Wanneer een Bijbeltekst een kapstok wordt
Over genezing, geloof en het gevaar van losse bewijsverzen
Soms klinkt een boodschap op het eerste gehoor krachtig, Bijbels en vol geloof. Er worden bekende woorden gebruikt: “Het is volbracht,” “door Zijn striemen bent u genezen,” “Jezus heeft de prijs betaald.” Wie zou daar bezwaar tegen willen maken? Het zijn immers Bijbelse woorden. En toch kan daar een groot probleem zitten.
Niet elke boodschap waarin Bijbelteksten voorkomen, is daarmee automatisch ook Bijbelse prediking. Een tekst kan heel eenvoudig gebruikt worden als kapstok: men hangt er een leerstelling aan op die niet werkelijk uit de tekst zelf voortkomt. De tekst wordt dan niet uitgelegd, maar gebruikt als springplank voor een vooraf gekozen boodschap. Inlegkunde wordt zo iets ook wel genoemd.
Een kort fragment over genezing laat goed zien hoe dat werkt. De boodschap komt hierop neer: “U bent genezen. Door Zijn striemen bent u genezen. Het is voltooid verleden tijd. In jouw wederom geboren geest kun je niet ziek zijn. Ziekte is demonisch. Jezus heeft het volbracht. Genezing is volbracht.”
Dat klinkt autoritair. Maar is het ook Bijbels verantwoord?
Wat is kapstokprediking?
Kapstokprediking ontstaat wanneer een Bijbeltekst niet zorgvuldig in zijn verband wordt gelezen, maar wordt gebruikt om een thema te dragen dat er gedeeltelijk of helemaal overheen wordt gelegd.
Er wordt dan vaak gewerkt met bekende woorden of zinnen:
“Door Zijn striemen bent u genezen.”
“Het is volbracht.”
“Jezus is de Bevrijder.”
“De duivel is de overweldiger.”
Op zichzelf zijn dat geen verkeerde woorden. Het probleem zit in de manier waarop ze verbonden worden. De vraag is niet alleen: komen deze woorden ergens in de Bijbel voor? De vraag is: worden ze gebruikt zoals de Bijbel ze gebruikt?
Dat is een wezenlijk verschil.
De tekst wordt niet uitgelegd, maar ingezet.
In de aangehaalde boodschap wordt Jesaja 53 of 1 Petrus 2:24 gebruikt om te stellen dat de gelovige nu al lichamelijk genezen is. Het argument is: Christus heeft geleden, dus genezing is al voltooid. Niet iets wat Hij nog moet doen, maar iets wat al vaststaat.
Maar 1 Petrus 2:24 zegt:
“Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.”
1 Petrus 2:24 STV
De context gaat niet over een garantie op lichamelijke gezondheid in dit leven. Petrus spreekt over zonde, gerechtigheid, lijden, navolging en geestelijk herstel. De genezing waarover hij spreekt, staat in direct verband met het dragen van onze zonden en het leven voor de gerechtigheid.
Dat betekent niet dat God niet lichamelijk geneest. Natuurlijk kan Hij dat. De Schrift getuigt daar duidelijk van. Maar het is iets anders om te zeggen: God kan genezen, dan om te zeggen: iedere gelovige is nu al lichamelijk genezen, omdat het voltooid verleden tijd is.
Dat laatste legt de tekst meer op dan hij zegt.
“Het is volbracht” wordt breder getrokken dan de tekst toelaat
Ook de woorden van de Heere Jezus aan het kruis worden in dit soort prediking vaak gebruikt als totaalclaim voor alles wat de gelovige nu zou moeten bezitten: vergeving, overwinning, voorspoed, gezondheid, bevrijding, herstel.
Maar wanneer Christus zegt: “Het is volbracht,” spreekt Hij over het werk dat de Vader Hem gegeven had om te doen. Zijn offer is volkomen. De schuld is betaald. De verzoening is tot stand gebracht.
Dat is heerlijk en onaantastbaar.
Maar de Bijbel leert óók dat de volle uitwerking van Christus’ werk nog toekomstig is. Paulus schrijft:
“En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.”
Romeinen 8:23 STV
Let op die woorden: wij verwachten nog de verlossing van ons lichaam. De gelovige is werkelijk verlost, maar leeft nog in een sterfelijk lichaam. Daarom worden gelovigen ziek. Daarom worden gelovigen zwak. Daarom sterven gelovigen nog.
Wie zegt dat lichamelijke genezing nu al op dezelfde wijze voltooid bezit is als vergeving van zonden, schuift de toekomstige heerlijkheid naar het heden.
Ziekte wordt te simpel demonisch genoemd
Een ander ernstig probleem is de uitspraak dat ziekte demonisch is. In het fragment wordt gezegd dat ziekte met de zondeval gekomen is, en vervolgens: “maar het is gewoon demonisch… ziekte is demonisch.”
Dat is veel te kort door de bocht.
De Bijbel laat inderdaad zien dat sommige ziektegevallen verbonden kunnen zijn met demonische gebondenheid. Maar de Bijbel zegt nergens dat alle ziekte demonisch is.
Timotheüs had lichamelijke zwakheden. Paulus schrijft hem:
“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.”
1 Timotheüs 5:23 STV
Paulus zegt niet: “Timotheüs, je moet de demon van maagklachten uitwerpen.” Hij geeft praktisch, lichamelijk advies.
Ook lezen we:
“Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.”
2 Timotheüs 4:20 STV
Dat is opvallend. Paulus, door wie God bijzondere wonderen had gedaan, liet een medewerker ziek achter. Als genezing altijd al als zichtbaar bezit geclaimd moest worden, is dit moeilijk te verklaren.
De Schrift is nuchterder dan veel genezingsprediking.
De pastorale schade is groot
Dit soort prediking klinkt misschien moedig, maar kan voor zieke gelovigen buitengewoon belastend zijn.
Want als gezegd wordt: “U bent genezen”, wat moet iemand dan met zijn pijn, diagnose, beperking of chronische ziekte?
Als gezegd wordt: “Ziekte is demonisch”, wat doet dat met iemand die al lijdt?
Als gezegd wordt: “Genezing is volbracht”, wat blijft er dan over wanneer genezing uitblijft?
Dan komt de druk bijna vanzelf bij de zieke terecht. Heeft hij wel genoeg geloof? Spreekt hij wel goed? Begrijpt hij zijn positie in Christus wel? Staat hij misschien open voor demonische invloed?
Zo verandert een boodschap die bevrijdend wil zijn in een last. De zieke wordt niet vertroost met Christus, maar geconfronteerd met een ideaalbeeld waaraan hij blijkbaar niet voldoet.
Dat is niet hoe de Schrift spreekt.
Paulus zelf bad driemaal of de doorn in zijn vlees van hem weggenomen mocht worden. Gods antwoord was niet: “Paulus, claim je genezing.” Gods antwoord was:
“Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.”
2 Korinthe 12:9 STV
Dat is geen ongeloofstaal. Dat is apostolische werkelijkheid.
Het verschil tussen gekocht en toegepast
Hier ligt een belangrijk onderscheid. Christus heeft door Zijn werk de totale verlossing verworven. Uiteindelijk zal er geen ziekte, geen dood, geen rouw en geen pijn meer zijn. Dat is zeker.
Maar wat Christus gekocht heeft, wordt niet allemaal op hetzelfde moment toegepast.
De vergeving van zonden ontvangt de gelovige nu.
De Heilige Geest woont nu in de gelovige.
De aanneming tot kinderen is nu werkelijkheid.
Maar de verlossing van het lichaam wordt nog verwacht.
De opstanding is toekomstig.
De volledige bevrijding van ziekte en dood hoort bij de komende heerlijkheid.
Daarom zegt de Bijbel niet dat wij nu al leven alsof de nieuwe hemel en nieuwe aarde volledig zijn aangebroken. Wij leven in de verwachting daarvan.
Kapstokprediking mist Bijbelse verhoudingen
Het probleem met deze boodschap is niet dat er helemaal geen waarheid in zit. Dat maakt het juist ingewikkeld.
Het is waar dat Christus heeft betaald.
Het is waar dat ziekte door de zondeval in de wereld gekomen is.
Het is waar dat de duivel een verderver is.
Het is waar dat Jezus macht heeft over ziekte, dood en demonen.
Het is waar dat God kan genezen.
Maar uit die waarheden wordt een conclusie getrokken die de Schrift niet trekt: dus is iedere gelovige nu al lichamelijk genezen en is ziekte demonisch.
Dat is kapstokprediking. Bijbelwoorden worden opgehangen aan een systeem, in plaats van dat het systeem wordt getoetst aan de Bijbel.
Hoe zou gezonde prediking hierover klinken?
Gezonde Bijbelse prediking zou ongeveer zo spreken:
Christus heeft volkomen betaald.
De zondeval heeft gebrokenheid, ziekte en dood gebracht.
God kan machtig genezen, en wij mogen Hem daarom vrijmoedig bidden om genezing.
Soms geneest God onmiddellijk. Soms gebruikt Hij middelen. Soms geeft Hij genade om te dragen.
Een zieke gelovige is niet minder verlost.
Een chronisch zieke broeder of zuster is niet automatisch onder demonische invloed.
Onze hoop ligt niet in een claim op een pijnvrij leven nu, maar in Christus Zelf en in de toekomstige verlossing van ons lichaam.
Dat is minder spectaculair, maar veel Bijbelser. En uiteindelijk ook veel pastoraler.
Conclusie: laat de tekst spreken
De grote les is deze: een Bijbeltekst mag nooit een kapstok worden voor een boodschap die wij er graag aan willen hangen. De tekst moet zelf spreken. In zijn verband. In de lijn van heel de Schrift.
Wanneer “door Zijn striemen bent u genezen” wordt losgemaakt van zonde en gerechtigheid, ontstaat scheefgroei. Wanneer “Het is volbracht” wordt gebruikt als garantie voor directe lichamelijke genezing, wordt de toekomstige heerlijkheid naar het heden getrokken. Wanneer ziekte zonder onderscheid demonisch wordt genoemd, worden kwetsbare gelovigen geestelijk belast.
De Schrift geeft een rijkere, nuchtere en troostvollere boodschap.
Christus heeft werkelijk overwonnen.
God kan werkelijk genezen.
Maar de gelovige zucht nog in een sterfelijk lichaam.
En juist daar klinkt het Evangelie diep: niet dat wij nu al geen zwakheid meer kennen, maar dat Christus’ genade genoeg is, zelfs midden in zwakheid.