De Bijbel zegt wél iets over ongeboren leven

De moederschoot is in de Schrift géén blinde vlek

Soms hoor je een uitspraak die wijs, geleerd en nuchter moet overkomen. Zoiets tekende ik onlangs weer eens op uit de mond van een hier niet nader genoemd Bijbelleraar.

Een bewering die bij nadere beschouwing gewoon helemaal niet klopt:

“De Bijbel zegt niets over ongeboren leven.”

En alsof dat nog niet zwak genoeg is, wordt er dan soms ook door anderen een losse kreet naast gezet als:

“Het leven begint bij 40.”

Dat is echt een krankzinnige combinatie. Wat de Schrift wél zegt over het leven in de moederschoot, wordt geminimaliseerd. Maar wat de Schrift helemaal níét zegt, wordt dan met veel aplomb naar voren geschoven. Dan gaat het niet meer om eerlijke exegese, maar om selectief gebruik van taal, gevoel en slogans.

Ongeboren leven in de Bijbel

De Bijbel is uiteraard geén modern handboek bio-ethiek. Spreekt niet in de termen van politieke debatten, medische dossiers of juridische categorieën. Maar daaruit volgt nog niet dat deze dus niets zegt. Integendeel. De Schrift spreekt duidelijk genoeg om één ding onmiskenbaar te maken: het leven in de moederschoot staat onder Gods oog, Gods hand en Gods kennis.

Psalm 139 spreekt wél, en met grote verwondering over het menselijk leven vóór de geboorte:

“Want Gij hebt mijn nieren bezeten; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.” Psalm 139:13 (STV)

“Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben in de nederste delen der aarde.” Psalm 139:15 (STV)

“Uw ogen hebben mijn ongeformeerden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.” Psalm 139:16 (STV)

Dat is geen taal van onverschilligheid. Dat is geen beschrijving van iets onpersoonlijks. David spreekt over zichzelf in de moederschoot als iemand die door God gezien en gevormd wordt. De verborgenheid van de baarmoeder is voor de HEERE geen verborgenheid. De mens is daar niet buiten Zijn aandacht, maar juist daarin onder Zijn scheppende hand.

Wie dus zegt dat de Bijbel niets zegt over ongeboren leven, moet over deze woorden heen stappen. Niet omdat Psalm 139 een modern partijprogramma is, maar omdat de tekst simpelweg laat zien dat het leven vóór de geboorte in de Schrift niet neutraal of betekenisloos is.

God vormt van de buik af aan

Ook elders spreekt de Schrift in dezelfde lijn:

“Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, en Die u van de buik af geformeerd heeft: Ik ben de HEERE, Die alles doet.” Jesaja 44:24 (STV)

“De HEERE heeft Mij geroepen van den buik af, van mijner moeders ingewand af heeft Hij Mijn Naam gemeld.” Jesaja 49:1 (STV)

Hier klinkt steeds dezelfde grondtoon door: God spreekt over vormen, kennen en roepen in verband met het leven vóór de geboorte. Dat past totaal niet bij het idee dat de Bijbel over dat stadium van het menselijk bestaan niets te zeggen zou hebben.

De vraag is dus niet of de Schrift onze moderne slogans gebruikt. De vraag is of wij bereid zijn te horen wat deze werkelijk zegt. En wat deze zegt, is niet mager.

Het is juist vol van Gods betrokkenheid.

Jeremia 1:5 laat zien hoe God kijkt

Een sleuteltekst is ook:

“Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend; en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd; Ik heb u den volken tot een profeet gesteld.” Jeremia 1:5 (STV)

Deze tekst gaat primair over Jeremia’s roeping. Dat moet eerlijk gezegd worden. Je mag dit vers niet plat slaan tot een losse slogan voor een debat. Maar juist daarom is het des te krachtiger. Want zelfs in zijn eigen context laat het onmiskenbaar zien hoe God over het leven in de moederschoot spreekt: Hij formeert, Hij kent, Hij zondert af.

De mens wordt hier niet pas ná de geboorte relevant. Gods kennis van Jeremia begint niet op het moment van zijn eerste ademtocht. Dat alleen al maakt de stelling dat de Bijbel hierover niets zegt volstrekt ongeloofwaardig.

In Lukas is het ongeboren kind gewoon een kind

Het Nieuwe Testament zet die lijn voort:

“En het geschiedde, als Elizabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik; en Elizabet werd vervuld met den Heiligen Geest.” Lukas 1:41 (STV)

“Want zie, als de stem uwer groetenis tot mijn oren geschiedde, zo sprong het kindeken van vreugde op in mijn buik.” Lukas 1:44 (STV)

De Schrift spreekt hier niet koel en afstandelijk over een anoniem biologisch proces. Zij spreekt over het kindeken. Het ongeboren leven wordt niet gereduceerd tot iets dat, ook niet taalkundig, uitgegumd moet worden. Het wordt aangeduid in persoonlijke termen.

Dat is belangrijk. Want taal verraadt vaak hoe men denkt. En de Bijbel denkt duidelijk niet in de richting van: ‘dit stelt nog niets voor’.

Wat mensen vaak bedoelen, maar verkeerd zeggen

Soms bedoelt iemand met “de Bijbel zegt niets over ongeboren leven” eigenlijk iets anders. Namelijk: de Bijbel behandelt het niet in onze moderne termen, met alle hedendaagse medische, juridische en politieke vragen erbij. Dat is waar. Maar dat is iets totaal anders dan zeggen dat de Schrift zwijgt.

Hier wordt vaak gesmokkeld. Men verwart:

de Bijbel spreekt niet in moderne discussie-termen

met

de Bijbel zegt inhoudelijk niets

Dat is een ondeugdelijke sprong. De Schrift hoeft onze taal niet te gebruiken om toch glashelder te zijn in haar grondlijn. En die grondlijn is niet afwezigheid maar verwondering en eerbied.

 

‘Het leven begint bij 40’ staat nergens in de Bijbel

Alsof de eerste bewering nog niet schrijnend genoeg is, wordt er soms ook nog gezegd: “Het leven begint bij 40.”

Dat is geen Bijbeltekst. Dat is geen leer van de Schrift. Dat is een cultureel cliché, een populaire oneliner, een luchtige uitspraak over een nieuwe levensfase. Meer niet.

Wie dan eerst zegt dat de Bijbel niets zegt over ongeboren leven, maar vervolgens een losse slogan gebruikt alsof die wel gewicht heeft, maakt het probleem alleen maar groter. Dan worden de echte Bijbelse gegevens weggewuifd, terwijl een wereldse spreuk ineens bijna als wijsheid wordt behandeld.

Dat is geen zorgvuldige omgang met de Schrift. Dat is een verwisseling van gezag.

 

Wat zegt de Bijbel zoal over het getal 40?

Als men dan toch met “40” wil schermen, is het goed om op te merken dat de Bijbel het getal 40 heel anders gebruikt. In de Schrift staat 40 vaak in verband met beproeving, voorbereiding, oordeel of overgang:

“En Mozes was op den berg veertig dagen en veertig nachten.” Exodus 24:18 (STV)

“En de regen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.” Genesis 7:12 (STV)

“En als Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hongerde Hem ten laatste.” Mattheüs 4:2 (STV)

Nergens leert de Schrift: “het leven begint bij 40.” Nergens wordt 40 gepresenteerd als het moment waarop leven pas echt betekenis krijgt. Dat is niet Bijbels, maar populair taalgebruik.

Juist daarom is het zo onthullend wanneer iemand zich op zo’n kreet beroept. Wat wél geschreven staat, wordt terzijde geschoven. Wat níét geschreven staat, wordt naar voren gehaald. Dat is precies omgekeerde schriftuitleg.

 

De echte kwestie is gezag

Uiteindelijk gaat dit niet alleen over ongeboren leven. Het gaat dieper. Het gaat over de vraag: laat men de Schrift spreken, of vult men haar stiltes en vervangt men haar woorden door eigen slogans?

De Bijbel leert niet dat het leven in de moederschoot moreel leeg is.
De Bijbel leert niet dat God pas ná de geboorte betrokken raakt.
De Bijbel leert niet dat het ongeboren kind slechts biologisch materiaal is zonder diepe betekenis.

Integendeel. De Schrift spreekt over Gods vormen, zien, kennen en roepen. Dat is niet vaag. Dat is rijk. Dat is ernstig. En dat is voldoende om de uitspraak “de Bijbel zegt hier niets over” naar de prullenbak te verwijzen.

 

De eerlijke formulering

Wie echt zorgvuldig wil spreken, zou iets moeten zeggen als:

De Bijbel geeft geen moderne bio-ethische verhandeling over ongeboren leven, maar hij spreekt wél duidelijk en eerbiedig over Gods betrokkenheid bij het leven in de moederschoot.

Dat is eerlijk. Dat is nauwkeurig. Dat doet recht aan de Schrift.

Maar zeggen dat de Bijbel er niets over zegt, terwijl men ondertussen met een niet-Bijbelse slogan als “het leven begint bij 40” schermt, is nog iets anders. Dan is niet de Bijbel onduidelijk, maar de redenering zelf ondeugdelijk.

De mens wil graag zelf bepalen vanaf welk moment leven telt. De Schrift begint ergens anders: bij God, de Schepper, Die ziet wat mensen niet zien en vormt wat mensen nog niet kunnen aanwijzen.

Daarom is de bewering dat de Bijbel niets zegt over ongeboren leven niet neutraal, niet voorzichtig en niet wijs. Zij is eenvoudigweg onjuist.

En wie dan ook nog “het leven begint bij 40” inbrengt alsof dát wel geestelijk gewicht zou hebben, laat vooral zien hoe ver men van de Schrift is afgedwaald. Wat God wel zegt, wordt geminimaliseerd. Wat God niet zegt, wordt tot praatregel verheven.

 

De Bijbel zwijgt niet over het leven in de moederschoot.
De slogan zwijgt wél over God.

Dát is het verschil.

Geef een reactie

Geverifieerd door MonsterInsights