Waarom 1 Korinthe 15:28 wringt met het klassieke drie-eenheidsdogma

10 minuten lezen

De Zoon Zelf zal onderworpen worden

Wat betekent het dat “de Zoon Zelf onderworpen” zal worden? In 1 Korinthe 15:28 schrijft Paulus woorden die vaak spanning oproepen binnen het klassieke drie-eenheidsdogma. Dit blog laat zien dat deze tekst de Godheid van Christus geenszins  ontkent. Jezus is JHWH. Maar tegelijk dwingt deze tekst ons om de Bijbelse orde, of  zo je wilt hiërarchie, tussen God, de Vader, en de Zoon serieus te nemen.

Er zijn Bijbelteksten die je niet mag wegverklaren omdat ze niet inpasbaar zouden zijn, maar gewoon moet laten staan. Niet omdat ze gemakkelijk zijn, maar omdat ze juist door hun scherpte ons dwingen om onze woorden onder het gezag van de Schrift te brengen.

1 Korinthe 15:28 is zo’n tekst.

“En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.” (1 Korinthe 15:28, STV)

Dit vers is geen aanval op de heerlijkheid van Christus. Het is geen ontkenning van Zijn Godheid. Het is geen munitie voor wie van Jezus slechts een schepsel, profeet of verheven mens wil maken.

Integendeel.

Juist omdat Jezus Christus zo hoog verheven is, juist omdat alle dingen Hem onderworpen worden, juist omdat Hij de laatste vijand, de dood, tenietdoet, is dit vers zo indrukwekkend.

Maar het vers ontmaskert wél iets anders: de vanzelfsprekendheid waarmee het kerkelijke drie-eenheidsdogma vaak zondermeer over de Schrift heen gelegd wordt.

Niet de Christus der Schriften wordt ontmaskerd, maar een latere kerkelijke formulering die moeite heeft met de duidelijke orde die Paulus hier beschrijft.

1 Korinthe15:28

De tekst zegt wat hij zegt

Paulus schrijft niet dat “de menselijke natuur” van Christus onderworpen zal worden. Hij schrijft ook niet dat “Christus naar Zijn Middelaarsambt” onderworpen zal worden, alsof dat de scherpe rand van de tekst wegneemt.

Hij schrijft:

“dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden” (1 Korinthe 15:28, STV)

Dat is directe taal. De Zoon Zelf.

Wie de Schrift serieus neemt, moet die woorden niet onmiddellijk ombouwen tot dogmatische categorieën. Natuurlijk is het waar dat Christus de Middelaar is. Natuurlijk is het waar dat Hij als Mens en als Messias regeert. Maar Paulus gebruikt hier niet de taal van concilies. Hij gebruikt de taal van openbaring.

God heeft alle dingen aan Christus onderworpen. Christus regeert totdat alle vijanden onder Zijn voeten gelegd zijn. Daarna wordt ook de Zoon Zelf onderworpen aan Hem Die Hem alle dingen onderworpen heeft.

Dat is de orde van de Schrift.

Dit is geen ontkenning van Jezus als JHWH

Laat dit helder zijn: wie 1 Korinthe 15:28 gebruikt om de Godheid van Christus te ontkennen, zakt hier keihard door het ijs. Dezelfde Schrift die spreekt over de onderwerping van de Zoon, spreekt ook over de Goddelijke heerlijkheid van de Zoon.

“Ik en de Vader zijn één.” (Johannes 10:30, STV)

“En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!” (Johannes 20:28, STV)

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” (Kolossenzen 2:9, STV)

“Welke, in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn.” (Filippenzen 2:6, STV)

De Schrift laat geen ruimte voor een lagere Christus. Jezus is niet slechts een gezant of een profeet naast God. Hij is niet een engel. Hij is niet een geschapen tussenwezen. Hij draagt de Naam, de heerlijkheid, de werken en de aanbidding die aan JHWH toekomen.

Maar dezelfde Schrift laat óók geen ruimte om de Zoon los te maken van Zijn verhouding tot de Vader.

“Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.” (Johannes 6:38, STV)

“De Vader is meerder dan Ik.” (Johannes 14:28, STV)

“Doch van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.” (Markus 13:32, STV)

Deze teksten zijn geen ongelukken of toevalligheden in de Bijbel. Ze zijn geen voetnoten die met wat dogmatische tactiek onschadelijk gemaakt moeten worden.

Ze horen bij de openbaring van de Zoon.

Jezus is JHWH. En Jezus is de Zoon.
Jezus is waarachtig God. En Jezus is de Gezondene.
Jezus is één met de Vader. En Hij doet de wil van de Vader.
Jezus ontvangt alle dingen. En Hij onderwerpt uiteindelijk alles aan God.

Dat gegeven moeten we niet negeren.

Waar het dogma begint te wringen

Het klassieke drie-eenheidsdogma wil de Godheid van Christus beschermen. Die intentie is begrijpelijk. In de kerkgeschiedenis moest er terecht weerstand geboden worden tegen leringen die Christus verlaagden tot schepsel. Ook vandaag de dag nog wordt er heel wat gerommeld om Christus lager neer te zetten.

Maar de vraag is niet alleen of een dogma iets goeds wil beschermen. De vraag is ook of het de volledige boodschap en openbaring van de Schrift recht doet.

En dat is een lastige  vraag,

Wanneer de drie-eenheid zo wordt voorgesteld dat Vader, Zoon en Geest in de praktijk vooral drie gelijkwaardige “Personen” naast elkaar worden, dan ontstaat er spanning met teksten waarin de Zoon gezonden wordt, ontvangt, gehoorzaamt, onderworpen is, verhoogd wordt, het Koninkrijk overdraagt en uiteindelijk Zelf onderworpen wordt.

Paulus zegt:

“Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht.” (1 Korinthe 15:24, STV)

En daarna:

“Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.” (1 Korinthe 15:25, STV)

Christus regeert dus met een doel. Zijn heerschappij is niet los verkrijgbaar. Zij staat in dienst van Gods voleindiging. Hij brengt alles onder Zijn voeten, om daarna het Koninkrijk over te geven aan God en de Vader.

Dat is geen zwakte van Christus. Dat is Zijn heerlijkheid.

De heerlijkheid van de Zoon is niet dat Hij naast de Vader een zelfstandige macht vormt. Zijn heerlijkheid is dat Hij volmaakt de wil van God volbrengt en alles terugbrengt tot God.

De Zoon als laatste Adam

De context van 1 Korinthe 15 is doorslaggevend. Paulus spreekt over Adam en Christus.

“Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens.” (1 Korinthe 15:21, STV)

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Korinthe 15:22, STV)

Christus wordt hier voorgesteld als de laatste Adam. Waar de eerste Adam faalde, gehoorzaamt Christus. Waar Adam de dood binnenbracht, brengt Christus leven. Waar Adam de schepping onder de macht van zonde en dood bracht, brengt Christus alles terug onder God.

Daarom is 1 Korinthe 15:28 geen losstande tekst over de verhouding tussen Vader en Zoon. Het is de climax van de hele heilsgeschiedenis.

De eerste mens faalde in onderwerping.
De laatste Adam volbrengt de onderwerping volmaakt.
De eerste mens bracht dood.
De tweede Mens brengt opstanding.
De eerste Adam verloor de orde.
Christus herstelt de orde, totdat God alles in allen is.

Niet alles hoeft en kan in één formule samengevat worden

Een groot probleem ontstaat wanneer wij denken dat de Bijbelse openbaring pas veilig is wanneer wij haar in een kerkelijke formule kunnen vangen.

Maar de Schrift spreekt rijker, dynamischer en concreter dan de meeste dogmatiek.

De Bijbel zegt niet alleen: Christus is God.
De Bijbel zegt ook: Christus is de Zoon van God.

De Bijbel zegt niet alleen: Christus is één met de Vader.
De Bijbel zegt ook: Christus is door de Vader gezonden.

De Bijbel zegt niet alleen: Christus heeft alle macht.
De Bijbel zegt ook: Christus heeft die macht ontvangen.

“En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.” (Mattheüs 28:18, STV)

De Bijbel zegt niet alleen: Christus regeert.
De Bijbel zegt ook: Christus draagt het Koninkrijk over aan God en de Vader.

“Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben…” (1 Korinthe 15:24, STV)

Dat moet blijven staan.

Wie zegt: “Jezus is JHWH”, zegt iets voluit Bijbels. Maar wie vervolgens doet alsof de onderwerping van de Zoon niet werkelijk gezegd wordt, verliest ook iets Bijbels.

Het probleem is dus niet het belijden van Christus’ Godheid. Het probleem is een dogmatische reflex die teksten als 1 Korinthe 15:28 onmiddellijk neutraliseert.

Het verschil tussen belijden en systeemdwang

Er is een verschil tussen belijden wat de Schrift zegt en eisen dat alles past binnen een later geconstrueerd systeem.

Wij kunnen voluit belijden dat Jezus Christus God is, zonder verplicht te zijn om elke kerkelijke formulering over de drie-eenheid kritiekloos over te nemen.

Wij kunnen voluit belijden dat Christus de Naam en heerlijkheid van JHWH draagt, zonder te ontkennen dat de Vader Hem zendt, verhoogt, macht geeft en alle dingen aan Hem onderwerpt.

Wij kunnen voluit belijden dat de Zoon eeuwige heerlijkheid heeft, zonder 1 Korinthe 15:28 te verzwakken.

De Schrift hoeft niet gered te worden door het dogma.

Andersom:

Het dogma moet getoetst worden aan de Schrift.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Wat 1 Korinthe 15:28 laat zien

Deze tekst laat zien dat veel drie-eenheidstaal en formulering te statisch is. Zij spreekt over God alsof het vooral gaat om een eeuwige interne structuur van drie Personen in één wezen.

Maar Paulus spreekt hier niet filosofisch. Hij spreekt heilshistorisch.

Er is een begin: Christus is opgewekt als Eersteling.

“Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn.” (1 Korinthe 15:20, STV)

Er is een vervolg: die van Christus zijn worden levend gemaakt bij Zijn toekomst.

“Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.” (1 Korinthe 15:23, STV)

Er is heerschappij: Christus regeert totdat alle vijanden onderworpen zijn.

“Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.” (1 Korinthe 15:25, STV)

Er is een laatste vijand: de dood.

“De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood.” (1 Korinthe 15:26, STV)

Er is voltooiing: de Zoon Zelf wordt onderworpen aan God, opdat God alles in allen zij.

“opdat God zij alles in allen.” (1 Korinthe 15:28, STV)

Dat is geen platgeslagen dogmatiek. Dat is de grote dynamiek van Gods heilsplan.

Een scherpere, Bijbelse formulering

Misschien kunnen  we het eenvoudig, Bijbels  en eerbiedig zeggen:

Jezus Christus is de Zoon van God, het Beeld van de onzienlijke God, in Wie de volheid der Godheid lichamelijk woont. Hij is JHWH geopenbaard, de Heere der heerlijkheid, de Schepper en Erfgenaam van alle dingen.  DE Naam die gegeven is waardoor wij behouden moeten worden. Als de opgestane Mens, de laatste Adam en de Messiaanse Koning ontvangt Hij alle macht, onderwerpt Hij alle vijanden, vernietigt Hij de dood en draagt Hij het Koninkrijk over aan God en de Vader.

Daarna wordt ook de Zoon Zelf onderworpen, opdat God zij alles in allen.

Dat is geen armoedige Christus-leer.
Dat is Bijbels.

Zij buigt voor alle teksten, niet slechts voor de teksten die gemakkelijk binnen het dogma passen.

1 Korinthe 15:28 is géén aanval op Jezus Christus. Het is een aanval op onze neiging om de Schrift ondergeschikt te maken aan of samen te vatten in kerkelijk jargon.

Wie gelooft dat Jezus JHWH is, hoeft 1 Korinthe 15:28 niet te vrezen. Integendeel. Juist dit vers laat zien hoe groot Christus is. Hij is Degene aan Wie alle dingen onderworpen worden. Hij is Degene Die regeert totdat de dood zelf tenietgedaan wordt. Hij is Degene Die als laatste Adam de orde herstelt die in Adam verloren ging.

Maar Zijn heerlijkheid bestaat niet in onafhankelijkheid van God. Zijn heerlijkheid bestaat in volmaakte gehoorzaamheid, volmaakte heerschappij en volmaakte onderwerping aan het doel van God.

Daarom ontmaskert 1 Korinthe 15:28 niet de Godheid van Christus, maar wel een dogma dat soms te snel, te glad en te abstract spreekt.

De Schrift is concreter:

De Zoon regeert.
De Zoon overwint.
De Zoon onderwerpt alle dingen.
De Zoon draagt het Koninkrijk over.
De Zoon Zelf wordt onderworpen.
En God zal zijn alles in allen.

Dat is geen verlies van Christus’ heerlijkheid.
Maar de voleinding ervan.

Geef een reactie

Geverifieerd door MonsterInsights