Peter Ruckman en de mythe van feilloos KJV‑Engels

Peter Ruckman en de mythe van feilloos KJV‑Engels

Inleiding

Binnen het gesprek over Bijbelvertalingen neemt de King James Version (KJV) een bijzondere plaats in. Voor velen is zij een geliefde, eerbiedwaardige vertaling; voor een kleinere maar luidruchtige groep is zij zelfs de enige geldige Bijbel. Eén van de meest invloedrijke vertegenwoordigers van dat laatste standpunt was Peter S. Ruckman (1921–2016).

Ruckman stond bekend om zijn felle polemiek, zijn compromisloze verdediging van de KJV en zijn verguizing van vrijwel alle moderne Bijbelvertalingen. Hij presenteerde zichzelf als iemand die de King James Bible beter begreep dan wie ook. Maar klopt dat beeld?

In dit blog laten we zien dat Ruckman juist op een cruciaal punt faalde: zijn begrip van het Engels van 1611. Ironisch genoeg struikelde hij herhaaldelijk over precies die King James‑tekst die hij fanatiek verdedigde.

Ruckman en het KJV‑Only denken

Allereerst is het belangrijk om onderscheid te maken. Niet iedere christen die de KJV verkiest, is een ‘KJV‑Onlyist’ in extreme zin. Veel gelovigen gebruiken de KJV uit liefde voor haar taal, traditie en invloed, zonder te beweren dat andere vertalingen verdorven of demonisch zijn.

Ruckman behoorde echter tot de radicale stroming. Voor hem was de KJV niet alleen een goede vertaling, maar de laatste en volmaakte openbaring van Gods Woord in het Engels. Andere vertalingen waren volgens hem corrupte producten van afvallige geleerden, rooms‑katholieke complotten of zelfs satanische beïnvloeding.

Ironisch genoeg was Ruckman academisch opgeleid. Hij behaalde zijn graad aan Bob Jones University – een instelling die nooit KJV‑Only is geweest. Toch radicaliseerde hij later tot misschien wel de meest extreme KJV‑Only‑stem van de twintigste eeuw.

Het probleem: taalverandering

Het fundamentele probleem in Ruckmans denken is eenvoudig samen te vatten:

Hij las 17e‑eeuws Engels alsof het modern Engels was.

Taal verandert. Woorden behouden soms hun spelling, maar verliezen hun oude betekenis of krijgen een nieuwe lading. Zulke woorden noemen we false friends (valse vrienden). Ze lijken vertrouwd, maar misleiden de lezer.

Moderne Bijbelvertalingen houden hier rekening mee. Ze proberen niet het oude Engels te handhaven, maar de oorspronkelijke betekenis van de Hebreeuwse en Griekse tekst begrijpelijk weer te geven voor hedendaagse lezers.

Ruckman daarentegen ging uit van de aanname dat:

  • de Engelse woorden in de KJV vanzelfsprekend duidelijk zijn;
  • hun betekenis gelijk is aan modern Engels;
  • en dat elke wijziging in moderne vertalingen theologisch verdacht is.

Die aanname blijkt aantoonbaar onjuist.

“Will worship” – een zelfgemaakte leer

In Kolossenzen 2:23 gebruikt de KJV de uitdrukking will worship. Voor moderne lezers klinkt dat als: aanbidding van de eigen wil. Dat is ook precies hoe Ruckman het uitlegde.

Maar in 1611 betekende will worship iets heel anders: zelfbedachte godsdienst, religieuze praktijken die voortkomen uit menselijke voorkeuren in plaats van goddelijke opdracht. Dat is exact wat moderne vertalingen weergeven met termen als self‑made religion.

Ruckman viel moderne vertalingen hier fel op aan, terwijl ze doorgaans inhoudelijk hetzelfde bedoelen als de KJV. Zijn polemiek was gebaseerd op een taalkundig misverstand.

“Mansions” – paleizen of verblijven?

In Johannes 14:2 spreekt de KJV over “many mansions”. Voor Ruckman betekende dit letterlijk: enorme hemelse paleizen van goud. Moderne vertalingen die spreken over “rooms” of “dwelling places” beschuldigde hij ervan de hemelse heerlijkheid af te breken.

Maar in het Engels van de zeventiende eeuw betekende mansion simpelweg verblijfplaats of woonruimte. Niet een luxe villa, maar een plaats om te wonen. Dat is ook precies wat het Griekse woord aangeeft.

Hier verdedigde Ruckman dus niet de KJV‑betekenis, maar een moderne mislezing van een oud Engels woord.

 “Study” – niet lezen, maar ijver

Een klassiek KJV‑Only‑argument draait om 2 Timotheüs 2:15: “Study to shew thyself approved unto God”. Volgens Ruckman is dit het enige expliciete gebod in de Bijbel om de Bijbel te bestuderen, en moderne vertalingen zouden dit gebod verwijderen.

In werkelijkheid betekende study in 1611 niet ‘boeken bestuderen’, maar zich inspannen, ijverig zijn, zich toeleggen op. Dat is ook de betekenis van het Griekse woord.

Moderne vertalingen die spreken over “be diligent” of “do your best” geven de tekst dus correct weer. Ruckman maakte van een taalverandering een leerstellige strijd.

 “Moderation” – geen evenwicht, maar zachtmoedigheid

In Filippenzen 4:5 zegt de KJV: “Let your moderation be known unto all men.” Ruckman bouwde hier complexe eschatologische leer op en zag moderation als een unieke, diepzinnige geestelijke houding die alleen de KJV zou openbaren.

Maar in 1611 betekende moderation eenvoudig mildheid, redelijkheid, toegeeflijkheid. Precies datgene wat moderne vertalingen weergeven.

Opnieuw werd een verouderd Engels woord de basis voor een kunstmatige doctrine.

“Replenish” – opnieuw vullen of gewoon vullen?

Genesis 1:28 spreekt over het “replenish the earth”. Voor moderne lezers klinkt dit alsof de aarde al eens gevuld was en opnieuw gevuld moest worden. Ruckman gebruikte dit om te speculeren over een pre‑adamische wereld.

Maar in 1611 betekende replenish simpelweg vol maken, overvloedig vullen. Het voorvoegsel re‑ had een versterkende functie, geen herhalende.

De KJV bedoelt hier dus exact hetzelfde als moderne vertalingen: de aarde bevolken.

 Een dieper probleem: alles wordt doctrine

Een voormalige Ruckman‑volgeling merkte iets fundamenteels op: binnen Ruckmanisme moest elke KJV‑formulering doctrinaire betekenis hebben. Zodra moderne vertalingen een woord anders weergaven, werd dat gezien als het verbergen van geestelijke waarheid.

Maar veel van die verschillen zijn geen theologie, maar taalgeschiedenis.

Door taalverandering te negeren, werd de KJV niet beschermd maar juist misbruikt.

De grote ironie

De grote ironie is dit:

Ruckman viel moderne vertalingen aan omdat ze zouden afwijken van de KJV, terwijl hijzelf herhaaldelijk afweek van wat de KJV‑vertalers werkelijk bedoelden.

Wie de King James Bible werkelijk wil eren, moet haar lezen:

  • met historisch besef,
  • met aandacht voor taalontwikkeling,
  • en zonder angst voor de grondtalen.

Conclusie

Peter Ruckman presenteerde zich als de ultieme verdediger van de King James Bible, maar werd juist door zijn onbegrip van zeventiende‑eeuws Engels structureel misleid. Zijn polemiek tegen moderne vertalingen was vaak gebaseerd op false friends en taalkundige misverstanden.

De les is helder en relevant, ook voor het debat rond de Statenvertaling:

Liefde voor een oude Bijbelvertaling vraagt niet om ontkenning van taalverandering, maar om eerlijkheid over wat woorden toen betekenden.

Dat is geen verzwakking van het Schriftgezag – het is er juist een vorm van respect voor.

lees ook:

Van Ruckman naar SV1637

Extreme opvattingen op het christelijke erf: “Ruckmanisme”.

Ten ways to avoid Ruckmanism

KJV only-ism en haar pleitbezorgers

Waarom “Verbondstheologie” tekort schiet

Waarom “Verbondstheologie” tekort schiet

Gebrek aan expliciete Bijbelse grondslag

Een fundamenteel probleem van de verbondstheologie (pdf) is dat deze steunt op een theologisch geconstrueerd raamwerk dat niet expliciet zo in de Schrift wordt aangereikt. Centrale pijlers zoals het “Werkverbond” en het “Genadeverbond” worden nergens systematisch benoemd of uitgewerkt in de Bijbel zelf.

Ze zijn het resultaat van latere theologische reflectie, niet van directe uitleg.

Dat betekent dat definities en structuren vaak van buitenaf aan de tekst worden opgelegd. De theologie fungeert dan als bril waardoor de Schrift gelezen moet worden, in plaats van dat de Schrift zelf de leer voortbrengt. Dit staat in scherp contrast met begrippen als bedeling (oikonomia), die wél expliciet en herhaaldelijk in het Nieuwe Testament voorkomen, vooral in de brieven van Paulus.

Veronachtzaming van heilshistorische verschillen

De verbondstheologie benadert de Bijbel als één uniforme geschiedenis waarin wezenlijk niets verandert. Adam, Abraham, Mozes en de Christen worden gezien als deelnemers aan hetzelfde verbond, met hooguit andere uiterlijke vormen.

Hierdoor vervagen de duidelijke verschillen die de Schrift zelf maakt tussen tijdperken, verantwoordelijkheden en openbaring. De voortgang in Gods handelen wordt afgevlakt. Uitspraken als dat Adam “bij de Kerk hoorde” of dat Abraham op exact dezelfde wijze wedergeboren zou zijn als een gelovige vandaag, zijn daar het gevolg van. Zulke conclusies doen geen recht aan het feit dat Gods openbaring toeneemt, verdiept en verandert in vorm door de geschiedenis heen.

Onvermogen om Wet en Genade te onderscheiden

Hoewel de verbondstheologie belijdt dat de mens door genade behouden wordt, blijft de Wet, als leefregel, in de praktijk een blijvende norm binnen het christelijk leven. De Wet wordt niet werkelijk losgelaten, maar krijgt een andere functie.

Dit leidt tot een voortdurende vermenging van Sinaï en Golgotha. Begrippen als rechtvaardiging en heiliging, positie en wandel, worden onvoldoende onderscheiden. Paulus’ scherpe uitspraken dat de gelovige “niet onder de wet” is, of dat wie door de wet gerechtvaardigd wil worden “van de Genade vervallen” is, passen moeilijk binnen dit kader en worden daarom vaak afgezwakt of hervertaald.

Het gevolg is een geloofsbeleving waarin Genade wel wordt beleden, maar niet volledig wordt beleefd.

Israël ten opzichte van de Gemeente

Een cruciaal probleem is dat Israël en de Gemeente worden gezien als één en hetzelfde volk, slechts in verschillende fasen van hetzelfde verbond. Daarmee verdwijnt het onderscheid dat de Schrift zelf consequent maakt.

Concrete beloften aan Israël – zoals land, herstel, nationale bekering en toekomstig koningschap – worden vergeestelijkt en toegepast op de Kerk. Dit maakt grote delen van de profetieën hun oorspronkelijke betekenis kwijt. Met name de hoofdstukken Romeinen 9–11 worden binnen dit systeem lastig te duiden, omdat daar nadrukkelijk gesproken wordt over een toekomstig herstel van Israël als volk.

Wanneer Israël zijn eigen plaats verliest, verliest ook Gods trouw aan Zijn beloften haar zichtbare gestalte.

Neutralisering van toekomstige profetie

Veel verbondstheologische benaderingen kennen uiteindelijk slechts één toekomstmoment: de jongste dag. Alles daartussen verdwijnt. Profetieën worden geestelijk geïnterpreteerd, symbolisch gemaakt of geacht reeds vervuld te zijn.

Hierdoor verliezen profetische gedeelten hun tijdstructuur en concrete verwachting. Het duizendjarig rijk wordt ontkend of herleid tot een geestelijke realiteit in het heden. Openbaring wordt omgevormd tot een beschrijving van kerkgeschiedenis of morele strijd, in plaats van een profetisch boek met toekomstperspectief.

Dit staat op gespannen voet met de duidelijke tijdsaanduidingen en verwachtingen die de Schrift zelf aanreikt.

Willekeurige toepassing van Schriftgedeelten

Doordat alles in principe voor hetzelfde verbond en hetzelfde volk zou gelden, ontbreekt een helder antwoord op de vraag: voor wie is deze tekst bedoeld?

Het gevolg is een selectieve omgang met de Schrift. Sommige teksten worden rechtstreeks toegepast op de gelovige vandaag, terwijl andere teksten worden genegeerd, vergeestelijkt of naar de achtergrond geschoven. Er is geen consistente uitleg. Dat leidt tot innerlijke tegenstrijdigheden en pastorale verwarring.

Onderschatting van Paulus’ unieke bediening

De openbaring die aan Paulus is toevertrouwd wordt binnen de verbondstheologie meestal gezien als een verdere uitleg van bestaande waarheden, niet als de introductie van een nieuwe huishouding.

Daarmee verdwijnt het gewicht van Paulus’ uitspraken over een verborgenheid die in eerdere eeuwen niet bekendgemaakt was. De Gemeente wordt alsnog ingepast in Israëls profetische lijn, terwijl Paulus juist benadrukt dat hier iets totaal nieuws is geopenbaard. De radicaliteit van zijn evangelie wordt zo afgezwakt.

Theologische geslotenheid

De verbondstheologie functioneert in de praktijk vaak als een gesloten systeem. Wanneer Schriftgedeelten niet goed passen, wordt niet het systeem herzien, maar de uitleg aangepast.

Dat maakt het moeilijk om werkelijk open te blijven voor wat de tekst zegt. Schriftgegevens die spanning oproepen worden gladgestreken, en alternatieve benaderingen worden snel als gevaarlijk of onschriftuurlijk bestempeld. Zo wordt de leer zelf uitgangspunt, in plaats van de Schrift.

Pastorale gevolgen

De vermenging van bedelingen heeft niet alleen leerstellige, maar ook pastorale gevolgen. Veel gelovigen blijven leven onder druk, onzekerheid en prestatiedenken. De rust van de volbrachte verlossing komt zo onvoldoende tot haar recht.

Waar Paulus spreekt over zekerheid, vrede en vrijheid in Christus, ontstaat in de praktijk vaak een geloofsleven dat draait om toetsing, zelfonderzoek en morele spanning. Dat is geen klein bijverschijnsel, maar een direct gevolg van het ontbreken van helder onderscheid.

Samenvattend

De kern van de kritiek is niet dat de verbondstheologie niets goeds voortbrengt, maar dat zij te weinig onderscheid maakt. Juist dat onderscheid is nodig om de Schrift recht te doen, Gods heilsplan in zijn samenhang te zien en werkelijk te leven uit Genade.

Wie de verschillen negeert, loopt vast in verwarring.
Wie ze erkent, ontdekt orde, rust en diepte in het Woord.

zie ook:

De vloek van de wet

Bedelingen….

Bedelingen….

Bedelingen….

Waarom je de Bijbel niet goed kunt verstaan zonder dit onderscheid

Veel verwarring in Bijbelstudie ontstaat niet doordat de Schrift onduidelijk zou zijn, maar doordat men geen rekening houdt met onderscheid. Onderscheid tussen tijden, tussen doelgroepen, tussen beloften, tussen Wet en Genade, en vooral: tussen Israël en de Gemeente.

De Bedelingen_Gods (pdf) ook wel dispensationalisme genoemd – biedt een sleutel om deze verschillen recht te doen en de rijkdom van Gods heilsplan te zien.

Wat wordt bedoeld met een “bedeling”?

Het woord bedeling komt van het Griekse oikonomia, wat letterlijk betekent: huishouding of beheer. Het gaat niet primair om een tijdvak, maar om een door God ingestelde manier waarop Hij Zijn schepping bestuurt, met bepaalde regels, verantwoordelijkheden en openbaring.

Een bedeling is:

  • een door God ingestelde orde,
  • met specifieke verantwoordelijkheden voor de mens,
  • gericht op een bepaalde groep mensen,
  • en met een eigen plaats in de heilsgeschiedenis.

Belangrijk is dat bedelingen elkaar kunnen overlappen. Ze volgen elkaar niet simpelweg lineair op, zoals vaak in populaire schema’s wordt voorgesteld. God kan meerdere lijnen tegelijk laten lopen.

Dispensationalisme versus verbondstheologie

Binnen de protestantse theologie bestaan grofweg twee allesomvattende systemen:

  1. Verbondstheologie
  2. Dispensationalisme

De verbondstheologie beschouwt de Bijbel als één doorgaande, uniforme geschiedenis van verlossing. Israël en de Gemeente worden daarbij in wezen gelijkgesteld. Profetieën over Israël worden vaak geestelijk toegepast op de Kerk, en toekomstverwachtingen worden teruggebracht tot “de jongste dag”.

Het dispensationalisme kiest een andere benadering: lees de Schrift zoals zij geschreven is. Dat betekent:

  • beloften aan Israël blijven beloften aan Israël;
  • de Gemeente is niet het “nieuwe Israël”;
  • profetieën worden niet vergeestelijkt, maar letterlijk genomen;
  • Wet en genade worden niet vermengd.

Volgens deze benadering verdwijnen veel tegenstrijdigheden vanzelf wanneer men erkent dat God in verschillende bedelingen op verschillende manieren werkt.

Israël en de Gemeente: twee onderscheiden lijnen

Een kernpunt in de leer van de bedelingen is het strikte onderscheid tussen Israël en de Gemeente.

Israël

  • is een aards volk;
  • met aardse beloften;
  • heeft een concreet beloofd land: Kanaän;
  • zal in de toekomst hersteld worden als volk.

De Gemeente

  • is een hemels volk;
  • heeft geen aardse landbelofte;
  • is gezegend met alle geestelijke zegeningen in Christus;
  • leeft in een verborgen positie.

De Gemeente vervangt Israël niet en staat er ook niet tijdelijk voor in de plaats. Het zijn twee verschillende huishoudingen binnen één groot heilsplan.

Waarom zeven bedelingen?

De Bijbel laat zien dat Gods weg met een gevallen schepping een duidelijke structuur heeft. Die structuur wordt gekenmerkt door het getal zeven:

  • zeven scheppingsdagen,
  • zeven fasen in de heilsgeschiedenis,
  • zeven bedelingen.

De periode vóór de zondeval (vaak “de bedeling van de onschuld” genoemd) wordt niet meegeteld, omdat de zeven bedelingen juist Gods weg na de val beschrijven: de weg van herstel, via oordeel en genade, naar een nieuwe schepping.

Overzicht van de zeven bedelingen

  1. De bedeling van het geweten

Deze bedeling begint bij de uitdrijving uit de hof van Eden en geldt voor alle mensen.
De norm is het geweten: de innerlijke kennis van goed en kwaad. God heeft Zijn wet in het hart van de mens gelegd. Profetie en geweten functioneren als licht in een gevallen wereld.

Deze bedeling loopt tot het moment waarop er geen stervende mensen meer zijn.

  1. De bedeling van het menselijk bestuur

Na de zondvloed begint God de mensheid te ordenen in volkeren. Overheden worden ingesteld en volkeren krijgen verantwoordelijkheid.
God regeert de wereld indirect, via machten en gezagsstructuren.

Deze bedeling zal in de toekomst worden afgesloten door een oordeel over de volkeren.

  1. De bedeling van de belofte

Met Abraham begint een nieuwe lijn. God geeft onvoorwaardelijke beloften:

  • een volk,
  • een land,
  • een toekomst.

Deze beloften worden niet ingetrokken en zijn nog steeds toekomstig. Abraham ontving ze niet in zijn leven, maar zag ze van verre.

  1. De bedeling van de wet

De wet wordt gegeven aan Israël, niet aan de volken.
De functie van de wet is niet behouden, maar openbaren: zij maakt zonde zichtbaar en toont de noodzaak van verlossing.

Deze bedeling eindigt bij het kruis. Sinds de opstanding van Christus leven gelovigen niet meer onder de wet.

  1. De bedeling van de Genade (of: de verborgenheid)

Dit is de huidige bedeling, toevertrouwd aan de apostel Paulus.
Kenmerken:

  • Genade regeert;
  • Christus is verborgen;
  • het Koninkrijk is verborgen;
  • de Gemeente is verborgen.

Deze bedeling was in eerdere eeuwen niet geopenbaard. Zij vormt geen voortzetting van Israël, maar een geheel nieuwe huishouding.

  1. De bedeling van de volheid der tijden

In deze toekomstige bedeling zal God alles wat in de hemel en op de aarde is, onder één hoofd bijeenbrengen: Christus.
Deze periode omvat:

  • de grote verdrukking,
  • het oordeel over de volkeren,
  • het herstel van Israël.

Het is de afsluiting van de heerschappij van de volkeren.

  1. De bedeling van het Koninkrijk

Dit is het duizendjarig rijk, waarin Christus zichtbaar regeert op aarde.
Kenmerken:

  • vrede;
  • gerechtigheid;
  • vervulling van aardse beloften;
  • Israël in zijn bestemming hersteld.

Na deze bedeling volgt de nieuwe hemel en de nieuwe aarde: de achtste dag, een totaal nieuw begin.

Waarom dit alles ertoe doet

Zonder onderscheid tussen bedelingen:

  • worden teksten op verkeerde mensen toegepast;
  • ontstaat verwarring over Wet en genade;
  • verdwijnt de toekomstverwachting;
  • raken Israël en de Gemeente vermengd.

Met dit onderscheid:

  • blijft de Schrift consistent;
  • krijgt profetie haar plaats;
  • wordt Gods plan zichtbaar in zijn samenhang;
  • krijgt Genade haar volle betekenis.

Samengevat

De leer van de bedelingen is geen kunstmatig systeem dat men de Bijbel oplegt. Zij ontstaat juist door zorgvuldig, eerlijk en consequent lezen van de Schrift.
Niet alles geldt voor iedereen, altijd. God handelt doelgericht, ordelijk en wijs – en Zijn Woord vraagt dat wij die orde respecteren.

Wie dat doet, ontdekt niet een verdeelde Bijbel, maar een rijk, veelkleurig en samenhangend heilsplan, dat uitloopt op één groot doel:
alles onder Christus bijeen te brengen, tot eer van God.

lees ook:

Waarom “verbondstheologie” tekort schiet

De vloek van de wet

De charismatische implosie: wat ging er mis, en wat nu

De charismatische implosie: wat ging er mis, en wat nu

De afgelopen jaren is het charismatische en neo-charismatische christendom opgeschrikt door een reeks onthullingen. Bekende leiders vielen van hun sokkel. Morele schandalen, geestelijk misbruik, machtsstructuren en aantoonbaar valse profetieën kwamen aan het licht. Voor veel gelovigen voelde dit als verraad. Sommigen verloren hun vertrouwen in leiders, anderen zelfs hun vertrouwen in God, en het geloof zelf.

In een indringende aflevering van Fighting for the Faith analyseert Chris Rosebrough deze crisis. Zijn boodschap is scherp en confronterend, maar tegelijk pastoraal: het probleem zit dieper dan individuele zonden. Wat we zien is geen reeks incidenten, maar de vrucht van een zieke boom.

Het probleem zit niet in de vrucht, maar in de boom

Wanneer een charismatische leider valt, klinkt vaak als reactie: “Ook hij is maar een mens.” Maar Jezus leert in Mattheüs 7 dat een zieke boom slechte vrucht voortbrengt. Slechte vrucht is niet alleen moreel falen, maar ook valse leer.

De huidige implosie is daarom geen toeval. Ze is het gevolg van een theologisch systeem waarin:

  • leer nauwelijks wordt getoetst,
  • kritiek als “ongeestelijk” wordt weggezet,
  • leiders praktisch onaantastbaar worden.

De vergeten maatstaf: zuivere leer

Een kernprobleem binnen veel charismatische kringen is dat valse leer niet als diskwalificerend wordt gezien. Zolang iemand “zalving”, succes of charisma heeft, wordt zijn onderwijs geaccepteerd.

De Bijbel is hier helder over. In de pastorale brieven (Titus, 2 Timotheüs) wordt van herders geëist dat zij:

  • vasthouden aan de overgeleverde leer,
  • in staat zijn dwaling te weerleggen,
  • niet meebewegen met populariteit of trends.

Wie structureel de Schrift verdraait, faalt niet op details, maar op het fundament.

Slogans die daders beschermen, maar niet de kudde

Binnen het charismatische wereldje circuleren bekende uitspraken, zoals:

  • “Raak Gods gezalfde niet aan”
  • “Eet het vlees en spuug de botten uit”
  • “Hoofdkennis is slecht, hartkennis is goed”
  • “God doet een nieuw ding”
  • “Leer verdeelt”

Deze slogans klinken geestelijk, maar staan niet in de Bijbel. Ze functioneren als afweermechanismen tegen kritiek en als bescherming van leiders. In de praktijk zorgden ze ervoor dat:

  • misbruik niet werd benoemd,
  • valse profetieën werden getolereerd,
  • slachtoffers zelfs hun leiders verdedigden.

Dat is geen geestelijke vrijheid, maar geestelijke manipulatie.

Liefde voor ervaring, afkeer van gezonde leer

Paulus waarschuwt in 2 Timotheüs 4 dat mensen leraren zullen zoeken die zeggen wat zij willen horen. Dit beschrijft nauwkeurig de cultuur waarin:

  • tekenen en wonderen belangrijker zijn dan Schriftuitleg,
  • “nieuwe woorden van God” zwaarder wegen dan de Bijbel,
  • emotie wordt verward met geestelijkheid.

Hier ligt ook verantwoordelijkheid bij de toehoorders. Niet alleen leiders ontspoorden; een kerkelijke cultuur vroeg hierom en beloonde dit gedrag.

De mythe van de “faalbare profeet”

Een van de meest schadelijke ideeën is dat een ware profeet ook fout kan profeteren. Dat klinkt nederig, maar is onbijbels.

De Schrift is ondubbelzinnig:

  • Deuteronomium 18: één valse profetie betekent niet door God gezonden.
  • Het derde gebod: Gods Naam niet ijdel gebruiken.
  • Jeremia en Ezechiël: God keert Zich tegen profeten die uit eigen hart spreken.

Het idee van “gedeeltelijk ware profetie” is geen bijbels concept, maar een menselijke uitvinding die misleiding legitimeert.

Waarom komt dit alles nu aan het licht?

Deze golf van onthullingen is geen bewijs dat het christelijk geloof faalt, maar dat God grote schoonmaak houdt. Valse profeten die niet wilden luisteren, worden ontmaskerd. Niet om te vernietigen, maar om te waarschuwen.

Wat nu? Terug naar de Bron

Voor wie gedesillusioneerd is, is het antwoord niet: zoek betere profeten, maar:

  1. Erken eerlijk dat Bijbelkennis onvoldoende was
  2. Neem tijd – geestelijk herstel kost jaren, geen weken.
  3. Zoek een gezonde gemeente waar:
    • de Schrift systematisch wordt uitgelegd,
    • Christus centraal staat,
    • menselijke slogans geen gezag hebben.
  4. Leer Gods stem kennen – niet via gevoelens, maar via Zijn Woord.

 Hoop voorbij de puinhopen

Christus is niet gevallen. Het evangelie is niet ontkracht. Wat faalde, was een menselijk systeem dat zich christelijk noemde, maar zichzelf centraal stelde.

Voor wie bereid is (opnieuw) te luisteren naar de Schrift rest geen leegte, maar levend water.

Niet via ‘nieuwe openbaringen’, maar via het goede betrouwbare Woord dat nog altijd reinigt, herstelt en vrijmaakt.

Geverifieerd door MonsterInsights