Wij leven in de laatste dagen

De laatste dagen, niet zoals velen denken

De vraag duikt telkens weer op wanneer de wereld onrustig wordt, en er weer reuring is: leven wij in de laatste dagen?
Voor velen betekent die vraag vooral: staat het einde van de wereld voor de deur?

Maar wie de Schrift zorgvuldig leest, ontdekt dat de Bijbel daar heel anders over spreekt.

De “laatste dagen” zijn volgens het Nieuwe Testament niet iets dat pas vlak voor het einde begint. Ze zijn al lang geleden begonnen.

De laatste dagen begonnen bij de opstanding van Christus

Op de Pinksterdag citeert Petrus de profeet Joël en zegt:

“En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees.”
(Handelingen 2:17, STV)

Voor Petrus was dat geen verre toekomst. Hij zegt juist: dit is wat nu gebeurt.

De uitstorting van de Geest op Pinksteren markeert dus het begin van die laatste dagen. De apostelen zagen hun eigen tijd al als die periode.

Ook Hebreeën bevestigt dat:

“God, voortijds vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon.”
(Hebreeën 1:1–2, STV)

De komst, dood en opstanding van Christus markeren het begin van de nieuwtestamentische tijd.

Sindsdien leven wij in wat de Schrift “de laatste dagen” noemt.

Kenmerken van de laatste dagen

De apostelen beschrijven de geestelijke toestand van die tijd opvallend scherp.

Paulus schrijft:

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf, geldgierig, laatdunkend, hoogmoedig, lasteraars, den ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig.”
(2 Timotheüs 3:1–2, STV)

Het gaat hier niet alleen over moreel verval in de wereld, maar ook over religieuze schijn.

Even verder staat:

“Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben.”
(2 Timotheüs 3:5, STV)

Religie zonder waarheid. Vroomheid zonder kracht. Dat is volgens Paulus een kenmerk van deze tijd.

Afval en misleiding

Een ander duidelijk kenmerk van de laatste dagen is afval van het geloof.

Paulus schrijft:

“Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten en leringen der duivelen.”
(1 Timotheüs 4:1, STV)

Let op: het gevaar komt niet alleen van buiten.

Het ontstaat vaak binnen het christendom zelf.

Petrus waarschuwt bovendien voor spotters:

“Dit eerst wetende, dat in het laatste der dagen spotters komen zullen, die naar hun eigen begeerlijkheden zullen wandelen.”
(2 Petrus 3:3, STV)

Zij stellen de vraag die vandaag nog steeds klinkt:

Waar blijft Zijn wederkomst?

De antichrist: niet alleen een toekomstige figuur

Veel christenen denken bij de antichrist meteen aan één toekomstige wereldleider.

Maar Johannes zegt iets opvallends:

“Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden.”
(1 Johannes 2:18, STV)

Volgens Johannes waren er in zijn tijd al vele antichristen.

Wie zijn dat?

Hij legt het zelf uit:

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Het woord antichrist betekent niet alleen tegen Christus, maar ook in plaats van Christus.

Iedereen die zich tussen Christus en de gelovige plaatst — geestelijk, religieus of organisatorisch — treedt feitelijk in Zijn plaats.

Het gevaar van religieuze systemen

Paulus waarschuwde de ouderlingen van Efeze:

“Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen.En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.”
(Handelingen 20:29–30, STV)

Let op waar het gevaar vandaan komt:

uit het midden van de gemeente zelf

Mensen die volgelingen achter zich willen trekken.

Dat is precies hoe religieuze machtsstructuren ontstaan.

Christendom is geen religie

Veel mensen spreken over het christendom als een religie.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft iets totaal anders.

Paulus schrijft:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)

Christelijk geloof draait niet om religieuze systemen, regels of kerkelijke macht.

Het draait om een levende relatie met Christus.

Hij alleen is het Hoofd van de gemeente.

“En Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen.”
(Efeze 1:22, STV)

Niet een kerk.
Niet een organisatie.
Niet een menselijke leider.

Christus alleen

De ware strijd van de laatste dagen

De grootste geestelijke strijd van deze tijd is daarom niet alleen moreel verval of wereldse zonde.

De grootste strijd is deze:

blijft Christus werkelijk centraal?

Of schuift er langzaam iets tussen:

  • religieuze systemen
  • geestelijke leiders
  • tradities
  • menselijke autoriteit

Alles wat tussen Christus en de gelovige komt, ondermijnt uiteindelijk het evangelie.

De enige veilige plaats

De Bijbel wijst steeds weer terug naar één fundament:

het Woord van God.

En naar één Persoon:

Jezus Christus.

Paulus schrijft:

“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?”
(Romeinen 8:35, STV)

Het antwoord is duidelijk:

Niemand

Wie in Hem gelooft staat in vrijheid, Genade en zekerheid.

Niet door religie.

Maar door Christus alleen.

Já. wij leven in de laatste dagen.

Maar dat is al zo sinds de opstanding van Christus.

De echte vraag is daarom niet hoe lang het nog duurt, maar:

Blijven we vasthouden aan Christus en Zijn Woord,
of laten we ons verleiden door alles wat zich in Zijn plaats wil stellen?

Dáár ligt de ware strijd van de laatste dagen.

Het evangelie: geen nieuw verhaal, maar Gods vervulde belofte

Er wordt gesproken over “het Evangelie”. Maar wat betekent dat woord in de Schrift zelf? Is het simpelweg een “blijde boodschap”? Is het een religieuze uitnodiging? Of is het iets veel concreters, veel historischer, veel Bijbelser?

Het Evangelie is de boodschap dat wat God tevoren beloofd had, vervuld is in Christus

Dat is niet zomaar een detail. Het is allesbepalend.

Evangelie begint niet in het Grieks, maar al in het Oude Testament

Veel moderne uitleg vertrekt bij het Griekse woord euangelion en komt uit bij “goed nieuws”. Maar de Schrift zelf doet dat niet. Paulus schrijft in Romeinen 1:1-2:

“Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God, (hetwelk Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften)” (Romeinen 1:1-2 STV)

Dát is de Bijbelse definitie.

Het Evangelie is niet iets nieuws dat God plotseling bedacht heeft. Het is niet een improvisatie of plan B nadat Israël faalde. Het is de vervulling van wat in Mozes, de Psalmen en de Profeten al was aangekondigd. Tevoren beloofd.

Als het niet tevoren beloofd is, is het geen Evangelie, hoe aantrekkelijk het ook klinkt.

Bethlehem of opstanding?

Een confronterende gedachte is deze: de Messias is niet in volle zin “gekomen” bij Zijn geboorte, maar bij Zijn opstanding.

Waarom? Omdat dáár Gods beloften definitief vervuld worden. Dáár begint het nieuwe leven. Dáár wordt Hij verklaard te zijn de Zoon van God in kracht.

De doop beeldt dood en opstanding uit. Wedergeboorte betekent het afleggen van het oude en het aandoen van het nieuwe. In dat licht wordt Christus’ opstanding het beslissende moment van vervulling.

Dat schuurt met traditionele fopvattingen en formuleringen. maar het brengt wel terug bij  de Schrift.

“Mijn Evangelie”…heeft Paulus dan een ander Evangelie?

Paulus spreekt over “mijn Evangelie”. Dat is voor sommigen reden om meerdere evangeliën te onderscheiden. Alsof er een evangelie van Jezus zou zijn, een van Petrus, en een ander van Paulus.

Maar Paulus bedoelt iets anders.

Wanneer hij schrijft dat hem het Evangelie is toevertrouwd, dan zegt hij niet dat het exclusief van hem is. Hij zegt dat hij er verantwoordelijk voor is. Het definieert zijn roeping. Hij is:

“afgezonderd tot het Evangelie van God” (Romeinen 1:1 STV)

Het Evangelie is hem toevertrouwd – niet om het te wijzigen, maar om het te verkondigen.

Evangelie van het Koninkrijk, van de Genade, van de Eeuwige heerlijkheid, het Eeuwig evangelie

In het Nieuwe Testament komen verschillende aanduidingen voor:

  • Evangelie van het Koninkrijk
  • Evangelie van de Genade Gods
  • Evangelie van de eeuwige heerlijkheid
  • Het eeuwig evangelie

Zijn dat  dan verschillende boodschappen?

Nee. Het zijn verschillende accenten.

Genade beschrijft hoe het Koninkrijk tot stand komt.
Koninkrijk beschrijft wat de Genade uitwerkt.
Eeuwige heerlijkheid wijst op de hemelse positie en beloning.

Maar de kern blijft gelijk: Gods beloften worden vervuld in Christus.

Wie daar kunstmatig scheidingen in aanbrengt, loopt het risico het ene Evangelie van het andere los te maken – en dat is precies wat Paulus in Galaten zo scherp veroordeelt.

Handelingen: een gemiste nationale bekering?

De periode van Handelingen laat zien dat het evangelie eerst aan de Joden werd gepredikt. Er was gelegenheid tot bekering. Maar het volk als geheel verwierp de Messias.

Dat was geen verrassing. De gelijkenis van de boze wijngaardeniers (Mattheüs 21) laat het al zien:

“Dit is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden.”

Johannes 12 verklaart dat hun ongeloof reeds voorzegd was. Het drama van Handelingen is dus geen mislukking van Gods plan, maar de vervulling van Zijn voornemen.

Gods plan ontspoort niet. Het loopt precies zoals aangekondigd.

Evangelie van Gemeentelijke heerlijkheid: meer dan alleen zalig worden

Er is een belangrijk onderscheid tussen:

  • Zaligheid door geloof
  • En loon en heerlijkheid in de hemelse roeping

Het evangelie spreekt niet alleen over vergeving, maar óók over roeping, kroon en positie in Christus.

De gelovige ontvangt niet slechts leven – hij wordt mede-erfgenaam. Hij krijgt deel aan een hemelse heerlijkheid. Dat is geen verdienste, maar Genade. En toch spreekt de Schrift over loon voor trouw dienstwerk.

Wie het Evangelie reduceert tot “ik ben gered”, mist de rijkwijdte van Gods plan.

Openbaring gaat niet primair over het einde van de wereld

Het Bijbelboek Openbaring beschrijft niet primair het vergaan van de wereld, maar de openbaring van Christus als Koning.

2 Petrus 3 spreekt over het vergaan van elementen, maar Openbaring toont de komst van het Koninkrijk.

Wie dat verwart, verwart oordeel met vernietiging en heerschappij met ondergang.

Wat betekent dit voor ons als gelovigen ?

Het Evangelie is niet maar een emotionele ervaring. Het is geen religieus gevoel. Het is een Goddelijke aankondiging:

Evangelie: God heeft gedaan wat Hij beloofd had

Daarom mag de gelovige weten:

  • Hij is verlost uit deze tegenwoordige boze wereld.
  • Hij heeft nieuw leven ontvangen.
  • Hij heeft een hemelse positie.
  • Hij leeft uit Genade, niet uit werken.

En daarom blijft er maar één passende reactie over:
een leven dat een wandel in aanbidding is.

Niet om iets te verdienen.
Maar omdat alles reeds vervuld is in Christus.

 

Het offer van Christus, méér dan Zijn kruisdood

Zijn hele leven was een offer

In veel prediking wordt het offer van Christus vrijwel gelijkgesteld aan één moment: het kruis. Golgotha is het centrum. Daar werd de schuld gedragen. Daar vloeide het bloed. Daar riep Hij:

“Toen Jezus dan de edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.” (Johannes 19:30 STV)

En toch… als we de Schrift nauwkeurig lezen, ontdekken we dat het offer van Christus méér omvat dan alleen Zijn kruisdood. Het kruis is het hart van het werk – maar niet het hele werk.

Wie het offer reduceert tot alleen het sterven, doet onbedoeld tekort aan de rijkdom van wat God heeft geopenbaard.

Het offer begon niet op Golgotha

Het offer van Christus begon niet toen de spijkers door Zijn handen gingen. Het begon bij Zijn komst in de wereld.

“Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid;
Brandoffers en offer voor de zonde hebben U niet behaagd;Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God.
Als Hij tevoren gezegd had: Slachtoffer en offerande en brandoffers en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden),
Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.
In welken wil wij geheiligd zijn door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied”. (Hebreeën 10:5-10 STV)

Hij ontving een lichaam met een doel: om het te geven. Zijn hele leven stond in het teken van gehoorzaamheid. Niet incidenteel. Niet gedeeltelijk. Volkomen.

“En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” (Filippenzen 2:8 STV)

Zijn hele leven was een offer. Het kruis was geen noodlottige afloop. Het was het goddelijke plan.

Het bloed werd niet alleen gestort, het werd ook binnengebracht

Hier wordt het vaak stil in prediking. Want Hebreeën leert ons iets dat verder gaat dan alleen het sterven.

“Maar Christus, gekomen zijnde een Hogepriester der toekomende goederen, door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel, ook niet door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.” (Hebreeën 9:11-12 STV)

In het Oude Testament was het niet genoeg dat het offerdier werd geslacht. De hogepriester moest het bloed binnenbrengen in het heilige der heiligen.

Dat deed Christus.

Hij stierf.
Maar Hij ging ook in.
Hij bracht Zijn eigen bloed in het ware, hemelse heiligdom.

Zonder die hogepriesterlijke bediening is het beeld onvolledig.

De opstanding hoort ook bij het offer

Het evangelie eindigt niet bij een dode Heiland. De opstanding is geen bijzaak. Deze is essentieel.

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Romeinen 4:25 STV)

Zijn opstanding bevestigt:

  • dat het offer door God is aanvaard
  • dat de schuld werkelijk is weggedragen
  • dat de dood niet het laatste woord heeft

Een gestorven Messias kan geen levende Middelaar zijn. Maar Christus leeft.

Zijn werk gaat door

Het offer is niet maar een eenmalige gebeurtenis in het verleden. Het heeft een voortdurende werking.

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25 STV)

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij past toe wat Hij verwierf.

Zijn kruisdood is het fundament.
Zijn huidige bediening is de toepassing.

Waarom dit zo belangrijk is

Wanneer het evangelie wordt teruggebracht tot een emotioneel moment bij het kruis, verliest men het zicht op de verheven, hemelse bediening van Christus.

Christus is niet slechts het Lam dat geslacht werd.
Hij is ook de Hogepriester Die leeft.

“Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.” (Hebreeën 10:14 STV)

Dat is geen halve verlossing.
Dat is geen tijdelijke oplossing.
Dat is een volkomen, blijvend, hemels werk.

Het offer van Christus is groter dan Golgotha alléén.

Het is het volbrachte én levende werk van de opgewekte, verheerlijkte Here Jezus Christus .

Die niet alleen stierf, maar leeft tot in eeuwigheid.

lees ook:

Wat het Hogepriesterschap van Christus vandaag voor ons betekent

Het kruis is het fundament, het Evangelie is meer

“Koning Jezus”

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding?

Het leven van Christus

Het leven van Christus: meer dan een inspirerend voorbeeld

Veel christenen lezen de Evangeliën alsof zij een verzameling losse lessen zijn. Mooie woorden. Aansprekende verhalen. Een moreel voorbeeld.

Maar het leven van de Here Jezus Christus is geen losse verzameling inspiratie. Het staat midden in Gods heilsplan. Wie dat niet ziet, leest de Evangeliën te klein.

Christus kwam niet in een leeg veld

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.” (Galaten 4:4 STV)

Hij kwam niet om een nieuwe religie te starten.
Hij werd geboren in Israël.
Hij leefde onder de Wet.
Hij sprak tot een verbondsvolk.

Dat bepaalt alles.

Zijn prediking, Zijn wonderen, Zijn discussies met Farizeeën — ze staan in het kader van Israëls geschiedenis en de oudtestamentische beloften.

Het Koninkrijk was geen vaag begrip

“Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.” (Mattheüs 4:17 STV)

Dat Koninkrijk was geen innerlijke gemoedstoestand. Het was verbonden met:

  • de troon van David
  • de beloften aan Abraham
  • het herstel van Israël

De eerste hoorders begrepen dat heel concreet.

Wie het Koninkrijk alleen vergeestelijkt, maakt het kleiner dan de Schrift het doet.

De wonderen waren tekenen

“Indien Ik door den Geest Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.” (Mattheüs 12:28 STV)

Zijn wonderen waren geen spektakel.
Ze bevestigden Zijn identiteit.
Ze lieten zien: hier handelt de Messias.

Blindheid wijkt.
Demonen vluchten.
De dood wijkt.

Dat zijn Koninkrijks-tekenen.

De verwerping veranderde de situatie

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” (Johannes 1:11 STV)

De Evangeliën laten een duidelijke beweging zien:

  • Aanvankelijke verwondering
  • Toenemende weerstand
  • Uiteindelijk verwerping

Het kruis was geen onverwacht ongeluk.
Maar het was wel het gevolg van echte afwijzing.

Dat moment is een breuklijn in de heilsgeschiedenis.

Het kruis centraal

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld.” (Jesaja 53:5 STV)

Hier ligt het hart van alles.

Niet het voorbeeld van Jezus.
Niet alleen Zijn onderwijs.
Maar Zijn offer.

Hier wordt zonde geoordeeld.
Hier wordt schuld gedragen.
Hier wordt verzoening bewerkt.

Zonder kruis geen evangelie.

De opstanding opent een nieuwe fase

“Hij is hier niet; want Hij is opgestaan.” (Mattheüs 28:6 STV)

De opstanding bevestigt:

  • Het offer is aanvaard
  • De dood is overwonnen
  • De geschiedenis is niet vastgelopen

Maar opvallend is de vraag van de discipelen:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten?” (Handelingen 1:6 STV)

Die vraag wordt niet bespot.
Ze wordt niet gecorrigeerd.
Het tijdstip blijft verborgen.

Dat laat zien dat Gods plan groter is dan één moment.

Het leven van Christus is fundament én toekomst

Christus zit nu aan Gods rechterhand.

“Daarom kan Hij ook volkomenlijk zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25 STV)

Zijn aardse leven was:

  • de vervulling van oudtestamentische beloften
  • het keerpunt van Israëls geschiedenis
  • de grondslag voor wereldwijde redding
  • de garantie van toekomstige vervulling

Wie de Evangeliën losmaakt van die grote lijn, verliest diepte.

Geen sentimentaliteit, maar heilswerk

Het leven van Christus is geen religieuze inspiratiebron.
Het is de beslissende ingreep van God in de geschiedenis.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Korinthe 15:22 STV)

Dat is geen poëzie.
Dat is realiteit.

En wie dat ziet, leest de Evangeliën niet meer oppervlakkig.

Misschien is de belangrijkste vraag niet hoe wij het leven van Christus begrijpen,

maar of wij bereid zijn het in zijn volle Bijbelse gewicht te laten staan.

Niet verkleind tot moraal, niet vervluchtigd tot gevoel, maar erkend als Gods beslissende handelen in de geschiedenis.

Wie de Evangeliën goed leest, kan niet neutraal blijven.

Christus is óf de vervulling van Gods beloften — óf Hij is het niet. Maar zelf invullen of half lezen is geen optie.

 

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

In gesprekken hoor je het: “Jezus dit” en “Jezus dat.”
Soms oprecht bedoeld. Soms bijna terloops. Soms zelfs achteloos.

Het komt zelfs ook voor dat Hij benaderd wordt als een  soort butler die geacht wordt in actie te komen op commando.

Maar waarom spreken gelovigen traditioneel van de Here Jezus Christus?
Is dat ouderwets taalgebruik? Vrome gewoonte? Of zit er iets diepers achter?

De Schrift zelf geeft het antwoord.

De naam Jezus — Zijn vernedering

De naam Jezus is de naam van Zijn menswording.

“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21 STV)

Dat is de naam die Hij ontving bij Zijn geboorte.
De naam van de Mens geworden Zoon.
De naam verbonden aan Bethlehem, Nazareth, Galilea en Golgotha.

In de Evangeliën lezen we hoe mensen “Jezus volgden”. Zij liepen letterlijk achter Hem aan. Zij zagen Hem, hoorden Hem, raakten Hem aan.

Maar de Schrift blijft daar niet bij staan.

Christus — Zijn goddelijke aanstelling

“Christus” betekent: de Gezalfde.
Het is de Griekse vertaling van “Messias”.

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16 STV)

Christus is dus géén achternaam. Het is een titel.
Het spreekt van Zijn ambt. Zijn goddelijke roeping. Zijn zalving door de Vader.

Als Christus is Hij:

– Profeet
– Priester
– Koning

Wanneer wij Hem “Christus” noemen, belijden wij dat Hij de door God gezonden Verlosser is.

Dat is méér dan alleen de historische Jezus.

Here — Zijn verhoging

Na kruis en opstanding is Hij niet slechts Jezus van Nazareth.

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” (Handelingen 2:36 STV)

Hier klinkt iets beslissends.

God heeft Hem tot Heere gemaakt.

Heere betekent: Soevereine, Meester, Eigenaar.
Het Griekse Kurios werd gebruikt voor absolute heerschappij.

Daarom schrijft Paulus:

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is.” (Filippenzen 2:9 STV)

En verder:

“Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.” (Filippenzen 2:10 STV)

Wij spreken dus niet meer slechts over de vernederde Jezus.
Wij spreken over de verhoogde Heere.

Waarom dat verschil, zeker vandaag, relevant is

In onze tijd is “Jezus” soms gereduceerd tot een vriendelijke spirituele figuur.
Een inspirerend voorbeeld.
Een zachte rabbi.
Een moreel kompas.

Maar de Bijbel presenteert Hem als veel meer.

Wanneer de apostelen hun brieven openen, schrijven zij niet achteloos.

“Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.” (Romeinen 1:7 STV)

Dat is geen stijlvorm. Dat is belijdenis.

Elke keer dat zij die volle naam gebruiken, erkennen zij:

– Zijn menswording
– Zijn Messiaanse zending
– Zijn koninklijke heerschappij

Het gaat niet om vrome formaliteit

Dit is geen taalpolitie.
Het is geen wettische regel.

Het gaat om erkenning.

Wie Hij is, bepaalt hoe wij Hem noemen.

Wanneer wij spreken van de Here Jezus Christus, doen wij precies wat de Schrift doet: wij belijden Hem in de volheid van Zijn Persoon en werk.

Niet kleiner dan Hij is.
Niet oppervlakkiger dan de apostelen deden.
Niet vertrouwelijker dan gepast is.

Eerbied begint in taal

Taal vormt denken.
Denken vormt geloofsbeleving.

Wie achteloos spreekt, denkt vaak ook achteloos.
Wie belijdend spreekt, houdt zijn hart bij de waarheid.

Hij is Jezus — de Mens geworden Zoon.
Hij is Christus — de Gezalfde van God.
Hij is de Here — verhoogd boven alle naam.

En daarom spreken wij niet simpelweg over “Jezus”.

Daarom: Here Jezus Christus.

lees ook:

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

De Naam die men liever niet noemt

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

“Ik wil Jezus volgen.”
“Wij volgen Christus.”

Deze woorden klinken vertrouwd. Ze worden gezongen, gebeden en gepreekt. Maar wat bedoelen we er werkelijk mee? Is het slechts een andere formulering voor hetzelfde? Of zit er een Bijbels onderscheid in dat je niet mag negeren?

Het gaat dus niet om semantiek. om gegoochel met woorden of muggenzifterij achter de komma.

Het gaat om het hart van het Evangelie.

Jezus, de vernederde Knecht

De naam Jezus is de naam van Zijn menswording.

“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21 STV)

Dat is de naam van Bethlehem. Van Nazareth. Van Galilea. Van Gethsémané.

En van Golgotha.

Wanneer mensen in de Evangeliën Jezus volgden, was dat letterlijk. Zij liepen achter Hem aan. Zij hoorden Zijn onderwijs. Zij zagen Zijn tekenen.

“En Hij zeide tot hen: Volgt Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.” (Mattheüs 4:19 STV)

Maar ook toen al was volgen geen vrijblijvende sympathie.

“Toen zei Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis op, en volge Mij.” (Mattheüs 16:24 STV)

Dat is geen religieuze betrokkenheid. Dat is zelfverloochening. Kruisdragen. Sterven aan het eigen ‘ik’

Wie Jezus volgt, verliest zijn oude centrum.

Christus – de Gezalfde, de verhoogde Heer

‘Christus’ is geen achternaam. Het betekent: de Gezalfde. De Messias.  De verheerlijkte. Degene die beloofd was.

“Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” (Mattheüs 16:16 STV)

Hier wordt duidelijk wie Jezus werkelijk is: niet slechts een leraar of rabbi, maar de door God gezalfde Verlosser.

Na kruis, opstanding en hemelvaart verschuift het accent in het Nieuwe Testament. De brieven spreken vooral over Christus, de verheerlijkte Heer.

“Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in den hemel,
Ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij, en allen naam die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende;
En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen” (Efeze 1:21-23 STV)

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is” (Filippenzen 2:9 STV)

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” (Kolossenzen 3:1 STV)

Wij volgen Hem niet meer over de stoffige wegen van Galilea. Wij kennen Hem als Degene Die gezeten is aan de rechterhand van God.

Dat is een fundamentele verschuiving.

Wij kennen Hem niet meer naar het vlees

Paulus formuleert dit scherp:

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16 STV)

“Naar het vlees” betekent: vanuit het aardse, menselijke perspectief. Als Zoon van David. Als Messias onder de wet.

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.” (Galaten 4:4 STV)

Dat was Zijn aardse bediening.

Maar nu is Hij verhoogd. En Paulus voegt er direct aan toe:

“Daarom, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

De gelovige behoort niet meer tot de oude orde. Hij behoort tot de, en is reeds nu al, de jure, een nieuwe schepping.

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.”(Kolossenzen 3:3 STV)

‘Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.”(1 Johannes 3:2 STV)

Wie blijft steken bij de “aardse Jezus” als moreel voorbeeld, mist de heerlijkheid van de verhoogde Christus.

Het gevaar van moralistische navolging

In onze tijd wordt “Jezus volgen” vaak ingevuld als:

– liefdevol leven
– recht doen
– goed zijn voor anderen

Dat klinkt nobel. Maar als het Evangelie gereduceerd wordt tot navolging van een moreel voorbeeld, dan is het kruis uit beeld verdwenen.

De Schrift zegt niet dat wij gered worden door Jezus na te bootsen, maar door te geloven dat Hij de Christus is.

“Opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.” (Johannes 20:31 STV)

Het fundament is geloof.

“Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.” (Galaten 2:20 STV)

Navolging begint bij éénwording met Christus in Zijn dood en opstanding. Niet bij gedragsverandering, maar bij een nieuwe positie.

Paulus als voorbeeld van hemelse gerichtheid

Daarom durft Paulus te zeggen:

“Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op hen die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt.” (Filippenzen 3:17 STV)

En hij verduidelijkt:

“Weest mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus.” (1 Korinthe 11:1 STV)

Hij vraagt geen persoonsverheerlijking. Hij wijst op een levenswandel die gevormd is door de verheerlijkte Christus.

In diezelfde context zegt hij:

“Broeders, ik acht niet dat ik zelf het gegrepen heb. Maar één ding doe ik: vergetende hetgeen dat achter is, en strekkende mij tot hetgeen dat vóór is, jaag ik naar het wit, tot de prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus.” (Filippenzen 3:13–14 STV)

Zijn blik is niet gericht op de zienlijke aardse dingen, maar de dingen die boven zijn.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Dát is het kader van Bijbelse navolging.

Jezus volgen en Christus volgen zijn geen twee verschillende wegen. Maar de nadruk is beslissend.

Zonder het belijden dat Jezus de Christus is, blijft men steken bij bewondering.

Zonder leven vanuit de verhoogde Christus, blijft men hangen in een aards perspectief.

Bijbelse navolging is:

geloven dat Jezus de Christus is
vertrouwen op Zijn volbrachte werk
leven vanuit de positie in Hem
zoeken wat boven is
wandelen overeenkomstig het evangelie

De vraag is daarom niet alleen:

Volg jij Jezus?

Maar vooral:

Geloof jij dat Jezus de Christus is  de gekruisigde, opgestane en verheerlijkte Heer?

Dáár begint het leven.
Dáár begint de navolging.

 

Het kruis is het fundament, het Evangelie is meer

Het kruis

Wanneer Paulus zegt dat hij niets anders wil weten dan Christus en Die gekruisigd, bedoelt hij niet dat hij alleen over Golgotha sprak.

In dezelfde brief (1 Korinthe) behandelt hij:

  • de opstanding (hoofdstuk 15)
  • het lichaam van Christus
  • geestelijke gaven
  • heiliging
  • de opname van de Geneente
  • en zelfs de voleinding van alle dingen

“Christus en Dien gekruisigd” is geen beperking, maar een fundament.

Alles wat Paulus onderwijst, vloeit voort uit het volbrachte werk.

Zonder kruis:

  • geen verzoening
  • geen rechtvaardiging
  • geen vrede met God
  • geen nieuwe positie

Het kruis blijft het hart van het evangelie.

Het evangelie is méér dan alleen het kruis

Paulus vat het evangelie samen:

“Dat Christus gestorven is voor onze zonden… en dat Hij is opgewekt…”
(1 Korinthe 15:3–4)

Romeinen 4:25 zegt:

“Die overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.”

Het kruis is leeg — het werk is volbracht.
Het graf is leeg — Hij leeft.

De gemeente verkondigt geen dode Messias, maar een levende Heer.

Het evangelie is:

  • Zijn dood
  • Zijn begrafenis
  • Zijn opstanding
  • Zijn hemelvaart
  • Zijn bediening als Hogepriester in de hemel

Kruis én opstanding horen bij elkaar.

Wat betekent dat voor de gelovige?

Romeinen 6 laat zien dat wij niet alleen gered zijn dóór Zijn dood, maar ook verbonden zijn mét Zijn leven.

Wij zijn:

met Hem gekruisigd

met Hem gestorven

met Hem begraven

met Hem opgewekt

met Hem in de hemel gezet

“En heeft ons medeopgewekt, en heeft ons medegezet in den hemel in Christus Jezus” (Efeze 2:6)

“Opdat… wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.” (Romeinen 6:4)

Nieuw leven is geen opgeknapte oude mens.

Het is leven vanuit een nieuwe positie in Christus.

Zoals Paulus zegt:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20)

Dat is volwassenheid.

Hebreeën 6

In Hebreeën 6:1–3 staat:

“Daarom nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons voortvaren tot de volmaaktheid…”

Dit betekent niet:
laat Christus achter.

Het betekent:
blijf niet hangen in elementair onderwijs.

Er wordt gesproken over:

  • bekering van dode werken
  • geloof in God
  • leer van dopen
  • oplegging der handen
  • opstanding der doden
  • eeuwig oordeel

Dat zijn fundamenten.

Maar je bouwt een huis niet door telkens de fundering te leggen. 

Je bouwt erop verder.

Het fundament blijft liggen, je bouwt erop.
En je groeit naar volwassenheid.

 “Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus;” (Efeze 4:15)

Is er een tegenstelling tussen 1 Korinthe 2 en Hebreeën 6?

Nee.

1 Korinthe 2:2 zegt:
Christus en Zijn kruis blijven centraal.

Hebreeën 6 zegt:
blijf niet geestelijk onvolwassen.

Dat zijn geen tegenstellingen.

Het eerste bewaakt het fundament.
Het tweede roept op tot groei.

Wat is echte geestelijke groei?

Geestelijke groei is niet:

  • minder nadruk op Golgotha
  • een “hogere openbaring” boven het kruis
  • meer menselijke inspanning

Maar:

  • dieper verstaan wat het kruis werkelijk betekent
  • leven vanuit de opstanding
  • wandelen in nieuwheid des levens
  • rusten in genade

De gemeente groeit niet van het kruis af.
Zij groeit in het volle besef van kruis én opstanding.

Het kruis is het fundament.
De opstanding is de levensbron.
Hebreeën 6 roept op tot volwassenheid.
Paulus houdt Christus gekruisigd centraal.

Er is geen tegenstelling.

Wie werkelijk groeit in het geloof, leert steeds dieper:

  • wat het betekent dat hij met Christus gestorven is
  • wat het betekent dat hij met Christus opgewekt is
  • wat het betekent dat Christus in hem leeft

Niet het kruis achter ons laten.
Maar dieper wortelen in het volbrachte werk,
en leven uit de Opgestane Heer.

 

Wesley Huff bij Joe Rogan

Deze video is een fragment uit een interview van Joe Rogan met historicus Wesley Huff over het historische bewijs voor de dood en opstanding van Jezus Christus.

Huff betoogt dat er sterk bewijs is dat Jezus gekruisigd werd en dat zijn volgelingen Hem na zijn dood levend hebben gezien. Hij baseert zich hierbij op de Evangeliën, die geschreven zijn in de tijd dat er nog ooggetuigen leefden. Hij erkent dat het moeilijk is om de opstanding te bewijzen, omdat het een bovennatuurlijke gebeurtenis is.

In het interview wordt de mogelijkheid besproken dat Jezus niet echt stierf aan het kruis, maar dat Zijn volgelingen zich vergisten. Huff weerlegt dit argument door te wijzen op de medische kennis over Romeinse kruisigingen en de gedetailleerde beschrijvingen in de Evangeliën.

Ook het Evangelie van Barnabas, een 15e-eeuws document dat beweert dat Jezus nooit gekruisigd is, komt aan bod. Huff legt uit dat dit document veel te laat is geschreven om als betrouwbaar bewijs te dienen.

De video sluit af met een discussie over de mentaliteit van mensen in de oudheid, die openstonden voor bovennatuurlijke gebeurtenissen. Huff suggereert dat dit de kans vergroot dat de opstanding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

YouTube player
Volledige interview HIER
Geverifieerd door MonsterInsights