De Alverzoening en het “eeuw-ige”(?) leven

Met toestemming overgenomen van bijbelengeloof.com

Inleiding

In de eerste studie “De Alverzoening en het woord eeuwig” hebben we gezien dat de Heere in Zijn Woord regelmatig waarschuwt tegen dwaalleer. Deze waarschuwingen zijn gewoon onderdeel van de Bijbelse Boodschap. We zien zelfs dat Paulus dwaalleer en dwalers bij name noemt. Het mag duidelijk zijn dat de Heere ons in Zijn Woord wil waarschuwen! Het is dan ook niet voor niets dat wij de opdracht hebben om, alles wat mensen zeggen, te toetsen aan Gods Woord. In Hand. 17 : 11 lezen we: “En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren”. We zijn in die Bijbelstudie begonnen met een bespreking van de Alverzoening. De Alverzoening is bij veel mensen in trek. Het verhaal wat de Alverzoening afsteekt is natuurlijk een boodschap die mensen in de oren kietelt. Maar waarom? Is het omdat mensen zelf geen zekerheid hebben? In ieder geval citeert men de zogenaamde grondtekst, en daardoor lijkt het verhaal indrukwekkend. Maar, zoals we wel vaker gezien hebben, wordt die zogenaamde grondtekst nog wel eens gebruikt (of eigenlijk misbruikt) als argument om de Bijbeltekst te veranderen, denk hierbij maar aan de nieuwe vertalingen, terwijl men dan juist tegenstrijdigheden in Gods Woord brengt. Dus er klopt dan iets niet…

Het woordje “aioon” heeft meerdere betekenissen

Zo hebben we gezien dat de Alverzoening verwijst naar het Griekse woordje “aioon”, en dat men dan diverse teksten laat zien waar het volgens hen niet “eeuwig”, in de betekenis van “altijd durend”, kan betekenen. En vervolgens pakt men de teksten waar ook “eeuwig” staat, en zegt dan dat het ook daar niet altijd durend is! Wij hebben gezien dat “eeuwig” in de Bijbel, naast dat het soms bijvoorbeeld “wereld” betekent (en dan ook zo vertaald is), inderdaad soms “altijd, gedurende een bepaalde periode” betekent; maar dat neemt niet weg dat we óók hebben gezien, door Schrift met Schrift te vergelijken, dat “eeuwig” soms gewoon “zonder einde” is! Dus heel letterlijk eeuwig durend!

“…het Woord van onze God bestaat in eeuwigheid”

Nog één extra voorbeeld. In Jes. 40 : 8 lezen we: “Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord van onze God bestaat in eeuwigheid <olaam>”. Betekent dit dat Gods Woord tijdelijk is? Nee, ook hier blijkt weer dat “eeuwigheid” zonder einde is, want het gaat niet voorbij. In 1 Petr. 1 : 24 en 25 wordt dit vers geciteerd: “Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen; Maar het Woord des Heeren blijft in eeuwigheid <aioon>; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is”. Hier staat dat Gods Woord “blijft” “in eeuwigheid”. Het vlees van de mensen vergaat, maar Gods Woord blijft, blijft “in eeuwigheid”. Deze zin geeft eigenlijk al aan dat Gods Woord niet voorbij gaat. Dat zou betekenen dat “in eeuwigheid” hier dus “zonder einde” is. Maar het staat er niet letterlijk. Geen nood, wanneer we kijken in bijvoorbeeld Markus 13 :  31 dan lezen we: “De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan” (zie ook Matth. 24 : 35). Gods Woord is blijvend, het zal geenszins voorbijgaan, het is eeuwig!

Schriftkritiek: een steeds verdergaand proces

De Alverzoening concludeert dat wanneer God “alles in allen” zal zijn (1 Kor. 15 : 28), dat er dan geen dood meer mag zijn en dat de Heere Jezus dan niet meer zal regeren. Volgens de Alverzoening betekent dit dat Openb. 21 en 22 niet over de eeuwigheid zouden kunnen gaan. De Alverzoening gaat, zoals men zelf zegt, “voorbij de horizon van het boek Openbaring” [1]! Maar we mogen niet afdoen van, maar ook niet toedoen aan de Schrift! Alleen dat is in dit geval al weer een heenwijs dat er iets niet klopt. En ook hier zagen we door Schrift met Schrift te vergelijken, dat Openb. 21 en 22, over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, weldegelijk over de eeuwigheid gaat, en dat God dan “alles in allen” zal zijn!

De Alverzoening heeft de Schriftkritiek, het veranderen van Gods Woord, nodig om haar eigen leer te kunnen onderbouwen. En, zo zien we hoe deze stroming juist daardoor afdwaalt van wat de Heere in Zijn Woord openbaart. De Alverzoening draagt bij aan de “afval van het geloof” als teken van de tijd [2].

Maar hier blijft het niet bij. Want als je begint met het woordje “eeuwig” aan te passen, dan moet je steeds meer aanpassen, want anders klopt je leer niet meer. En dat is dan ook wat we bij de Alverzoening zien gebeuren. Het is één groot wespennest met allemaal gevaarlijke angels, die overal in de Schrift hun gif proberen te injecteren. Want als “eeuwig” niet “eeuwig” is, wat doe je dan met het “eeuwige leven”, wat toch heel duidelijk een Bijbelse term is? In Rom. 6 : 23 lezen we bijvoorbeeld: “Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere”. Is het eeuwige leven, wat wij door Jezus Christus onze Heere ontvangen, soms ook eindig? Laten we eens kijken hoe men hier mee omgaat.

Het “eeuw-ige” leven: het leven van de toekomende eeuw?

Op een Alverzoeningssite lezen we:

“Het punt is dat zowel het één als het ander waar is. De ene waarheid is dat alle mensen in onvergankelijkheid en heerlijkheid zullen worden opgewekt. De andere waarheid is dat slechts zij die geloven het eeuw-ige leven zullen ontvangen. Dit is slechts te verstaan, wanneer we begrijpen wat de Schrift bedoelt met het eeuw-ige leven. Verreweg de meesten halen beide begrippen hopeloos door elkaar. En toch is het onderscheid uiterst simpel. Onvergankelijk leven wil zeggen dat het leven niet vergankelijk en dus blijvend is. Eeuw-ig leven echter, wil zeggen dat het leven verband houd met een eeuw. Met de toekomende eeuw wel te verstaan” [3].

Alles is bij de Alverzoening gekoppeld aan het feit dat er enkele Bijbelverzen zijn die (lijken te) zeggen dat “alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens” komen (Rom. 5 : 18). Omdat de Bijbel in deze verzen spreekt over “alle mensen”, kan er geen eeuwige straf zijn, is het redeneren. Daarom spreekt men over het feit dat “alle mensen in overgankelijkheid en heerlijkheid zullen worden opgewekt”, ook al staat dat nergens zo geschreven! Het punt betreffende “alle mensen” zullen we in de studie “De Alverzoening en de teksten over ALLE mensen” nog bespreken. Maar laten we eerst eens kijken hoe men het “eeuwige leven” definieert. Eigenlijk, hebben we het zojuist in het citaat gezien, eeuwig leven wil volgens de Alverzoening zeggen:

“dat het leven verband houd met een eeuw. Met de toekomende eeuw wel te verstaan” [4].

Men heeft daar dan nog een Bijbelstekst bij, en haalt Lukas 18 : 29 en 30 aan, waar geschreven staat: “En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods; Die niet veelvoudig zal wederontvangen in deze tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven”. En daarmee is dan volgens de Alverzoening bepaald dat het eeuwige leven met de toekomende eeuw te maken heeft, en daarmee direct tijdelijk is! Zo lezen we hier nog over:

“slechts degenen die geloven zullen het leven van de toekomende eeuw(en) beërven. Het zijn de glorieuze eeuwen waarin Christus zal heersen. Wanneer de dood eenmaal als laatste vijand zal worden teniet gedaan, zal het onvergankelijke leven het deel zijn van alle mensen. Niet langer heet het dan nog eeuw-ig leven, om de eenvoudige reden dat de eeuwen inmiddels zullen zijn voleindigd” [5].

Gods Woord op een rechte manier verdelen

De laatste Bijbelstudie hebben we gezien wat het “wanneer de dood eenmaal als laatste vijand zal worden teniet gedaan” inhoudt. Dat de Alverzoening dit “voorbij de horizon van het boek Openbaring” laat gaan, terwijl de Heere waarschuwt om niet toe te voegen aan en af te doen van Zijn Woord. Daarnaast laat Openbaring zien dat er in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde reeds afgerekend is met de dood (Openb. 20 : 14, Openb. 21 : 4), en dat er geen sprake is van “de troon van het Lam”, maar van “de troon van God en van het Lam” (Openb. 22 : 3). Openb. 21 en 22 bespreken de periode dat God zal zijn “alles in allen” (1 Kor. 15 : 28; Openb. 21 : 3). Dat is de periode van onvergankelijkheid, dat is de eeuwigheid, een periode “zonder einde”! Maar wat we hier zien is dat de Alverzoening, als het om het woordje “aioon” gaat, vergeten is dat één woord meerdere betekenissen kan hebben. En wij hebben gezien dat de Heere Zelf uitlegt dat het woordje “eeuwig” “een periode zonder einde” kan betekenen! Een periode die “geenszins voorbijgaat”!

Maar laten we eens naar de tekst in Luk. 18 : 29 en 30 kijken. Betekent dit nu echt dat wij het eeuwige leven hebben in de toekomende eeuw? Wat we hier zien gebeuren, is dat men Gods Woord niet op een rechte manier verdeelt (2 Tim. 2 : 15). Men betrekt een tekst op de Gemeente, die leerstellig helemaal niet op de Gemeente van toepassing is! Dit vers werd door de Heere Jezus uitgesproken vóór Pinksteren en vóór Zijn lijden en sterven! Dat betekent dat dit vers in feite nog Oudtestamentisch is. Waar blijkt dat uit? De Heere Jezus verkondigde op aarde nog niet het Evangelie der genade Gods, zoals Hij dat later via Paulus openbaarde in de brieven aan de Gemeente (Hand. 20 : 24; Gal. 1 : 12). De Heere Jezus verkondigde het Evangelie van het Koninkrijk aan het huis van Israël (Matth. 4 : 17, 23; Matth. 15 : 24), ter voorbereiding van het komende Koninkrijk. Maar het Koninkrijk is uitgesteld, en nu verzamelt de Heere Jezus Zijn Gemeente… We zien in Luk. 18 dan ook dat het eeuwige leven afhankelijk is van discipelschap, oftewel: afhankelijk van iets doen voor de Heere, afhankelijk van werken. Maar volgens de brieven aan de Gemeente krijgen wij het “eeuwige leven” om niet, het is genade. We zagen eerder al even Rom. 6 : 23. Maar ook in Ef. 2 : 8 en 9 lezen we: “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme”. Er is in Luk. 18 geen sprake van “genade door geloof”! En dan hebben we hier dus te maken met een Oudtestamentische vorm van redding! Het is geen tegenstrijdigheid in Gods Woord, maar we hebben hier te maken met verschillen tussen verschillende bedelingen.

De Heere Jezus en de Grote Verdrukking…

Dit wordt nogeens bevestigd wanneer we een soortgelijke passage in Luk. 14 : 26 opzoeken. Deze tekst zegt het eigenlijk nog wat scherper, en dan met betrekking tot het discipelschap: “Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn”. Voor dit vers geldt hetzelfde als wat we net voor Luk. 18 hebben gezien: het is vóór het kruis, etc. Het is ook mooi om in de Bijbel op zoek te gaan wat het woordje “haten” in deze context inhoudt. Wij hebben namelijk (ook) de opdracht om elkaar lief te hebben (Ef. 5 : 25; 6 : 1, 2; Titus 2 : 4), en als je dat op een rijtje gaat zetten, dan is het mooi om te zien dat ook hier Gods Woord Zichzelf niet tegenspreekt! Maar dat gaan we in deze studie niet doen, misschien dat we daar in de toekomst nogeens bij stil zullen staan.  Het heeft er kortweg mee te maken, met wat de Heere Jezus in Matth. 10 : 37 zegt: “Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig”. Eigenlijk gaat het dus om de vraag: “Wie staat er in ons leven op de eerste plaats?”. Ook hier zie je het stempel van het Koninkrijksevangelie, maar het zal bijvoorbeeld heel letterlijk van toepassing zijn op de Joodse gelovigen in de Grote Verdrukking. Wanneer men dan zijn eigen leven liefheeft, en het merkteken van het Beest neemt, zal men van de drinkbeker van Gods toorn drinken (Openb. 14 : 9 – 11), voor nu even zo vermeld, los van het feit wat dat dan verder inhoudt. Maar indien men niet valt voor de druk van familie, en zelfs het eigen leven niet liefheeft, dan zal men met de Heere Jezus regeren in Zijn Koninkrijk. Openb. 12 : 11 zegt over de Grote Verdrukking: “En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam, en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe”. In Openb. 20 : 4 lezen we daarover: “En ik zag tronen, en zij zaten daarop; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en zijn beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren”. Maar dat is ook wat de Heere de apostelen vertelde in Matth. 19 : 28 en 29. Indien zij vader, moeder, broer, zus, vrouw en kind verlaten voor Zijn Naam, dan zullen zij over de twaalf stammen van Israël heersen in de wedergeboorte van de aarde, oftewel in het Duizendjarig Vrederijk en daarnaast ook nog eens het eeuwige leven ontvangen.

Kortom: Luk. 18 : 30 zegt dus niets over het eeuwige leven dat de Gemeente ontvangt in de Heere Jezus! Men heeft allerlei teksten uit de context genomen, en past alles op iedereen toe. Maar dat is niet het recht verdelen van Gods Woord, zodat men niet beschaamd uitkomt (2 Tim. 2 : 15)! Hoe mooi zal het zijn waneer wij teksten kunnen vinden (Schrift met Schrift vergelijkend) die laten zien dat een ieder die de Heere Jezus aanneemt nu al het eeuwige leven ontvangen heeft…! Wanneer we dat kunnen laten zien, dan hebben we bewezen dat de Alverzoening inderdaad de Schrift totaal uit het verband haalt.

De gelovige: levend gemaakt door de Heere

In Ef. 2 : 1 lezen we dat de Heere tegen de gelovigen in Christus Jezus (Ef. 1 : 1) zegt : “En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden”. Hier wordt tegen lichamelijk levende mensen, die in de Heere Jezus geloven, gezegd dat zij “levend gemaakt” zijn. Dit wil niet zeggen dat zij eerst lichamelijk gestorven zijn, en vervolgens door de Heere opgewekt zijn. Nee, de mens is van nature zonder God en daardoor voor God “dood” “door de misdaden en de zonden”. Hoe komt die mens tot leven? Juist door de wedergeboorte! Voor de gelovige is in geestelijk opzicht het oude al voorbij, en is het nieuwe al gekomen! In 2 Kor. 5 : 17 lezen we: “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbij gegaan, ziet, het is alles nieuw geworden“. De gelovige is een nieuw schepsel en leeft in de Heere! Dat betekent dat de gelovige in geestelijke zin reeds opgestaan is. In Ef. 2 : 5 en 6 lezen we daarover: “Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden). En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus”. Dit wordt tegen (fysiek) levende gelovigen gezegd. En er wordt niet gezegd dat zij “zullen leven”, nee, zij zijn “levend gemaakt”! Dat is reeds gebeurd. En hier hebben wij het Bijbelse bewijs dat “eeuwig leven”, niet “eeuw-ig leven” is, te maken hebbend met de toekomende eeuw, zoals de Alverzoening beweert; maar dat eeuwig leven, leven is dat nu begonnen is en voortduurt in de toekomende eeuwen, wat voortgaat tot in de periode van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, omdat wij deel hebben aan de eerste Opstanding. En die periode duurt altijd en is dus zonder einde! Kortom “eeuwig leven” is gewoon “eeuwig leven”, “zonder einde”, dat “geenszins voorbijgaat”!

Is dood hetzelfde als “niet-zijn”?

Natuurlijk kan de gelovige lichamelijk sterven (zie bijv. 1 Thess. 4 : 16). Maar daarmee is de gelovige niet dood! En dat is nu net wat de Alverzoening wel leert.  Volgens de Alverzoening is dood gelijk aan dood, in de betekenis van niet-zijn [6]. Ook voor de gelovigen. Naar aanleiding van Filip. 1 : 20 – 24 schrijft een Alverzoeningssite het volgende:

“Trouwens, ook voor de gelovige is sterven (indirect) winst, want het eerstvolgende bewuste moment zal de bazuin klinken! Het is ogen sluiten en weer openen… ook al zouden er op aarde ondertussen duizenden jaren verlopen” [7].

In tussentijd is de gelovige er dus niet, volgens de Alverzoening. Maar waarom was het sterven voor Paulus gewin? De zojuist geciteerde site schrijft dat het er alleen om gaat dat Paulus met zijn dood de Heere zou verheerlijken. Maar in Filip. 1 : 21 – 24 lezen we: “Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin. Maar te leven in het vlees, of dat mij vruchtbaar zij, en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. Want ik wordt van deze twee gedrongen, hebbende begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste, maar in het vlees te blijven, is nodiger om uwentwil”. Zo schrijft de bewuste Alverzoeningssite hier verder over:

“Paulus spreekt eerst over twee mogelijkheden: in leven blijven of te sterven. Waaraan hijzelf de voorkeur geeft schrijft hij niet. Wat hij wel bekend maakt is dat: hij verlangt heen te gaan en met Christus te zijn. Dit laatste is verreweg het beste. Met “heen te gaan” (Grieks: ana’luo) kan Paulus dus onmogelijk het sterven bedoelen. Deze derde optie doelt op het moment dat de Here Jezus Christus vanuit de hemelen zal komen, en ons vernederd lichaam gelijkvormig zal maken aan Zijn verheerlijkt lichaam (Fillippi 3:20,21). Dát is ‘het heengaan en met Christus zijn’, waarover het in Filippi 1:23 gaat” [8].

Na het sterven is de gelovige weldegelijk bij de Heere

Zoals in het voorgaande citaat zelf te lezen is, heeft Paulus het in Filip. 1 : 21 over twee mogelijkheden, namelijk leven en sterven. En toch voegt men hier dan opeens een derde optie aan toe (zie hetzelfde citaat)! Dat is niet wat er in de context staat. Waarom zou Paulus het onmogelijk over sterven kunnen hebben met het “ontbonden te worden en met Christus te zijn”? Omdat men niet gelooft dat de gelovige het eeuwige leven heeft, in de zin dat de gelovige altijd leeft! Maar Paulus geeft twee opties en die werkt hij hier uit. In vers 22 en 24 bespreekt hij het leven in het vlees, en in vers 23 bespreekt hij het sterven, en dat noemt hij “ontbonden worden en met Christus te zijn”. Als dit laatste een verwijzing naar de Opname zou zijn, dan zou vers 24 nergens meer op slaan. Want is “in het vlees te blijven nodiger om uwentwil” beter dan dat de Heere ons zal komen halen? Als gelovigen zijn wij niet gesteld tot toorn (1 Thess. 5 : 9), en zien wij, zeker gezien alle tekenen der tijden, die wij om ons heen zien, uit naar het moment dat de Heere ons komt halen voordat Gods toorn (in de Grote Verdrukking) zal losbreken. En wanneer de gelovigen zouden gaan (vers 23), zou het voor de schrijver überhaupt niet nodig geweest zijn om te blijven (vers 24)! De directe context laat zien dat de Alverzoeningsuitleg niet klopt; het betreft dus een “eigen uitlegging” (2 Petr. 1 : 20). Met andere woorden: het “ontbonden worden en met Christus te zijn” slaat weldegelijk op het sterven van de gelovige! Wanneer de gelovige sterft heeft hij of zij weliswaar nog geen opstandingslichaam, maar is weldegelijk bij de Heere!

De eeuwige God

Zoals Gods Woord spreekt over “het eeuwige leven”, spreekt Gods Woord ook over “de eeuwige God”. In Jes. 40 : 8 lezen we bijvoorbeeld: “Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand”. En over die uitdrukking “de eeuwige God”  las ik een alleraardigst stukje. Er is iemand die over de auteur van een Alverzoeningssite geschreven heeft:

“Wat een on-ge-ló-fe-lij-ke blunder..! Of, gelooft de heer <B> nu écht, werkelijk, dat God’s bestaan eindig is? Maar dan, .. dán is er geen hoop meer, voor niemand. <B> -en ik neem aan dat in de kringen van de universalisten er meer zo denken- kan toch niet menen dat hij gelooft in een God die straks niet meer is? Nergens, maar dan ook helemaal nérgens leert Gods Woord dit” [9].

Dit schrijven was blijkbaar naar aanleiding van een stukje op deze Alverzoeningssite met daarin:

“Het “eeuwige evangelie” is het Evangelie der eeuwen. Zoals “de eeuwige God” de God der eeuwen is. Ook in deze gevallen betekent eeuwig niet eindeloos maar verwijst het naar eeuwen” [10].

Gezien alles wat men beweert over het Griekse woord “aioon”, is dit vanuit de Alverzoening gezien, een logische redenatie. Als het “eeuwige leven” verandert in het “eeuw-ig leven”, als het leven van de toekomende eeuw, en dus met een einde, dan verwijst “eeuw-ig”  in “eeuw-ige God” natuurlijk ook naar een niet eindeloze periode. En daar heeft de bewuste schrijver dus op gereageerd. Echter daar wordt de auteur van de bewuste site boos van. Hij schrijft:

“Om <A> meteen gerust te stellen: de heer <B> gelooft met heel zijn hart dat God “de onvergankelijke God” is (1Tim.1:17) en heeft ook nooit de minste reden gezien hieraan te twijfelen” [11].

Maar hier wordt het wel interessant. De auteur van de bewuste site komt, in het stukje waar het citaat uitkomt, met diverse voorbeelden. De “aionische God” is opeens de “God der aionen” [12]. Maar… dat is opeens meervoud, terwijl het “eeuwige leven” zou verwijzen naar DE toekomende eeuw! En vervolgens komt hij met het feit dat de God van Israël óók de God van de heidenen genoemd wordt (zie bijv. Rom. 3 : 29), en zo nog wat voorbeelden. En zo kan God, de God der aionen, ook de God van voor de aionen en na de aionen zijn, is de redenatie. We zien dat er opeens toch lichtelijk anders met het woordje “aioon” wordt omgegaan. God is opeens niet de God van de toekomende eeuw, maar de God van alle eeuwen… Wanneer wij overigens bedenken dat de laatste periode, die in de Bijbel beschreven wordt, wedegelijk de periode is dat God “alles in allen” is, dan zou er dus eigenlijk staan dat God de eeuwige God is, zonder einde, en Die “geenszins voorbijgaat”. Maar dat even ter zijde.

De gelovige: geboren uit onvergankelijk zaad!

Waarom God volgens de Alverzoening toch “zonder einde” is, volgt dus uit het feit dat God onvergankelijk is. In de aangehaalde tekst, 1 Tim. 1 : 17, staat geschreven: “De Koning der eeuwen nu, de onverderfelijke, de onzienlijke, de alleen wijze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”. God is de “onverderfelijke God”. Maar wat staat er geschreven van mensen die wederom geboren zijn geworden? In 1 Petr. 1 : 23 lezen we: “Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk zaad, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God”. Zoals we gezien hebben leven wederom geboren mensen in dit leven reeds voor God! Beter gezegd: Voor God zijn zij levend en niet meer dood! En nu staat hier dat zij geboren zijn uit “onvergankelijk zaad”: De gelovige leeft en zal blijven leven, al kan zijn aardse lichaam sterven! Sterft zijn lichaam, dan is de gelovige, zoals we gezien hebben, bij de Heere! Oftewel: eeuwig leven = eeuwig leven, “zonder einde” en het “gaat geenszins voorbij”. Oftewel: de “eeuwige God” = de “eeuwige God”, “zonder einde”, en Hij “gaat geenszins voorbij”.

Het is overigens mooi om te zien hoe de onvergankelijkheid in 1 Petr. 1 : 23 – 25 weer verbonden is met de eeuwigheid. Laten we deze verzen lezen: “Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen [de mens sterft, zijn vlees vergaat, maar geestelijk gezien is de mens levend en gaat naar de Heere]; Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is”. Opnieuw zien we hier een Bijbelse definitie: Gods Woord = onvergankelijk Zaad = blijvend in der eeuwigheid!

“Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven”

En zo zijn er nog vele voorbeelden meer te noemen. De Heere Jezus noemt Zichzelf: “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot de Vader, dan door Mij”. Eigenlijk hoeft het voor gelovigen geen uitleg dat de Heere Jezus natuurlijk het “onvergankelijke leven” is. Maar goed… Van Hem wordt in 1 Joh. 5 : 20 gezegd: “Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en ons het verstand heeft gegeven, dat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven”. Het is toch te gek van woorden om hier te suggereren dat de Heere Jezus alleen het leven van de toekomende eeuw heeft? Nee, de Heere Jezus is het Leven, Hij is onvergankelijk (óók toen Hij lichamelijk voor ons gestorven was, leefde Hij (Hand. 2 : 27, 31), en dat is het Leven wat Hij ons mensen wil geven of gegeven heeft: het eeuwige Leven door het onvergankelijke Zaad!

[1]  ‘Vragen over “de tweede dood” (deel 2)‘, André Piet, GoedBericht.nl, 19-11-2014, bron: http://goedbericht.nl/vragen-over-de-tweede-dood-2/.
[2]  ‘Tekenen der tijden: de afval van het geloof‘, Arjan Huurnink, Bijbel en Geloof, Apeldoorn, 26-04-2015, bron: www.bijbelengeloof.com.
[3]  ‘wie gelóóft, heeft eeuw-ig leven‘, André Piet, GoedBericht.nl, 25-03-2013, bron: http://goedbericht.nl/wie-gelooft-heeft-eeuw-ig-leven/.
[4]  ‘wie gelóóft, heeft eeuw-ig leven‘, André Piet, GoedBericht.nl, 25-03-2013, bron: http://goedbericht.nl/wie-gelooft-heeft-eeuw-ig-leven/.
[5]  ‘wie gelóóft, heeft eeuw-ig leven‘, André Piet, GoedBericht.nl, 25-03-2013, bron: http://goedbericht.nl/wie-gelooft-heeft-eeuw-ig-leven/.
[6]  ‘Vijf Feiten Over De Dood‘, André Piet, GoedBericht.nl, 15-08-2015, bron: http://goedbericht.nl/vijf-feiten-over-de-dood/.
[7]  ‘FAQ De Toestand Der Doden‘, André Piet, GoedBericht.nl, 18-08-2015, bron: http://goedbericht.nl/faq-de-toestand-der-doden/.
[8]  ‘FAQ De Toestand Der Doden‘, André Piet, GoedBericht.nl, 18-08-2015, bron: http://goedbericht.nl/faq-de-toestand-der-doden/.
[9]  ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.
[10] ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.
[11] ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.
[12] ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.

Sektarisme, manipulatie, kuddegedrag, kerkje spelen

Datums en jaartallen heb ik niet exact op een rijtje. Maar het moet maar eens gezegd worden. Ik ben me ervan bewust dat subjectiviteit niet vermeden kan worden. Het zijn dan ook slechts wat (voor mij leerzame) herinneringen over de tijd die ik doorgebracht heb met broers en zussen, familie en vrienden die later geleidelijk zijn ingelijfd, en waarvan ene enkeling later ook weer is uitgekotst door de groep rondom Wim Griffioen.

[edit 01-07-2019*] Het Algemeen Dagblad editie Gouda besteedde gisteren een artikel aan “de groep Griffioen” Behalve dat het leed voor nogal wat familieleden nog steeds “doorettert” zijn er geen nieuwe feiten bekend geworden. De club is goed afgeschermd tegen de boze buitenwereld, maar opmerkelijk genoeg zijn tegelijkertijd een aantal leden al die jaren wél druk in de weer met geld verdienen aan diezelfde boze buitenwereld middels een trits gelikte bedrijven. Het is een inconsequent, schizofreen verschijnsel. Ze hebben zogenaamd gebroken met alles wat buiten is, maar voor zover het uitkomt dan.* Dit is een herpost van een artikel uit 2017. Ge-updated en aangepast.

Link: (artikel afgeschermd voor niet abonnees;  hieronder kunt u het lezen.)

Vergeten sekte in Waddinxveen is een open wond

Wim Griffioen, Een accountant, die na een Bijbelschool en nog wat van die zaken gevolgd te hebben, zijn kans schoon zag voor een eigen toko (lees groep volgelingen met collectezak) in Waddinxveen, en zich ontpopte als een cultleider, met daarbij horende afwijkingen.

Ik woonde destijds in bij Gerard waar ik ook bij werkte. Hij was net getrouwd, en doordat hij en zijn vrouw kost en inwoning verstrekte aan mij en nog iemand kon de huur voor het behoorlijk grote huis betaald worden. In die tijd (eind 80 begin jaren 90) kostte alleen huur al bijna 800 harde Hollandse guldens! Ik had er een fijne en goede tijd, vooral in het begin. Het leven was vrij eenvoudig. Ik werkte door de week bij Gerard op de kwekerij, en in het weekend reisde ik regelmatig op en neer naar Zeeland om mijn ouders te bezoeken.

Als ik in Boskoop bleef, ging ik vaak mee naar de samenkomst op zondagmorgen in het Trefpunt in Waddinxveen. Daar spraken toen voor mij al bekende namen, de belangrijkste was voor mij Jacob Klein Haneveld, (of zijn zoon Ab er ooit gesproken heeft kan ik me, gek genoeg, niet herinneren) Hij was een graag geziene en gehoorde verkondiger van Gods Woord. Met vuur en volle overtuiging bracht hij zijn boodschap.

“Ome Jacob” heeft m.i. een dempende of remmende uitwerking gehad op verschillende individuen. Toen hij overleed in 1988 (ik was bij de begrafenis met een oudere broeder uit de club) ging de beer van dwaling en sektarisch gedrag al snel los bij Wim Griffioen en de kring vertrouwelingen om hem heen.

Wim Griffioen woonde destijds als ik het goed heb nog in Wezep, of hij moet ergens anders dichterbij gewoond hebben, dat weet ik niet meer. However, meneer werd door de Trefpunt groep uitgenodigd om daar voortaan voor te gaan en Bijbelstudies te verzorgen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Op een gegeven ogenblik kreeg meneer een huis aangeboden in Boskoop, waar de hele goegemeente voor opgetrommeld werd om te betalen c.q. komen helpen klussen. Als Wim een andere auto nodig had, werd daar ook voor ingezameld.

Ondertussen begon zijn boodschap subtiel af te wijken van wat er eerder was verkondigd in het Trefpunt. Er werd steeds meer gegoocheld met Grieks en Hebreeuws, ellenlange uiteenzettingen, met als uiteindelijk gevolg dat de gedachte opkwam om als club te breken met wat beschouwd werd als “de wereld”.

Anders gezegd, men werd geacht te breken met iedereen die niet in de club zat, en/of personen die er andere inzichten of in hun ogen zondige levenspraktijken op nahielden. Ik schrijf het nu in een paar zinnen op, maar ik weet dat de realiteit slepender en venijniger was dan ik kan omschrijven.

Mijn ouders hoorden regelmatig verhalen over de gang van zaken en waarschuwden me al in een vroeg stadium de club te verlaten. “Dat gaat helemaal mis daar”. En ze kregen gelijk. Ik ben nooit officieel uitgesloten. De definitieve bevestiging dat het helemaal mis was daar, kwam voor mij toen Gerard werd doodverklaard en uitgesloten. Ik dacht DOOD-VER-KLAARD??? Waar halen ze het vandaan? De adrenaline van verontwaardiging en boosheid denderde door mijn lichaam. Dat deed de deur dicht. Toen heb ik besloten niet meer te gaan, en zelfs te gaan verhuizen. Weg uit Boskoop.

Ik heb het hier over een groep mensen die naar mijn beste weten in eerste instantie serieuze waarheidszoekers waren, kinderen van God, hongerig naar Gods Woord, gedreven door geestelijke ondervoeding. Velen waren afkomstig uit orthodox gereformeerde hoek, en konden de ontdekte genade en vrijheid helemaal niet aan. De groep werd een keiharde gesloten in zichzelf gekeerde sekte. Met alle brokken van dien. Waarover de pers destijds ook nog bericht heeft.

Een aantal familieleden die ik in de club had, hebben rücksichtslos alle banden met familie en vrienden doorgesneden. Bij ontmoetingen nadien werd er door de sektariërs in de neus geknepen met de opmerking dat het naar lijken stonk. Dergelijke vrucht kwam voort uit de boodschap van Wim Griffioen, en het werd geslikt en nageleefd als zoete koek.

“Wat je vindt moet bij de politie brengen” was een mantra wat daar rondging. Vooral niet zelfstandig denken was de boodschap. Zo werd men monddood gestudeerd.

Het laatste wat ik direct vernam was van zuster Els Bal uit Waddinxveen (heel aardige en op haar manier vrijgevochten zuster was dat) nog eens telefonisch gesproken, dat er zulke rare verhalen over de club de ronde deden, dat ze ongerust was, en vond het wel jammer dat er geen contact meer was.

Hoe het nu is met deze en gene zou ik niet weten. Al jaren niets meer gehoord. Ook niet erg nieuwsgierig naar eigenlijk. Wel zag ik op het www dat mijn betoverde familie graag veel geld verdient aan lijken. Men runt verschillende bedrijven in Boskoop en omstreken, en zijn behoorlijk succesvol als ik de websites mag geloven.

Als het om de Mammon gaat hebben ze dus nog maar wat graag gemeenschap met al die lijken in de wereld, zelfs na al die jaren van vertoeven in een heel eng eigen kringetje.

De reden waarom ik dit vertel is deze: Door deze geschiedenis is de kiem gelegd voor mijn uiterst voorzichtige houding t.a.v.. “Bijbelleraren, “Christelijk leiderschap”, “kuddegedrag” en “Kerkje spelen”.

Achteraf wel goed om meegemaakt te hebben omdat ik daardoor redelijk immuun ben geworden voor manipulatief gedrag, namaak en geestelijk bedrog. In de jaren daarna heb ik een aantal van deze zaken wederom voorbij zien komen en nog steeds…

Daaag ziektekiemen, ik ben gevaccineerd!

Links:

Sekteleider kan niet vervolgd worden

Gerucht over zelfmoordplan

Sekteleider op non-actief gezet

Vergeten sekte in Waddinxveen is een open wond
Na een turbulente periode in de jaren negentig raakte de sekte van Wim Griffioen in de vergetelheid. Anno 2019 blijkt de groep gelovigen in Waddinxveen echter nog springlevend.Mensen hebben hun kinderen al 25 jaar niet meer gezien.Eerst het goede nieuws: de sekte van Wim Griffioen valt op een zeker moment uit elkaar. Vermoedelijk wanneer de leider – wiens leeftijd onbekend is – komt te overlijden. ,,Dan ontstaat er gedoe over zijn opvolging”, voorspelt Miranda Klaver. Zij kan het weten. Als religiewetenschapper en antropoloog, verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, heeft ze van het bestuderen van geloofsgroepen haar dagelijks werk gemaakt.Daardoor weet ze ook dat er tot aan het overlijden van Wim Griffioen weinig aan zijn sekte te doen is. ,,Je kunt iets proberen wanneer mensen in de ban komen van zo’n gemeenschap. Zitten ze er eenmaal in, dan is het heel moeilijk”, zegt Klaver.

Afwachten dus, maar dat is niet de boodschap waar men in Waddinxveen en omgeving blij van wordt. Naar schatting tientallen mensen zijn nog altijd in de greep van de sekte, met verstrekkende gevolgen voor hun familie.

,,Een vrouw zei mij: het is verschrikkelijk om aan de dood te verliezen, maar erger om aan het leven te verliezen. Je hebt elke dag de hoop dat de telefoon gaat”, vertelt een Waddinxveense dominee die enkele familieleden van de sekte bijstaat. Anoniem, omdat hij de vertrouwensband niet wil beschadigen. ,,Haar kind woont vijf kilometer bij haar vandaan. Zij weet niet eens hoeveel kleinkinderen ze precies heeft. Het heeft een hele persoonlijke impact.”

Haar kind woont vijf kilometer bij haar vandaan. Zij weet niet eens hoeveel kleinkinde­ren ze precies heeft.

Cum laude

Maar laten we beginnen bij het begin. Het is 1981 als ex-boekhouder Wim Griffioen huis aan huis mensen probeert te interesseren voor zijn bijbelstudies. Dat doet hij in Alphen en na zijn verhuizing in 1984 naar Waddinxveen in zijn nieuwe woonomgeving. Hij woont daar in een rijtjeswoning in de nieuwbouwwijk Zuidplas en studeert op dat moment aan de Evangelische Bijbelschool in Doorn. De bijbelstudiegroep is onderdeel van zijn opleiding. Later zal hij zijn studie cum laude afronden, maar nu gaat hij de deuren langs. Met succes.

De eerste bijeenkomsten vinden plaats in huiskamers en de animo blijft toenemen. De groeiende belangstelling maakt dat de financiën een zakelijke aanpak verdienen. Op 7 december 1984 worden zijn activiteiten ondergebracht in de nieuw opgerichte Stichting Immanuël, die volgens gegevens van de Kamer van Koophandel nog altijd zetelt in Alphen. Zelf neemt Griffioen geen zitting in het bestuur. Dat laat hij over aan trouwe volgelingen uit Alphen, Vlaardingen, Ter Aar en later ook uit Leimuiden.

De huiskamers worden in 1986 verruild voor bijeenkomsten in ’t Trefpunt aan de Stationsstraat in Waddinxveen. Op zondagochtend komt de bijbelstudiegroep daar samen en wordt er gegeten en naar preken geluisterd. Dat gaat goed tot 1993. Dan steken geruchten de kop op dat de bijbelstudieclub een sekte is geworden. Griffioen lachte die beschuldigingen destijds weg. Wat hij doet is allemaal ‘heel onschuldig’.

De geruchten worden hardnekkiger en de bijbelstudiegroep sluit zich meer en meer af. Ongenodigde gasten worden zonder pardon de zaal van ’t Trefpunt uitgezet. Mensen die de studies van Griffioen willen volgen, dienen eerst een keuring te ondergaan. En de dan circa honderd volgers verklaren hun familieleden ‘dood’, met trieste gezinssituaties tot gevolg.

Dominee Arie van der Plas, die destijds predikant was in Waddinxveen, ziet zich in die tijd geconfronteerd met gemeenteleden die het contact verliezen met familie die zich aansluiten bij Griffioen. Met andere predikanten biedt hij steun aan degenen die door een kind, broer of ouder in feite zijn ‘dood verklaard’. Hij spreekt in die tijd over een ‘niet te peilen leed dat deze opstelling veroorzaakt’.

Zelfmoord

Tot halverwege de jaren negentig geniet de sekte vooral regionaal bekendheid. Dat verandert abrupt wanneer het verhaal de ronde doet dat de leden op 14 april 1996 collectief zelfmoord willen plegen in de grottenstad Petra in Jordanië. Daar zou op die datum de ‘opname van de gemeente’ plaatsvinden. Ineens is heel Nederland in rep en roer, en de autoriteiten in Jordanië zijn waakzaam.

Nu de sekte van Wim Griffioen onder een vergrootglas ligt, komen er meer verhalen naar buiten. Op verzoek van ex-sekteleden doet de Vereniging voor Nader Onderzoek Rechtspleging (VNOR) onderzoek naar strafbare feiten. De organisatie komt tot de conclusie dat Griffioen zich schuldig maakt aan mishandeling en seksueel misbruik van kinderen. Het is voor de PvdA en de RPF (later opgegaan in de ChristenUnie) reden tot het stellen van Kamervragen. De twee partijen vinden dat de Raad voor de Kinderbescherming in actie moet komen.

Dat onderzoek komt er, maar de uitslag staat haaks op de conclusies van de VNOR. Volgens de Raad voor de Kinderbescherming zijn er geen aanwijzingen dat kinderen in de Waddinxveense geloofsgemeenschap worden misbruikt of mishandeld. Dus wordt de sekte – die op dat moment uit circa zestig gezinnen bestaat – niet in zijn voortbestaan bedreigd.

Wel krijgt de groepering andere tegenslagen te verwerken. Vanwege de negatieve publiciteit zegt de beheerder van ’t Trefpunt de huur op. De sekte zwerft een tijd rond en houdt bijeenkomsten bij de Rottemeren, in Bilderdam, Boskoop, Zoeterwoude en Rijnsaterwoude. Uiteindelijk vindt de aanhang van Griffioen onderdak in een hal van een veilingcomplex in Bleiswijk, maar ook daar wordt de groep ten slotte de deur gewezen.

Persoonlijke impact

Wanneer de media-aandacht overwaait, wordt het lange tijd stil rond de sekte. Sterker nog, veel mensen weten niet meer van het bestaan af. Totdat recent tenminste één jongeman de groep verlaat. Hij krijgt professionele hulp om zijn leven op orde te brengen. Ook duiken op internet dit jaar berichten op van familieleden die informeren naar de situatie van bepaalde personen binnen de sekte. De groepering blijkt nog springlevend, al zijn de omvang en vorm onduidelijk. Bij Stichting Immanuël wordt geen telefoon opgenomen en op verzoeken om terug te bellen wordt niet gereageerd.

Miranda Klaver, antropoloog.

,,In de kerkelijke gemeente speelt het geen rol meer. Alleen in het pastoraat merk je de persoonlijke impact”, zegt de Waddinxveense dominee. ,,Nee, hier worden we niet in opgeleid. Wel krijg je enkele colleges over sektes en hoe het ongeveer werkt. Maar dat is ver van je bed. Dus luister ik naar hun verhaal.‘’

En die verhalen zijn hartverscheurend. ,,Ik sprak een mevrouw van rond de 80 die haar dochter al 25 tot 30 jaar niet meer heeft gezien. Ze heeft allerlei pogingen gedaan. Ze ging naar haar huis toe of wachtte bij het schoolplein. Wanneer ze elkaar waarnamen, draaide de ander zich om en liep weg. Dat is dan heel pijnlijk. De bloedband tussen een moeder en dochter is misschien wel het intiemste dat er is. Hoe bestaat het dat iemand daar tussen kan komen?‘’

De buitenwereld kan dat moeilijk begrijpen, zegt ook Miranda Klaver. ,,Vergeet niet: die mensen krijgen er ook iets voor terug, anders zouden ze zich niet bij de groep aansluiten. Los van misbruik dat ook vaak voorkomt, zijn het hele warme gemeenschappen. Mensen worden gezien, krijgen hulp en voelen zich heel speciaal. Ze hebben deel aan de waarheid over hoe de wereld echt is en wat er in de toekomst staat te gebeuren.”

Vatbaar

Waddinxveen is een gemoedelijk dorp met een grote kerkelijke gemeenschap waarin men omziet naar elkaar. Dat juist hier de sekte van Wim Griffioen voet aan de grond kreeg, houdt de dominee bezig. ,,Dat triggert mij”, zegt hij. ,,Dit gebeurde bij een bijbelstudiegroep. Daar ben ik alerter op. Ik besef dat er een zeker risico in schuilt. En ik let op de rol van leiders. Mensen zijn vatbaar voor het geestelijk gezag van iemand. Ik probeer ook mijn eigen positie te relativeren. Ik wil voorkomen dat ik trekken krijg van zo’n leider.”

Zijn zorgen over de sekte maken niet dat de dominee de vrijheid van zijn gelovigen aan banden legt. ,,De christelijke traditie heeft juist altijd het zelfstandig nadenken gestimuleerd. Het stond zelfs aan de basis van de universiteiten in ons land. De traditie van de islam kent dat zelf denken bijvoorbeeld veel minder. Maar die sekte van Griffioen is dus één van de uitwassen van die vrijheid. In naam van God wordt bij mensen schade aangericht. Dat is tragisch.”

Verlaten

Hoe de situatie nu is met de sekte van Wim Griffioen is onduidelijk. Niemand weet of en waar zijn volgelingen samenkomen en hoeveel het er nog zijn. Ook gaat het gerucht dat Griffioen zelf niet langer in Waddinxveen woonachtig is.

Feit is dat zijn dochter Rachel in 2006 de sekte heeft verlaten. ,,Ik heb zo nu en dan nog wel eens ‘zakelijk’ contact met mijn vader en soms een paar anderen uit de gemeenschap, maar heb ze nooit meer gezien”, schrijft zij eerder dit jaar in een forum op internet. ,,Ik heb dit alles achter me gelaten, maar ik hoop voor een ieder dat ze ergens rust kunnen vinden.”

Voor de familie van sekteleden zit er niets anders op dan afwachten totdat de groep uit elkaar valt. ,,De vraag die altijd bij mensen opkomt is: moet de overheid hier niet tegen optreden? Maar de huidige regelgeving, de huidige wetten voorzien er prima in om in te grijpen als er iets misgaat”, zegt Miranda Klaver.

Dat familie ‘dood’ wordt verklaard en overheidsinstanties zoveel mogelijk worden vermeden, betekent simpelweg niet dat de sekte de wet overtreedt. ,,Het past in alle kenmerken van hele besloten groepen. Die keren zich af van de wereld. De leden worden geïsoleerd. Het is wij tegenover de wereld.”

Voor – inmiddels – emeritus predikant Arie van der Plas is alleen de herinnering aan de sekte nog levend. Hij zegt: ,,Het was een groep uit de gereformeerde gemeente die hervormd was geworden. Ze begonnen een bijbelstudiegroep en kozen langzaam hun eigen weg onder leiding van Wim Griffioen. Het laatste wat ik hoorde was dat ze waren uitgeweken naar Bleiswijk. Bij wat ik toen wist, is niets nieuws gekomen. Het voltrekt zich allemaal in volstrekte stilte.‘’

Ten slotte nog een artikel uit het Reformatorisch Dagblad, 04-05-1995

Verwoestend spoor in de regio

Waddinxveense bijbelstudie ontaardt; sektelid wil zelfs vaders sterven niet bijwonen

Vader ligt al enkele weken op sterven. De dochter -aanhangster van de sekte van Wim Griffioen in Waddinxveen- wordt gesmeekt om afscheid te komen nemen. Maar de hoorn gaat steevast op de haak als bloedverwanten bellen. Ook brieven helpen niet. Voor de deurmat wordt de sinds haar eigen ‘wedergeboorte’ doodverklaarde familie afgescheept.

De vader is inmiddels gestorven. „Mijn man stierf zonder afscheid te hebben genomen van onze dochter. Ze wil met ons niets meer te maken hebben. Ze vertelde ons ook nooit dat zij een kind verwachtte en wij grootouders zouden worden”, aldus de weduwe.

Veel verdriet heerst er inmiddels en families zijn verscheurd. Wat ooit begon als een serieuze bijbelstudiegroep is ontaard in een sekte met alle gevolgen van dien. „Noem Griffioen rustig de grote verleider, zoals de Bijbel erover spreekt”, voegt een predikant me toe. De hervormde kerk in Waddinxveen belegde intussen al twee bijeenkomsten, onder leiding van ds. C. D. Zonnenberg, om betrokken families met elkaar in contact te brengen en te ondersteunen.

Eerder stond in de hervormde kerkbode van Waddinxveen een door het ministerie van vier predikanten ondertekende ernstige waarschuwing tegen Griffioens denkbeelden. „Laten we de macht van de satan niet onderschatten. We hebben er mee te maken”. De predikanten wijzen er overigens op dat tot nu toe géén -voor de Nederlandse wet- strafbare feiten zijn gepleegd. Ieder staat machteloos.

Niets zeggen

Andere voorbeelden? Opa en oma zien hun kleinkind op straat. Het kind mag niet meer bij hen komen want zijn vader en moeder horen ook tot Griffioens getrouwen. „Waarom kom je niet meer bij ons”, zo kan oma haar leed niet verzwijgen. „Mama zegt dat u niet echt van de Heere houdt en daarom’ mag ik niks meer tegen u zeggen”.

„Van harte gefeliciteerd met je kleinzoon”, hoort een verbaasde Waddinxveense. Ze wist van niets. Dochter en schoonzoon horen bij Griffioen en de zijnen en weigeren elk contact.

Twee jongvolwassen dochters uit een ander gezin komen nooit meer thuis. Wéér een andere moeder: „Mijn dochter kwam me letterlijk dood te verklaren en vertellen zei dat ze nooit meer contact wil hebben met me”.

Behoudend

Rond de honderd leden telt de naamloze sekte van Wim Griffioen (geboren 1950). Vrijwel allen komen uit behoudende delen van de kerken of uit evangelische groepen. Eerder meelevende hervormden en leden van de Gereformeerden Gemeenten; ze horen er ook bij. Griffioen zelf komt uit de gereformeerde gemeente van Utrecht. Het gezin behoorde tot de rand van die kerk, verhuisde naar Alphen aan den Rijn en werd daar hervormd.

Wim wordt boekhouder, maar verkoopt op een gegeven moment zijn administratiekantoor en gaat naar de Evangelische Bijbelschool in Doorn. Daar krijgt hij onder meer les van de bekende Jacob Klein Haneveld. Vervolgens geeft Griffioen bijbelstudie aan huis in Alphen.

In 1984 wordt Griffioen actief in Waddinxveen. Volgens sommigen had zijn boodschap toen, globaal genomen, een bijbelse lijn. Inmiddels is dat volgens ex-volgelingen voorbij. „Niet het Woord is norm, maar de uitleg van Griffioen”. Langzaam komen er meer volgelingen naar het op zondagmorgen afgehuurde “Het Nieuwe Trefpunt” aan de Stationsstraat.

Volgens insiders vindt er na de dood van Klein Haneveld -die ook wel voorging in de Stationsstraateen omslag in het denken van Griffioen plaats. In diens omgeving bivakkeren mensen zoals ex-gereformeerd predikant Ben Groot Enzerink. Met hem ontwikkelt Griffioen een leer die kortweg gezegd inhoudt dat God telkens wéér in het vlees komt. Dat gebeurt dan via voorgangers zoals Griffioen. Helaas vindt ook Groot Enzerink dat hij goddelijke trekken vertoont. Dat geeft scheiding tussen beiden en ieder gaat eigen weg.

Doodverklaard

Kenmerkend voor Griffioens theologie is dat mensen die een bedreiging voor hem vormen of het met hem oneens zijn, verworpen en doodverklaard worden. Dat wordt ook publiek meegedeeld tijdens de bijeenkomst. Toen eigen getrouwen daarover vragen stelden, zou Griffioen gezegd hebben: „Ik ben de Heer”. Daarover lijkt de ‘gemeente’ van Griffioen evenwel nóg niet eensluidend. Enkele getuigen hoorden hem beweren de Messias te zijn. Eén van hen werd daarop boos en verkocht de nepmessias een mep en zette hem uit zijn huis.

Gesprekken hebben inmiddels geleerd dat, in ieder geval de mannelijke, leden ‘trekken’ van de ‘Heer’ hebben. Ze leven „niet meer hier maar in de hemel”.

Eén lid van de gemeente, J. van den Berg uit Zevenhuizen, ontkent inderdaad dat Griffioen de enige ‘Heer’ is. Van den Berg zegt dat hijzelf net zo goed leiding zou kunnen geven. Met evenveel gezag als Griffioen.

Van den Berg staat bij het schoolbord in zijn winkel met benodigdheden voor het zelf maken van wijn aan het Noordeinde. Met ferme zwaai veegt hij de reklame weg en maakt zijn theologische visie aanschouwelijk. Inderdaad, hij zou Griffioen kunnen vervangen, want ook de voorganger zelf gebruikt tijdens de samenkomsten -die soms drie uur duren- veelvuldig het schoolmeesterskrijt.

Griffioens ‘theologie’ zegt dat leden door wedergeboorte gestorven zijn. Ze zijn een totaal ander iemand geworden. Hun oude lichaam én familie achten zij niet meer: „Ik ben dus Jan van den Berg niet meer. Die is dood. Ik ben een nieuw schepsel”.

‘Doden’

Mensen móeten breken met hun natuurlijke familie. Een letteriijk citaat uit een ‘preek’ van Griffioen verklaart die afstand -verbod tot omgang zelfs- vanuit de tekst dat de doden hun doden moeten begraven: „Daarom moeten wij onze aandacht van de doden afwenden”. Erfenissen worden evenwel geaccepteerd als „gaven van God”.

Het eren van vader en moeder naar bijbels gebod wordt als volgt uitgelegd: God is de Vader en met de moeder wordt Jeruzalem bedoeld (naar een vrije uitleg van Galaten 4:26). Maar sekteleden willen ook wel schermen met de tekst dat wie vader of moeder liefheeft boven Christus Hem niet waardig is. Dat is weer tegenstrijdig. De ‘nieuwe familieband’ is sterk en moet oude banden vervangen. Daarom gaat men op zondagmiddagen bij elkaar op visite.

Ex-Jehovah-getuige Joseph Wilting schreef een brochure over de vraag hoe we “Destruktieve sekten” (sekten met een vernietigend karakter) kunnen herkennen: De leiding oefent controle uit over gedachten, gevoelens en gedrag van leden. Er zijn veel geboden en verboden. De sleutel om harten van mensen te openen is dat onder de juiste omstandigheden alle mensen kwestbaar zijn. Kenmerkend zijn verder toewijding voor een persoon, idee of ding. Maar ook „isolering van vrienden en familie en het afbreken van de persoonlijkheid”.

Ramen zemen

Aan veel van deze door Wilting beschreven kenmerken voldoet de groep van Griffioen. Een charismatische uitstraling ontbreekt echter. Griffioen is geen vlotte leider. Hij wekt eerder de indruk wat zielig te zijn. Bij problemen in een gezin springt hij in, helpt dan in het huishouden en haalt de kinderen uit school. Juist in een periode dat zijn gezag tanend was, verrichtte hij veel hand en spandiensten in gezinnen. De kritiek verstomde want „hij is toch een fijne man”. Ook schaamt Grifioen zich, indien nodig, het ramen lappen niet.

Zakelijk is de naamloze gemeente ondergebracht in de stichting Immanuël. De leden geven hun bijdragen vrijwillig. Sommigen verklaren tienden te geven. Overigens leeft hij in een sober ingerichte -voor zijn gehandicapte dochter van 17 aangepaste- huurwoning.

Eruit

Er zijn ook mensen uit de sekte gestapt. Anderen werden weerhouden in de sekte te treden door bijvoorbeeeld een kerkelijk meelevende vriendin of vriend die wist te overtuigen met bijbelse argumenten. Juist die -vaak nog jonge- mensen vertellen dat ze de kracht van God ervaren hebben in het gebed en in deze worsteling.

„Bidt om het heil van hen die een heilloze weg gaan”, zo zei ds. Zonnenberg vorige week donderdagavond tot familie van de sekteleden. „De bid al zes jaar iedere dag. Tevergeefs. Maar ik weet dat de Heere hen niet loslaat en hen eruit zal halen”, zo getuigt daarop een aanwezige. Een ander vertelt dat ze de verjaardag van de dochter, die bij Griffioen zit, altijd herdenkt bij een andere dochter thuis. Behalve koffie met wat lekkers te nuttigen wordt ook de Bijbel geopend en bidt men met elkaar. „Onze verwachting is en blijft van de Heere want Hij is machtig. Zijn goede hand mocht ik erin zien dat we kort geleden voor hét eerst sinds lange tijd weer bij onze dochter welkom waren”, vertelt een moeder.

Sektarisch

Inzage in de -afgebroken- correspondentie tussen sekteleden en hun familie onderstreept het sektarische karakter van de gemeente van Griffioen. „Wij leven niet meer. U staat buiten. Wij willen geen communicatie meer naar het vlees. Zo zijn er voor die in Christus zijn geen aardse banden meer, we hebben een nieuwe familie gekregen”, zo luiden enkele citaten. Na een dergelijke brief weigeren de sekteleden verder te praten. Hoogstens nog een korte reactie. „Er staat geen mens centraal in ons denken. Wij leven in de Eén en niet in de twee. Wie buigen kan en wil zal genade ontvangen”.

Voor familieleden die telefonisch contact zoeken doet de telefoonbeantwoorder zijn werk. Ingesproken teksten worden kort schriftelijk beantwoord: „Gehoor geven aan jullie is luisteren. Aardse banden houden op te bestaan, het oude is voorbijgegaan. Als je de Geest deelachtig bent, herken je of mensen je uit de hemel naar beneden willen trekken, we willen pas contact als jullie ook dat leven kent”. „Wij willen pas contact als jullie erkennen dat Christus vleselijk aanwezig is”, zegt een zoon tegen zijn vader, kennelijk doelend op zijn ‘wedergeboren’ staat.

Een betrokken familielid stuurde een ernstige, indringende brief waarin op bijbelse gronden gewaarschuwd werd tegen de leer van Griffioen. Daarop werd geheel niet gereageerd. De afscheidsbrief lijkt gestandaardiseerd.

Vuurschieten

Ook ds. Zonnenberg wijst op de sektarische elementen. De groep wordt gekenmerkt door een sterke band en de leden zien er hun nieuwe familie in. Bevallingen worden zo mogelijk geheel begeleid door sekteleden, met het roepen van de arts en ziekenhuisopnamen wacht men zeer lang. Het lichaam wordt onbelangrijk geacht, „Als het zó gebeurt, is het kenmerk van sektarisch denken”. De familie wordt doodverklaard en ogen schieten vuur als sekteleden door familie worden aangesproken. Bijbelse argumenten worden genegeerd of naar eigen behoefte uitgelegd en toegepast.

De predikant beluisterde enkele bandjes van ‘bijbelstudies’ van Griffioen. Opmerkelijk is dat Griffioen vaak de Statenvertaling citeert: het verraadt zijn afkomst. Op het eerste gehoor meeslepend, zo oordeelt ds. Zonnenberg. „Maar toen ik wat hoofdlijnen op papier probeerde te zetten, kon ik er geen touw meer aan vastknopen”.

Ontsporingen

Hoewel hij verder (nog) geen strafbare feiten pleegde, leven er wel zorgen over mogelijke seksuele ontsporingen. Dat gebeurt namelijk vaker bij zulke groepen. Familieleden weten met zekerheid dat Griffioen diverse sleutels heeft van huizen van ‘gemeenteleden’ en zo maar naar binnen stapt.

Griffioen wil zelf pas na lang aandringen spreken met iemand van het RD. Het is een moeizaam gesprek. Soms schudt hij meewarig het hoofd en breekt een net begonnen uitleg af: Ach, laat maar. Verantwoording geeft hij niet. Op de foto wil hij evenmin.

Hoe was uw relatie met Groot Enzerink? Verschilde u van mening met hem over wie nu op aarde de heer was?

„Ik ontken noch bevestig dat. Trouwens de krant brengt nieuws dat oud is. Wij verkondigen aan hen wie we ontmoeten”.

U legt aan de mensen in uw bijeenkomsten uit dat ze hun aardse vader en moeder niet hoeven te eren. Klopt dat?

„Kijk maar in de Bijbel, daar staat het”.

„Zegt u dat u de Heer bent?”

„Ik vind het niet zinvol dat te bespreken. Maar de krant stelt allemaal van die menselijke vragen”. „En als je er als journalist één aspect uithaalt, heb je altijd gelijk”.

U leeft van de giften van leden. Hen zijn de tienden opgelegd?

„De verplicht niets”.

Kent uw bijeenkomst een kerkeraad?

„Kijk maar in de Bijbel. Als daar oudsten in genoemd worden, hebben wij ze ook”.

„Met wie weet u zich in de geschiedenis verbonden?

„Er zullen wel mensen zijn die er precies eender over gedacht hebben. Daar ben ik dan mee verbonden. Trouwens, alles hangt er vanaf hoe je de Bijbel leest.

Aanvaard u de vroeg-christelijke geloofsbelijdenissen? Leest u die?

„Die lezen we niet”. 

Beseft u dat er veel leed is in gezinnen, omdat uw volgelingen gebroken hebben met de familie; deze zelfs doodverklaarden? Is dat bijbels?

„Ach, dat is weer zo’n menselijke vraag. Het kruis brengt toch verdrukking!”.