Van Ruckman naar SV1637
Wie nog volhoudt dat Nico Verhoef slechts een bezorgde verdediger van de Statenvertaling is, fietst doelbewust om een ongemakkelijke werkelijkheid heen. De overeenkomst tussen SV1637 en het denken van Peter S. Ruckman is geen toevallige parallel, maar een inhoudelijke voortzetting. Het gaat hier niet om gelijkaardige zorgen, maar om een gedeeld raamwerk — inclusief taal, vijandbeelden en omgang met kritiek.

De norm afgekondigd
Ruckman stelde onomwonden dat de King James Bible de finale norm is waaraan alle andere Bijbels getoetst moeten worden. In zijn woorden: “The King James Bible is the final authority. Any Bible that departs from it is corrupt.” Moderne vertalingen waren volgens hem niet slechts minder goed, maar principieel verdorven: “All modern versions are produced by unbelievers and heretics.” Die toon, dat absolutisme, is kenmerkend voor ruckmanisme.
Wie vervolgens SV1637 leest, hoort dezelfde muziek in een andere taal. Daar wordt zonder omhaal gesteld: “De Herziene Statenvertaling is een valse bijbel.” En ook: “Nieuwe Bijbelvertalingen zijn het resultaat van afval en misleiding.” Het verschil tussen “corrupt” en “vals” is stilistisch, niet inhoudelijk. In beide gevallen wordt één historische vertaling verheven tot norm, terwijl alle andere bij voorbaat worden uitgesloten.
Bewaring
Centraal in beide systemen staat dezelfde herdefinitie van het begrip “bewaring”. Ruckman schreef: “God preserved His word in the King James Bible — not in manuscripts, but in the Book.” En even scherp: “If you don’t have the King James Bible, you don’t have the preserved word of God.” Bewaring is hier geen proces meer, maar een eindpunt. Geen veelheid van handschriften en vertalingen, maar één vast boek.
SV1637 gebruikt exact dezelfde gedachtegang. Daar lezen we: “God heeft Zijn Woord bewaard in de Statenvertaling.” En: “Wie de Statenvertaling loslaat, laat de bewaarde Bijbel los.” Dat is geen klassieke gereformeerde Schriftleer, maar tekst absolutisme. Bewaring wordt geïdentificeerd met één specifieke editie. De Statenvertaling functioneert hier niet meer als vertaling van de Schrift, maar als definitie ervan.
Die verschuiving werkt onvermijdelijk door in de omgang met de grondtekst. Ruckman kon schrijven: “A little English will clear up the obscurities in any Greek text.” En zelfs: “The AV straightens out Erasmus, Nestle, and Aland.” De richting is duidelijk: niet de brontekst corrigeert de vertaling, maar de vertaling oordeelt over de brontekst.
Bij SV1637 klinkt dit minder brutaal, maar inhoudelijk identiek. Daar wordt gesteld: “De Statenvertaling hoeft niet gecorrigeerd te worden door de grondtekst.” En ook: “Tekstkritiek ondermijnt het vertrouwen in Gods Woord.” Wie deze zinnen naast elkaar legt, ziet dezelfde beweging: wantrouwen tegen grondtekstonderzoek en een principiële afwijzing van correctie. Wat bij Ruckman expliciet wordt uitgesproken, blijft bij SV1637 impliciet — maar het resultaat is hetzelfde.
Omgaan met kritiek
Misschien het meest veelzeggend is de manier waarop beide systemen omgaan met kritiek. Ruckman stond erom bekend tegenstanders niet inhoudelijk te weerleggen, maar geestelijk te kwalificeren. “Anyone who rejects the King James Bible is either ignorant, dishonest, or demonically influenced,” schreef hij. Elders stelde hij ronduit: “These men are led by Satan while claiming scholarship.” Daarmee wordt debat onmogelijk gemaakt: wie tegenspreekt, diskwalificeert zichzelf.
SV1637 volgt dezelfde route, zij het met iets minder grove formuleringen. Tegenstanders van de Statenvertaling zouden “openstaan voor misleiding” en achter moderne vertalingen zou “een andere geest” zitten. Ook hier verschuift het gesprek van argumenten naar intenties. De criticus wordt niet weerlegd, maar verdacht gemaakt. Dat is geen incident, maar methode.
Dat alles krijgt extra gewicht doordat SV1637 niet alleen ruckmaniaanse ideeën vertoont, maar ook boeken van Peter Ruckman actief aanbiedt. Zijn boeken worden via de site verkocht en aanbevolen. Dat is geen neutrale boekentip, maar een ideologische keuze. Wie deze boeken promoot, importeert niet alleen argumenten, maar ook stijl, vijandbeelden en cultuur.
Daarom is het niet overtuigend om te zeggen dat SV1637 “weliswaar scherp is, maar wezenlijk anders”. De verschillen zijn retorisch, niet principieel. Ruckman zei hardop wat Verhoef functioneel toepast. De ene schreeuwt, de ander structureert — maar beiden bouwen aan hetzelfde gesloten systeem.
Voortzetting van een denktrant
De conclusie laat zich niet verzachten zonder onwaarachtig te worden. SV1637 is geen zelfstandige, neutrale verdediging van de Statenvertaling. Het is een Nederlandstalige voortzetting van ruckmaniaans denken. Wie Ruckman als dwaalleraar herkent maar SV1637 verdedigt, heeft het probleem niet begrepen.
Wie Ruckman citeert, verkoopt en volgt, kan zich niet verschuilen achter een andere taal of een iets nettere toon.
Dit is geenzins bedoeld als zwartmakerij, maar ontstaan uit opmerkelijke parallellen die ik zag. Zie het maar als een vergelijkend warenonderzoek.