Over heilige koeien en kerkbezoek

Vertaald uit het Engels.

Heilige koe =iets heiligs, waar je niet aan mag komen, boven alle kritiek verheven. In beton gegoten als het ware, onaantastbaar.

Onder veel Christenen bestaan er “heilige koe Bijbelteksten”. Hebreeën 10:25 is daar een van.
Daar staat:

“En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet dat de dag nadert.”

Dit vers wordt door nagenoeg elke kerk en elke voorganger of oudste misbruikt om er op te hameren “dat we toch vooral trouw elke zondag de kerk, danwel de samenkomst, moeten (blijven) bezoeken.”(redactie: regelmatig komt het betalen van “tienden” ook ergens in het verhaal voor). Sommigen leggen dan het tweede gedeelte van het vers zo uit dat hoe dichterbij in de week de zondag komt , des te meer we elkaar zouden moeten aansporen om de kerk te bezoeken. De meeste Bijbelleraren durven het naar mijn inzicht niet aan om deze heilige koe aan te raken, en wagen zich om die reden niet aan een eerlijke en onbevooroordeelde uitleg van dit vers.

Ik begrijp wel een beetje waar dat vandaan komt. Ik had jaren terug al door welke waarheid Hebreeën 10:25 ons wil leren. Maar ik koos ervoor het te negeren, en probeerde mezelf wijs te maken dat ik het verkeerd zag. Vrijwel iedereen zegt immers, ondanks dat het Grieks iets anders aantoont, dat we kerkgang vooral niet achterwege moeten laten. En aangezien er geen ander Schriftgedeelte te vinden is wat ook maar een beetje als bewijs zou moeten dienen, is het best tricky om deze heilige koe te slachten.

In mijn achterhoofd heb ik eigenlijk al die tijd geweten dat dit gedeelte helemaal niet over kerkgang gaat. Dit vers bespreekt iets heel anders, en dat wordt mede duidelijk uit het verband waar het in staat. Ik hoop dat dit artikel ertoe bijdraagt dat anderen dit ook gaan zien.


De verzen 23 en 24
Mijn bedoeling is om een eerlijke uitleg te geven van dit vers. Ik zou je willen aanmoedigen om heel hoofdstuk 10 aandachtig te lezen. Ik begin hier met vers 23.

23 Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden (want Die het beloofd heeft, is getrouw).

het Griekse woord voor “hoop” is “elpidos”, en het wordt overal ook zo vertaald. Dus het gaat hier over “de onwankelbare hoop vasthouden”. Onze trouwe God heeft het immers beloofd. Wat is deze hoop?
We kunnen van alles hopen. De Schrift echter, verwijst vaak naar onze hoop op de opstanding der doden, en onze verheerlijking bij de komst van onze Here Jezus Christus. In Handelingen 23:6 schrijft Paulus over

“de hoop en opstanding der doden”.

En in Handelingen 24:15 zegt hij dat hij “hoopt op God, die de Farizeeen ook hebben, dat er een opstanding der doden zijn zal, voor zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen.” Naar deze hoop verwijst hij ook in Handelingen 26:26 en 28:20. In Romeinen 5:2 noemt hij:

“de hoop der heerlijkheid Gods.”

Dit verwijst niet naar Gods heerlijkheid als zodanig, maar naar iets wat we hopen voor de toekomst. Dit verwijst naar de hoop op de heerlijkheid die God ons zal geven (zie Efeze 1:18).
Dat is ook waar Paulus in Romeinen 8:19-25 over schrijft:

19 Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.
20 Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil die het der ijdelheid onderworpen heeft;
21 Op hope dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.
22 Want wij weten dat het ganse schepsel tezamen zucht en tezamen als in barensnood is tot nu toe.
23 En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
24 Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?
25 Maar indien wij hopen hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid.

Ik zou nog veel meer Schriftgedeelten aan kunnen halen, maar ik volsta er met twee. In 1 Thessalonicenzen 4:13-14 verwijst Paulus opnieuw naar de opstanding tijdens de komst van Christus als onze hoop:

13 Doch, broeders, ik wil niet dat gij onwetende zijt van degenen die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt gelijk als de anderen, die geen hoop hebben.
14 Want indien wij geloven dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem.

In Titus 2:13 zegt Paulus :

Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;

Terug naar Hebreeen 10:24 waar staat:

En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken;

in de context, vanwege onze hoop op de heerlijkheid van de opstanding bij de komst van Christus, zouden we elkaar aanmoedigen tot liefde en goede werken.

Episunagōgē
Hebreeën 10:25 zegt dat we onze onderlinge bijeenkomst niet moeten nalaten. Onderlinge bijeenkomst is de vertaling van het Griekse woord Episunagōgē. Het woord komt ook voor op één andere plaats, in 2 Thessalonicenzen 2:1-2 waar het vertaald is als “onze toevergadering tot Hem”

1 EN wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus en onze toevergadering tot Hem,
2 Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande ware.

Er bestaat ook een werkwoordsvorm van, namelijk “episunagō. “Dat komt een aantal malen voor. Laten we er naar kijken.

Matt. 23:37 Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt, en stenigt die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugelen, en gijlieden hebt niet gewild.

Een parallelvers is Lukas 13:34. “Bijeenvergaderen” is de vertaling van episunagō. De Here Jezus gebruikt de manier waarop een hen haar kuikens bijelkaar verzamelt als voorbeeld hoe Hij de kinderen van Jeruzalem bij elkaar wil verzamelen. Episunagō wordt hier gebruikt voor een bijeenverzameling met en bij Christus.

Math.24:30-31 30 En alsdan zal in den hemel verschijnen het teken van den Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen en zullen den Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid.
31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve.

“Zij zullen bijeenvergaderen is de vertaling van episunagō. Wederom een duidelijke verwijzing naar een bijeenverzameling met en bij Christus.

Markus 1:33 En de gehele stad was bijeenvergaderd omtrent de deur.

“Bijeenvergaderd is de vertaling van episunagō. De Here Jezus was in een huis waar Hij zieken genas. En de stad verzamelde zich bij de deur van het huis. Hoewel een relatief kleine manifestatie van een dergelijke bijeenkomst, is dit wederom een bijeenvergadering met en bij Christus.

Lukas 12:1 DAARENTUSSEN als vele duizenden der schare bijeenvergaderd waren, zodat zij elkander vertraden, begon Hij te zeggen tot Zijn discipelen: Vooreerst wacht uzelven voor den zuurdesem der farizeeën, welke is geveinsdheid.

“Als zij bijeenvergaderd waren” is de vertaling van episunagō. Dit vers spreekt over een grote menigte, bijeenverzameld bij Christus.
Op elke plaats waar episunagō voorkomt, verwijst het naar een verzameling bij/ tot Christus. Op één enkele andere plaats wordt het woord gebruikt voor de grote bijeenverzameling bij Christus, op de dag van Zijn komst en onze opstanding. Wanneer we zien dat episunagō gebruikt wordt in Hebreeën 10:25, zou het bij ons moeten gaan dagen dat het daar dan waarschijnlijk toch niet gaat over de zondagse kerkgang (of elke willekeurige andere dag van de week) maar over iets veel groters. Klopt dat met de context? Laten we kijken.

De dag nadert
Het vers zegt: “En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet dat de dag nadert.” Merk op, dat in plaats van na te laten, we elkaar zouden vermanen (of: vertroosten, bemoedigen) en des te meer als we zien dat de dag nadert. Welke dag?
Iets verderop in het hoofdstuk lezen we in de verzen 35-37

35 Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft.
36 Want gij hebt lijdzaamheid van node, opdat gij, den wil Gods gedaan hebbende, de beloftenis moogt wegdragen.
37 Want: Nog een zeer weinig tijds, en Hij Die te komen staat, zal komen en niet vertoeven;

“Hij die te komen staat” is zonder enige twijfel een verwijzing naar de Here Jezus Christus. We hebben geduld nodig (vers 36) om op die dag te wachten, de dag van Zijn komst. Blijkbaar konden sommigen dat geduld niet opbrengen, en vergaten of verloren de hoop op onze bijeenverzameling bij Christus bij Zijn komst.
Het bewijs van zowel de context als het belichte vers is zwaarwegend. Het leidt ons duidelijk naar de conclusie dat Hebreeën 10:25 zegt dat we de hoop van onze bijeenverzameling bij Christus niet moeten vergeten of verliezen, zoals sommigen wel deden. Integendeel: we zouden elkaar vermanen c.q bemoedigen met deze hoop, en dat des te meer omdat we de dag van Zijn komst zien naderen.

De verzen 26 en 27 geven de denkbeeldige omstandigheid als we dit nalaten:

26 Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over vo or de zonden,
27 Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.

Anders gezegd: dit nalaten is verliezen en vergeten waar onze verlossing naar verwijst: het negeren van de waarheid en willens zondigen…. Iedereen die zich hier schuldig aan maakt, komt onder de veroordeling en het noodlot van de tegenstanders. Maar vergeet niet: dit is een denkbeeldig voorbeeld. Vers 39 zegt ook:

39 Maar wij zijn niet van degenen die zich onttrekken ten verderve, maar van degenen die geloven tot behoudenis der ziel.

God Zelf zorgt ervoor dat gelovigen volharden zodat zij hun hoop niet zullen vergeten of verliezen.

Hebreeën 10:25 is en wordt misbruikt om te proberen het gelovige volk ervan te doordringen dat zij het kerkbezoek niet moeten nalaten. Eigenlijk is dit het enige gedeelte wat in de verte half als bewijs zou kunnen dienen. Maar dat is gewoon een verkeerd gebruik. Zowel het Grieks, áls de context ondersteunen die uitleg simpelweg niet. En waar we de echte betekenis in ogenschouw nemen, valt de les over kerkgang in duizend stukken kapot op de grond.

De waarheid is dat de ekklesia (verkeerd vertaald als “kerk” in veel bijbels) ; niet iets is waar we NAARTOE GAAN; het is wat we ZIJN. Als Christenen KUNNEN we onze bijeenkomst eenvoudigweg niet nalaten omdat we ALTIJD voor Gods aangezicht verzameld zijn. Wij ZIJN de vergadering, de gemeente, de “uit-geroepenen” van Christus.

Ekklesia betekent letterlijk vertaald “de uit-geroepenen”, door de Grieken destijds gebruikt om de mensen aan te duiden die uit de bevolking geroepen waren om leden van een volksvertegenwoordiging te zijn.
De Bijbel spreekt zeker ook over de ekklesia in een plaatselijke setting in een stad (kata) over huizen of families, en als samenkomen (=sunerchomai lett.) Maar er wordt nooit over gesproken als iets buiten ons, waar we naartoe gaan. Ook wordt plaatselijk samenkomen nergens opgelegd alsof het een plicht of voorwaarde zou zijn.

Samengevat vertelt Hebreeën 10:25 ons om de belofte en de gezegende hoop niet te verliezen, vergeten of nalaten (vers 23 en Titus 2:13) van onze toevergadering tot Christus bij Zijn komst (2 Thess 2:1) zoals sommigen de gewoonte hebben. Vanouds geloofden de Sadduceeën niet in de opstanding (zie Matt. 22:23)

Vandaag de dag zijn er velen die zichzelf Christen noemen, zoals vrijzinnige of liberale theologen, en preteristen, die niet geloven in een letterlijke en toekomstige wederkomst van de Here Jezus Christus en de opstanding van de doden. Ook anderen die ooit Christenen werden genoemd hebben hun hoop verlaten onder het credo “Mijn heer vertoeft te komen” (Matt.24:48) en “de opstanding is al gebeurd” (2Tim.2:18). Beide zijn ernstige vergissingen.

Hebreeën 10:25 leert ons dat we, in plaats van de belofte en de hoop te verliezen, we elkaar moeten be- en aanmoedigen, des te meer daar we de dag van Zijn komst dichterbij zien komen.

lees ook:

De samenkomst niet nalaten…wélke samenkomst?

De samenkomst niet nalaten…wélke samenkomst?

Afkomstig van een reeds lang niet meer bestaande website….

En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert. Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden (Hebreeën 10:25,26)

De “gemeenschap der heiligen” is een groot goed, maar helaas moeten we constateren dat bijna niemand weet wat het is, althans het in praktijk brengt. Want gewoonlijk zoekt iedere gelovige zijn of haar eigen kerkje of clubje op en distantieert zich daarmee van zovele andere gelovigen. Natuurlijk, praktisch gesproken is dit niet te voorkomen. Dat weet ik ook wel. Maar ook in de verdere gedragingen lijkt het wel alsof niet beleefd wordt dat Christus de gelovigen werkelijk één gemaakt heeft.

Het gebed van de Here Jezus in Johannes 17:21 is namelijk wérkelijk verhoord:

Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.

Dit vers roept gelovigen niet op om bestaande kerkmuren te slechten! Nee, dit vers veronderstelt dat de eenheid tussen de gelovigen er is! Als we dat nu eens gaan beseffen, dan komt de gewenste praktijk er eventueel vanzelf wel. Geen “samen op weg” zonder de juiste geestelijke basis!

Maar nu iets over Hebreeën 10:25. Gewoonlijk wordt dit vers zo uitgelegd dat de christen het bezoeken van de wekelijkse gemeentelijke samenkomsten niet mag verzuimen. Heel dikwijls heb ik deze tekst zien “hangen” in ruimten waar christelijke samenkomsten worden belegd.

Hebreeën 10:25 handelt echter helemaal niet over de wekelijkse gemeentelijke samenkomsten! Als we de context hadden bestudeerd, zouden we nooit tot deze conclusie zijn gekomen. Leest u maar vanaf Hebreeën 10:19

19Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,

20Op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees;

21En dewijl wij hebben een groten Priester over het huis Gods;

22Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water.

23Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw);

24En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken;

25En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten

(Hebreeën 10:19-25a)

Hebreeën 10:19-25 loopt parallel met een eerder gedeelte, te weten Hebreeën 4:14-16

14Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.

15Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.

16Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

Hebreeën 10:25 roept ons op om te naderen tot de hemelse Hogepriester! Hij die nu Zijn werk doet in het hemelse heiligdom, roept ons op om te komen tot de genadetroon in de hemel. Dát is de bijeenkomst van de gelovige waartoe hij of zij wordt opgeroepen. Dus geen bijeenkomst op aarde, maar in de hemel.

Het woord dat wordt vertaald door “onderlinge bijeenkomst” [Gr. episunagoge] komt alleen nog maar voor in 2 Thessalonicenzen 2:1 met betrekking tot de opname van de Gemeente:

En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem.

Straks zullen álle gelovigen worden opgenomen tot de Hemelse Hogepriester. Nu op aarde worden de gelovigen opgeroepen om geestelijk in te gaan in het heiligdom, om te naderen tot de troon der genade. Dit ingaan behoort tot de geestelijke levenswandel van de volwassen gelovige. Helaas, te veel christenen zijn op dit punt “traag in het horen” geworden (zie Hebreeën 5:11-14). Wellicht dat dit ook verklaart waarom Hebreeën 10:25 zo verkeerd wordt uitgelegd?

Volgens Hebreeën 10:35 heeft deze vrijmoedigheid een grote beloning. Verzuimt een christen namelijk om in te gaan in het heiligdom, dan valt hij of zij onder het oordeel van Hebreeën 10:26-31. Zoals we elders al hebben aangetoond, handelen deze verzen niet over de eeuwige behoudenis, maar over het verlies van loon.

Lees ook:

Over heilige koeien en kerkbezoek