe het calvinisme zich verspreidt via indoctrinatie, vooral binnen gezinnen en kerken waar eenzijdige theologische opvoeding wordt gegeven. Hij merkt op dat veel jonge calvinisten opgroeien in een omgeving waar alternatieve theologische perspectieven worden genegeerd of zelfs als gevaarlijk worden bestempeld. Hierdoor ontstaat een situatie waarin men ervan overtuigd is de absolute waarheid te bezitten, zonder open te staan voor kritiek of nuance.

Dit leidt volgens McGrew tot een “indoctrinatie-vibe” waarbij gelovigen niet worden aangemoedigd om zelf op zoek te gaan naar waarheid, maar simpelweg de dogma’s aannemen die hen worden geleerd. Hij verwijst in dit kader naar de YouTuber Messenger for Truth, die zichzelf als orthodox christen beschrijft en claimt enkel de oorspronkelijke apostolische leer te volgen. Toch verdedigt hij tegelijkertijd het calvinisme, dat pas vele eeuwen na Christus volledig is ontwikkeld. Dit toont volgens McGrew de interne tegenstrijdigheid van calvinistische theologie: het presenteert zich als puur en bijbels, terwijl het in werkelijkheid veel latere toevoegingen en interpretaties bevat.

Calvinisme als hindernis  voor evangelisatie en geloof

McGrew benadrukt dat het calvinisme niet alleen schadelijk is voor gelovigen, maar ook voor niet-gelovigen die het christendom willen begrijpen. Hij noemt drie manieren waarop calvinisme het geloof ondermijnt:

Foutieve theologie: Calvinisme presenteert God als iemand die de zonde heeft verordineerd en slechts een selecte groep mensen wil redden. Dit is in strijd met de bredere bijbelse boodschap waarin God liefdevol en rechtvaardig is, en redding voor iedereen beschikbaar stelt.

Afschrikking van niet-gelovigen: Wanneer buitenstaanders kennismaken met het calvinisme als representatief voor het christendom, krijgen ze een vertekend beeld van wie God werkelijk is. Velen verwerpen deze versie van het geloof en keren zich volledig af van het christendom, niet omdat ze Jezus afwijzen, maar omdat ze een theologisch systeem zien dat moreel problematisch lijkt.

Valse zekerheid voor calvinistische ‘farizeeërs’: McGrew stelt dat sommige calvinisten zich vasthouden aan een intellectueel systeem zonder een echte relatie met God te hebben. Voor hen is het calvinisme een filosofisch bouwwerk waarin ze zich veilig voelen, maar waarin ze de kern van het geloof – een oprechte band met God – uit het oog verliezen.

Volgens McGrew wordt het calvinisme vaak aantrekkelijk gevonden door mensen die houden van intellectuele uitdaging en complexiteit, maar die daardoor een authentieke en persoonlijke geloofsbeleving missen. Hij waarschuwt dat de theologische structuur van het calvinisme veel ruimte laat voor een rationele benadering van het geloof, zonder dat men werkelijk leeft volgens de leer van Christus.

Getuigenis

Een van de krachtigste argumenten in de video is McGrew’s eigen getuigenis. Hij was jarenlang een calvinist en verdedigde de leer met volle overtuiging, totdat hij zich realiseerde dat het in strijd was met de bijbelse boodschap van liefde en genade. Hij beschrijft hoe moeilijk het was om toe te geven dat hij een verkeerd theologisch systeem had verdedigd, en hoe pijnlijk het besef was dat hij, in zijn oprechte verlangen om God te eren, onbewust een verdraaide versie van het evangelie had verkondigd.

McGrew’s verhaal benadrukt het belang van geloofs zelfreflectie. Hij moedigt anderen aan om kritisch na te denken over de doctrines die zij aanhangen en zich niet blind te staren op traditie of autoriteit. Hij stelt dat ware theologie niet draait om intellectuele coherentie, maar om een oprechte relatie met God.

De kritiek op het calvinisme, zoals geuit door Warren McGrew, is diepgaand en raakt aan fundamentele vragen over de aard van God, genade en menselijke verantwoordelijkheid. Hij betoogt dat het calvinisme een misleidende en schadelijke leer is die een onjuist beeld schetst van Gods karakter en een obstakel vormt voor zowel gelovigen als niet-gelovigen.

Door te wijzen op de historische wortels van het calvinisme, de gevaren van indoctrinatie en de negatieve impact op evangelisatie, maakt McGrew een krachtig pleidooi voor een hernieuwde benadering van het geloof – een die werkelijk recht doet aan de Bijbelse boodschap van liefde en redding voor iedereen.

Is bekering echt zo moeilijk? Een kritische blik op de bevindelijk Gereformeerde traditie

In sommige geloofstradities wordt bekering gezien als een moeizaam en ingrijpend proces. Vooral binnen de bevindelijk gereformeerde kringen leeft het idee dat bekering gepaard gaat met een lange weg van strijd, zelfonderzoek en onzekerheid. Maar is dat wel wat de Bijbel leert? Is bekering echt zo moeilijk als men denkt?

Wat is bekering binnen de traditie?

Binnen de bevindelijk gereformeerde kringen ligt de nadruk sterk op de persoonlijke ervaring van het geloof. Men spreekt over de ‘weg der bekering’, een proces dat verloopt volgens de fases van ellende, verlossing en dankbaarheid. De gedachte hierachter is dat iemand eerst diep moet beseffen hoe zondig hij is (ellende), daarna mag ervaren hoe Christus redt (verlossing), en vervolgens een leven van dankbaarheid leidt.

Veel mensen binnen deze traditie worstelen jarenlang met de vraag of ze wel echt bekeerd zijn. Ze verlangen naar een diepere zekerheid, maar blijven vaak steken in een gevoel van onwaardigheid. Sommigen spreken zelfs over een ‘lange weg’ voordat ze mogen geloven dat Christus ook voor hen gestorven en opgestaan is.

Wat zegt de Bijbel?

Als we naar de Bijbel kijken, zien we een ander beeld. Bekering wordt daar niet gepresenteerd als een langdurig en moeizaam proces, maar als een directe oproep tot verandering. In Handelingen 2:38 zegt Petrus:

 “Bekeert u, en een ieder van u late zich dopen in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.”

Dit is een duidelijke, directe oproep. Er wordt geen langdurig proces van worsteling genoemd, maar een onmiddellijke keuze voor Christus.

Jezus zelf zei in Marcus 1:15:

“Bekeert u en gelooft het Evangelie.”

Dit laat zien dat bekering en geloof hand in hand gaan. Het is niet iets wat de mens eerst moet verdienen door een lange periode van zelfonderzoek en ellende, maar een directe roep om zich tot God te keren.

Is bekering moeilijk?

Veel mensen in de bevindelijk gereformeerde traditie ervaren bekering als moeilijk, omdat zij geloven dat het iets is wat hen moet overkomen in plaats van iets waar ze zelf op mogen reageren. Maar de Bijbel laat zien dat bekering niet bedoeld is als een jarenlang gevecht, maar als een eenvoudige daad van gehoorzaamheid aan Gods roepstem.

Denk aan de moordenaar aan het kruis (Lukas 23:42-43). Hij had geen tijd om een lange weg van bekering af te leggen. Hij riep slechts uit:

“Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.”

En Jezus antwoordde direct: “Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.”

Dit laat zien dat bekering niet ingewikkeld hoeft te zijn. Het is geen kwestie van jarenlange worsteling, maar van het erkennen van Jezus als Redder en het vertrouwen op Zijn Verlossingswerk..

Waarom ervaart men bekering toch als moeilijk?

Het idee dat bekering moeilijk is, komt vaak voort uit menselijke gedachten en tradities. Binnen de bevindelijk gereformeerde kringen wordt bekering vaak gekoppeld aan diepe emoties en bepaalde ervaringen. Wie die ervaringen niet heeft, kan denken dat hij nog niet echt bekeerd is.

Maar de Bijbel leert nergens dat bekering gepaard moet gaan met een specifieke ervaring of bepaalde gevoelens. Het gaat om een bewuste keuze om Christus te volgen. Jezus nodigt ieder mens uit:

“Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven” (Mattheüs 11:28).

De gedachte dat bekering een lang en moeilijk proces is, komt niet uit de Bijbel, maar uit menselijke tradities. De Schrift leert dat bekering een directe oproep is tot geloof in Jezus Christus. Iedereen die zich tot Hem keert, wordt aangenomen.

Dit betekent niet dat er geen geestelijke groei en verdieping nodig is in het geloofsleven. Maar die groei is niet hetzelfde als bekering. Bekering is de eerste stap, niet het eindpunt van een lange weg. Het is de deur die openstaat voor iedereen die Jezus aanneemt als Redder.

Laten we daarom de oproep van de Bijbel serieus nemen en beseffen dat bekering geen onbereikbaar ideaal is, maar een genadegave van God. Vandaag nog kun je, zonder enige vertraging, gehoor geven aan Zijn roep:

 “Bekeert u en gelooft het Evangelie!”

Schrift en belijdenis?

Schrift en belijdenis?

Belijdenisgeschriften 

In het boek “Schrift en belijdenis?” onderzoekt Harold Grevers de gereformeerde belijdenisgeschriften en vergelijkt deze met de Bijbel. Hij stelt de vraag of het gerechtvaardigd is om naast de Bijbel een belijdenis te hebben en of de gereformeerde belijdenisgeschriften volledig in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Geschiedenis

Grevers geeft eerst een korte geschiedenis van de Reformatie en het ontstaan van de gereformeerde belijdenisgeschriften. Hij bespreekt de drie sola’s van de Reformatie: alleen door het geloof, alleen door Gods genade en alleen door de Schrift. Hij bespreekt ook de opkomst van de wederdopers en hun invloed op de totstandkoming van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Niet in overeenstemming

Vervolgens bespreekt Grevers de drie belijdenisgeschriften: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus. Hij onderzoekt verschillende artikelen uit deze geschriften en vergelijkt ze met de Bijbel. Hij concludeert dat er meerdere punten zijn waar de belijdenisgeschriften niet in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Grevers bespreekt ook de rol van de kerkenraad en de sacramenten in de gereformeerde traditie. Hij stelt dat de kerkenraad niet in overeenstemming is met de Bijbelse structuur van de gemeente en dat de sacramenten geen genademiddelen zijn.

De uitverkiezing

Ten slotte bespreekt Grevers de leer van de uitverkiezing en verwerping. Hij concludeert dat deze leer niet in overeenstemming is met de Bijbel en dat de Bijbel leert dat God alle mensen wil redden.

De Bijbel alleen

Grevers besluit zijn boek met een oproep om terug te keren naar de Bijbel en de belijdenisgeschriften kritisch te onderzoeken. Hij benadrukt dat de Bijbel het enige onfeilbare richtsnoer is voor het christelijk geloof.

Lees: Schrift en belijdenis? (pdf)

Vrij van de Wet , o vreugdevol leven

Vrij van de Wet , o vreugdevol leven

Dit lied is vanaf de 1e uitgave (1905) tot en met de 14e (1940) opgenomen geweest in de Zangbundel Joh. de Heer (verwijderd 1947)

1 Vrij van de wet, o vreugdevol leven!

Niet meer aan Horeb vrezen en beven,

Maar bij het kruis, daar schenkt Hij gena,

Prijs Jezus’ bloed, Halleluja.

refrein:

Eens voor al, uw Heiland belooft het;

Eens voor al, o zondaar, geloof het;

Klem u aan ’t kruis, hoe diep ook uw val,

Jezus verlost u eens voor al.

2 Slechts één gebod komt nu nog van boven,

Om in den naam van Jezus te g’looven,

Hij zij het richtsnoer van ons bestaan,

Hij onze Gids op ’s levens baan.

refrein

3 Kunnen wij thans in zonden gaan leven,

Nu Jezus’ bloed ons ’t al heeft vergeven?

Neen, dat zij verr’, want wie Hem gelooft,

Volgt Hem getrouw als Heer en Hoofd.

refrein

4 Geen wet op steen met letters geschreven,

Maar door Zijn Geest, moet ’t goddelijk leven

Zijn in uw hart als levende brief:

Hebt als u zelf uw naasten lief!

refrein

5 Kom dan, gemeente des Eengeboornen,

Predik die Wet aan al het verloorne.

Eenmaal sprak Mozes, Jezus spreekt nu,

Sluit niet uw hart, Hij spreekt tot u.

refrein

 

He shall come

“What I say unto you I say unto all, Watch.”

“At even, or at midnight, or at the cock-crowing.”

It may be in the evening,

When the work of the day is done,

And you have time to sit in the twilight,

And to watch the sinking sun;

While the long bright day dies slowly

Over the sea,

And the hour grows quiet and holy

With thoughts of Me;

While you hear the village children

Passing along the street,

Among these thronging footsteps

May come the sound of My feet;

Therefore I tell you, watch!

By the light of the evening star,

When the room is growing dusky

As the clouds afar;

Let the door be on the latch

In your home,

For it may be through the gloaming,

I will come.

It may be in the midnight

When ’tis heavy upon the land,

And the black waves lying dumbly

Along the sand;

When the moonless night draws close

And the lights are out in the house,

When the fires burn low and red,

And the watch is ticking loudly

Beside the bed;

Though you sleep tired on your couch,

Still your heart must wake and watch

In the dark room;

For it may be that at midnight

I will come.

It may be at the cock-crow,

When the night is dying slowly

In the sky,

And the sea looks calm and holy,

Waiting for the dawn of the golden sun

Which draweth nigh;

When the mists are on the valleys, shading,

The rivers chill,

And my morning star is fading, fading

Over the hill;

Behold, I say unto you, watch !

Let the door be on the latch

In your home,

In the chill before the dawning,

Between the night and morning,

I may come.

It may be in the morning

When the sun is bright and strong,

And the dew is glittering sharply

Over the little lawn,

When the waves are laughing loudly

Along the shore,

And the little birds are singing sweetly

About the door;

With the long day’s work before you

You are up with the sun,

And the neighbors come to talk a little

Of all that must be done;

But, remember, that I may be the next

To come in at the door,

To call you from your busy work,

For evermore.

As you work, your heart must watch,

For the door is on the latch

In your room,

And it may be in the morning

I will come.

So I am watching quietly

Every day,

Whenever the sun shines brightly

I rise and say,

Surely it is the shining of His face,

And look unto the gate of His high place

Beyond the sea,

For I know He is coming shortly

To summon me;

And when a shadow falls across the window

Of my room,

Where I am working my appointed task,

I lift my head to watch the door and ask

If He is come!

And the Spirit answers softly

In my home,

“Only a few more shadows,

And He will come.”

Geverifieerd door MonsterInsights