Het Nieuwe Verbond ter vervanging van het Oude Verbond

Uit: de verloren zoon

In Jeremia 31 wordt aangekondigd dat de Heer met Israël een Nieuw Verbond zou sluiten. Het Nieuwe Verbond is ter vervanging van het Oude Verbond, dat God met hen gemaakt had toen Hij hun hand had aangegrepen om hun uit Egypte uit te leiden. (Jeremia 31 : 32)

De huishouding/heerschappij/bedeling en het rentmeesterschap van de wet zal worden beëindigd.
In plaats daarvan zou de Heer met Israël en met Juda een Nieuw Verbond, een ander rentmeesterschap sluiten. De schrijver van de Hebreeën brief haalt in Hebreeën 8 de dan inmiddels 600 jaar oude woorden van Jeremia over het Nieuwe Verbond aan. Hij zegt dat wanneer er gesproken wordt over een Nieuw Verbond, het oude oud is en nabij de verdwijning.

Hebreeën 8 : 13 Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning

Het heeft dus niet zoveel zin om nog aandacht aan het Oude Verbond te besteden, want het verdwijnt toch. Het ironische is dat pas sinds de Heer gezegd heeft dat Hij een Nieuw Verbond zal sluiten ter vervanging van het oude, het Joodse deel van Israël (de twee stammen) de Wet redelijk serieus is gaan nemen en er min of meer naar is gaan leven.

Het Judaïsme, de Joodse religie is niet ouder dan de Babylonische ballingschap. De uitspraken in Jeremia zijn gedaan aan het begin van deze ballingschap. Toen de Heer zei dat het Joodse volk de wet niet meer hoefde te houden en dat er een Nieuw Verbond zou komen, zei het Joodse volk: “Nu gaan we ons aan de wet houden”. Ze wilden het Oude Verbond weer oprichten en leven er zelfs tegenwoordig nog onder.
Een oud lied zegt: “Ik wens te zijn als Jezus, zo vriendelijk en zo goed, Zijn Woord was altijd vriendelijk, Zijn stem was altijd zoet”. De stem van de Here Jezus was echter niet altijd zoet en Hij was niet altijd vriendelijk. Hij was niet vriendelijk tegen religieuzen. Hoe orthodoxer mensen waren, hoe meer Hij ze uitschold. Het woord “Farizeeër”, dat “huichelaar” betekent, is een scheldwoord geworden in onze taal. In de dagen van de Here Jezus was Farizeeër nog geen scheldwoord. Paulus beroept zich er later op dat hij een Farizeeër was en zodoende naar de mens heel wat mee had. Hij was een zoon van een Farizeeër en dus in aanzien. Maar de Heer schold op Farizeeërs, evenals Johannes de Doper. Beiden spraken hen aan met: “Gij adderengebroed”, wat zeer grof was. (zie Matthéüs 3 : 7; 12 : 34; 23 : 33; Lukas 3 : 7)

De Here Jezus en Johannes deden dat omdat de Farizeeën een wet predikten waaraan zij zichzelf niet hielden. Ze hadden ook het recht niet om de wet te verkondigen. Bovendien kán niemand zich aan de wet houden. Als je dat toch van mensen eist, dan vraag je het onmogelijke. Dat wordt later ook in het Nieuwe Testament gepredikt. In 1 Timotheüs 1 schrijft Paulus dat er mensen zijn die leraren der wet willen zijn, maar niet begrijpen waar zij het over hebben.

1 Timotheüs 1 : 7
7 Willende leraars der wet zijn, niet verstaande, noch wat zij zeggen, noch wat
zij bevestigen. Wij zijn inmiddels verlost van de wet, van de vloek van de wet en van het juk dat wij noch onze ouders hebben kunnen dragen.

(Galaten 3 : 13; Handelingen 15 : 10) Daarmee zijn wij verlost van de dienstbaarheid van de verderfenis. (Romeinen 8 : 21)

In de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester komt tot uitdrukking dat het rentmeesterschap van de wet vergeten moet worden. Het Joodse volk onder leiding van de Farizeeën werd geacht verstandig te zijn. Zij leefden in de dagen waarin allang tot hen gezegd was dat zij rekenschap moesten geven, omdat het rentmeesterschap van hen zou worden weggenomen. Hen wordt aangeraden zich vrienden te maken onder de heidenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.