Over “Ammi”, “Lo-Ammi” en de Bijbelse betekenis van “Gods volk”
In veel evangelische en christenzionistische kringen wordt de volgende uitspraak bijna als een axioma herhaald:
“Israël is Gods volk.”
Daarmee bedoelt men dan meestal de huidige staat Israël. Soms wordt dit zo absoluut gesteld dat elke kritische vraag meteen als onbijbels, en scherper nog, als anti-semitisch wordt gezien.
Maar de werkelijke vraag is: wat bedoelt de Bijbel wanneer God spreekt over “Mijn volk”?
Wanneer we de Schrift zorgvuldig lezen, blijkt dat dit begrip niet simpelweg een etnisch of politiek label is. Het is een verbondsaanduiding, verbonden aan relatie met God.
Het gaat daarom niet om vervangingsleer tegenover zionisme, maar om de Bijbelse definitie van Gods volk.

Israël werd door God “Mijn volk” genoemd
In het Oude Testament noemt God Israël zonder twijfel Zijn volk.
“Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken die op den aardbodem zijn.” (Deuteronomium 7:6 STV)
Israël werd uitverkoren uit alle volken.
God sloot met hen een verbond en gaf hun Zijn wet.
Maar deze positie betekende niet dat Israël automatisch Gods volk bleef, ongeacht geloof of ongehoorzaamheid.
Wanneer Israël God verwerpt (niet andersom!)
Bij het gouden kalf zien we een opvallende verschuiving.
“Ga heen, trek af; want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.” (Exodus 32:7 STV)
God zegt hier tegen Mozes niet meer “Mijn volk”, maar “uw volk.”
Een volk met deze naam bestaat nog steeds, maar de verbondsrelatie is, eenzijdig, vernietigd.
Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Niet naar het verbond dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep om hen uit Egypteland uit te voeren; welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE. (Jeremia 31:31,32 STV)
Hier belooft de Heer vóór de droevige constatering door de mond van Jeremia meteen al dat Hij het daar niet bij zou laten zitten, door de toen toekomstige oprichting van het nieuwe Verbond aan te kondigen.
Hosea: Ammi en Lo-Ammi
De profeet Hosea laat nog scherper zien dat Gods volk zijn geen automatisch etiket is.
“En Hij zeide: Noem zijn naam Lo-Ammi; want gij zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn.” (Hosea 1:9 STV)
Lo-Ammi betekent: niet Mijn volk.
Vanwege hun afgoderij en verbondsbreuk verklaart God dat Israël niet langer als Zijn volk erkend wordt.
Maar Hosea spreekt ook over herstel.
“En Ik zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama, en Ik zal tot Lo-Ammi zeggen: Gij zijt Mijn volk; en hij zal zeggen: Mijn God!” (Hosea 2:22 STV)
Ammi: Mijn volk.
Gods volk zijn is dus een relationele werkelijkheid, geen automatisch etiket.
Israël verwierp zijn Messias
De geschiedenis bereikt een dramatisch punt wanneer de Messias komt.
“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” (Johannes 1:11 STV)
Israël als volk verwierp Christus.
Paulus beschrijft de huidige toestand zo:
“Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij, opdat gij niet wijs zijt bij uzelven, dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.” (Romeinen 11:25 STV)
‘Israë’ bestaat nog steeds, maar leeft momenteel grotendeels in ongeloof tegenover zijn Messias.
Daarom kan je niet zomaar zeggen dat de seculiere moderne staat Israël automatisch Gods volk is in geestelijke zin.
Wat bepaalt werkelijk wie Gods volk is?
De Bijbel maakt duidelijk dat Gods volk wordt bepaald door relatie met God.
Niet door afkomst.
Niet door nationaliteit.
Zelfs in het Oude Testament klonk dat al.
“Besnijdt dan de voorhuid uws harten.” (Deuteronomium 10:16 STV)
God kijkt niet alleen naar bloedlijn, maar naar het hart.
Paulus en “het Israël Gods”
De uitdrukking “het Israël Gods” komt uit de brief van Paulus aan de Galaten.
“En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods.” (Galaten 6:16 STV)
Hier gebruikt Paulus de uitdrukking “het Israël Gods.”
Daarmee duidt hij de gemeenschap aan van hen die volgens deze regel wandelen:
namelijk dat men in Christus een nieuwe schepping is (Galaten 6:15).
Het laat zien dat Gods volk wordt bepaald door relatie met God in Christus, niet door etniciteit.
Zelfs Egypte zal “Mijn volk” genoemd worden
De profeten laten zien dat de aanduiding “Mijn volk” niet exclusief voor Israël blijft.
“Te dien dage zal Israël de derde zijn met Egypte en met Assyrië, een zegen in het midden van het land;
Welke de HEERE der heirscharen zegenen zal, zeggende: Gezegend zij Mijn volk de Egyptenaars, en Assur het werk Mijner handen, en Israël Mijn erfdeel.” (Jesaja 19:24-25 STV)
Hier wordt Egypte genoemd:
“Mijn volk.”
Dat laat zien dat deze uitdrukking een relationele aanduiding is.
Twee misverstanden
In het gesprek over Israël ontstaan meestal twee uitersten.
Het eerste uiterste is vervangingsleer, waarin Israël geen rol meer zou spelen in Gods plan.
Maar Paulus zegt duidelijk:
“Zo zeg ik dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre!” (Romeinen 11:1 STV)
Israël heeft nog een toekomst.
Het tweede uiterste is onvoorwaardelijk christenzionisme, waarin de moderne staat Israël automatisch Gods volk wordt genoemd.
Ook dat leert de Schrift nergens.
Israël zal weer “Ammi” worden
De Bijbel laat zien dat Israël uiteindelijk tot bekering zal komen.
“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.” (Romeinen 11:26 STV)
Dan zal Israël opnieuw Ammi — Mijn volk genoemd worden.
De moderne staat Israël is niet automatisch Gods volk.
De Schrift leert iets diepers.
De uitdrukking “Gods volk” wordt bepaald door verbond en geloof.
Vandaag vormt God een volk uit Joden en heidenen in het lichaam van Christus; de gemeente, die Paulus aanduidt als “het Israël Gods.”
En in de toekomst zal ook Israël als volk zijn Messias erkennen.
Dan zal het woord dat ooit klonk:
Lo-Ammi — niet Mijn volk
definitief veranderen in:
Ammi — Mijn volk.
Dat is géén vervanging.
Dat is de Bijbelse definitie van Gods volk.
lees ook:
Israël in de Bijbel is niet hetzelfde als de moderne Joodse staat
De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

