Hoe stabiel is de Textus Receptus werkelijk?
Een kritische bespreking van 22 edities en een hardnekkige mythe
Binnen behoudende protestantse kringen wordt vaak met grote zekerheid gesproken over de Textus Receptus (TR). Niet zelden klinkt daarbij de bewering dat de verschillende edities van de TR onderling nauwelijks verschillen vertonen: hooguit wat spelling, misschien een enkel accent, maar niets dat de betekenis of vertaling raakt. Deze claim wordt onder andere uitgedragen door organisaties als de Trinitarian Bible Society en door pleitbezorgers van confessional bibliology of King James Only-achtige posities.
Maar klopt dit beeld wel?
De Amerikaanse theoloog Timothy Decker besloot deze bewering niet langer als vanzelfsprekend te accepteren, maar daadwerkelijk te toetsen. Niet op basis van aannames of traditie, maar door een grootschalige, tijdrovende vergelijking van 22 verschillende edities van de Textus Receptus. De resultaten zijn confronterend – niet omdat zij de betrouwbaarheid van de Bijbel ondermijnen, maar omdat zij een hardnekkige voorstelling van zaken corrigeren.

Aanleiding: een toetsbare claim
De aanleiding voor Deckers onderzoek is eenvoudig maar fundamenteel. TR-verdedigers stellen vaak:
- dat de Textus Receptus één stabiele teksttraditie vormt;
- dat verschillen tussen edities minimaal en betekenisloos zijn;
- dat kritiek op de TR vaak overdreven of ideologisch gemotiveerd is.
Decker vroeg zich af:
is deze claim controleerbaar, en zo ja, houdt zij stand wanneer we de tekst zelf laten spreken?
Zijn antwoord was even simpel als radicaal: dan moeten we de edities naast elkaar leggen en tellen wat er werkelijk staat.
Methode: geen theorie, maar vergelijking
Decker vergeleek 22 representatieve TR-edities, waaronder:
- alle vijf edities van Erasmus
- de Complutensische Polyglot
- meerdere reformatorische edities uit de zestiende eeuw
- alle belangrijke edities van Stephanus
- diverse edities van Beza, met bijzondere aandacht voor die van 1598
- de Elzevier-edities
- en zelfs een negentiende-eeuwse Oxford-editie
Als vaste referentietekst gebruikte hij Scrivener 1881, die vaak wordt gezien als een gereconstrueerde “klassieke” TR.
Belangrijk: Decker deed geen kritische teksteditie. Hij probeerde niet te bepalen welke lezing “juist” is, maar maakte een diplomatische vergelijking: wat staat er, waar wijkt het af, en hoe vaak?

Focus: de bergrede
Om het project uitvoerbaar te houden, beperkte Decker zich tot één tekstgedeelte: Mattheüs 5–7, de Bergrede. Dat is geen willekeurige keuze:
- het gaat om een theologisch kernstuk van het Nieuwe Testament;
- de tekst is sterk gestructureerd;
- en er zijn bekende plaatsen waar TR-edities uiteenlopen.
In totaal analyseerde hij 111 verzen.
Drie categorieën varianten
Om zijn bevindingen ordelijk te presenteren, verdeelde Decker de verschillen in drie categorieën. Opmerkelijk genoeg baseerde hij deze indeling op de eigen terminologie van TR-verdedigers.
1.Triviale varianten
Spelling, eindletters, orthografie. Deze verschillen zijn onbetwist en worden door niemand problematisch gevonden. Ze zijn relevant voor specialisten, maar hebben geen invloed op betekenis of vertaling. Decker nam ze wel waar, maar telde ze niet mee.
2.Grammaticale varianten
Hier gaat het om zaken als werkwoordstijd, lidwoorden of kleine syntactische verschuivingen. Deze kunnen grammaticaal relevant zijn, maar vallen in vertalingen vaak nauwelijks op. Ook hierover bestaat doorgaans weinig discussie.
3.Betekenisvolle, vertaalbare varianten
Dit is de kern van het probleem. In deze categorie vallen verschillen die:
- zichtbaar zijn in vertaling;
- hoorbaar zijn in voorlezing;
- en soms de interpretatie beïnvloeden.
In de Bergrede alleen al identificeerde Decker 32 van zulke varianten.
Een cruciaal voorbeeld: Mattheüs 6:1
Misschien wel het meest sprekende voorbeeld is Mattheüs 6:1.
Sommige TR-edities lezen:
“Doet uw aalmoezen niet voor de mensen…”
Andere – waaronder Beza 1598 – lezen:
“Doet uw gerechtigheid niet voor de mensen…”
Dit is geen nuanceverschil. Het woord is volledig anders, en het effect is groot:
“Aalmoezen” maakt vers 1 onderdeel van één concreet thema;
“Gerechtigheid” functioneert als overkoepelende inleiding op drie praktijken: aalmoezen, gebed en vasten.
Daarmee verandert niet alleen de woordkeus, maar ook de structuur en uitleg van het hele hoofdstuk.
Nog opvallender:
Beza verdedigt de lezing “gerechtigheid” al jaren in zijn annotaties, maar durft pas in zijn laatste editie de tekst daadwerkelijk te wijzigen. Dat laat zien hoe terughoudend TR-redacteuren waren om af te wijken van de gevestigde traditie – zelfs wanneer zij inhoudelijk overtuigd waren.
Het Onze Vader en hoorbare verschillen
Andere categorie-1-varianten komen voor in het Onze Vader. Denk aan verschillen als:
- “Onze Vader” versus “Uw Vader”
- subtiele maar hoorbare verschuivingen in aanspreekvorm
Voorstanders van de TR noemen zulke verschillen vaak “onbeduidend”, maar in vaste, liturgische teksten zijn ze onmiskenbaar merkbaar. Niemand die het Onze Vader uit het hoofd kent, zal zo’n wijziging niet opmerken.
Lidwoorden die interpretatie sturen
Een bijzonder leerzaam punt betreft het gebruik van het Griekse lidwoord in Mattheüs 6. Het wel of niet plaatsen van een lidwoord kan:
- een voorzetsel veranderen in een bijvoeglijke bepaling;
- de nadruk verleggen van wat God doet naar wie God is;
- en daarmee de interpretatie beïnvloeden.
Dit soort verschillen wordt vaak weggezet als “maar één letter”, maar grammaticaal en exegetisch zijn ze allesbehalve onschuldig.
De Complutensische Polyglot: verrassend modern
Een interessante ontdekking is dat de Complutensische Polyglot de doxologie van het Onze Vader niet opneemt, met een verklaring in de kantlijn. De redacteurs stellen dat deze woorden waarschijnlijk uit liturgisch gebruik zijn voortgekomen en later in de tekst zijn terechtgekomen.
Met andere woorden: zestiende-eeuwse geleerden gebruikten al interne argumenten zoals wij die vandaag kennen uit de moderne tekstkritiek. Dat doorbreekt het idee dat “kritisch denken” pas in de moderne tijd is ontstaan.
Wat betekent dit alles?
Deckers conclusie is opmerkelijk evenwichtig:
- De Textus Receptus is relatief stabiel, zeker in vergelijking met sommige andere teksttradities.
- Maar zij is niet zo uniform als vaak wordt beweerd.
- Er bestaan aantoonbaar betekenisvolle verschillen tussen TR-edities.
- Claims dat deze verschillen “verwaarloosbaar” zijn, houden geen stand.
Belangrijk: Dit raakt geen enkele cruciale leer van het christelijk geloof. Maar het raakt wél de manier waarop we over tekst en overlevering spreken.
Een oproep tot eerlijkheid
Decker probeert TR-verdedigers niet “te ontmaskeren” of te ridiculiseren. Zijn oproep is eenvoudiger en scherper:
Meet met dezelfde maat waarmee je anderen meet.
Wie kritiek heeft op varianten in de kritische tekst, moet bereid zijn dezelfde eerlijkheid toe te passen op de eigen teksttraditie. Niet om geloof af te breken, maar om het te gronden in waarheid in plaats van idealisering.
Dit onderzoek laat zien dat theologische overtuiging en wetenschappelijke eerlijkheid geen vijanden hoeven te zijn. Integendeel: juist waar traditie wordt getoetst aan feiten, ontstaat ruimte voor een volwassen en geloofwaardige bibliologie.
Niet minder eerbied voor de Schrift – maar meer.
lees ook (extern):
https://www.tbsbibles.org/page/ReceivedText
https://www.textusreceptusbibles.com/Editions
https://pneumareview.com/bible-translations-the-three-major-textus-receptus-translations/
https://www.wayoflife.org/reports/which_edition_of_received_text_should_we_use.html
https://grokipedia.com/page/Textus_Receptus