Heeft een voorganger bijzonder gezag over een gelovige?

Heeft een voorganger bijzonder gezag over een gelovige?

In kerken wordt – soms openlijk, soms subtiel – de indruk gewekt dat een voorganger, dominee of geestelijk leider bijzonder gezag zou hebben over, het geloof of de keuzes van een gelovige. In een preek die ik onlangs hoorde werd zoiets verondersteld met een voorbeeld.

Wie daar vragen bij stelt, krijgt al snel te horen dat hij “ongehoorzaam” is, “onder gezag moet leren staan” of “tegen God ingaat”.

Maar is dat wel Bijbels?

Het enige absolute gezag in de gemeente

Het Nieuwe Testament is hier opvallend eenduidig over
Christus alleen is het Hoofd van de gemeente.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente,.”
(Kolossenzen 1:18 STV)

Er is geen tweede hoofd, geen plaatsvervanger en geen aardse autoriteit die tussen Christus en de gelovige instaat.

Jezus Zelf zegt zelfs expliciet:

“Een is uw Meester, en gij zijt allen broeders.”
(Mattheüs 23:8 STV)

Dat zet meteen een dikke streep door elke geestelijke hiërarchie waarin de één boven de ander staat

Wat is een voorganger dan wél?

Opvallend genoeg gebruikt het Nieuwe Testament het woord voorganger niet als ambtstitel. In plaats daarvan lezen we over:

  • oudsten
  • herders
  • opzieners
  • leraars

Hun taak is niet heersen, maar dienen:

“Weidt de kudde Gods die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk, noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.”
(1 Petrus 5:2–3 STV)

Een Bijbelse leider:

  • dwingt niet
  • beheerst geen gewetens
  • claimt geen exclusieve toegang tot Gods wil

Hij wijst, hij onderwijst, hij dient.

Gehoorzaamheid

Een vaak geciteerd vers is:

“Weest uw voorgangers gehoorzaam, en zijt hun onderdanig…”
(Hebreeën 13:17 STV)

Maar dit vers kan nooit los gelezen worden van de rest van de Schrift. Dezelfde Bijbel zegt namelijk ook:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”
(1 Thessalonicenzen 5:21 STV)

En zelfs Paulus werd getoetst:

“Zij onderzochten dagelijks de Schriften of deze dingen alzo waren.”
(Handelingen 17:11 STV)

Gehoorzaamheid in de gemeente is geen blind volgen, maar een vrijwillige erkenning van geestelijk leiderschap zolang dat leiderschap onder het Woord blijft.

De gelovige staat rechtstreeks voor en onder God

Een kernwaarheid bij Paulus is persoonlijke verantwoordelijkheid:

“Zo dan, een iegelijk van ons zal voor zichzelf rekenschap geven aan God.”
(Romeinen 14:12 STV)

Niet via:

  • een kerk
  • een voorganger
  • een geestelijke structuur

Ook is er maar één Middelaar:

“Want er is één Middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus.”
(1 Timotheüs 2:5 STV)

Wie geestelijk gezag zo uitlegt dat een voorganger als tussenpersoon fungeert, gaat tegen deze waarheid in.

Wanneer wordt gezag misbruik?

Gezag wordt onbijbels wanneer een voorganger:

  • spreekt alsof hij Gods stem is
  • persoonlijke beslissingen dicteert
  • kritiek gelijkstelt aan opstand
  • vrijheid in Christus verdacht maakt

Paulus zegt daarover:

“Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers uwer blijdschap; want gij staat door het geloof..”
(2 Korinthe 1:24 STV)

Dit ene vers alleen al ontmantelt elke vorm van geestelijke machtsuitoefening.

Samengevat

De Bijbel leert geen geestelijke hiërarchie waarin voorgangers bijzondere macht hebben over gelovigen. Zij hebben:

  • geen gezag over het geweten
  • geen heerschappij over het geloof
  • geen plaats tussen Christus en de gelovige

Wel hebben zij een roeping om te dienen, te onderwijzen en voor te leven.

Christus is het Hoofd, de gelovige is vrij.
Leiderschap is dienstbaarheid.

zie ook:

Apostelen vandaag?

Geef een reactie