Als genezing wordt geclaimd maar de zieke sterft: de gevaarlijke misleiding van charismatische genezingsclaims
Als een genezingsdienst eindigt in het graf

Er zijn verhalen die je niet zomaar “gevallen” kunt noemen. Daarvoor komen ze té dichtbij. Te pijnlijk. Te echt.
Dit betreft namelijk een zeer nabij familielid.
Het gebeurde ruim 20 jaar geleden.
Een ernstig zieke man krijgt prostaatkanker. Hij verlangt naar genezing. Hij bidt. Hij hoopt. Hij strekt zich uit. Hij reist stad en land af naar genezingsdiensten, omdat hem steeds wordt voorgehouden dat God ook vandaag lichamelijke genezing wil en kan geven, en dat je die genezing mag verwachten, ontvangen, vasthouden, uitspreken.
Dan komt hij trerecht bij een bekende maar niet nader genoemde gebedsgenezer. die op campagne is zoals dat heet.Tijdens de genezingsdienst klinkt de uitspraak:
“Er zijn hier vier mannen met prostaatkanker.”
Wie ernstig ziek is, hoort zo’n zin niet neutraal. Die hoort hoop. Die hoort misschien zelfs: dit is mijn moment. God heeft mij gezien. God roept mij naar voren.
Zo ook deze man. Hij gaat naar voren. Hij wordt ter plekke genezen verklaard.
Maar later overlijdt hij.
Aan prostaatkanker.
En dan komt de vraag die niemand in zulke kringen ooit hardop stelt:
Hoe kan dat?
Niet hoe het medisch kan. Dat is duidelijk genoeg.
Maar hoe het geestelijk kan.
Hoe kan iemand in de Naam van God genezen verklaard worden, terwijl diezelfde ziekte later het lichaam sloopt en het graf wint?
Daar moet je niet omheen praten. Daar moet je niet vroom omheen dansen. Daar moet je niet achteraf een mistgordijn van “misschien”, “innerlijk”, “procesmatig”, “je moet het geestelijk zien” of “hij had het moeten vasthouden” overheen kwakken.
Het eerlijke antwoord is even eenvoudig als onthutsend:
Die genezingsverklaring was niet waar.
Het probleem is niet gebed, maar valse pretentie
Laat dit meteen duidelijk zijn: het probleem is niet dát er voor zieken gebeden wordt.
Daar mag geen misverstand over bestaan. Een christen mag bidden voor genezing. Een gemeente mag bidden voor zieken. Oudsten mogen bij een zieke komen. Jakobus 5 spreekt daar openlijk over. Er is niets mis met vrijmoedig gebed, met smeking, met tranen, met hoop, met het vragen om Gods ontferming.
Het probleem begint waar bidden verandert in verklaren.
Bidden zegt:
Heere, ontferm U. Genees als het U behaagt. Draag deze zieke. Geef kracht. Geef vrede. Geef genade.
Maar verklaren zegt:
U bent genezen. De ziekte is weg. God heeft het gedaan. Ontvang het. Twijfel niet. Spreek het uit.
Dat is van een andere orde.
Het eerste buigt onder God.
Het tweede spreekt namens God.
En dáár gaat het doorgaans mis in charismatische genezingskringen. Men bidt niet alleen. Men claimt. Men verklaart. Men spreekt uit. Men benoemt ziekten vanaf het podium. Men wekt de indruk dat God op dat moment concreet en aantoonbaar handelt.
Maar als de zieke later overlijdt aan precies diezelfde ziekte, dan blijkt dat er niet namens God is gesproken, maar voor God uit.
En dat is zeer ernstig.
“Er zijn hier vier mannen met prostaatkanker”
Die zin klinkt indrukwekkend. Bijna profetisch. Alsof er een hemelse radar door de zaal gaat. Alsof God Zelf via de spreker de verborgen ziekten aanwijst.
Maar laten we nuchter zijn
In een grote samenkomst is het statistisch helemaal niet wonderlijk dat er mannen met prostaatkanker aanwezig zijn. Prostaatkanker komt veel voor, zeker onder oudere mannen. In een zaal met honderden mensen is de kans aanzienlijk dat meerdere mannen met die diagnose aanwezig zijn of zijn geweest.
Een algemene uitspraak kan dan klinken als een bovennatuurlijke openbaring, terwijl ze in werkelijkheid breed genoeg is om doel te treffen.
Maar de pijn zit nog dieper.
Want zelfs als de spreker werkelijk dacht dat hij iets van God ontving, blijft de vraag:
Is het waar gebleken?
Dat is de Bijbelse toets.
Niet: klonk het indrukwekkend?
Niet: raakte het iemand emotioneel?
Niet: kwam er beweging in de zaal?
Niet: voelde iemand warmte, tinteling, kracht of hoop?
Maar: is het waar?
Wanneer iemand met prostaatkanker naar voren wordt geroepen, genezen wordt verklaard en later aan prostaatkanker overlijdt, dan heeft de toetsing plaatsgevonden.
De claim is door de mand gezakt.
Niet een beetje. Niet bijna. Niet “anders dan verwacht”.
Keihard.Gezakt.
Achteraf vergeestelijken is laf
In zulke situaties zie je vaak een bekende uitweg.
Men zegt dan:
“Misschien was hij geestelijk genezen.”
“Misschien ging het om innerlijke genezing.”
“Misschien is er toch iets gebeurd wat wij niet kunnen zien.”
Dat klinkt heilig, maar het is vaak niets anders dan een reddingsboei voor een mislukte claim.
Want laten we eerlijk zijn: als iemand naar voren komt vanwege prostaatkanker, in een genezingsdienst, na een aanwijzing over prostaatkanker, en vervolgens genezen wordt verklaard, dan begrijpt iedereen wat er bedoeld wordt.
Niet: “u hebt innerlijke rust ontvangen.”
Niet: “u bent geestelijk bemoedigd.”
Niet: “u hebt kracht gekregen om te sterven.”
Nee
De boodschap is:
De kanker is aangepakt. U bent lichamelijk genezen.
Als later blijkt dat dit niet zo is, mag men niet ineens de betekenis veranderen.
Dat is geen uitleg.
Dat is laf vluchtgedrag.
Eerst lichamelijke genezing claimen en daarna, als de dood komt, zeggen dat het “misschien geestelijk bedoeld was”, is gewoon oneerlijk. Dan verschuif je de doelpalen nadat de bal naast is gegaan.
De zieke krijgt de rekening
De meest giftige uitweg is deze:
“Hij had het moeten vasthouden.”
“Hij is gaan twijfelen.”
“Hij heeft de genezing niet beleden.”
“Er was ongeloof.”
“De vijand heeft het geroofd.”
Daarmee wordt de lijder alsnog verantwoordelijk gemaakt voor de valse claim van de genezer.
Dat is ronduit wreed.
Een ernstig zieke man die stad en land afreist naar genezingsdiensten, is meestal geen cynicus. Dat is iemand die hoopt. Iemand die bidt. Iemand die zich vastklampt aan elke strohalm. Iemand die misschien bang is. Iemand die zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen nog niet wil en kan loslaten. Iemand die leeft tussen scan, uitslag, behandeling, pijn, vermoeidheid en gebed.
En juist zo iemand wordt dan geestelijk belast met de gedachte:
Had ik maar meer geloof gehad.
Had ik maar minder getwijfeld.
Had ik maar beter beleden.
Had ik maar sterker gestaan.
Had ik maar meer verwacht.
Dat is géén herderlijke zorg.
Dat is zware geestelijke mishandeling in vrome verpakking
Christus genas echt
Wie de genezingen van de Heere Jezus leest, ziet iets heel anders dan wat in veel moderne genezingsdiensten gebeurt.
Wanneer Christus geneest, gebeurt het werkelijk. Zichtbaar. Concreet. Aantoonbaar.
Blinden zien.
Verlamden lopen.
Melaatsen worden gereinigd.
Doven horen.
Doden staan op.
Er is geen achteraf praat nodig. Geen verklaring dat iemand “in de geest” genezen is terwijl zijn lichaam zichtbaar ziek blijft. Geen podiumclaim die later door de werkelijkheid wordt ingehaald.
Bij Christus is genezing geen theater van verwachting. Geen suggestieve massapsychologie. Geen emotionele druk. Geen kunstig opgebouwde sfeer. Geen oproep om vooral niet te twijfelen aan iets wat niet aantoonbaar gebeurd is.
Zijn genezingen dragen gezag.
Dat is precies waarom de vergelijking tussen Christus en moderne gebedsgenezers zo gruwelijk pijnlijk is. Men leent de taal van Jezus’ wonderen, maar levert vaak iets totaal anders: claims, verwachtingen, sfeer, suggestie, en achteraf een stapel excuses.
Ook de apostelen waren geen genezingsmachines
Ook in het Nieuwe Testament zelf is het beeld veel nuchterder dan de harde charismatische genezingsleer suggereert.
Paulus had een bijzondere apostolische bediening. God deed krachtige tekenen door hem. En toch lezen we ook dit:
“Trofimus heb ik te Milete ziek achtergelaten.”
2 Timotheüs 4:20 (STV)
Dat ene zinnetje snijdt dwars door veel moderne genezingstheologie heen.
Waarom liet Paulus Trofimus ziek achter?
Waarom verklaarde hij hem niet genezen?
Waarom sprak hij geen “woord van geloof” over hem uit?
Waarom zei hij niet: “Trofimus, ontvang je genezing”?
Omdat zelfs de apostelen niet beschikten over een permanente genezingsknop.
Timotheüs had lichamelijke klachten. Paulus adviseert hem niet om zijn genezing te claimen, maar schrijft:
“Drink niet langer alleen water, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.”
1 Timotheüs 5:23 (STV)
Epafroditus was ernstig ziek, zelfs bijna gestorven. Paulus zegt niet dat dit onmogelijk was voor een trouwe dienaar van God. Hij beschrijft het gewoon als werkelijkheid.
“Want hij is ook ziek geweest tot nabij de dood; maar God heeft Zich over hem ontfermd.”
Filippenzen 2:27 (STV)
Let op de formulering: God ontfermde Zich. Dat is Genade. Geen techniek. Geen recht dat men afdwingt. Geen pakket dat automatisch geactiveerd wordt door genoeg geloof.
Paulus zelf kende ook zwakheid. Zijn doorn in het vlees werd niet weggenomen, ondanks herhaald gebed. Het antwoord van de Heere was:
“Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.”
2 Korinthe 12:9 (STV)
Dat is een heel andere toon dan: “U hoeft dit niet te dragen, want genezing ligt al klaar.”
De Bijbel belooft verlossing van het lichaam, maar niet volledige gezondheid nu
Hier zit een belangrijk punt.
De Bijbel leert dat het lichaam ertoe doet. Het christelijk geloof is niet zweverig. De opstanding is lichamelijk. De toekomst is niet dat wij als zielen ergens in een wolk verdwijnen, maar dat God Zijn schepping verlost en Zijn kinderen opwekt in heerlijkheid.
Maar die volledige lichamelijke verlossing is nog toekomstig.
Paulus schrijft dat ook gelovigen zuchten en wachten op de verlossing van hun lichaam. Zie Romeinen 8:23.
Dat betekent: wij leven nog in een gebroken lichaam, in een gevallen schepping, onder vergankelijkheid, ziekte en dood.
God kan nu genezen. Zeker.
God mag nu genezen. Zeker.
God geneest soms ook nu. Zeker.
Maar dat is niet hetzelfde als zeggen dat iedere gelovige recht heeft op lichamelijke genezing in dit leven, of dat ziekte altijd een indringer is die eenvoudig verdreven moet worden door genoeg geloof, verwachting of proclamatie.
De dood is een vijand.
Het lichaam is sterfelijk.
De schepping zucht.
Wie doet alsof de volle opstandingswerkelijkheid nu al opeisbaar is, schuift de toekomst naar voren en verkoopt een halve waarheid als hele waarheid.
En wat dat echt is weet iedereen.
Halve waarheden zijn vaak de gevaarlijkste leugens.
Genezing in de verzoening is geen vrijbrief voor genezingsclaims
Vaak wordt gezegd: “Maar door Zijn striemen zijn wij genezen.”
Daarmee wordt dan bedoeld: lichamelijke genezing is net zo gegarandeerd als vergeving van zonden. Een soort “one package deal”. Jezus droeg zonde én ziekte, dus een gelovige mag genezing claimen.
Maar dat gaat MANK.
Jesaja 53 spreekt in de kern over de Knecht Die de ongerechtigheid van velen draagt. De diepste wond van de mens is niet kanker, artrose, verlamming of pijn. De diepste wond is zonde, schuld, vervreemding van God, oordeel en verlorenheid.
De genezing waar Jesaja 53 in zijn diepste betekenis over spreekt, is allereerst de herstelling van de breuk tussen God en zondaren.
Lichamelijke genezing is niet los verkrijgbaar als bewijs dat je genoeg geloof hebt. En ze is ook niet gegarandeerd in dit leven alsof elke zieke christen eigenlijk al genezen zou moeten zijn.
De opstanding komt. De verlossing van het lichaam komt. Geen ziekte krijgt het laatste woord over wie in Christus is.
Maar dat betekent niet dat elke gelovige nu al uit elke ziekte wordt opgetild.
Wie dat wel beweert, moet niet alleen kijken naar triomfantelijke teksten, maar ook naar Trofimus, Timotheüs, Epafroditus, Paulus’ doorn, het zuchten van de schepping en de werkelijkheid van het sterven.
De grote schade: valse hoop in Gods Naam
Het ergste aan deze charismatische genezingsclaims is niet dat mensen hoop hebben.
Hoop is kostbaar.
Het ergste is dat mensen hoop krijgen op basis van woorden die God niet gesproken heeft.
Dat is geen kleine fout. Dat raakt aan Gods Naam.
Wanneer iemand zegt: “U bent genezen”, terwijl God dat niet aantoonbaar heeft gedaan, wordt Gods Naam verbonden aan menselijke overmoed. De zieke denkt: God heeft mij genezen. De familie denkt: God heeft gesproken.
De gemeente denkt: hier is een wonder gebeurd.
En als de ziekte daarna doorgaat, komt de verwarring.
Heeft God Zich bedacht?
Was de genezing tijdelijk?
Heeft satan het gestolen?
Hebben wij gefaald?
Was er verborgen zonde?
Was er ongeloof?
Waarom heeft God dit toegelaten?
Maar de vraag die veel eerder gesteld had moeten worden, is deze:
Wie gaf die genezer het recht om dit namens God uit te spreken?
Dat is de vraag die bijna nooit gesteld mag worden.
Want wie die vraag stelt, wordt al snel weggezet als kritisch, ongelovig, rationeel, koud, religieus, tegen de Geest of vijandig tegenover genezing.
Maar Bijbelvaste toetsing is geen ongeloof.
Toetsing is gehoorzaamheid.
Toetsing is geen zonde
In charismatische kringen wordt toetsing vaak verdacht gemaakt. Je mag niet “negatief spreken”. Je moet “ontvangen”. Je moet “in geloof blijven staan”. Je moet “de atmosfeer niet verstoren”. Je moet “niet redeneren”.
Maar de Bijbel roept dus op tot toetsen.
Niet alles wat geestelijk klinkt, komt van de Geest van God. Niet iedereen die met kracht spreekt, spreekt waarheid. Niet ieder “woord van kennis” is kennis. Niet iedere genezingsclaim is genezing. Niet ieder indrukwekkend podiummoment is een werk van God.
Een Bijbelvaste toets is eenvoudig:
Is de ziekte weg?
Is er medische bevestiging?
Is de claim controleerbaar?
Komt de uitspraak uit?
Wordt de zieke vrijgelaten of onder druk gezet?
Wordt Christus verheerlijkt of de genezer?
Wordt de Schrift recht gedaan of misbruikt?
Wordt er nederig gebeden of hoogmoedig verklaard?
Waar die vragen niet welkom zijn, is iets grondig mis.
Waar toetsing verboden wordt, krijgt misleiding ruimte.
“Raak Mijn gezalfden niet aan” is geen vrijbrief voor geestelijke onverantwoordelijkheid
Vaak wordt kritiek op bekende genezers afgeweerd met teksten als:
“Raak Mijn gezalfden niet aan.”
Maar dat is misbruik van de Schrift.
Niemand staat boven toetsing. Geen spreker, geen apostel, geen profeet, geen genezer, geen voorganger, geen bediening, geen beweging.
Als iemand publiekelijk zieken genezen verklaart, mag hij publiekelijk getoetst worden.
Wie grote woorden spreekt, moet grote toetsing verdragen.
En als blijkt dat iemand mensen genezen verklaart die later aan dezelfde ziekte overlijden, dan is de vraag niet of wij wel eerbiedig genoeg zijn voor zijn bediening.
De vraag is of zijn bediening wel eerbiedig genoeg is voor Gods Naam, Gods Woord en Gods kwetsbare kinderen.
De vrome taal maakt het niet minder ernstig
Juist de vrome taal maakt dit gevaarlijk.
Niemand zegt: “Ik geef u valse hoop.”
Niemand zegt: “Ik weet eigenlijk niet zeker of God dit doet.”
Niemand zegt: “Ik gebruik religieuze suggestie in een emotioneel geladen omgeving.”
Nee, men zegt:
“De Heilige Geest laat mij zien…”
“De Heer zegt…”
“Ik spreek genezing uit…”
“Ontvang het…”
“Het is volbracht…”
“De kanker moet wijken…”
“U bent genezen in Jezus’ Naam…”
Maar vrome woorden maken een onware uitspraak niet waar.
Sterker nog: vrome woorden kunnen een onware uitspraak extra gevaarlijk maken, omdat de zieke niet meer durft te twijfelen aan de spreker zonder te vrezen dat hij aan God twijfelt.
Dat is geestelijke druk.
En die druk hoort niet bij de goede Herder.
De goede Herder breekt het gekrookte riet niet
Christus gaat anders om met lijdende mensen.
Hij verplettert hen niet onder geloofsprestaties. Hij maakt van ziekte geen examen waarbij de uitslag afhangt van de intensiteit van je verwachting. Hij legt op stervende gelovigen geen extra last: “Als je maar genoeg gelooft, hoef je niet te sterven.”
De Heere is nabij in ziekte.
Hij is nabij in angst.
Hij is nabij in pijn.
Hij is nabij in chemo, bestraling, ziekenhuisbedden, slapeloze nachten en stille tranen.
Hij is nabij wanneer genezing komt.
En Hij is nabij wanneer genezing uitblijft.
Dat is geen zwak evangelie.
Dat is een dieper evangelie dan de glitter van genezingspodia.
Want de troost van Christus is niet afhankelijk van een geslaagde genezingsdienst. De hoop van de gelovige rust niet op een man met een microfoon, maar op de gekruisigde en opgestane Heere.
De dood van een gelovige is geen nederlaag van God
Wanneer een gelovige sterft aan kanker, is dat niet omdat kanker sterker is dan God.
Het is ook niet automatisch omdat iemand te weinig geloof had.
Niet omdat de familie verkeerd bad.
Niet omdat de gemeente onvoldoende verwachting had.
Niet omdat een genezing “geroofd” werd.
Een gelovige sterft omdat wij nog leven in een wereld waarin de dood nog werkelijkheid is. Maar voor wie in Christus is, heeft de dood niet het laatste woord.
Dat is het verschil tussen Bijbelse hoop en charismatische overmoed.
Charismatische overmoed zegt:
“Je hoeft niet ziek te zijn. Je hoeft niet te sterven. Claim je genezing.”
Bijbelse hoop zegt:
“God kan genezen. Maar ook als het lichaam sterft, is Christus de Opstanding en het Leven.”
Dat tweede klinkt misschien minder spectaculair op een podium. Maar het houdt wel stand bij een graf.
Een graf ontmaskert veel podiumtaal
Er is weinig zo ontnuchterend als een graf.
Een graf prikt door opgeklopte taal heen.
Een graf laat zien welke woorden standhouden.
Een graf vraagt niet naar sfeer, muziek, handoplegging of kippenvel.
Een graf vraagt: was het waar?
Als iemand genezen is verklaard en later aan dezelfde ziekte overlijdt, dan heeft het graf de claim ontmaskerd.
Niet God is ontmaskerd.
Niet het evangelie is ontmaskerd.
Niet de kracht van Christus is ontmaskerd.
De menselijke pretentie is ontmaskerd.
En dat moet gezegd worden.
Juist uit liefde voor zieken. Juist uit eerbied voor God. Juist uit zorg voor families die anders achterblijven met schuld, twijfel en geestelijke verwarring.
Noem het wat het is
We moeten ophouden met nette woorden voor geestelijke roekeloosheid.
Een zieke genezen verklaren zonder dat God aantoonbaar genezen heeft, is geen geloof.
Het is overmoed.
Een kankerdiagnose vanaf het podium benoemen en daarna iemand genezen verklaren zonder controleerbare werkelijkheid, is geen bewijs van apostolische kracht.
Het is gevaarlijk religieus theater.
Een stervende gelovige achterlaten met de gedachte dat hij zijn genezing misschien niet goed heeft vastgehouden, is geen pastorale zorg.
Het is geestelijke beschadiging.
Een mislukte genezingsclaim achteraf vergeestelijken, is geen diepe uitleg.
Het is damage control.
En Gods Naam verbinden aan een uitspraak die niet waar blijkt te zijn, is geen zalving.
Het is ijdel gebruik van Gods Naam.
Wat had men dan moeten zeggen?
Heel eenvoudig.
Men had mogen bidden.
Men had mogen zeggen:
“Broeder, wij bidden dat de Heere Zich over u ontfermt. Wij vragen om genezing. Wij vertrouwen Zijn macht. Wij leggen u in Zijn handen. En wat er ook gebeurt: Christus is getrouw.”
Dat is Bijbelvast.
Dat is eerlijk.
Dat is herderlijk.
Maar men had nooit mogen zeggen:
“U bent genezen.”
Tenzij het echt zo was.
En dan nog zou nederigheid passen. Laat medisch onderzoek het bevestigen. Laat de tijd het tonen. Laat God de eer krijgen zonder haastige podiumtriomf.
Echte genezing heeft geen marketing nodig.
De vraag aan iedere christen
Daarom moet iedere gelovige deze vraag eerlijk doordenken:
Wat geloof ik eigenlijk over ziekte, genezing en geloof?
Geloof ik dat God kan genezen?
Ja.
Geloof ik dat wij voor zieken mogen bidden?
Ja.
Geloof ik dat God soms wonderlijk ingrijpt?
Ja.
Maar geloof ik dat iedere zieke gelovige nu recht heeft op lichamelijke genezing?
Nee.
Geloof ik dat een genezer iemand zomaar genezen mag verklaren zonder aantoonbare werkelijkheid?
Nee.
Geloof ik dat uitblijvende genezing op het conto van de zieke mag worden gezet?
Nee.
Geloof ik dat de Schrift ruimte laat voor lijden, ziekte, zwakheid en sterven van gelovigen?
Ja.
Geloof ik dat Christus ook daarin genoeg is?
Ja.
En precies daar ligt het verschil tussen Bijbels geloof en charismatische verwarring.
Een scherpe conclusie
De vraag is dus niet of God kan genezen.
Natuurlijk kan God genezen.
De vraag is of mensen het recht hebben om namens God genezing uit te spreken wanneer God die genezing niet aantoonbaar geeft.
En het antwoord is: nee.
Een man met prostaatkanker naar voren roepen, hem genezen verklaren, en hem later aan prostaatkanker zien overlijden, is geen klein pastoraal misverstand. Het is een ernstige geestelijke ontsporing.
Daar mag de kerk niet omheen praten.
Want achter elke mislukte genezingsclaim staat geen abstract debat, maar een mens. Een gezin. Een sterfbed. Een graf. En vaak een spoor van verwarring dat nog jaren blijft liggen.
Daarom moet dit hardop gezegd worden:
Wie namens God genezing uitspreekt die God niet geeft, geneest geen zieken maar verwondt gewetens.
En nog scherper:
Een genezingsdienst die eindigt in schuld, verwarring en een graf, heeft geen bewijs geleverd van Gods kracht, maar van charismatische overmoed.
De hoop van de zieke gelovige ligt niet in een genezingsdienst. Niet in een “woord van kennis”. Niet in een bekende gebedsgenezer. Niet in een sfeer van verwachting. Niet in een uitgesproken claim.
De hoop van de zieke gelovige ligt in Christus.
Hij kan genezen.
Hij mag genezen.
Hij geeft soms genezing.
Maar als Hij niet geneest, is Hij nog stééds de goede Herder.
En wie in Zijn hand sterft, is niet mislukt. Die is niet tekortgeschoten. Die heeft geen nederlaag geleden door gebrek aan geloof.
Die is geborgen.
Niet omdat een genezer hem genezen verklaarde.
Maar omdat Christus Zijn eigendom nooit loslaat, ook niet door ziekte, kanker, dood en graf heen.
Zie ook
Is lichamelijke genezing inbegrepen in de verzoening? – Bijbelse basis
Moderne claims op lichamelijke genezing: Bijbels of misleidend? – Bijbelse basis
Genezingscampagne of het Evangelie? – Bijbelse basis
Genezingsbedieningen? – Bijbelse basis
(extern)
‘God geneest’-claim mag niet op flyer, wel online | Trouw
Minister waarschuwt voor controversiële gebedsgenezer Tom de Wal | NPO Radio 1
Zijn genezingsclaims van gebedsgenezers schadelijk?
Op zoek naar een wonder tijdens genezingsdienst Jan Zijlstra – Omroep Gelderland