De laatste dagen, niet zoals velen denken
De vraag duikt telkens weer op wanneer de wereld onrustig wordt, en er weer reuring is: leven wij in de laatste dagen?
Voor velen betekent die vraag vooral: staat het einde van de wereld voor de deur?
Maar wie de Schrift zorgvuldig leest, ontdekt dat de Bijbel daar heel anders over spreekt.
De “laatste dagen” zijn volgens het Nieuwe Testament niet iets dat pas vlak voor het einde begint. Ze zijn al lang geleden begonnen.

De laatste dagen begonnen bij de opstanding van Christus
Op de Pinksterdag citeert Petrus de profeet Joël en zegt:
“En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees.”
(Handelingen 2:17, STV)
Voor Petrus was dat geen verre toekomst. Hij zegt juist: dit is wat nu gebeurt.
De uitstorting van de Geest op Pinksteren markeert dus het begin van die laatste dagen. De apostelen zagen hun eigen tijd al als die periode.
Ook Hebreeën bevestigt dat:
“God, voortijds vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon.”
(Hebreeën 1:1–2, STV)
De komst, dood en opstanding van Christus markeren het begin van de nieuwtestamentische tijd.
Sindsdien leven wij in wat de Schrift “de laatste dagen” noemt.
Kenmerken van de laatste dagen
De apostelen beschrijven de geestelijke toestand van die tijd opvallend scherp.
Paulus schrijft:
“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf, geldgierig, laatdunkend, hoogmoedig, lasteraars, den ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig.”
(2 Timotheüs 3:1–2, STV)
Het gaat hier niet alleen over moreel verval in de wereld, maar ook over religieuze schijn.
Even verder staat:
“Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben.”
(2 Timotheüs 3:5, STV)
Religie zonder waarheid. Vroomheid zonder kracht. Dat is volgens Paulus een kenmerk van deze tijd.
Afval en misleiding
Een ander duidelijk kenmerk van de laatste dagen is afval van het geloof.
Paulus schrijft:
“Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten en leringen der duivelen.”
(1 Timotheüs 4:1, STV)
Let op: het gevaar komt niet alleen van buiten.
Het ontstaat vaak binnen het christendom zelf.
Petrus waarschuwt bovendien voor spotters:
“Dit eerst wetende, dat in het laatste der dagen spotters komen zullen, die naar hun eigen begeerlijkheden zullen wandelen.”
(2 Petrus 3:3, STV)
Zij stellen de vraag die vandaag nog steeds klinkt:
Waar blijft Zijn wederkomst?
De antichrist: niet alleen een toekomstige figuur
Veel christenen denken bij de antichrist meteen aan één toekomstige wereldleider.
Maar Johannes zegt iets opvallends:
“Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden.”
(1 Johannes 2:18, STV)
Volgens Johannes waren er in zijn tijd al vele antichristen.
Wie zijn dat?
Hij legt het zelf uit:
“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)
Het woord antichrist betekent niet alleen tegen Christus, maar ook in plaats van Christus.
Iedereen die zich tussen Christus en de gelovige plaatst — geestelijk, religieus of organisatorisch — treedt feitelijk in Zijn plaats.
Het gevaar van religieuze systemen
Paulus waarschuwde de ouderlingen van Efeze:
“Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen.En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.”
(Handelingen 20:29–30, STV)
Let op waar het gevaar vandaan komt:
uit het midden van de gemeente zelf
Mensen die volgelingen achter zich willen trekken.
Dat is precies hoe religieuze machtsstructuren ontstaan.
Christendom is geen religie
Veel mensen spreken over het christendom als een religie.
Maar het Nieuwe Testament beschrijft iets totaal anders.
Paulus schrijft:
“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)
Christelijk geloof draait niet om religieuze systemen, regels of kerkelijke macht.
Het draait om een levende relatie met Christus.
Hij alleen is het Hoofd van de gemeente.
“En Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen.”
(Efeze 1:22, STV)
Niet een kerk.
Niet een organisatie.
Niet een menselijke leider.
Christus alleen
De ware strijd van de laatste dagen
De grootste geestelijke strijd van deze tijd is daarom niet alleen moreel verval of wereldse zonde.
De grootste strijd is deze:
blijft Christus werkelijk centraal?
Of schuift er langzaam iets tussen:
- religieuze systemen
- geestelijke leiders
- tradities
- menselijke autoriteit
Alles wat tussen Christus en de gelovige komt, ondermijnt uiteindelijk het evangelie.
De enige veilige plaats
De Bijbel wijst steeds weer terug naar één fundament:
het Woord van God.
En naar één Persoon:
Jezus Christus.
Paulus schrijft:
“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?”
(Romeinen 8:35, STV)
Het antwoord is duidelijk:
Niemand
Wie in Hem gelooft staat in vrijheid, Genade en zekerheid.
Niet door religie.
Maar door Christus alleen.
Já. wij leven in de laatste dagen.
Maar dat is al zo sinds de opstanding van Christus.



hoor je het: “Jezus dit” en “Jezus dat.”

