Vergeving volgens de Bijbel: hoe een populaire leer het Evangelie van Gods Genade ondermijnt

Waarom Mattheüs, Johannes en Paulus niet zonder onderscheid op één hoop gegooid mogen worden

 

Wanneer Bijbelteksten elkaar lijken tegen te spreken…

Er zijn preken die zoveel Bijbelteksten bevatten dat kritiek bijna onmogelijk lijkt. Van Mattheüs naar Markus, van Johannes naar Efeze, van Kolossenzen naar Jakobus: de ene tekst volgt de andere op.

Voor veel christenen is dat hét bewijs dat een boodschap Bijbels is.

Maar daar schuilt een groot gevaar.

Veel Bijbelteksten gebruiken is nog geen garantie voor een Bijbelse boodschap

De duivel citeerde immers ook de Schrift (Mattheüs 4). Het probleem zit zelden in de tekst, maar vrijwel altijd in de manier waarop teksten met elkaar worden verbonden.

Een preek wordt niet Bijbels doordat er veel verzen worden gelezen.

Een preek is Bijbels wanneer de Schrift in haar eigen context mag spreken.

En precies daar gaat het in veel prediking over vergeving volgens de Bijbel mis.

Vergeving in de Bijbel
Vergeving volgens de Bijbel

De eerste denkfout: de vrucht wordt de wortel

De besproken prediking wil gelovigen aansporen om anderen te vergeven.

Dat is volkomen Bijbels.

Maar vervolgens wordt langzaam een andere gedachte opgebouwd.

Namelijk:

God vergeeft jou in dezelfde mate als jij anderen vergeeft.

Dat klinkt ernstig.

Maar Paulus leert iets anders.

Hij schrijft:

“In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden.” (Efeze 1:7)

En:

“Hij heeft u al de misdaden vergeven.” (Kolossenzen 2:13)

Niet:

“Hij zal misschien vergeven.”

Niet:

“Hij vergeeft wanneer jij eerst…”

Maar:

Hij heeft vergeven

Dat is de grondslag van het Evangelie.

Daarom schrijft Paulus vervolgens:

“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32)

Let op de volgorde.

Niet:

God → misschien.

Maar:

God → reeds.

Daarna pas volgt de oproep tot vergeving.

De vrucht wordt in de besproken preek echter tot wortel gemaakt.

En zodra dat gebeurt, verschuift de aandacht van Christus naar de mens.

 

De tweede denkfout: Mattheüs wordt de bril waardoor Paulus gelezen moet worden

Hier ligt misschien wel het grootste exegetische probleem.

Steeds opnieuw vormt Mattheüs 6 het uitgangspunt.

Daarna worden Paulus en Kolossenzen erbij gezocht.

Maar Paulus doet precies het omgekeerde.

Hij begint nooit bij de vraag:

“Hoe krijg ik vergeving?”

Hij begint bij:

“Wat heeft Christus reeds volbracht?”

Waarom?

Omdat Paulus schrijft Golgotha.

Pinksteren.

de openbaring van het Lichaam van Christus.

De gelovige leeft niet vóór het kruis.

Maar vanuit het kruis.

Dat verschil bepaalt de hele uitleg van het Nieuwe Testament.

De derde denkfout: Johannes 20 wordt uit zijn context gehaald

Nog opvallender is de toepassing van Johannes 20.

“Welken gij de zonden vergeeft…”

Deze woorden worden gepresenteerd alsof iedere gelovige vandaag bepaalt of de zonden van een ander vergeven blijven.

Maar dat is niet wat de tekst zegt.

De Here Jezus spreekt daar tot Zijn apostelen.

Binnen de context van hun bijzondere bediening.

Daaruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat iedere christen dezelfde bevoegdheid bezit.

Wanneer dat onderscheid verdwijnt, krijgt de gemeente een verantwoordelijkheid opgelegd die de Schrift nergens op die manier oplegt.

 

De vierde denkfout: de onvergeeflijke zonde wordt erbij gehaald

Hier verandert een scheve uitleg in een geestelijk gevaarlijke uitleg.

Plotseling verschijnt Markus 3.

De zonde tegen de Heilige Geest.

Dat is misschien wel de grootste rode vlag van de hele preek.

Waarom?

Omdat deze geschiedenis helemaal niet over de Gemeente gaat.

De Here Jezus spreekt tegen Farizeeën.

Religieuze leiders.

Mensen die, ondanks de onmiskenbare wonderen van Christus, willens en wetens het werk van de Heilige Geest aan Beëlzebul toeschreven.

Dat is een unieke historische situatie.

Toch wordt deze geschiedenis vervolgens gebruikt als waarschuwing richting wedergeboren gelovigen.

Maar Paulus doet dat nergens.

Sterker nog.

Wanneer Paulus over de Heilige Geest spreekt, klinkt juist de zekerheid:

“Bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” (Efeze 4:30)

Zie je het verschil?

De preek zegt:

Pas op dat je niet…

Paulus zegt:

U bent verzegeld… daarom…

Dat is geen nuance.

Dat is een totaal andere benadering.

De vijfde denkfout: de zekerheid van het Evangelie verdwijnt

Hier worden de gevolgen zichtbaar.

Na afloop blijft de luisteraar achter met vragen als:

Heb ik iedereen wel vergeven?

Zou mijn bitterheid Gods vergeving blokkeren?

Ben ik misschien geestelijk in gevaar?

Zou ik onbewust de Heilige Geest hebben gelasterd?

Geen enkele van die vragen vindt haar oorsprong in Paulus.

Integendeel.

Paulus richt de blik steeds omhoog.

Naar Christus.

Naar Zijn bloed.

Naar Zijn volbrachte werk.

Naar de positie van de gelovige.

De gelinkte prediking richt de blik uiteindelijk naar binnen.

En precies daar begint alle geestelijke onzekerheid.

 

De zesde denkfout: verschillende bedelingen worden vermengd

Hier raken we de kern.

De preek behandelt zonder onderscheid:

  • de Bergrede;
  • Johannes 20;
  • Markus 3;
  • Paulus.

Alles wordt samengevoegd tot één doorgaande boodschap.

Maar daarmee verdwijnen de verschillen tussen:

  • de bediening van de Messias aan Israël;
  • het apostolisch gezag;
  • de verwerping van de Messias door Israël;
  • en de openbaring van het Lichaam van Christus.

Dat noemen we geen harmonisatie.

Dat noemen we vermenging.

En vermenging levert vrijwel altijd verwarring op.

 

Waarom is dit zo ernstig?

Omdat het niet alleen gaat over vergeving.

Het gaat over de vraag waarop onze zekerheid rust.

Rust zij op:

Christus?

Of uiteindelijk toch op:

mijn geestelijke prestaties?

Wanneer de gelovige moet onderzoeken of hij wel genoeg heeft vergeven om zelf vergeving te ontvangen, is het fundament ongemerkt verschoven.

Dan is het oog niet langer gericht op Christus.

Maar op de eigen geestelijke staat.

Dat is precies wat Paulus nergens doet.

 

Wat leert het evangelie wel?

Het evangelie van Gods genade is verrassend eenvoudig.

Christus droeg de schuld.

Christus betaalde de prijs.

Christus vergoot Zijn bloed.

Daarom schrijft Paulus:

  • Wij hebben de verlossing.
  • Wij hebben de vergeving.
  • Wij zijn verzegeld.
  • Wij zijn met God verzoend.

Vanuit die zekerheid roept hij vervolgens op:

  • vergeef elkaar;
  • wees vriendelijk;
  • wees barmhartig;
  • wandel waardig de roeping waarmee u geroepen bent.

Niet om behouden te worden.

Maar omdat u behouden bent.

Dát is het verschil tussen wet en genade.

De oproep om anderen te vergeven is volkomen Bijbels.

Maar zodra die oproep wordt losgemaakt van de positie van de gelovige in Christus, verandert het evangelie ongemerkt in een systeem van voorwaarden.

Wanneer vervolgens de Bergrede, Johannes 20 en zelfs de zonde tegen de Heilige Geest worden gebruikt om die voorwaarden kracht bij te zetten, ontstaat een boodschap die wel veel Bijbelteksten bevat, maar waarin de leer van Paulus niet langer de toon zet.

De ironie is pijnlijk.

Een preek die bedoeld is om vrijheid te brengen, kan zo juist onzekerheid zaaien.

Een boodschap over vergeving kan de zekerheid van de vergeving ondermijnen.

Daarom blijft de oproep van Paulus beslissend:

“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32)

Dat is geen voorwaarde om door God aangenomen te worden.

Dat is de vrucht van een volbrachte verlossing.

En dát is de blijde boodschap van het Evangelie.

 

Veelgestelde vragen (FAQ)

Is Gods vergeving afhankelijk van onze bereidheid om anderen te vergeven?

Volgens de brieven van Paulus ontvangen gelovigen vergeving op grond van het volbrachte werk van Christus (Efeze 1:7; Kolossenzen 1:14; Kolossenzen 2:13). Vanuit die ontvangen genade worden zij opgeroepen anderen te vergeven (Efeze 4:32).

Wat betekent de zonde tegen de Heilige Geest?

In Mattheüs 12 en Markus 3 spreekt de Here Jezus tot Farizeeën die het werk van de Heilige Geest bewust aan Satan toeschreven. Over de toepassing op christenen bestaan binnen de christelijke uitleg verschillende visies. Dit artikel bespreekt waarom die waarschuwing volgens een dispensationalistische lezing niet zonder meer op de Gemeente kan worden toegepast.

Waarom is Efeze 4:32 zo belangrijk?

Omdat Paulus daar de volgorde vastlegt: God heeft eerst vergeven in Christus; daarom vergeven gelovigen elkaar. Die volgorde bewaart het onderscheid tussen genade en verdienste.

Waarom is context zo belangrijk bij Bijbeluitleg?

Bijbelteksten moeten gelezen worden in hun historische, literaire én heilshistorische context. Wie woorden uit verschillende situaties zonder onderscheid samenvoegt, loopt het risico conclusies te trekken die veel verder gaan dan de tekst zelf ondersteunt.

Ik heb dit in een video verwerkt:

YouTube player

lees ook:

Israël en de Gemeente: het Bijbelse onderscheid – Bijbelse basis

De Gemeente is geen Israël – Bijbelse basis

Wat zegt de Bijbel over de gemeente van Jezus Christus? – Bijbelse basis

Het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede en de Gemeente – Bijbelse basis

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente – Bijbelse basis

Gods Koninkrijk zichtbaar maken? – Bijbelse basis

Het Evangelie in lekentaal – geen mening, maar goed nieuws – Bijbelse basis

extern:

vergeving » Bijbels Panorama

De Koran en de kruisiging van Jezus

De kruisiging van Jezus en de islam: waar het echte breekpunt ligt

De vraag of Jezus Christus werkelijk gekruisigd is, is geen detail in het gesprek tussen islam en christelijk geloof. Soera 4:157 zegt dat Jezus niet gedood en niet gekruisigd is, maar dat het slechts zo leek. Daarmee raakt de Koran niet een bijzaak, maar het hart van het evangelie. Want volgens de Schrift is Christus juist gekomen om Zijn leven te geven als rantsoen voor velen. Als het kruis wordt weggenomen, blijft er misschien nog religie over, maar geen verzoening.

Er zijn verschillen tussen islam en christelijk geloof die oppervlakkig lijken. Men spreekt over God, profeten, openbaring, oordeel, gebed en gehoorzaamheid. Daardoor ontstaat gemakkelijk de indruk dat het vooral om varianten binnen dezelfde religieuze familie gaat.

Maar dat beeld houdt geen stand zodra één vraag op tafel komt:

Is Jezus Christus werkelijk gekruisigd?

De islam zegt in Soera 4:157 dat de Joden Jezus niet hebben gedood en Hem niet hebben gekruisigd, maar dat het hun slechts zo leek. Daarmee raakt de Koran niet een randzaak, maar het hart van het christelijk geloof. Want zonder kruis is er geen verzoening. Zonder verzoening is er geen evangelie. En zonder evangelie blijft de mens in zijn schuld voor God staan.

Dit is niet zomaar een klein verschil tussen twee tradities. Dit is de breuklijn.

Soera 4 over de kruisiging van Jezus

De Koran spreekt de geschiedenis tegen

De kruisiging van Jezus behoort tot de best bevestigde feiten uit de oudheid. Niet alleen christelijke bronnen spreken erover. Ook niet-christelijke, Joodse en Romeinse bronnen bevestigen dat Jezus onder Pontius Pilatus is terechtgesteld.

Dat is belangrijk.

Want als alleen christenen over de kruisiging zouden spreken, kon men nog zeggen: dat is intern geloofsgetuigenis. Maar de kruisiging wordt juist ook bevestigd door bronnen die geen belang hadden bij de christelijke boodschap. Sterker nog: vijandige of buitenstaande getuigen hadden er geen enkele reden voor om de christelijke verkondiging te helpen.

Toch bevestigen zij dit ene feit: Jezus is gekruisigd.

Daarmee staat Soera 4:157 historisch zwak. De Koran verschijnt ruim zes eeuwen later en ontkent precies datgene wat de vroegste en breedst gedragen historische getuigenis bevestigt.

Dat is geen kleinigheid. Dat is een ernstige botsing met de werkelijkheid.

 

Waarom zou de Koran de kruisiging ontkennen?

De vraag is natuurlijk: waar komt die ontkenning vandaan?

De ontkenning van de kruisiging is niet pas met de islam ontstaan. In de eerste eeuwen na Christus waren er afwijkende stromingen die moeite hadden met een werkelijk lijdende Christus. Sommige groepen leerden dat Jezus niet echt een lichaam had, maar slechts een schijnlichaam. Anderen meenden dat niet Jezus Zelf, maar iemand anders in Zijn plaats werd gekruisigd.

Dat soort ideeën noemen we vaak docetisch: Jezus leek mens, maar was het volgens die visie niet werkelijk. Hij leek te lijden, maar leed niet echt. Hij leek gekruisigd te worden, maar dat gebeurde volgens die gedachte niet werkelijk.

Waarom ontstond zo’n leer? Omdat men het ondenkbaar vond dat de heilige, hemelse Christus werkelijk door mensenhanden vernederd, gemarteld en gekruisigd kon worden. Het kruis was te rauw. Te lichamelijk. Te vernederend.

Maar juist daar ligt de ergernis én de heerlijkheid van het evangelie.

Christus is niet gekomen om op afstand te blijven. Hij is werkelijk mens geworden. Niet schijnbaar. Niet symbolisch. Niet als toneel. Hij heeft vlees en bloed aangenomen. Hij heeft geleden. Hij is gestorven. Hij is begraven. En Hij is opgestaan.

De Koran lijkt juist aan te sluiten bij die oude ontkenning van het werkelijke lijden van Christus. Maar daarmee staat zij niet dichter bij de waarheid; zij herhaalt een oude dwaling.

 

Het kruis is geen nederlaag, maar Gods reddingsweg

Voor de islam is het kruis vaak een probleem. Hoe kan God toelaten dat Zijn profeet zo vernederd wordt? Hoe kan een gezant van God eindigen aan een kruis? Is dat geen mislukking?

De Bijbel draait die vraag volledig om.

Het kruis is geen ongeluk. Geen nederlaag. Geen mislukte missie. Het kruis is het doel van Christus’ komst.

De Heere Jezus kwam niet alleen om te leren, te waarschuwen, wonderen te doen of een voorbeeld te geven. Hij kwam om Zijn leven te geven tot een rantsoen voor velen.

“Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.” Mattheüs 20:28 (STV)

Dat is de kern. Christus kwam niet alleen met een boodschap. Hij ís de boodschap. Hij kwam niet alleen om over verlossing te spreken. Hij kwam om verlossing te volbrengen.

Daarom is de ontkenning van de kruisiging zo ernstig. Wie het kruis wegneemt, neemt niet alleen een gebeurtenis weg. Hij neemt het altaar weg. Hij neemt het bloed weg. Hij neemt de betaling weg. Hij neemt het fundament onder de vergeving vandaan.

 

Adam bracht scheiding, Christus brengt verzoening

De Bijbel begint niet met de mens als neutraal wezen dat alleen wat leiding nodig heeft. De mens is gevallen. Adam zondigde. Hij ging tegen Gods gebod in. Daardoor kwam er afstand tussen God en mens.

Zonde is niet slechts een foutje. Het is opstand. Het is het zich afkeren van God. Het is de breuk met de Bron van het leven.

Daarom werd Adam uit de hof gezet. Niet omdat God willekeurig streng was, maar omdat zonde scheiding brengt. De geestelijke afstand werd zichtbaar in een fysieke verwijdering.

Sindsdien leeft de mens buiten het paradijs. Niet alleen Adam, maar zijn nageslacht. Wij worden geboren in een wereld van dood, schuld, vervreemding en gebrokenheid. Dat is geen oppervlakkig probleem dat met religieuze inspanning kan worden opgelost.

Er is verzoening nodig.

Daarom noemt de Schrift Christus de laatste Adam. Waar Adam ongehoorzaamheid bracht, bracht Christus gehoorzaamheid. Waar Adam dood bracht, bracht Christus leven. Waar Adam de mensheid in schuld en vervreemding achterliet, kwam Christus om te herstellen wat de mens zelf nooit kon herstellen.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” 1 Korinthe 15:22 (STV)

Het kruis is dus geen vreemd aanhangsel aan het geloof. Het is de plaats waar de tweede Adam doet wat de eerste Adam niet deed: volkomen gehoorzaam zijn tot in de dood.

 

Zonder bloed geen vergeving

De Bijbelse lijn is helder: vergeving vraagt verzoening. Schuld moet niet alleen genegeerd worden, maar gedragen. God is liefde, maar Hij is ook heilig en rechtvaardig. Hij doet niet alsof zonde niet bestaat.

Daarom loopt er door de hele Schrift een lijn van offer, bloed en plaatsvervanging.

In Genesis zien we al dat schaamte en schuld niet door menselijke bedekking worden opgelost. Adam en Eva maken zelf vijgenbladeren, maar God bekleedt hen. Later zien we offers, het Pascha, de tabernakel, de tempeldienst en de Grote Verzoendag. Al die lijnen wijzen vooruit.

Niet omdat dierenbloed op zichzelf zonde kon wegnemen, maar omdat God vooruitwees naar het ene volmaakte offer: Christus.

“En zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.” Hebreeën 9:22 (STV)

Dat is precies waarom de kruisiging onmisbaar is. Het kruis is niet alleen een martelaarsdood. Het is offer. Plaatsvervanging. Voldoening. Daar draagt Christus de schuld van zondaren.

Wie het kruis ontkent, houdt misschien nog religie over. Maar geen verzoening.

 

De Koran houdt een profeet over, maar verliest de Zaligmaker

In de islam blijft Jezus een bijzondere figuur. Hij wordt Messias genoemd. Hij wordt geboren uit Maria. Hij verricht wonderen. Hij wordt zelfs “woord” van God genoemd. Maar de beslissende werkelijkheid wordt ontkend: Hij is niet de eeuwige Zoon Die mens werd om zondaren met God te verzoenen.

Daar ontstaat een diepe innerlijke spanning.

Want als Jezus slechts een profeet is, waarom krijgt Hij dan zulke uitzonderlijke titels? Waarom wordt Hij geboren zonder menselijke vader? Waarom wordt Hij Messias genoemd? Waarom wordt Hij verbonden met Gods Woord en Geest? Waarom krijgt Hij een plaats die geen andere profeet op dezelfde manier krijgt?

De Koran gebruikt hoge taal over Jezus, maar trekt terug zodra die taal haar volle betekenis krijgt.

De Bijbel doet dat niet. De Bijbel laat Christus staan in Zijn volle heerlijkheid: waarachtig God en waarachtig mens. Niet half God en half mens. Niet een verheven schepsel. Niet slechts een boodschapper. Maar het vleesgeworden Woord.

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” Johannes 1:14 (STV)

Dat is de grote kloof. In de islam komt een boek naar beneden. In het evangelie komt God Zelf tot ons in de Persoon van Zijn Zoon.

 

Het Woord werd geen papier, maar vlees

Er ligt hier een belangrijk verschil.

De islam ziet de Koran als openbaring van God. Veel moslims spreken over de Koran als het woord van God. Maar het christelijk geloof zegt niet dat Gods hoogste openbaring een boekvorm aannam. Het zegt dat het Woord vlees werd.

Dat betekent: God heeft Zich niet slechts bekendgemaakt in tekst, maar in Zijn Zoon.

De Heere Jezus is niet alleen iemand die woorden van God spreekt. Hij is het Woord. Hij openbaart de Vader volkomen. Wie Hem ziet, ziet de Vader. Wie Hem verwerpt, verwerpt de Vader.

“Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien.” Johannes 14:9 (STV)

Daarom kan Jezus niet worden teruggebracht tot profeet binnen een rij van profeten. Hij is uniek. Mozes wees vooruit. De profeten wezen vooruit. Johannes de Doper wees vooruit. Maar Christus is Degene naar Wie gewezen werd.

Hij brengt niet slechts een bericht. Hij brengt verlossing.

 

Oude dwalingen in een nieuw gewaad

Veel islamitische bezwaren tegen het christelijk geloof klinken nieuw, maar zijn dat niet. De gedachte dat Jezus niet werkelijk gekruisigd is, bestond al vóór Mohammed. De gedachte dat Jezus niet werkelijk mens kon zijn, bestond ook al vroeg. De moeite met een lijdende, vernederde Christus is oud.

Maar de apostelen hebben juist dáár met kracht tegen getuigd.

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” 1 Korinthe 15:3-4 (STV)

Let op die woorden: naar de Schriften.

De dood en opstanding van Christus waren geen latere christelijke uitvinding. Ze stonden in de lijn van Gods openbaring. Ze waren voorzegd, voorbereid en vervuld. De apostelen verkondigden geen religieus idee, maar een gebeurtenis die in de geschiedenis heeft plaatsgevonden en door God Zelf was aangekondigd.

Daarom is het christelijk geloof niet gebouwd op een vage religieuze ervaring. Het staat of valt met historische feiten: Christus is gestorven, begraven en opgewekt.

 

De vraag is niet: klinkt de islam eenvoudig?

Soms wordt gezegd: de islam is eenvoudiger. Eén God, één profeet, één boek, duidelijke regels. Dat klinkt overzichtelijk. Maar de vraag is niet of iets eenvoudig klinkt. De vraag is of het waar is.

Een godsdienst kan strak en helder lijken en toch de kern missen. Een systeem kan logisch aanvoelen en tegelijk botsen met Gods openbaring.

Het evangelie is niet bedacht om netjes in menselijke schema’s te passen. Het evangelie vernedert de mens. Het zegt dat wij onszelf niet kunnen redden. Niet door gebed. Niet door vasten. Niet door religieuze ijver. Niet door goede werken. Niet door vrome ernst.

Wij hebben een Zaligmaker nodig.

En die Zaligmaker is niet gekomen om ons een trap te geven waarlangs wij omhoog kunnen klimmen. Hij is afgedaald. Hij heeft onze natuur aangenomen. Hij heeft onze schuld gedragen. Hij is gestorven. Hij is opgestaan.

Dat is geen religieuze ladder. Dat is genade.

 

De ergernis van het kruis

Het kruis blijft een ergernis. Voor religieuze mensen is het te vernederend. Voor morele mensen is het te radicaal. Voor trotse mensen is het te afhankelijk. Voor filosofische mensen is het te lichamelijk. Voor wettische mensen is het te genadig.

Maar juist daar openbaart God Zijn wijsheid.

“Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid; Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.” 1 Korinthe 1:23-24 (STV)

Het kruis zegt: de mens is erger verloren dan hij wil toegeven. Maar het zegt ook: Gods genade is groter dan de mens durft hopen.

Daarom is de ontkenning van het kruis geen neutrale correctie. Het is een geestelijke amputatie. Men houdt dan een Jezus over zonder bloed, zonder offer, zonder verzoening, zonder opstanding als overwinning op een werkelijk gedragen schuld.

Dat is niet de Jezus van de Schrift.

 

De Bijbel laat geen ruimte voor een Jezus Die niet werkelijk gekruisigd is. De apostolische verkondiging staat ermee vol. De profeten wezen ernaar vooruit. De evangeliën beschrijven het. De brieven leggen het uit. Openbaring toont het Lam als geslacht.

De kruisiging is geen christelijke misvatting die later gecorrigeerd moest worden. Zij is het middelpunt van Gods heilsplan.

Daarom kan Soera 4:157 niet naast het evangelie blijven staan alsof het slechts een ander accent is. Het ontkent precies datgene waardoor zondaren behouden worden.

De vraag is uiteindelijk niet of Jezus een profeet was. De vraag is of Hij de gekruisigde en opgestane Zoon van God is.

Volgens de Schrift is Hij dat.

En daarom blijft dit de boodschap die niet ingeruild kan worden voor welk religieus systeem dan ook:

Christus is gestorven voor onze zonden.
Christus is begraven.
Christus is opgewekt.
Christus leeft.
En alleen in Hem is verzoening met God.

Geverifieerd door MonsterInsights